Ja, wat zeggen we dat tegenwoordig vaak tegen elkaar:
onze maatschappij is meer gepolariseerd dan ooit tevoren.
Maar we hebben het mis.
Misschien ervaart de VS nu een bijzonder scherpe tweedeling,
maar ze hebben in het verleden hun eigen, veel heftigere problemen gehad.
En ook in Europa weten we aardig wat over cultuuroorlogen
die oorlogen waren.

Voor de Nederlanden hoeven we maar te denken
aan de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648)
met de daarbij behorende Beeldenstorm (1566)
waarin wij elkaar letterlijk vermoordden over religie en politiek.
De Fransen deden iets soortgelijks en nog veel wreedaardiger, een paar eeuwen later.
Dát is pas echte polarisatie.
Hoe wrokkig de discussies op een X of andere sociale media ook mogen worden,
ik denk niet dat Dick Schoof in zijn bed ligt te trillen met het idee
dat ze hem binnenkort terecht zullen stellen voor verraad.

Dus misschien heeft onze geschiedenis ons iets te leren
over hoe we omgaan met cultuuroorlogen.

Ooit werd er over onze tijd geschreven:

‘de wereld is dienovereenkomstig verdeeld tussen
degenen die te veel geloven en degenen die te weinig geloven.
Terwijl sommigen alle overtuiging missen,
zijn anderen vol van gepassioneerde intensiteit.’

We denken vaak dat onze hedendaagse kloof tussen links en rechts,
progressieven en conservatieven iets nieuws is.
Maar we kunnen echo’s hiervan vinden in eerdere tijden.

Een voorbeeld hiervan was het midden van de 17e eeuw,
de tijd van vele andere omwentelingen in Europa.
Een deel van de koortsachtige sfeer van die tijd
zag felle discussies tussen rationalisten en sceptici.

Er waren destijds twee brede stromingen
in het denken over het mensdom
Aan de ene kant waren er de ‘Dogmatici’
die er zeker van waren dat ze alles wisten
door gebruik te maken van de rede
of de toepassing van filosofische
of wetenschappelijke methoden (zoals René Descartes).
Aan de andere kant waren er de ‘Sceptici’
die dachten dat alles willekeurig was, of gewoonte,
en dat er geen definitieve Waarheid te vinden was
(zoals Michel de Montaigne, iemand uit de eeuw daarvoor).

Natuurlijk heeft onze eigen tijd een behoorlijk aantal mensen
met een overweldigend vertrouwen in de kracht van menselijke kennis,
en met name de natuurwetenschappen,
om de geheimen van het leven, het universum en alles te ontsluiten.
Het ‘nieuwe atheïstische’ project van Richard Dawkins en vrienden
had een enorm vertrouwen in de rede
en haar vermogen om ons alles te vertellen wat we moeten weten,
waardoor religie in de prullenbak van de geschiedenis belandde
en in plaats daarvan een onwrikbaar geloof
in de empirische methoden van de wetenschap werd geplaatst.
Het had – en heeft – duidelijke overeenkomsten met dit beeld van menselijke kennis.

Maar aan de andere kant hebben we
in het progressieve postmoderne project
ook degenen die elke vorm
van onderliggende rationaliteit of heilige orde,
boven of onder ons, verwerpen.
Voor hen is er geen onderliggende Waarheid te ontdekken
en ze scheppen er genoegen in om de instabiliteit
en illusoire aard van elke claim op waarheid te onthullen.
Het klinkt heel erg als de cultuuroorlogen van onze tijd.

Blaise Pascal, een homo universalis uit de 17e eeuw
bracht een uitweg uit dit dilemma in kaart.
Toen hij naar de cultuuroorlog van zijn eeuw keek,
dacht hij dat beide kanten een punt hadden.
Dan is er, merkte hij op…

‘…open oorlog tussen mensen aan de gang
waarin iedereen verplicht is partij te kiezen,
hetzij voor de dogmatici,
hetzij voor de sceptici,
omdat iedereen die denkt neutraal te kunnen blijven,
een scepticus bij uitstek is….
Wie zal zo’n kluwen ontwarren?
Dit gaat zeker verder dan dogmatisme en scepticisme,
verder dan alle menselijke filosofie.
De mensheid overstijgt de mensheid.
Laten we de sceptici dan toegeven wat ze zo vaak hebben verkondigd,
dat de waarheid buiten ons bereik ligt en een onbereikbare prooi is,
dat ze geen aardse bewoner is, maar thuis in de hemel,
liggend in de schoot van God,
om alleen te worden gekend
voor zover het hem behaagt haar te openbaren.’

Tot zover, zegt hij, hebben de sceptici, zoals Montaigne, gelijk.
De waarheid ligt buiten ons bereik,
ze bevindt zich niet hier op aarde,
openlijk en klaar om gevonden te worden.
Als ze bestaat,
dan bestaat ze in een wereld boven ons, buiten ons bereik.
Hoe weten we überhaupt of we slapen of wakker zijn,
aangezien we er bij dromen net zo van overtuigd zijn
dat we wakker zijn als wanneer we echt wakker zijn?

En dus genieten moderne progressieven,
die de veronderstelde resultaten van eerdere inzichten willen ontmantelen,
vanwege het inherente koloniale, patriarchale of misbruikende verleden,
ervan om te laten zien hoe willekeurig en willekeurig zoveel is
van wat we als vanzelfsprekend beschouwen uit het verleden.
En, zou Pascal toevoegen, ze hebben een punt.
Veel van onze juridische, politieke en culturele aannames
zijn puur cultureel en willekeurig,
en dienen soms gewoon in het voordeel van de rijken en machtigen
in plaats van de armen en gemarginaliseerden.

Maar aan de andere kant hebben de ‘dogmatici’, zoals Descartes,
hun sterke punt, namelijk dat we natuurlijke principes niet in twijfel kunnen trekken.
De zuren van deconstructie kunnen je maar tot op zekere hoogte brengen.
De meest sceptische filosoof zet nog steeds de waterkoker aan
in de veronderstelling dat het water kookt om een kop thee te zetten.
Ze staat ’s ochtends op
in de veronderstelling dat de zon aan het eind van de dag opkomt en weer ondergaat.
Ondanks de ontwrichtende effecten van scepticisme, schreef Pascal:

“Ik beweer dat er nooit een volkomen oprechte scepticus heeft bestaan.
De natuur ondersteunt de hulpeloze rede
en voorkomt dat deze zo ongecontroleerd op het verkeerde pad raakt.”

Ondanks al onze twijfels leven we nog steeds
in een wereld met orde en voorspelbaarheid.
Scepticisme blijft botsen met de realiteit.

Moderne conservatieven wijzen
dus op een diepere ‘gegevenheid’ van dingen,
een orde binnen de natuurlijke wereld die we niet hebben gecreëerd,
en toch, op mysterieuze wijze, lijkt te zijn geregeld voordat we hier kwamen.
Wetenschappelijk onderzoek is zinvol.
Er is een regelmaat in de natuur waar we op kunnen, en moeten, vertrouwen.
We zijn niet helemaal vrij om de natuurlijke orde van dingen te negeren,
er is een dieper ritme in de natuur
en haar vermogen tot vernieuwing waar we alleen op eigen risico aan sleutelen,
zoals klimaatverandering ons heeft geleerd.
Als gevolg hiervan zal de eeuwenoude strijd
tussen rationalisten en sceptici, progressieven en conservatieven,
nooit worden opgelost, aangezien de discussies op en neer gaan.

Het christelijk geloof omvat zowel progressieve als conservatieve impulsen.
Christenen zijn zich bewust van de gebrokenheid van de wereld
en verlangen er daarom naar dat deze verandert.
Het progressieve ongeduld met de manier waarop dingen zijn
én het verlangen naar een betere wereld
hebben hun wortels in het christelijk geloof.

Tegelijkertijd onderscheidt het christendom
een Goddelijk geschapen orde in de wereld,
een ritme in de natuurlijke wereld,
dat niet kan worden verbroken en gerespecteerd moet worden.
Daarom is een inherent conservatisme
ook onderdeel van het christelijk geloof.
Met andere woorden,
het christelijke verhaal kan beide verklaren
en een groter beeld bieden dan beide.

Voor Pascal biedt het christendom
een diagnose voor dit mysterie van de mensheid,
de complexe mix van grootsheid en ellende, oneindigheid en niets,
scepticus en rationalist,
in het eenvoudige, maar eindeloos generatieve idee
dat wij mensen glorieus geschapen zijn,
diep gevallen en toch verlossing aangeboden krijgen
door Jezus Christus.
Ons verdriet is heroïsch en tragisch.
In Pascals suggestieve beeld is het
‘de ellende van een grote Heer, de ellende van een onteigende koning.’

‘We tonen onze grootsheid’, zegt Pascal,
‘niet door aan het ene uiterste te staan,
maar door beide tegelijk aan te raken en alle ruimte ertussen in te nemen.’
Voor hem wijst het bestaan van zulke cultuuroorlogen
op de waarheid van de christelijke diagnose van de menselijke conditie.

Pascal biedt ons een manier om te navigeren
tussen de Scylla van het progressivisme
en de Charybdis van het conservatisme,
of misschien beter, om het beste van beide te omarmen.
In cultuuroorlogen is het lastig te navigeren.
Toch kunnen ze een oplossing vinden
als we ze ons laten wijzen op een diepere realiteit,
onze vreemde mix van grootsheid en verdriet.
En zonder beide kanten van deze blijvende waarheid uit het oog te verliezen.