Ja, vandaag is het dan eindelijk officieel Black Friday,
Deze koopjesgekte is ontstaan in de Verenigde Staten
en valt op de dag na Thanksgiving Day,
dat wordt gevierd op de vierde donderdag in november.
Op deze vrijdag hebben de meeste werknemers
in de Verenigde Staten vrijaf.
Black Friday wordt beschouwd
als het begin van het seizoen voor kerstaankopen.
Maar Black Friday is overal al lang verworden
tot een Black Week of Month, met allerlei (nep)kortingen
om je in aanloop naar december zo veel mogelijk
van je overvloed en (spaar)centen af te helpen.
Want ondanks ons eeuwige geklaag;
de meesten van ons leven momenteel
in een voor veel anderen
onvoorstelbare overvloed.

Want gedurende de geschiedenis
bezaten en produceerden de meeste mensen
ongeveer net genoeg om in leven te blijven.
Lange tijd maakten boeren
(d.w.z. mensen met beperkte of geen landeigendomsrechten
die afhankelijk waren van een lokale heer)
een groot deel van de bevolking uit.
En hoewel boeren in sommige gevallen
welvaart bereikten,
was dit eerder de uitzondering
op de regel van zelfvoorzienende arbeid,
Voor bijna iedereen was de kans
op hongersnood allesbehalve theoretisch.

In dat opzicht verschilde de situatie
in de vroegmiddeleeuwse Lage Landen
nauwelijks van die in het eerste-eeuwse Palestina.
Ook daar verdienden negen van de tien mensen
net genoeg om te overleven
– en soms zelfs niet zoveel.
Zowel Josephus als het Nieuwe Testament
maken melding van de hongersnood
die Judea van 44-48 na Christus teisterde.
Er was in die tijd en plaats geen sociaal vangnet.
Mensen stierven van de honger.

Het was dus tegen dit soort mensen
die zich permanent bewust waren
van schaarste
dat een zekere rabbijn – tot voor kort zelf een dagloner – zei:

‘maak je geen zorgen over je leven,
over wat je zult eten of drinken,
noch over je lichaam, over wat je zult aantrekken.
Is het leven niet meer dan voedsel
en het lichaam niet meer dan kleding?
(…) Zoek liever eerst het koninkrijk van God
en zijn gerechtigheid,
dan zullen al die andere dingen
je erbij gegeven worden.
Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.’
(Matteüs 6)

Jezus’ publiek zou het er nog mee eens zijn geweest
dat alles uiteindelijk van God komt.
Maar: ‘wees niet bezorgd over morgen’?
In een wereld waar hongersnood
altijd slechts één mislukte oogst verwijderd is?
Jezus, instrueert dus in die context,
zijn publiek met een stalen gezicht,
om te leven alsof overvloed,
en niet schaarste,
de ultieme realiteit in het leven is.
Niet voor het eerst
lijkt Hij meer dan een beetje losgezongen te zijn
van hoe het werkelijk is om op deze planeet te leven.

Voor zover sommigen van ons moderne mensen
in geïndustrialiseerde samenlevingen
zich iets minder zorgen maken
over verhongeren of sterven
door blootstelling aan de elementen,
is dit te danken
aan de menselijke vindingrijkheid (hartelijk dank)
die manieren heeft bedacht
om onze productiviteit radicaal te verhogen.
Een onmiskenbaar magnifieke prestatie
maar ook een die andere vormen
van schaarste heeft verergerd.

Denk bijvoorbeeld aan de ‘aandachtseconomie’:
de strijd om steeds korter wordende aandachtsspanne te behouden.
Dezelfde computertools
die onze huidige levensstandaard
mogelijk hebben gemaakt,
hebben ons ook aangesloten
op een constante stroom
van veel meer informatie
dan we ooit zouden kunnen verwerken.
Zozeer zelfs dat aandacht schenken,
ogenschijnlijk een fundamenteel kenmerk
van het mens-zijn,
steeds meer gewaardeerd wordt.

Of neem tijd.
De econoom John Maynard Keynes, speculeerde
halverwege de twintigste eeuw,
dat automatisering
en een hogere productiviteit
vanzelfsprekend zouden leiden
tot minder stress en meer vrije tijd.
Maar wat hij niet voorzag,
is dat een toenemende productiviteit
de verwachtingen over hoe productief
we zouden moeten zijn, verhoogt.
Tijd, altijd en overal,
is het ultieme ‘verdwijnende bezit’,
maar de wildgroei aan timemanagementstrategieën
en gadgets vertelt ons,
denk ik, dat tijd nog schaarser lijkt
wanneer van ons verwacht wordt
(of van onszelf verwacht wordt)
dat we leven ‘to the max’.

Ik denk niet dat het overdreven is
om te stellen dat schaarste
de meest urgente realiteit is
in de menselijke ervaring.
In de een of andere vorm geldt dit
voor elke menselijke cultuur.
We bestrijden schaarste
met de drang om te vereenvoudigen, te stroomlijnen,
meer te doen met minder,
lifehacks te vinden
of nieuwe technologieën uit te vinden.

Jezus zegt echter dat we het moeten negeren.
Of in ieder geval dóen
alsof schaarste
niet zo interessant of belangrijk is.
God voedt de vogels en bekleedt de lelies;
jij bent belangrijker dan een vogel of lelie voor God;
dus zal God voor je zorgen.

Stop met stressen.

Dit voelt niet ambitieus of inspirerend.
Het voelt krankzinnig:
Ik heb een hypotheek.
Ik heb geld, energie, focus en tijd nodig;
niet de bizarre aansporingen
van een of andere mysticus.
Weet Jezus überhaupt wel iets van inflatie?

Maar het vreemde is dat hij dat wel weet.
Jezus staat absoluut niet los
van de realiteit van het dagelijks leven
in zijn tijd en omgeving.
Hij is op de hoogte van actuele gebeurtenissen
zoals instortende torens
en de machinaties van Herodes Antipas
(‘die vos’, noemt Jezus hem. Geen compliment).
Hij lijkt zich een beetje te vervelen om het politieke spel,
maar hij is zeker niet naïef over de machtsstructuren
en de grote spelers in Galilea en Judea.
Hij maakt van een sluwe,
oneerlijke kleine manager
de held van een van zijn verhalen.
Politiek, belastingen, sektarisch geweld,
instortende infrastructuur;
de evangeliën beschrijven Jezus
in zijn interactie met een wereld
die heel anders is dan de onze,
maar die toch direct herkenbaar is.

Het verschil is dat ik inflatiecijfers,
begrotingsgevechten, geopolitieke manoeuvres
om schaarse hulpbronnen
en toeleveringsketens beschouw
als ‘de echte wereld’,
terwijl het Koninkrijk der hemelen uit de Bijbel
iets moois is, maar ook een beetje zweverig,
en een beetje abstract.

Maar Jezus zag de dingen precies andersom.
Het koninkrijk is de Realiteit,
terwijl de heren der heidenen,
het betalen van belastingen,
zelfs de dringende dagelijkse zorgen
over voedsel en kleding,
allemaal vluchtig of hooguit secundair zijn.
En het koninkrijk is overvloedig,
want de Koning geeft geen stenen
wanneer zijn kinderen brood nodig hebben.

Wat betekent het om te leven
alsof overvloed
en niet schaarste
het laatste woord heeft?
Ik weet het niet.
Wat ik wel weet,
is dat het vaak echt te krankzinnig voelt,
om te denken dat ik genoeg tijd,
geld, energie, focus
of wat dan ook kan besparen
om een leven op te bouwen
waarin ik vervulling of vrede vind.
Er zitten barsten in mijn nuchtere,
economisch rationele wereld
die me doen afvragen:
wat als ik geen geld, tijd, energie heb
– niets anders dan mijn dagelijks brood –
en ik er vervolgens achter kom
dat ik alles al heb wat ik nodig heb?

 

Het is vandaag dan zover: BLACK FRIDAY!!!

Want ook in Nederland heeft het koopjescircus genaamd Black Friday
– overgewaaid uit de Verenigde Staten –
z’n weg gevonden naar de Nederlandse consument.
Gelukkig heeft de gekte zoals we die van bijna horrorachtige beelden uit Amerika kennen
hier nog niet zo’n omvang gekregen,
maar toch: al wekenlang wordt de Nederlander blootgesteld
aan de belofte van ongekende kortingen
op producten die je misschien helemaal niet nodig hebt.

Heb je bijvoorbeeld gemerkt hoe vaak je de afgelopen 24 uur
bent getarget of verleid door een Black Friday-marketingcampagne?
Naar schatting zien we dagelijks tussen de 50 en 400 advertenties
– op tv, billboards, online en, meer dan ooit, via sociale media.
Ik heb me nog nooit zo gezien en gekend gevoeld
door het Instagram-algoritme en velen van ons hebben meegemaakt
dat er items op onze feeds verschenen
waar we het nog maar een paar uur geleden met vrienden over hadden.
Is het mogelijk om zulke onophoudelijke en uitgebreide marketingplannen te weerstaan?
Het is heel moeilijk om niet het gevoel te hebben dat je,
als je niet snel in actie komt,
een aanbieding misloop die nóóit meer terugkomt.
Het is bijna alsof deze marketingmanagers wéten hoe je hersenen werken,
zelfs voordat je zelf online ga.
Maar zijn wij mensen echt zo transparant als dat?

De nieuwe documentaire van Netflix, Buy Now? The Shopping Conspiracy,
zegt van wel.
Het portretteert verschillende ex-insiders van ’s werelds grootste merken,
die de manipulatieve trucs blootleggen
die deze bedrijven gebruiken om ons meer te laten kopen,
en de mate waarin ons verlangen naar eindeloze consumptie
is gekweekt en gekapitaliseerd door een vooropgezet plan.

Het lijkt erop dat wij mensen, geëvolueerd en intelligent
als we onszelf graag geloven,
nog steeds feilbaar zijn om de dingen te dienen
die zijn ontworpen om ons te dienen.
En de gevolgen zijn verstrekkend.
Online winkelen heeft de consumentenervaring misschien wel ontmenselijkt,
maar we blijven verbonden met mensen over de hele wereld
door wereldwijde toeleveringsketens,
en het zijn individuen en gemeenschappen
voor wie het levensonderhoud het meest afhankelijk is
van de beschikbaarheid en kwaliteit van natuurlijke hulpbronnen,
en die het dichtst bij het land wonen,
die de schadelijke effecten van onze onophoudelijke koopgedragingen oogsten.

Want een bijkomend nadeel van ons ongebreideld koopgedrag
is dat gevaarlijk e-afval bijvoorbeeld
(waaronder weggegooide laptops, telefoons en tv’s)
jaarlijks met miljoenen tonnen toeneemt.
Illegaal giftig e-afval wordt over de hele wereld geëxporteerd
en op stortplaatsen gedumpt,
waar het giftige stoffen zoals kwik, zink en lood
in de lokale water- en bodemvoorraden vrijkomt.
Om ons zelf vrij te pleiten zien we ons als zulke kleine radertjes
in zo’n enorme, kapitalistische machine,
en zeggen we dat veel hiervan buiten het bereik
van ons menselijk handelen lijkt te liggen
en dat we er op individueel niveau toch niks aan kunnen doen.

Maar het heeft zeker waarde om als consument verstandig om te gaan
met onze uitgaven en bestedingen.
Terwijl we onderzoek doen om de beste Black Friday-deals te krijgen,
terwijl we de geldkraan dichtdraaien
en navigeren door wat voor velen
een langdurige en pijnlijke kostencrisis is geworden.
Het kan moeilijk zijn om Sinterklaas (en Kerst)
niet als een onvermijdelijk dure tijd van het jaar te laten voelen.

Misschien is er ook een kans om kleine, subversieve daden van verzet
tegen deze ontmenselijkende consumentencultuur op te starten.
Acties die onze menselijkheid en menselijke handelingsvrijheid terugwinnen
en die onze wereldwijde onderlinge verbondenheid erkennen.
Misschien kun je bijvoorbeeld de drang dezer dagen impulsief iets te kopen,
weerstaan door even weg te stappen van het scherm
om een kop koffie of thee te zetten of een wandeling buiten te maken,
voordat je op ‘Nu betalen‘ klikt.
Misschien kunnen we beter worden
in het vergelijken van de toeleveringsketens
en ethische merkbeoordelingen van bedrijven,
en zo onze bestedingen gebruiken
om die bedrijven te ondersteunen
die het beste bij onze waarden passen.
En laten we, wanneer we een aankoop doen,
even de tijd nemen om dankbaar te zijn
voor de dingen die we al hebben,
de items die we kopen en de mensen die ze hebben gemaakt.

Het christelijk geloof nodigt ons uit om opnieuw te kijken
naar hoe we ons geld en onze bezittingen zien
door de bril van rentmeesterschap.
Het is een onderschat principe in de context van vandaag.
Rentmeesterschap gaat verder dan alleen nadenken
over hoe we ons inkomen uitgeven,
naar de inherente verantwoordelijkheid
die we als mens hebben om voor de wereld om ons heen te zorgen,
erkennend dat de hulpbronnen van de aarde
niet degene zijn waar we recht op hebben,
maar geschenken zijn die het leven in stand houden.
Het principe van rentmeesterschap maakt het onmogelijk
om je achter een scherm te verschuilen
en de impact te negeren die onze uitgavenbeslissingen hebben
op mensen en gemeenschappen over de hele wereld,
hoe ver ze ook van ons leven af lijken te staan.
Het nodigt ons uit om ons geld en onze middelen te gebruiken
om te investeren in dingen die ons – en anderen –
goed zullen dienen, en vertelt de wereld
dat het ertoe doet dat we systemen uitdagen
die economische en ecologische onrechtvaardigheid in stand houden.

En als je dan toevallig die enorme aanbieding mist
tijdens een wandeling dit weekend,
duurt het in ieder geval minder dan een maand
voordat de uitverkoop in de januari op onze schermen verschijnt. 😉 

 

Op een bepaalde leeftijd val je van je van je geloof.
Kleuters geloven nog heilig in Sinterklaas en zijn goede gaven.
Iets oudere kinderen weten van ‘hulpsinterklazen’
maar geloven toch ook nog in een échte.
Maar ergens in de onderbouw blijkt dat niet meer dan een verhaal.
Wil je cadeautjes, dan zullen we die elkaar moeten geven!
Op een bepaalde leeftijd van je van je geloof.
Tenminste, als je de hoofdlijn van krant en televisie volgt.
In veel artikelen in tijdschriften en kranten
vertelt bijna wekelijks iemand hoe hij of zij ergens in de tienertijd
stopte met geloof serieus te nemen.
Geloven in God als fase in de ontwikkeling naar volwassenheid,
zo wordt het vaak in de media neergezet, ook bijvoorbeeld bij verscheidene praatprogramma’s.
Over geloof en geloven wordt een beetje smalend gedaan. Grow up!!
Een weldenkende volwassene die nog gelovig is?
Dan is er zeker iets mis gegaan!
Lijkt Sinterklaas op God? In bepaalde opzichten wel.
Alwetend over ieders daden, het goede belonend en het kwade straffend.
In het bezit van een groot boek.
Wensen verhorend, vanwaar die ook worden opgezonden.
Als contrast een duistere figuur
– Zwarte Piet is echt geen ‘onderdrukte slaaf’
maar oorspronkelijk een symbool van duistere machten.
Is het dan niet logisch dat je na je geloof in Sinterklaas
ook van je geloof in God afvalt?
Er zijn genoeg mensen die God zien als een soort hemelse Sinterklaas,
met eerbied gesproken.
Doe je goed dan word je beloond, doe je fout dan zwaait er wat.
Echter, is dat nu de God waar christenen in geloven?
Zo’n god is slechts een projectie van het gevoel voor goed en kwaad.
Ik wenste wel dat meer mensen van dat geloof vielen!
De God waar ik in geloof is heel wat meer.
Hij leert me wat liefde is, en genade.
Hij geeft geen cadeautjes,
maar Hij geeft zichzelf – in de kribbe en aan het kruis.
Hij komt niet ééns per jaar, maar is er altijd.
Hij inspireert mensen tot goede daden,
in plaats van ze erop af te rekenen.
Nee, God is geen Sinterklaas.
En ik geloof nog steeds.
In Hem.

Tsja, de grote kindervriend mag dan heel populair zijn; hij werd bij de grote vaccinatiecampagne tegen de Mexicaanse griep bij sommige inentingscentra toch buiten de deur gehouden. De reden: Kinderen zouden de grote kindervriend associëren met de pijn en de stress van de prik. En vervolgens zag je op tv prachtige plaatjes waarin jonge gezinnetjes – vader, moeder en kind in de eventuele buggy – de centra binnenrijden. Vader en/of moeder hadden speciaal vrij genomen om deze speciale dag met elkaar te beleven. In de ‘spuitcentra’ werden ze opgewacht door een aantal  ingehuurde ‘cliniclowns’ die leuk liedjes zongen om het wachten te veraangenamen. Nee, dit was veel beter dan Sinterklaas; nu zal het kind elke keer dat vader en moeder samen vrij hebben en iets ‘leuks’ willen doen met hun kind meteen ‘vlinders in de buik’ krijgen van de stress en de associatie met de griepprik. En ik raad ouders aan de komende tijd geen clowns op kinderfeestjes in te huren. Het feestje kan dan weer heel wat trauma’s boven water halen.
Volgens mij is het oude sinterklaasliedje  Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe dan toch een beter alternatief: wie niet gaat huilen bij de prik wordt beloond (ooit werd mij dat ook voorgehouden) en anders zwaait er wat…
Ook oude kerkelijke tradities staan in deze tijd van de Mexicaanse griep onder druk. Dan heeft de laatste tijd voor een aantal andere opmerkelijke berichten geleid. Zo is er een Italiaanse ondernemer ingesprongen op de angst voor de Mexicaanse griep: met een sproei-installatie om je handen te wassen, gevuld met heilig water. De Italiaanse ondernemer Luciano Marabese heeft, uit bezorgdheid dat kerkelijke tradities verwateren door de Mexicaanse griep, een variant geïntroduceerd door zeepdistributeurs in openbare toiletten. Het gaat om een sproeimachine die automatisch heilig water over je handen sprenkelt als je je handen onder een sensor houdt. De machine wordt inmiddels gebruikt bij kerkbezoek in het Noord-Italiaanse stadje Fornaci di Briosco, met de zegen van priester Pierangelo Motta. Katholieken in Italië dopen hun handen bij het kerkbezoek doorgaans in een bassin met heilig water – dat wil zeggen: water dat is gezegend door een priester. Maar de komst van de Mexicaanse griep heeft velen huiverig gemaakt voor dit ritueel, vanwege het potentiële besmettingsgevaar. De watersproeier van Marabese biedt een hygiënische oplossing om de kerktraditie in ere te houden. In het Spaanse Toledo worden andere maatregelen genomen Tijdens de feesten ter ere van de stadspatrones de Virgen del Sagrario gevierd kunnen de inwoners haar niet, zoals de traditie al vier eeuwen betaamt, kussen. Het stadsbestuur vreest namelijk dat de maagd op die manier in een broeinest voor de Mexicaanse griep verandert. Dus wordt naast haar beeld in de kathedraal een medaille van de maagd neergelegd die gelovigen mogen aanraken om vervolgens hun vinger te kussen, mits ze natuurlijk van tevoren hun handen wassen. Ook in de kathedraal van Santiago de Compostela, waar pelgrims dagelijks de heilige Jacobus kussen, wordt overwogen om die gewoonte even stop te zetten om hygiënische redenen.

Maar daar houdt het gevaar niet op. In het dagelijkse leven kunnen kledingstukken een bron van besmetting vormen. Frankrijk gaat steeds verder in zijn pogingen om besmetting met de Mexicaanse griep te voorkomen. Zo heeft een verzekeringsbedrijf uit Parijs zijn werknemers verboden om nog langer stropdassen op het werk te dragen. Dat schrijft de Franse krant Le Parisien. ‘In tegenstelling tot hemden worden stropdassen nauwelijks gewassen’, aldus de bedrijfsleider van de verzekeringsmaatschappij. Volgens de krant zouden de zevenhonderd werknemers van het bedrijf zich keurig aan het verbod houden. Zou je dit overzetten naar kerkelijke kleding dan zou ik toch bij mijn predikanten willen informeren hoe het zit met hun stola’s…

Nog meer voorzorgsmaatregelen: Vorige week verbood een gemeente in Bretagne de schoolkinderen al om nog de traditionele kus op de wang te geven als begroeting. Bovendien heeft Frankrijk al een deurknop die niet langer met de handen bediend moet worden, maar waarvoor de onderarm gebruikt kan worden.

Toch spreken mij de op handen zijnde maatregelen tegen besmetting met de Mexicaanse griep van de kerkgemeenschap van Karlskoga in centraal Zweden het meest aan. In de parochies in het noordelijke Piteà wordt nog gedebatteerd over de vraag om de fletse of alcoholvrije wijn in de communiebeker te vervangen door een sterkere soort. Want: hoe meer alcohol de wijn bevat, hoe meer microben er gedood worden wanneer de kelk van mond tot mond wordt doorgegeven. Dat is althans de achterliggende idee.

Wat mij betreft moet je hierbij het zekere voor het onzekere nemen. Ik stel dan ook voor om in deze duistere tijden de wijn tijdelijk door whiskey, cognac of wodka te vervangen. Een alcoholpercentage van rond de veertig procent, daardoor leggen alle micoben en bacteriën volgens mij het loodje…

Lijkt me dan wel aan te bevelen om na de viering op te letten met verkeerscontroles…

Vanmorgen werd ik opgeschrikt door een item op Radio 1. Een bezorgde moeder heeft het actiecomité Sinterklaas moet weg opgericht. Ik was even in de veronderstelling dat het weer eens een aflevering was in de jaarlijks terugkerende soap die draait om het idee dat Sint Nicolaas (zoals mijn vader mij altijd leerde te zeggen, want Sinterklaas is een verklede vent, Sint Nicolaas dat is de kindervriend) een racistisch getint feest is; dat er een zwarte Klaas moet komen met witte Pieten et cetera, et cetera. Maar gelukkig, zo verzekerde de oprichtster van het actiecomité snel, daar draaide het niet. Nee, het gaat om het feit dat er ook een moment moet komen waarop kinderen afscheid kunnen nemen van de Sint. Want hij komt dan wel aan, maar hij gaat nooit meer weg, dat snapt een aantal kinderen niet, zo beweert de bezorgde moeder. Volgens de moeder moet er dus een heel duidelijk afscheid komen van de goedheiligman.  Kinderen snappen het bijvoorbeeld ook niet dat er heel vroeg in het jaar, maar zeker al vanaf september – en ik begreep dat daar ook al wat om te doen was in de supermarkten – pepernoten, of zo u wilt kruidnoten (en volgens de connaisseur maakt dat een heel verschil) door de verschillende grootgrutters worden aangeboden. ‘Kijk mam, hij is nooit weg geweest!!’. Ik raad de bezorgde moeder aan om eens te kijken naar andere feesten: wordt de kerstman weer opgehaald door haar uitvinder een bekend colamerk? Verdwijnt de paashaas als smeltende chocolade na bewezen diensten? Volgens mij gebeurt dat niet…

Ik denk dat het in deze rationele wereld waarin alles toch steeds maar weer verklaard moet worden allemaal draait om een centraal begrip dat voor veel mensen minder inhoud heeft: GELOVEN

Geloven is een zeker weten dat iets wat je niet kunt waarnemen toch echt zeker is gebeurd.

Dus wat mij betreft wens ik een ieder nu alvast met Fokke & Sukke:

Vrolijk Klazen!!!