Uiteindelijk belandt Jakob in Sukkot.
‘Sukkot’ is een plaats die we allemaal wel kennen en aandoen.
Het zijn de momenten waarop we terugvallen
in taaie, oude, ongezonde patronen.
‘Sukkot’ staat voor ons gesukkel.
Ons onvermogen om ons leven blijvend te vernieuwen.
Jakob is na Pniël weliswaar drager van een nieuwe naam: Israël.
Maar in de tijd na Pniël wordt hij, als ik goed tel,
nog twee maal zo vaak aangesproken
met zijn oude naam Jakob dan met zijn nieuwe naam Israël.

En in de volgende hoofdstukken treffen we steeds een wonderlijke mix aan
van Jakob en Israël verenigd in één en dezelfde persoon.
Genesis 34 gaat over het drama van de verkrachting van zijn dochter Dina,
de uitzinnige wraak van zijn zonen hierop resulterend in een bloedbad.
Jakob maakt in dit hele gebeuren een afwezige,
lakse, krachteloze en passieve indruk.
Maar een hoofdstuk later treffen we dan weer een bezielde man aan
die met zijn hele clan naar Bethel trekt
voor een proces van reiniging en vernieuwing van het verbond met God.
En daar, bij Bethel, bevestigt de Heer Jakobs nieuwe bestaan:
Hij zei: ‘Tot nu toe heette je Jakob.
Die naam zul je niet langer dragen:
Israël is je nieuwe naam.’ (Genesis 35,10)

Die tweestrijd in deze man tussen Jakob en Israël
wordt voor mij gevangen in dat ene beeld.
Als deze tweemens Pniël achter zich heeft gelaten,
lees ik in de Naardense Bijbel:
‘Dan gaat de zon over hem stralen zodra hij Penoeël (Pniël) is doorgestoken;
maar hij loopt voortaan mank, om zijn heup.’ (Genesis 32,32)
Dat beeld beklijft.
Waar het lang donker was in Jakobs leven
kan nu echt de zon weer gaan schijnen.
Het is echt een andere, nieuwe tijd.
Iedere stap die deze man zet, brengt hem dichterbij huis.
Maar als je goed kijkt, zie je,
dat iedere stap tegelijk ook iets anders zichtbaar maakt.
Deze man loopt kreupel, vanwege een mankement aan zijn heup.
Deze drager van een nieuwe naam, is tegelijk een getekend mens.

Jakob trekt en sleept voortaan met zijn ene been.
Hij zal vast nog vaak op de zaken vooruit willen lopen.
Ongetwijfeld zal hij opnieuw dwaalwegen inslaan
en zich soms toch weer in rare bochten wringen.
Maar steeds zal dat ene manke been hem in de weg zitten.
Hem herinneren aan Pniël en het gezicht van God.
Hem doen terugdenken aan de verzoening met Esau.
Dit mankement zal hem er toe aanzetten
zich steeds opnieuw te wenden tot de ander.
De ander in de ogen de zien, in verbinding te treden.
En zo in kleine stapjes steeds opnieuw een beetje heel te worden.

Jakob met zijn manke been kan steeds minder goed uit de voeten als jager.
Maar juist dankzij zijn mankement is hij meer en meer het type herder.
Het is een detail dat eigenlijk alles zegt:
Als Jakob op weg gaat naar Sukkot zegt hij:
‘ik pas me aan het tempo van het vee dat ik bij me heb
en aan dat van de kinderen.’ (Genesis 33,14)
Jakob 2.0, die nu Israël heet, is al bij al vaker een fijnere reisgenoot.
Minder gejaagd, meer in verbinding.

Wij protestanten zijn hebben het zo op met heiligen,
maar de Engelsman William Wilberforce zou je wel zomaar een ‘protestantse heilige’ kunnen noemen.
Nee, hij stierf geen marteldood, maar kreeg een praalgraf en een staatsbegrafenis!
William werd in 1759 geboren in een rijk Engels gezin,
en was al op zijn 21e lid van het parlement.
Hij was algemeen bekend vanwege zijn scherpzinnigheid en debatteerkunst.
In 1785 had hij een bekeringservaring, waardoor hij zijn leven aan God toewijdde.
Hij vroeg zich af of hij nog wel in de politiek moest blijven met al haar gekonkel.
Op advies van vrienden bleef hij echter, om dáár God en mensen te dienen.
William werd al snel een groot voorvechter van de afschaffing van de slavernij.
In zijn dagboek schrijft hij dat hij dit ervoer als Gods speciale roeping voor hem.
Hij organiseerde met anderen de eerste mensenrechtencampagne ter wereld,
waarin bijvoorbeeld het plaatje van hiernaast werd ingezet.Blake10

De Engelsen werden zelfs opgeroepen om af te zien van hun geliefde ‘cup of tea’
omdat die ongetwijfeld door slaven was geproduceerd!
William hield zich vooral bezig met de politieke strijd.
Maar liefst 20 jaar moest hij strijden om alleen de hándel in slaven afgeschaft te zien.
Maar nooit gaf hij op, want God had hem doen inzien dat het verkeerd is
om een mens als een ding te behandelen.
Een maand na zijn dood werd de slavernij helemaal afgeschaft.
Zijn levenswerk was geslaagd!
Hij is begraven in Westminster Abbey in Londen, bij andere beroemde Engelsen.
In de film Amazing Grace is zijn levensverhaal en strijd prachtig verbeeld.

In Nederland waren Nicolaas Beets en Julien Wolbers
voorbeelden van de strijd voor afschaffing van de slavernij.
Wolbers vond hiertoe inspiratie in het Reveil,
een internationale christelijke beweging die hulp gaf aan armen,
prostituees en de ontspoorde jeugd.
Wolbers was ook diep onder de indruk van
De hut van oom Tom van de Amerikaanse schrijfster en abolitioniste
Harriet Beecher Stowe uit 1852.
Dit boek speelde een belangrijke rol
bij de afschaffing van de slavernij in de Verenigde Staten.
In de jaren daarna publiceerde Wolbers twee brochures:
In 1853 De slavernij in Suriname, of dezelfde gruwelen der slavernij
die in de ‘Negerhut’ geschetst zijn,
bestaan ook in onze West-Indische Koloniën!
En in 1854 De Surinaamse Negerslaaf.
Wolbers toonde daarin aan dat slavernij in strijd is
met de waardigheid en de rechten van de mens.

In zijn grote werk De geschiedenis van Suriname uit 1860wolb002gesc01_01_tpg
geeft Wolbers de volgende kritische beschrijving
van de achttiende-eeuwse planters en slavenhouders:
Ruw, slecht onderwezen, door hartstochtelijke neigingen vervoerd,
zich meermalen aan twist, spel en onzedelijkheid overgevende,
terwijl wreedheid, laatdunkendheid en domme trots
in ruime mate onder die bevolking gevonden werden,
ja hunne hoofdgebreken uitmaakten.

Ook zo kun je dus een ‘heilige’ zijn,
iemand die iets laat zien van God en zijn bedoelingen.
Geloof is niet alleen iets diep in je hart,
maar geeft ook motivatie om onrecht te lijf te gaan.
Jezus volgen geeft kracht om vol te houden
voor iets waar je zelf niet beter van wordt.
Ik hoop van harte dat er ook vandaag de dag zulke gelovigen opstaan!