Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij; zoals ook enkele van uw dichters gezegd hebben: Want wij zijn ook van Zijn geslacht. (Handelingen 17: 28)

Je hoort het regelmatig om je heen: denk je nu echt dat het wat uit maakt, wat ik doe? Dat hele kleine gebaar wat ik doe heeft toch op wereldniveau totaal geen zin! Ik moet dan altijd denken aan de theorie van het vlindereffect. Ergens op de wereld kan de vleugelslag van een vlinder tot het effect hebben dat ergens anders, ver weg, er uiteindelijk een orkaan door wordt veroorzaakt. Alles haakt in elkaar. Vertaald naar onze situatie? vlindersDat kleine, ogenschijnlijk onzinnige, nutteloze, wat jij doet kan uiteindelijk bijdragen aan iets heel moois. Dat simpele karweitje, dat vriendelijk woord. Over duurzaam gesproken…! Wij zijn van het geslacht van God, zijn Zijn kinderen. Dat mag wat betekenen: vernieuwd worden.uit zijn op rechtvaardigheid. Anders leren leven. Weten dat zelfs het minste wat we doen mogen doen uit de kracht in Wie wij leven, bewegen en wij bestaan. Met die zegen mogen we er van verzekerd zijn dat ons handelen een verschil kan maken. Misschien mag het uiteindelijk bijdragen aan de revolutie waardoor Gods Koninkrijk mag gebeuren op deze aarde. Als door de vleugelslag van één enkele vlinder…

‘Jezus kwam niet alleen om mensen voor te bereiden op hun dood, maar ook om hun te leren leven. De Weg, zoals het christendom vroeger heette, trok omdat er een ander leven werd aangeboden dan het (Romeinse) keizerrijk te bieden had.’

Dit schrijft Shane Claiborne, als een van grondleggers onderdeel van The Simple Way, een nieuwe monastieke beweging die met een leefgemeenschappen onder meer in de achterbuurten van Philadelphia een eigentijdse vorm geeft aan de lange kloostertraditie. Shane ClaiborneClaiborne is ook actief in Willow Creek, een megakerk in de Verenigde Staten.

Claiborne wordt wel eens een van de nieuwe kerkhervormers genoemd. Met vragen als ‘Voldoet de kerk nog aan haar roeping om zorg te dragen voor de armen, de weduwen en de wezen?’ probeert hij christenen weer oog te geven voor hun ware roeping. Als activist liep Claiborne stage bij Moeder Teresa in Calcutta en bemoedigde hij christenen en getroffen burgers in Bagdad door tijdens de oorlog daar naartoe af te reizen. Claiborne wil terug naar het het beeld van de kerk dat Jezus leerde. En daarvoor moeten we bij onszelf beginnen. Claiborne citeert Mahatma Gandhi die zei: ‘Wees de verandering die je in de wereld wilt zien.’ Zelf begon hij zijn Simple Waybeweging door in een slechte buurt van Philadelphia samen te leven met de andere buurtbewoners. Hij gaf hen eten, hield samen de wijk schoon en bood kinderen huiswerkbegeleiding aan. Zelf is Claiborne geïnspireerd door Fransiscus van Assisi die ook in een heel rijke en roerige tijd hoorde dat hij de kerk moest helpen herstellen.

Claiborne verwijt de huidige kerk dat zij te veel bezig is met de hemel en daardoor de problemen aarde vergeet. De ellende om hen heen wordt vaak genegeerd. Maar dat is niet de bedoeling van Jezus. ‘De kerk’ zo zegt Claiborne ‘zegt dat hem om geloof gaat, maar de Bijbel zegt dat geloof bergen kan verzetten, maar dat zij zonder de liefde leeg blijft. Zonder liefde stelt het niets voor. Geloof en werken horen samen.’

Nu lijkt Claibornes ideaal misschien een illusie. Onhaalbaar. Maar dat is volgens hem precies het punt. Als het haalbaar zou zijn volgens onze eigen logica, hebben we God niet meer nodig. ‘Je vijanden liefhebben gaat ons zeker niet gemakkelijk af, daar hebben we Gods genade en liefde voor nodig’ zegt Claiborne.

Er is een ander leven dan dat wat de wereld aanbiedt!

Vandaag las ik de tekst van Moeder Teresa ‘Wat wij doen is slechts een druppel in de oceaan. Maar als we het niet deden, zou de oceaan kleiner zijn vanwege deze ontbrekende druppel’.

Ik kwam op deze tekst toen ik wat zat na te denken naar aanleiding van de titel van mijn column van deze week. Een ‘mer à boire’, een zee om leeg te drinken, staat voor een onbegonnen werk. Ja, zo gezien lijken veel zaken in het leven soms een onbegonnen werk. Moeder TeresaMaar het helpt om een uitdrukking vanuit een ander perspectief te zien, zoals Moeder Teresa dat deed. Al lijkt onze arbeid soms nutteloos en draagt het ons inziens weinig bij aan het oplossen van wereldomvattende problemen, ze hebben wel degelijk nut.

Vanuit dat perspectief kun je het Veertigdagenproject 2013 van Kerk in Actie en Stichting Present misschien ook zien. Ze organiseren in de Veertigdagentijd zogenaamde Veranderdagen. Ieder lid van de Protestantse Kerk kan zich inschrijven voor de Veranderdagen en in de regio de handen uit de mouwen steken voor kwetsbare mensen buiten de kerk. De deelnemers maken kennis met mensen die ze anders waarschijnlijk niet zouden ontmoeten. Misschien lijkt het op mondiale schaal maar een miniem druppeltje in de oceaan of op de gloeiende plaat, maar als we het niet deden wat dan?

Wellicht schat ik het initiatief van de Wereldbank ook zo in. Zij zoekt namelijk een einddatum voor armoede. Dat stelde de nieuwe president van de ontwikkelingsbank, Jim Yong Kim. In eerste instantie kwalificeer je zo’n oproep als volledig absurd. Onbegonnen werk. Armoede de wereld uit… en bij de eerste de beste crisis in de westerse wereld, een van de grote gelddonoren, wordt er gekort op de gelden die naar armoedebestrijding gaan.

En toch, zo’n initiatief vormt een druppel in de oceaan, in het perspectief van Moeder Teresa althans. Maar het helpt anders te denken, om te denken. Zogezegd een Veranderdag in één uitspraak.

Deze week begon voor de christenen de Veertigdagentijd.  Deze periode is van oudsher een tijd van inkeer, bezinning en gebed ter voorbereiding op Pasen. Het is een bekeringstijd. Ommekeer, verandering, en wat mij betreft ook een periode van omdenken

Vandaag is het  in Nederland de Dag van de Duurzaamheid. en daar hoort dit jaar de slogan ‘laat het zien op 10-10’ bij. Toen ik eerder over het onderwerp duurzaamheid en de zorgen over vervuiling van de aarde schreef kwam ik er achter dat er veel ambivalentie heerst over duurzaamheid. Ook onder christenen. In sommige commentaren werd deze ambivalentie onder christenen toegeschreven aan een apocalyptische instelling waarmee een aantal christenen behept is. Immers, zo wordt door deze christenen dan gezegd, de apocalyptische rampen die worden voorspeld als we niet meer verantwoord met de aarde omgaan brengen de wederkomst van Jezus Christus dichterbij. Nu weet ik dat in het verleden de klimaatproblemen door mensen die ons van die materie bewust wilden maken soms wat te pessimistisch is geschilderd en er soms flink gesjoemeld is met feiten en cijfers. Maar ontslaat dat ons dan van de plicht om de schepping waarin wij mogen leven dan niet zo optimaal mogelijk te onderhouden en door te geven aan de generaties na ons. Over het beheer van de schepping wordt ook en juist in de Bijbel ook op heel indringende wijze een beroep op de mens gedaan.‘Wanneer jullie eenmaal in het land zijn dat ik je zal geven, moet het land rust krijgen, een sabbatsrust gewijd aan de HEER. Zes jaar achtereen mogen jullie je land inzaaien, je wijngaard snoeien en de oogst binnenhalen. Maar het zevende jaar moeten jullie het land laten rusten.’ (Leviticus 25:2-4). De schepping die we in bruikleen hebben gekregen is niet van ons en juist christenen hebben de plicht die te onderhouden. Dat heeft niets te maken, of is in tegenspraak met welk apocalyptische visie dan ook. Simpel gezegd is het een uitwerking van het gebod ‘heb uw naaste lief als uzelf’. Niemand van ons wil toch in een vergiftigde wereld leven waar het een dagelijkse strijd is om aan de dagelijkse levensbehoeften te komen?  Dat gun je dan toch ook je naaste niet, je naaste van nu niet en je naaste in de toekomst niet. Toch?

Daarom: laat het zien op 10-10… en op 11-10, op 9-10, altijd maar weer!

Aan het staartje van de Olympische Zomerspelen 2012 in Groot-Brittannië viel mij een berichtje op. De christelijke kerken bij onze westerburen willen onder het motto  ‘More Than Gold’ openstaan voor de bezoekers van de Spelen en zo laten zien dat ze ook betrokken zijn bij dit sportgebeurtenissen. De kerken proberen in het kielzog van de Spelen onder andere sportactiviteiten op te zetten want ‘sport bevordert de vrede’ zo is de gedachte. Ook staan voor de bezoekers en de deelnemers de grote kerken in Londen open en wordt er een bijzondere uitgave van het Marcusevangelie verspreidt die de teksten afwisselt met levensschetsen en getuigenissen van deelnemende sportlui; zo wordt ook aan evangelisatie gedaan. Ten slotte wordt ook aandacht besteed  aan sociale rechtvaardigheid: immers de Spelen trekken ook prostitutie aan, criminaliteit en alcohol- en drugsgebruik.

Tegenover de Olympische hoogte van de sportieve kwaliteiten van de Olympiërs die hopen met hun prestaties de hoogst haalbare trede van het sporttoneel te bereiken wordt de Areopagus (zoals Paulus, zie Handelingen 17,19vv) of om in het Britse beeld te blijven de zeepkist, de Speaker’s Corner van Hyde Park geplaatst.  Een christelijke geluid dat niet blijft staan bij de vergankelijke eer. Niet om alles te veroordelen, maar om onder meer de Olympische Spelen in een breder kader te trekken. Want het is ‘niet alles goud wat er blinkt’. Er zijn ook verliezers die de gang naar het Olympisch ereschavot aan hun neus voorbij zien gaan, zowel op het sportieve vlak als ook in het verdere leven. Dan vraagt bewustwording. De kerk wil zo laten horen dat zij een boodschap heeft aan de wereld; in twee opzichten: zij bekommert zich om haar en als tweede wil de kerk tonen dat de goede boodschap  van het evangelie niet voor een kleine incrowd, ingewijden,  is, maar van betekenis is ook voor mensen van de 21ste eeuw.

Het is een feit: een meerderheid van de Tweede Kamer heeft een motie aangenomen waardoor het weigerambtenaren het wordt verboden om zogenaamde ‘homohuwelijken’ niet te willen sluiten.

Mijns inziens staat dit besluit op gespannen voet met de vrijheid van meningsuiting/godsdienst. Wat is het geval: destijds is er een wet aangenomen waarin gesteld werd dat niet hetero’s ook in het huwelijk konden treden. in de wet werd er een uitzondering gemaakt: mensen die vanuit hun persoonlijke overtuiging geen ‘homohuwelijken’ wilden sluiten, konden dit weigeren, mits er in de desbetreffende gemeente wel een ambtenaar zou zijn die het betreffende stel wel wilde trouwen.

Goed besluit… zou je denken… mensen kunnen trouwen en andere mensen kunnen weigeren…

Maar een aantal mensen en organisaties hadden uiteindelijk problemen met dit besluit. Een overheid dient te allen tijde neutraal zijn, dus iemand met gewetensbezwaren ten aanzien van een bepaald punt  mag zich niet uiten. Gedogen, althans al dat bepaalde personen en overtuigingen aangaat is uit. Het aloude Nederlandse begrip voor minderheden lijkt tot uitsterven gedoemd te zijn.

Alweer in 1996 schreef het duo Fluitsma & van Tijn een lied voor een commercial over de Nederlanders met het volgende refrein

15 Miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die schrijf je niet de wetten voor
Die laat je in hun waarde
15 Miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die moeten niet `t keurslijf in
Die laat je in hun waarde

Nu de macht aan de meerderheid, het keurslijf voor een ieder, wetten schrijf je voor iedereen (sic!), geen gedogen, gewetensdwang in plaats van gewetensvrijheid! De befaamde Nederlandse tolerantie wordt zo steeds meer aan banden gelegd. Worden we daar met z’n allen gelukkiger van?

‘Elk zevende jaar moet u algemene kwijtschelding verlenen.’ Dit is een tekst uit het boek Deuteronomium uit het Oude Testament. Het Schriftgedeelte uit hoofdstuk 15 handelt over het zogenaamde sabbatsjaar waarin een schuldeiser zijn schulden aan zijn schuldenaar moet kwijtschelden. In het gedeelte wordt ook aandacht besteed aan lenen. ‘Zou er in een van de steden in het land dat de HEER, uw God, u zal geven toch iemand uit uw eigen volk gebrek lijden, dan mag dat u niet koud laten. U mag uw hand niet op de zak houden, maar u moet diep in de buidel tasten en hem lenen zo veel als hij nodig heeft.’ staat er dan.

Mmh, ongemakkelijke tekst, zeker als er ook nog de nadruk op gelegd dat als iemand geld leent en je weet dat het jaar van de kwijtschelding er aankomt, je een vraag om een lening niet naast je neer moet leggen ook al weet je dat je het geleende niet terug zult krijgen.

Vanwege de huidige crises in Griekenland en Ierland en de verwachte crises in andere landen is het toch bijna de algemene mening dat we deze landen geen geld meer moeten lenen; immers, zij hebben er toch zelf een zootje van gemaakt!

Het idee lijkt ‘Wij zijn rijk, zij zijn arm en en de armen zijn zelf ook nog de oorzaak van hun armoede. Dus laat ze hun eigen problemen maar oplossen.

Onwillekeurig moet ik dan denken aan de uitspraak van Adam Smith, de grondlegger van het de moderne economie. Hij schreef: ‘de neiging om rijken en machtigen te aanbidden en de armen te verachten is de grootste oorzaak van de teloorgang van onze moraal. Rijkdom bewonderen en armoede verachten  en succes boven falen bewonderen is het grootste gevaar in de commerciële samenleving.’  Smith had het helaas maar al te goed door, zelfs voordat de moderne economie werkelijkheid werd kende hij de aangeboren neiging van een mens.

Deuteronomium wist het eeuwen eerder al: ook rijk zijn is een belasting

Kortgeleden publiceerde bureau Motivaction dat het onderzoeksrapport De grenzeloze generatie en de onstuitbare opmars van de B.V. IK  waarin wordt gesteld dat tweederde van de jongeren zichzelf  ‘een heel bijzonder persoon’ vindt.  Ze zijn überzelfverzekerd en ik-gericht. In het Nederlands Dagblad gaat politicoloog Monique Samuel in haar column in op de bevindingen van dit onderzoek. In haar schrijven breekt zij een lans voor deze generatie Y zoals die wordt genoemd. Zij stelt de vraag ‘of dit ambitieuze en wellicht wat arrogante zelfbeeld zo slecht is. Natuurlijk past ons (want ook zij behoort tot de generatie Y) bescheidenheid, maar gezien de uitdagingenwaar wij voor staan (vergrijzing, milieuproblematiek, groeiende sociale ongelijkheid, wereldmigratie) hebben we juist enthousiasme en ambitie nodig en zijn we gebaat bij borrelende creativiteit. Te lang zijn Nederlanders te bescheiden en te beschaafd geweest.’  Ze bevestigd het beeld van de generatie die ik-gericht is: ‘verwacht geen trouwe donaties of actieve (politieke) participatie in de gevestigde instituties. Generatie Y werkt op projectbasis. We trekken onze buidel als ons ego wordt gestreeld. Want wij zijn en blijven “Generatie IK”” Samuel verwoordt in feite wat Herman Wijffels in 2007 al zei in een interview in de Volkskrant, namelijk dat individualisering ook gezien kan worden als een positieve kracht. ‘Mensen die zich bewust worden van zichzelf, aanvaarden in zijn ogen als logische stap de verantwoordelijkheid voor het geheel. Het is een misvatting dat individualisering als vanzelf uitmondt in desintegratie.’

Maar wordt een samenleving dan niet steeds meer een egoleving waarin de eigen behoeftebevrediging het primaat heeft? Of moeten we individualisering, zoals die volgens Samuel tot belangrijke eigenschap van de jonge generatie heeft verheven, in de kerk niet alleen maar negatief tegemoet treden? Religie komt toch van het Latijnse woord religare, dat ‘verbinden’ betekent; maar wat valt er nog te verbinden als iedereen hedonistisch maximalisatie van het eigen genot nastreeft?

De neiging om de moderne individu te ‘pleasen’  zie ik soms ook terug bij (laagdrempelige) kerkdiensten. In een artikel op de site van het Christelijk Informatie Platform wordt een beeld geschetst van een zo’n ‘moderne’ kerkdienst: ‘Een kerk die enigszins op een theater lijkt, inclusief vloerverlichting, comfortabele stoelen, visuele effecten, een grote geluidsinstallatie en twee grote schermen. Tijdens de gelikte kerkdienst – de kerk moet immers laagdrempelig zijn – speelt de band op het podium met zo veel energie dat het er op lijkt dat de mensen in de zaal overbodig zijn. Alles is tot in de puntjes verzorgd. Tijdens het zingen flitsen de teksten van het lied synchroon over de schermen. De preek wordt gehouden met een presentatie, zodat de lijn van het verhaal kan worden vastgehouden door de hoorders. Bijbelpassages worden met prachtige illustraties getoond, al vinden weinig mensen de passages in hun Bijbel, omdat dat Boek vanwege de schermen op dat moment grotendeels gemist kan worden. Na de preek volgt een lied en de afkondiging waarna het normale licht aangaat en het tijd is voor koffie.’

Dit soort dienst laat zich het best omschrijven als een ‘rollercoaster van emoties’. Je voelt je er goed, veel van je zintuigen worden geprikkeld, je pikt eruit wat je interesseert, het sluit helemaal aan bij het moderne tijdsgevoel, maar… is dit het? Verbindt dit mensen met elkaar of is ieder op zijn eigen eilandje gelukkig?

Generatie Ygen geluk eerst.

Afgelopen zaterdag ging op de ecologische boerderij Eemlandhoeve in Bunschoten van Maaike en Jan Huijgen een uurtje het licht uit. Letterlijk welteverstaan. In het kader van Earth Hour, een jaarlijks terugkerend wereldwijd initiatief om mensen er van hun leefstijl bewust te laten worden. Door onze leefstijl hongeren we de aarde als het ware tot stervens toe uit.

Bijna aan het begin van de christelijke Veertigdagentijd die in kader staat van bezinning lijkt me dit een mooi gebaar.

Hoe gaan wij om met de aarde en wat ons gegeven is. Als christenen hebben we hiermee, meen ik, een speciale taak. Als kerk hebben we vaak en ook terecht over waarden en normen. Dat moet niet alleen bij woorden blijven, maar de daad moet bij het woord gevoegd worden.

Veel christenen zullen in de komende Veertigdagentijd daar hun eigen invulling aan geven. Is je leefstijl in overeenstemming met de woorden die je gebruikt? Een goed idee vind ik wat de Eemlandhoeve laatst op het Earth Hour heeft laten zien.

God zond niet naar onze gekwelde wereld

Technische bijstand

Gabriël met een groep experts

Hij zond geen voedsel

Ook geen  afgedankte kleren

Evenmin verstrekte Hij leningen

op lange termijn

Liever kwam Hij Zelf

Geboren in een stal

Hongerend in de woestijn

Naakt aan een kruis

En delend met ons

Werd Hij ons brood

En lijdend met ons

Werd Hij onze vreugde

Het is al weer een tijdje geleden dat ik op het bovenstaand gedicht van een onbekende dichter uit Hongkong stuitte. Voor mij verwoordt dit gedicht op een uitstekende manier  het gevoel dat ik heb met Kerst: aan de ene kant houd ik ontzettend veel van dat  overweldigende  gevoel van ‘peis en vreê’ dat dit feest omgeeft. Of zoals het lied ‘Eeuwige Kerst’ het eens zong:

Op eerste kerstdag zijn alle mensen vrienden
Op tweede kerstdag zijn grote mensen klein
Op derde kerstdag gaan alle deuren open
Kon het maar altijd kerstmis zijn
Op vierde kerstdag, dan gaan de wapens roesten
Op vijfde kerstdag bloeit graan in de woestijn
Op zesde kerstdag breekt overal de zon door
Kon het maar eeuwig kerstmis zijn

Waarom is er nog geen vrede
In een wereld waar door niemand
Honger, pijn of armoe wordt geleden

Tja, en dan is de kersttijd voorbij, de ballen zijn weer  opgeruimd op zolder en de boom  weer versnipperd tot compost en breekt weer de koude, harde werkelijkheid aan. Weg dat warme kerstgevoel. Over tot de orde van de dag. En daar zit voor mij die andere kant van Kerst. Want wat willen we: dat God alles goed zal maken, dat Hij met een stelletje knappe koppen zou komen om alles wat verkeerd gaat in de wereld goed te maken, dat wapens zomaar vanzelf gaan roesten? Dat we lekker kunnen uitbuiken van ons overvloedig kerstmaal en het verder allemaal wel goed zal komen?

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd   een kerk getroffen door een bom en van het daar aanwezige Christusbeeld werden de handen afgerukt.  Na de oorlog besloot het kerkbestuur het beeld niet te laten restaureren omdat het beeld zonder handen symbool stond voor het feit dat wij een taak hebben in de wereld ‘als de handen van Jezus’.

Jezus Christus kwam niet voor niets als klein kwetsbaar kind in deze wereld. Ook wij worden nu nog steeds opgeroepen om , aangestoken door Gods liefde, het Licht uit de dragen in de wereld.  Er voor te zorgen dat het kerstevangelie uitgedragen wordt in de wereld. Laat door ons handelen iets van dat Koninkrijk van God zoals bezongen in ‘Eeuwige Kerst’  werkelijkheid worden!

Ik wens een ieder gezegende feestdagen toe en dat we ook in het komend jaar ‘handen’ kunnen geven  aan de komst Gods Koninkrijk.