
Hoe ik deze tijd beleef? Ik ervaar wat denk ik iedereen van ons ervaart. Een verlangen naar verlossing.
Verlost te worden van de angst op besmettingen en van protocollen
die alle spontaniteit noodgedwongen wegdrukken.
Verlost te worden van de constante stroom aan berichten
over besmettingen, ziekenhuisopnames, overlijdens,
maatregelen en overtredingen.
Verlost te worden van de eenzaamheid.
Verlost te worden van het afstand houden.
Verlost te worden van een kerk
waarin je maar een beperkt aantal mensen ziet en niet mag zingen.
Het valt me op hoe vatbaar wij mensen zijn, ook wij kerkmensen.
Vatbaar voor berichten over nepverlossing.
Vatbaar voor complotdenken, ook in de kerk.
Ook mensen die hoogopgeleid zijn, een prima baan hebben
en een fijn sociaal netwerk. Ze hebben grootste kritiek op de regering,
op de maatregelen, op nieuwe vaccins en ontwikkelaars daarvan.
Ze prediken een ‘verlossing’, nog met een christelijk sausje ook.
Maar wat is de boodschap die verlost?
Deze weken en deze dagen staan bol van gesprekken over Kerst:
hoe gaan we Kerst vieren?
Hoeveel mensen mogen aanschuiven bij het Kerstdiner?
De gesprekken domineren persconferenties en talkshows.
En ik begrijp het, maar ervaar het ook als bevreemdend,
nog meer dan vorige jaren.
Wat me opvalt is dat ik weinig hoor over Advent.
Oftewel: we willen snel doorspoelen,
fast forward, naar ‘verlossing’ zonder eerst de tijd te beleven van wachten, stil worden, inkeer, en voorbereiding.
Misschien omdat we denken
dat we die al ruimschoots hebben gehad als samenleving.
Toch wordt het geen Kerst zonder Advent.
Geen feest zonder wachten, stil worden voor God en inkeer,
en vergeving vragen voor wat scheef zit.
In het begin van de coronacrisis las ik een reactie
op de situatie waar we in verkeren.
Bisschop Steven Charleston schreef:
‘Nu is de tijd waarvoor ons geloof ons heeft voorbereid.
Nu is het moment dat we alles wat we geloven,
kunnen inzetten. (..)
we zijn niet bang voor deze crisis want we zijn erop voorbereid.
We hebben ons leven gewijd aan het geloof
dat er iets is dat groter is dan angst en ziekte.
We hebben geleerd en gebeden en zijn gegroeid in de Geest.
Nu kunnen we in de praktijk brengen wat we geloven.
Onze mensen hebben hoop nodig, vertrouwen, moed en compassie.
Precies de dingen waar wij voor zijn getraind.
Wij zijn de kalmte middenin de storm.
Dus laat je licht schijnen
zodat andere mensen het zien en ook vertrouwen krijgen.’
Toen ik het voor het eerst las vond ik het mooi.
Het sprak me aan, want het is positief; het is hoopgevend.
En dat hebben we nodig, juist nu.
Als je het Bijbelse verhaal van Zacharias uit Lukas 1 er naast legt wordt je is echter ontnuchterd.
Daar aan moest ik denken bij de reactie van Charleston op de crisis.
Zacharias behoorde tot de priesterorde.
Hij was zijn leven lang betrokken op de dienst aan God.
Je zou kunnen zeggen dat hij zijn leven lang had uitgekeken
naar dit moment om dient te doen in de tempel,
en het reukoffer te brengen.
Dat hij zijn leven lang juist hierop voorbereid was.
Maar op wat er dan gebeurt is hij juist niet voorbereid. Hij hapt naar adem. Hij kan de boodschap niet geloven.
Hij wordt met stomheid geslagen.
En na zijn tempeldienst zou hij buiten het volk de zegen geven.
Na het moment van het reukoffer brengen,
het andere moment suprême van zijn tempeldienst.
Als er één moment is waarop hij zou moeten spreken, dan hier wel.
En hij kan het niet. Hij, die zo was voorbereid.
Dat wij als gelovigen dus voorbereid zijn op de huidige crisis,
dat wij erop getraind zijn, dat wij het nu in praktijk kunnen brengen.
Dat wij de kalmte zijn in de storm. Dat is nogal een uitspraak.
Ik vraag het me af of het waar is.
Zacharias beleeft het grote moment waarop hij gewacht heeft,
hij al die jaren voor klaargestoomd was.
En dan… je valt door de mand… Is het erg dat we door de mand vallen? Nee, want juist dán komt het evangelie.
Juist dan blijkt waar onze kracht vandaan komt.
Juist dan blijkt wie werkelijk het verlossende woord spreekt:
de gezant van God en daarmee God Zelf, niet ik.
