1 Koningen 19,11-12

 

Voorbij het lawaai de alledaagse onrust klinkt een zacht, constant suizen.
Is dit het voorzichtige geluid van een stille opwekking?

‘Er kwamen vanochtend voor het eerst meer jonge mannen naar de kerk.’

‘Plotseling zitten onze kerkbanken vol met twintigers.’

‘Er komt een nieuw gezin op zondag. Hun tienerdochter sleept hen mee.’

Pardon? Dit zijn berichten die ik bijna niet kan geloven.

Want de afgelopen jaren werd de waarschuwing gehoord:
het westers christendom krimpt!
En de gesprekken die er dan over werden gevoerd
werden gekleurd met een ondertoon van verwarring en onzekerheid.
Het geluid werd zelfs zo sterk
dat we zelf er ook in begonnen te geloven.

En nu wijzen cijfers uit dat er sprake is van een voorzichtige groei van het kerkbezoek.

De cijfers van een recentelijk Brits onderzoek ondersteunen
– en later geflankeerd door Nederlands onderzoek
dat zelfs de landelijke media haalde –
de toename van kerkbetrokkenheid in de afgelopen jaren,
met name onder jonge mannen.
Het getuigt van een voorzichtig groeiende kerk,
de toegenomen positieve impact ervan in gemeenschappen
en spirituele openheid onder jongeren.
Dus ook in Nederland zie en hoor je van
hernieuwde en nieuwe belangstelling
voor het christelijk geloof.
Het schetst een beeld van een multi-etnische
en multi-generationele kerk die transformeert,
samen met een voortdurend veranderend cultureel landschap.
En dat het allemaal erg spannend.
Welke kant gaat het op en wat beklijft?

Het Britse rapport signaleert een algemene toename van mensen
die minstens één keer per maand naar de kerk gaan
en zichzelf christen noemen, van 8 naar 12 procent.
Het laat een radicale verschuiving zien
onder jongvolwassenen tussen de 18 en 24 jaar,
allemaal binnen de Generatie Z,
die vaker aan deze definitie van kerkgangers
voldoen dan welke andere generatie dan ook,
met uitzondering van degenen boven de 65.
Een verdere omkering van de normen is
dat het onderzoek mannen vaker naar de kerk brengt dan vrouwen,
in de meeste leeftijdsgroepen,
maar vooral onder mensen onder de 35.
Cruciaal in het rapport is dat het hier niet gaat om
‘jonge mannen die lid worden terwijl jonge vrouwen vertrekken’,
maar om een gezamenlijke toename van kerkbezoek.

Het lijkt erop dat het christendom misschien wel cool wordt gevonden.

Generatie Z gelooft het vaakst in God en bidt regelmatig.
Iets minder dan twee derde zou het fijn vinden als een christelijke vriend voor hen bidt,
en 47 procent van de niet-kerkgaande Generatie Z
vindt het goed dat christenen met niet-christenen over hun geloof praten.
Dit duidt op een verschuiving van het toeschrijven
van groei aan de invloed van culturele commentatoren of mediapersoonlijkheden,
naar zelfverzekerde lokale christenen die hun geloof delen met vrienden.
Maar in plaats van te worden aangespoord door influencers en intellectuelen,
komt de grootste impact voort uit relaties en persoonlijke uitnodigingen.
Journalist Tijs van den Brink laat in het Nederlands Dagblad optekenen:
‘Bereid je als kerk voor op een toestroom van nieuwe gelovigen’
Hij is niet verbaasd dat steeds meer jongeren
belangstelling tonen voor het christelijk geloof.
In zijn programma’s ziet hij signalen van een kentering.
Jongeren die zich via sociale media
tot het geloof bekeren of daar openlijk over praten.
Hardstyle-dj Sefa voelt zich net zo thuis op het festival Defqon.1
als in de Gereformeerde Gemeente.
Hij is op zoek naar zijn plek
in de muziekwereld als jonge gelovige.
‘Zondagsrust is het mooiste wat er is.’ zegt ie.

Deze opmerkelijke openheid voor religie en ervaringsgerichte spiritualiteit
onder Generatie Z is echter niet niet langer een anekdotische curiositeit;
dit is echte, gedocumenteerde groei die wordt getoond
in een opkomende spirituele generatie,
ontvangen door een culturele sfeer die steeds meer openstaat voor geloof.

Naar de kerk gaan is goed voor je.
In een tijdperk van zelfhulpfenomenen positioneert de kerk zich
als tegengif tegen een gefragmenteerd sociaal leven en psychische crises.
Kerkgangers van alle leeftijden zijn vaker gelukkig,
hebben meer hoop voor de toekomst en geloven
dat hun leven zinvol is dan niet-kerkgangers,
en zeggen minder vaak dat ze zich angstig of depressief voelen.
Cruciaal is dat deze bevindingen ook gelden voor jonge kerkgangers,
wat een extra reden is voor hun kerkbezoek. Simpelweg: het maakt ze gelukkiger.

Het is dé oplossing voor een generatie – met name jonge mannen –
die het digitale omringd is, maar sociaal geïsoleerd.
Kerkbezoek leidt tot een betere verbinding
met mensen in de bredere gemeenschap,
waarbij bijna twee derde van de 18- tot 34-jarigen
zich verbonden voelt met mensen in hun buurt,
vergeleken met slechts een kwart
van hun niet-kerkbezoekende leeftijdsgenoten.
Als we specifiek kijken naar jonge mannen in de kerk,
loopt dit percentage op tot 68 procent,
wat kerken een ongelooflijke kans biedt
om de eenzaamheidsepidemie te doorbreken.

‘Het verschil is verbluffend’, tekent het rapport op.
‘Het schetst een beeld van jongvolwassenen
die een diep gevoel van zingeving en levenstevredenheid
hebben gevonden door regelmatig naar de kerk te gaan,
die zich verbonden voelen met hun gemeenschap
en – in de gegevens die we hebben verzameld over hun sociale activiteiten –
ook graag iets terugdoen voor hun lokale gemeenschap.
Dit is niet het beeld
dat we doorgaans van jongvolwassenen in de media zien,
maar het is wel een krachtig beeld.

Naar de kerk gaan is niet alleen goed voor jezelf,
maar ook voor je gemeenschap.
De diepste bemoediging schuilt misschien wel in de blik
die het biedt op een christendom
dat geloof in actie uitstraalt.
Het onderzoek laat een beeld zien van kerkgangers
die niet alleen bezorgd zijn om hun eigen welzijn,
maar ook het leven van anderen willen verbeteren
– 78 procent van alle kerkgangers
is het erover eens dat het belangrijk is
om een verschil te maken in de wereld.

Vooral de jongere generaties van de kerken
die verlangen naar sociale verandering,
hebben vertrouwen en investeren in het bewerkstelligen
van positieve verandering,
en voelen zich verantwoordelijk
om bij te dragen aan hun gemeenschap.
Daden zoals regelmatig doneren aan een goed doel,
een lokale voedselbank steunen
en deelnemen aan activiteiten
ter verbetering van het milieu
worden gezien
als de gevolgen van christelijk geloof in actie.
Het geeft de gevolgen aan van kerkgang
door een diepe belichaming van Gods liefde
en het doorgeven van deze liefde aan anderen.

‘Dit zijn de indicatoren of je een ware gelovige bent of niet’, wordt eraan toegevoegd,
waarbij bemoediging uit bevindingen worden gedeeld.
Het gaat er niet om of je naar de kerk gaat of de liederen zingt.
Jezus legt uit hoe je kunt weten of je in het Koninkrijk bent of niet:
Ik had honger en jullie gaven me te eten,
ik had dorst en jullie gaven me te drinken.

Nu we de cijfers hebben, blijven er vragen over.
Hoe kunnen we reageren?
Waar leidt dit toe?
Zijn we getuige van de dood van het traditionele christendom? En dus?
Zeggen dat de bevindingen de kerk hebben verrast,
is misschien een understatement.
We leven in tijden van politieke onrust.
Religie en zo’n beetje alles wordt als wapen gebruikt.
De armoedekloof neemt toe, en niet alleen in materiële armoede.

De realiteit is dat we allemaal een rol te spelen hebben.
Het rapport is inclusief in zijn aanpak en aanbevelingen.
De eerste oproep is om de omvang en impact van kerkgangers
meer te erkennen,
iets wat kan worden overgenomen door sociale influencers en besluitvormers.
Er zijn ook aanbevelingen die meer gericht op mensen binnen de kerk:
om discipelschap en Bijbelonderwijs prioriteit te geven,
er moet nadruk gelegd worden
op het opbouwen van interpersoonlijke relaties.

Laten we echter dit mooie nieuws
ook met een korreltje zout nemen;
nuchter blijven
en niet meteen té euforisch worden.
Want de populariteit van het christendom
is de afgelopen tweeduizend jaar
vaker toegenomen én ook weer afgenomen.
Er zijn altijd tijden geweest dat het de snoepje van de maand – of van de eeuw – was,
zoals toen het zo’n 300 jaar na Jezus de officiële religie
van het Romeinse Rijk begon te worden.

Maar populariteit brengt ook gevaren met zich mee.
Wanneer de aantrekkelijkheid
van het christendom bekoeld is,
heeft het de neiging zijn ziel te verliezen,
zijn radicale aard verwaterd
zeker door de mensen
die zich tot het kruis trokken
als een soort modeaccessoire.
Op sommige momenten is het geslonken
tot een paar dappere zielen die de neergang trotseerden,
zoals de elf angstige discipelen
die in Jeruzalem bijeenkwamen na de executie van Jezus.
Of tot een groepje stoere, ruige christenen
dat maar blééf bidden tijdens jaren van vervolging
en vaak hun geloof met hun leven moesten bekopen.

Ook zijn de waarheidsaanspraken
van het christendom vaak niet populair.
Maar voor ons christenen
blijft ons geloof waar,
of mensen het nu geloven of niet.
Dus het feit dat er nu meer mensen geloven
dan een paar jaar geleden,
maakt het christelijk geloof
niet meer of minder waar.

Eerlijk gezegd heb ik die voorspellingen
over de ondergang van de kerk
toch nooit al te serieus genomen.
Daarom ben ik ook niet iemand
die meteen de slingers ophangt
als de voorspellingen
voor het christendom nu positief uitpakken.

Ik denk dat zij die geloven in Jezus,
een beetje sceptisch moeten zijn
over onderzoeken en statistieken.
Getalsmatige projecties en kansberekening
zijn nuttig om maatschappelijke trends te ontdekken,
maar ze hebben weinig invloed op waarheidsvragen.
Statistische analyses van wat er doorgaans met overledenen gebeurt,
zouden de opstanding immers nooit hebben kunnen voorspellen.

De aantrekkingskracht van het christelijk geloof
is juist dat het niet gebaseerd is
op hoeveel mensen erin geloven.
Het draait om een gebeurtenis
waarbij het eeuwige tijdelijk werd,
waarbij God de menselijke geschiedenis binnentrad
in de gedaante van een rabbi uit Galilea.
Het overstijgt daarom tijd en ruimte,
opiniepeilingen en enquêtes.
Het geeft een vertrouwen
dat niet geworteld is
in de wisselende stemming van de publieke opinie,
die het ene moment op
en het andere moment weer neer gaat,
maar juist iets blijvends, permanents en betrouwbaars.

Wees dus blij, als je dat wilt,
met het vooruitzicht op een komende,
hernieuwde golf van geloof.
Maar laat je niet misleiden door te denken dat dit iets bewijst.
Zoals Jezus ooit zei:
‘Verheug je er niet over dat de geesten zich aan je onderwerpen,
maar verheug je dat je namen in de hemel geschreven staan.’ (Lucas 10: 20)

En toch….
Voorbij het lawaai van twijfel en onzekerheid over het christendom
resoneert een zacht, laag en constant gezoem.
Het eist niets; het deelt.
Het overstemt anderen niet; het luistert.
Het houdt niets achter; het nodigt uit.
Het waardeert daden boven woorden.
Is dit het geluid van een stille opwekking?

De zeventiende-eeuwse Franse wis- en natuurkundige,
christelijk filosoof en theoloog Blaise Pascal schreef eens:

alle problemen van de mensheid komen voort
uit het onvermogen van de mens om rustig
alleen in een kamer te zitten.

En nu, vierhonderd jaar later, hebben we bewijs van hoe moeilijk we dit vinden.

Onderzoekers voerden een experiment uit
waarbij ze meerdere mensen alleen in een kamer plaatsten
met niets anders te doen dan daar vijftien minuten te zitten.
De meerderheid gaf toe zich ongemakkelijk te gaan voelen
als men zich met niets anders dan zijn gedachten bezighoudt.
Het experiment werd herhaald,
alleen werd er dit keer een instrument in de kamer geplaatst
dat een onaangename elektrische schok kon toedienen.
In de periode van vijftien minuten
diende één op de vier vrouwen zíchzelf de schok toe
om de verveling te verlichten.
Twee op de drie mannen deden dat ook.

Er is een kans dat we de verkeerde conclusies trekken
uit sociale experimenten
omdat het moeilijk is om in de gedachten van anderen te kruipen,
maar we kunnen hier een goede gok wagen.
Onze levens zijn overprikkeld.
Alleen in een kamer zijn met onze gedachten
voor een langere tijd is vreemd.
We hóren niet zo te leven menen we.
Onze smartphones zijn de ‘stok en staf die ons vertroosten’.
Elk vrij moment moet worden besteed aan TikTok, Instagram of Spotify.

Naarmate mensen ouder worden,
denken ze vaak dat de wereld zijn aandachtsspanne verliest,
zonder te beseffen dat de focus afneemt
naarmate we ouder worden.
Maar er lijkt iets te zijn veranderd in de afgelopen twee decennia.
Er is een geheel nieuwe digitale architectuur ontworpen
die er niet was.
Het creëert de buzz van de stad,
en is om ons heen verrezen als wolkenkrabbers,
waardoor koude schaduwen en bittere windtunnels
van woede en afleiding ontstaan die de warmte blokkeren.

Deze nieuwe online stad is opzettelijk ontworpen
om onze aandacht vast te houden;
om te voorkomen dat we offline iets gaan doen.
En het werkt.
Tussen 2010 en 2020 hebben we wereldwijd
twintig keer meer informatie verbruikt.
Dit is een kolossale toename voor onze hersenen
om in een oogwenk te verwerken.
Onze geest is minder geworden als het coole,
witte minimalistische interieurontwerp
waar mensen naar streven in het leven
en meer als het rommelhok
waar kapotte en nutteloze spullen
worden gedumpt.

Sommige wetenschappers stellen
dat we onszelf de schuld van deze situatie geven.
Als we anderen vertellen dat onze smartphone ons afleidt,
is het antwoord dat we krijgen dat we hem moeten uitzetten.
Hoewel we dit soort stappen kunnen ondernemen,
worden we er echter meer en meer afhankelijk
van gemaakt door techbedrijven .
Natuurlijk is er net als bij shopaholics
sprake van individuele verantwoordelijkheid,
maar er is ook het bouwwerk van consumentenkapitalisme
dat is ontworpen om ons meer spullen te laten kopen
of – in het geval van het internet –
meer informatie te laten absorberen.

Als we bedenken wat het betekent
om Jezus vandaag de dag te volgen,
beseffen we vaak niet wat technologie met ons doet.
De voordelen zijn duidelijk
– de wereld binnen handbereik hebben,
in een oogwenk met familie en vrienden kunnen praten –
maar de nadelen blijven onduidelijk.
Hoe beïnvloedt digitale afleiding
het lezen van de Bijbel
en een toewijding aan gebed?
Er is weinig onderzoek naar gedaan,
maar we geven God misschien
minder toegewijde aandacht dan voorheen.
Als we van de ene bron naar de andere fladderen,
als een vlieg op een warme zomerdag,
blijven we niet lang genoeg
op één plek om te ontdekken
of God daar op ons wacht.

Aanwijzingen van God komen vaak
van buiten het kerkelijk denken.
Nu heeft een groep tech-tovenaars uit Silicon Valley
het idee van een digitale sabbatical bedacht,
waarbij mensen één dag per week offline doorbrengen.
Hoewel ze zichzelf beschrijven
als niet bepaald religieus,
verdrinkt hun manifest
zo’n beetje in religieuze traditie.
Ze adviseren mensen om:

  • Technologie te vermijden
  • Contact te houden met geliefden
    Uw gezondheid te koesteren
  • Naar buiten te gaan
  • Commercie te vermijden
  • Kaarsen aan te steken
  • Wijn te drinken
  • Brood te eten
  • Stilte te vinden
  • Iets terug te geven

Het is een sabbatical die opnieuw is uitgevonden
voor het digitale tijdperk.

Er wordt een aantal praktische acties opgesomd
die kunnen worden ondernomen,
zoals gefocust blijven op de taak
en blootstelling aan sociale media te beperken,
omdat is aangetoond dat dit in grote hoeveelheden
slecht is voor de geestelijke gezondheid.
We moeten onze gedachten ook kunnen laten afdwalen.
Dit spreekt het argument
over het niet verliezen van de focus niet tegen.
Het afdwalen van de gedachten is, paradoxaal genoeg,
een vorm van aandacht.
Het is de ruimte waarin we de puzzels
van ons leven oplossen,
punten met elkaar verbinden
die we hadden gemist,
een plaatje inkleuren
om het tot leven te brengen.

Wanneer de profeet Elia God ontmoet op de berg Horeb,
is er eerst een sterke wind,
daarna een krachtige aardbeving
en ten slotte een laaiend vuur.
Maar God openbaart zichzelf
niet in deze aangrijpende verschijnselen.
Hij is te vinden in de pure stilte die volgt;
in het gefluister van een stem.

De pure stilte van vandaag wordt verbroken
door het vertrouwde gezoem van een nieuwsfeed
of een update op sociale media
– of de schok van een elektrische stroom.
Het is nu het moment dat we
binnen gehoorsafstand
van de zwakke audio
van het Goddelijke komen.

Kerkvader Augustinus wist het al:

onrustig blijft ons hart totdat het rust vindt in U’