Laatst werd er in een enquête aan respondenten gevraagd
wat ze leuk en niet leuk vonden aan Kerst en de resultaten waren opvallend.
Mensen vonden de kosten en uitgaven rond Kerst het meest vervelend.
De drie meest voorkomende antwoorden
in de categorie ‘niet leuk’ hadden betrekking op geld.
De klachten waren dat het ‘te commercieel’ is, ‘het duur is’
en dat het te druk is.

Daarentegen genieten mensen ervan
om tijd door te brengen met dierbaren
tijdens de feestdagen
(hoewel ‘spanningen met de familie’
ook op de lijst met ‘niet leuk’ voorkwam.
Geen verrassing daar).

De adventstijd is de periode waarin we
ons voorbereiden op de feestdagen.
De adventsdagen verstrijken terwijl de takenlijst groeit.
Hoe dichter we bij 25 december komen,
hoe groter de druk wordt om alles gekocht te hebben,
eten te bestellen
en contact op te nemen met familie.
Of je doet het natuurlijk allemaal al in november;
hoewel respondenten ook vonden
dat Kerst ‘te vroeg begint’.

Maar het is moeilijk om er niet door meegezogen te worden.
Kijk maar naar de reclames op tv.
Het verhaal dat ze vertellen is ambitieus:
het gaat over verbondenheid met familie en vrienden
en het vieren van die verbondenheid, met lekker eten.
Ze tonen een geromantiseerde kerstdag:
een prachtig versierd huis,
klaar om onvergetelijke herinneringen te creëren.
De druk is hoog voor mensen
om hun verhaal van verbondenheid waar te maken.
Dat is immers wat we volgens onderzoek het meest waarderen.

Dit is niet per se een slecht verhaal:
het idee van familie en plezier, spelletjes en vreugde is goed.
Maar de druk om dit beeld
van feestelijke pracht te creëren is potentieel enorm.
Het kost een hoop geld
om een huis te versieren,
naar verre familie te reizen
en gasten te ontvangen.
Het kost ons ook mentaal veel
om te plannen en voor te bereiden.
Voor mensen zonder familie
of die recent een familielid hebben verloren,
voor mensen die zich eenzaam voelen,
het financieel niet breed hebben,
ziek zijn of onder werkdruk staan,
kan het een emotioneel zware tijd zijn.

Wat is er mis met zulke planning en commercialisering?
Waarom hebben de respondenten
van het onderzoek er een hekel aan?
Misschien is het de gestage afdwaling van de kern
van wat Kerst werkelijk betekent.
Want de ‘ware betekenis van Kerst’
wordt elk jaar aangedragen als oplossing hiervoor.
Het is misschien dat ‘liefde overal is’
of iets dat te maken heeft met familie en vrienden.
Alleen als je een kerk binnenstapt,
hoor je misschien dat het gaat
om de geboorte van een verlosser.

De oplossing is om het verhaal van Advent
te transformeren van een verhaal van voorbereiding
naar een verhaal over een reis.
Christenen gebruiken tijden en seizoenen in het jaar
om het verhaal van God aan zichzelf en anderen te vertellen.
Je voorbereiden om Jezus te ontmoeten
en deel te nemen aan het kerstverhaal
is een heel andere reis
dan de reis die ons naar de winkels brengt,
naar het einde van onze to-do-list.

We herinneren ons de reis
die Maria, Jozef maakten
om zich te laten registreren voor de volkstelling.
Ze zoeken een plek om te overnachten
en ontdekken dat er niets anders beschikbaar is
dan een lege stal.
Dan is er de eerdere reis van Maria,
die een tegengeluid vormt
tegen de overheersende thema’s
van begin december.
Ze krijgt het nieuws
dat ze een heel belangrijk kind verwacht.
De engel die het nieuws brengt,
probeert haar gerust te stellen (‘wees niet bang’),
maar dat lijkt geen effect te hebben.
Maria haast zich
om haar bejaarde nicht Elizabeth te bezoeken,
die op haar oude dag ook een kind verwacht;
een langverwacht kind.
Elizabeth had in een maatschappij
die dat van haar eiste,
geen kind kunnen krijgen.
Angst was haar dus niet vreemd.

Maria arriveert bij Elizabeths huis
en wordt hartelijk verwelkomd door haar nicht.
Beide vrouwen,
wier levens vol druk en onzekerheid zijn,
begroeten elkaar met de verwachting
dat er iets hoopvols gaat gebeuren.
Elizabeth zegt bij het zien van Maria
dat ze gezegend is.
Geen standaard kerstgroet,
maar waarschijnlijk wel geruststellend
voor de overweldigde Maria.
Vervolgens wordt Maria het huis van Elizabeth
binnengebracht en verzorgd.
Maria zingt een loflied voor God
over wat komen gaat met de geboorte van haar kind.
In dat lied, bekend als het Magnificat,
beschrijft ze de transformatie van de samenleving
die op het punt staat te beginnen.
De geboorte van het kind zal het begin inluiden
van een ander soort gezin,
waar mensen erbij horen,
ongeacht hun status, macht of rijkdom.

Of je nu dus van Kerst houdt
of het verafschuwt,
Maria’s reis naar de veiligheid van Elizabeth
is een verhaal waar we allemaal deel van kunnen uitmaken.
Wanneer we ons zorgen maken
over de commercialisering van Kerst,
de overmatige uitgaven,
het falen dat inherent is
aan het nastreven van onze status,
kunnen we het verhaal
dat we over onszelf vertellen opnieuw ontdekken.
Het aftellen naar Kerst
kan gaan over de verwachting van iets hoopvols.
Niet alleen over prestatiedruk.

 

Ja, vandaag is het dan eindelijk officieel Black Friday,
Deze koopjesgekte is ontstaan in de Verenigde Staten
en valt op de dag na Thanksgiving Day,
dat wordt gevierd op de vierde donderdag in november.
Op deze vrijdag hebben de meeste werknemers
in de Verenigde Staten vrijaf.
Black Friday wordt beschouwd
als het begin van het seizoen voor kerstaankopen.
Maar Black Friday is overal al lang verworden
tot een Black Week of Month, met allerlei (nep)kortingen
om je in aanloop naar december zo veel mogelijk
van je overvloed en (spaar)centen af te helpen.
Want ondanks ons eeuwige geklaag;
de meesten van ons leven momenteel
in een voor veel anderen
onvoorstelbare overvloed.

Want gedurende de geschiedenis
bezaten en produceerden de meeste mensen
ongeveer net genoeg om in leven te blijven.
Lange tijd maakten boeren
(d.w.z. mensen met beperkte of geen landeigendomsrechten
die afhankelijk waren van een lokale heer)
een groot deel van de bevolking uit.
En hoewel boeren in sommige gevallen
welvaart bereikten,
was dit eerder de uitzondering
op de regel van zelfvoorzienende arbeid,
Voor bijna iedereen was de kans
op hongersnood allesbehalve theoretisch.

In dat opzicht verschilde de situatie
in de vroegmiddeleeuwse Lage Landen
nauwelijks van die in het eerste-eeuwse Palestina.
Ook daar verdienden negen van de tien mensen
net genoeg om te overleven
– en soms zelfs niet zoveel.
Zowel Josephus als het Nieuwe Testament
maken melding van de hongersnood
die Judea van 44-48 na Christus teisterde.
Er was in die tijd en plaats geen sociaal vangnet.
Mensen stierven van de honger.

Het was dus tegen dit soort mensen
die zich permanent bewust waren
van schaarste
dat een zekere rabbijn – tot voor kort zelf een dagloner – zei:

‘maak je geen zorgen over je leven,
over wat je zult eten of drinken,
noch over je lichaam, over wat je zult aantrekken.
Is het leven niet meer dan voedsel
en het lichaam niet meer dan kleding?
(…) Zoek liever eerst het koninkrijk van God
en zijn gerechtigheid,
dan zullen al die andere dingen
je erbij gegeven worden.
Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.’
(Matteüs 6)

Jezus’ publiek zou het er nog mee eens zijn geweest
dat alles uiteindelijk van God komt.
Maar: ‘wees niet bezorgd over morgen’?
In een wereld waar hongersnood
altijd slechts één mislukte oogst verwijderd is?
Jezus, instrueert dus in die context,
zijn publiek met een stalen gezicht,
om te leven alsof overvloed,
en niet schaarste,
de ultieme realiteit in het leven is.
Niet voor het eerst
lijkt Hij meer dan een beetje losgezongen te zijn
van hoe het werkelijk is om op deze planeet te leven.

Voor zover sommigen van ons moderne mensen
in geïndustrialiseerde samenlevingen
zich iets minder zorgen maken
over verhongeren of sterven
door blootstelling aan de elementen,
is dit te danken
aan de menselijke vindingrijkheid (hartelijk dank)
die manieren heeft bedacht
om onze productiviteit radicaal te verhogen.
Een onmiskenbaar magnifieke prestatie
maar ook een die andere vormen
van schaarste heeft verergerd.

Denk bijvoorbeeld aan de ‘aandachtseconomie’:
de strijd om steeds korter wordende aandachtsspanne te behouden.
Dezelfde computertools
die onze huidige levensstandaard
mogelijk hebben gemaakt,
hebben ons ook aangesloten
op een constante stroom
van veel meer informatie
dan we ooit zouden kunnen verwerken.
Zozeer zelfs dat aandacht schenken,
ogenschijnlijk een fundamenteel kenmerk
van het mens-zijn,
steeds meer gewaardeerd wordt.

Of neem tijd.
De econoom John Maynard Keynes, speculeerde
halverwege de twintigste eeuw,
dat automatisering
en een hogere productiviteit
vanzelfsprekend zouden leiden
tot minder stress en meer vrije tijd.
Maar wat hij niet voorzag,
is dat een toenemende productiviteit
de verwachtingen over hoe productief
we zouden moeten zijn, verhoogt.
Tijd, altijd en overal,
is het ultieme ‘verdwijnende bezit’,
maar de wildgroei aan timemanagementstrategieën
en gadgets vertelt ons,
denk ik, dat tijd nog schaarser lijkt
wanneer van ons verwacht wordt
(of van onszelf verwacht wordt)
dat we leven ‘to the max’.

Ik denk niet dat het overdreven is
om te stellen dat schaarste
de meest urgente realiteit is
in de menselijke ervaring.
In de een of andere vorm geldt dit
voor elke menselijke cultuur.
We bestrijden schaarste
met de drang om te vereenvoudigen, te stroomlijnen,
meer te doen met minder,
lifehacks te vinden
of nieuwe technologieën uit te vinden.

Jezus zegt echter dat we het moeten negeren.
Of in ieder geval dóen
alsof schaarste
niet zo interessant of belangrijk is.
God voedt de vogels en bekleedt de lelies;
jij bent belangrijker dan een vogel of lelie voor God;
dus zal God voor je zorgen.

Stop met stressen.

Dit voelt niet ambitieus of inspirerend.
Het voelt krankzinnig:
Ik heb een hypotheek.
Ik heb geld, energie, focus en tijd nodig;
niet de bizarre aansporingen
van een of andere mysticus.
Weet Jezus überhaupt wel iets van inflatie?

Maar het vreemde is dat hij dat wel weet.
Jezus staat absoluut niet los
van de realiteit van het dagelijks leven
in zijn tijd en omgeving.
Hij is op de hoogte van actuele gebeurtenissen
zoals instortende torens
en de machinaties van Herodes Antipas
(‘die vos’, noemt Jezus hem. Geen compliment).
Hij lijkt zich een beetje te vervelen om het politieke spel,
maar hij is zeker niet naïef over de machtsstructuren
en de grote spelers in Galilea en Judea.
Hij maakt van een sluwe,
oneerlijke kleine manager
de held van een van zijn verhalen.
Politiek, belastingen, sektarisch geweld,
instortende infrastructuur;
de evangeliën beschrijven Jezus
in zijn interactie met een wereld
die heel anders is dan de onze,
maar die toch direct herkenbaar is.

Het verschil is dat ik inflatiecijfers,
begrotingsgevechten, geopolitieke manoeuvres
om schaarse hulpbronnen
en toeleveringsketens beschouw
als ‘de echte wereld’,
terwijl het Koninkrijk der hemelen uit de Bijbel
iets moois is, maar ook een beetje zweverig,
en een beetje abstract.

Maar Jezus zag de dingen precies andersom.
Het koninkrijk is de Realiteit,
terwijl de heren der heidenen,
het betalen van belastingen,
zelfs de dringende dagelijkse zorgen
over voedsel en kleding,
allemaal vluchtig of hooguit secundair zijn.
En het koninkrijk is overvloedig,
want de Koning geeft geen stenen
wanneer zijn kinderen brood nodig hebben.

Wat betekent het om te leven
alsof overvloed
en niet schaarste
het laatste woord heeft?
Ik weet het niet.
Wat ik wel weet,
is dat het vaak echt te krankzinnig voelt,
om te denken dat ik genoeg tijd,
geld, energie, focus
of wat dan ook kan besparen
om een leven op te bouwen
waarin ik vervulling of vrede vind.
Er zitten barsten in mijn nuchtere,
economisch rationele wereld
die me doen afvragen:
wat als ik geen geld, tijd, energie heb
– niets anders dan mijn dagelijks brood –
en ik er vervolgens achter kom
dat ik alles al heb wat ik nodig heb?

 

Vakantie… het schoolseizoen is bijna voorbij en de lange avonden vragen om dineren in de buitenlucht.
En natuurlijk is het tijd om ons best mogelijke leven te leiden,
terwijl we de fantasie najagen en een oogverblindend dure vakantie boeken…
om ‘er even helemaal tussenuit te gaan’.

Maar hoe dan ook, een vakantie is altijd van korte duur.
Een gemiddelde vakantie duurt veertien dagen, misschien zelfs gewoon een lang weekend.
Als je echt je best doet een luxe drie of zelfs vier weken.
Maar hoe lang het ook is, het is – per definitie – niet levenslang.
We smachten er naar – ‘ ik kan niet wachten om weg te gaan’-
en er kan een enorme verwachting zijn
dat alle dingen waar we mee worstelen
op magische wijze minder stressvol zijn ‘als ik terugkom’.
We denken dat alle uitputting die we met ons meedragen,
alle frustratie of teleurstelling, het overwerken
waarmee we dagelijks leven, zal verdwijnen.
We vreten ons vol met ontspanning en leggen onszelf enorme druk op
om PLEZIER te HEBBEN en
– dat wat de sluwe nieuwe marketingstrategie is geworden –
‘geweldige herinneringen te maken’.
Wat allemaal nog zwaarder werk kan blijken te zijn
dan waar we van af proberen te komen.

Omdat ik erg geïnteresseerd ben in de etymologie van woorden, zocht ik het woord ‘vakantie’ op.
Het betekent ‘formele opschorting van activiteit,
tijd waarin er een onderbreking is van de gebruikelijke werkgelegenheid’
‘staat van onbezet zijn’.
Het woord vakantie is afgeleid van het Latijnse vacare, dat staat voor leeg of vrij zijn.
In het Engels spreken ze ook van ‘holiday’.
En dan kom je een betekenis tegen als ‘een periode waarin je niet op het werk bent’
‘een periode waarin je reist of uitrust buiten huis’
(hmm, ik weet niet zeker of je altijd rust hebt of tot rust komt, maar toch);
En een simpele vertaling: ‘heilige dag’
Wacht even, wat?

De meeste wereldreligies of filosofieën
hebben een soort ritme of patroon voor het leven, inclusief rusttijden.


Deze vallen vaak (maar niet altijd) samen met een soort eredienst of festival.
Dit zijn tijden die losstaan van de dagelijkse bezigheden van het “normale leven”.
Interessant genoeg is rust in de Joods-christelijke traditie vanaf het begin ingebakken.
Na een werkweek van zes dagen,
zo vertelt het begin van het scheppingsverhaal ons, rustte God.
En om het punt te onderstrepen, gaf diezelfde God zijn volk later de 10 geboden,
waarvan er één is: neem een dag vrij.

Het woord “heilig” betekent apart gezet,
heilig en midden in de joodse en christelijke levensstijl
is er een oproep om wat tijd heilig te houden,
tijd apart gezet wanneer we niet druk bezig zijn,
wanneer we ons herinneren
dat we menselijk en beperkt zijn en rust nodig hebben.
Wanneer we wat objectiviteit kunnen krijgen
over onze productiviteit;
wanneer we kunnen zien
(zoals God al die jaren geleden deed)
dat wat we hebben gedaan goed is en we ervan kunnen genieten.

In onze 24/7, ik-bereik-dus-ik-ben-cultuur,
doen we vrijwel zeker geen dag per week niets.
We doen altijd wel iets.
Zelfs op onze vrije dag(en) lezen of scrollen
of rennen we of “maken we herinneringen”.
Waar is de rust? Waar is het heilige?

En er is een ironisch drukke industrie
die de laatste jaren is ontstaan rondom mindfulness en retraites;
een industrie die de ultieme menselijke behoefte aan rust benadrukt.
Er zijn apps die ons helpen ademen,
er zijn goeroes die ons lichaam en geest masseren.
Cynisch genoeg beweren sommigen dat het kapitalisme
de eeuwenoude noodzaak heeft om onze menselijkheid
te erkennen en te verzorgen,
onze behoefte om te stoppen met doen en gewoon te zijn.
Ik denk dat God zou zeggen: hoera!
Of zoals Jezus het zei: “Kom met mij mee naar een rustige plek en vind wat rust.”

maar hoe kunnen we rust weer op de agenda van ons eigen leven zetten?
Het is voor ieder van ons anders.
De rust van de een is de nachtmerrie van de ander.
Hoe het er ook uitziet, we moeten leren
hoe we ‘een periode van tijd zonder werk’ kunnen hebben
(wat voor werk ons ook bezighoudt, betaald of onbetaald, gezien of ongezien).
Het is een bekend feit dat als je elektronische apparaat niet goed meer werkt,
als je het even uitzet, het vrolijk opnieuw opstart
en we worden aangemoedigd om onze apparaten
regelmatig opnieuw op te starten.
We weten allemaal dat we een beetje zo zijn en toch…
We functioneren niet goed,
en ik bedoel dat we niet floreren… als we nooit de stekker eruit trekken.
Zo zijn we gemaakt.

We hebben die momenten nodig
waarop we een spirituele paraplu in het glas van ons leven zetten,
achterover leunen en kijken naar wat is geweest.
We kunnen ruimte maken voor dankbaarheid;
voor herverbinding met onszelf,
met ons leven en zelfs met de Almachtige God
die rust geeft.

Dus deze zomer gaan we naar…
Ik ben nu al helemaal uitgeput.
Ik heb werk voorbereid
zodat ik klaar ben voor de dag als we terugkomen;
liters zonnebrandcrème gekocht (voor het geval dat het niet meer verkrijgbaar is);
Pfoeh… Op vakantie gaan is echt hard werken en ik ben nog niet eens geweest.
Maar dit jaar, terwijl ik mijn zonnebril opzet en me insmeer met factor 50,
ben ik vastbesloten om tijd te maken
om het heilige in mijn vakantie te brengen.
En heilige dagen in mijn leven.