
Veel mensen zeggen: elk mens heeft een kiem van geloof, een klein begin. Dat kleine begin heeft de Heilige Geest buiten de Bijbel om
in het hart van elk mens gelegd.
Door de verkondiging wordt die kiem tot leven gewekt.
Ik zie dat echter anders: God breekt ons hart open.
Theologisch gezegd: God werkt het verstand in ons hart.
Het geloof is niet alleen een zaak van verstand,
maar raakt ons hart, ons diepste zelf.
Terwijl in heel de maatschappij wordt geleerd
dat je leven een
project is wat je zelf vorm moet zien te geven,
wat je naar je eigen voorkeuren en passies mag invullen…,
waar je iets van moet maken waar je trots op kunt zijn,
waar je van kunt genieten…,
leert Jezus ons om ons leven te zien als een offer, een geschenk voor God. Je leeft allereerst voor Hem.
Kijk zo naar je eigen leven.
Probeer niet het ene met het andere te combineren:
zoiets als: mijn leven als mijn eigen project,
waarin ik dan ook nog wat offer aan God?
Ik merk ook bij mijzelf dat ik het soms zo lastig vind
als al die mensen om me heen gewoon bezig zijn
met hun eigen leven en hun eigen idealen
– van een mooi huisje tot een glansrijke carrière,
een uitgegroeide hobby, of gewoon allerlei leuke dingen doen,
wat leuks van het leven te maken – om dan toch zelf te zeggen:
‘maar ik kies eerst voor God.
Ik wil Hem grootmaken met mijn leven, dat is het allerbelangrijkste.
Ik buig niet om, ja, ik buig alleen voor God.’
Thomas a Kempis zei het – met hele oude woorden – eens als volgt:
Vol vertrouwen op uw goedheid, Heer,
en uw grote barmhartigheid kom ik tot U,
een zieke bij zijn arts, een hongerige
en dorstige bij de bronnen van het leven,
een bezitloze bij de koning van de hemel, een dienaar bij zijn Heer,
een schepsel bij zijn schepper, een ontredderd mens bij zijn milde trooster. Maar hoe bestaat het dat U tot mij komt?
Wie ben ik, dat U uzelf aan mij geeft?
Hoe waagt een zondaar het voor U te verschijnen?
En U, hoe verwaardigt U zich tot een zondaar te komen?
U kent uw dienaar en weet dat er niets goeds in hem steekt
en dat er geen enkele reden is om hem dit te geven.
Ik belijd dus mijn nietswaardigheid, ik erken uw goedheid,
ik prijs uw mildheid en breng U dank om uw grote liefde.
