Ja, vandaag is het dan eindelijk officieel Black Friday,
Deze koopjesgekte is ontstaan in de Verenigde Staten
en valt op de dag na Thanksgiving Day,
dat wordt gevierd op de vierde donderdag in november.
Op deze vrijdag hebben de meeste werknemers
in de Verenigde Staten vrijaf.
Black Friday wordt beschouwd
als het begin van het seizoen voor kerstaankopen.
Maar Black Friday is overal al lang verworden
tot een Black Week of Month, met allerlei (nep)kortingen
om je in aanloop naar december zo veel mogelijk
van je overvloed en (spaar)centen af te helpen.
Want ondanks ons eeuwige geklaag;
de meesten van ons leven momenteel
in een voor veel anderen
onvoorstelbare overvloed.

Want gedurende de geschiedenis
bezaten en produceerden de meeste mensen
ongeveer net genoeg om in leven te blijven.
Lange tijd maakten boeren
(d.w.z. mensen met beperkte of geen landeigendomsrechten
die afhankelijk waren van een lokale heer)
een groot deel van de bevolking uit.
En hoewel boeren in sommige gevallen
welvaart bereikten,
was dit eerder de uitzondering
op de regel van zelfvoorzienende arbeid,
Voor bijna iedereen was de kans
op hongersnood allesbehalve theoretisch.

In dat opzicht verschilde de situatie
in de vroegmiddeleeuwse Lage Landen
nauwelijks van die in het eerste-eeuwse Palestina.
Ook daar verdienden negen van de tien mensen
net genoeg om te overleven
– en soms zelfs niet zoveel.
Zowel Josephus als het Nieuwe Testament
maken melding van de hongersnood
die Judea van 44-48 na Christus teisterde.
Er was in die tijd en plaats geen sociaal vangnet.
Mensen stierven van de honger.

Het was dus tegen dit soort mensen
die zich permanent bewust waren
van schaarste
dat een zekere rabbijn – tot voor kort zelf een dagloner – zei:

‘maak je geen zorgen over je leven,
over wat je zult eten of drinken,
noch over je lichaam, over wat je zult aantrekken.
Is het leven niet meer dan voedsel
en het lichaam niet meer dan kleding?
(…) Zoek liever eerst het koninkrijk van God
en zijn gerechtigheid,
dan zullen al die andere dingen
je erbij gegeven worden.
Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.’
(Matteüs 6)

Jezus’ publiek zou het er nog mee eens zijn geweest
dat alles uiteindelijk van God komt.
Maar: ‘wees niet bezorgd over morgen’?
In een wereld waar hongersnood
altijd slechts één mislukte oogst verwijderd is?
Jezus, instrueert dus in die context,
zijn publiek met een stalen gezicht,
om te leven alsof overvloed,
en niet schaarste,
de ultieme realiteit in het leven is.
Niet voor het eerst
lijkt Hij meer dan een beetje losgezongen te zijn
van hoe het werkelijk is om op deze planeet te leven.

Voor zover sommigen van ons moderne mensen
in geïndustrialiseerde samenlevingen
zich iets minder zorgen maken
over verhongeren of sterven
door blootstelling aan de elementen,
is dit te danken
aan de menselijke vindingrijkheid (hartelijk dank)
die manieren heeft bedacht
om onze productiviteit radicaal te verhogen.
Een onmiskenbaar magnifieke prestatie
maar ook een die andere vormen
van schaarste heeft verergerd.

Denk bijvoorbeeld aan de ‘aandachtseconomie’:
de strijd om steeds korter wordende aandachtsspanne te behouden.
Dezelfde computertools
die onze huidige levensstandaard
mogelijk hebben gemaakt,
hebben ons ook aangesloten
op een constante stroom
van veel meer informatie
dan we ooit zouden kunnen verwerken.
Zozeer zelfs dat aandacht schenken,
ogenschijnlijk een fundamenteel kenmerk
van het mens-zijn,
steeds meer gewaardeerd wordt.

Of neem tijd.
De econoom John Maynard Keynes, speculeerde
halverwege de twintigste eeuw,
dat automatisering
en een hogere productiviteit
vanzelfsprekend zouden leiden
tot minder stress en meer vrije tijd.
Maar wat hij niet voorzag,
is dat een toenemende productiviteit
de verwachtingen over hoe productief
we zouden moeten zijn, verhoogt.
Tijd, altijd en overal,
is het ultieme ‘verdwijnende bezit’,
maar de wildgroei aan timemanagementstrategieën
en gadgets vertelt ons,
denk ik, dat tijd nog schaarser lijkt
wanneer van ons verwacht wordt
(of van onszelf verwacht wordt)
dat we leven ‘to the max’.

Ik denk niet dat het overdreven is
om te stellen dat schaarste
de meest urgente realiteit is
in de menselijke ervaring.
In de een of andere vorm geldt dit
voor elke menselijke cultuur.
We bestrijden schaarste
met de drang om te vereenvoudigen, te stroomlijnen,
meer te doen met minder,
lifehacks te vinden
of nieuwe technologieën uit te vinden.

Jezus zegt echter dat we het moeten negeren.
Of in ieder geval dóen
alsof schaarste
niet zo interessant of belangrijk is.
God voedt de vogels en bekleedt de lelies;
jij bent belangrijker dan een vogel of lelie voor God;
dus zal God voor je zorgen.

Stop met stressen.

Dit voelt niet ambitieus of inspirerend.
Het voelt krankzinnig:
Ik heb een hypotheek.
Ik heb geld, energie, focus en tijd nodig;
niet de bizarre aansporingen
van een of andere mysticus.
Weet Jezus überhaupt wel iets van inflatie?

Maar het vreemde is dat hij dat wel weet.
Jezus staat absoluut niet los
van de realiteit van het dagelijks leven
in zijn tijd en omgeving.
Hij is op de hoogte van actuele gebeurtenissen
zoals instortende torens
en de machinaties van Herodes Antipas
(‘die vos’, noemt Jezus hem. Geen compliment).
Hij lijkt zich een beetje te vervelen om het politieke spel,
maar hij is zeker niet naïef over de machtsstructuren
en de grote spelers in Galilea en Judea.
Hij maakt van een sluwe,
oneerlijke kleine manager
de held van een van zijn verhalen.
Politiek, belastingen, sektarisch geweld,
instortende infrastructuur;
de evangeliën beschrijven Jezus
in zijn interactie met een wereld
die heel anders is dan de onze,
maar die toch direct herkenbaar is.

Het verschil is dat ik inflatiecijfers,
begrotingsgevechten, geopolitieke manoeuvres
om schaarse hulpbronnen
en toeleveringsketens beschouw
als ‘de echte wereld’,
terwijl het Koninkrijk der hemelen uit de Bijbel
iets moois is, maar ook een beetje zweverig,
en een beetje abstract.

Maar Jezus zag de dingen precies andersom.
Het koninkrijk is de Realiteit,
terwijl de heren der heidenen,
het betalen van belastingen,
zelfs de dringende dagelijkse zorgen
over voedsel en kleding,
allemaal vluchtig of hooguit secundair zijn.
En het koninkrijk is overvloedig,
want de Koning geeft geen stenen
wanneer zijn kinderen brood nodig hebben.

Wat betekent het om te leven
alsof overvloed
en niet schaarste
het laatste woord heeft?
Ik weet het niet.
Wat ik wel weet,
is dat het vaak echt te krankzinnig voelt,
om te denken dat ik genoeg tijd,
geld, energie, focus
of wat dan ook kan besparen
om een leven op te bouwen
waarin ik vervulling of vrede vind.
Er zitten barsten in mijn nuchtere,
economisch rationele wereld
die me doen afvragen:
wat als ik geen geld, tijd, energie heb
– niets anders dan mijn dagelijks brood –
en ik er vervolgens achter kom
dat ik alles al heb wat ik nodig heb?

 

Maar de vraag dringt zich op: kunstmatige intelligentie, AI,
het was toch ontworpen om ons te redden?
Je hoort en leest immers over groepen mensen
die gevangen zitten in algoritmes,
of door desinformatie worden misleid
De ontwerpers van AI beweren volmondig
dat hun systeem er is ten bate van de gebruiker.
En zeker, AI is ongetwijfeld nuttig.
De antwoorden die ik eerder kreeg over ‘de grootste levensvragen’ waren zeker nuttig.
Maar AI als ultieme levensgezel, hoe zit dat dan?

Want AI kan gezelschap bieden aan eenzame mensen,
kan creativiteit stimuleren wanneer we leeg zijn
en kan ons productiever maken.
Het geeft ook zonder aarzeling antwoord op elk soort vraag.
Het kan, kortom, een toevluchtsoord.
Veel chatbots hebben namen, wat ons gevoel van veiligheid versterkt.
Want namen definiëren en labelen dingen,
maar ze doen veel meer dan dat.
Namen bevorderen verbinding.
Ze kunnen een relatie oproepen en beschrijven,
waardoor we een intieme band
kunnen opbouwen met de genoemde dingen.
Maar wanneer de betreffende ‘dingen’ AI-chatbots zijn,
kunnen we echter in de problemen komen.

Want chatbots kunnen volgens onderzoek bijdragen aan
‘schadelijke stigmatisering en gevaarlijke reacties’.
Sterker nog, ze kunnen psychotische symptomen zelfs versterken.
Hoe meer we leren, hoe meer we beginnen te begrijpen
dat een groot deel van de wereld
die AI-chatbots bieden, een illusie is.

Vroegchristelijke denkers hadden een aparte categorie
voor precies dit soort illusie:
de demonische.
Ze zagen demonen niet als rode, gehoornde lichamen
maar als entiteiten met de macht om illusies te creëren:
visioenen, verschijningen en bedrieglijke tekenen
die de menselijke perceptie van de werkelijkheid vertekenden.
Demonen personifieerden ook trots.
Als gevallen engelen keerden ze zich af van de waarheid
en richtten zich op zichzelf.
Hun illusies verleidden mensen om die trots te delen
door valse grootheid te geloven
en zich vast te klampen aan een valse toevlucht.

Door zo naar die vroegchristelijke benaderingen van demonologie te kijken
kan het ons helpen duidelijker te zien
wat er op het spel staat
bij het onvoorwaardelijk omarmen van AI-chatbots.

Want volgens vroege christelijke denkers
opereerden demonen zelden met brute kracht.
In plaats daarvan werkten ze door middel van bedrog.
Athanasius van Alexandrië (ca. 296–373)
was een bisschop en theoloog
die Het leven van Antonius schreef.
Hierin beschreef hij hoe de grote woestijnvader
werd geplaagd door demonische visioenen,
fantomen van wilde dieren, verschijningen van goud
en zelfs valse engelen van het licht.
Het cruciale gevaar was niet een fysieke aanval, maar een illusie.
Demonen werden gezien als wezens
die schijnvertoningen creëerden
om te verwarren en te misleiden.
Een monnik in zijn cel
kon stralend licht zien en prachtige stemmen horen,
maar hij moest het zorgvuldig testen,
want demonen vermommen zich als engelen.

Evagrius van Pontus (ca. 345–399),
een christelijke monnik, asceet en theoloog
die invloedrijk was in de vroege monastieke spiritualiteit,
waarschuwde dat demonen zich in het denken drongen
en ideeën plantten die aanvoelden
alsof ze door henzelf waren gegenereerd,
maar die iemand in feite op een dwaalspoor brachten.
Deze notie dat het demonische het meest effectief is
wanneer het via de schijn werkt
vormde het hele ascetische project.
Demonen weerstaan betekende hun illusies weerstaan.

Augustinus van Hippo (354-430)
was een Noord-Afrikaanse bisschop en theoloog
wiens geschriften het westerse christendom vormgaven.
In zijn boek De Stad Gods
betoogde hij dat heidense religie
grotendeels een uitgebreid systeem
van demonische misleiding was.
Demonen, zo betoogde hij, veroorzaakten valse wonderen,
manipuleerden dromen
en inspireerden theatervoorstellingen om de massa te verleiden.
Ze handelden in spektakel en verleidden de verbeelding
en het verlangen in plaats van de waarheid te presenteren.

AI-chatbots functioneren op een opvallend vergelijkbare wijze.
Ze oefenen geen macht uit door fysieke dwang.
In plaats daarvan creëren ze illusies.
Ze kunnen een gezaghebbend klinkend verhaal
vol onwaarheden produceren.
Ze kunnen beelden creëren van mensen
die iets doen wat nooit is gebeurd.
Ze kunnen gezelschap bieden
dat leidt tot zelfbeschadiging of zelfs zelfmoord.
Net als het demonische opereert de chatbot
door middel van van beeld, geluid en gedachte.
Het produceert schijnbeelden die de zintuigen overtuigen,
maar ze tegelijkertijd loskoppelen van de realiteit.
Het risico is niet dat de chatbot ons dwingt,
maar dat hij ons bedriegt;
net als demonische machten.

Ook het gebruik van AI-chatbots verleidt ons met illusies van trots.
Een schrijver kan bijvoorbeeld
door AI gegenereerd werk
als zijn eigen werk presenteren.
Het gevaar hier is niet alleen dat men bedrogen wordt,
maar dat men medeplichtig wordt aan bedrog,
door illusie te gebruiken om zichzelf groter te maken.

Vroegchristelijke theologen zoals Athanasius, Evagrius en Augustinus
waarschuwden dat trots het zekerste teken van demonische invloed was.
Voor zover AI ons verleidt tot opgeblazen beelden van onszelf,
volgt het hetzelfde patroon.

Als het om AI-chatbots gaat,
hebben we een discipline van onderscheidingsvermogen nodig
om te testen of de afbeeldingen en teksten
de kenmerken van waarheid of bedrog dragen.
Net zoals monniken niet elk licht konden vertrouwen,
kunnen wij niet elk beeld of elke zelfverzekerde alinea vertrouwen
die door de chatbots wordt geproduceerd.
We hebben verificatiecriteria
en onderscheidingsvermogen nodig
om te voorkomen
dat illusie voor realiteit wordt aangezien.

Zo is hulp nabij.

Want door de eeuwen heen
hebben christenen gereageerd op demonische illusies,
niet met naïeve goedgelovigheid
of een algehele afwijzing van de zintuiglijke wereld,
maar door het harde werk van onderscheidingsvermogen:
het testen van schijn, het cultiveren van disciplines van verzet
en het richten van verlangen op de waarheid.

Het Leven van Antonius beschrijft hoe de monnik
demonische illusies confronteerde met ascetische discipline.
Toen Antonius geconfronteerd werd met visioenen van schatten,
weigerde hij zich te laten leiden door verlangen.
Toen hij werd aangevallen door verschijningen,
bleef hij in gebed.
Hij testte visioenen op hun effecten:
waarachtige visioenen brachten nederigheid,
vrede en helderheid teweeg,
terwijl demonische illusies trots,
onrust en verwarring opwekten.

We kunnen een levenswijze cultiveren die hetzelfde doet.
Weerstand bieden aan de illusies vereist
mogelijk vormen van ascese:
vasten van chatbots
en het cultiveren van geduld bij de verificatie.

Nee. AI-illusies zijn op zichzelf niet per se demonisch.
De sleutel is of de illusie voorbij zichzelf wijst
naar de waarheid en de werkelijkheid,
of dat het ons in een staat van misleiding brengt.

president Donald Trump met een dogecoin

 

De importheffingen die Donald Trump op ‘Bevrijdingsdag’(Liberation Day) invoerde,
hebben wellicht geleid tot scherpe schommelingen
op de wereldwijde financiële markten,
maar zijn acties op de markten enkele maanden eerder
waren in sommige opzichten nog merkwaardiger.

Op de vrijdag voor zijn inauguratie als 47e president van de VS in januari
verraste de Republikein velen met de lancering van de $TRUMP memecoin,
die door zijn website werd omschreven als
‘de enige officiële Trump-meme’.
De cryptomunt, waarin Trumps familiebedrijf een belang had,
steeg in waarde tot meer dan $14 miljard in het daaropvolgende weekend.

Op zondag lanceerde Trumps vrouw Melania vervolgens haar eigen memecoin,
$MELANIA, die een waarde bereikte van $8,5 miljard.
Zelfs de dominee die sprak tijdens de inauguratie van de president
lanceerde vervolgens zijn eigen memecoin.

Voor degenen die zich afvragen
wat een memecoin precies is, u bent niet de enige.
In het kort, het is een vorm van cryptovaluta
– een activaklasse die op zichzelf al veel vragen
heeft opgeroepen over de inhoud en het doel ervan –
en die online virale momenten vertegenwoordigt.
Ze hebben geen fundamentele waarde of bedrijfsmodel
en hebben volgens de Amerikaanse effectentoezichthouder
‘doorgaans een beperkt of geen nut of functionaliteit’.

De munten van Donald en Melania Trump
daalden vervolgens in prijs,
maar hebben nog steeds een waarde
van respectievelijk ongeveer $ 2,5 miljard en $ 214 miljoen,
aldus de website CoinMarketCap.

Er bestaan nog veel meer munten.
PEPE, gebaseerd op een stripfiguur kikker,
heeft een waarde van ongeveer $ 3,6 miljard;
BONK, een cartoonhond,
heeft een marktkapitalisatie van $ 1,5 miljard;
en PNUT, een verwijzing naar een eekhoorn
die door de autoriteiten in New York is geëuthanaseerd
en waarover Trump naar verluidt ‘opgewonden’ was
(hoewel er sindsdien twijfels zijn gerezen
over de betrokkenheid van de president bij de kwestie),
wordt nog steeds gewaardeerd
op ongeveer $ 174 miljoen, ondanks de scherpe prijsdaling.

Dogecoin, gezien als ’s werelds eerste memecoin
en oorspronkelijk als grap bedacht,
heeft een marktwaarde van ongeveer $ 25 miljard.

De bereidheid van sommige mensen om een ‘activa
te kopen zonder nut of fundamentele waarde
lijkt misschien vreemd voor meer traditionele beleggers.
Maar het kan worden gezien als slechts één manifestatie
van het speculatieve beleggersgedrag
dat sinds het begin van de coronapandemie
en, sterker nog, in bepaalde perioden
door de geschiedenis heen zichtbaar is.

De prijs van bitcoin steeg onlangs boven de $ 100.000,
ondanks dat veel beleggers
het nog steeds als weinig tot geen waarde beschouwen
Begin 2021 stegen de aandelen van GameStop
– een verlieslatende Amerikaanse videogameretailer
waartegen sommige hedgefondsen gokten –
met maar liefst 2400 procent,
toen particuliere beleggers zich massaal inschreven,
veelal met als doel de short sellers van hedgefondsen pijn te doen
De enorme stijging van AI en andere tech-aandelen
in de afgelopen jaren
– tot de recente volatiliteit als gevolg van invoerrechten –
wordt door sommige commentatoren ook wel een zeepbel genoemd.

Of dergelijke episodes vergeleken kunnen worden
met beruchte periodes van speculatieve manie uit de geschiedenis,
hangt af van je standpunt (en kan vaak alleen achteraf beoordeeld worden)
– of het nu gaat om de Nederlandse tulpenmanie (tulpenkoorts) uit de 17e eeuw,
of de dotcomhausse en -crisis van eind jaren 90 en begin jaren 2000.

Maar het roept wel de vraag op wanneer beleggen
als speculatie of zelfs als gokken beschreven moet worden?
En wat is het goede en het kwade van al die activiteiten?

Gokken kan worden gezien als het riskeren
van een inzet op bijvoorbeeld de uitslag van een kansspel
of sport in de hoop op een hogere uitbetaling.
Hoewel de uitslag vaak puur op toeval berust,
kan in sommige gevallen een strategie of een onderzoekselement
(bijvoorbeeld naar de vorm van een paard of een voetbalteam)
worden gebruikt.
Investeren daarentegen gaat meestal gepaard
met een vermeend economisch nut en activa
waarvan wordt aangenomen
dat ze een onderliggende waarde hebben,
en biedt de hoop op toekomstige winst
(hoewel er ook tal van slechte investeringen zijn
of investeringen die tot nul zijn gedaald).
Hoewel een belegger erop voorbereid moet zijn
de volledige inzet te verliezen,
is een dergelijke gebeurtenis
in sommige gevallen relatief onwaarschijnlijk
(bijvoorbeeld als hij een fonds koopt
dat de prestaties van een grote beurs volgt).
Speculatie is moeilijker te definiëren,
maar wordt over het algemeen gezien
als een kortere termijn dan investeren,
met een grotere kans op een grotere winst of verlies,
en afhankelijk van prijsschommelingen.
Terecht of onterecht heeft de term
een negatievere connotatie dan investeren.

Nell-Breuning was een schrijver
die de ethiek van deze activiteiten onderzocht.
Tevens was hij een jezuïet, theoloog en econoom
en adviseur was van de paus.

Hoewel hij vond dat
‘één algemene definitie niet alle nuances’
van speculatie kan omvatten,
identificeerde hij twee verschillende soorten speculatieve activiteit:
één die puur gericht was op winst maken
met de handel op de financiële markten,
en één die gebaseerd was
op het proberen een levensvatbaar bedrijf op te zetten.

Nell-Breuning ontdekte dat speculatie positieve effecten kan hebben
– denk bijvoorbeeld aan een betere liquiditeit en prijsvorming op een markt,
terwijl speculanten op termijnmarkten voor grondstoffen
producenten in staat stellen risico’s af te dekken.

Maar hij betoogde ook dat er negatieve effecten kunnen zijn,
bijvoorbeeld als speculanten bedrijven
in de reële economie dwingen hun plannen te wijzigen
of tijd en middelen aan de productie te besteden.

En terwijl gokken doorgaans plaatsvindt
binnen een kring van spelers
die ervoor hebben gekozen om deel te nemen,
kan speculatie, schreef hij,
een groter deel van de samenleving beïnvloeden
– bijvoorbeeld als het de koers
van hun aandelen of obligaties beïnvloedt.

De Bijbel waarop Nell-Breunings analyse gebaseerd was
hanteert geen voorschrijvende benadering van dergelijke activiteiten.
Maar hij biedt wel interessante richtlijnen:

Een ondernemende benadering van zakendoen en investeren
wordt geprezen, bijvoorbeeld wanneer Salomo
in het boek Spreuken
de deugden van ‘een voortreffelijke vrouw’ prijst.
Deze deugden omvatten ook het investeren in een akker
en het gebruiken van haar inkomsten uit het bedrijf
om een wijngaard te planten,
en het voeden van haar gezin met haar winst.

Ook Jezus vertelt een verhaal over een meester die,
voordat hij op reis gaat, zijn bezittingen aan zijn dienaren geeft,
ieder naar zijn vermogen.
Aan de een geeft hij vijf talenten,
aan een tweede twee en aan een derde dienaar één.

De eerste dienaar handelt met zijn talenten
en verdient er nog eens vijf talenten bij
– een winst van 100 procent –
en wordt bij terugkomst door zijn meester geprezen.
De tweede dienaar handelt ook
en verdient op dezelfde manier nog eens twee talenten,
waarvoor hij opnieuw geprezen wordt.
Maar de derde dienaar, die bang is
en denkt dat zijn meester ‘een hardvochtig man’ is,
verstopt het geld in een gat in de grond.
Híj wordt veroordeeld als ‘slecht en lui’
en krijgt te horen dat hij het geld
op zijn minst op de bank had moeten zetten.

Hoewel Jezus’ verhaal in de eerste plaats gaat
over hoe we Gods aard zien,
hoe we onze door God gegeven talenten
gebruiken en of we in geloof risico’s voor Hem kunnen nemen,
is het ook moeilijk om investeringen
en zelfs verstandige speculatie
hier niet als deugdzame activiteiten te zien.
Het geld op een bankrekening zetten is,
in dit verhaal althans,
meer een noodoplossing.

Maar de Bijbel waarschuwt ons er ook voor
om geld niet boven alles in ons leven te stellen.
De liefde voor geld is, zoals bekend,
een wortel van allerlei kwaad,
terwijl ons ook wordt verteld
dat we tevreden moeten zijn
met wat we hebben
en dat ‘overhaast verworven rijkdom zal slinken’.

Nell-Breuning waarschuwt eveneens
dat een ‘snel rijk worden’-mentaliteit,
wanneer deze boven alles wordt gesteld,
schadelijk kan zijn,
en hij adviseert voorzichtigheid
in situaties waarin de verleiding
van grote winsten de speculant
tot marktmanipulatie of fraude kan verleiden.

Zowel gokken als cryptohandel
kunnen immers gevaarlijke
en schadelijke verslavingen worden
die behandeling behoeven.
Uiteindelijk worstelde Nell-Breuning
om tot een simpele conclusie te komen
over de vraag of speculatie
op zich moreel al verwerpelijk is.
Het is, schreef hij,
een oordeelsvorming voor de betrokkenen.

Bij het nemen van dergelijke beslissingen
is het wellicht de moeite waard
om zijn waarschuwingen
– en die van de Bijbel –
in gedachten te houden.