Witte Donderdag
Iemand die begint om jouw voeten te wassen, komt dicht bij je.
Iemand komt jou je voeten wassen en dat moet je laten gebeuren.
Je hebt niet zelf meer de controle.
En je wilt graag de mens zijn die zelf handelt, die actief is.
Zelf handelen, zelf bepalen wat er gebeurt geeft je een gevoel van controle.
Jij bepaalt wat er gebeurt met je lichaam,
jij bepaalt wat er gebeurt met je leven.
Maar nu moeten de leerlingen toelaten dat Jezus hen aanraakt
en zoiets volstrekt ongewoons als het wassen van voeten bij hen doet:
Hij de leraar, de meester stelt zich op als dienaar.
Ook daar kunnen ze niet in ingrijpen, dat moeten ze ondergaan.
Als het mij was overkomen,
ik zou er zeer ongemakkelijke en verkrampt bij gezeten hebben.
Petrus – altijd Petrus – probeert er nog een eigen draai aan te geven.
Hij probeert meteen weer het initiatief te grijpen.
Hij probeert terug te komen in de rol van handelende en controlerende mens.
Hier vindt een reiniging plaats, denkt hij,
o, maar dan moeten ook mijn handen en mijn hoofd, roept hij.
Maar nee, Jezus wijst hem terug,
Petrus moet deze voetwassing ontvangen.
‘Alleen als je dit toelaat, kan je bij me horen’ zegt Jezus.
In het evangelie van Markus lees je hoe een vrouw olie uitgiet over het hoofd van Jezus.
Dat heeft iets van wijding en heiliging – een priester of een koning worden gezalfd –
en het heeft ook iets begrafenisachtigs,
want een dode wordt gezalfd om hem nog even de geur van het leven te laten houden.
In het evangelie van Johannes, wordt Jezus ook gezalfd.
Alleen in het evangelie van Johannes wordt niet zijn hoofd,
maar worden zijn voeten gezalfd.
Een vrouw zalft zijn voeten.
En in een intiem gebaar van liefde
droogt ze de voeten van Jezus met haar eigen haar.
De vrouw zalft hem – ze maakt hem de gezalfde, de Christus –
en ze bereidt hem voor op zijn begrafenis.
Als Jezus de voeten van zijn leerlingen wast,
dan doet hij iets soortgelijks als de vrouw aan hem heeft gedaan.
Hij geeft iets van wat met die zalving te maken heeft door.
Het is wel net anders, maar het staat in dezelfde lijn.
Jezus wast de voeten van zijn leerlingen.
Eigenlijk wast hij onze voeten.
Hij geeft ons op die manier iets van zijn zalving door,
hij betrekt ons bij zijn gang naar het kruis.
‘Als je dit toelaat, kan je bij me horen’ zegt Jezus.
Soms kom je op je eigen weg van lijden.
Je verliest een baan, je verliest gezondheid, een geliefde van je sterft.
Je kan je leven dan onaangedaan vervolgen.
Er gebeuren nu eenmaal nare dingen, maar ja, die gebeuren nu eenmaal.
‘Shit happens’.
Je parkeert ze, kadert ze in, dat was het en je gaat verder.
Je doet alsof er verder niets aan de hand is.
En dat vind je mooi want op die manier houd je je leven in je hand,
blijf je de mens die je was.
Maar je kan er ook anders in staan. Je kan het ook toelaten.
Het verdriet, het lijden het ongeluk in je leven
is niet iets dat geparkeerd staat,
je kan het toelaten als onderdeel van je leven.
Als iets wat ook bij je leven hoort.
Niet van: dat hoort nu eenmaal bij het leven.
Nee, in al zijn vreselijkheid hoort het bij jouw leven.
Is het daar onderdeel van geworden.
Maar het staat er niet alleen.
Het is onderdeel van het leven van Christus geworden.
Hij heeft je betrokken bij zijn gang naar het graf.
Hij heeft jouw voeten gewassen,
Hij heeft ze gewikkeld in zijn linnen doodsdoek
en je hebt het toegelaten.
Je bent met hem mee gegaan in zijn gang.
Oké, net even anders, het is niet jouw kruisiging,
maar je hebt in je eigen leven je eigen portie wel en dat is genoeg.
Jezus nodigt je uit, om jouw verdriet en de moeilijke dingen van jouw leven
te zien als iets dat te maken heeft met zijn lijden.
Het is jouw manier om zijn kruis te dragen
en zijn lijden is zijn manier om jouw kruis te dragen.
Hij nodigt je uit om jouw verdriet te zien
als iets dat net als zijn dood en lijden bij God terecht komt.
Met de belofte dat hij het verzorgen zal,
dat hij je vernieuwen zal als een mens van pijn en een mens van verdriet,
maar wel als Zijn mens, hersteld, herrezen.
En zoals het is tussen Christus en jou, zo is het tussen ons, als zijn leerlingen.
Wij gaan met elkaar om in de geest van dit voeten wassen.
Hij wast onze voeten en wij wassen de voeten van een ander.
We gaan met elkaar om in deze geest van dienstbaarheid.
En in het besef dat we elkaar zo betrekken
bij de gang van Christus door de dood en naar het leven.
Dat we zo elkaar dragen naar het leven.


