Waar ligt jouw loyaliteit?

Bij de huidige clash tussen Amerika en Europa,
bij de herdenking van 3 jaar (en eigenlijk langer)
oorlog in Oekraïne,
kwam die vraag bij mij op.

Immers, de oorlog in Oekraïne woedt voort
en Amerika keert terug naar de onvoorspelbare heerschappij
van de eerste president in de Amerikaanse geschiedenis
die een veroordeelde crimineel is.
En de algoritmen van sociale media
blijven verschillende groepen scheiden
en versterken in steeds meer gesloten feedbackloops en echokamers.
Dit kan de loyaliteit aan een standpunt versterken,
maar ons verder vervreemden van onze vrienden en buren
wiens loyaliteit elders ligt.
Al deze en vele andere gevallen benadrukken
het conflict van loyaliteiten in onze samenleving
en de bredere wereld.
Wat nog duidelijker is,
is dat als we vrede willen sluiten,
liefde voor vijanden willen cultiveren
en het algemeen belang willen nastreven,
loyaliteit misschien wel de meest gewilde deugd is,
bovenaan elk verlanglijstje.

Maar wat is loyaliteit nu echt?
Is loyaliteit een deugd of een ondeugd?’
Loyaliteit kun je duiden als het delen van verbintenissen van een ander persoon
en de bereidheid om verschillende soorten tegenspoed te doorstaan
om die verbintenissen na te streven en verder te brengen.
Loyaliteit is een absolute deugd
in de zin dat we het absoluut nodig hebben,
dat het fundamenteel is voor de menselijke conditie
en niet optioneel.

Als loyaliteit dan één ding is,
is het de bereidheid om te erkennen
dat we gebonden zijn aan andere mensen,
of we dat nu leuk vinden of niet.
Kaïns vraag aan God, toen God op zoek was naar Abel,
is nog steeds relevant: ‘Ben ik mijn broeders hoeder?’
Misschien is de grootste ontrouw
het impliciete ‘nee’ in Kaïns retorische vraag.
Door te ontkennen dat hij gebonden is aan zijn broer
is hij niet alleen ontrouw aan Abel,
maar ook aan zichzelf,
omdat hij zijn eigen menselijkheid ontkent
en zichzelf isoleert van de menselijkheid van andere mensen.
Als we onszelf isoleren en alleen loyaal zijn aan onszelf,
verliezen we de vreugde om volledig mens te zijn.
Als we simpelweg degenen doden die we niet mogen,
of dat nu letterlijk is (in oorlog of moord)
of figuurlijk (‘ontvrienden’, annuleren, doen alsof ze niet bestaan),
dan volgen we Kaïn.
Loyaliteit, als de band die ons bindt aan de rommeligheid
van de echte wereld waar mensen
het de hele tijd heftig oneens zijn,
vereist dan niet alleen wijsheid,
maar ook moed.
Het vergt moed om je in het huwelijk te verbinden
aan één persoon.
Het vergt moed om een kind op te voeden.
Het vergt moed om te blijven praten mét
en lief te hebben
mét degenen met wie je het diep oneens bent.

Laten we onthouden om loyaliteit te oefenen.
Loyaliteit niet alleen aan degenen van wie we houden,
maar ook aan degenen van wie we misschien gaan houden.
Laten we wijs en dapper genoeg zijn om geketend te zijn
aan degenen met wie we het oneens zijn,
loyaal aan de mensheid die ons bindt.

 

‘De geboorte van Jezus heeft niet veel aan deze wereld veranderd’

Deze opmerking krijg je rond de kerstdagen nog wel eens te horen.

 

Heeft iemand die deze opmerking plaatst gelijk?

Ja en nee.

 

Nee, in Jezus ziet God naar deze wereld om.

Dankzij Jezus is de liefde van God binnen handbereik.

Dankzij Jezus is echte vrede mogelijk. En vergeving.

En een nieuw begin! Er is hoop!

 

En ja, als wij de uitnodiging van het evangelie aan ons voorbij laten gaan.

Als wij om Jezus heen lopen. Dan verandert er niet veel in deze wereld.

Dan is er geen vrede in ons hart.

Dan zullen wij die vrede ook niet voorleven en uitdelen.

Dan blijft alles bij het oude.

 

Kerst is een appél:

Geef je verzet op.

Laat je door Jezus omarmen.

Hij brengt je thuis.

Nu komt Hij als Redder, straks als Rechter.

Er komt een moment dat je geen tijd meer hebt voor een keuze.

Als je niet kiest, sta je buiten.

Buiten de vreugde.

Buiten de vrede.

Maar daar geeft God ons niet aan over.

 

In Jezus komt God om ons te omarmen.

En wie zijn verzet opgeeft, en zich door God laat omarmen,

ontvangt vergeving en een diepe vrede in zijn hart.

En weet je,

Hij stuurt je ook weer op pad, als getuige en als vredestichter,

want de Redder heeft heel de wereld op het oog.

Zo heeft God het bedoeld.

Soms kan je een gevoel van somberheid bekruipen,
als je het nieuws een beetje volgt.
Coronadoden, gijzelingen, moord, corruptie geweld van allerlei aard.
Het gaat maar door.
Het ene slechte nieuws is nog niet gekomen
of andere slecht nieuwsberichten staan al weer klaar.
Crisis, problemen, tegenslagen,
ze verdringen het goede en mooie dat er ook is zomaar naar de rand.
En dat in de grote wereld, maar soms ook zo akelig dichtbij.
De teleurstelling in je relatie, de lastige dingen op je werk,
je gezondheid die zo ineens anders loopt. Je komt er niet los van.
Een documentaire over oorlogsveteranen
die voor de VN waren uitgezonden op missie kreeg als titel:
oorlog in je hoofd.
Deze mannen en vrouwen zijn teruggekeerd uit de strijd
maar worden sindsdien geplaagd door PTSS:
post traumatische stress stoornissen.
Zij vieren weliswaar thuis kerst met geliefden rond de kerstboom.
Maar in hun hoofd, hun hart, hun onderbewuste
woedt de oorlog volop voort. Om moedeloos van te worden.
We maken ons klaar om Kerst te vieren,
maar is er sinds de komst van Jezus
wel echt wat in deze wereld veranderd?

Je hoeft geen oorlogsveteraan te zijn om dit te herkennen.
Die oorlog, die onvrede kun je tegenkomen in je eigen hart.
De monnik en schrijver Anselm Grün schrijft ergens:
we verlangen allemaal rusteloos naar iets,
vooral naar rust, tevredenheid en acceptatie. Naar God dus.
En, zegt Grün, steeds weer zoeken we onze eigenwaarde
in bezit, geld, zekerheid, aandacht, erkenning, bewondering,
seks, eer en macht.
Maar, zegt hij, dat leidt tot ‘hebzucht, jaloezie, controledwang, geroddel, narcisme en geweld.
Of altijd maar de lieve vrede willen bewaren.
Of geen minuut zonder die smartphone kunnen.
Eindeloos veel diploma’s willen halen. Altijd iets nuttigs willen doen. Door je werk geen tijd voor je gezin hebben.
Voor alles een verzekering afsluiten.
Piekeren over of je het wel goed genoeg doet.’ Aldus Grün

Wat zijn uw en mijn vijanden? Hebben wij vijanden?
Van welke vijanden zouden we verlost willen worden?
Misschien zegt iemand:
voor zover ik weet heb ik geen vijanden en daar ben ik blij mee.
In onze belevingswereld nu klinkt veelmeer de roep om verbinding.
Het woord ‘verbinding’ is het woord, dat nu meteen referenties oproept, niet het woord vijandschap.
Het woord ‘vijandschap’ lijkt ons terug te brengen in een wij-zij denken, waarvan de meeste mensen in het beschaafde Westen vinden,
dat we daarvan af moeten.

Moeten we dan misschien veelmeer aan geestelijke machten denken,
zoals vanouds de doodsvijanden, de duivel , de wereld en ons eigen vlees, beschreven werden.
Of zouden we nog een andere kant op moeten denken:
vijanden als samenvattend woord voor alle machten en krachten
in de schepping en de geschiedenis,
die het goede leven kapot willen maken?
Dan komen we in onze tijd snel uit bij het Covid-19 virus.
Vooral in het begin van de pandemie werd vaak oorlogsretoriek gebruikt om de strijd tegen dit virus aan te duiden.
In de dagelijkse werkelijkheid hebben ook wij het er over,
dat we samen het corona virus eronder zullen moeten krijgen.
Maar wie hier publiek durft te spreken
over een vijand waarvan we verlost moeten worden,
wordt meewarig aangekeken of erger: ervan verdacht
te behoren tot een gevaarlijke sekte.
Dat geldt niet alleen het coronavirus.
Wij moeten als mensen met en voor elkaar dingen oplossen: natuurwetenschap, medische wetenschap en techniek
kunnen ons daarbij helpen.
Ook de geesteswetenschappen, zoals psychologie en psychiatrie
kunnen behulpzaam zijn.
Het woord verlossen behoort tot het vocabulaire van de theologie,
een wetenschap die buiten de christelijke bubbel
geen enkele indruk lijkt te maken.
Spreken wij niet vanuit een luxe positie?
Wanneer wij het niet op een akkoordje willen gooien
met de machten van het kwaad,
krijgen we dan niet als vanzelf vijanden?
Wanneer wij door het geloof,
door de goede keuze te maken aan Gods kant komen te staan,
dan begint de strijd allereerst al in ons eigen hart.
‘Het goede dat ik wil, doe ik niet, het kwade, dat ik niet wil, doe ik’.
Vervolgens lopen we ook op tegen alles
wat in strijd is met Gods wil in deze wereld:
onrecht, vernietiging van Gods schepping, machtswellust,
onderdrukking en al die andere dingen, waar onze wereld vol van is, vlakbij soms ook op ons werk, in onze kring van bekenden.
Probeer er maar eens iets van te zeggen,
probeer maar eens even het sluiten van compromissen te vermijden
en je zult merken dat je vijanden hebt eer je er erg in hebt
en soms helemaal in strijd met je vredelievende karakter.

Verkijk je dan niet op dat kind in de kribbe. Jezus Christus.
Je eerste indruk is misschien: vertederend,
schattig en een klein beetje zielig.
Maar hier in de kribbe ligt iemand die als namen krijgt:
Wonderbare Raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst.
Hij zal al snel deze kribbe en de doeken achter zich laten
en op een heel eigen manier zijn heerschappij zichtbaar maken.
Een vorst van de vrede zijn. Ja, vrede zal van zijn leven echt de kern zijn. Hij zal vrede mét God tot stand brengen
en ook de vrede ván God realiseren.

Hij zal de strijd aanbinden met de diepere oorzaken van onze onvrede.
De zonde die ons onze bestemming doet missen
zal hij op zich nemen naar het kruis, het daar verzoenen en wegdragen.
De boze machten die ons bezetten en binden.
Ons van onze vreugde en vrede beroven zal hij onttronen en overwinnen.

Vrede op aarde, scanderen de engelen.
Het Bijbelse woord vrede betekent meer dan afwezigheid van oorlog.
Het Griekse woordje dat hier staat: ‘eirene’
gaat terug op het Hebreeuwse shalom.
Het betekent zoiets als: op orde brengen, alles op zijn plaats zetten. Kerkvader Augustinus zei dat heel mooi:
vrede is de kalmte die komt uit orde.

Vrede is daar waar evenwicht is, balans.
Alle dingen de juiste plaats en proporties hebben.
Deze vrede zorgt ervoor dat je als mens
in al je relaties tot je volle bestemming mag komen.
In verhouding tot God, tot jezelf en de ander.
Hoor hoe de hemelse strijders het uitroepen.
Eer aan God in de hoge, vrede op aarde.
Eerst: eer aan God.
En dan en op die manier ook: vrede.

We gaan weer richting eind december. De tijd van het kerstfeest ligt weer in het verschiet. Als je de radio aanzet hoor je veel van die typische zoete decemberplaten zoals bijvoorbeeld Do They know it’s Christmas van Band Aid. Het is ook een tijd van valse romantiek die als sneeuwdeken over de mensheid wordt uitgerold om alle problemen en al het geweld voor heel even te vergeten.

In het kader van die valse romantiek valt mij het volgende bericht op:

HEIDELBERG – De wereld is er volgens Duits onderzoek dit jaar een stukje vrediger op geworden. Het Heidelberger Institut für Internationale Konfliktforschung (HIIK) telde dinsdag wereldwijd zeven oorlogen. Vorig jaar waren het er nog negen. In totaal telden de wetenschappers in 2009 nog 31 zeer gewelddadige conflicten. Een jaar eerder waren dat er 39.

Niet alleen de commercie geeft ons de valse romantiek; ook een wetenschappelijk instituut lijkt nu zijn steentje bij te dragen. Toch nog een kleine relativering als je bericht verder leest

Wel is het totale aantal conflicten gestegen van 353 vorig jaar tot 365 dit jaar, maar het overgrote deel daarvan is niet (meer) gewelddadig of heeft slechts sporadisch met geweld te maken (gehad), aldus het onderzoek.

Ik ben benieuwd: zou het een kwestie van definiëren zijn wat ‘gewelddadig’ is en hoe zou het voor de mensen zijn die toch nog te maken hebben die afnemende gewelddadigheden in de conflicten waar zij zelf deel van uit maken?

Draaien we ons zelf een rad voor ogen. Onwillekeurig moet ik dan altijd terugdenken aan die uitspraak peace for our time (vrede voor onze dagen). Dit is een uitspraak van de Britse premier Neville Chamberlain die hij deed op 30 september 1938 toen hij terugkwam uit Duitsland waar net met Adolf Hitler het Münchner Abkommen was getekend. In dit verdrag was overeengekomen dat Duitsland Sudetenland mocht hebben om de honger naar Lebensraum te stillen. We weten hoe de geschiedenis verder is gegaan.

Maar gelukkig: voor de komende dagen wordt ons in Nederland sneeuw beloofd; iets te vroeg voor kerst misschien maar toch…