Geert Wilders in Zwolle; 7 juli 2025

 

Na het bezoek van Wilders aan Zwolle
om het debat over de komst van een azc
te kapen in zijn eigen voordeel,
vaak met slaan op de trommel
van het verlies van óns Nederland;
wil ik deze zaak eens verder uitdiepen.

Want…
Moeten de grenzen voor vreemdelingen nou dicht?
En vooral: wat moeten we met de vreemdelingen
binnen onze grenzen doen?
Kortom, immigratie, immigranten
hoe gaan we daarmee om
Het zijn dus vragen die
– geïnstigeerd door vooral populistische bewegingen –
het debat voorafgaand aan de verkiezingen in Nederland
op welke manier dan ook, gijzelen.

Wat mij interesseert, is de rol
die het christendom speelt in dit debat,
zoals het aan beide kanten
van het debat wordt aangehaald.

Rechts gaat het argument als volgt:
Nederland is (of was) een christelijk land.
Het dreigt nu overspoeld te worden
door mensen die dat geloof niet delen,
of de waarden die in het christendom geworteld zijn.
Daarom moeten we snel een einde maken
aan de excessieve immigratie,
met name migranten
uit conservatieve islamitische landen.
Als we dat niet doen,
zullen we Nederland ingrijpend zien veranderen
en zijn uitgesproken christelijke identiteit verliezen.

“De ‘Joods-christelijke waarden’
die de basis vormen van ‘alles’ in Nederland.
Deze waarden waren:
‘het gezin is belangrijk, de gemeenschap is belangrijk,
de samenwerking is belangrijk, het land is belangrijk.

‘Het christendom heeft het karakter van Nederland
door de eeuwen heen gevormd.
En er heerst ongetwijfeld op veel plaatsen,
vooral in de meer achtergestelde gebieden,
een gevoel dat gemeenschappen zijn veranderd
en onherkenbaar worden ten opzichte van wat ze waren.’”
Dat is het mantra.

Toch is het moeilijk om dit alles
als uitgesproken christelijk te bestempelen.
Veel moslims zouden vrijwel hetzelfde beweren,
en het zou moeilijk zijn om zijn lijst te beschrijven
als een adequate samenvatting van de boodschap van Jezus.
‘Joods-christelijke waarden’ worden rechts vaak gelijkgesteld
aan ‘Nederlandse waarden’, die worden gedefinieerd
als ‘democratie, de rechtsstaat, individuele vrijheid
en wederzijds respect en tolerantie
voor mensen met een ander geloof en andere overtuigingen’.
Het is moeilijk voor te stellen dat iemand gekruisigd
zou worden omdat hij dat predikte.

Toch wordt het christendom ook links gebruikt.
Regelmatig klinken woorden als:
‘Jezus zou oproepen om migranten te verwelkomen.
De vluchtelingencrisis is een morele test.
Jezus leerde ons vluchtelingen te respecteren.
Hijzelf zei: ‘Verwelkom de vreemdeling…’
En de Bijbel zegt:
‘De vreemdeling die onder u verblijft, moet behandeld worden als een autochtoon’.

Het is zeker een betere weergave van de leer van Jezus dan die rechts bezigt.
Maar links maakt het verwelkomen van de vluchteling
vaak deel uit van een bredere en diepere waarde
van ‘diversiteit’ als een op zichzelf staand goed.
Multiculturalisme, de caleidoscoop van culturen
die je in veel winkelstraten vindt met
Indiase, Thaise, Italiaanse en Marokkaanse restaurants,
of het beeld van kinderen uit verschillende landen
en religies die vrolijk rondrennen op een schoolplein,
is een geliefd cliché van seculiere progressieve mensen.

Het probleem is dat het voor velen
in delen van de samenleving niet zo voelt.
Sommige mensen kunnen multiculturalisme omarmen
omdat het hun manier van leven
niet fundamenteel bedreigt. van het leven.
Vreemden omarmen is makkelijker
als je een vaste plek hebt om ze te verwelkomen.
Een thuis waar het gezin goed met elkaar overweg kan,
waar de ouders eensgezind zijn
en de kinderen tevreden,
zal veel eerder in staat zijn
om onbekende gasten te verwelkomen
met de nodige nieuwsgierigheid
om van hen te leren.

Maar een gezin vol spanning en gekibbel
zal de vreemdeling waarschijnlijk
helemaal niet verwelkomen,
omdat de nieuwkomer
de bestaande spanningen nog verder zal aanwakkeren.

Maar een samenleving die een gevoel
van gedeelde, brede en sterke identiteit verliest,
is niet in staat een vreemdeling te verwelkomen.
Wat ons anders maakt, is alleen verrijkend
zolang we ons er allemaal van bewust zijn
dat we iets hebben dat ons verenigt.
Bij gebrek aan een verbindende band
blijkt verschil bedreigend te zijn.

De visie van links;
van diversiteit als een doel op zich,
alleen bijeengehouden
door een vaag idee van tolerantie of seculariteit
waar niemand het leven voor waard vindt –
dreigt de banden die ons binden te ondermijnen,
omdat het geen duidelijke kern biedt
die ons bij elkaar kan houden.

Het christendom biedt geen immigratiebeleid.
Zowel links als rechts kunnen aanspraak maken
op enige legitimiteit in het christelijke verhaal.
Wat het christendom echter wél biedt,
is een gemeenschap die een morele scholing biedt
die draait om Jezus,
als degene die ons de ware vorm
van het menselijk leven laat zien,
de noodzaak van zelfopoffering,
niet van zelfgenoegzaamheid
als sleutel tot een functionerend gemeenschapsleven,
en de heilige waarde van ieder mens;
overtuigingen die op hun beurt
de vreemdeling kunnen verwelkomen
in een veilig en zelfverzekerd thuis.

Deze zaken zijn door de eeuwen heen
vanuit hun intense kern
in de christelijke kerk
naar de bredere samenleving doorgedrongen.
Ironisch genoeg worden ze vandaag de dag
meer uitgehold door het secularisme dan door de islam.

Het werkelijke probleem van onze tijd
is niet de massale immigratie (zoals rechts het wil)
of het onvermogen om de grenzen
volledig open te stellen (voor links).
Het is de wijdverbreide uitholling van het christelijk geloof.

De verdwijning van het christendom
wordt bijna zonder slag of stoot geaccepteerd.
Het wegebben van het geloof wordt als vaststaande feit begroet.
Dit is misschien grotendeels de schuld van de kerk zelf,
een gebrek aan moed om haar eigen boodschap te uiten
en zich te presenteren
als een zoveelste maatschappelijke lobbygroep
voor diverse doelen in plaats van een gemeenschap
die draait om Jezus.
Maar het is ook te wijten aan de grote groepen
hoogopgeleide mensen uit de middenklasse
die graag de naam van Jezus claimen
wanneer het hen uitkomt,
en die teren op het culturele erfgoed van het christendom
zonder te investeren in de toekomst ervan
door ook maar in de buurt van een kerk te komen.

Een goed immigratiebeleid vereist
de compassie die de kwetsbare vreemdeling verwelkomt.
Maar het vereist ook een sterke, verenigde gemeenschap
met gedeelde waarden om hen te verwelkomen.

Een vernieuwd christendom
zou de redding kunnen betekenen
voor zowel rechts als links,
of op zijn minst een dieper en rijker verhaal
kunnen bieden dan elk van beide afzonderlijk kan bieden.
Een verhaal dat een sterke kern biedt
die een samenleving bij elkaar houdt,
maar dat tegelijkertijd de vreemdeling verwelkomt
als een geschenk en niet als een bedreiging.

 

Iemand anders die zich kort na de eeuwwisseling tot het christendom
werkte op de Zuidas vertelde mij over zijn leven:
Het enige doel van zijn kantoorethos
was om in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk geld te verdienen;
Mede-werknemers verdwenen op vrijdagmiddag
in toilethokjes om drugs te snuiven.

Als nieuwe bekeerling verliet híj daarentegen het kantoor
om tijdens de lunchpauze de mis bij te wonen.
Dat voelde enorm tegencultureel.
‘Ik las’ zei hij
‘bij Dietrich Bonhoeffer dat wanneer Christus een man roept,
gebiedt Hij hem te komen en te sterven.’

Een jaar later zegde hij zijn baan op om theologie te studeren.

De apostelen van Jezus legden destijds hun netten niet neer
om vissers van mensen te worden.
De mystici putten zichzelf uit door te vasten;
dat deden ze niet om onze vrijheid van meningsuiting te verdedigen.
De martelaren stierven niet
voor de goede onderwijsresultaten van stabiele gezinnen.
Centraal in alles wat beweert christelijk te zijn,
moet altijd de verstorende realiteit staan
van levens die worden geleefd
en samenlevingen die worden geleid
op manieren die niet onze keuze zijn.

Al deze gedachten kunnen in een notendop worden samengevat,
maar verder ook eindeloos worden uitgewerkt.
De korte versie zou een bekentenis moeten bevatten dat ons leven een doel heeft.
Nadenken over de verdwijning van het christendom is van belang
omdat de kerk het stevigste vat is voor het behoud van waarden
zonder welke de beschaving zal vergaan.
Én omdat de christelijke leer verder gaat
in het volhouden dat onze menselijke zoektocht
naar liefde en vreugde één is met de orde
en het doel van de wereld als Gods schepping.

 

Laatst zat ik op een mooie zomeravond in de tuin,
genoot van een goed boek
en de rust om mij heen.
Maar plotseling werd ik opgeschrikt
door een zoemend geluid
– ik dacht dat we al weer last kregen van wespen;
ik had namelijk wat zoetigheden op tafel staan.
Ik keek om me heen om de wespen te ontdekken,
maar ik kon niets waarnemen.
Uiteindelijk keek ik omhoog:
Het geluid was niet afkomstig van wespen,
maar van een drone die boven mijn hoofd zweefde.
Ik zal die sensatie nooit vergeten;
het griezelige gevoel dat iets je in de gaten hield.

In een recent verslag over de oorlog in Oekraïne
documenteert een journalist
het inmiddels wijdverbreide gebruik van drones.
De journalist schuilt met Oekraïense soldaten
onder de dekking van het bos
terwijl een Russische drone het gebied scant.
Ten langen leste kunnen ze naar hun auto vluchten,
waarin een AI-stem zegt:
Detection: multiple drones, multiple pilots, high signal strength‘,
terwijl ze rondom je heen zoemen.
Dit is het nieuwe tijdperk van geheime oorlogsvoering,
waarbij de vijand toeslaat zonder gemakkelijk te identificeren te zijn.
Je hoort het gezoem, maar de bron is ongrijpbaar.

In de komende jaren zal dit soort
psychologische oorlogsvoering
zijn intrede doen in Westerse steden.
Terroristische aanslagen zullen verschuiven
van persoonlijke confrontaties
naar anonieme aanvallen op afstand:
drones die vanuit het buitenland
naar steden vliegen
om burgers aan te vallen,
of zwermen drones die massale aanvallen uitvoeren
in dichtbevolkte stadscentra.
Het doel zal zijn om psychologisch trauma
op grote schaal te veroorzaken.
Burgers zullen aarzelen om hun huis te verlaten,
overgevoelig voor het gezoem
van anonieme drones in hun eigen wijk.
Volgens Michiel Driebergen gebeurd dit al Oekraïense steden.
En onlangs heeft Iran verklaard
dat geen enkele Amerikaanse, Britse of Franse basis
veilig is voor represailles in de Israëlisch-Iraanse oorlog.
Het is dan ook niet moeilijk voor te stellen
dat ook Westerse steden binnenkort
als legitieme doelwitten zullen worden beschouwd.

We gaan een tijd van geïntensiveerd conflict tegemoet,
waarbij nationale veiligheid
het dominante kader voor beleidsvorming wordt.
‘Veiligheid’ zal beleidspunt nummer één worden
van de overheid
en ook de komende verkiezingen zullen ook draaien
om de vraag welke partij en leider de Nederlanders
het beste kan beschermen tegen externe bedreigingen.
In deze context worden zelfs domeinen
die ooit door samenwerking werden beheerst,
getransformeerd worden tot wedlopen
geïnstigeerd vanuit het eigen (lands)belang,
omdat het kader voor nationale veiligheid
van nature de focus verschuift
van wederkerigheid naar beperking van de ander.

Vrijhandel bijvoorbeeld
– in wezen de wederzijds profijtelijke uitwisseling
van goederen en diensten
als onderdeel van de waardecreatie –
wordt in een op veiligheid gerichte wereld een kwestie van inperking.
Handel, in een op veiligheid gerichte wereld,
wordt op zijn kop gezet,
waardoor vrijhandel verandert in handelsoorlogen.
Eerlijkheid (waarin de taart wordt verdeeld over meerdere mensen)
wordt vervangen door belangen,
of het nu gaat om belangen van landen
of gemeenschappen en individuen daarbinnen
die zichzelf willen beschermen.
Naarmate de concurrentie tussen de VS en China escaleert,
kunnen we verwachten dat menselijke relaties
– tussen zowel staten als burgers –
nog meer een alles-of-nietsspel zullen worden.

Doen morele waarden er in zo’n omgeving nog toe?
Wanneer de vijand in een tijdperk van nationale veiligheid
steeds meedogenlozer en innovatiever wordt,
moeten we dan net zo hard optreden als hij?
Of is het nog steeds mogelijk
om principes hoog te houden
en onszelf tegelijkertijd te verdedigen?

Tegenwoordig zou je kunnen denken
dat gebaren van non-agressie
– zoals de vernietiging van zijn voorraad
van één miljoen landmijnen door Finland in 2015(!) –
nu gevaarlijk naïef lijken.
Oekraïne
– en ook enkele Baltische staten –
heeft onlangs
van zijn kant heeft terecht
het verdrag van de Ottawa-conventie
(dat clustermunitie verbiedt) opgezegd.
Want hun voortbestaan hangt af van vindingrijkheid,
van snelle technologische ontwikkeling
en samenwerking met bondgenoten
om geavanceerde systemen
te prototypen en te implementeren.

De Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr
stelde in zijn artikel ‘Moral Man and Immoral Society
dat men om moreel te zijn,
het vermogen tot geweld moet bezitten;
‘macht moet worden uitgedaagd door macht.’
Die macht moet echter worden uitgeoefend
met verantwoordelijkheid, nederigheid en een moreel doel.
Je kunt vervolgens stellen dat oorlog gerechtvaardigd
kan worden wanneer deze voldoet
aan de criteria van jus ad bellum:
een rechtvaardige reden, legitiem gezag,
juiste intentie, proportionaliteit
en een redelijke kans op succes.

Oorlog kan in deze interpretatie
een ‘vriendelijke hardheid’ uitdrukken:
een vorm van oordeel die wordt toegepast
ter verdediging van slachtoffers.
Niebuhr baseert zijn argument op het Augustijnse realisme:
de wereld is fundamenteel goed, maar toch gebroken.
Omdat het kwaad blijft bestaan,
wordt het morele gebruik van geweld
noodzakelijk om te handhaven wat juist is.
Ik geloof dat dit waar is
en direct toepasbaar
op de op nationale veiligheid gerichte wereld
waarin we ons bevinden.

Wat betekent dit dan voor westerse landen,
nu nationale veiligheid zich opnieuw manifesteert
als het centrale organiserende principe van bestuur?

Dit vereist aanzienlijke en dringende investeringen
in defensie en deep tech,
waaronder bijvoorbeeld opkomende mogelijkheden
zoals cognitieve oorlogsvoering
en wearables die de prestaties van soldaten in gevechten verbeteren,
anti-dronesystemen voor stedelijke,
landelijke en maritieme omgevingen,
en elektronische oorlogsvoering
en geospatiale intelligentie
van de volgende generatie.

Als droneaanvallen op zee toenemen
– zoals die welke door de Houthi’s worden uitgevoerd
om wereldwijde scheepvaartroutes te verstoren –
zullen anti-dronesystemen essentieel zijn
om een veilige doorgang te garanderen.
In een wereld van gemanipuleerde verhalen
en desinformatie
zal geospatiale intelligentie dienen
als een bron van waarheid en helpen vaststellen
wat er daadwerkelijk op de grond gebeurt.
En naarmate AI steeds beter in staat is
om gebruikers te manipuleren
– door middel van vleierij, overreding en andere technieken –
zullen toezichttechnologieën
essentieel zijn om objectiviteit en integriteit te behouden.

Verantwoord geweldsgebruik sluit tegenwoordig pacifisme uit
en voorkomt geweld volledig.
Het betekent het behoud – en de ontwikkeling –
van de mogelijkheid tot overweldigende macht,
zodat deze klaar is voor gebruik indien nodig.
Moraliteit in een tijdperk van nationale veiligheid
vereist snelle investeringen
in defensietechnologieën om tegenstanders
meerdere stappen voor te blijven.
Een ‘gehele samenleving’-aanpak
betekent burgers voorbereiden met een dergelijke mentaliteit.
Terughoudendheid en nederigheid
zijn nog steeds cruciale deugden,
maar mogen niet worden verward met zwakte.
Westerse landen moeten bereid zijn
om snel, daadkrachtig
en met de afschrikkende kracht
te handelen die vrede vereist.

Dit is de wereld die we betreden:
een wereld waarin
zowel regeringen als burgers voorbereid moeten zijn
op onverwachte dreigingen.
Het gezoem van een drone boven ons hoofd
is meer dan een geluid;
het is een waarschuwing,
die niet alleen Oekraïners,
maar ook degenen
die zich momenteel
in een vreedzame situatie bevinden,
eraan herinnert zich voor te bereiden
op mogelijke conflicten die eraan komen.
De gepaste reactie is niet terugtrekken,
maar het verantwoord en moreel uitoefenen van macht:
een noodzakelijke plicht als we vrede,
vrijheid en rechtvaardigheid willen behouden
in een wereld
die er steeds meer op gebrand is deze te bestrijden.

 

Het is verkiezingstijd.
En één van de grote onderwerpen die ook de komende strijd bepalen
is het topic over de instroom van vluchtelingen.
Het kabinet is er zelfs over gevallen.
Mensen die wegvluchten voor de onveiligheid, onvrijheid
of simpelweg een boterham willen verdienen.
Wie zou in zo’n onzekerheid willen leven?
Maar de ze mensen moeten we buiten de deur houden, want…

Een groot voorbeeld voor zo’n hardvochtige opstelling is dan
de Hongaarse premier Orbán is een persoon
die altijd als hardliner de harten van heel veel mensen wint.
Hij zegt namelijk: we moeten geen vluchtelingen opnemen,
want de grote toestroom van moslims bedreigt de christelijke identiteit van ons continent.
En op 3 mei jl. stemde dus een overweldigende meerderheid van het Hongaarse parlement,
gecontroleerd door de partij van premier Viktor Orbán,
voor een resolutie met daarin klip-en-klaar de verklaring:
‘Wij willen geen immigratieland worden.’
De media sprongen er bovenop, gezagsdragers deden ronkende uitspraken op radio en tv.
Inmiddels zijn deze woorden opgepikt door landen als Polen en Slowakije,
die met zo’n redenering de asielzoekers weigeren die de EU hen wil toebedelen.
Deze woorden maken mij echt boos en verdrietig.
Want bedreigt deze instroom je identiteit, als er in Europa allang zo’n 50 miljoen moslims wonen?
Weet u trouwens wat verbazend is?
Op dezelfde dag nam hetzelfde Hongaarse parlement
ook een wet aan die het stukken makkelijker moet maken
om gastarbeiders van buiten de Europese Unie
op tijdelijke arbeidscontracten naar Hongarije te halen.
Dat gebeurde heel stilletjes en kreeg amper aandacht in de media.
Want Hongarije heeft tussen 2010 en 2023 300.000 inwoners verloren
door emigratie en lage geboortecijfers.
En als lagelonenland waar veel westerse bedrijven afgelopen jaren fabrieken hebben gevestigd,
is het land nu begonnen hoge aantallen Aziatische arbeidskrachten te importeren.
Volgens het Hongaarse statistiekbureau waren dat er in 2022 86.000
– een stijging van 14 procent ten opzichte van het jaar ervoor.

Maar goed, het eerste nieuws is uitermate droevig en ik word er boos van.
Vooral word ik boos en droevig, omdat uit deze woorden
een totáál onbegrip blijkt van wat ‘christelijke identiteit’ inhoudt.
Houdt dat niet in dat je een volgeling van Jezus bent, en zijn woorden serieus neemt?
En wat, denkt u, zou Jezus doen als hij geconfronteerd werd met zoveel mensen in nood?
Ik zal een paar woorden van Jezus aanhalen.
‘Wees barmhartig, zoals uw hemelse Vader barmhartig is’.
‘Ik had honger en jullie hebben mij te eten gegeven,
dorst en jullie hebben mij te drinken gegeven.
Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op…
want alles wat jullie gedaan hebben
voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan’.

Als een continent, een land of een premier zich ‘christelijk’ noemt
en er komen vluchtelingen op zijn pad,
dient dan niet de eerste gedachte te zijn hoe je kunt helpen?
Daarná komen pas de moeilijke vragen over wat je samen aankunt en waar grenzen liggen.
Het startpunt ligt geheel anders: niet bij ‘houden wat we hebben’
– want ik vrees dat Orbán ten diepste dat bedoelt – maar bij bewogenheid.

Op het gevaar af dat ik de komende tijd als reactionair en voor nostalgische kwezel wordt versleten dan toch in dit blog aandacht voor een opmerkelijk item dat ik vanmorgen oppikte bij Radio 1: het is onderzocht of de Nederlander de laatste jaren hufteriger is geworden. En ja, wat schetst onze verbazing: het klopt!!

In de jaren 60 van de vorige eeuw is er met succes verhit gestreden voor meer vrijheden.  Mensen kunnen vanaf die tjd meer dingen zelf beslissen, Nederland is in elke zin van het woord sindsdien kleurrijker geworden. Maar tegenwoordig wordt meermalen geconstateerd dat die verworven vrijheden ook een donkere, zwarte kant kunnen hebben. Opkomen voor jezelf wordt soms het idee van het ‘dikke ik’: de wereld draait om mezelf. Mondigheid wordt grote monderigheid.ego Laatst hoorde ik de parlementariër Mei Li Vos  van iemand zeggen ‘dat hij zijn kop had moet houden’. De laatste tijd besteedt de stichting SIRE aandacht aan hufterigheid van mensen met hun campagne Onbewust asociaal. Het lijkt er wel op dat niet iedereen op een goede manier met die bevochten vrijheid kan omgaan. Meer over het fenomeen van misbruik van vrijheid kun je ook lezen in de boeken van Britse psychiater Theodore Dalrymple.

Ook besteedde ik in dit verband eerder aandacht aan het boek van Rüdiger Safranski Het kwaad of het drama van de vrijheid. In dit boek beschrijft Safranski – nadat hij allerlei filosofen heeft behandeld – de mens die leegte en chaos ervaart wanneer geen god of levensbeschouwing hem de weg wijst. Nu dacht men dat de mens vanwege het feit dat hij redelijk is op een normale wijze kan samenleven met de ander. Immers, er is geen dominante waarheid meer en de ene waarheid is dus niet beter dan de andere waarheid. Zolang ieder zich maar houdt aan de basisspelregels. Zolang de redelijkheid bewaard wordt, blijft ook het samenlevingssysteem overeind. Maar de redelijkheid weet niet iedereen meer te boeien. Het onredelijke, het kwaad blijkt diep in de mens verborgen te zitten. Het jezelf als middelpunt van het universum te wanen.Het kwaad tracht zich ‘zich een goed geweten aan te meten’. Wat ik doe dat is in de regel toch goed? Safranski  waarschuwt aan de hand van filosofen voor dat demonische, een onredelijke, door de massa gedragen kracht. We blijven toch maar hopen op redelijkheid, soms tegen beter weten in. Vrijheid is geen gemakkelijkheidsoplossing, maar iets waarmee de uitdaging nog maar gesteld is. Maar de angst voor de vrijheid is ook geen reden om in verhalen en illusies weg te vluchten. Vrijheid zoekt ook naar ankerpunten, een ethiek en leefregels die haar mogelijk maken.

En juist dat laatste laten we ons niet aanleunen, dat laten we ons niet gezeggen. We laten ons toch zeker de wet niet voorschrijven!!

Want, geachte lezer, u weet het net zo goed als ik: wat hierboven geschreven staat geldt alleen voor de ander…