De titel van deze post is gebaseerd op het effect bekend uit de politicologie genaamd het ‘rally ‘round the flag’: pas tijdens een crisis zien we dat burgers van een land zich massaal achter hun leider(s) scharen. Ik pas het in deze post natuurlijk letterlijk toe als ‘rondom de vlag’.

 

In de aflopen campagne
voor de Tweede Kamerverkiezingen
nam de Nederlandse vlag ineens een prominente plaats in
toen Rob Jetten de vlag als teken
van nationale eenheid en identiteit ging inzetten.
Hij zei:
‘Ik vertel daarin waarom we de Nederlandse vlag
niet mogen overlaten aan de PVV.
Want die vlag is niet van één partij.
Ze is van ons allemaal.’

Een vlag symboliseert die eenheid binnen een natie.
Maar de afgelopen tijd werden vlaggen in het Nederland
minder een bron van saamhorigheid
en meer een brandpunt van verdeeldheid.
Rechtse partijen en groeperingen
zetten de vlag doelbewust daarvoor in.
We hoeven alleen maar te kijken
naar de pins met de Nederlandse vlag
op de kleding van Kamerleden,
of de Nederlandse en geuzevlaggen
die meegevoerd werden met diverse demonstraties.

Eerder verschenen deze vlaggen
– vaak ondersteboven –
In dorpen en steden,
op bruggen,
lantaarnpalen en gebouwen
door het hele land.
De motieven van degenen die de vlaggen hijsen waren divers,
maar de manier waarop verschillende groepen mensen
deze vlaggen ervaren,
draagt een alarmerende boodschap uit
over de groeiende kloof die nu in onze natie bestaat.

Mensen met racistische motieven eisen de natie van hen ‘terug’,
want zij voelen dat zij stateloos achterblijven
en nergens meer bij horen.
Maar voor hen die zich in het centrum of links
van het politieke spectrum bevinden,
voelen de vlaggen daarentegen
als een regelrechte machtsclaim van extreemrechts
en een teken van de groeiende populariteit
van hun beleid en retoriek.
Voor deze mensen zijn de vlaggen sinister
en roepen een diep gevoel van dreiging op. 
De vlaggen dragen een intimiderende boodschap uit.

Maar er speelt nog een ander verhaal mee.
Want terwijl de vlaggen blijven wapperen in de herfstbries,
is iets wat voor de ene groep mensen een symbool van angst is,
voor de andere groep een welkom teken van hoop:
de vlaggen staan voor het herwinnen
van een zelfverzekerde Nederlandse identiteit,
die verloren was gegaan
door een mislukt experiment
in multiculturalisme
dat de eigen gemeenschap diep angstig heeft gemaakt.
En beide groepen hebben zo lijkt geen mogelijkheid meer
om elkaar te verstaan.

Ik denk dat ‘de kerk’ hierbij een essentiële taak heeft
om de verschillende groepen
weer met elkaar in gesprek te brengen.
Geloofsgemeenschappen zijn als geen ander staat om
in een cultuur van echokamers en algoritmen,
om elke kant van een conflict te begrijpen.

Want aan de ene kant moeten we ons bewust zijn
van de duistere kant van het vlagfenomeen.
Maar we dienen ook te begrijpen
wat de behoeften en angsten zijn
van de mensen voor wie de vlaggen welkom zijn.

En de grens tussen mensen is soms heel dubbel.
Het kan bijvoorbeeld best zo zijn
dat een vrijwilliger
die in haar kerk meehelpt met projecten
voor kwetsbaren
en goed bevriend is met asielzoekers in haar gemeente,
toch nog steeds een vlag laat wapperen
omdat ze vindt dat de immigratie ‘te ver is gegaan’.

Want de vlaggen kunnen fungeren
als een uitlaatklep voor de intense frustratie
van mensen die zich achtergesteld en genegeerd voelen
of leven met de chronische desillusie
over een politiek systeem
dat hen in de steek heeft gelaten.
Vlaggen wapperen soms als uiting
van een wanhopige roep
om een land dat beter voor hen zou zorgen.
Een beetje zoals een verwaarloosd kind
dat iedereen eraan probeert te herinneren
dat ook hij deel uitmaakt van de familie.
Anderen voelen zich gefrustreerd
omdat hun instellingen bereid lijken
om veel verschillende vlaggen te voeren
– de Oekraïense vlag of de LGBTQI+-vlag –
maar zij vinden dat diezelfde instellingen
zich schamen voor de vlag van hun eigen land.

Uiteindelijk zijn veel mensen
oprecht trots op de vlaggen
die boven hun gemeenschap wapperen,
omdat het hen de kans geeft om hun trots te uiten
voor een land dat zich vaak overdreven verontschuldigt
voor zijn verleden en zich schaamt voor patriottisme.

Voor veel groepen is de globalisering
en het transnationalisme,
die door degenen die de macht hebben
als de weg naar meer welvaart worden gezien,
slecht nieuws geweest.
Het heeft banen uitbesteed, lonen verlaagd,
waardoor veel werkenden
nog steeds afhankelijk zijn van uitkeringen,
en het heeft geleid
tot grote demografische veranderingen
in gemeenschappen
waarbij de lokale bevolking
geen inspraak had.

Dit gecombineerd met jaren van slopende bezuinigingen
en een politieke klasse die snel belooft maar traag levert,
heerst er een krachtige en intense woede
in veel groepen mensen
en voor hen zijn de vlaggen
een bliksemafleider geworden.

Het lijkt erop dat één vlag
nu twee naties symboliseert.
En wat zo alarmerend is,
is dat de ene kant de andere nauwelijks begrijpt.

Hoe moeten christenen reageren?
Want een verdeelde natie
wil dat de kerk partij kiest
en ziet ons zelfs
als zwak en wankelmoedig
als we dat niet doen.
Maar de taak van een christen is niet
om in elk binair debat
de ene of de andere kant te kiezen.
De opdracht is om aan de kant van de Heer te staan.
En in deze context denk ik
dat dat een tweeledig antwoord betekent.

Het betekent aandachtig luisteren naar iedereen.
We moeten de angsten horen
van hen voor wie vlaggen
een teken zijn van groeiende intolerantie
en daarom racisme en haat veroordelen.
Maar even belangrijk is dat we,
zelfs als we het niet met elkaar eens zijn,
de woede van mensen moeten begrijpen
en er een stem aan moeten geven.
Want zij vrezen dat de natie die ze liefhebben,
hen wordt afgenomen.
Als die stem niet gehoord en begrepen wordt,
zal extreemrechts maar al te graag
het vacuüm opvullen dat ontstaat.
In een verdeelde natie
is het een deel van de roeping van de kerk
om de ene kant te helpen de andere te begrijpen.

Het betekent ook om
op de plek van conflict woorden
van christelijke vrede te spreken.
We mogen wijzen
op het verlossende werk van Jezus Christus,
waardoor we verzoend worden
met de Vader en zo met elkaar.
Laten we luisteren en begrijpen,
maar bovenal het kruis hoog houden,
want in dat symbool schuilt
de enige ware en blijvende bron van eenheid.

 

Het Zoutpad (The Salt Path) is een internationale bestseller en is zelfs verfilmd.
Maar hoe kan het dat de memoires van een echtpaar van middelbare leeftijd
dat het South West Coast Path bewandelt, toch zo’n impact hebben?

Nou, omdat we ons kunnen herkennen
in het verhaal. Het klinkt oprecht.
Het gaat over het leven zoals we dat kennen,
ook al hebben we de 1014 kilometer
van het pad niet van begin tot eind afgelegd;
Een reis die gelijkstaat aan het vier keer beklimmen
van de Mount Everest.

In de aanloop naar hun wandeling
krijgen Raynor (Ray) en Moth Winn
een reeks klappen te verduren.
Ze raken bankroet en dakloos,
en worstelen met een
verslechterende gezondheid.

En op het punt dat de deurwaarders
aan de deur kwamen
om beslag te leggen
op hun boerderij,
ziet Ray een oud boek liggen:
500 Hundred Mile Walkies van Mark Wallington,
en ze raakt geïnspireerd.

Zij zegt tegen Moth: ‘We zouden gewoon kunnen gaan lopen.’

En dat deden ze.

Maar welke waarheden over het leven en onze menselijke ervaring
onthult dit verhaal dan voor ons?

Ten eerste dat leven onzeker is.
Want er gebeuren nare dingen in ons leven.
Soms veroorzaken we het zelf,
als gevolg van verkeerde of ondoordachte beslissingen.
Een andere keer is het volkomen onverdiend.
Het leven keert zich tegen ons
en bijt ons hard in de kuiten.
We blijven achter met een verdoofd hoofd
en tollen rond met de aanhoudende
maar onbeantwoorde vraag: ‘Waarom ik?’

Voor Ray en Moth Winn is het mislukte een investering
in het bedrijf van een goede vriend.
De deal die de vriend smeedde,
maakte Ray en Moth verantwoordelijk
voor alle schulden van zijn bedrijf.
Het einde van een lange juridische strijd
en betekende dat ze alles verloren:
hun boerderij, hun huis, hun bedrijf
én de goede vriend.

Maar diezelfde week bevonden ze zich ook
in een ziekenhuis in Liverpool
waar ze de diagnose kregen
voor de chronische schouderpijn van Moth.
Het was niet een vermoedelijke zenuwschade,
maar eerder de fatale neurologische aandoening
corticobasale degeneratie: CBD.

En of het nu gaat om het South West Coast Path
of de bekende details van ons eigen leven,
we kunnen nooit volledig anticiperen op morgen.
We weten niet wat er achter de volgende landtong ligt
of welke onaangename verrassingen
het leven ons kan brengen.
Nee, we moeten in het nu leven.
Het heeft geen zin om ons zorgen te maken over morgen;
We kunnen alleen in vandaag leven.

Of zoals Ray tegen het einde van hun tocht memoreerde:

‘Deze seconde in de miljoenen seconden was de enige,
de enige waarin we konden leven.’

Want wie ben ik werkelijk?

Aan het begin van het boek herinnert Ray zich:
‘Ik heb ooit een lezing van Stephen Hawking bijgewoond,
waarin hij zei:
‘Het is het verleden dat ons vertelt wie we zijn.
Zonder het verleden verliezen we onze identiteit.’
Misschien probeerde ik mijn identiteit te verliezen,
zodat ik een nieuwe kon verzinnen.’

Wie zijn we als alles ons ontnomen wordt?
Wat definieert ons?
Dakloosheid en werkloosheid,
vragen over waar we vandaan komen
en wat we doen zijn niet alleen ongemakkelijk,
ze creëren ook een existentiële leegte.

Ray en Moth, die vaak voor zwervers worden aangezien,
merkten dat mensen hen anders behandelden:
Sommigen vertrokken stilletjes,
en met het oog op de ziekte van Moth
waren anderen nog directer: ‘Compleet onverantwoord!’
Maar het oordeel van anderen bepaalt niet wie we zijn.
Maar wie waren zij eigenlijk in deze nieuwe wereld van hen?

En dan is er nog de impact
van een verslechterende gezondheid.
Elke fase van achteruitgang
belooft te ondermijnen
wat er fysiek mogelijk is
en vereist een herdefiniëring
totdat er helemaal niets meer over is.

Maar identiteit gaat dieper dan dat.
Het vormt de kern van wie we zijn,
in ons diepste wezen.
Het is de som van onze ervaringen en keuzes,
onze successen en mislukkingen,
van wat we met plezier hebben omarmd
en wat het leven ons onverwachts
heeft toegeworpen.
We zijn unieke individuen met intrinsieke waarde,
waarde en waardigheid.
Mensen die liefhebben en bemind worden.

Aan het einde van het pad mijmert Ray:

‘De meeste mensen gaan hun hele leven
door zonder hun eigen vragen te beantwoorden:
Wat ben ik, wie heb ik in mij? De grote dingen.
Wat een verspilling.’

Misschien is dat
één van de aantrekkelijke kanten
van wandelen
het ruimte maken is:
ruimte om de afleidingen
en drukte van ons extreem compliceerde leven te vergeten,
zodat zelfontdekking kan intreden.

Maar hoe krijg je het voor elkaar
om 1000 kilometer te lopen?
Hoe kun je de eisen voldoen van het beklimmen
van onbekende heuvels en kliffen
en het navigeren door hun kloven en ravijnen?

En bovendien het beruchte Engelse weer trotseren?
En dat met weinig geld
en alleen een tent als rustpunt:
als het regent, word je nat
en blijf je nat,
en als het koud is,
ril je en trek je zoveel mogelijk lagen kleding aan.
Zélfs in augustus kan het een uitdaging zijn.

Wandelen, eten, slapen en dat maar blijven herhalen.
Soms is het enige wat je kunt doen,
de ene voet voor de andere zetten.

‘Elke stap had zijn eigen resonantie,
zijn moment van kracht of mislukking.
Die stap, en de volgende
en de volgende
en de volgende,
was de reden en de toekomst.
Elke dag overleefd
was een reden om de volgende te overleven.’

Ja, er is altijd keuzevrijheid.
Er is altijd de mogelijkheid
om vandaag te kiezen
welk pad je wilt bewandelen
en met welke houding.
Toegeven of doorgaan,
defaitistisch of hoopvol zijn,
klagen of gul zijn;
Die keuzes zijn er altijd,
zelfs als ze beperkt zijn.
Zelfs na oneerlijke beslissingen
en onverwachte tragedies
kiezen we vandaag
de weg die we nemen.
En soms is dat alles
wat we kunnen opbrengen.

Het verhaal van Ray en Moth
zit vol momenten van vriendelijkheid en warmte.
Van de verliefde serveerster
die hen de overgebleven pasteitjes
van de dag toestopt
tot de vrijgevigheid
van een hippiecommune:
er is een terugkerend thema
dat een onderliggende goedheid
in de aard van mensen weerspiegelt.
En vaak zijn het degenen
met het minste
die het meest vrijgevig
en attent blijken te zijn.

Meer dan eens delen Ray en Moth
zelf hun schamele voedselvoorraad
– met name hun kostbare fudgerepen –
met mensen die in een onzekerdere situatie
verkeren dan zijzelf.
Een andere keer
belanden ze in een gespannen
en potentieel gewelddadige situatie
met een jonge vrouw,
die het slachtoffer is van een gewelddadige relatie.
Ze bieden haar gezelschap aan en een uitweg
en betalen uiteindelijk haar busreis van £5
om naar haar familie te gaan.

Er is iets hartverwarmends aan vriendelijkheid,
iets verheffends.
Zowel de gever als de ontvanger
voelen zich bemoedigd,
lichter en gelukkiger.
Het gezegde ‘het is ‘beter te geven dan te ontvangen
blijkt de tand des tijds te hebben doorstaan.

Vriendelijkheid blijkt dieper in de aard der dingen te zitten,
dan we ons kunnen voorstellen.

The Salt Path gaat over de relatie tussen Ray en Moth:
Hoe ze onvoorstelbaar moeilijke omstandigheden trotseren
en er samen een weg doorheen vinden.
Dit is een diep hoopvol verhaal.
En daaruit kunnen wij ook hoop putten.

Er was niets religieus aan wat ze deden
of zoals in het boek klinkt:
‘Het is toch geen pelgrimstocht?’

Aan de ene kant is het puur een reactie op wanhoop.
Maar te midden van dit alles hebben ze elkaar.
Tweeëndertig jaar samen, begonnen ze hun relatie
toen Ray 18 was,
en ze zijn nog steeds diep verliefd.
Ze belichamen de waarden
die in de huwelijksgeloften zijn vastgelegd:

‘… om te hebben en te houden vanaf deze dag, in voor- en tegenspoed,
in rijkdom en armoede, in ziekte en gezondheid,
om te beminnen en te koesteren,
tot de dood ons scheidt…’

Nee dat is geen slap sentimenteel gewauwel,
maar eerder liefde
die zichzelf bewijst
in het licht van de aanval
van ‘het ergere… het armere…’
van ‘de ziekte… de dood’.

Het einde van hun reis bracht Ray tot het besef:
‘Ik was thuis, er was niets meer te zoeken, zij was mijn thuis.’

of zoals een oude Bijbelse dichter ooit eens schreef:

‘Draag mij als een zegel op je hart,
als een zegel op je arm.
Sterk als de dood is de liefde,
beklemmend als het dodenrijk de hartstocht.
De liefde is een vlammend vuur,
een vuurgloed van de HEER.
Zeeën kunnen haar niet doven,
rivieren spoelen haar niet weg.
Zou een man met al zijn rijkdom
liefde willen kopen,
dan werd hij smadelijk veracht.’
(Hooglied 8)

Het boek wekt herkenning op
omdat ze ons het leven dat we kennen,
omdat het de levens die we leiden,
weerspiegelt.
Ja, onze levens zijn
als het ware aanwezig
in de keuzes die Ray en Moth maken,
maar dat verheldert de zaken voor ons.
De meesten van ons zullen zich
nooit in dezelfde situatie bevinden als zij,
maar we kunnen ons inleven.
De meesten van ons zouden
nooit overwegen om te doen wat zij deden,
zelfs als we dat wél waren.
Maar ondanks alles
zien we het,
begrijpen we het
en lijkt het logisch.

Voor mij speelt het meest aangrijpende
en veelzeggende moment van het verhaal
zich af als Moth zegt:

‘Als het zover is, het einde, wil ik dat je me laat cremeren.
Bewaar me dan ergens in een doos,
en als je doodgaat, kunnen de mensen ook jou erin stoppen,
ons dan door elkaar schudden en ons samen op pad sturen.
Zo kunnen ze ons naar de kust laten gaan,
in de wind,
en samen vinden we de horizon.’

NASCHRIFT
Recentelijk zijn er twijfels gerezen over de
de waarachtigheid van delen van dit verhaal.
Ja, als deze kritiek waar is
doet het zeker iets af van het verhaal.
Toch denk ik dat de onderliggende ervaringen
of ze nu fictief of niet-fictief zijn
blijvende universele zeggingskracht mogen hebben
die mensen kan bemoedigen.
Daarover in mijn volgende webpost.

4 juni 1976 – 16 februari 2024

In verband met het eenjarig herdenken van de moord op Navalny, een repost van een eerder bericht 

In de rechtszitting kort na zijn arrestatie,
waarin zijn voorwaardelijke straf werd omgezet in echte gevangenisstraf,
vertelde Navalny het gerechtshof in Moskou dat hij christen was geworden.

Tijdens dat proces in 2021 zei hij:
‘Feit is dat ik christen ben…
Ik was zelf ooit een behoorlijk militante atheïst…
Maar nu ben ik een gelovige, en dat helpt mij enorm bij mijn activiteiten…
Er zijn minder dilemma’s in mijn leven,
omdat er een Boek is waarin over het algemeen
min of meer duidelijk staat welke actie in elke situatie moet worden ondernomen.

‘Het is natuurlijk niet altijd gemakkelijk om dit Boek te volgen,
maar ik probeer het echt. En dus is het, zoals ik al zei,
waarschijnlijk gemakkelijker voor mij
dan voor vele anderen om zich met politiek bezig te houden.’

Navalny citeerde vaak verzen uit de Bergrede van Jezus, in het bijzonder:
“Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden”           (Matteüs 5:6).
‘Ik heb altijd gedacht dat dit specifieke gebod min of meer een instructie tot activiteit is’,
merkte Navalny op.

Aleksej Navalny vocht onbevreesd tegen de corruptie in Rusland
en werd vergiftigd, gevangengezet en op 16 februari 2024 vermoord door de staat.

Sinds het nieuws over zijn dood bekend werd,
heb ik nagedacht over de woorden van Navalny.
Hij zag de instructie van Jezus niet alleen als een belofte
die in de toekomst vervuld zou worden,
maar als een zeer actuele oproep tot actie.
Het motiveerde hem niet alleen om op te komen voor gerechtigheid,
maar ook om zich uit te spreken tegen onrecht.
Het gaf hem de moed om zijn eigen leven op het spel te zetten in het belang van anderen.

Zijn honger en dorst naar gerechtigheid
waren niet alleen spiritueel, maar letterlijk:
soms koos hij voor een hongerstaking
om de aandacht van de wereld te trekken,
soms werd hij uitgehongerd als straf in de gevangenis.
Hoe dan ook, hij bleef zich inzetten
voor het teweegbrengen van verandering
in het politieke systeem van zijn land.

Als Navalny zijn geloof kan vasthouden,
gerechtigheid kan blijven nastreven
en anderen kan uitdagen om de leer van Jezus te volgen,
zelfs terwijl hij gevangen wordt gezet,
gemarteld en zelfs vermoord,
moeten we misschien allemaal heroverwegen
hoe we de vrijheden en kansen die we hebben gebruiken.

Misschien moeten ook wij ons meer uitspreken
als er sprake is van misbruik van publieke middelen,
ongepaste invloed van de media,
het oppotten van rijkdom door enkelingen,
of om de verslaving aan geld, seks en macht aan te pakken.

Kunnen we nog meer doen om te pleiten voor de gemarginaliseerden
en om ervoor te zorgen dat degenen die aan de macht zijn,
werken ten behoeve van degenen die dit het meest nodig hebben?
Hoe kunnen we pleiten voor een goed landsbestuur
en onze leiders ter verantwoording roepen,
en eisen dat degenen die leiding geven
dit met integriteit en mededogen doen?

Navalny’s leven, dood en geloof dwingen de vraag af:
wat kunnen we vandaag de dag in de naam van Jezus
en met behulp van de Bijbel doen
om rechtvaardigheid en gerechtigheid na te streven?

In zijn eigen woorden: ‘You’re not allowed to give up!’

 

Nu de focus van de crisis in het Midden-Oosten verschuift van Gaza naar Libanon,
en nu we vandaag de aanslagen van 7 oktober herdenken,
helpt misschien een blik op de verhalen die dit conflict omringen om een weg vooruit te vinden.

In het hart van de crisis in het Midden-Oosten met betrekking tot Israël, Gaza en nu Libanon,
liggen namelijk twee heel verschillende verhalen.

Eén daarvan gaat als volgt:

Israël is de enige goed functionerende democratie in het Midden-Oosten.
Het is een toevluchtsoord voor het Joodse volk
dat door de eeuwen heen en over de hele wereld
buitengewoon veel vervolging en discriminatie heeft ervaren.
Als klein land heeft het zich de afgelopen 76 jaar dapper gevestigd
als een toevluchtsoord van liberale, democratische vrijheid en welvaart,
ondanks de vijandigheid van zijn buren,
zoals de door Iran gesteunde Hezbollah in Libanon.
De Hamas-aanvallen op 7 oktober 2023 waren
een moorddadige aanval op onschuldige burgers,
waarvan de slachting en wreedheid de laatste tijd ongekend waren.
Hamas en Hezbollah vertegenwoordigen beide een islamitische ideologie
die een doorn in het oog is van alle democratische staten
en die wortel heeft geschoten in Gaza en Libanon.
Israëls reactie om te proberen zo’n dodelijke vijand uit buurlanden te verdrijven
is volkomen gerechtvaardigd en redelijk.
Elk land dat geconfronteerd wordt met buren die toegewijd zijn aan zijn vernietiging
zou ongeveer hetzelfde doen.
Ja, er vallen burgerslachtoffers in het conflict, maar die zijn er altijd in oorlog.
Je verzetten tegen Israëls campagnes in Gaza en Libanon
is in feite heimelijke steun verlenen aan terrorisme
en een vorm van antisemitisme,
omdat het het recht van Israël en het Joodse volk
op zelfbeschikking en zelfverdediging ter discussie stelt.

Ook is er nog een ander verhaal, dat zó gaat:
ten tijde van de oprichting in 1948 begingen de pioniers van de staat Israël
een erfzonde die het sindsdien teistert,
de verdrijving van een groot deel van de inheemse Palestijnse bevolking
uit het land in het Arabisch-Israëlische conflict dat volgde op de oprichting van de staat.
Sindsdien heeft Israël geprobeerd de resterende Arabische bevolking te onderwerpen,
door Palestijnen op haar grondgebied als tweederangsburgers te behandelen.
Sinds 1967 heeft het de Westelijke Jordaanoever en Gaza illegaal bezet,
Palestijnen hun basisrechten van burgerlijke gelijkheid ontzegd,
terwijl het Joodse kolonisten in staat stelde en aanmoedigde
om geleidelijk land te stelen dat door de Verenigde Naties als Palestijns wordt erkend.
Binnen Israël en de bezette gebieden vinden Palestijnen het moeilijker
om bouwvergunningen te krijgen, werk te vinden,
op de juiste manier vertegenwoordigd te worden
in het parlement of om onderwijs te volgen.
Het is dan ook niet verrassend dat de sluimerende wrok
die een dergelijke behandeling oproept,
leidt tot incidenteel verzet,
zoals tijdens de intifada’s van de jaren ’90 en 2000,
de verkiezing van Hamas in Gaza
en zelfs de aanslagen van 7 oktober.
Israël beschuldigt regelmatig iedereen die kritiek heeft op haar beleid
van antisemitisme, en gebruikt dit als schild om haar mishandeling
van de Palestijnse minderheid te verbergen.
Het heeft de aanslagen van 7 oktober aangegrepen om een massale aanval op Gaza
en nu ook op Zuid-Libanon te lanceren, ongeacht de burgerslachtoffers.
Het resultaat is, in ieder geval in Gaza,
een humanitaire ramp die jaren,
zelfs decennia zal duren om op te lossen.

Welke van deze verhalen geloof je?
Afhankelijk van een hele reeks andere eigen ideeën 
heb je waarschijnlijk meer met de een of meer met de ander.
Als je meer links bent ingesteld,
geeft je waarschijnlijk de voorkeur aan het Palestijnse verhaal.
Als jouw instincten meer rechts zijn,
zul je eerder de voorkeur geven aan het Israëlische verhaal.
En ik weet zeker dat je gaten kunt prikken
in het tegenovergestelde verhaal als je dat wilt.

Christenen zitten aan beide kanten van dit debat.
‘Christelijke zionisten’ zien de opkomst van de staat Israël
over het algemeen als een vervulling van de Bijbelse profetie
dat God het Joodse volk op een dag terug zou brengen
naar het land waaruit ze in het verre verleden werden verbannen.
Voorstanders van de Palestijnse zaak wijzen op de geboden van de Bijbel
ten aanzien van rechtvaardigheid,
het respect voor de armen en onderdrukten,
en op de roeping van Israël in het Oude Testament
om voor de vreemdelingen in hun land te zorgen.
Heeft Israël niet de plicht om de Palestijnen
binnen haar grenzen als gelijke burgers te behandelen?

Je kunt dus de vraag stellen het christendom iets bijdraagt aan dit conflict?
Of is het net zo verdeeld over dit onderwerp als over andere kwesties?

Een van de meest opvallende kenmerken van de leer van Jezus
is Zijn opmerkelijke en ongekende, sommigen zouden zeggen belachelijke oproep
om je vijanden lief te hebben en te bidden voor degenen die je vervolgen.
Het is natuurlijk puur menselijk om je familie en vrienden lief te hebben.
Maar het is al een grotere uitdaging om je buren
lief te hebben die toevallig naast je wonen.
En dan is het een heel ander verhaal om je vijanden lief te hebben.
De zin rolt van de tong als één die we goed kennen,
maar hoe zou het ooit mogelijk kunnen zijn voor Israëliërs
om Hamas-strijders lief te hebben of voor hen te bidden,
of de inwoners van het land dat hen elke dag beschiet,
de inwoners van Zuid-Libanon, lief te hebben?

Ik kan me dat niet eens voorstellen.
Maar dichter bij huis, hoe beïnvloedt dit idee van liefde voor vijanden
de liefde voor mensen die zo hartstochtelijk aan beide kanten van het debat?

Je vijand liefhebben betekent niet dat je doet alsof je vijand een vriend is,
in ieder geval nog niet.
Veel mensen die dit lezen, zullen zich hartstochtelijk inzetten
voor het ene of het andere verhaal.
Maar onze vijanden liefhebben betekent toch zeker
dat je moet proberen het verhaal vanuit een ander perspectief te zien,
dat je moet proberen om jezelf
in ieder geval in de schoenen van de ander te verplaatsen,
dat je even een beetje twijfelt over de zekerheid van je eigen morele zaak.

Dat is wat sommigen in het land Israël hebben geprobeerd te doen.
Er zijn mensen die laten zien hoe Palestijnse en Joodse christenen
dezelfde Bijbel door een andere lens lezen,
en beginnen zich voor te stellen
hoe een vorm van verzoening mogelijk zou kunnen zijn.

Ja, je vijand liefhebben is misschien wel een belachelijk, onpraktisch idee.
Toch pakt het alternatief nauwelijks goed uit.
Als Israëlische radicalen erin zouden slagen
alle Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever of uit Gaza te verdrijven,
of als Hamas/Hezbollah erin zou slagen de Joden uit Israël te verdrijven,
geen van beide is een oplossing die spreekt van rechtvaardigheid.

Het is moeilijk om je enige vooruitgang in de richting van vrede voor te stellen
zonder iets van deze poging om een ander perspectief te proberen te begrijpen.
Je kunt geen vrede bouwen zonder een vredestichter te zijn,
een idee dat vaak verkeerd begrepen wordt,
maar volgens Jezus ook vreemd gezegend is.
Aan welke kant je ook staat,
misschien heb je een morele plicht
om alle moeite te doen om de ander te begrijpen.
Want als we dat niet doen,
kunnen we niet beginnen met het helpen oplossen
van dit meest hardnekkige en gevaarlijke van alle wereldwijde problemen.

4 juni 1976 – 16 februari 2024

 

In de rechtszitting kort na zijn arrestatie,
waarin zijn voorwaardelijke straf werd omgezet in echte gevangenisstraf,
vertelde Navalny het gerechtshof in Moskou dat hij christen was geworden.

Tijdens dat proces in 2021 zei hij:
‘Feit is dat ik christen ben…
Ik was zelf ooit een behoorlijk militante atheïst…
Maar nu ben ik een gelovige, en dat helpt mij enorm bij mijn activiteiten…
Er zijn minder dilemma’s in mijn leven,
omdat er een Boek is waarin over het algemeen
min of meer duidelijk staat welke actie in elke situatie moet worden ondernomen.

‘Het is natuurlijk niet altijd gemakkelijk om dit Boek te volgen,
maar ik probeer het echt. En dus is het, zoals ik al zei,
waarschijnlijk gemakkelijker voor mij
dan voor vele anderen om zich met politiek bezig te houden.’

Navalny citeerde vaak verzen uit de Bergrede van Jezus, in het bijzonder:
“Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden”           (Matteüs 5:6).
‘Ik heb altijd gedacht dat dit specifieke gebod min of meer een instructie tot activiteit is’,
merkte Navalny op.

Aleksej Navalny vocht onbevreesd tegen de corruptie in Rusland
en werd vergiftigd, gevangengezet en op 16 februari 2024 vermoord door de staat.

Sinds het nieuws over zijn dood bekend werd,
heb ik nagedacht over de woorden van Navalny.
Hij zag de instructie van Jezus niet alleen als een belofte
die in de toekomst vervuld zou worden,
maar als een zeer actuele oproep tot actie.
Het motiveerde hem niet alleen om op te komen voor gerechtigheid,
maar ook om zich uit te spreken tegen onrecht.
Het gaf hem de moed om zijn eigen leven op het spel te zetten in het belang van anderen.

Zijn honger en dorst naar gerechtigheid
waren niet alleen spiritueel, maar letterlijk:
soms koos hij voor een hongerstaking
om de aandacht van de wereld te trekken,
soms werd hij uitgehongerd als straf in de gevangenis.
Hoe dan ook, hij bleef zich inzetten
voor het teweegbrengen van verandering
in het politieke systeem van zijn land.

Als Navalny zijn geloof kan vasthouden,
gerechtigheid kan blijven nastreven
en anderen kan uitdagen om de leer van Jezus te volgen,
zelfs terwijl hij gevangen wordt gezet,
gemarteld en zelfs vermoord,
moeten we misschien allemaal heroverwegen
hoe we de vrijheden en kansen die we hebben gebruiken.

Misschien moeten ook wij ons meer uitspreken
als er sprake is van misbruik van publieke middelen,
ongepaste invloed van de media,
het oppotten van rijkdom door enkelingen,
of om de verslaving aan geld, seks en macht aan te pakken.

Kunnen we nog meer doen om te pleiten voor de gemarginaliseerden
en om ervoor te zorgen dat degenen die aan de macht zijn,
werken ten behoeve van degenen die dit het meest nodig hebben?
Hoe kunnen we pleiten voor een goed landsbestuur
en onze leiders ter verantwoording roepen,
en eisen dat degenen die leiding geven
dit met integriteit en mededogen doen?

Navalny’s leven, dood en geloof dwingen de vraag af:
wat kunnen we vandaag de dag in de naam van Jezus
en met behulp van de Bijbel doen
om rechtvaardigheid en gerechtigheid na te streven?

In zijn eigen woorden: ‘You’re not allowed to give up!’