De Veertigdagentijd of Lijdenstijd in aanloop naar Pasen
is voor christenen de periode die in het teken staat van
soberheid, inkeer en bezinning op je eigen christenzijn.
Christenen geloven dat ieder mens geschapen is
naar Gods beeld en leven in alle volheid verdient.
Tragisch genoeg leven we in een wereld van
gebroken relaties waar onrecht, ongelijkheid, corruptie
en rampen miljoenen mensen van hun toekomst beroven.
Een christen wordt opgeroepen
om de onvoorwaardelijke liefde van Christus weerspiegelen
door hun leven, hun daden en woorden.
Het geven van hoop, herstel en vernieuwing voor de wereld
zijn daar een onderdeel van.
Ontwikkelingshulp in allerlei vorm is daar ook uiting van.
Hieraan moest ik denken toen hoorde over het onderstaande.

Want in veel landen worden de gelden voor ontwikkelingshulp drastisch verlaagd.
Niet alleen in Nederland, maar bijvoorbeeld ook in het Verenigd Koninkrijk
en wie weet niet van de aankondiging in de Verenigde Staten
om het budget van USAID
– dat internationaal veel hulp overeind houdt –
zeer drastisch te verlagen.
In het Verenigd Koninkrijk heeft de afkondiging
tot verlaging van het budget op ontwikkelingshulp
zelfs geleid tot het aftreden van de minister
voor Internationale Ontwikkeling Anneliese Dodds.
Ze schreef in haar ontslagbrief:

Uiteindelijk zullen deze bezuinigingen voedsel en gezondheidszorg wegnemen
van kwetsbare mensen.

De forse vermindering van ons internationale hulpbudget
brengt inderdaad levens in gevaar over de hele wereld.
De stap ondermijnt echter ook de eigen nationale veiligheid.
Een sterke aanwezigheid op het wereldtoneel
komt niet primair tot stand door militaire kracht,
maar juist door diplomatie en gerichte ontwikkelingsfinanciering.

Dodds:

In de rest van de wereld is het teleurstellend dat we waarschijnlijk
het internationale ontwikkelingsbudget gaan plunderen,
omdat de invloed van het Verenigd Koninkrijk in de wereld
vaak voortkomt uit een combinatie van onze harde macht en onze zachte macht,
onze diplomatie en onze ontwikkelingsfondsen.

Zo zien we ook in Nederland dat minister Klever
van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
projecten stopt op het gebied van vrouwenrechten, gendergelijkheid,
beroepsonderwijs en hoger onderwijs, sport en cultuur.
En ook op hulp op het gebied van klimaat, maatschappelijk middenveld
en multilaterale samenwerking wordt flink bezuinigd.
Onder dat laatste valt bijvoorbeeld Unicef;
de VN-kinderrechtenorganisatie wordt door Klever met 50 procent gekort.

Internationale hulp is bewezen
een van de meest effectieve manieren
om welvaart en vrede te creëren.
Het is een strategische investering
in nationale en internationale veiligheid,
en is ook aantoonbaar
nuttiger en kosteneffectiever
dan militaire defensie-uitgaven.

Het verlagen van hulpbudgetten kan op korte termijn geld vrijmaken,
maar in werkelijkheid verzwakt het de invloed van de donorlanden,
ondermijnt het de wereldwijde stabiliteit
en vergroot het de veiligheidsrisico’s.
Het is niet alleen een valse zuinigheid,
maar ook een potentieel gevaarlijke
en contraproductieve beleidswijziging.

Hier zijn tien redenen waarom internationale hulp
zo’n cruciale investering in veiligheid is:

1. Het aanpakken van de grondoorzaken vermindert terrorisme.

Buitenlandse hulp helpt vrede te bevorderen,
armoede te verminderen en ontwikkeling te ondersteunen
in de meest kwetsbare regio’s.
Wanneer landen stabiel zijn,
is de kans kleiner dat ze in chaos vervallen
of broedplaatsen worden voor terrorisme en extremisme.
Door Nederland gefinancierde onderwijsinitiatieven
hebben meer dan 1,5 miljoen gemarginaliseerde meisjes onderwijs geboden,
waardoor de kwetsbaarheid van jongeren
voor extremistische rekrutering is verminderd.
Door de aantrekkingskracht van radicalisering te verminderen,
heeft deze investering bijgedragen
aan het verlagen van de langetermijndreiging van terrorisme
tegen Nederlandse burgers in binnen- en buitenland.

2. Investeren in wereldwijde gezondheid vermindert pandemierisico’s.

Virussen houden zich niet aan grenzen.
Financiering voor de ebola-respons
heeft geholpen wereldwijde uitbraken te voorkomen,
waardoor het risico op dodelijke ziekten
die zich naar Nederland verspreiden, is verminderd.
Op dezelfde manier is door te investeren in vaccinaties
tegen nieuwe stammen van Covid over de hele wereld,
is de eigen pandemieparaatheid versterkt
en de volksgezondheid in eigen land beschermd.

3. Sterkere relaties tussen landen verminderen conflicten.

Steun aan en hulp bij het trainen van politie en overheidsfunctionarissen,
versterkte de diplomatieke banden op de lange termijn
en voorkwam een terugkeer naar instabiliteit
die zich mogelijk over het hele continent had verspreid.
Dit heeft ook geholpen Nederland te positioneren
als een vertrouwde diplomatieke partner,
wat heeft geleid tot handelsovereenkomsten
en politieke allianties die de wereldwijde belangen
van Nederland ten goede komen.

4. Ondersteuning van stabiliteit vermindert gedwongen migratie.

Het wordt nu erkend dat het bouwen van ankers, en niet muren,
de beste strategie is om migratie in te dammen.
Het ontwikkelingshulpprogramma
heeft economische en sociale steun geboden
in landen als Syrië, Libanon en Afghanistan,
waardoor gedwongen ontheemding werd verminderd
en de druk op de Nederlandse grensbeveiliging werd verlaagd.
Door regio’s te stabiliseren die door conflicten zijn getroffen,
is ook Nederland in staat geweest
illegale migratie en de bijbehorende kosten
van grenshandhaving, asielverwerking en noodhuisvesting
te verminderen.

5. Het bevorderen van duurzaamheid
vermindert de schaarste aan hulpbronnen
als gevolg van klimaatverandering.

Ondersteuning van duurzame landbouw- en schone energieprojecten
in Afrika en Azië, waardoor de concurrentie
om afnemende hulpbronnen wordt verminderd
en klimaatgerelateerde conflicten worden voorkomen
die hebben bijgedragen aan het turbulenter maken van de wereld.
Dit heeft niet alleen de wereldwijde stabiliteit verbeterd,
maar ook kansen gecreëerd voor Nederlandse bedrijven
in de sectoren groene energie en duurzame ontwikkeling.

6. Veerkracht opbouwen vermindert internationale criminaliteit en instabiliteit.

Financiering is bijvoorbeeld instrumenteel geweest
bij het stabiliseren van landen,
door hun bestuur te verbeteren,
wetshandhaving op te leiden en criminaliteit en piraterij te verminderen
die niet alleen de internationale scheepvaart
maar ook het toerisme bedreigen.
Als gevolg hiervan hebben Nederlandse rederijen en toeristen
die in de regio reizen minder veiligheidsrisico’s ondervonden,
wat het vertrouwen in door het Nederland
geleide handel en reizen heeft vergroot.

7. Hongersnood en ondervoeding voorkomen vermindert politieke instabiliteit.

Financiering van projecten heeft geholpen
voedselcrises in Oost-Afrika te voorkomen,
waardoor de kans op massale migratie
en conflicten over hulpbronnen is verminderd.
Zonder die investering zou ook Nederland
waarschijnlijk veel meer hebben uitgegeven
aan humanitaire noodhulp en crisismanagement,
wat de kosteneffectiviteit van preventieve hulp aantoont.

8. Sterkere economieën in het buitenland opbouwen creëert kansen.

Handelsgerichte hulp heeft Afrikaanse landen geholpen
stabiele economieën te ontwikkelen,
waardoor handelsmogelijkheden voor Nederland zijn gecreëerd
en de afhankelijkheid van fragiele staten is verminderd.
Sterkere economieën in partnerlanden
betekenen een grotere vraag naar Nederlandse export,
wat ook ten goede komt aan Nederlandse bedrijven en werkgelegenheid.

9. Humanitaire hulp versterkt de wereldwijde invloed van een land.

Het ondersteunen van humanitaire hulp
is belangrijk om de positie van Nederland
als wereldwijde humanitaire leider te versterken
en heeft geleid tot een soft power-voordeel op het wereldtoneel.
Deze goodwill heeft geleid tot sterkere diplomatieke relaties
met belangrijke bondgenoten,
wat de Nederlandse belangen op het gebied
van handel, veiligheid en regionale stabiliteit ondersteunt.

10. Rampenbestrijding bouwt goodwill en strategische partnerschappen op.

Na de aardbeving in Haïti in 2010 heeft Nederland noodhulp verstrekt,
wat de banden met Caribische landen heeft versterkt
en het wereldwijde leiderschap van Nederland
op het gebied van crisisbestrijding heeft laten zien.
Deze inspanningen hebben de rol van Nederland
als betrouwbare partner in tijden van crisis versterkt,
wat heeft geleid tot nauwere
economische en diplomatieke relaties
met landen in het Caribisch gebied.

Kortom:
Als het Westen de hulpfinanciering opzegt,
ontstaat er een zeer significant vacuüm
waarin andere landen zullen stappen.
Rusland heeft bijvoorbeeld al Wagner-huurlingen gestuurd
om te patrouilleren
in de Centraal-Afrikaanse Republiek en Mali.
Dit is niet alleen slecht voor de burgers van die gebieden,
maar ook vanuit het perspectief
van de nationale veiligheid van Nederland.
Het zou buitengewoon zorgwekkend zijn
als Rusland in staat zou zijn
om een brede basis van invloed
en soft power op te bouwen in het mondiale Zuiden.

Met een steeds kwetsbaardere wereld
is dit het instrument dat op dit moment het meest nuttig is
voor de nationale veiligheid internationale hulp.
De toename van conflicten, migratie,
terrorisme en andere vooroorlogse omstandigheden
is direct te wijten aan de impact van armoede
– die nu 44 procent van de wereldbevolking treft, concentratie van rijkdom –
die de kans op financiële crises vergroot, verzwakte handelsroutes
– bijvoorbeeld vanwege de oorlog in Oekraïne en het Midden-Oosten,
en nieuwe handelspolitiek in de VS, en klimaatverandering –
die al die spanningen verergert.
Als Nederland in deze turbulente tijden
een effectieve verdedigingsstrategie wil,
moeten we heroverwegen om onze internationale hulpverplichtingen te verdubbelen,
en ze niet op te geven.

De Veertigdagentijd.
Als christen staat deze periode in het teken
van bezinning op je eigen christenzijn.
Ze staat in het teken van mededogen,
liefde en barmhartigheid delen
en bereid zijn om samen te werken
om het leven van mensen te veranderen.
Hulp aan een medemens is,
die ook geschapen is naar Gods beeld.
Wederkerigheid in ontwikkelingshulp
vindt zijn basis in de ontvankelijkheid
die wij leren van de liefde.
Concreet betekent dit dat wij, gevers,
allereerst zelf leren,
namelijk leren te ontvangen in het geven.
Alleen dan is er werkelijk sprake van wederkerigheid.
Een les in deze Veertigdagentijd.

Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij; zoals ook enkele van uw dichters gezegd hebben: Want wij zijn ook van Zijn geslacht. (Handelingen 17: 28)

Je hoort het regelmatig om je heen: denk je nu echt dat het wat uit maakt, wat ik doe? Dat hele kleine gebaar wat ik doe heeft toch op wereldniveau totaal geen zin! Ik moet dan altijd denken aan de theorie van het vlindereffect. Ergens op de wereld kan de vleugelslag van een vlinder tot het effect hebben dat ergens anders, ver weg, er uiteindelijk een orkaan door wordt veroorzaakt. Alles haakt in elkaar. Vertaald naar onze situatie? vlindersDat kleine, ogenschijnlijk onzinnige, nutteloze, wat jij doet kan uiteindelijk bijdragen aan iets heel moois. Dat simpele karweitje, dat vriendelijk woord. Over duurzaam gesproken…! Wij zijn van het geslacht van God, zijn Zijn kinderen. Dat mag wat betekenen: vernieuwd worden.uit zijn op rechtvaardigheid. Anders leren leven. Weten dat zelfs het minste wat we doen mogen doen uit de kracht in Wie wij leven, bewegen en wij bestaan. Met die zegen mogen we er van verzekerd zijn dat ons handelen een verschil kan maken. Misschien mag het uiteindelijk bijdragen aan de revolutie waardoor Gods Koninkrijk mag gebeuren op deze aarde. Als door de vleugelslag van één enkele vlinder…

‘Elk zevende jaar moet u algemene kwijtschelding verlenen.’ Dit is een tekst uit het boek Deuteronomium uit het Oude Testament. Het Schriftgedeelte uit hoofdstuk 15 handelt over het zogenaamde sabbatsjaar waarin een schuldeiser zijn schulden aan zijn schuldenaar moet kwijtschelden. In het gedeelte wordt ook aandacht besteed aan lenen. ‘Zou er in een van de steden in het land dat de HEER, uw God, u zal geven toch iemand uit uw eigen volk gebrek lijden, dan mag dat u niet koud laten. U mag uw hand niet op de zak houden, maar u moet diep in de buidel tasten en hem lenen zo veel als hij nodig heeft.’ staat er dan.

Mmh, ongemakkelijke tekst, zeker als er ook nog de nadruk op gelegd dat als iemand geld leent en je weet dat het jaar van de kwijtschelding er aankomt, je een vraag om een lening niet naast je neer moet leggen ook al weet je dat je het geleende niet terug zult krijgen.

Vanwege de huidige crises in Griekenland en Ierland en de verwachte crises in andere landen is het toch bijna de algemene mening dat we deze landen geen geld meer moeten lenen; immers, zij hebben er toch zelf een zootje van gemaakt!

Het idee lijkt ‘Wij zijn rijk, zij zijn arm en en de armen zijn zelf ook nog de oorzaak van hun armoede. Dus laat ze hun eigen problemen maar oplossen.

Onwillekeurig moet ik dan denken aan de uitspraak van Adam Smith, de grondlegger van het de moderne economie. Hij schreef: ‘de neiging om rijken en machtigen te aanbidden en de armen te verachten is de grootste oorzaak van de teloorgang van onze moraal. Rijkdom bewonderen en armoede verachten  en succes boven falen bewonderen is het grootste gevaar in de commerciële samenleving.’  Smith had het helaas maar al te goed door, zelfs voordat de moderne economie werkelijkheid werd kende hij de aangeboren neiging van een mens.

Deuteronomium wist het eeuwen eerder al: ook rijk zijn is een belasting

Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen.
Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen.
Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken.
Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding?
Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt.
Zijn jullie niet meer waard dan zij? Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?
En wat maken jullie je zorgen over kleding?
Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld. Ze werken niet en weven niet.
Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen.
Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt,
met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden?
Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?”
Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben.
Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.
Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last.

Matteüs 6,19-34

De afgelopen jaren heb ik meerdere werkgevers gehad en dus verschillende pensioenbreuken opgelopen. Momenteel ben ik werkzoekend en bouw dus helemaal geen pensioen op. Ik begrijp dus goed de commotie die er momenteel (in ieder geval in de media) is rondom het nieuws dat een aantal pensioenfondsen moet ‘afstempelen’, waarmee dat uiteindelijk resulteert in het feit dat mensen nu en in de toekomst minder pensioengeld krijgen uitgekeerd. Waarom dan nu zo’n tekst als uit het evangelie naar Matteüs aangehaald waarin de nadruk ligt op niet bezorgd zijn? Veel mensen maken zich toch echt zorgen over de hoogte van de uitkering van hun verplichtte bijdrage aan het  pensioenfonds.

Oké, mijn hart is dan wel ergens anders, maar de rest van mijn lichaam moet toch ook in deze wereld onderhouden worden? Ik kan mijzelf toch niet vergelijken met vogels en lelies?

Natuurlijk mag je zorgen (en je zorgen maken) voor de toekomst, maar laat het niet je leven beheersen. Uiteindelijk ben je  geborgen in de zorg van je Vader voor jou!

Voor veel christenen is dit een onderdeel van het Onzevader dat ze kennen. Met de gevolgen van de enorme branden in Rusland waardoor een heel areaal aan graanproducten verloren is gegaan en dat tot gevolg heeft dat de Russische regering afgekondigd dat de export van graan wordt beperkt. Het gevolg zal zijn dat wereldwijd de prijzen van graanproducten en producten die afhankelijk zijn van graan (als voeding bijvoorbeeld; denk aan vlees) explosief zullen stijgen. Analisten denken dat, zoals altijd, de allerarmsten in de wereld het eerst het slachtoffer zullen worden van de op handen zijnde prijsexplosie. Wellicht zullen ook de mensen in het rijke Westen op termijn de gevolgen aan den lijve de prijsstijging ondervinden.

‘Geef ons heden ons dagelijks brood’; voor veel mensen een misschien gedachteloos gebeden gebed. Maar de wereld lijkt nu de gevolgen te moeten betalen van eigen handelen. Kort gezegd  gaat het volgens mij om ‘rentmeesterschap’.  Hoe gaan wij om met de wereld die ons gegeven is, dus niet een wereld die ván ons is.  De gevolgen van de ons handelen, voor wat betreft de stijging van de prijzen het graan, zullen in eerste aanleg de allerarmsten treffen maar op termijn lijkt het ook onszelf te treffen.  En hoe het ook zij, wat je zelf ondervindt, komt des te harder aan. De actualiteit vraagt dan ook om handelen. Handelen om ‘het dagelijks brood’ voor een ieder te waarborgen.

Misschien is het goed om onszelf weer eens te realiseren dat de bede om het dagelijks brood heel actueel is!

Vanmorgen was Victoria Koblenko (een Nederlandse actrice, presentatrice en columniste van Oekraïense komaf) op bezoek bij Dit is de dag, een programma op Radio 1. Ze was daar op bezoek om als lid van de groep Stoere vrouwen te pleiten voor het gebruik van ‘eerlijke’ chocolade. Voor dit product krijgt de cacaoboer dan een faire prijs en wordt niet uitgebuit door de opkoper. Op zich een nobel streven. Wat me echter opviel was dat Klobenko zei dat ze de leveranciers wilde overtuigen van het verkopen van alleen maar ‘eerlijke’ chocolade.  Alleen maar? ‘Ja’, zei ze, want ze was behoorlijk aan chocolade verslaafd en ze moest tegen zichzelf beschermd worden, want als ze de keuze moest maken tussen goedkope chocolade en het duurdere ‘eerlijke’ product, dan koos ze toch voor het goedkopere product. Verder had ze wel een vreemd idee over het ‘goede leven’. Zelf koopt ze geen vlees, maar ze wilde anderen niet voor hun hoofd stoten als ze haar vlees voorschotelden als ze op bezoek kwam. Tevens maakte ze veel gebruik van vliegtuig en auto omdat dat vanwege haar werk noodzakelijk was; daar kon ze toch niets aan doen. Ze had een keer een auto die op aardgas rijdt te leen, maar die auto al snel weer ingeleverd omdat ze zoveel moeite moest doen om aan brandstof te komen.

Eigenljk vreemd zo’n reactie dat je beschermd moet worden tegen jezelf. Zo’n verzoek om een gedeelte van je eigen autonomie ingeperkt te laten worden. Volgens mij buitelt iedereen over elkaar heen om te protesteren tegen een inperking van de vrije keuze en de eigen vrije wil (denk aan de moeizame debatten rondom de verkrijgbaarheid van allerlei soorten drugs), maar als er dan toevallig een BN-er zich schaart achter zo’n initiatief dan zet men gedwee het eigen ‘dikke ik’ zomaar opzij.

Als men toch het eigen ‘dikke ik’ opzij kan zetten ken ik een paar zeer nuttige leefregels:

  1. Ik ben de Heer, uw God die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.
  2. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
  3. Gij zult de naam van de Eeuwige, uw God, niet ijdel gebruiken.
  4. Gedenk de Sjabbatdag, dat gij die heiligt.
  5. Eer uw vader en uw moeder.
  6. Gij zult niet doodslaan.
  7. Gij zult niet echtbreken.
  8. Gij zult niet stelen.
  9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
  10. Gij zult niets begeren wat van uw naaste is.

Je zult zien, het werkt! Verbeter de wereld, begin bij jezelf!

Volgens mij een werkelijke jobstijding voor de de verkoop van ‘groene’ en biologische producten. Volgens een kleinschalig onderzoek gehouden in opdracht van het Voedingscentrum kiest meer dan de helft van de Nederlanders door de kredietcrisis voor goedkoper eten uit de supermarkt. En de ervaring leert dat dan meestal de biologische producten niet worden gekocht. Immers, het idee bestaat dat deze producten duurder zijn. Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral schreef Bertolt Brecht in de Dreigroschenoper. Eerst het eten, dan de ethiek. Ethiek blijkt een luxegoed te zijn; dat is ook niet verwonderlijk. De primaire levensbehoefte dient eerst te worden gelenigd voordat men aan ethische afwegingen toekomt. De ‘kiloknaller’ lonkt uitnodigend als je toch wat meer op je geld moet letten. Voedingsproducten die goedkoop zijn – en meestal minder ethisch verantwoord zijn geproduceerd – zullen in de winkels meer aftrek vinden. Een oplossing zou er misschien moeten komen van de overheid. Door ethisch minder verantwoorde producten extra te belasten of een andere financiële prikkel. Maar het lijkt of de politiek zich momenteel concentreert op andere zaken.  Dat zie je volgens mij op vele terreinen: de overheid vindt haar taak om het land op andere aspecten te helpen belangrijker dan de mensen er van bewust te worden dat het hyperconsumeren niet langer door kan gaan. Op internationaal gebied hoef ik maar te wijzen op de plannen van de regering Obama. Nu er toch wat grote offers moeten worden gebracht, worden de beloftes die gedaan zijn ineens minder concreet.

Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral…

Door alle commotie omtrent het DSB-debacle valt het nieuws van de voedsel- en landbouworganisaties van de Verenigde Naties (FAO) toch een beetje buiten de radar van velen.

De FAO stelt dat de voedselproductie de komende veertig jaar met 70 procent moet stijgen om aan de vraag van de groeiende wereldbevolking te kunnen voldoen. Volgens de FAO moet er vooral meer geld worden geïnvesteerd in landbouw in ontwikkelingslanden, waar toename van de voedselproductie het hardst nodig is. Een jaarlijks bedrag van 56 miljard euro, 50 procent meer dan nu, moet de problemen oplossen. Voedselproductie krijgt te maken met de effecten van klimaatverandering, zoals hogere temperaturen, grotere veranderlijkheid in regenval, vaker extreme weersomstandigheden.

Het is en blijft een hete aardappel die de Westerse wereld blijft toespelen. Natuurlijk, aan de ene kant willen we de ontwikkelingslanden best helpen, maar als ze dan economisch er bovenop komen en hun producten willen afzetten in onze markt dan trekken we snel allerlei marktbeschermende muren op. Het lijkt wel of al dat ontwikkelingsgeld – dat voor een groot deel niet eens op de plaats aankomt waar het hardst nodig is – voor het Westen een soort wiedergutmachungsgeld is als ‘herstelbetaling’ voor het koloniale verleden. Maar als dan de ‘patiënt’ op eigen benen kan staan dan begint het Westen te beven. Misschien is het ook om die reden dat veel ontwikkelingslanden geen stabiele regering kennen. Lekker makkelijk voor het Westen: corrupte regeringen kun je beter naar je hand zetten.

Daarom ook dat bekende poplyric als titel Money makes the world go around. money makes the world go around

Solidariteit is mooi, zolang het onze economische dominantie maar geen parten speelt. Het draait in de hele wereld om geld.

Maar tegenwoordig zie je steeds meer de andere meningen in de media komen, bijvoorbeeld het boek de crisiskaravaan van Linda Polman. In het boek wordt de traditionele hulpverlening aan ontwikkelingslanden tegen het licht gehouden en wordt deze aan de kaak gesteld. Een ander geluid komt uit een deel van de ontwikkelingslanden zelf. Kortgeleden zag ik in een interview met een persoon waarin naar voren kwam dat er vanuit de ontwikkelingslanden zelf stemmen opgaan om het Westen ervan te overtuigen dat het de ontwikkelingshulp in de huidige vorm alleen maar afhankelijk maakt. Eigenlijk was de conclusie: Stop ermee!! We willen niet langer gepiepeld worden. Misschien is de hulp die China geeft, namelijk alleen vanuit economische drive  – wij halen iets bij jullie en geven jullie er dan iets voor terug – zonder verdere verplichtende moraliteit, zo populair in ontwikkelingslanden. Het Westen had altijd de mond vol van allerlei democratische initiatieven die van de grond moesten worden getild in ontwikkelingslanden. Maar in feite werd er met twee tongen gesproken. We wilden wel helpen, maar het moest ons niks ‘kosten’!!

Maar ja, wat willen we. Eigenlijk willen we het volgende. Namelijk dat de ontwikkelingslanden afhankelijk blijven van ons, want anders missen we onze mogelijkheid om ons zelf goed te voelen.

Money makes the world go around allerlei geopolitieke overwegingen en mondiale economische ideeën liggen ten grondslag aan allerlei beslissingen. Als andere landen mee willen delen in de taart die welvaart heet dan vrezen we voor ons deel dat dan kleiner wordt. China, India en andere landen, natuurlijk mogen zij zich ontwikkelen, maar niet ten koste van onze welvaart!!

En dan heb ik het nog geen eens gehad over de verstrekkende gevolgen van de klimaatcrisis. Natuurlijk, we willen daar allemaal iets aan doen, maar o wee, we moeten er niets bij inschieten, het moet geen geld kosten – of het moet binnen redelijke termijn terug te verdienen zijn. Daarom heb ik ook weinig hoop voor klimaatconferentie in Kopenhagen in december…

immers…

Money makes the world go around

Kijk, dat zijn nou de klein lichtpuntjes in deze sombere tijden van recessie: er komt een goed Nederlands wijnjaar aan!!
Het Nederlands Dagblad bericht erover: Door het droge en zonnige weer van vooral de laatste weken belooft het een goed Nederlands wijnjaar te worden. Wijnmakers in Nederland spreken van een mooie druivenoogst met een hoog suikergehalte. Het is nu een uitzonderlijk goede oogst, omdat er zo vroeg kon worden geplukt. Het suiker- en zuurgehalte is zeer goed, zodat men gemiddeld twee weken eerder kon gaan plukken.

Ik heb mij laten vertellen dat deze relatief jonge tak van ondernemingen veel baat heeft bij de klimaatcrisis waardoor het gemiddeld iets warmer wordt in Nederland. avondmaalEn waarom ik als theoloog hierover een blog schrijf? Dat lijkt me nogal duidelijk… Wat drinken we bij het avondmaal? precies: wijn!! En nu lijkt met het een prima idee mijn kerkenraad eens voor te stellen juist Nederlandse wijn hiervoor in te kopen. Onze gemeente heeft niet voor niets  gekozen voor het jaarthema Geloven in duurzaamheid.  Zo sla je twee vliegen in een klap: je helpt de eigen economie én je verkleint de groene voetafdruk van de plaatselijke kerk. De afmeting van deze voetafdruk laat zien hoe ‘groen’ je bent: hoe kleiner de afdruk, hoe beter. En doordat je wijn koopt uit Nederland wordt het component vervoer van de wijn laag gehouden, immers de wijn komt niet meer uit Spanje of Italië.

En uhm, oké, ik  moet toegeven dat er ook nog een derde vlieg mee wordt geslagen: Hoe hoger het suikergehalte, hoe hoger het alcoholpercentage.

Jottem!!

Goed nieuws voor alle zwartkijkers: De wereldeconomie loopt ondanks de prille tekenen van herstel een groot risico opnieuw onderuit te gaan. Dat voorspelt de Amerikaanse econoom Nouriel Roubini, professor aan de Stern School of Business in New York die door zijn sombere voorspellingen staat ook bekend als ‘dr. Doom’, in de Britse krant Financial Times. Ik begon al een beetje hoop te krijgen dat de crisis onze deur voorbij zou gaan, maar gelukkig: niets is minder waar, we gaan (nog een keer) onderuit!! Jottem, daar gaan we weer!!Gister hoorde ik nog een item op Radio 1 dat een of andere werkloze sportcoach zich had geworpen op de recessie, de crisis. Natuurlijk was hij ook druk doende rond te schnabbelen in het seminarcircuit waar hij lezingen gaf over de uitdagingen van de financiële crisis.  Maar nu heeft hij al zijn kennis in een kaftje gegooid waarin hij vanuit zijn enorme sport- en coachingservaring  het lezerspubliek wil voorhouden de crisis niet als bedreiging te zien, maar als uitdaging om  je eigen creativiteit aan te spreken. Wat zou er nou gebeuren, als ineens de economie weer overeind krabbelt en de crisis weer op de achtergrond wordt gedrongen? De beste schrijver zou blijven zitten met grote voorraden onverkoopbare boeken en wat nog erger is: hij kan zijn prachtige boodschap niet meer slijten in het seminarcircuit. En wie weet komt hij werkloos thuis te zitten en vraagt hij uiteindelijk een uitkering aan. Wat een rampspoed!

Maar een opkrabbelende economie zou mij ook persoonlijk treffen. Zondag aan zondag mag ik voorgaan in verschillende kerkdiensten en mijn inspiratie en voorbeelden haal ik de laatste tijd voornamelijk uit de (gevolgen van) de vele mondiale crisis: financieel, economisch, klimatologisch en energietechnisch. Het zo toch mij toch ongelooflijk slecht uitkomen als ineens al die crises grote zeepbellen blijken te zijn. ik zou er zelf een beetje down van kunnen worden. En plotseling kreeg ik een déjà vu:  alsof ik het liedje van Herman van Veen De bom valt nooit uit 1983 nu pas extra zeggingskracht krijgt; een deel van de tekst gaat als volgt:

Mijn leven is totaal ontwricht
Ik voel me overboord gegooid
Vandaag las ik dit nieuwsbericht:
De bom… valt… nooit

Maar zal de bom dan echt niet vallen?
Wat moeten we dan met z’n allen?
Zolang een toekomst ons ontbrak
Leefden wij dood op ons gemak

Wij keken met omfloerste blik
Nog maar voortdurend naar de grond
Nu is tot onze grote schrik
De hele wereld kerngezond

Maar gelukkig: onze wereld blijkt niet kerngezond. We kunnen nog gelukkig gedeprimeerd voortleven.

Jottem!! Er is grote kans op een nieuwe recessie…