Wat is de verwachting van Advent?
Ja, dat het straks Kerst wordt, zul je zeggen.
Maar dat weten we al, al 2000 jaar.
Je kunt er de klok op gelijk zetten.
Als we doen alsof we door dat kerstcadeautje
nog verrast zijn,
dan spelen we een spel.
Niks mis mee,
maar echte verwachting in spirituele zin
gaat over wat anders.
Echte verwachting is open,
is dat je iets verwacht wat je niet verwacht.
Klinkt paradoxaal, of ook weer Cruijffiaans,
maar probeer maar eens even
met me mee te denken.

Echte verwachting is open,
is een manier van leven met het onverwachte,
met het oningevulde,
met dat wat op je afkomt of op je pad komt.
Het is een vorm van ontvankelijkheid,
ruimte laten voor het onbekende,
het nieuwe, het andere
dat jouw leven zomaar
een andere wending kan geven,
of een andere kleur aan je dag.

Voor sommige mensen is dat heel moeilijk.
Leven met het onverwachte.
Want de meeste mensen vinden het prettig
als je een zekere controle over je leven hebt.
Als er vaste patronen zijn en stabiele zekerheden.
Op een bepaalde manier heeft ieder mens dat nodig.
Overzicht. Structuur. Afspraken.
Vaak leven we zo,
alsof we zoveel mogelijk
de verrassing buiten sluiten,
want dat brengt je maar van je stuk,
dan ben je de controle kwijt.
Maar … als je geen cadeautjes verwacht, zie je ze ook niet.

De Vlaamse hoogleraar Rik Torfs houdt een pleidooi houdt voor onzekerheid.
Het is inspirerend om daar even bij stil te staan.
‘Hoe meer we over ons leven
volledige controle trachten te verwerven,
hoe verbetener we op zoek gaan
naar duidelijke, keurige zekerheid,
des te verder drijven we weg
van wat waarachtig menselijk is.
Zekerheid is een vergissing.
Zij verduistert wat wij verlangen.
In wat wij zeker achten,
schuilt de beperktheid van onze denkkracht.’

Het is geen koketteren
met je onzekerheid.
Want dan is het onecht, gespeeld, gemaakt.
Maar als het verbonden
wordt met dat echte van verwachting,
van een levenshouding die open en ontvankelijk is
voor wat zich aandient,
dan kan het vruchtbaar zijn om met die dubbelzinnigheid te leven.
Er is een dubbelzinnigheid die doodslaat,
die je vast doet lopen, als de twijfel de overhand houdt,
en alles van een vraagteken wordt voorzien
en je als het ware jezelf opsluit
in een voortdurende onzekerheid.
Maar er is ook een dubbelzinnigheid die ruimte geeft,
die niet doodslaat maar het juist levend houdt,
open, vanuit het onderliggende verlangen
naar heelheid en naar uitzicht.
Dat laatste is aan de orde als we het hebben
over de spiritualiteit van de verwachting van de Adventstijd.
Dat is de verwachting waar Jezus
in het evangelie ons op wil attenderen.
Dat de zomer in aantocht is,
om dat beeld van de vijgenboom (Mattheus 24)
maar eens aan te halen.
Dat het einde op handen is,
en het einde
is in het geloof het nieuwe begin.
Of, met een ander beeld uit het evangelie (Marcus 13),
Wees dus waakzaam, is het ’s avonds, 
of midden in de nacht, of bij het eerste hanengekraai,
of ’s morgens vroeg, maar hij komt!

Toen zeiden ze:
‘Laten we een stad gaan bouwen met een toren die tot in de hemel komt.
Dan worden we heel beroemd.
En als we in die stad blijven, raken we niet over de hele aarde verspreid.’

Genesis 11,4

De mensen in Babel bouwen voor zichzelf een toren bouwen.
Ze willen voor zichzelf een naam maken.
Ze willen het allemaal zelf voor het zeggen hebben, ze dulden niemand boven zich.
Zien we het vandaag niet om ons heen?
Dat mensen, wijzelf, God naar de kroon willen steken.
Wanen onszelf God. We denken Hem niet nodig te hebben.
Wetenschappelijk aantonen dat God niet bestaat.
Zekerheden voor onszelf bouwen?

Zo willen mensen – in Babel en ook nu – zich een naam verwerven. Dat ze niet vergeten worden.
Ze willen zichzelf verheffen. Opklimmen naar boven. Kapitaal, carrière.
Misschien zelfs wel op godsdienstig terrein door ernstig en vroom te leven.

Ze willen zelf bepalen wat ze willen worden.
Zo bouwen ze aan hun eigen torentje.
Ik als middelpunt van de aarde.

Toen de geleerde Blaise Pascal was overleden
werd ergens in de voering van zijn jas een stukje perkament gevonden.
Daarop stonden een paar losse woorden,
halve zinnen waarmee Pascal kennelijk een ervaring wilde beschrijven en vastleggen.
De meest intieme ervaring die hem was overkomen, een ontmoeting met God.
Op het papiertje stond met grote letters: VUUR!
En daaronder: God van Abraham, God van Izaäk, God van Jakob.
Niet van filosofen niet van geleerden.
Zekerheid, zekerheid, gevoel, vreugde,
vrede van God en Jezus Christus, Uw God zal mijn God zijn.

Zekerheid, zekerheid, dat schreef Pascal op dat kleine stukje perkament.
Hij had kunnen kiezen voor het woordje:
securité, wij kennen dat van het Engelse woordje security.
Het is een soort van zekerheid zonder enig risico de zekerheid die volledige controle wil hebben.

Dat is de soort zekerheid van de polis van veiligheidsdiensten en verzekeringsmaatschappijen.
Van de hoogste gebouwen van onze steden zeg maar.

Maar als Pascal schrijft: zekerheid, zekerheid,
dan gebruikt hij heel bewust een ander woordje:
certitudo. We kennen het van het Engelse certain.
Dat is een ander soort van zekerheid, een zekerheid die durft te leven met onzekerheid.
Een zekerheid die uit uithoudt te midden van vragen.
En dat is wat Pascal vond in God.
Niet een alles dekkende verzekering zonder eigen risico.
Wel de zekerheid dat Hij er is en was en altijd zal zijn.

De God die afdaalt en mij en jou wegroept uit onze zelfgebouwde schijnzekerheden.
Een God die afdaalt en mij en jou roept.
Om in plaats van altijd maar te klimmen, ook zelf te leren af te dalen.
Een God van onderweg die mij en jou uitnodigt om niet te verzanden,
te blijven steken in vrome idealen en goede voornemens.
Maar echt stappen te zetten on de richting van het goede leven.
Leven met God is één groot avontuur.
Als je Jezus volgt geef je het heft uit handen.
Leven met God is één avontuur, soms hachelijk, soms spannend,
maar altijd uitdagend.
Want waar Hij je ook brengt, Hij is er altijd bij.

Met deze God heeft Pascal het gewaagd.
Met deze God is ook Abram onderweg gebleven.
Met deze God komen ook jij en ik nooit beschaamd uit.