motto van Maarten Luther overgenomen als argument door de boeren

Naast de herdenking van het verschijnen
van de geloofsbelijdenis van Nicea 1700 jaar geleden,
is het ook vijfhonderd geleden dat de
Duitse Boerenoorlog plaatsvond.
Dit was de grootste revolutie vóór de Franse Revolutie in 1789.
Deze Boerenoorlog (Deutscher Bauernkrieg)
van 23 juni 1524 tot 15 mei 1525 was een opstand
van boeren en lage edelen die begon
in het Zwarte Woud en Baden-Württemberg
in het toenmalige Heilige Roomse Rijk.
Het betrof ook een godsdienstoorlog,
kort na het op gang komen van de Reformatie.
Prediker-opstandelingen zoals Thomas Müntzer en Nicholas Storch,
predikers uit het Saksische Zwickau
(die bekend stonden als de Zwickauers),
brachten met hun verzetspreken andere opstandelingen in beweging.
De fakkel werden overgenomen
door andere rondtrekkende predikers
over heel het Rooms-Duitse Rijk,
namelijk Balthasar Hubmaier (Waldshut),
Johannes Denk (Neurenberg)
en Sebastian Franck (Donauwörth).
Ook opportunistische of zich bedreigd voelende verarmde lage edelen
sloten zich aan zoals Florian Geyer en Götz von Berlichingen.

Oorzaken van de Duitse Boerenoorlog
De belangrijkste oorzaak van de opstand van boeren,
en ook lagere edelen,
was dus onder andere het lijfeigenschap.
Zo kwamen de boeren in de roerige tijd kort na de Reformatie,
in opstand tegen het systeem van feodalisme en horigheid
waarvan ze deel uitmaakten.
Ze moesten voor de adel allerlei diensten doen
en fikse belastingen betalen
aan zowel de adel als de Rooms-Katholieke Kerk.
De motivatie voor hun opstand vonden veel boeren in ideeën van de Reformatie
– en met name Maarten Luthers
die een accent op vrijheid en onafhankelijkheid
(‘een christen is niemands onderdaan’) legde.
Zo verwezen de boeren in hun eisenpakket,
dat ze in 1525 opstelden
en de ‘Twaalf artikelen van Memmingen’ genoemd wordt,
meermalen naar de Bijbel én naar Luthers boekje
Over de vrijheid van een christen uit 1520.
Al in 1493 met de Bundschuh-Bewegung,
maar zeker vanaf 1518 ontstonden er
met name in het westen en zuiden van het Heilige Roomse Rijk
opstanden van boeren, die in 1524 escaleerden in oorlog.
Na eerst welwillend tegenover deze revolutie te staan
stelde Luther zich uiteindelijk afwijzend
tegenover de Duitse Boerenoorlog
en publiceerde daarover in 1525
het pamflet Wider die Mordischen und Reubischen Rotten der Bawren.
Andere reformatoren, onder wie Huldrych Zwingli
en Thomas Müntzer (Monezer), spraken zich wel uit voor de boeren.

Verloop van de Duitse Boerenoorlog
De onrust ontstond vanaf 1524
met name door rondtrekkende predikanten,
die opruiende preken hielden.
Een soort prelude dus van de hagenpreken,
die in 1566 in de Republiek der Nederlanden
tot de Beeldenstorm leiden.
De boeren vormen op tal van plekken in het zuiden en westen
van het Heilige Roomse Rijk eigen legertjes.
Hiermee vielen ze burchten, kastelen, kerken en kloosters aan.
De vorsten verdedigden zich door huurlegers samen te stellen.
De eerste grote slag in de Duitse Boerenoorlog
vond plaats op 23 juni 1524
in het Wutachtal nabij Stühlingen.
Een groot leger van boeren trok hierbij op
tegen graaf Sigmund II von Lupfen.
In de veldslagen en schermutselingen
die in het jaar hierna nog volgden,
vielen in totaal tussen de 70.000 en 100.000 doden.

De Boerenoorlog in het Heilige Roomse Rijk
kwam op 15 mei 1525 officieel ten einde,
toen de samenwerkende Duitse vorsten
de boeren versloegen in de Slag bij Frankenhausen.
Zo’n 6000 goed bewapende Saksische en Hessische troepen,
zowel voetvolk als ruiterij,
onder leiding van graaf Georg met de Baard
en Filips I van Hessen,
versloegen een provisorisch bewapend boerenleger.
De boeren, meer dan 6000 man, werden uitgemoord.
Een dag later werden nog eens 300 gevangengenomen boeren,
met name leiders, geëxecuteerd.
Deze executies voerden de vorsten zonder proces uit.
Er werden ook boeren vrijgelaten,
maar zij kwamen in de rijksban
ofwel: ze werden vogelvrij verklaard.

Belangrijkste gevolgen van de Duitse Boerenoorlog
De boeren kregen niet wat ze wilden
en de heersende macht, de adel en geestelijkheid,
behield zijn macht.
Daarbij verloor de lage landadel
– door de verwoestingen en chaos tijdens de oorlog –
haar macht aan de hogere adel.

Het zou nog tot 1848 duren voordat het feodalisme in Duitsland
officieel afgeschaft werd.
Dat was rijkelijk laat vergeleken met bijvoorbeeld Frankrijk,
waar dit tijdens de Franse Revolutie van 1789 ‘al’ gebeurde.

 

In deze periode van ‘IJsheiligen’ (11-14 [15] mei 2025) een – vind ik – toepasselijke blogpost.

Eerst maar eens de weerkundige feiten:
IJsheiligen valt ieder jaar op dezelfde data in mei,
namelijk op 11, 12, 13, 14 en soms ook 15 mei.
Het zijn de naamdagen van een aantal katholieke heiligen,
namelijk Mamertus (11 mei), Pancratius (12 mei),
Servatius (13 mei), Bonifatius (14 mei)
[en dus soms ook Sophia van Rome (15 mei)].

Hoewel we in Nederland geen grote festiviteiten
kennen rondom IJsheiligen,
betekent het niet dat deze dagen nergens gevierd worden.
In sommige delen van Europa
(zoals Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland)
worden door traditionele gemeenschappen
feestelijke bijeenkomsten gehouden tijdens IJsheiligen,
zoals processies en speciale kerkdiensten.
Die lokale tradities en rituelen zijn vaak
kleurrijk en levendig,
met lokale kostuums, muziek en dans.
Volgens de volksweerkunde zijn deze dagen in mei
de laatste dagen in het voorjaar
waarop er soms nog nachtvorst is.
IJsheiligen wordt gezien als de overgang
naar dagen met een zomers karakter.
Het is niet uitgesloten dat er na half mei nog nachtvorst optreedt,
maar die kans is zeer klein.

Vanouds vormt de heiligenverering een belangrijk punt van verschil
tussen de de Rooms-katholieke kerk en de protestantse kerken.
In de Rooms-katholieke geloofsbeleving zijn heiligen niet weg te denken,
van de naam van parochies en kerken
tot schietgebedjes aan sint Antonius als er iets kwijt is.
Protestanten hebben juist weinig met heiligen.
Dat is te verklaren vanuit de tijd dat deze kerken ontstonden.
In die tijd, aan het einde van de middeleeuwen,
namen heiligen soms in de praktijk de plek in van God.
Nu doet zich de laatste tijd het volgende opmerkelijke fenomeen voor:
in de Rooms-katholieke kerk werden de heiligen veel minder belangrijk,
heel wat beelden zijn sinds de jaren zestig
zelfs letterlijk uit de kerken verwijderd.
Heiligen worden, als ik het goed zie,
ook meer gepresenteerd als voorbeelden
dan als tussenpersonen richting de hemel.

Maar bij protestanten groeit de laatste tijd echter juist het besef
dat voorbeelden en verhalen over geleefd geloof belangrijk zijn.
Geloof is geen theorie, het stempelt als het goed is heel het leven.
Dat dat kán, en hoe dat eruit ziet,
zie je in de levens van sommige gelovigen heel goed.
Daarom is het goed over hen te horen
en hun herinnering levend te houden.
Niet om ze te vereren, maar om ervan te leren!
Daarom hierbij een verhaal van een ‘protestantse (ijs)heilige’,
iemand die iets laat zien van wat gelovig leven is:
het verhaal van Dirk Willemsz.
Hij leefde in het begin van de Tachtigjarige Oorlog,
een tijd van religieuze en burgerlijke onrust.
Deze Dirk zat aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog
gevangen vanwege zijn geloof in het kasteel van Asperen.
Het zag er naar uit dat hij op de brandstapel zou belanden,
want dat was destijds de gebruikelijke straf voor ketters.
Gelukkig had een bezoeker hem een vijl kunnen toespelen.
Daarmee ging Dirk ‘s nachts de tralies te lijf
en na een tijd had hij ze doorgevijld.
Met behulp van een touw van oude lappen
liet hij zich op een vroege morgen naar buiten zakken.
Het was winter en er lag ijs op de slotgracht.
Niet erg dik, maar Dirk was flink vermagerd
door het verblijf in de kerker en hij kon er op staan.
Over het ijs ging hij er snel vandoor.
Zijn weg naar de vrijheid lag open!
Helaas had de bewaker van het slot hem gezien.
Hij riep versterking en zette zelf de achtervolging in.
Echter, deze man woog een stuk meer,
en na een tijd zakte hij door het ijs.
Hij kon niet zwemmen en riep doodsbang om hulp.
Dirk zag en hoorde het, en wat deed hij?
Hij keerde zich om, en hielp de man om veilig aan de kant te komen.
De intussen gearriveerde versterking
greep Dirk en nam hem weer gevangen,
ondanks protesten van de geredde bewaker.
Twee weken later werd hij zonder pardon levend verbrand.
In Asperen is zijn cel nog te bezichtigen

Wat moet je hier nu van denken?
Was die Dirk niet helemaal goed wijs?
Hij had zich kunnen redden maar deed het niet!
Of…. toont hij dat er iets bestaat dat hoger is dan zelfbehoud?
Of…. iets dat te maken heeft met Jezus en wat Hij zei en voordeed?

 

‘Het was echt een experiment’,
zei Marco Schmid, werkzaam bij de Peterskapelle in Luzern, Zwitserland.
‘We wilden zien en begrijpen hoe mensen reageren op een AI Jesus.
Waar zouden ze met hem over praten?
Zouden ze interesse hebben om met hem te praten?
We zijn waarschijnlijk pioniers op dit gebied.’

De installatie, bekend als Deus in Machina (God in de machine),
werd in augustus gelanceerd als het nieuwste initiatief
in een jarenlange samenwerking met een lokaal universitair onderzoekslaboratorium
op het gebied van een realiteit
van de ervaring van fysiek aanwezig te zijn in een niet-fysieke wereld.

Na projecten die hadden geëxperimenteerd met virtuele en augmented reality,
besloot de kerk dat de volgende stap was om een avatar te installeren.
Schmid zei: ‘We hebben het erover gehad wat voor soort avatar het zou zijn:
een theoloog, een persoon of een heilige?
Maar toen realiseerden we ons dat het beste figuur Jezus zelf zou zijn.’

Omdat er weinig ruimte was
en de kerk op zoek was naar een plek
waar mensen privégesprekken konden voeren met de avatar,
bedachten zij om de geestelijke in de biechtstoel
in te wisselen door een computer en kabels.
Nadat het AI-programma was getraind in theologische teksten,
werden bezoekers uitgenodigd om vragen te stellen
aan een stereotiep beeld van Jezus met lang haar.
‘Hij’ reageerde in realtime en gaf antwoorden
die waren gegenereerd door kunstmatige intelligentie.
‘Hij kon me bevestigen in mijn manier van doen,’ zei een vrouw.
‘En hij hielp me met vragen die ik had,
zoals hoe ik andere mensen kan helpen
Hem beter te begrijpen en dichter bij Hem te komen.’
‘Ik was verrast. Het was zo makkelijk,’
merkte een andere vrouw op.
‘Hoewel het een machine is, gaf het me zoveel advies,
ook vanuit een christelijk oogpunt.
Ik voelde me verzorgd en ik liep echt getroost naar buiten.’

Mensen werd geadviseerd om geen persoonlijke informatie te verstrekken
en te bevestigen dat ze wisten dat ze op eigen risico
met de avatar in contact kwamen.
‘Het is geen biecht’, zei Schmid.
‘We zijn niet van plan om een biecht na te doen.’
Tijdens de twee maanden durende periode van het experiment
grepen meer dan 1.000 mensen
– waaronder moslims en toeristen van zo ver als China en Vietnam –
de kans aan om met de avatar te communiceren.

Hoewel de gegevens over de installatie
volgende week worden gepresenteerd,
suggereerde feedback van meer dan 230 gebruikers
dat tweederde van hen het een ‘spirituele ervaring’ vond, zei Schmid.
‘We kunnen dus zeggen dat ze een religieus positief moment hadden met deze AI-Jezus.
Voor mij was dat verrassend.’

Anderen waren negatiever, sommigen vertelden de kerk
dat ze het onmogelijk vonden om met een machine te praten.
Een lokale verslaggever die het apparaat uitprobeerde,
beschreef de antwoorden soms als
‘te gemakkelijk, in herhaling vallend
en een wijsheid uitstralend die doet denken aan kalenderclichés’.

De feedback suggereerde dat er een groot verschil was
in de antwoorden van de avatar, zei Schmid.
‘Ik heb de indruk dat hij soms echt heel goed was
en dat mensen ongelooflijk blij, verrast en geïnspireerd waren’, zei hij.
‘En dan waren er ook momenten waarop AI Jesus
op de een of andere manier niet zo goed was, misschien oppervlakkiger.’

Het experiment kreeg ook kritiek van sommige mensen
van binnen de kerkgemeenschap, zei Schmid,
waarbij katholieke collega’s protesteerden
tegen het gebruik van de biechtstoel,
en protestantse collega’s het blijkbaar niet eens waren
met het gebruik van beelden op deze manier.

Wat Schmid echter het meest had getroffen,
was het risico dat de kerk had genomen door erop te vertrouwen
dat de AI geen illegale, expliciete antwoorden zou geven
of interpretaties of spiritueel advies zou geven
die botsten met de leer van de kerk.

In de hoop dit risico te beperken, had de kerk tests uitgevoerd
met 30 mensen vóór de installatie van de avatar.
Na de lancering zorgde ze ervoor
dat gebruikers altijd ondersteuning in de buurt hadden.

‘We hadden nooit de indruk dat hij vreemde dingen zei’, zei Schmid.
‘Maar we konden natuurlijk nooit garanderen dat hij niets vreemds zou zeggen.’

Uiteindelijk was het deze onzekerheid
die hem ertoe had gebracht te besluiten
dat de avatar het beste bij een experiment kon blijven.
‘Een dergelijke Jezus permanent neerzetten, zou ik niet doen.
Omdat de verantwoordelijkheid te groot zou zijn.’

Hij was echter snel met het benoemen van het bredere potentieel van het idee.
‘Het is een heel makkelijk, toegankelijk hulpmiddel waarmee je kunt praten over religie,
over het christendom, over het christelijk geloof,’
zei hij, mijmerend dat het zou kunnen worden omgevormd
tot een soort meertalige spirituele gids
die religieuze vragen zou kunnen beantwoorden.

Voor hem had het experiment
– en de grote interesse die het had gegenereerd –
hem laten zien dat mensen verder wilden kijken
dan de Bijbel, sacramenten en rituelen.
‘Ik ben blij dat de avatar tot op zekere hoogte
nog steeds overkomt als een technisch object’ zei Schmid,
‘Tegelijkertijd zijn de antwoorden die het geeft ook fascinerend.
Er valt dus genoeg te bespreken als het gaat om AI in een religieuze context.’

Schmid zei: ‘Ik denk dat er een behoefte is
om met Jezus te praten.
Mensen willen een antwoord:
ze willen woorden en luisteren naar wat hij zegt.
Ik denk dat dat een element ervan is.
En dan is er natuurlijk nog de nieuwsgierigheid ervan.
Ze willen zien wat dit is.’

AI Jesus ondervindt toenemende concurrentie
van andere bronnen van AI-spiritualiteit.
Een recente ChatGPT-kerkdienst in Duitsland
bevatte bijvoorbeeld een preek
die werd voorgedragen door een chatbot
voorgesteld als een bebaarde zwarte man,
terwijl andere avatars gebeden en aanbiddingsliederen leidden.

Andere geloofstradities bieden ook spirituele lessen via AI.
In Thailand heeft een boeddhistische chatbot
genaamd Phra Maha AI zijn eigen Facebook-pagina
waarop hij spirituele lessen deelt,
zoals over de vergankelijkheid van het leven.
Net als AI Jesus wordt hij voorgesteld als een mens
die vrijelijk zijn spirituele wijsheid deelt
en altijd en overal een bericht op Facebook kan worden gestuurd.

In Japan is de ‘Buddhabot’ in de eindfase van ontwikkeling
bij onderzoekers van de Universiteit van Kyoto.
Deze heeft boeddhistische soetra’s geleerd
waaruit hij zal kunnen citeren
wanneer hem religieuze vragen worden gesteld.

In deze groeiende reeks online opties voor spirituele begeleiding
of algemeen advies is de vraag welke chatbots zullen beklijven.
Hoe dan ook zal de eeuwenoude trend van het hervormen
van spirituele leiders om aan de hedendaagse behoeften te voldoen
waarschijnlijk doorgaan lang nadat AI Jesus
een religieuze aanwezigheid uit het verre verleden is geworden.

Hoewel het zeker stof tot nadenken biedt, denk ik wel dat dit soort projecten te ver gaat.
Ik denk dat we voorzichtig moeten zijn als het gaat om geloof, pastorale zorg,
of als mensen betekenis zoeken in religie.
Dit is namelijk bij uitstek een gebied waarop wij mensen eigenlijk veel beter zijn
dan machines, dus we moeten deze dingen zelf doen.

Van de week werd het nieuws bekend dat de bevolking van Zwitserland zich in een referendum heeft uitgesproken voor een verbod op de nieuwbouw van minaretten bij moskeeën. In Nederland werd dit nieuws door de Partij Voor de Vrijheid met veel instemming begroet: eindelijk is er een West-Europees land dat zich uitspreekt tegen de verdere islamisering van de samenleving zo wordt door hun gezegd. Eigenlijk deed zo’n reactie van de PVV mij totaal niet verbaasd doen opkijken; immers, al tijden tracht deze partij een spreekbuis te zijn  van de (latente) onderbuikgevoelens onder de bevolking. Daarmee treedt zij regelmatig mee in het nieuws.

Wel werd mijn verbazing gewekt door het voorstel tot een motie rondom dit thema vanuit de hoek van de SGP. De heer Cees van der Staaij, kamerlid namens de SGP, meldt dit op zijn weblog: ‘Bij het integratiebeleid heb ik het onbehagen als thema genomen dat onder veel autochtonen, zeker ook in de oude wijken, sterk leeft. Niet alles wat juridisch kan, is ook wijs. In dit verband heb ik verwezen naar opzichtige schotels, gebedsoproepen en minaretten. Hier is op zijn minst een wijze terughoudendheid geboden. Ik ben erg benieuwd of de motie die ik hierover heb ingediend, dinsdag een kamermeerderheid gaat halen.’

Oké, de SGP verwoordt het anders, maar is de strekking van hun motie niet in lijn met de onvrede die de PVV meermaals te berde brengt? Ik vind dit de oudste actieve en nog bestaande partij van het land – de Staatkundig Gereformeerde Partij werd opgericht op 24 april 1918 – onwaardig en een hyperige actie. Ik begrijp dat de partij zich zorgen maakt over de opkomst van de islam in Nederland, zeker als je het zet tegenover de sterk kwijnende invloed van het christendom in onze samenleving. Dat is een zorg die ik deel met hen. Maar ik vraag me echt af of een motie van deze strekking helpt bij meer begrip van de autochtone, niet islamitische bevolking voor de islam of dat dit alleen maar het proces van integratie frustreert. Misschien leven er in de achterban van de SGP ook ‘angst’gevoelens omtrent de (visuele) presentie van de islam in onze samenleving, maar ik denk dat het op deze wijze uiting geven aan onrustgevoelens geen goede zet is.

Volgens mij was het Cicero die eens gezegd heeft: ‘Grijze haren zeggen niets over de wijsheid van de ouderdom, alleen maar over de ouderdom’.