maart 2025


 

Het verhaal van Jezus’ lijden en uiteindelijke dood aan het kruis,
is geen punt.
Het is een komma.
Want het verhaal gaat door.
Zo zou je het verhaal van Pasen kunnen samenvatten.
Het woord zelf, betekent zoveel als doortocht, voorbijgaan.
Geen punt, maar een komma.
Het leven gaat door.
Het leven van Jezus gaat door.
Het contact is niet verbroken,
ook al is het lijntje dat wij daarmee onderhouden
misschien wel dun geworden,
of ben je het soms even kwijtgeraakt,
dat kan.
Maar Pasen vieren, is toch steeds ook weer
van ons uit bezien, de draad oppakken.
Weer gaan staan in het licht van dat verhaal,
het verhaal van Jezus,
waarin jij zelf ook betrokken bent, hoe dan ook.

Het verhaal van bevrijding gaat door.
Zo vieren wij Pasen,
het oude verhaal, dat telkens actueel is.
Omdat het gaat over lijden en dood,
en dat is van alle tijden.
Omdat het gaat over het offer van de liefde, die alles overwint.
De liefde die van elke punt, een komma kan maken.
Het verhaal gaat door.
Het leven van Jezus is niet voorbij.
Hij leeft verder, in ons verhaal,
in daden van bevrijding.
Hij zelf trekt ons in het licht en neemt ons mee op die weg.

Pasen daagt ons uit, ten slotte,
om na te gaan,
waar in ons eigen leven,
punten in komma’s kunnen worden veranderd.
De kracht van Pasen is toch,
om onwrikbare situaties open te breken,
om ons uit onze stellingen te halen,
waarin we onszelf hebben teruggetrokken,
in eigen gelijk of in verongelijktheid.
Het kan altijd anders.
Midden in het leven van alledag,
terwijl je je misschien wel eens afvraagt
of het nou wel zoveel verschil maakt
dat Jezus uit de dood is opgestaan.
Natuurlijk maakt dat verschil!
Want omdat Hij leeft,
sta je er niet alleen voor.
Hij leeft,
Hij is erbij.
En Hij spreekt. Woorden van leven.
Maar dan moet je wel zelf ook op staan,
in beweging komen,
meegaan in de beweging van bevrijding en van leven,
die Jezus zelf heeft ingezet.
Wat wij moeten doen is onze oren spitsen.
Luisteren naar Zijn stem.
En het dan ook wágen met Hem.
Dan zál Hij je ook zegenen,
vast en zeker.

O vlam van Pasen, steek ons aan,
de Heer is waarlijk opgestaan!

Still uit besproken film: Dylan en Báez op het podium

 

Laatst zag ik de de biopic A Complete Unknown
die begint met de aankomst van Bob Dylan in New York
en eindigt met zijn optreden op het Newport Folk Festival in 1965.
Dylan begint de film als een volkomen onbekende,
aangezien hij arriveert zonder achtergrondverhaal om te delen
of, als hij dat wel heeft, een verhaal dat hij zelf heeft bedacht.
En hij eindigt de film ook als een volkomen onbekende,
omdat hij consequent alle hokjes of etiketten weigert
waarin anderen hem willen opsluiten.

Dit aspect van Dylans leven en carrière
kenmerkte ook veel van de eerdere biopics over hem,
zoals I’m Not There uit 2007.
Daarin zijn zes verschillende versies van Dylan te zien:
als dichter, wedergeboren christen, outlaw, acteur,
folkzanger en troubadour.
Suze Rotolo, die evenals Joan Báez, zijn vriendin was
gedurende een groot deel van de tijd
die in A Complete Unknown wordt behandeld,
beschreef de manier waarop hij in die tijd
invloeden absorbeerde als een spons:

Hij had een ongelooflijk vermogen om te zien en alles op te zuigen,
daar zat zijn genie in.
Het vermogen om alles wat rondvliegt te creëren.
Om het te synthetiseren.
Om het in woorden en muziek te vatten.’

Door je te richten op dit aspect van Dylans leven en praktijk,
kun je zijn opvoeding echter minimaliseren
en ook een misleidend gevoel creëren
van briljante maar volledig losstaande fasen
– in feite een reeks afwijzingen –
die zijn carrière hebben gekenmerkt.
Er zijn enkele belangrijke elementen
van Dylans leven en ideeën
die over het hoofd worden gezien,
worden onderschat of simpelweg verloren gaan
als gevolg daarvan.
Veel hiervan hebben te maken
met de specifieke uiting van spiritualiteit
die zijn werk vanaf het begin heeft beïnvloed.

Bob Dylan werd geboren als Robert Allen Zimmerman in Duluth, Minnesota, op 24 mei 1941.
Hij bracht het grootste deel van zijn jeugd,
inclusief zijn jaren op de middelbare school,
door in Hibbing, ongeveer 60 mijl ten noordwesten van Duluth.
Zijn vader en moeder, Abram en Beatie,
wiens ouders immigranten waren uit Oost-Europa,
stuurden hem en zijn jongere broer David
naar de plaatselijke synagoge voor hun Joodse opvoeding,
wat uitmondde in hun Bar Mitswa op 13-jarige leeftijd.

Als gevolg hiervan zijn Dylans liedjes
vanaf het begin van zijn carrière doordrenkt
met de zinnen en beelden uit de (Joodse) Bijbel;
Of het nu gaat om de verwijzingen
naar Judas in Masters of War
en With God on Our Side
of het citeren van Jezus
in the first one now will later be last (The Times They Are A-Changin’)
of de verhalen uit het Oude Testament
die aan het einde van When the Ship Comes in voorkomen,
waar je ook kijkt in Dylans teksten, de invloed van de Bijbel is duidelijk.

Volg die gedachte op met een andere
die de prevalentie van apocalyptische beelden
(zoals stormen, orkanen)
en gebeurtenissen opmerkt
(The hour when the ship comes in,
het moment wanneer The Times They Are A-Changin
of de nacht wanneer de Chimes of Freedom luidt, bijvoorbeeld).
Denk dan eens na over waar beelden van apocalyptische gebeurtenissen
in de westerse verbeelding voornamelijk vandaan komen
en je komt weer terug bij de Bijbel,
en met name de boeken Daniël en Openbaring.
Dat is natuurlijk wat Dylan zelf deed
na zijn wedergeboorte-ervaringen
eind jaren 70 en begin jaren 80,
maar de Bijbel was altijd de oorspronkelijke voedingsbodem
voor zijn beelden en ideeën.

Kijk dan eens goed naar een van zijn meest apocalyptische vroege nummers
A Hard Rain’s A-Gonna Fall –
en je ziet een manifest waar hij zich zijn hele carrière
aan heeft gehouden
en dat zijn werk in elk decennium
en elke verandering van richting
in zijn lange carrière belicht.
Het centrale personage in A Hard Rain’s A-Gonna Fall
verbindt zich ertoe om door een apocalyptische wereld te lopen
om te vertellen en denken en spreken en ademen en reflecteren wat hij ziet,
zodat alle zielen het ook kunnen zien.
In een veel later manifestlied – Ain’t Talkin’ – verwoordt hij het als volgt:

Ain’t talkin’, just walkin’

Through this weary world of woe …

Heart burnin’, still yearnin’

In the last outback, at the world’s end

Gedurende Dylans carrière
schrijft hij liedjes over mensen
die door het leven reizen in het aangezicht
van apocalyptische stormen
op zoek naar een vorm van verlichting
of verlossing of toegang tot de hemel.
Dus wat we in het beste werk van Dylan hebben,
is een hedendaagse pelgrim,
Dante of Rimbaud op een meelevende reis,
ondernomen in het oog van de apocalyps,
om samen met de verdoemden
in het hart van de duisternis te staan
die de cultuur van de twintigste eeuw
(en later de eenentwintigste eeuw) is.

Het staat er eigenlijk allemaal in het begin in het lied
dat hij schreef voor
en zong voor zijn held Woody Guthrie:

I’m out here a thousand miles from my home

Walkin’ a road other men have gone down

I’m seein’ your world of people and things

Your paupers and peasants and princes and kings

Hey, hey, Woody Guthrie, I wrote you a song

’Bout a funny ol’ world that’s a-comin’ along

Seems sick an’ it’s hungry, it’s tired an’ it’s torn

It looks like it’s a-dyin’ an’ it’s hardly been born

(“Song to Woody”)

Dylans liederen hebben vanaf dat moment vastgelegd
waar zijn pelgrimstocht
in het oog van de apocalyps
hem naartoe heeft gebracht;
vaak met beelden van stormen die zijn pad verlichtten.
Hij heeft de paden van politiek protest, stedelijk surrealisme,
plattelandstevredenheid, bekering tot het evangelie
en wereldmoeie blues bewandeld.
Tijdens zijn reis zag hij: zeven windvlagen waaien rond de deur van de hut
waar slachtoffers wanhoopten (Ballad of Hollis Brown);
bliksemflitsen voor degenen die verward,
beschuldigd en misbruikt zijn (Chimes of Freedom);
Desolation Road inspecteren;
de waarheid spreken met een dief
terwijl de wind begon te huilen (All Along the Watchtower);
beschutting zoeken bij een naamloze vrouw
tegen de apocalyptische storm (Shelter from the Storm);
de idiote wind door de knopen van zijn jas voelen waaien,
zichzelf herkennen als een idioot
en medelijden hebben (Idiot Wind);
een pad naar de sterren vinden
en niet geloven dat hij het had overleefd
(Where Are You Tonight? Journey Through Deep Heat);
met de langzame trein om de bocht rijden (Slow Train);
de stad uitrijden in de aanhoudende regen vanwege geloof (I Believe in You);
de oude voetstappen horen
die zich bij hem op zijn pad voegen (Every Grain of Sand);
voelde de Caribische winden,
die het verlangen aanwakkerden
en hem dichter bij het vuur brachten (Caribbean Wind);
verraadde zijn verbintenis,
voelde de adem van de storm
en ging op zoek naar zijn eerste liefde (Tight Connection to My Heart);
dan, op het laatste moment,
is het nog niet helemaal donker
maar loopt hij door het midden van nergens
en probeert hij de hemel te bereiken
voordat de deur dichtgaat (Tryin’ To Get To Heaven):

The air is getting hotter, there’s a rumbling in the skies

I’ve been wading through the high muddy water

With the heat rising in my eyes.

Everyday your memory grows dimmer.

It don’t haunt me, like it did before.

I been walking through the middle of nowhere

Tryin’ to get to heaven before they close the door.

(“Tryin’ To Get To Heaven”)

Wat voor crises we ook tegenkomen,
of ze nu persoonlijk of politiek zijn,
er is een Dylan-liedje dat zegt dat er licht is
aan het einde van de tunnel
als je ernaartoe blijft lopen
en, wat het liedje ook is,
er is een diep inzicht en medeleven
voor degenen die onderweg worstelen.

 

‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ … ‘Echt ik ken die man niet!’
De dienstmeisjes van de hogepriester hebben
Petrus, leerling van rabbi Jezus uit Galilea in een hoek gedreven.
Petrus kan geen kant meer uit.
Om zijn hachje je redden ontkent hij drie keer
dat hij ook maar iets met Jezus heeft te maken.
In de vroege ochtendschemering kraait een haan.

Zijn eigenlijke naam is Simon Barjona. Simon, zoon van Johannes. Visser uit Betsaïda.
Zijn netten, zijn vissersboot, zijn gezin – kortom zijn hele vroegere bestaan –
heeft Simon achter zich gelaten. En hij is Jezus gevolgd.
Drie jaar lang is hij met rabbi Jezus en zijn leerlingen \
door het hele land van Judea en Galilea getrokken.
Vanaf het begin is Simon erbij geweest.
Getrokken, geboeid, geroepen door deze bijzondere rabbi uit Nazareth.
Rotsvast is zijn geloof in Jezus, om jaloers op te worden:
‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God’.
Ja, Simon – die van Jezus de bijnaam Petrus, Rots krijgt –
weet het zeker: deze Leraar is de langverwachte Bevrijder van Israël.
Het Koninkrijk van God is aanstaande.
De Romeinen zullen binnenkort hun biezen moeten pakken.
Maar hoe anders is het gelopen, deze laatste dagen in Jeruzalem.
Het begon allemaal zo indrukwekkend.
Op een ezel daalt Jezus de Olijfberg af.
De geestelijke leiders van het volk voeren intussen hun duivels plan uit.
De agenten van de tempelpolitie nemen rabbi Jezus gevangen.
Hij wordt hardhandig afgevoerd naar het paleis van Kajafas, de hogepriester.
Monddood zullen ze Hem maken, die o zo populaire rabbi uit Galilea.

En dan gebeurt het. Het onverwachte, het onvermijdelijke.
Een dienstmeisje meent hem te herkennen als een leerling van rabbi Jezus:
‘Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea!’

Petrus schrikt zich rot. Hij vlucht in de ontkenning.
Maar daardoor verwijdert Petrus zich radicaal van Jezus.
Elke band met de Meester snijdt de leerling door.
En dat terwijl Jezus juist hém daarvoor had gewaarschuwd.

Simon Petrus, een mens als u en jij en ik.
Hij wordt door Jezus geroepen om leerling van Hem te zijn.
Rotsvast is zijn geloof.
Hij verloochent zijn Meester.
Maar ook voor hem is er vergeving en verzoening.
Ook voor hem is er – na Pasen – een nieuw begin mogelijk.
Voor hem … en voor ons!

 

Hoewel gemiddeld gezien de betrokkenheid van jongeren
bij de traditionele politiek laag is,
zijn hun politieke voorkeuren verschoven.
In de afgelopen twee decennia is deze lichtjes
naar het centrum-links opgeschoven,
terwijl oudere generaties
meer naar het centrum-rechts neigen.
Tegenwoordig is leeftijd
een sterkere voorspeller van stemgedrag
dan sociale klasse,
wat een dramatische verschuiving is
ten opzichte van voorgaande decennia.
Hoewel jongeren over het algemeen liberaler zijn
zijn ze ook radicaler in hun ontevredenheid,
en daar schuilt het echte gevaar.

Wanneer jongeren zich niet gehoord voelen,
trekken ze zich niet alleen terug,
ze gaan ook op zoek naar alternatieven.
Hun frustratie heeft hen vatbaar gemaakt
voor radicale ideeën en ‘sterke verhalen’
(lees ook: [online] desinformatie).
We worden dan geconfronteerd met specifieke bedreigingen
die ons democratisch systeem kunnen ondermijnen
en verzwakken
en die ook in directe tegenspraak zijn
met fundamentele christelijke principes.
Omdat we toegewijd zijn aan kernwaarden,
staan we samen tegenover deze bedreigingen.
Jezus noemde vredestichters ‘gezegend’
en verklaarde hen ‘kinderen van God’ (Mattheüs 5,9).
In plaats van conflicten te zaaien en wantrouwen te zaaien,
worden christenen opgeroepen ‘in vrede met iedereen te leven’ (Romeinen 12,18).
In deze geest wordt christenen gevraagd
om samen te werken met individuen en instellingen
– religieus of seculier –
om te werken aan het algemeen belang
en aan de realisatie van een rechtvaardigere wereld in vrede.
Omdat elk mens van gelijke waarde en waarde is voor God,
moeten we elke poging om gelijke deelname
aan onze democratie te beperken, te onderdrukken,
te intimideren of te ondermijnen verwerpen.
Transparante en eerlijke verkiezingen zijn hiervoor noodzakelijk.

Terwijl eerdere generaties mensen zich richtten
op activisme van onderop,
protesten en maatschappelijke betrokkenheid,
is de kans groter dat de huidige jongere
wordt beïnvloed door leiders
die ze online kunnen volgen
die duidelijke, zelfverzekerde
en vaak extreme kritiek op het systeem leveren.

Het resultaat?
Ondanks sterke voorbeelden van positief activisme
die democratische middelen hebben gebruikt
om een positief verschil te maken,
is er een groeiend aantal jongeren dat democratie
als zwak en ineffectief ziet,
en dictatuur als sterk en beslissend.

Maar er is hoop.
Door jongeren direct te betrekken,
is er een kans om de lijn te veranderen.
Dat kun je doen door een stem te geven
aan leeftijdsgenoten
die laten zien wat het betekent als je democratie opgeeft.
Eén van de krachtigste stemmen is Sophia,
een onlangs 18-jarige Oekraïense vluchtelinge,
die sprak over haar ervaringen tijdens de oorlog.
Ze vertelde haar verhaal over hoe ze gescheiden werd
van haar vader die in Oekraïne vocht voor democratie.
Ze vertelde hoe Oekraïners vechten
– niet alleen met wapens, maar met hun leven –
voor de democratie die jongeren zo graag willen opgeven.
Haar boodschap was simpel: ‘Je weet niet hoe gelukkig je bent.’
Ze daagde hen uit om democratie
niet te zien als een kapot systeem,
maar als een systeem dat hun deelname vereist om te werken.
Wanneer jongeren echte verhalen horen,
van echte mensen,
beginnen ze de gevolgen te zien van de keuzes waarmee ze flirten.

Dus wat kan er gedaan worden? Hier zijn drie cruciale stappen.

Maak politiek relevant
Jongeren geven wel degelijk om kwesties als klimaatverandering,
geestelijke gezondheid en sociale rechtvaardigheid.
Maar ze worden afgeschrikt door bureaucratie,
moddergooien en slepende tijdschema’s.
Door tijd te nemen om ze de processen uit te leggen,
ze te betrekken bij de campagnes
en de toegankelijkheid tot politiek te verbeteren
en het verschil te benadrukken dat ze kunnen maken,
kunnen we ontdekken
dat deze groep de grootste troef van de democratie kan worden.

Herstel het vertrouwen in leiderschap
Schandalen en oneerlijkheid hebben jongeren cynisch gemaakt.
We hebben leiders nodig die transparant,
verantwoordelijk en bereid zijn om te luisteren.
We hebben partijen nodig die doen
wat ze in hun partijprogramma beloven.
We hebben parlementariërs nodig die toegewijd zijn
om tijd door te brengen met de jongeren
die ze geacht worden te vertegenwoordigen,
zodat vertrouwensrelaties weer mogelijk worden geacht.

Geef jongeren macht
Er zijn initiatieven, zoals interactieve live-bijeenkomsten
die één simpele waarheid bewijzen:
als jongeren zich gehoord voelen, doen ze mee.
Als ze geïnspireerd worden, doen ze mee.
Als ze de macht krijgen om deel te nemen
aan het politieke proces, doen ze mee.
Misschien als we meer ruimte creëren
waar ze kunnen spreken, leiden en handelen,
zullen ze naar voren stappen om de toekomst vorm te geven.

Nee, de geschiedenis laat zien dat democratie nooit gegarandeerd is:
elke generatie moet ervoor vechten en het moet beschermd worden.
Het vereist ook voortdurende inspanning
om ervoor te zorgen
dat het alle gemeenschappen dient
zonder zondebokken, vervolging of marginalisering.
En de geschiedenis waarschuwt ons
dat de meeste dictators zonder democratie snel tirannen worden.
Het democratische leven vereist pluralisme.
Elke regel en elk beleid
dat welke groep mensen, inclusief christenen,
boven anderen verheft door hen speciale rechten en privileges te verlenen
moet worden verworpen
Omdat vrede en stabiliteit kenmerken zijn van een gezonde democratie,
moet de toenemende vloedgolf van gewelddadige taal en gedragingen,
waaronder gewelddadige bedreigingen en acties
tegen overheidsdienaren en medeburgers worden tegengegaan.

De uitdaging waar we voor staan is urgent,
maar we moeten mensen helpen
de macht te herkennen die ze hebben
om hun wereld vorm te geven,
voordat ze die overgeven aan leiders
die die macht van ons allemaal zouden afpakken.

Dit is om maar Bijbelse taal te gebruiken,
een kairos-tijd
– een beslissend moment in de tijd,
waardoor gebeurtenissen voor komende decennia,
ja, zelfs voor generaties die nog komen,
kunnen veranderen.
We moeten opkomen voor de toekomst van de democratie.
We moeten cynisme, apathie en angst weerstaan;
ons terugtrekken brengt alleen het risico met zich mee
dat de macht in handen komt
van degenen die er misbruik van zouden maken.
We kunnen de democratie niet transformeren
tenzij we haar redden.
Als christenen zijn we mensen van hoop.
De opstanding van Jezus Christus getuigt krachtig
dat het leven de dood overwint
en dat wat komen gaat veel beter is dan wat er is;

Ook al val je ’s avonds huilend in slaap, ’s ochtends sta je juichend weer op.’(Psalm 30,6)
Met vertrouwen op Gods blijvende zorg
moeten we alle christenen en mensen van goede wil oproepen
om samen te werken de democratische geest
te doen herleven en de democratie te verbeteren.

Pontius Pilatus wast zijn handen in onschuld, olie op hout, 107 x 122 cm,
Vlaamse School, eerste helft 16de eeuw (naar Vilmos Tátrai)

 

Hoe reageer je op figuren als Trump?

In aanloop naar Pasen en terwijl ik mijzelf ook voorbereid op preek voor Pasen,
vallen mij enkele lijnen op vanuit het passie evangelie naar de huidige tijd.
Het begon met de schandelijke vleierijen van president Macron en premier Starmer
om president Donald Trump in de Oval Office in het Witte Huis te pleasen.

Het begon te lijken op de dertig zilverlingen.
Werd Oekraïne hier verraden voor de snuisterijen en snuisterijen,
alleen maar om in de gunst te blijven bij de machtigste man ter wereld?

Nu we net met de eerste volle week van de Veertigdagentijd bezig zijn,
krijgen deze gedachten een fellere focus
nu de personages uit de Passietijd van Pasen
hun plaats lijken in te nemen in onze wereldpolitiek.

Lijkt de Amerikaanse vicepresident J.D. Vance
een beetje op de hogepriester van de tempel van Jeruzalem, Kajafas,
als hij retorisch eist:
‘Het is beter voor u dat één man sterft voor het volk
dan dat de hele natie ten onder gaat’?
Is de prijs van het ten val brengen van Zelensky
en het sussen van de Russische Vladimir Poetin
het niet waard voor vrede in Oekraïne?

Het zou gebruikelijk kunnen zijn
in een column als deze
om kenmerken van de cast
van de Passie van Christus
toe te schrijven aan de leiders van de huidige grootmachten.
Maar dat is te gemakkelijk en werkt niet echt.
Macron en Starmer zijn geen Judas.
Hun hoffelijke vleierij van Trump
ging vooraf aan de poging tot vernedering
van Zelensky in Washington,
waar op 28 februari met de mores van vastgoedmaffiosi
en een dosis emotioneel incontinentie Trump en Vance
president Volodymyr Zelensky het Witte Huis uit brulden.

Nee, Macron en Starmer
zijn geen verraders van Zelensky, integendeel.
En hoe dan ook, door hun in die rol te casten,
riskeer je de heiligschennis van het vergoddelijken van Zelensky,
die absoluut niet de Messias is.
Je hoeft inderdaad geen toegewijde Trump-fan te zijn
om op te merken dat zijn optreden voor Trump en Vance niet messiaans was,
maar eerder dat van een heel ondeugende jongen.

Maar zulke vergelijkingen gaan ons niet ver brengen.
Misschien is het beter om ze andersom te draaien.
Van grotere waarde is misschien om de machtsspelletjes
die we zojuist op ons wereldtoneel hebben gezien
beter te gebruiken om het spel te begrijpen
dat we binnenkort in Jeruzalem
van een paar millennia geleden zullen herdenken.

Door dat te doen, kunnen we misschien
zelfs een kijkje nemen in een aantal inzichten
die elke zaak ontkrachten dat de historische gebeurtenissen
van de Passietijd vandaag de dag niet relevant zijn.
En dit gaat niet alleen over politiek,
het gaat over ons menselijk vermogen tot machtsmisbruik.

Neem die scène in het Oval Office toen Zelensky werd gepest
door de twee machtigste figuren
(met uitzondering van Elon Musk)
in het nieuwe Amerikaanse regime.
Het is een klassiek wapen in elke huiselijke geweldsrelatie
om het slachtoffer de schuld te geven.
Zo waren Trump/Vance er als de kippen bij
Zelensky de schuld te geven voor zijn onderdrukking door Rusland.

En zo was het ook toen de Nazarener voor Pontius Pilatus stond,
de woordvoerder van de machtigste man op aarde van zijn tijd,
de keizer van Rome, Tiberius.
De overeenkomsten tussen de twee situaties zijn opvallend.
En niet alleen omdat je er redelijkerwijs aan kunt twijfelen
dat Jezus van Nazareth die dag ook een pak droeg.

De laatste, een mishandelde ambachtsman en rabbi
uit de provincieheuvels
en een man ‘zonder zonde’,
is een klassiek onderwerp van slachtofferbeschuldiging.
Net als Trump wilde Pilatus gewoon een deal sluiten
om de vrede te bewaren.
Net als Trump vertelde hij Jezus dat Hij niet genoeg waardering had
voor wat hij voor Hem probeerde te doen.
Net als Trump vertelde Hij hem dat hij absolute macht had over zijn lot.
En net als Trump is hij er zeker van dat waarheid alles is
wat hij wenst dat het is op het moment dat hij minachtend vraagt:
‘Wat is waarheid?’

De intrigerende vraag is hoe dit ons vertelt te reageren
op de Trumps en Pilatus van deze wereld.
In de directe omstandigheden van verhoor
in zowel het Oval Office als het praetorium,
lijkt het antwoord deels stilte te zijn.
Christus kiest het;
Zelensky krijgt het opgedrongen
door de dwingende controle van zijn gesprekspartners.

Nogmaals, ik doe geen aanspraak op een Christus-achtige Zelensky.
Maar stilte als menselijk antwoord
vindt steevast zijn oorsprong in nederigheid.
In de meest wereldse zin is dat nu heel duidelijk
in de verzoenende woorden van de Oekraïense president
richting zijn pestkop,
die zijn leiderschap ‘sterk’ noemt,
spijt heeft van hoe de vergadering is verlopen
en bereidheid uitdrukt om terug te keren
naar de onderhandelingstafel.

Nederigheid is geen zwakte.
Het brengt de kracht van vrede
en maakt de triomf van liefde mogelijk.
Dat is de les van tweeduizend jaar geleden.
En de les is ook dat er niets goeds kan voortkomen
uit een totaal gebrek daaraan,
net als voor Trump en Pilatus.

 

Pasen is een feest om bij te zingen.
We vieren de opstanding van Christus.
Dat is een feest, een groot feest en bij feesten hoort muziek.
De verkondiging van de opstanding van Christus
is ook iets wat ons voorstellingsvermogen te boven gaat.
Dat maakt het tegelijkertijd moeilijker om het vieren,
maar juist dan komt het op zingen aan.
‘We zingen het geloof naar binnen’, zei de dichter Ad den Besten ooit.
We zingen niet alleen omdat we geloven, maar ook opdat we geloven.
En juist het hoge feit van de overwinning van Christus op de dood
is iets dat bij uitstek bezongen moet worden.

Maar zijn de psalmen daarvoor geschikt?
De uittocht van Israël uit Egypte, dat wordt gevierd met het Pascha,
wordt wel uitgebreid bezongen in de psalmen.
Het is het feest van bevrijding uit de slavernij
en van die bevrijding verhalen veel psalmen.
En tijdens dit feest van Pesach,
vindt de gevangenneming van Jezus, Zijn lijden en sterven plaats.
De bevrijding die dit brengt is nauw verbonden
met de bevrijding die met Pesach gevierd wordt.
In dood en opstanding van Jezus gaat het om de bevrijding uit de macht van het kwaad
en de dood voor heel de mensheid.
In Handelingen 4 getuigt Petrus voor het Sanhedrin,
die eerder Jezus veroordeeld heeft, van Jezus, lijden,
dood en opstanding en dat doet hij met een psalm, met psalm 118:

Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de hoeksteen geworden is.

Deze psalm hoort bij het Hallel die op Pesach gezongen wordt,
wordt hier door Petrus op Jezus betrokken.
Voor Petrus verkondigt deze psalm de opstanding van Jezus.
In de Evangeliën betrekt Jezus dit psalmvers ook op zichzelf.
Aan het kruis citeert Jezus psalm 22 en 31.
Als we psalm 22 lezen is het verwonderlijk
hoe sterk wij daar het lijden van Jezus in herkennen.
Jezus leefde de psalmen en geeft ze nieuwe betekenis.
Het lijden van Jezus weerspiegelt het vele lijden van de psalmen
en de opstanding van Jezus vormt de vervulling
van het reddend handelen van God waarvan de psalmen getuigen.

Door Jezus, die niet alleen aan Pesach,
maar ook aan de psalmen een nieuwe dimensie geeft.
Psalm 118 zingt van het handelen van God.
In de bevrijding van Egypte,
maar ook van de bevrijding van het kwaad en de dood,
door de hoeksteen door bouwers afgekeurd, door God zelf ten hoeksteen gelegd.

 

De Brits-Amerikaanse filosoof Larry Siedentop (1936-2024)
stelde dat de oorsprong van het liberalisme
ligt in het christelijk denken.
Het liberalisme is als ware
het buitenechtelijke kind van het christendom.
Een kind overigens, dat niet bewust verwerkt is.
Dat nooit een ‘project’ van de kerk geweest is.
Maar desalniettemin onlosmakelijk en logisch
verbonden met eeuwen denkwerk in de christelijke traditie.

Veel van het denken van Siedentop over individualisme
voert terug naar de apostel Paulus,
zonder meer een sleutelfiguur in de vroege kerk.
En hij heeft nog steeds, anno vandaag,
diepgaande invloed op het christendom heeft.
Zijn denken heeft de idee van de christelijke gemeenschap gevormd:
Als een verzameling van gelijkgestemde zielen, verenigd in het geloof in Christus.

Paulus postuleerde,
door zijn ervaringen met al die verschillende groepen mensen en culturen,
dat alle mensen – gelovigen en ongelovigen – gelijk zijn.
Hij maakte bovendien serieus werk van innerlijke, individuele reflectie.

In zijn Galatenbrief stelt Paulus dat de christelijke gelovigen vrij zijn.
Vrij zijn in hun geloof in God.
De opvatting van Paulus over Christus
maakte korte metten
met de veronderstelling waarop het antieke denken
tot dan toe had gesteund,
namelijk de veronderstelling van natuurlijke ongelijkheid.
In plaats daarvan zet Paulus in op menselijke gelijkheid.

Sterker nog: volgens Siedentop
zien we in de geschriften van Paulus het ontstaan
van een nieuw gevoel van rechtvaardigheid,
gebaseerd op de veronderstelling van gelijkheid.
Dit denken over ethiek en moraliteit
en – vooral – morele gelijkheid,
waarbij elk individu intrinsieke waarde heeft,
is gegrond in diezelfde christelijke ethiek.

Nu ontstaat in de huidige samenleving
er wereldwijd een snel groeiende hoeveelheid (jonge) mensen
die een diep wantrouwen in de overheid hebben,
omdat ze geloven dat die niet naar hen luisteren
en er ook niet om geven.
En dan besef je dat de democratie
in de problemen zit, en niet alleen op het wereldtoneel.
Want ook bij ons in Nederland
is een zeer verontrustende trend aan het ontstaan
dat steeds meer mensen denken
dat het land beter af zou zijn onder een dictator,
of in ieder geval een ‘sterke man’
die gewoon met een pennenstreek
knopen kan doorhakken.
(zie hiervoor de euforie bij zijn aanhangers
tijdens het ondertekenen
door Trump van zijn decreten)

Uit een recente peiling blijkt dat 52 procent van de jongeren
gelooft dat het land moet worden bestuurd door een sterke leider
die zich niet hoeft te bekommeren
om het parlement of verkiezingen.
Nog alarmerender is
dat 33 procent denkt dat het land beter af zou zijn
als het leger de leiding had.
Als dat ons niet aan het denken zet,
bedenk dan dit:
bijna de helft (47 procent) van jongeren
gelooft dat onze maatschappij radicaal
moet worden veranderd door middel van een revolutie.

Deze cijfers zijn verbijsterend.
Voor degenen onder ons die zijn opgegroeid
met een sterke toewijding aan democratie,
is het onbegrijpelijk
dat de generatie die is opgegroeid
met de meeste vrijheid,
de meeste toegang tot informatie
en de grootste digitale connectiviteit,
zo bereidwillig zou zijn om
hun recht op stemmen, protesteren
en leiders ter verantwoording te roepen,
op te geven.
Maar voordat we ons haasten om ze te veroordelen,
moeten we de moeilijke vraag stellen:
waarom voelen zoveel mensen zich zo?

Wat als het niet zozeer zo is dat jongeren
zich tegen de democratie keren,
maar dat ze het gevoel hebben dat de democratie zich tegen hen keert?
Denk er eens over na:
Hun scholen brokkelen af.
Hun leraren staan onder druk.
Als ze geestelijke gezondheidszorg
of speciale zorg nodig hebben,
moeten ze lang wachten of hard vechten
en waarschijnlijk allebei.
Als ze naar de universiteit willen,
moeten ze een schuld aangaan
die langer duurt dan de tijd dat ze leven.
En als ze een huis willen kopen
moeten ze volgens de statistieken
waarschijnlijk wachten tot ze 33 jaar oud zijn
om zelfs maar te denken aan het kopen van een huis.

Je zou denken dat deze strijd
mensen ertoe zou dwingen
politiek actiever te worden.
Maar deze generatie is nog steeds
de minst politiek betrokken groep in het Nederland.
Hoewel het waar is dat velen
momenteel te jong zijn om te stemmen,
is er ook een groot deel
dat te weinig betrokken is
om de relevantie van formele politiek in te zien.
De opkomst van jongeren bij verkiezingen
is vaak abominabel laag bij verkiezingen.

Vergeleken met de opkomst van 70 procent of meer
voor 65-plussers,
en de boodschap is duidelijk:
jongeren stemmen niet en politici spreken hen niet aan.
Dat verergert het probleem alleen maar.
Ondanks allerlei beloften van de politiek om dit punt aan te pakken,
lijken ze geen haast te hebben om de hervorming door te voeren.

Zie de mens die in zijn lijden
teken werd voor alle tijden
van wat liefde dragen kan.

Deze woorden zijn geïnspireerd op woorden van Pontius Pilatus.
Nadat hij Jezus had laten geselen
en de soldaten hem een doornenkroon op hadden gezet
en een purperen kleed om hadden gedaan,
zijn ‘Zie de mens’ de woorden waarmee hij Jezus voorstelt aan de verzamelde menigte.

Waarom zegt Pilatus dat?
Om bij de menigte zie zich tegen Jezus gekeerd heeft mededogen op te wekken?
Laat je raken door deze deerniswekkende figuur.
Want een mens is mens in kwetsbaarheid.
Als wij de ander aangetast zien, dan herkennen wij onszelf in de ander.
Daar zien wij een mens, zoals wijzelf zijn.
Daar zijn we verbonden met elkaar. Jezus is echt mens,
net zo echt als wij mens zijn, juist in zijn lijden.
Het is tevergeefs, de menigte is in de greep van bloeddorstigheid.
Waar blijft hun menselijkheid?

De woorden hebben binnen het evangelie naar Johannes een nog grotere reikwijdte.
Het evangelie begint met: Het Woord is mens geworden.
Dat klinkt mee in deze woorden van Pilatus.
Hier staat hij: Het woord van God, dat mens geworden is.
Pilatus bedoelt het niet, maar het betekent het wel.
In deze lijdende mens verbindt God zich met heel de mensheid,
Met alle mensen. Jezus is de mens bij uitstek.
Jezus is de mens zoals God het bedoelt:
Een mens met ontferming, levend vanuit zijn liefde.
Voor ons is Jezus ook degene die laat zien hoe God is.
Dat God niet bovenaf wil beschikken over de mensen, maar ons wil dienen.
Zich met ons wil verbinden op leven en dood.

Deze mens is de stichter van een koninkrijk.
Hij draagt de tekenen van zijn koningschap:
een doornenkroon en de purperen mantel.
Straks is zijn troon het kruis.
Zijn koningschap is van een totaal andere orde.
Is van een andere wereld.
Een wereld waar de mens is zoals God het bedoelt.
En in zijn weg wordt Hij voor ons de weg,
de poort naar dat nieuwe koninkrijk.

Hij wordt dat voor de mensen van toen en nu.
De woorden van Pilatus zijn in het Latijn overbekend geworden:
Ecce homo’. Zie de mens.
De ware mens voor ons die de liefde leeft
opdat wij ons aan die liefde geven.

De zeventiende-eeuwse Franse wis- en natuurkundige,
christelijk filosoof en theoloog Blaise Pascal schreef eens:

alle problemen van de mensheid komen voort
uit het onvermogen van de mens om rustig
alleen in een kamer te zitten.

En nu, vierhonderd jaar later, hebben we bewijs van hoe moeilijk we dit vinden.

Onderzoekers voerden een experiment uit
waarbij ze meerdere mensen alleen in een kamer plaatsten
met niets anders te doen dan daar vijftien minuten te zitten.
De meerderheid gaf toe zich ongemakkelijk te gaan voelen
als men zich met niets anders dan zijn gedachten bezighoudt.
Het experiment werd herhaald,
alleen werd er dit keer een instrument in de kamer geplaatst
dat een onaangename elektrische schok kon toedienen.
In de periode van vijftien minuten
diende één op de vier vrouwen zíchzelf de schok toe
om de verveling te verlichten.
Twee op de drie mannen deden dat ook.

Er is een kans dat we de verkeerde conclusies trekken
uit sociale experimenten
omdat het moeilijk is om in de gedachten van anderen te kruipen,
maar we kunnen hier een goede gok wagen.
Onze levens zijn overprikkeld.
Alleen in een kamer zijn met onze gedachten
voor een langere tijd is vreemd.
We hóren niet zo te leven menen we.
Onze smartphones zijn de ‘stok en staf die ons vertroosten’.
Elk vrij moment moet worden besteed aan TikTok, Instagram of Spotify.

Naarmate mensen ouder worden,
denken ze vaak dat de wereld zijn aandachtsspanne verliest,
zonder te beseffen dat de focus afneemt
naarmate we ouder worden.
Maar er lijkt iets te zijn veranderd in de afgelopen twee decennia.
Er is een geheel nieuwe digitale architectuur ontworpen
die er niet was.
Het creëert de buzz van de stad,
en is om ons heen verrezen als wolkenkrabbers,
waardoor koude schaduwen en bittere windtunnels
van woede en afleiding ontstaan die de warmte blokkeren.

Deze nieuwe online stad is opzettelijk ontworpen
om onze aandacht vast te houden;
om te voorkomen dat we offline iets gaan doen.
En het werkt.
Tussen 2010 en 2020 hebben we wereldwijd
twintig keer meer informatie verbruikt.
Dit is een kolossale toename voor onze hersenen
om in een oogwenk te verwerken.
Onze geest is minder geworden als het coole,
witte minimalistische interieurontwerp
waar mensen naar streven in het leven
en meer als het rommelhok
waar kapotte en nutteloze spullen
worden gedumpt.

Sommige wetenschappers stellen
dat we onszelf de schuld van deze situatie geven.
Als we anderen vertellen dat onze smartphone ons afleidt,
is het antwoord dat we krijgen dat we hem moeten uitzetten.
Hoewel we dit soort stappen kunnen ondernemen,
worden we er echter meer en meer afhankelijk
van gemaakt door techbedrijven .
Natuurlijk is er net als bij shopaholics
sprake van individuele verantwoordelijkheid,
maar er is ook het bouwwerk van consumentenkapitalisme
dat is ontworpen om ons meer spullen te laten kopen
of – in het geval van het internet –
meer informatie te laten absorberen.

Als we bedenken wat het betekent
om Jezus vandaag de dag te volgen,
beseffen we vaak niet wat technologie met ons doet.
De voordelen zijn duidelijk
– de wereld binnen handbereik hebben,
in een oogwenk met familie en vrienden kunnen praten –
maar de nadelen blijven onduidelijk.
Hoe beïnvloedt digitale afleiding
het lezen van de Bijbel
en een toewijding aan gebed?
Er is weinig onderzoek naar gedaan,
maar we geven God misschien
minder toegewijde aandacht dan voorheen.
Als we van de ene bron naar de andere fladderen,
als een vlieg op een warme zomerdag,
blijven we niet lang genoeg
op één plek om te ontdekken
of God daar op ons wacht.

Aanwijzingen van God komen vaak
van buiten het kerkelijk denken.
Nu heeft een groep tech-tovenaars uit Silicon Valley
het idee van een digitale sabbatical bedacht,
waarbij mensen één dag per week offline doorbrengen.
Hoewel ze zichzelf beschrijven
als niet bepaald religieus,
verdrinkt hun manifest
zo’n beetje in religieuze traditie.
Ze adviseren mensen om:

  • Technologie te vermijden
  • Contact te houden met geliefden
    Uw gezondheid te koesteren
  • Naar buiten te gaan
  • Commercie te vermijden
  • Kaarsen aan te steken
  • Wijn te drinken
  • Brood te eten
  • Stilte te vinden
  • Iets terug te geven

Het is een sabbatical die opnieuw is uitgevonden
voor het digitale tijdperk.

Er wordt een aantal praktische acties opgesomd
die kunnen worden ondernomen,
zoals gefocust blijven op de taak
en blootstelling aan sociale media te beperken,
omdat is aangetoond dat dit in grote hoeveelheden
slecht is voor de geestelijke gezondheid.
We moeten onze gedachten ook kunnen laten afdwalen.
Dit spreekt het argument
over het niet verliezen van de focus niet tegen.
Het afdwalen van de gedachten is, paradoxaal genoeg,
een vorm van aandacht.
Het is de ruimte waarin we de puzzels
van ons leven oplossen,
punten met elkaar verbinden
die we hadden gemist,
een plaatje inkleuren
om het tot leven te brengen.

Wanneer de profeet Elia God ontmoet op de berg Horeb,
is er eerst een sterke wind,
daarna een krachtige aardbeving
en ten slotte een laaiend vuur.
Maar God openbaart zichzelf
niet in deze aangrijpende verschijnselen.
Hij is te vinden in de pure stilte die volgt;
in het gefluister van een stem.

De pure stilte van vandaag wordt verbroken
door het vertrouwde gezoem van een nieuwsfeed
of een update op sociale media
– of de schok van een elektrische stroom.
Het is nu het moment dat we
binnen gehoorsafstand
van de zwakke audio
van het Goddelijke komen.

Kerkvader Augustinus wist het al:

onrustig blijft ons hart totdat het rust vindt in U’

 

Aswoensdag is het begin van de Lijdenstijd, ofwel de Veertigdagentijd.
Veertig dagen bereidt de kerk zich voor op Pasen.
In de Bijbel wordt het getal 40 gebruikt om een periode van voorbereiding,
uitzuivering en groei aan te geven.
Zoals het volk Israël 40 jaar door de woestijn trok op weg naar het Beloofde Land
en zoals Jezus 40 dagen beproefd werd voordat hij aan zijn werk begon.
Zo bereidt de kerk zich voor om in het spoor van Jezus
door de dood heen tot nieuw leven te komen.
Alles wat ballast is geworden, alles wat mensen van hun bestemming afhoudt,
alles wat het leven belemmert, mag mee sterven in de dood van Jezus,
opdat wij op een nieuwe manier ons leven kunnen ontvangen uit Gods hand.
Daarom klinkt psalm 51: God, herschep mijn hart, maak het zuiver.
Ook vasten op welke wijze ook schept ruimte voor verlangen naar het grote feest.
In de ruimte van dat verlangen kan gebed opkomen en tijd en aandacht voor de naaste.

Het gebruik van as begon in de vroege Kerk
toen mensen die iets misdreven hadden,
openlijk boete deden in de aanloop naar een nieuw begin met Pasen.
Als teken van hun berouw werden ze met as bestrooid.
Later werd het een gebruik dat door alle gelovigen werd gevolgd
in hun eigen verlangen naar vergeving en een nieuw begin.
Het maakt duidelijk dat we de mensheid
niet kunnen verdelen in goede en slechte mensen:
het kwaad gaat dwars door ons eigen leven.

De as komt van de palmtakjes die de kerk vorig jaar op Palmzondag uitreikte,
een symbool voor Christus die ook bij ons wil zijn.
Vaak legden mensen deze takjes op de graven van hun geliefden,
als teken van de hoop op opstanding.

Een askruisje halen, aan het begin van de Veertigdagentijd, op weg naar Pasen.
Dat kun je doen omdat je je bewust bent dat je tekort schiet
in wie je bent en wat je doet.
Je kunt het doen omdat je ervan bewust wilt blijven
dat je een sterfelijk mens bent.
Zodat je niet doet alsof alles altijd hetzelfde blijven
en je je vastklampt aan wat je hebt,
en niet kunt omgaan met wat je los moet laten.

Stof ben je en tot stof keer je terug.

Wat een opluchting is dat!
Al dat zware getob, al dat gewichtige gedoe,
al dat gepraat van arrogante managers,
al die dictators die de wereld onderdrukken,
al mijn eigen gedoe iedere keer weer.

Stof ben ik en tot stof zal ik terugkeren.

Gelukkig!
Laat me dan dus maar niet te zwaar tillen aan mijn eigen leven,
ik ben een stofje op de zoom van het universum
dat zal bestaan ook nadat ik tot stof ben weergekeerd.

Stof ben je en tot stof keer je weer.

Dus als je vast, doe dan niet alsof je een heldendaad verricht,
maar laat het een daad van overgave zijn aan de Heer van alle leven.
Laat je vasten en al je religieuze gedrag
een daad van liefde zijn voor de God
die neerknielde in het stof en zei:
kom tevoorschijn, jij, mens, ik geef je mijn levensadem.

Stof ben je en tot stof keer je terug.

Verzamel dan geen schatten op aarde alsof je daarmee gewicht krijgt.
Het gewicht van stof is genoeg voor je, want is het genoeg voor God.
Wees voluit, vrolijk en dankbaar stof op de zoom van het universum
want dat is je glorie en je geluk,
het grote voorrecht van het leven dat leeft op de adem van God.

Stof ben je en tot stof keer je terug.

Mens. Keer je dan om als je ergens nog denkt dat je god bent
in het diepst van je gedachten of het diepst van je handelen,
als je ergens nog denkt dat je mag oordelen
over anderen of zelfs over jezelf,
als je ergens nog meent dat je kunt leven
met je rug naar God toe alsof jij jezelf het leven geeft.

Keer je om, heb berouw en weet dat je stof bent
dat leeft op de adem van de Allerhoogste,
dichter nabij dan ons eigen hart.