Vandaag is het Hemelvaartsdag. Maar wat houdt Hemelvaart eigenlijk in? Aan de ene kant zegt het woord alleen het al: Jezus is naar de hemel gegaan. ‘Gevaren’, met een ouderwets woord – denk aan het Duitse ‘fahren’ dat ook niet alleen op schepen slaat. Je kunt een plaatje voor je zien zoals in sommige kinderbijbels: Jezus die op een heuveltop staat en dan opstijgt, zijn voeten al los van de aarde. Maar aan de andere kant is het niet zo duidelijk wat Hemelvaart inhoudt. Sowieso omdat wij het lastig vinden om ons de hemel ruimtelijk voor te stellen. Kom je bij God door lang genoeg omhoog te gaan? Nee, waar de hemel zich bevindt is niet het punt van hemelvaart. ‘Jezus ging naar zijn Vader’, dat is misschien meer to the point. De vraag blijft echter: waarom zou je dat vieren? Dan is Jezus dus niet meer bij ons. Ja, wat zou het mooi zijn als je gewoon naar de Heer toe kon stappen, met Hem kon praten en Hem om hulp vragen! Is Hemelvaart dan het vieren van Jezus’ afwezigheid? Welnee! Het is juist andersom: Hemelvaart is het vieren dat Jezus nu overal even dichtbij is. Volgens het Mattheus-evangelie waren dit Jezus’ laatste woorden: ‘ik ben bij jullie, alle dagen, tot het einde van de wereld’. Hemelvaart wil juist zeggen: Jezus is er! Al zie je Hem niet, Hij is erbij, altijd. We kunnen ons wél nog tot Hem wenden, tot Hem spreken en zijn hulp vragen. In gebed, heel eenvoudig. En dan zul je merken dat Jezus niet een afwezige is! Hoe, dat weet ik niet. Maar Hij is er, voor ieder die Hem nodig heeft. Iemands laatste woorden maken vaak diepe indruk. Laten wij dan letten op Jezus’ laatste woorden: ‘Ik ben bij jullie, altijd’. Dát is wat we met Hemelvaart mogen vieren. Zijn nabijheid, ook nu.
Oké, als rechtgeaarde protestant van het confessionele snit besteed ik misschien wel heel veel aandacht aan de nieuwe paus, maar dat heeft zeker zo een reden: er is momenteel namelijk heel veel onrust op het geopolitieke toneel. Er zijn veel tegenovergestelde belangen opgeblazen ego’s die hun plaats opeisen ten koste van de ander en van andere landen. En dan denk ik: misschien kan de nieuwe paus in deze situatie van spanningen een bemiddelende rol spelen? Hij heeft daar immers al een voorbeeld van gegeven, met het faciliteren van een tête-à-tête tussen Trump en Zelensky.
Zo gingen mijn gedachten weer terug naar het eerste optreden van de pas geïnstalleerde paus: Je zag de imposante gevel van de Sint-Pieter, dat grote monument van Rooms-Katholieke autoriteit. Op het plein ervoor was een menigte van 200.000 mensen verzameld die zich uitstrekte zover het oog reikte. De wereldmedia keken vanaf de balkons op die menigte neer. En daartegenover stonden de rijkelijk versierde rode fluwelen stoelen klaar voor president als Zelensky, J.D. Vance, Trump, en de staatshoofden van andere talloze landen in Europa en ver daarbuiten.
En ik dacht aan de nieuw aan te treden paus, Robert Prevost; hij stond op het punt door deze deuren te stappen. Een man die in 2015 tot bisschop werd benoemd, pas twee jaar geleden kardinaal werd en nu in de aandacht stond van deze enorme menigte en miljoenen anderen op tv, als dé spirituele leider van 1,4 miljard katholieken, die binnen een paar weken van relatieve onbekendheid naar de beroemdste man ter wereld was gekatapulteerd. Volgens mij moet je dan wel iemand zijn met een opmerkelijke nederigheid; om dit allemaal niet naar je hoofd te laten stijgen.
De Sint-Pieter is ontworpen om indruk te maken. Het plein voor de kerk is omringd door imposante beelden van apostelen, heiligen, martelaren en kerkvaders, die allemaal neerkijken op de gebeurtenissen beneden. Het was precies déze kerk die onbedoeld de Reformatie in gang zette, toen een fondsenwervingsactie voor de bouw gepaard ging met de verkoop van aflaten in onder andere Duitsland, waar het Maarten Luthers woede opwekte. De voorgevel, met zijn hoge pilaren, grote ramen, weelderige balkons en rijke wandtapijten, kan niet anders maken dan je klein te voelen. Binnen is de ruimte énorm, met overal prachtige kunstwerken. Dit was een uiting van het pausdom uit de Renaissance, dat leidde naar de Contrareformatie, de zelfverzekerde barokke geest die de triomf van de Kerk over al haar vijanden aankondigde.
Een paus met een vleugje ijdelheid zou gevaarlijk zijn. Alles wijst op de macht van deze positie, de opvolger van Petrus, de leider van de grootste christelijke gemeenschap ter wereld, iemand die wereldwijd direct herkenbaar is, naar wie wereldleiders met de pet in de hand moeten komen. Geen wonder dat sommige pausen in het verleden politieke manipulators zijn geworden en met keizers en koningen wedijveren over wie de meeste macht heeft.
Maar tegenwoordig klinkt de Katholieke Kerk nederiger. Paus Franciscus zette de kerk op weg naar een lijn van ‘synodaliteit‘, waarbij hij andere stemmen uitnodigde in de discussies binnen de kerk dan alleen mannelijke priesters. Paus Leo lijkt die lijn te willen doortrekken.
Verwijzend naar zijn verkiezing zei hij:
‘Ik ben uitgekozen zonder enige verdienste van mijzelf, en nu kom ik, met vrees en beven, naar u toe als een broeder, die de dienaar van uw geloof en uw vreugde wil zijn, en met u wil wandelen op het pad van Gods liefde.’
De toon was er niet één van zelfverheerlijking, van het benadrukken van de macht van de positie. Er was geen strategie om de kerk en de wereld fundamenteel te veranderen. Er was geen groots plan om de machtsmiddelen te gebruiken om de maatschappij naar zijn visie vorm te geven. In plaats daarvan ging het erom een ongrijpbare en oncontroleerbare kracht te ontketenen: de kracht van zelfopofferend mededogen.
Of zoals paus Leo het zelf verwoordde:
‘Het ambt van Petrus wordt juist gekenmerkt door zelfopofferende liefde, van de Kerk van Rome die haar ware gezag vindt in de naastenliefde van Christus. Het gaat er nooit om anderen te veroveren met geweld, religieuze propaganda of macht. In plaats daarvan gaat het altijd en alleen om liefhebben zoals Jezus deed.’
Dat is anders dan de manier waarop pausen in het verleden soms spraken. De Kerk heeft geen andere macht dan de macht van de liefde – het soort zelfopoffering die we zien in het leven van Christus. De huidige paus vindt haar ware gezag in naastenliefde. Een beetje anders dan sommige andere presidenten die ik me kan herinneren.
Toegegeven, we weten nog niet veel over hem, maar Robert Prevost komt op me over als een nederig man. Iemand die een plek aan Harvard Law School aan zich voorbij liet gaan om in plaats daarvan twintig jaar lang de armste gemeenschappen in Peru te dienen, slapend op de vloer van hutten, reizend op ezels naar afgelegen dorpen, onopgemerkt en onbekend. Dat getuigt van een duidelijk gebrek aan eigenbelang. Je solliciteert niet naar het pausschap, je kandidatuur aankondigend, je opwerkend in de gelederen, je verdiensten bepleitend tegenover de kiezers. In plaats daarvan ga je gewoon door met wat je doet, en als de roep komt, geef je er gehoor aan.
Als paus Leo zal hij die nederigheid nodig hebben wanneer hij deze rol de rest van zijn leven op zich neemt. Hij zal die nodig hebben om de subtiele verleiding van de eerbied die anderen hem betonen te weerstaan, de bewondering die hij zal ontvangen waar hij ook gaat, de gebouwen waarin hij woont, de pracht van de pausen die hem voorgingen, de manier waarop mensen aan zijn lippen zullen hangen. De verleiding om te denken dat Robert Prevost toch een enorme vis is, iemand wiens talenten hem tot dit punt hebben gebracht, zal groot zijn.
Maar als hij onverhoeds toch aan die verleiding toegeeft, zal hij terugvallen in de alledaagse gang van zaken in de wereld, en heersen over degenen die hij onder zijn hoede heeft. Maar hij lijkt zich terdege bewust van de gevaarlijke aard van zo’n positie. ‘Wie er ook geroepen is om de opvolger van Petrus te zijn’, zei hij, ‘moest toezicht uitoefenen zonder ooit toe te geven aan de verleiding om een autocraat te zijn, heersend over degenen die aan hem zijn toevertrouwd. Integendeel, hij is geroepen om het geloof van zijn broeders en zusters te dienen en naast hen te staan.’
Het was toch Jezus die zei:
‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, moet dienaar van de anderen zijn’ (Lucas 10,42-43)
Andere presidenten, premiers en patriarchen zouden daar een voorbeeld aan kunnen nemen.
Voorbij het lawaai de alledaagse onrust klinkt een zacht, constant suizen. Is dit het voorzichtige geluid van een stille opwekking?
‘Er kwamen vanochtend voor het eerst meer jonge mannen naar de kerk.’
‘Plotseling zitten onze kerkbanken vol met twintigers.’
‘Er komt een nieuw gezin op zondag. Hun tienerdochter sleept hen mee.’
Pardon? Dit zijn berichten die ik bijna niet kan geloven.
Want de afgelopen jaren werd de waarschuwing gehoord: het westers christendom krimpt! En de gesprekken die er dan over werden gevoerd werden gekleurd met een ondertoon van verwarring en onzekerheid. Het geluid werd zelfs zo sterk dat we zelf er ook in begonnen te geloven.
En nu wijzen cijfers uit dat er sprake is van een voorzichtige groei van het kerkbezoek.
De cijfers van een recentelijk Brits onderzoek ondersteunen – en later geflankeerd door Nederlands onderzoek dat zelfs de landelijke media haalde – de toename van kerkbetrokkenheid in de afgelopen jaren, met name onder jonge mannen. Het getuigt van een voorzichtig groeiende kerk, de toegenomen positieve impact ervan in gemeenschappen en spirituele openheid onder jongeren. Dus ook in Nederland zie en hoor je van hernieuwde en nieuwe belangstelling voor het christelijk geloof. Het schetst een beeld van een multi-etnische en multi-generationele kerk die transformeert, samen met een voortdurend veranderend cultureel landschap. En dat het allemaal erg spannend. Welke kant gaat het op en wat beklijft?
Het Britse rapport signaleert een algemene toename van mensen die minstens één keer per maand naar de kerk gaan en zichzelf christen noemen, van 8 naar 12 procent. Het laat een radicale verschuiving zien onder jongvolwassenen tussen de 18 en 24 jaar, allemaal binnen de Generatie Z, die vaker aan deze definitie van kerkgangers voldoen dan welke andere generatie dan ook, met uitzondering van degenen boven de 65. Een verdere omkering van de normen is dat het onderzoek mannen vaker naar de kerk brengt dan vrouwen, in de meeste leeftijdsgroepen, maar vooral onder mensen onder de 35. Cruciaal in het rapport is dat het hier niet gaat om ‘jonge mannen die lid worden terwijl jonge vrouwen vertrekken’, maar om een gezamenlijke toename van kerkbezoek.
Het lijkt erop dat het christendom misschien wel cool wordt gevonden.
Generatie Z gelooft het vaakst in God en bidt regelmatig. Iets minder dan twee derde zou het fijn vinden als een christelijke vriend voor hen bidt, en 47 procent van de niet-kerkgaande Generatie Z vindt het goed dat christenen met niet-christenen over hun geloof praten. Dit duidt op een verschuiving van het toeschrijven van groei aan de invloed van culturele commentatoren of mediapersoonlijkheden, naar zelfverzekerde lokale christenen die hun geloof delen met vrienden. Maar in plaats van te worden aangespoord door influencers en intellectuelen, komt de grootste impact voort uit relaties en persoonlijke uitnodigingen. Journalist Tijs van den Brink laat in het Nederlands Dagblad optekenen: ‘Bereid je als kerk voor op een toestroom van nieuwe gelovigen’ Hij is niet verbaasd dat steeds meer jongeren belangstelling tonen voor het christelijk geloof. In zijn programma’s ziet hij signalen van een kentering. Jongeren die zich via sociale media tot het geloof bekeren of daar openlijk over praten. Hardstyle-dj Sefa voelt zich net zo thuis op het festival Defqon.1 als in de Gereformeerde Gemeente. Hij is op zoek naar zijn plek in de muziekwereld als jonge gelovige. ‘Zondagsrust is het mooiste wat er is.’ zegt ie.
Deze opmerkelijke openheid voor religie en ervaringsgerichte spiritualiteit onder Generatie Z is echter niet niet langer een anekdotische curiositeit; dit is echte, gedocumenteerde groei die wordt getoond in een opkomende spirituele generatie, ontvangen door een culturele sfeer die steeds meer openstaat voor geloof.
Naar de kerk gaan is goed voor je. In een tijdperk van zelfhulpfenomenen positioneert de kerk zich als tegengif tegen een gefragmenteerd sociaal leven en psychische crises. Kerkgangers van alle leeftijden zijn vaker gelukkig, hebben meer hoop voor de toekomst en geloven dat hun leven zinvol is dan niet-kerkgangers, en zeggen minder vaak dat ze zich angstig of depressief voelen. Cruciaal is dat deze bevindingen ook gelden voor jonge kerkgangers, wat een extra reden is voor hun kerkbezoek. Simpelweg: het maakt ze gelukkiger.
Het is dé oplossing voor een generatie – met name jonge mannen – die het digitale omringd is, maar sociaal geïsoleerd. Kerkbezoek leidt tot een betere verbinding met mensen in de bredere gemeenschap, waarbij bijna twee derde van de 18- tot 34-jarigen zich verbonden voelt met mensen in hun buurt, vergeleken met slechts een kwart van hun niet-kerkbezoekende leeftijdsgenoten. Als we specifiek kijken naar jonge mannen in de kerk, loopt dit percentage op tot 68 procent, wat kerken een ongelooflijke kans biedt om de eenzaamheidsepidemie te doorbreken.
‘Het verschil is verbluffend’, tekent het rapport op. ‘Het schetst een beeld van jongvolwassenen die een diep gevoel van zingeving en levenstevredenheid hebben gevonden door regelmatig naar de kerk te gaan, die zich verbonden voelen met hun gemeenschap en – in de gegevens die we hebben verzameld over hun sociale activiteiten – ook graag iets terugdoen voor hun lokale gemeenschap. Dit is niet het beeld dat we doorgaans van jongvolwassenen in de media zien, maar het is wel een krachtig beeld.
Naar de kerk gaan is niet alleen goed voor jezelf, maar ook voor je gemeenschap. De diepste bemoediging schuilt misschien wel in de blik die het biedt op een christendom dat geloof in actie uitstraalt. Het onderzoek laat een beeld zien van kerkgangers die niet alleen bezorgd zijn om hun eigen welzijn, maar ook het leven van anderen willen verbeteren – 78 procent van alle kerkgangers is het erover eens dat het belangrijk is om een verschil te maken in de wereld.
Vooral de jongere generaties van de kerken die verlangen naar sociale verandering, hebben vertrouwen en investeren in het bewerkstelligen van positieve verandering, en voelen zich verantwoordelijk om bij te dragen aan hun gemeenschap. Daden zoals regelmatig doneren aan een goed doel, een lokale voedselbank steunen en deelnemen aan activiteiten ter verbetering van het milieu worden gezien als de gevolgen van christelijk geloof in actie. Het geeft de gevolgen aan van kerkgang door een diepe belichaming van Gods liefde en het doorgeven van deze liefde aan anderen.
‘Dit zijn de indicatoren of je een ware gelovige bent of niet’, wordt eraan toegevoegd, waarbij bemoediging uit bevindingen worden gedeeld. Het gaat er niet om of je naar de kerk gaat of de liederen zingt. Jezus legt uit hoe je kunt weten of je in het Koninkrijk bent of niet: ‘Ik had honger en jullie gaven me te eten, ik had dorst en jullie gaven me te drinken.’
Nu we de cijfers hebben, blijven er vragen over. Hoe kunnen we reageren? Waar leidt dit toe? Zijn we getuige van de dood van het traditionele christendom? En dus? Zeggen dat de bevindingen de kerk hebben verrast, is misschien een understatement. We leven in tijden van politieke onrust. Religie en zo’n beetje alles wordt als wapen gebruikt. De armoedekloof neemt toe, en niet alleen in materiële armoede.
De realiteit is dat we allemaal een rol te spelen hebben. Het rapport is inclusief in zijn aanpak en aanbevelingen. De eerste oproep is om de omvang en impact van kerkgangers meer te erkennen, iets wat kan worden overgenomen door sociale influencers en besluitvormers. Er zijn ook aanbevelingen die meer gericht op mensen binnen de kerk: om discipelschap en Bijbelonderwijs prioriteit te geven, er moet nadruk gelegd worden op het opbouwen van interpersoonlijke relaties.
Laten we echter dit mooie nieuws ook met een korreltje zout nemen; nuchter blijven en niet meteen té euforisch worden. Want de populariteit van het christendom is de afgelopen tweeduizend jaar vaker toegenomen én ook weer afgenomen. Er zijn altijd tijden geweest dat het de snoepje van de maand – of van de eeuw – was, zoals toen het zo’n 300 jaar na Jezus de officiële religie van het Romeinse Rijk begon te worden.
Maar populariteit brengt ook gevaren met zich mee. Wanneer de aantrekkelijkheid van het christendom bekoeld is, heeft het de neiging zijn ziel te verliezen, zijn radicale aard verwaterd zeker door de mensen die zich tot het kruis trokken als een soort modeaccessoire. Op sommige momenten is het geslonken tot een paar dappere zielen die de neergang trotseerden, zoals de elf angstige discipelen die in Jeruzalem bijeenkwamen na de executie van Jezus. Of tot een groepje stoere, ruige christenen dat maar blééf bidden tijdens jaren van vervolging en vaak hun geloof met hun leven moesten bekopen.
Ook zijn de waarheidsaanspraken van het christendom vaak niet populair. Maar voor ons christenen blijft ons geloof waar, of mensen het nu geloven of niet. Dus het feit dat er nu meer mensen geloven dan een paar jaar geleden, maakt het christelijk geloof niet meer of minder waar.
Eerlijk gezegd heb ik die voorspellingen over de ondergang van de kerk toch nooit al te serieus genomen. Daarom ben ik ook niet iemand die meteen de slingers ophangt als de voorspellingen voor het christendom nu positief uitpakken.
Ik denk dat zij die geloven in Jezus, een beetje sceptisch moeten zijn over onderzoeken en statistieken. Getalsmatige projecties en kansberekening zijn nuttig om maatschappelijke trends te ontdekken, maar ze hebben weinig invloed op waarheidsvragen. Statistische analyses van wat er doorgaans met overledenen gebeurt, zouden de opstanding immers nooit hebben kunnen voorspellen.
De aantrekkingskracht van het christelijk geloof is juist dat het niet gebaseerd is op hoeveel mensen erin geloven. Het draait om een gebeurtenis waarbij het eeuwige tijdelijk werd, waarbij God de menselijke geschiedenis binnentrad in de gedaante van een rabbi uit Galilea. Het overstijgt daarom tijd en ruimte, opiniepeilingen en enquêtes. Het geeft een vertrouwen dat niet geworteld is in de wisselende stemming van de publieke opinie, die het ene moment op en het andere moment weer neer gaat, maar juist iets blijvends, permanents en betrouwbaars.
Wees dus blij, als je dat wilt, met het vooruitzicht op een komende, hernieuwde golf van geloof. Maar laat je niet misleiden door te denken dat dit iets bewijst. Zoals Jezus ooit zei: ‘Verheug je er niet over dat de geesten zich aan je onderwerpen, maar verheug je dat je namen in de hemel geschreven staan.’ (Lucas 10: 20)
En toch…. Voorbij het lawaai van twijfel en onzekerheid over het christendom resoneert een zacht, laag en constant gezoem. Het eist niets; het deelt. Het overstemt anderen niet; het luistert. Het houdt niets achter; het nodigt uit. Het waardeert daden boven woorden. Is dit het geluid van een stille opwekking?
Toch nóg een post naar aanleiding van de geloofsbelijdenis van Nicea Ditmaal meer over belijdenissen in z’n algemeenheid.
zoals ik al eerder schreef markeert 2025 de 1700e verjaardag van het opstellen van deze geloofsbelijdenis. Een belijdenis is vorm die de Kerk tot op de dag van vandaag blijft zeggen om haar geloof te belijden en uit te leggen. Overal ter wereld reageren christelijke gemeenschappen op deze mijlpaal door opnieuw na te denken over de inhoud van die verklaring, de waarheid en ook over de vorm ervan: een geloofsbelijdenis.
Maar de Kerk is geen bron van waarheid. De Kerk kan belijden wat waar is, maar waarheid is niet haar bezit om ermee te doen wat ze wil. Voortkomend uit Jezus’ opmerkingen in Johannes 14 vers 6 heeft de christelijke traditie over de waarheid nagedacht. Als waarheid primair verband houdt met de persoon van Jezus Christus, dan is waarheid iets fundamentelers dan de Kerk. De Kerk heeft haar basis in de waarheid in plaats van dat de waarheid haar basis heeft in de Kerk.
Een geloofsbelijdenis is een uitdrukking van het geloof dat dit de stand van zaken is. Meer dan dat, het is een verklaring van de toewijding van jezelf aan deze stand van zaken. Het uitspreken van een geloofsbelijdenis is een existentiële daad, een beslissing, hiervoor. Het is een beslissing voor datgene wat we niet hebben gecreëerd en waar we geen controle over hebben. En zelfs daarbuiten is het een beslissing die we niet eens hebben genomen! Het was een beslissing die door christenen vóór ons werd genomen die dit en niet dat bepaalden.
Het is moeilijk om een daad te bedenken die minder in overeenstemming is met een ‘moderne’ menselijke geest. Als Immanuel Kant gelijk had dat Verlichting de ‘ontstaan van de mensheid uit zijn [sic] zelfveroorzaakte onvolwassenheid’ is, waarbij deze onvolwassenheid wordt gedefinieerd als ‘het onvermogen om je eigen begrip te gebruiken zonder de begeleiding van een ander’, dan staat de praktijk van het belijden van een waarheid die we niet persoonlijk hebben bepaald gelijk aan het in ons denken zelf niet verder komen dan de een kinderwagen.
Dichter bij huis spreken de geloofsbelijdenissen op een manier die niet altijd overeenkomt met onze ervaring. Er is een waarheid die zelfs fundamenteler is dan wat ik tot waarheid verleid Geloofsbelijdenissen zijn hulpmiddelen om een gemeenschappelijke opvatting te vestigen over landgrenzen en talen heen. Een gemeenschappelijke afhankelijkheid aan de waarheid die fundamenteel en universeel is, ongeacht de bijzonderheid van de ervaring.
Daarnaast worden de uitspraken die in geloofsbelijdenissen worden gedaan mogelijk niet als waar gezien. De ervaring kan in feite een andere richting inslaan. De wereld met al haar problemen en pijnen lijkt misschien niet de schepping van een almachtige en welwillende Heer. De Geest die Heer en gever van leven is, lijkt misschien niet de nieuwe vitaliteit van het tijdperk dat in het heden komt, te ademen. De kerk lijkt misschien niet altijd één en heilig te zijn.
Waarom dan geloofsbelijdenissen?
Dat wat we hebben en weten, is wat we hebben ontvangen, is ingebakken in de aard van de christelijke aanspraak om iets over God te weten in plaats van niets.
In die tijd zei Jezus:
‘Vader, Heer van de hemel en de aarde, ik dank u! Want u hebt al die dingen bekendgemaakt aan heel gewone mensen. Maar voor wijze en verstandige mensen hebt u die dingen verborgen. Ja, Vader, zo wilde u het doen. Alle macht die ik heb, heeft mijn Vader aan mij gegeven. Alleen de Vader kent de Zoon. En alleen de Zoon kent de Vader. En de Zoon vertelt over zijn Vader aan de mensen die hij uitkiest.’ (Mattheüs 11,25-27)
God kennen is niet iets dat in onszelf geworteld is. God de Zoon is mens geworden en kent de Vader als een van ons en voor ons allemaal. Het is op basis van zijn belijdenis van God als Vader dat wij God als Vader belijden.
De voortdurende en herhaalde praktijk van het uitspreken van de geloofsbelijdenis herinnert ons eraan dat de mogelijkheid om over God en het werk van God te spreken geen menselijke mogelijkheid is. Het is een mogelijkheid voor ons op basis van de gegeven gebeurtenis van Gods toespraak tot ons. Wij letten op datgene wat gegeven is. Het is een daad van geloof waardoor wij steeds weer terugkeren naar het Woord van God zoals de Kerk het heeft ontvangen.
motto van Maarten Luther overgenomen als argument door de boeren
Naast de herdenking van het verschijnen van de geloofsbelijdenis van Nicea 1700 jaar geleden, is het ook vijfhonderd geleden dat de Duitse Boerenoorlog plaatsvond. Dit was de grootste revolutie vóór de Franse Revolutie in 1789. Deze Boerenoorlog (Deutscher Bauernkrieg) van 23 juni 1524 tot 15 mei 1525 was een opstand van boeren en lage edelen die begon in het Zwarte Woud en Baden-Württemberg in het toenmalige Heilige Roomse Rijk. Het betrof ook een godsdienstoorlog, kort na het op gang komen van de Reformatie. Prediker-opstandelingen zoals Thomas Müntzer en Nicholas Storch, predikers uit het Saksische Zwickau (die bekend stonden als de Zwickauers), brachten met hun verzetspreken andere opstandelingen in beweging. De fakkel werden overgenomen door andere rondtrekkende predikers over heel het Rooms-Duitse Rijk, namelijk Balthasar Hubmaier (Waldshut), Johannes Denk (Neurenberg) en Sebastian Franck (Donauwörth). Ook opportunistische of zich bedreigd voelende verarmde lage edelen sloten zich aan zoals Florian Geyer en Götz von Berlichingen.
Oorzaken van de Duitse Boerenoorlog De belangrijkste oorzaak van de opstand van boeren, en ook lagere edelen, was dus onder andere het lijfeigenschap. Zo kwamen de boeren in de roerige tijd kort na de Reformatie, in opstand tegen het systeem van feodalisme en horigheid waarvan ze deel uitmaakten. Ze moesten voor de adel allerlei diensten doen en fikse belastingen betalen aan zowel de adel als de Rooms-Katholieke Kerk. De motivatie voor hun opstand vonden veel boeren in ideeën van de Reformatie – en met name Maarten Luthers die een accent op vrijheid en onafhankelijkheid (‘een christen is niemands onderdaan’) legde. Zo verwezen de boeren in hun eisenpakket, dat ze in 1525 opstelden en de ‘Twaalf artikelen van Memmingen’ genoemd wordt, meermalen naar de Bijbel én naar Luthers boekje Over de vrijheid van een christen uit 1520. Al in 1493 met de Bundschuh-Bewegung, maar zeker vanaf 1518 ontstonden er met name in het westen en zuiden van het Heilige Roomse Rijk opstanden van boeren, die in 1524 escaleerden in oorlog. Na eerst welwillend tegenover deze revolutie te staan stelde Luther zich uiteindelijk afwijzend tegenover de Duitse Boerenoorlog en publiceerde daarover in 1525 het pamflet Wider die Mordischen und Reubischen Rotten der Bawren. Andere reformatoren, onder wie Huldrych Zwingli en Thomas Müntzer (Monezer), spraken zich wel uit voor de boeren.
Verloop van de Duitse Boerenoorlog De onrust ontstond vanaf 1524 met name door rondtrekkende predikanten, die opruiende preken hielden. Een soort prelude dus van de hagenpreken, die in 1566 in de Republiek der Nederlanden tot de Beeldenstorm leiden. De boeren vormen op tal van plekken in het zuiden en westen van het Heilige Roomse Rijk eigen legertjes. Hiermee vielen ze burchten, kastelen, kerken en kloosters aan. De vorsten verdedigden zich door huurlegers samen te stellen. De eerste grote slag in de Duitse Boerenoorlog vond plaats op 23 juni 1524 in het Wutachtal nabij Stühlingen. Een groot leger van boeren trok hierbij op tegen graaf Sigmund II von Lupfen. In de veldslagen en schermutselingen die in het jaar hierna nog volgden, vielen in totaal tussen de 70.000 en 100.000 doden.
De Boerenoorlog in het Heilige Roomse Rijk kwam op 15 mei 1525 officieel ten einde, toen de samenwerkende Duitse vorsten de boeren versloegen in de Slag bij Frankenhausen. Zo’n 6000 goed bewapende Saksische en Hessische troepen, zowel voetvolk als ruiterij, onder leiding van graaf Georg met de Baard en Filips I van Hessen, versloegen een provisorisch bewapend boerenleger. De boeren, meer dan 6000 man, werden uitgemoord. Een dag later werden nog eens 300 gevangengenomen boeren, met name leiders, geëxecuteerd. Deze executies voerden de vorsten zonder proces uit. Er werden ook boeren vrijgelaten, maar zij kwamen in de rijksban ofwel: ze werden vogelvrij verklaard.
Belangrijkste gevolgen van de Duitse Boerenoorlog De boeren kregen niet wat ze wilden en de heersende macht, de adel en geestelijkheid, behield zijn macht. Daarbij verloor de lage landadel – door de verwoestingen en chaos tijdens de oorlog – haar macht aan de hogere adel.
Het zou nog tot 1848 duren voordat het feodalisme in Duitsland officieel afgeschaft werd. Dat was rijkelijk laat vergeleken met bijvoorbeeld Frankrijk, waar dit tijdens de Franse Revolutie van 1789 ‘al’ gebeurde.
In deze periode van ‘IJsheiligen’ (11-14 [15] mei 2025) een – vind ik – toepasselijke blogpost.
Eerst maar eens de weerkundige feiten: IJsheiligen valt ieder jaar op dezelfde data in mei, namelijk op 11, 12, 13, 14 en soms ook 15 mei. Het zijn de naamdagen van een aantal katholieke heiligen, namelijk Mamertus (11 mei), Pancratius (12 mei), Servatius (13 mei), Bonifatius (14 mei) [en dus soms ook Sophia van Rome (15 mei)].
Hoewel we in Nederland geen grote festiviteiten kennen rondom IJsheiligen, betekent het niet dat deze dagen nergens gevierd worden. In sommige delen van Europa (zoals Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland) worden door traditionele gemeenschappen feestelijke bijeenkomsten gehouden tijdens IJsheiligen, zoals processies en speciale kerkdiensten. Die lokale tradities en rituelen zijn vaak kleurrijk en levendig, met lokale kostuums, muziek en dans. Volgens de volksweerkunde zijn deze dagen in mei de laatste dagen in het voorjaar waarop er soms nog nachtvorst is. IJsheiligen wordt gezien als de overgang naar dagen met een zomers karakter. Het is niet uitgesloten dat er na half mei nog nachtvorst optreedt, maar die kans is zeer klein.
Vanouds vormt de heiligenverering een belangrijk punt van verschil tussen de de Rooms-katholieke kerk en de protestantse kerken. In de Rooms-katholieke geloofsbeleving zijn heiligen niet weg te denken, van de naam van parochies en kerken tot schietgebedjes aan sint Antonius als er iets kwijt is. Protestanten hebben juist weinig met heiligen. Dat is te verklaren vanuit de tijd dat deze kerken ontstonden. In die tijd, aan het einde van de middeleeuwen, namen heiligen soms in de praktijk de plek in van God. Nu doet zich de laatste tijd het volgende opmerkelijke fenomeen voor: in de Rooms-katholieke kerk werden de heiligen veel minder belangrijk, heel wat beelden zijn sinds de jaren zestig zelfs letterlijk uit de kerken verwijderd. Heiligen worden, als ik het goed zie, ook meer gepresenteerd als voorbeelden dan als tussenpersonen richting de hemel.
Maar bij protestanten groeit de laatste tijd echter juist het besef dat voorbeelden en verhalen over geleefd geloof belangrijk zijn. Geloof is geen theorie, het stempelt als het goed is heel het leven. Dat dat kán, en hoe dat eruit ziet, zie je in de levens van sommige gelovigen heel goed. Daarom is het goed over hen te horen en hun herinnering levend te houden. Niet om ze te vereren, maar om ervan te leren! Daarom hierbij een verhaal van een ‘protestantse (ijs)heilige’, iemand die iets laat zien van wat gelovig leven is: het verhaal van Dirk Willemsz. Hij leefde in het begin van de Tachtigjarige Oorlog, een tijd van religieuze en burgerlijke onrust. Deze Dirk zat aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog gevangen vanwege zijn geloof in het kasteel van Asperen. Het zag er naar uit dat hij op de brandstapel zou belanden, want dat was destijds de gebruikelijke straf voor ketters. Gelukkig had een bezoeker hem een vijl kunnen toespelen. Daarmee ging Dirk ‘s nachts de tralies te lijf en na een tijd had hij ze doorgevijld. Met behulp van een touw van oude lappen liet hij zich op een vroege morgen naar buiten zakken. Het was winter en er lag ijs op de slotgracht. Niet erg dik, maar Dirk was flink vermagerd door het verblijf in de kerker en hij kon er op staan. Over het ijs ging hij er snel vandoor. Zijn weg naar de vrijheid lag open! Helaas had de bewaker van het slot hem gezien. Hij riep versterking en zette zelf de achtervolging in. Echter, deze man woog een stuk meer, en na een tijd zakte hij door het ijs. Hij kon niet zwemmen en riep doodsbang om hulp. Dirk zag en hoorde het, en wat deed hij? Hij keerde zich om, en hielp de man om veilig aan de kant te komen. De intussen gearriveerde versterking greep Dirk en nam hem weer gevangen, ondanks protesten van de geredde bewaker. Twee weken later werd hij zonder pardon levend verbrand. In Asperen is zijn cel nog te bezichtigen
Wat moet je hier nu van denken? Was die Dirk niet helemaal goed wijs? Hij had zich kunnen redden maar deed het niet! Of…. toont hij dat er iets bestaat dat hoger is dan zelfbehoud? Of…. iets dat te maken heeft met Jezus en wat Hij zei en voordeed?
wapen van paus Leo XIV met de spreuk ‘ In de Ene zijn wij één’
Als ik me goed herinner, had ik een zeer positief gevoel over paus Franciscus toen hij in 2013 werd gekozen. De overleden paus was zo bedreven in het doen van dingen die een boodschap uitstraalden, dat algemeen werd aangenomen dat hij een verademing was. Iedereen zou je vertellen dat hij heel nuchter was. De weigering om in de officiële pauselijke appartementen te wonen! PR-mensen hadden alleen maar angstdromen van mensen die geen enkele interesse hebben in wat het bedrijf verkoopt.
Hier was een man die duidelijk afstand wilde nemen van de pracht en praal en de rijkdom (al dat Vaticaanse goud!). Paus Franciscus maakte een punt, en dat was terecht. Nee, Franciscus was uiteindelijk niet de modernist waar sommige commentatoren op hoopten, maar alleen omdat hij aantoonde wat eigenlijk al overduidelijk had moeten zijn: dat de paus niet op die manier ‘de baas is’ van het katholieke geloof. Het verhaal is altijd complexer dan ‘liberaal’ versus ‘conservatief’.
Is ie liberaal of conservatief; soortgelijke speculaties doen al de ronde over de nieuwe paus, Leo XIV. Zelfverklaarde atheïsten vinden dat Leo positiever over abortus moet spreken, vrouwen moeten toelaten tot het geestelijk ambt en zich positief moet uitspreken over de lhbtiq+ gemeenschap. Iedereen probeert elk microdetail dat we hebben te interpreteren. En wat is de betekenis van zijn Amerikaanschap? Is dit de poging van het conclaaf om een tegen-Trump te creëren? Waarom verscheen Leo in traditioneel gewaad (iets wat Franciscus nadrukkelijk vermeed)? En waarom ‘Leo’?
Zelf wijst paus Leo XIV erop dat de richting van zijn voorganger zal worden gehandhaafd. Toch hebben sommige conservatieve katholieke lobbyisten hun uiterste best gedaan om de meer progressieve ideeën van Franciscus terug te draaien: zijn verdraagzaamheid tegenover homoseksuelen, zijn aandacht voor de armen, zijn zorg over klimaatverandering, en last maar zeker niet least, zijn kritiek op de politiek van Donald Trump.
Want over het algemeen zijn de katholieken in de VS verrechtst. Natuurlijk nog heel wat liberale en progressieve katholieken in de VS, waaronder een aantal kardinalen. Maar de invloed van extreemrechtse katholieken die de sociale verworvenheden van de vorige eeuw ongedaan willen maken is enorm gestegen. De jaren zestig: de jaren van seks, drugs, en rock ‘n roll, Vaticanum II, en wat gewis nog belangrijker was, burgerrechten voor zwarte Amerikanen liepen veel katholieken, maar ook evangelische christenen, over naar de Republikeinen, die een culturele contrarevolutie beloofden: orde op straat, kerk op zondag, geen seks buiten het huwelijk, zeker niet tussen mensen van hetzelfde geslacht, en (in bedekte termen natuurlijk) de handhaving van witte suprematie. Daarom stemden veel behoudende christenen in 1968 op Nixon, en een halve eeuw later op Trump. Ras was ook hier van belang. Katholieke Trumpstemmers waren overwegend blank; zwarte en latino katholieken stemden eerder op Biden.
Veel van de rechtse lobbyisten komen uit de VS, en de meesten van hen zijn voor Trump. Die zogenaamde MAGA-katholieken beschikken over veel geld en hebben machtige vrienden. Deze katholieken zijn fel tegen abortus. (evangelische) christenen tilden hier minder zwaar aan, maar zij schaarden zich achter katholieken in hun gemeenschappelijke streven om overheidsgeld los te krijgen voor bijvoorbeeld confessionele scholen. Strenge katholieken en evangelische christenen vonden elkaar ook meer dan ooit in de cultuurstrijd die begon met Nixon, en die nu het land meer en meer verdeelt in twee kampen. Een paus heeft geen leger van betekenis, zijn grondgebied past in het centrum van Amsterdam, hij heeft geen aardse grondstoffen. Ja, in de ogen van veel atheïsten is de kerk een archaïsch instituut. Tóch kan een paus, zeker in een gewelddadig tijdsgewricht, een belangrijke rol vervullen, door alleen al te appelleren aan universele waarden en menselijke waardigheid. De paus is voor velen nog steeds een morele autoriteit, met celebrity-status bovendien. Dat geeft hem invloed. Hij trekt altijd de aandacht en wat hij zegt is vaak ook bedoeld voor niet-katholieken en niet-gelovigen. Een pleidooi voor klimaatmaatregelen is universeel. Hetzelfde geldt voor mensenrechten.
Speculaties… Er gaan al geruchten dat deze nieuwe paus zijn privémissen graag in het Latijn opdraagt; Anderen hebben erop gewezen dat hij met de aanhangers van Franciscus meeliep en zelfs zijn openingstoespraak raakte het thema ‘synodaliteit‘ van de overleden paus aan. Synodaliteit, afhankelijk van wie je het vraagt, is ofwel een nobele poging tot decentralisatie en het luisteren naar alle stemmen in de Kerk; ofwel een poging om doctrinaire verandering te bewerkstelligen onder het mom van pastoraat. Eén van zijn toespraken vindt ik al wel heel positief en in lijn met zijn wapenspreuk: ‘We moeten getuigen van ons vreugdevolle geloof in Jezus’, zei Leo XIV, terwijl hij waarschuwde dat waar dit geloof ontbreekt, het leven betekenis verliest.’
Toch zou mijn advies zijn om ver van dit soort speculaties te blijven. Mensen veranderen immers voortdurend van gedachten. En mensen veranderen vooral wanneer ze zo’n taak krijgen als Robert Prevost. Zelfs vanuit een puur natuurlijk perspectief zal de verantwoordelijkheid voor meer dan een miljard katholieken waarschijnlijk een ontnuchterend effect hebben en je hyperbewust maken van elke stap die je op het punt staat te zetten.
Paus Leo’s vermogen om de katholieke kerk te leiden is geen macht die hij op zichzelf bezit; die komt, zoals de officiële leer het stelt, ‘krachtens zijn ambt’.
Intussen heeft de paus geen behoefte aan analyse, speculaties, twijfel of projecties. Hij heeft onze gebeden hard nodig.
Paus Franciscus schreef op 4 oktober 2023 een brief aan alle mensen van goede wil: Laudate Deum, prijs God! In die brief uit hij zijn zorgen over het klimaat.
Hij schrijft: Acht jaar zijn verstreken sinds ik de encycliek Laudato si’ publiceerde, toen ik met u allen, mijn broeders en zusters van onze lijdende planeet, mijn oprechte zorgen wilde delen over de zorg voor ons gemeenschappelijk huis. Maar met het verstrijken van de tijd heb ik me gerealiseerd dat onze antwoorden niet adequaat zijn geweest, terwijl de wereld waarin we leven aan het instorten is en misschien wel het breekpunt nadert.
De paus rekent in zijn brief af met het oude beeld van de mens als kroon op de schepping die over alles mag heersen, de mens als middelpunt.
De mens die de plaats van God wil innemen wordt de ergste vijand van zichzelf (LD 73). God is de Schepper en eigenaar van deze wereld.
We dachten dat we over de natuur konden heersen. En misschien heeft dat ook wel te maken met theologie, met onze interpretatie van het scheppingsverhaal uit Genesis. Waarin we een opdracht tot heersen lazen?
Vandaag is dan het het conclaaf begonnen. Onder het zingen van ‘Veni Creator Spiritus’ zullen de kardinalen zich afzonderen om – geleid door de Heilige Geest – een nieuwe paus uit hun midden te kiezen.
En het houdt van links tot rechts de gemoederen enorm bezig. Want er is iets aan de manier waarop pausen worden gekozen dat tot de verbeelding spreekt. Degene die het idee van zwarte rook voor ‘geen besluit’ en witte rook voor ‘habemus papam‘ – ‘we hebben een nieuwe paus’ – bedacht, was een marketinggenie. Zoveel beter dan een persbericht of een tweet van het Vatican X-account.
Natuurlijk sprak heet conclaaf zo levendig tot onze verbeelding door recente gelijknamige film met Ralph Fiennes. Naar het boek van Robert Harris. Ja, we zijn dol op het idee van geheime debatten en intriges, mensen die van de wereld worden afgesloten totdat ze een besluit nemen met geheimzinnige, oude rituelen en een onzekere uitkomst. Was er ooit een film waarvan de release beter getimed was?
En dan zijn er nog de enorme aantallen. Er zijn vandaag de dag ongeveer 1,4 miljard katholieken in de wereld; ongeveer evenveel als de bevolking van India en China, de meest bevolkte landen ter wereld. Toch is de identiteit van de nieuwe paus ook voor ons van belang. De leider van China of India is vooral interessant voor mensen die in China of India wonen, maar misschien minder voor degenen onder ons die daar niet wonen. Maar de nieuwe paus is het hoofd van de kerk misschien om de hoek van waar je woont, of van mensen met wie je samenwerkt, of, als je zelf katholiek bent, je eigen spirituele leider. Deze benoeming is dus enorm belangrijk.
Maar het gaat niet alleen om de uiterlijke schijn, het drama, de aantallen. En het geldt ook niet alleen voor katholieken.
Officieel wordt een paus aangeduid als de opvolger van Petrus, één van Jezus’ vrienden. Je zou dus kunnen zeggen dat zijn ambt als het ware een levende link vormt met de oorsprong van de christelijke beweging, de eerste tekenen van de revolutie.
Natuurlijk is er een aantal behoorlijk vreselijke pauselijke zetelbezitters geweest, wier persoonlijke levens nauwelijks enige kennis van of relatie met Jezus vertoonden. Denk bijvoorbeeld aan de zestiende-eeuwse Roderigo Borgia (paus Alexander VI), die ondanks de regel van het geestelijk celibaat, meerdere kinderen kreeg van diverse maîtresses, en het pausschap verwierf door kardinalen om te kopen en zijn favoriete zoon op achttienjarige leeftijd tot bisschop van verschillende lucratieve zetels maakte, en op negentienjarige leeftijd tot kardinaal. Er is dus niets vanzelfsprekends aan – en daarom ontkenden de protestantse hervormers het idee van een algeheel automatisch pauselijk gezag.
Maar wanneer een persoon van evidente heiligheid wordt gecombineerd met dit besef van het gewicht van het ambt, wordt het pausschap een geschenk aan ons allen, dat ons verbindt met de eerste volgelingen van Jezus – zelfs met Jezus zelf.
Het pausschap is een van die unieke dingen in het moderne leven – een navelstreng met het verleden. Monarchieën doen iets soortgelijks: ze verbinden ons met het verleden via de lange rij koningen en koninginnen. Maar vaker wel dan niet onthullen de gebeurtenissen waarnaar ze ons terugvoeren, het proces waarmee die families de macht grepen, duistere politiek, omkoping en bloedige gevechten.
Dit is een lijn in de geschiedenis die ons verbindt met de gebeurtenis die, als we Tom Hollands boek Heerschappij mogen geloven, meer impact heeft gehad op de vorming van de westerse cultuur dan welke andere ook: het opmerkelijke leven, de dood en de wederopstanding van Jezus – een radicaal leven vol liefde, zelfopoffering en transformerende kracht – voor zowel individuen als hele beschavingen. En daarvoor zouden we, of we nu katholiek, protestant, orthodox of misschien zelfs ongelovig zijn, een gebed – of een glas – van dankzegging kunnen heffen.
Het was destijds premier Mark Rutte die Nederland vergeleek met een broos vaasje. ‘Want’ zo zei hij ‘wat we samen hebben opgebouwd is heel breekbaar. Laten we het goed beschermen!’ Hij had het destijds over de toenemende polarisatie in Nederland. Ik wil de metafoor gebruiken voor de democratie. Want die staat mijns inziens ook onder druk, zowel nationaal als internationaal.
Geruchten dat Donald Trump de Amerikaanse grondwet zou kunnen opschorten om een derde termijn als president na te streven, en nog duisterdere dreigingen dat zijn regime zelfs autocratische ambities zou kunnen koesteren, hebben het Westen eraan herinnerd dat we democratie niet als vanzelfsprekend moeten beschouwen.
Parlementaire democratie, zo hebben we algemeen aangenomen, is een goede zaak. Ze is zo goed dat we haar niet alleen willen delen, maar ook aan andere landen wilden opleggen. De oorlog in Irak uit 2003, bijvoorbeeld werd, zo werd ons verteld, uitgevochten voor vrijheid en democratie, maar zo liep het niet helemaal.
Met democratie bedoelen we meestal politieke verantwoording, waarbij regeringspartijen macht uitoefenen via de wil van de bevolking die ze dienen, uitgedrukt in regelmatige volksraadplegingen die ervoor zorgen dat niemand zich ongestraft aan de macht kan vastklampen.
Het Trump-fenomeen begint echter te wijzen op het vooruitzicht van een volkswil die een regeringsvorm bepleit die niet overeenkomt met onze gebruikelijke liberale uitgangspunten. Er klinken stemmen, waaronder die van schrijfster Margaret Atwood, die een opschorting van de Amerikaanse democratie verwachten als gevolg van de waanzin van de huidige president.
De meesten van ons in Nederland zullen waarschijnlijk zeggen dat democratie meer moet zijn dan een systeem waarin meerderheden hun zin krijgen. Want we willen ook dat onze regering zich aan de wet houdt. En dan moeten we niet alleen beslissen welke wet, maar ook wiens wet. Voor degenen met een religieuze overtuiging zal die vraag deels en in belangrijke mate beantwoord worden door Gods wet, waarop de westerse beschaving aantoonbaar is gebouwd.
Hier komt pluralisme om de hoek kijken, zonder welke een democratie niet effectief kan functioneren. Want een staat is een verzameling politieke en burgerlijke gemeenschappen, waarin alle individuen rechten en plichten hebben, die wettelijk beschermd zijn.
Dit model is gebaseerd op de Romeinse wetgevende macht, die sterk gecentraliseerd was en systematisch wantrouwend stond tegenover verenigingen, wat de reden was waarom vroege christenen eronder werden vervolgd. De val van dat rijk liet een juridisch vacuüm achter, waarin natiestaten en de vroegmiddeleeuwse kerk terechtkwamen.
Het was dit laatste staatsorgaan dat de basisprincipes van het Romeinse recht erfde, gecentraliseerd, universeel en soeverein, onder de paus. En het is dat orgaan dat in conclaaf bijeen is om een nieuwe paus te kiezen. Die verkiezing democratisch noemen is meer dan overdreven, omdat de demos, de gewone mensen, er niet bij betrokken zijn en ook niet vertegenwoordigd zijn.
De Kerk is geen democratie, net zomin als God verantwoording schuldig is aan zijn schepping. Eerder andersom – sommige denominaties spreken van ‘Gods uitverkorenen’, degenen die Hij kiest voor verlossing. In het christelijk denken is God een dienende koning, maar desalniettemin een absolute en, zoals sommigen die zich tegen God verzetten, een tirannieke autoriteit.
Hoe moeten we reageren op een ondemocratische Godheid? Een antwoord daarop zou gevonden kunnen worden in dat pluralistische kenmerk van democratie. We zijn er eerlijk gezegd niet goed in om pluralisme in onze geloofssystemen te erkennen. Op zijn best opereren we in een soort absoluut duopolie – je gelooft, of je gelooft niet. Een pluralistisch model zou er een zijn waarin we de goddelijke wil leren kennen via de gehele schepping, alle uitingen van geloof en ongeloof, in plaats van alleen via onze eigen wil.
Pluralisme is gezond, zowel in de seculiere politiek als in religieuze gebruiken. Het is de tegenpool van de groeiende autocratie zoals bijvoorbeeld in de Verenigde Staten van Amerika en geeft een stem aan een scala aan wereldbeelden.
Dit is geen pleidooi voor theocratie, maar de overtuiging dat de christelijke traditie berust op het principe dat geen enkele politieke orde de autoriteit van God kan claimen, behalve het Lichaam van Christus. En het Lichaam van Christus omvat alle leden van het menselijk ras. In tegenstelling tot politieke partijen concurreren wij niet om de macht, maar vormen wij een gemeenschap die wijst naar een geredde en genezen wereld.
De keuze is hier tussen een soort seculier burgerschap, een vorm van multiculturalisme dat een akkoord sluit tussen verschillende gemeenschappen op basis van universeel verlichte principes. Of we kunnen reageren op de energie waarop die seculiere utopie gegrondvest zou kunnen worden, door bereidwillige gemeenschappen te bouwen die streven naar wereldwijde rechtvaardigheid en vrede. Dat is een missie van de Kerk op het gebied van diversiteit.
Het gaat dus minder om democratie dan om pluralisme. En dat pluralisme moet een herkenbaar kenmerk worden van de gelovigen, wat het historisch gezien maar al te vaak niet is geweest. We kunnen alleen maar hopen en bidden dat het een missie wordt die ook centraal staat in de beraadslagingen die de komende dagen zullen leiden tot een witte rookpluim uit de Sixtijnse Kapel.