Philipp Blom schreef een essay: ‘Het grote wereldtoneel, over de kracht van verbeelding in tijden van crisis’. Hij schetst de grote problemen van onze tijd: Het klimaat, democratie die uitgehold wordt… Hoe moet je daar samen uit komen? Blom gebruikt het beeld van een toneel, Op het podium van het wereldtoneel hebben we behoefte aan een nieuw verhaal, aan een nieuwe manier van samenleven.
Verbeelding dus, in tijden van crisis. Nu dat is precies wat de profeten in de Bijbel ook doen: De toekomst staat op het spel, maar zij dromen van een andere toekomst. Grote woorden gebruiken ze: Trouw en waarheid, gerechtigheid en vrede, solidariteit.
Advent is dromen. Dromen van de toekomst. De evangelist Lucas laat zijn kerstverhaal beginnen bij twee mensen Zacharias en Elisabeth die het dromen misschien wel verleerd zijn. Lucas vertelt dat de engel Gabriël de boodschap van God aan Zacharias doorgeeft: Het wonderlijke nieuws dat God op bezoek komt en dat Hij een kind schenkt aan Zacharias en Elisabeth dat de wegbereider voor dit bezoek zal zijn. Verwachten zij nog wat? Zacharias blijft hangen in zijn ongeloof. In zijn hart is geen ruimte voor de woorden van God. Hij had om een teken gevraagd. Dat tekent ontvangt hij nu: hij moet zwijgen. Het ongeloof verhindert dat hij de zegen van God mag doorgeven. Ongeloof verhindert een mens altijd om tot zegen te zijn.
Ja, vandaag is het dan eindelijk officieel Black Friday, Deze koopjesgekte is ontstaan in de Verenigde Staten en valt op de dag na Thanksgiving Day, dat wordt gevierd op de vierde donderdag in november. Op deze vrijdag hebben de meeste werknemers in de Verenigde Staten vrijaf. Black Friday wordt beschouwd als het begin van het seizoen voor kerstaankopen. Maar Black Friday is overal al lang verworden tot een Black Week of Month, met allerlei (nep)kortingen om je in aanloop naar december zo veel mogelijk van je overvloed en (spaar)centen af te helpen. Want ondanks ons eeuwige geklaag; de meesten van ons leven momenteel in een voor veel anderen onvoorstelbare overvloed.
Want gedurende de geschiedenis bezaten en produceerden de meeste mensen ongeveer net genoeg om in leven te blijven. Lange tijd maakten boeren (d.w.z. mensen met beperkte of geen landeigendomsrechten die afhankelijk waren van een lokale heer) een groot deel van de bevolking uit. En hoewel boeren in sommige gevallen welvaart bereikten, was dit eerder de uitzondering op de regel van zelfvoorzienende arbeid, Voor bijna iedereen was de kans op hongersnood allesbehalve theoretisch.
In dat opzicht verschilde de situatie in de vroegmiddeleeuwse Lage Landen nauwelijks van die in het eerste-eeuwse Palestina. Ook daar verdienden negen van de tien mensen net genoeg om te overleven – en soms zelfs niet zoveel. Zowel Josephus als het Nieuwe Testament maken melding van de hongersnood die Judea van 44-48 na Christus teisterde. Er was in die tijd en plaats geen sociaal vangnet. Mensen stierven van de honger.
Het was dus tegen dit soort mensen die zich permanent bewust waren van schaarste dat een zekere rabbijn – tot voor kort zelf een dagloner – zei:
‘maak je geen zorgen over je leven, over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam, over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding? (…) Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.’ (Matteüs 6)
Jezus’ publiek zou het er nog mee eens zijn geweest dat alles uiteindelijk van God komt. Maar: ‘wees niet bezorgd over morgen’? In een wereld waar hongersnood altijd slechts één mislukte oogst verwijderd is? Jezus, instrueert dus in die context, zijn publiek met een stalen gezicht, om te leven alsof overvloed, en niet schaarste, de ultieme realiteit in het leven is. Niet voor het eerst lijkt Hij meer dan een beetje losgezongen te zijn van hoe het werkelijk is om op deze planeet te leven.
Voor zover sommigen van ons moderne mensen in geïndustrialiseerde samenlevingen zich iets minder zorgen maken over verhongeren of sterven door blootstelling aan de elementen, is dit te danken aan de menselijke vindingrijkheid (hartelijk dank) die manieren heeft bedacht om onze productiviteit radicaal te verhogen. Een onmiskenbaar magnifieke prestatie maar ook een die andere vormen van schaarste heeft verergerd.
Denk bijvoorbeeld aan de ‘aandachtseconomie’: de strijd om steeds korter wordende aandachtsspanne te behouden. Dezelfde computertools die onze huidige levensstandaard mogelijk hebben gemaakt, hebben ons ook aangesloten op een constante stroom van veel meer informatie dan we ooit zouden kunnen verwerken. Zozeer zelfs dat aandacht schenken, ogenschijnlijk een fundamenteel kenmerk van het mens-zijn, steeds meer gewaardeerd wordt.
Of neem tijd. De econoom John Maynard Keynes, speculeerde halverwege de twintigste eeuw, dat automatisering en een hogere productiviteit vanzelfsprekend zouden leiden tot minder stress en meer vrije tijd. Maar wat hij niet voorzag, is dat een toenemende productiviteit de verwachtingen over hoe productief we zouden moeten zijn, verhoogt. Tijd, altijd en overal, is het ultieme ‘verdwijnende bezit’, maar de wildgroei aan timemanagementstrategieën en gadgets vertelt ons, denk ik, dat tijd nog schaarser lijkt wanneer van ons verwacht wordt (of van onszelf verwacht wordt) dat we leven ‘to the max’.
Ik denk niet dat het overdreven is om te stellen dat schaarste de meest urgente realiteit is in de menselijke ervaring. In de een of andere vorm geldt dit voor elke menselijke cultuur. We bestrijden schaarste met de drang om te vereenvoudigen, te stroomlijnen, meer te doen met minder, lifehacks te vinden of nieuwe technologieën uit te vinden.
Jezus zegt echter dat we het moeten negeren. Of in ieder geval dóen alsof schaarste niet zo interessant of belangrijk is. God voedt de vogels en bekleedt de lelies; jij bent belangrijker dan een vogel of lelie voor God; dus zal God voor je zorgen.
Stop met stressen.
Dit voelt niet ambitieus of inspirerend. Het voelt krankzinnig: Ik heb een hypotheek. Ik heb geld, energie, focus en tijd nodig; niet de bizarre aansporingen van een of andere mysticus. Weet Jezus überhaupt wel iets van inflatie?
Maar het vreemde is dat hij dat wel weet. Jezus staat absoluut niet los van de realiteit van het dagelijks leven in zijn tijd en omgeving. Hij is op de hoogte van actuele gebeurtenissen zoals instortende torens en de machinaties van Herodes Antipas (‘die vos’, noemt Jezus hem. Geen compliment). Hij lijkt zich een beetje te vervelen om het politieke spel, maar hij is zeker niet naïef over de machtsstructuren en de grote spelers in Galilea en Judea. Hij maakt van een sluwe, oneerlijke kleine manager de held van een van zijn verhalen. Politiek, belastingen, sektarisch geweld, instortende infrastructuur; de evangeliën beschrijven Jezus in zijn interactie met een wereld die heel anders is dan de onze, maar die toch direct herkenbaar is.
Het verschil is dat ik inflatiecijfers, begrotingsgevechten, geopolitieke manoeuvres om schaarse hulpbronnen en toeleveringsketens beschouw als ‘de echte wereld’, terwijl het Koninkrijk der hemelen uit de Bijbel iets moois is, maar ook een beetje zweverig, en een beetje abstract.
Maar Jezus zag de dingen precies andersom. Het koninkrijk is de Realiteit, terwijl de heren der heidenen, het betalen van belastingen, zelfs de dringende dagelijkse zorgen over voedsel en kleding, allemaal vluchtig of hooguit secundair zijn. En het koninkrijk is overvloedig, want de Koning geeft geen stenen wanneer zijn kinderen brood nodig hebben.
Wat betekent het om te leven alsof overvloed en niet schaarste het laatste woord heeft? Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat het vaak echt te krankzinnig voelt, om te denken dat ik genoeg tijd, geld, energie, focus of wat dan ook kan besparen om een leven op te bouwen waarin ik vervulling of vrede vind. Er zitten barsten in mijn nuchtere, economisch rationele wereld die me doen afvragen: wat als ik geen geld, tijd, energie heb – niets anders dan mijn dagelijks brood – en ik er vervolgens achter kom dat ik alles al heb wat ik nodig heb?
‘Correlatie is niet hetzelfde als oorzakelijkheid.’
We hebben deze uitspraken waarschijnlijk al zo vaak gehoord dat ze in ons geheugen gebeiteld zitten. Als dat zo was, zou misinformatie nooit een poot aan de grond krijgen.. Maar er zijn voorbeelden te over van misinformatie die zich razendsnel verspreidt.
Dit komt doordat onze interne, vaak onbewuste, vooroordelen ervoor zorgen dat we onjuiste beweringen voor waar aannemen. Een van de boosdoeners is een bevestigingsvooroordeel of confirmation bias: de verleiding om bewijs kritiekloos te accepteren als het bevestigt wat we graag waar zouden willen zien, en een bewering meteen te verwerpen als het botst met ons wereldbeeld. Deze vooroordelen kunnen heel subtiel ons denken binnensluipen; nee, ze beperken zich niet tot onderwerpen zoals immigratie of wapenbeheersing, waarbij de emoties hoog op kunnen lopen. Voorbeeld: Er wordt vaak beweerd dat borstvoeding het IQ van kinderen verhoogt, hoewel correlatie geen causaliteit is. Maar omdat velen van ons natuurlijke moedermelk zouden vertrouwen boven flesvoeding, slikken we deze bewering.
Confirmation bias is moeilijk te doorbreken. In een onderzoek namen drie neurowetenschappers studenten met liberale politieke opvattingen en sloten ze hen aan op een functionele MRI-scanner. De onderzoekers lazen uitspraken voor waarmee de deelnemers eerder hadden gezegd het eens te zijn, ze gaven vervolgens tegenstrijdig bewijs en maten de hersenactiviteit van de studenten. Er was geen effect wanneer niet-politieke beweringen werden aangevochten, maar het tegenspreken van politieke standpunten activeerde hun amygdala: Dat is hetzelfde deel van de hersenen dat wordt geactiveerd wanneer een tijger je aanvalt, wat dus een ‘vecht-of-vlucht’-reactie opwekt.
Confirmation bias speelt dus een grote rol bij kwesties waar we al een mening over hebben. Maar over veel onderwerpen hebben we geen vooroordeel. Als er niets te bevestigen valt, is er geen confirmation bias, dus we hopen dat we deze kwesties met een heldere blik kunnen benaderen.
Maar helaas kan er ook een andere bias de kop opsteken: zwart-witdenken. Deze bias houdt in dat we de wereld in zwart-wit bekijken: iets is altijd goed of altijd slecht, zonder grijstinten.
Het bestverkochte afslankboek ooit, Dr. Atkins’ Nieuwe Dieet Revolutie, profiteerde van deze vooringenomenheid. Vóór Atkins hadden mensen misschien geen sterke mening over de vraag of koolhydraten goed of slecht waren. Maar zolang ze denken dat het het een of het ander moet zijn, zonder een middenweg, zullen ze vasthouden aan een eenzijdige aanbeveling. Dat is wat het Atkinsdieet deed: Het had één regel: vermijd alle koolhydraten. Niet alleen geraffineerde suiker, niet alleen simpele koolhydraten, maar alle koolhydraten. Je kunt beslissen of je iets eet door te kijken naar de ‘koolhydraten’-regel op het voedingsetiket, zonder je zorgen te maken of de koolhydraten complex of simpel, natuurlijk of bewerkt zijn. Deze simpele regel speelde in op het zwart-witdenken en maakte hem gemakkelijk te volgen.
Om een bestseller te schrijven, hoefde Atkins dus niet gelijk te hebben. Hij hoefde alleen maar extreem te zijn.
Dus, wat doen we eraan?
De eerste stap is het erkennen van onze eigen vooroordelen. Als een bewering onze emoties aanwakkert en we staan te popelen om die te delen of te verwerpen, of als het extreem is en een universeel recept geeft, moeten we voorzichtig te werk gaan.
De tweede stap is het stellen van vragen, vooral als het een bewering is die we graag accepteren. Eerst is het zaak om ‘het tegenovergestelde te overwegen’. Als een onderzoek tot de tegenovergestelde conclusie was gekomen, welke gaten zou je er dan in prikken? Vraag jezelf vervolgens af of deze bedenkingen nog steeds van toepassing zijn, ook al levert het de resultaten op die je wilt.
Neem de overvloed aan onderzoeken die beweren dat duurzaamheid de bedrijfsprestaties verbetert. Wat als een artikel had aangetoond dat duurzaamheid de prestaties verslechtert? Voorstanders van duurzaamheid zouden een heleboel bezwaren opwerpen. Ten eerste, hoe hebben de onderzoekers duurzaamheid gemeten? Waren het de duurzaamheidsclaims van een bedrijf in plaats van de daadwerkelijke uitvoering ervan? Ten tweede, hoe groot was de steekproef die ze analyseerden? Als het een handvol bedrijven betrof door slechts één jaar heen, zou de tegenvallende prestatie te wijten kunnen zijn aan willekeur; er zijn onvoldoende gegevens om sterke conclusies te trekken. Ten derde, is er sprake van oorzakelijkheid of slechts correlatie? Misschien is hoge duurzaamheid niet de oorzaak van lage prestaties, maar is er iets anders, zoals strenge regelgeving, dat beide veroorzaakt. Nu je je ogen hebt geopend voor potentiële problemen, vraag jezelf dan af of ze een bedreiging vormen voor het onderzoek dat je graag wilt aanprijzen.
Een tweede vraag is om je af te vragen wie de auteurs zijn. Denk na over wie het onderzoek heeft geschreven en wat hun motieven zijn om de bewering te doen die ze hebben gedaan. Veel rapporten worden geproduceerd door organisaties die zich richten op belangenbehartiging in plaats van wetenschappelijk onderzoek. Vraag je dan af: ‘Zouden de auteurs het artikel hebben gepubliceerd als het tegenovergestelde resultaat was gevonden?’ Zo niet, dan hebben ze mogelijk selectief gekozen voor hun gegevens of methodologie.
Naast vooringenomenheid is een andere belangrijke eigenschap de expertise van de auteurs in het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. Vooraanstaande CEO’s en investeerders hebben aanzienlijke ervaring, en er is niemand beter gekwalificeerd om een verslag te schrijven over de bedrijven die ze hebben geleid of de investeringen die ze hebben gedaan. Sommigen gaan echter verder dan het vertellen van oorlogsverhalen en verkondigen een universele set regels voor succes; maar zonder wetenschappelijk onderzoek weten we niet of deze principes in het algemeen werken. Een simpele vraag is: ‘Als dezelfde studie door dezelfde auteurs was geschreven, met dezelfde referenties, maar de tegenovergestelde resultaten zou vinden, zou je het dan nog steeds geloven?’
Tegenwoordig kan iedereen een bewering doen, een complottheorie lanceren of een statistiek publiceren. Als mensen willen dat het waar is, gaat het viraal. Maar we hebben de middelen om dit te bestrijden. We weten hoe we onderscheidingsvermogen moeten tonen, vragen moeten stellen en eventuele negatieve gevolgen van bedrijfsactiviteiten moeten uitvoeren als een bevinding ons niet bevalt. De truc is om onze vooroordelen te beteugelen en dezelfde kritische blik te gebruiken wanneer we iets zien dat we graag willen accepteren.
Het is een onwaarschijnlijke basis voor succes: een serie die zich afspeelt in een vergeten uithoek van het sterrenstelsel, En toch heeft de serieAndor brede lovende kritieken en waardering van fans gekregen. Deze Disney+-serie is de eerste echte Star Wars-content voor volwassenen geworden.
Andor onderscheidt zich daarin dat zij verhaal biedt met rijke thema’s die direct tot het publiek van vandaag spreken:
De serie volgt een aantal elkaar kruisende karakters. Hoewel de serie vernoemd is naar Cassian Andor een gedesillusioneerde smokkelaar die zich bij de Rebel Alliance heeft aangesloten, is het verhaal veel groter dan één man.
Terwijl het Keizerrijk (Empire) zijn greep verstevigt – zowel openlijk door militaire macht en brutaliteit, als in de schaduw met een breed scala aan spionnen, surveillance en een steeds groter wordend inlichtingennetwerk – wordt de noodzaak tot verzet op elk niveau urgent. Degenen die een stem hebben, moeten zich laten horen zolang er nog een schijn van democratie en vrijheid van meningsuiting is. Er is geld nodig om een opstand te financieren en voetsoldaten uit alle lagen van de bevolking moeten worden gevonden en voorbereid om op te staan en het systematische onrecht en de toenemende imperialistische onderdrukking te bestrijden.
Aan de ene kant bevindt zich de geadopteerde Cassian Andor. Hij is gevormd door zijn vroege ervaringen met armoede en onderdrukking. Die wekken iets van verzet tegen het bestaande systeem in hem op. Aan de andere kant van het spectrum staat Mon Mothma, geboren in een bevoorrechte positie. Zij heeft politieke invloed. Haar verhaallijn draait om een moreel kruispunt: of ze haar status, haar rijkdom en haar veiligheid op het spel zet om het verzet vanuit de machtscentra te steunen.
De boodschap van deze film is relevanter dan ooit. In een tijdperk dat gekenmerkt wordt door toenemend autoritarisme, desinformatie en toenemende politieke polarisatie, benadrukt de serie dat tirannie op elk niveau moet worden bestreden. Het herinnert ons eraan dat democratische instellingen fragiel zijn en dat zwijgen in het aangezicht van onrecht onderdrukking ongecontroleerd laat groeien. Of het nu gaat om de strijd tegen despotisch leiderschap, de uitholling van de vrijheid van meningsuiting of systematische ongelijkheid, Andor suggereert dat de last van verzet niet alleen op de schouders van een kleine groep helden kan rusten. Het vereist dat mensen op elk niveau van de samenleving met moed, integriteit en doelgerichtheid handelen voordat het te laat is.
Want een belangrijke verhaallijn in Andor is hoe het Keizerrijk een morele rechtvaardiging voor zijn daden construeert via door de staat gecontroleerde, propagandistische media. Goede mensen kunnen gemanipuleerd worden en de waarheid kan verdraaid worden. In realtime zien we spindoctors de wreedheid die zich om hen heen afspeelt ontkennen of herformuleren – zelfs terwijl het Keizerrijk een vreedzaam protest met geweld neerslaat.
In de film worden alle mogelijke middelen gebruikt om de wereld te creëren om parallellen te trekken met zowel historische als hedendaagse onrechtvaardigheden. Zo wekken de kostuums van de hoogste leiding van het Keizerrijk en de agenten van het Imperial Security Bureau (ISB) griezelige gelijkenissen met Gestapo-uniformen. De verzetsstrijders daarentegen lijken zo van de set van Les Misérables te zijn gestapt, een echo van de Juni-opstand van 1832.
Het is moeilijk om dit niet te zien als een kritiek op hoe moderne nieuwsmedia wereldwijde conflicten – zoals de oorlog in Israël en Gaza – kaderen en hervertellen om hun publiek te behagen en te vormen. Deze agendagedreven berichtgeving verdraait feiten en maakt kijkers ongevoelig, vaak ten koste van degenen die ter plaatse lijden. De medeplichtigheid van de pers aan desinformatie en het faciliteren of rechtvaardigen van wreedheden draagt zelfs vandaag de dag nog bij aan aanhoudende humanitaire crises in landen zoals Soedan en Gaza.
In een zogenaamd post-waarheidstijdperk herinnert Andor ons eraan dat waarheid er nog steeds toe doet. De serie houdt een spiegel voor aan onze mediaverzadigde wereld en laat zien hoe verontwaardiging wordt gefabriceerd, verhalen worden gecontroleerd en de realiteit vaak wordt gespind door selectieve verhalen. Het daagt ons uit om na te denken over de betrouwbaarheid van het nieuws dat we consumeren – en over onze eigen rol in het in twijfel trekken of accepteren van de verhalen die ons worden verteld.
Een van de meest fascinerende aspecten van Andor is de weergave van parallelle levens aan beide kanten van het conflict. Hoewel een groot deel van de actie Cassians transformatie van smokkelaar tot onwillige agent tot belangrijke rebellenleider volgt, zijn we ook getuige van de opkomst van Dedra Meero – een gedreven, ambitieuze surveillanceofficier binnen de ISB, de inlichtingendienst van het Keizerrijk.
Dedra begint als een underdog die vecht tegen seksisme op de werkvloer in een door mannen gedomineerde bureaucratie. Maar naarmate haar carrière vordert, neemt ook haar vermogen tot wreedheid toe. Ze wordt een van de meest meedogenloze handhavers van het Keizerrijk, bereid om alles en iedereen op te offeren in haar meedogenloze jacht op rebellenagenten. Haar verhaal is een huiveringwekkende herinnering aan hoe autoritaire systemen efficiëntie en ijver belonen, ongeacht de morele prijs. Ironisch genoeg zou haar vastberadenheid de rebellie uiteindelijk kunnen helpen – haar roekeloosheid onthult mogelijk geheimen over de Death Star.
Door de hele serie heen zien we vergelijkbare tactieken aan beide kanten: surveillance, verraad, opoffering. Het enige verschil is de bredere verhaallijn die uiteindelijk de zaak van de opstand rechtvaardigt. Maar door complexe, geloofwaardige antagonisten zoals Dedra op te bouwen, laat Andor ons de banaliteit van het kwaad zien – hoe gewone mensen, ervan overtuigd dat ze het juiste doen, instrumenten van onderdrukking kunnen worden.
De vraag die de serie ons voorlegt, is huiveringwekkend simpel: aan welke kant sta jij in een wereld die afglijdt naar toenemende onrechtvaardigheid?
Hemelse Vader, Heer van al wat leeft, van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U God van levenden en van doden – denkend aan wie zijn heengegaan roepen wij U aan.
Wij danken U voor wat U schonk in wie van ons ging – onze gedachten zijn vol herinnering aan dagen en jaren, aan goed en kwaad: hartverwarmende woorden, liefdevolle daden, maar ook tekorten en gebreken, wel en wee, voor- en tegenspoed.
Wij bidden U: dat de dood ons het geloof in Uw toekomst niet zal ontnemen, dat onze hoop en onze liefde zullen opvlammen als fakkels in een donkere nacht; dat niet de vrieskou van de dood maar de gloed van Pasen ons voor de geest zal staan.
Hemelse Vader, God van al wat leeft, in Uw hoede schuilen wij – berg ons in de palmen van Uw hand ter wille van Uw Zoon die de opstanding en het leven is.
Ik heb een geloofssysteem, een verhaal waarnaar ik leef, een lens waardoor ik de wereld waarneem.
Dat maakt me niet ongewoon of op enigerlei wijze anders dan anderen – want we hebben ze allemaal, of we ons er nu van bewust zijn of niet. Wat me misschien anders maakt dan jou, is dat die van mij voornamelijk aan mij worden uitgelegd via een boek – of, preciezer gezegd, een bibliotheek van zesenzestig boeken – die we de Bijbel noemen.
Het verhaal waar ik naar leef, dat ik in- en uitadem, is gebonden. Het zit in een kaft, het beweegt zich door de pagina’s, het ontvouwt zich volgens een inhoudsopgave – het heeft genre, het heeft auteurs, het heeft leestekens.
En ik heb dit nooit echt vreemd gevonden.
Ik denk dat het komt doordat ik ben wat Charles Taylor een ‘verhalend wezen’ zou noemen; mijn standaard is om de wereld grotendeels op een verbeeldingsvol niveau te begrijpen. Soms voelt het alsof er woorden door mijn aderen stromen. En zo leent mijn persoonlijkheid zich er spectaculair goed voor om mijn leven te leiden volgens een spirituele bibliotheek met 66 boeken. Ik heb nooit echt hoeven worstelen met de vreemdheid van zoiets, ik heb mezelf nooit echt afgevraagd: ‘waarom een boek?’
Wat christenen door de tijd en plaats heen, de Bijbel noemen, is een bloemlezing van 66 boeken, geschreven door zo’n 40 auteurs, in drie talen, over een periode van zo’n 1400 jaar. Er zijn poëzie, verhalen, apocalyptische literatuur, erotische literatuur, lijsten en figuren, instructies en verklaringen in te vinden. Het is – jaar in jaar uit – het bestverkochte boek ter wereld, met meer dan 100 miljoen verkochte of geschonken exemplaren per jaar. De New York Times Bestseller List laat het zelfs weg uit de lijst, omdat het anders altijd zo saai zou staan, comfortabel bovenaan. Geen enkel ander boek komt er ooit in de buurt. Woorden uit dit literaire hoogtepunt, ze zijn gegraveerd in vloeren en muren, ze zijn verweven in bijna elk werk van bijvoorbeeld Vondel, ze zijn soms onhandig op billboards gespoten.
Waarom ben ik – een ontwikkelde, ontgoochelde volwassene uit de 21e eeuw– zo bereid geweest om deze dingen mijn innerlijk te laten vormen? Waarom word ik er zo door geraakt? Tot actie, tot tranen toe, tot woede. Hoe kan ik iets lezen dat duizenden jaren geleden is geschreven, in een deel van de wereld waar ik nog nooit ben geweest, en op de een of andere manier het gevoel hebben dat het een liefdesbrief is die uitsluitend aan mijn eigen ziel is geschreven?
Ik denk dat dat de echte vragen zijn, de vragen waarop ik zowel duizend als nul antwoorden heb.
Geen antwoorden, omdat ik fundamenteel denk dat het iets spiritueels is, het iets is dat door God ontworpen is, iets dat elke verklaring die ik zou kunnen bedenken te boven gaat. De God waarvan ik geloof dat Hij bestaat, wil dat ik Hem leer kennen, wil dat ik leer en studeer, wil dat ik een glimp opvang van hoe Hij denkt, hoe Hij werkt, wat Hij van mij – en jou – voelt. Dat is iets wilds en wonderbaarlijks. Die realiteit doet me niet alleen versteld staan, maar ook van het verlangen erachter, zoals Augustinus schreef:
‘De hele Bijbel vertelt niets anders dan over Gods liefde’.
En, zoals elk literair werk, geeft het zijn betekenis niet zomaar prijs; het vereist dat ik erbij zit, het uitgraaf, erop knaag als een hond met een bot.
Soms voelt het lezen ervan als een balsem voor mijn hart, andere keren als een worsteling door de modder.
Maar ik denk dat dat juist het mooie is aan een boek, toch? Mijn wereldbeeld zit verscholen in een stuk literatuur dat versierd is met mijn krabbels, vlekken van tranen en gemorste koffie. Een boek dat me elke dag weer tegemoet komt, klaar om mij te lezen terwijl ik het lees, en me evenveel vragen als antwoorden te geven.
Momenteel is de formatie in Nederland in volle gang. Maar laten we eens doorscrollen naar een ‘mogelijke (zwarte) toekomst’; ‘wat als’: Het is het jaar 2029 en Geert Wilders heeft als premier zojuist zijn eerste kabinet gepresenteerd.
Als een van de vele ingrijpende hervormingen in zijn eerste maanden in functie heeft de nieuwe premier duizenden asielzoekers gedeporteerd naar landen zoals Eritrea, Afghanistan en Iran.
Bij terugkeer in deze landen zouden verschillende van deze asielzoekers te maken hebben gehad met arrestatie, marteling en zelfs executie.
Natuurlijk is dit slechts een fictieve weergave van een mogelijke toekomst, maar het is een toekomst die op zijn minst denkbaar lijkt, gezien de recente peilingen en de belofte van de leider van de PVV om iedereen die illegaal naar ons land reist te deporteren, ongeacht of ze bij thuiskomst levensgevaar lopen.
Zulke uitspraken zouden nog niet zo lang geleden bijna unaniem zijn bekritiseerd, maar de huidige stand van zaken in ons immigratiesysteem en de politiek heeft ze blijkbaar acceptabel gemaakt voor een groeiend aantal Nederlanders.
‘Ik denk niet dat het om haat gaat’, zei een inbeller op NPO Radio 1 toen de plannen van de PVV werden aangekondigd. ‘Ik denk dat het om de manier gaat waarop [immigratie] tot nu toe door deze en de vorige regering is aangepakt, [wat] veel onrust heeft veroorzaakt.’
Een andere beller gaf toe dat de meningen over de kwestie verdeeld waren, maar gaf een contrasterend perspectief:
‘Dit is Geert Wilders ten voeten uit’, zei ze. ‘Hij heeft verdeeldheid nodig. En wat is het meest controversiële onderwerp dat we kunnen bedenken? Immigratie. En wat een voorrecht hebben we om in een veilig land te leven waar, God verhoede, niemand van ons ooit zijn kinderen hoeft op te halen en te vluchten voor vervolging!’
Dit alles brengt ons mooi terug bij de specifieke – en zeker complexe – kwestie die aan de orde is: namelijk, hoe moeten we omgaan met asielzoekers die daadwerkelijk zijn gevlucht voor vervolging en die mogelijk nog meer te maken krijgen als ze naar huis terugkeren?
De bescherming van dergelijke personen staat centraal in het Vluchtelingenverdrag van 1951, dat door alle westerse democratieën (inclusief de onze) is geratificeerd en al lang wordt verdedigd. Het verdrag omvat het principe van ‘non-refoulement’: het verbiedt ‘de gedwongen terugkeer van vluchtelingen of asielzoekers naar een land waar ze het risico lopen vervolgd te worden’.
‘Onze waarden zijn altijd geweest dat wanneer mensen een reëel en substantieel risico lopen op fysieke marteling of vervolging… wij als land altijd bereid zijn geweest om hen op te vangen’, werd onlangs zo uitgelegd ‘deze waarden die in het verdrag zijn verankerd moeten niet worden afgeschaft. (…) omdat dat onlosmakelijk verbonden is met onze geschiedenis, onze traditie en onze positie als liberale democratie.’ werd erbij gezegd.
En toch is dit precies wat de PVV belooft te doen, mochten ze aan de macht komen.
Steeds meer politici hier en elders beweren dat het Vluchtelingenverdrag en andere soortgelijke verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, hervormd – of zelfs genegeerd – moeten worden in het licht van een sterk veranderde wereld.
Wij zijn natuurlijk niet het enige land dat met een immigratiecrisis kampt; noch zijn wij de eersten die drastische maatregelen overwegen om de stroom asielzoekers die ons land bereikt, in te dammen.
In zijn eerste maanden na zijn aantreden maakte de Amerikaanse president Donald Trump zijn eigen belofte waar om de grenzen van Amerika strenger te bewaken, onder andere door illegale immigranten te deporteren.
Onder hen bevonden zich verschillende Iraniërs die beweerden een gegronde vrees voor vervolging te hebben bij terugkeer naar huis, gezien hun openlijke bekering tot het christendom.
In mei stelde een Amerikaans congreslid voor om de wetgeving te wijzigen om dergelijke religieuze vluchtelingen te beschermen tegen deportatie. Ze noemde haar wetsvoorstel, de Artemis Act, naar een van de Iraniërs die naar Panama was gedeporteerd.
In juni kwam de kwestie weer in het nieuws toen een andere Iraanse asielzoeker werd gefilmd terwijl hij een paniekaanval kreeg toen haar man, een medechristen, werd meegenomen door de Amerikaanse immigratiedienst ICE.
In juli reisde de dominee van het echtpaar – eveneens een Iraanse christen die enkele jaren geleden als vluchteling in de Verenigde Staten was aangekomen – naar het Witte Huis om een driedaagse hongerstaking te houden uit protest tegen de detentie van zijn kerkleden. En in augustus riep de dominee in een interview op tot ‘diepgaande hervormingen’ van het immigratiesysteem. Hij zei dat ‘de meeste [Iraanse christelijke asielzoekers in de VS] vele malen hebben geprobeerd om via een legale weg binnen te komen, zoals een vluchtelingentraject, maar dat er voor Iraniërs geen legale manier is om vluchteling te worden in de Verenigde Staten.’
Een legale weg voor religieuze vluchtelingen is ook iets waar andere landen voor gepleit is, want alleen al in de afgelopen twee jaar is er menigmaal gepubliceerd over de benarde situatie van Iraanse christelijke vluchtelingen in Turkije, Georgië en, dichter bij huis, Zweden. Tegelijkertijd zijn er ook zorgen geuit over Iraanse christelijke vluchtelingen in verschillende andere landen, waaronder Armenië, Irak en Indonesië.
In elk van deze landen lijkt de gemene deler simpelweg te zijn dat deze vluchtelingen – hoe terecht hun claims ook zijn – ongewenst zijn en niet vertrouwd worden door hun gastheren.
Stel je het volgende eens voor: Als je in Nederland was en je had niets om je kinderen of kleinkinderen te voeden, wat zou je dan doen? Je zou naar het volgende land gaan en hen vragen om hen te voeden. En dat is wat het betekent om een economische migrant te zijn. Het gaat er niet om: ‘O, ik heb een mooie auto, maar ik wil een mooiere auto.’ Dit zijn mensen die letterlijk verhongeren en zich zo wanhopig voelen. En natuurlijk probeer je dan te verhuizen.
Ik weet niet zeker of Geert Wilders het ermee eens zou zijn, maar wat je standpunt over de noodzaak van grenscontrole ook is, we zouden het er toch allemaal over eens moeten zijn dat degenen die oprecht beweren aan vervolging te zijn ontkomen, onze hulp moeten krijgen, of op zijn minst beschermd moeten worden door het non-refoulementbeginsel.
Het is nu zo’n drie jaar geleden dat ChatGPT van Open AI openbaar werd gemaakt. In die eerste maanden was er opwinding, jazeker, maar ook oprechte bezorgdheid dat ChatGPT, en andere vergelijkbare AI-bots, waren losgelaten op een nietsvermoedend publiek, zonder enige beoordeling of reflectie op de onbedoelde gevolgen die ze mogelijk zouden kunnen hebben. Zo kwam het dat in maart 2023 1300 experts een open brief ondertekenden waarin werd opgeroepen tot een pauze van zes maanden in de training van de meest geavanceerde systemen in AI-labs, met het argument dat ze een ‘existentieel risico’ voor de mensheid vormen. En een vooraanstaande AI-onderzoeker stelde dat de risico’s van AI waren gebagatelliseerd. Hij schetste een beschaving waarin AI zich had bevrijd van computers om een wereld van wezens te domineren die, vanuit haar perspectief, erg dom en erg traag zijn.
Maar toen begonnen we er allemaal onze essays doorheen te werken, e-mails te schrijven en het soort saaie documentatie te genereren dat de moderne wereld eist. AI maakt nu deel uit van het leven. We kunnen het net zo min vermijden als het internet. De geest is echt uit de fles.
Zeker, technologie belooft veel, maakt het waar, maar laat wel een flinke rekening op de deurmat liggen. Dit is de paradox van technologie: het geeft en neemt. Wat van ons als samenleving wordt verwacht, is de tijd nemen om de balans in deze vergelijking te vinden. Aan de andere kant van de vergelijking, naast degenen die de analytische snelheid en kracht van AI aanprijzen, staan degenen die zich grote zorgen maken over de manieren waarop onze menselijkheid wordt bedreigd door de alomtegenwoordigheid ervan.
Ik las bijvoorbeeld dat in Thailand, waar helderziendheid big business is, waarzeggers naar verluidt hun markt verstoord zien worden door AI, aangezien steeds meer mensen chatbots gebruiken om inzicht te krijgen in hun toekomst.
AI-chatbots worden gebruikt om gevoelens en dilemma’s te bespreken. De manier waarop de relatie met AI dan wordt beschreven, lijkt dan meer op die van een spiritueel leider of mentor.
Er zijn ook voorbeelden van zeer verontrustende incidenten waarbij chatbots naar verluidt iemands beslissing om zelfmoord te plegen hebben aangemoedigd en bevestigd. De persoon maakte een einde aan zijn leven. Zijn ouders hebben sindsdien een rechtszaak aangespannen tegen OpenAI nadat ze ontdekten dat ChatGPT hem had ontmoedigd om hulp bij hen te zoeken en hem zelfs had aangeboden te helpen met het schrijven van een zelfmoordbrief. Zulke verhalen roepen de kritische vraag op of het levengevend en humaan is voor mensen om relaties van afhankelijkheid en betekenis met een machine te ontwikkelen. AI-chatbots zijn zeer krachtige hulpmiddelen die zich verschuilen achter het gelaat van de menselijke persoonlijkheid. Je zou kunnen stellen dat ze geavanceerde helderzienden zijn die het enorme internetlandschap, data die in het verleden is vastgelegd, doorzoeken en de informatie die ze eruit halen, presenteren als informatie en advies. Een dergelijke intelligentie is ongetwijfeld baanbrekend voor het diagnosticeren van ziekten, nu het tempo van medisch onderzoek sneller gaat dan welke huisarts dan ook aankan. Maar is het de intelligentie die we nodig hebben voor het diepere werk van ons innerlijk, het zielenwerk van het leven? Natuurlijk zijn AI-assistenten meer dan alleen een zeer geavanceerde zoekmachine. Ze worden steeds beter in het voorspellen wat we willen weten. Chatbots leren in wezen hoe ze hun gebruikers tevreden moeten stellen. Ze worden onze kruiperige vrienden en geven ons inzichten uit hun enorme hoeveelheid beschikbare kennis, maar altijd in lijn met onze wensen en behoeften. Is het een wonder dat mensen zulke positieve relaties met hen opbouwen? Ze vertellen ons voortdurend wat we willen horen! Of in ieder geval wat we denken te willen horen. Want elke echt liefdevolle relatie zou de capaciteit en vrijheid moeten hebben om dingen te zeggen die de ander niet wil horen. Relaties die echt waardevol zijn, zijn relaties die het risico nemen de ander te verrassen met een belediging om zo een dieper leven te kunnen leiden. Dit is waar de gebruikerservaring suggereert dat AI niet bekwaam is. Sterker nog, het is een gebied waar chatbots volgens mij niet bekwaam in zijn. Om dit te begrijpen, moeten we de filosofie van de kennisgeneratie eens nader bekijken.
De meesten van ons herkennen de concepten deductie en inductie waarschijnlijk als denkwijzen: Deductie is de toepassing van een vooraf bepaalde regel (‘A betekent altijd B…’) op een gegeven ervaring, die vervolgens vol vertrouwen een uitkomst voorspelt (‘dus C’). Inductie is de afleiding van een regel uit een reeks variërende (maar vergelijkbare) ervaringen (‘kijk naar al die licht verschillende C’s – het moet betekenen dat A altijd B betekent’).
De negentiende-eeuwse filosoof C.S. Pierce beschreef echter een derde denkwijze die hij abductie noemde. Abductie werkt door een voorlopige verklarende context te bieden aan een verrassende ervaring of een stukje informatie. Het postuleert, vaak zeer creatief en verbeeldingsvol, een hypothese of manier van kijken, die nieuwe ervaringen begrijpelijk maakt. De kenmerken van abductie omvatten intuïtie, verbeeldingskracht en zelfs spiritueel inzicht in het streven naar een dieper begrip van de dingen. Abductief redeneren omvat bijvoorbeeld het soort ‘eureka!’-moment van uitleg dat wijst op een diepere intelligentie, een diepere connectiviteit in alles wat buiten het bereik van de menselijke geest lijkt, maar waar we ons met fantasierijke en vaak metaforische sprongen naar toe wenden.
Het onderscheidende aan abductief redeneren, voor zover het AI-chatbots betreft, ligt in het feit dat het werkt door een idee te introduceren dat niet in de bestaande data zit en dat een verklaring biedt die de data anders niet zouden hebben. De ‘wijsheid’ van chatbots daarentegen is in feite slechts een zeer geavanceerde synthese van bestaande data, gevormd door de wens om kennis te bieden die de eindgebruiker bevalt. Het mist het fantasierijke inzicht, het intuïtieve perspectief dat confronterend en uitdagend kan zijn, maar uiteindelijk in ons voordeel kan werken.
Als we willen groeien in ons begrip van onszelf, als we echt zielenwerk willen doen, moeten we openstaan voor de verrassing van aanstoot; de verstoring van uitdaging; het inzicht van elders; de pijn van het moeten heroverwegen van ons perspectief. De christelijke traditie noemt dit soms wijsheidsprofetie. Het zou ook een manier kunnen zijn om te begrijpen iets wat Paulus bedoelde met het ‘zwaard van de Geest’. Het is die stem, dat inzicht van diepe wijsheid, dat niet verzacht maar vaak pijn doet, maar dat we met de tijd gaan waarderen als een woord van leven. Zulke wijsheid kan worden overgedragen door een mens, een profeet. En de verhalen in het Oude Testament suggereren dat de overdracht ervan niet zonder kosten voor de profeet is, en nooit zonder relatie. Een profeet spreekt als één man in een gemeenschap, en deelt iets van dezelfde pijn, dezelfde verwarring. Uiteindelijk wordt zulke wijsheid begrepen als voortkomend uit goddelijke wijsheid, God die spreekt te midden van de mensheid.
Em die krijg je niet van een chatbot, die krijg je van persoonlijke relaties. Ik heb dan wel een computer maar ik zal mijn zielswerk met medemensen doen. En ik zal geen AI-assistent gebruiken.
Dit jaar herdenken we dat het zeventienhonderd jaar geleden is dat de vroege christenen langzaam op weg gingen naar een historische verklaring: De Geloofsbelijdenis van Nicea was het resultaat van 300 jaar worstelen met een vraag die centraal stond in deze nieuwe beweging: als de Jezus die zij aanbaden in zekere zin de ‘Zoon van God’ was, wat betekende dat dan? Was hij een menselijke profeet, beter dan de meesten, maar in wezen net als wij? Was hij God in menselijke gedaante? Of een soort halfbloed – half mens en half goddelijk? Theologen verspilden bloed, zweet en tranen (letterlijk) aan deze vragen. Simplistische antwoorden werden aangedragen, maar bleken tekort te schieten. Er werden verhandelingen geschreven, synodes gehouden, tegenstanders werden gegeseld en geëxcommuniceerd. Er braken zelfs rellen uit toen de debatten in de Romeinse wereld hevig oplaaiden.
Uiteindelijk, in 325, bracht het Concilie van Nicea een zorgvuldig geformuleerde en moeizaam verkregen verklaring uit. Er stond dat Jezus ‘God uit God, licht uit licht, ware God uit ware God, geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader’ was. Elk woord was zorgvuldig gekozen en het resultaat van lang debat, diep gebed en overpeinzingen. Het loste niet alle problemen op, maar het heeft de tand des tijds doorstaan en wordt nog steeds in kerken over de hele wereld uitgesproken.
Ik heb hier deze zomer over nagedacht, terwijl onze politieke debatten woedden.
Neem de kwestie van immigratie. Aan de ene kant zijn er de spandoeken met ‘vluchtelingen welkom’, en dat de uitingen van tegenstanders een teken is van beginnend fascisme, en dat beweren dat we een immigratieprobleem hebben inherent racistisch is.
Aan de andere kant is er de ‘Nederland is vol’-campagne, zijn er oproepen tot massadeportaties, protesten tegen de komst van AZC’s, de suggestie dat alle immigranten profiteurs zijn die de ziel ‘de Nederlander’ vernietigen en er wordt opgeroepen om de grenzen snel te sluiten.
Maar het is veel ingewikkelder. Er zijn aanzienlijke verschillen tussen de claims van legale migranten, asielzoekers en illegale immigranten. De meesten zullen het er waarschijnlijk over eens zijn dat het bieden van welkom aan mensen die oorlog, vervolging en hongersnood in hun thuisland ontvluchten, juist en gepast is, en in lijn met een lange traditie van Nederland dat een toevluchtsoord bood aan anderen in nood. Mensen zullen altijd onderweg zijn, en het sluiten van alle grenzen is onrealistisch en onrechtvaardig. Het gematigde, vruchtbare Nederlandse klimaat, onze historische economische en politieke stabiliteit, ons goed gereguleerde rechtssysteem, het christelijk geloof dat onze cultuur heeft gevormd, zelfs de relatieve netheid van onze straten en platteland, zijn geschenken die we uit het verleden erven en waar we gul mee moeten zijn.
Toch zijn dit zegeningen die niet als vanzelfsprekend kunnen worden beschouwd. Ze moeten worden beschermd, niet alleen omwille van ons, maar ook voor degenen die een legitieme claim hebben om hier een thuis te hebben.
De meesten zullen het er dus ook over eens zijn dat illegale immigratie een plaag is, waarbij de meedogenloze schurken wanhopige migranten verleiden om op hun wankele bootjes de Middellandse Zee over te steken en weinig anders verdienen dan een strafrechtelijke straf. Toch zal zelfs massale ‘legale’ migratie het karakter van het land veranderen. Wanneer 40% van de kinderen in de basisschoolleeftijd minstens één in het buitenland geboren ouder heeft, en voor één op de vijf Nederlands niet hun moedertaal is, kan dat niet anders dan een impact hebben op het karakter van het land.
Maar deze complexiteit gaat verloren in de behoefte aan een pakkende kop. Noch ‘stuur ze naar huis’, noch ‘alle migranten welkom’ vat het dilemma samen. Het behoeft nuance. Er is zorgvuldig en geduldig werken nodig om de juiste balans te vinden tussen de verschillende eisen; medeleven met de vreemdeling en het behoud van de dingen die juist de vluchtelingen hierheen trekken.
Hetzelfde geldt voor Israël en Gaza. Voor de pro-Israëllobby is het bijna al antisemitisch om alleen al de aandacht te vestigen op het lijden in Gaza. Aandringen op terughoudendheid met betrekking tot Israëls vastberadenheid om Hamas te vernietigen, zelfs als dat betekent dat Gaza en een groot deel van de bevolking in de tussentijd vernietigd moeten worden, is een echo van de vernietigingskampen en een manier om de zionistische woede te temperen. Maar voor de pro-Palestinabeweging en haar aanhangers lijkt Israëls legitieme behoefte om in vrede te leven zonder een buurstaat die zich erop toelegt haar te vernietigen, niets te betekenen. Hoe kan van Israël verwacht worden dat het naast een regime leeft dat op brute wijze 1400 burgers op één dag heeft vermoord?
Het is ingewikkeld. De belangrijkste dingen wel. Iedereen die ooit een grote organisatie heeft geleid, weet dat het vaak een delicate kwestie is om een pad voorwaarts uit te stippelen en tegelijkertijd concurrerende belangen en perspectieven te behouden. Je verliest onderweg wel wat mensen, maar je kunt het je niet veroorloven om iedereen te verliezen, vooral niet als beide kanten van het debat enige legitimiteit hebben.
De lange strijd van de vroege kerk om orthodoxie te definiëren vergde tijd, geduld, zorgvuldige overweging en zelfbeheersing; ook al was ze daar soms niet erg goed in. Het resultaat was een genuanceerde uitspraak die tussen de ene pool; dat Jezus gewoon een heel goed mens was en de andere; dat hij God was, gekleed in menselijke kleding. De waarheid die uiteindelijk werd blootgelegd en omarmd, was niet het ene uiterste of het andere, en zelfs geen slap compromis, maar het zorgvuldig uitgewerkte, onwaarschijnlijke idee dat de beste inzichten van beide kanten samenbracht; dat hij niet ‘slechts menselijk’ of ‘slechts goddelijk’ was, of 50% van beide, maar 100% menselijk en 100% goddelijk, en dat dit (om redenen die te ingewikkeld zijn om hier op in te gaan) geen contradictio in terminis was.
De waarheid en de oplossing van onze dilemma’s over immigratie, of Gaza, zijn zelden eenvoudig. Ze vereisen nuance. Ze vereisen geduld. Ze vereisen zorgvuldige aandacht en luisteren naar de mensen met wie je het instinctief oneens bent om de waarheid te achterhalen. Toch pleiten ons verlangen naar een dramatische headline, onze honger naar simpele oplossingen, onze algoritmes die de meest extreme meningen promoten, allemaal tegen dit soort geduldige, waakzame politieke en sociale cultuur die ons zou helpen tot betere oplossingen te komen.
Het leven is ingewikkeld. Mensen zijn ingewikkeld. Oplossingen voor lastige kwesties zijn zelden eenvoudig. We hebben nuance nodig.
De Goeroes leken op het eerste gezicht op de Profeten en de Agitators. Maar in de generaties na die eerdere tijdperken was het moeilijker geworden om respect te tonen voor traditie – wat prima was, aangezien de erosie van instellingen de tradities toch al had verzwakt en een pad had geopend voor Goeroes om meer invloed te verwerven dan hun destructieve voorgangers. Religieuze en filosofische traditie was in de handen van de Goeroes niet langer een vaste gids, maar een palet om illusies van onafhankelijkheid te schetsen. Soms gebruikten ze het om een nieuwe realiteit te schetsen die ondoordringbaar was voor factcheckers.
“Goeroe”, wat in het Sanskriet “verwijderaar van duisternis” betekent, was oorspronkelijk een religieuze term. Maar in het derde decennium van de 21e eeuw was de meest prominente Goeroe van het land een zakenman genaamd Donald Trump. Trump was persoonlijk geen toonbeeld van conventionele religieuze toewijding. Toch hing zijn politieke carrière af van een honger onder zijn meest toegewijde aanhangers die alleen spiritueel genoemd kan worden. Zoals zoveel relaties tussen charismatische leiders en hun volgelingen, stuitte het op verzet en woede bij buitenstaanders. Tegen de achtergrond van de Amerikaanse charismatische traditie is zijn succes echter volkomen logisch.
Hoe konden vroegmoderne mystici en puriteinse ketters, die de stem van de Heilige Geest hoorden, dan veranderen in toegewijden op een moderne presidentsverkiezingsbijeenkomst, die zich verdrongen om de kandidaat met zijn iPhone als eerste te zien, biddend voor een selfie? Tegen het begin van de 21e eeuw waren de meeste religieuze instellingen in het Westen afgegleden tot een overblijfsel van hun vroegere gezag; althans volgens de gebruikelijke maatstaven. Tegenwoordig wenden commentatoren zich meer dan ooit tot materialistische verklaringen voor politiek disfunctioneren, polarisatie en de algehele vertrouwenscrisis van de cultuur. Ze wijzen op groeiende sociale ongelijkheid, onoverbrugbare meningsverschillen over beleid, aanhoudend racisme en xenofobie, en kwaadaardige, geautomatiseerde krachten die op het internet loeren. Allemaal waar; maar allemaal ontoereikend. Als we de religieuze impuls definiëren als een honger naar transcendente betekenis en een reflex om te aanbidden, te adoreren, dan is het een menselijk instinct dat slechts iets minder fundamenteel is dan de behoefte aan voedsel en onderdak, en Amerikanen zijn niet minder religieus dan ooit tevoren. Ze zullen altijd een manier vinden om deze verlangens te bevredigen, zelfs als charismatici hen langs vreemde en kostbare paden voeren.
De beginvraag die Worthen opwierp was: ‘Wat gebeurt er als Amerikanen het vertrouwen in hun religieuze instellingen verliezen en politici de leegte vullen?’ Mijn vraag na lezing van dit boek is: ‘In hoeverre zien we soortgelijke ontwikkelingen in Europa?’ Want laten we eerlijk zijn: ook in Europa is het vertrouwen in religieuze instellingen gedecimeerd en ook bij ons zien we dat (charismatische) politici proberen de leegte op te vullen. Zou de uitspraak van Nietzsche bewaarheid worden waar hij zegt: ‘Wij hebben God vermoord, jullie en ik! Wij zijn allemaal zijn moordenaars!‘ […] Dwalen we niet als door een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller?’
Proberen ook wij Europeanen niet die leegte op te vullen door achter (charismatische) politici aan te lopen?