Uncategorized


Ja, ook ik ben blij met de door Nederland behaalde eremetaal. Wat was het een mooi gezicht dat het ereschavot regelmatig volledig oranje kleurde. De winnaars, ze hebben er voor gevochten en hebben een prachtige prijs in de wacht gesleept. Proficiat! Maar, eh vergeten we nu niet een heel klein beetje dat er ook veel kritiek op Rusland en haar dictatoriaal regerende president Poetin is. Dat religieuze minderheden, mensen met een andere seksuele geaardheid wreed worden vervolgd of op zijn minst slecht worden  behandeld. Het lijkt dat altijd kritisch Nederland zich monddood laat maken, laat smoren onder die warme deken van oranje-euforie.Sochi 2014 Ach ja, vergeten, dat is waar ook, we moeten sport en politiek altijd gescheiden houden. We moeten de heer Poetin zijn feestje gunnen en niet gaan zeuren over mensenrechten en vrijheden. Natuurlijk hoor je mij niet over die ‘zware’ delegatie die namens Nederland naar de Spelen zijn gegaan. We sluiten en masse even de ogen voor de Russische wereld binnen en buiten Sotsji waar Rusland haar geo-politieke schaakspel in optima forma weet te spelen, want we winnen toch zoveel. En straks, als de Olympische vlam weer gedoofd is en het hele circus weer vertrokken is, dan vergeten we Sotsji gewoon, net als Peking destijds, waar het toch ook een stuk beter gaat met de mensenrechten na de Olympische Spelen. Over een paar dagen laten we de heer Poetin gewoon weer aan zijn eigen lot over en met hem die miljoenen Russen die misschien wel zuchten onder zijn gezag.

Over tot de orde van de dag want sport is sport en politiek is politiek en die twee moeten we strikt gescheiden houden.  Toch?…

 

NASCHRIFT: Op 4 maart jl. heeft het kabinet besloten om geen delegatie te sturen naar de Paralympische Spelen. Ging er nog naar de Olympische Spelen een (veel te) zware afvaardiging uit Nederland om de sporters aan te moedigen, nu is besloten om helemaal niet te gaan. ‘Sport is sport en politiek is politiek en dat moeten we gescheiden houden’, ‘de sporters verdienen het te worden aangemoedigd door een afvaardiging uit Nederland’ en ‘door te gaan houden we de dialoog open’ waren de meest gebruikte (flut)argumenten om toch te gaan. Nu lijken deze argumenten er ineens niet meer toe te doen. Vreemd toch? Het geeft de status aan van de paralympische spelen in Nederland en in het algemeen de omgang met mensen met een beperking! Gelukkig weet ik mij getroost met een opmerking van Esther Vergeer, oud paralympisch sporter, die zei ‘wie er ook op de tribune zitten, de sporters presteren toch wel’. Dat is toch wel een pluspunt van de  paralympische sporters boven de ‘valide’ sporters: de paralympiërs presteren toch wel, wie er dan ook op de tribunes zitten!!

Maar even eerlijk gezegd: NEDERLAND MOET ZICH SCHAMEN

 

Je ziet ze de laatste jaren steeds vaker. Kerken die fair-tradeproducten gebruiken. Een stuk bewustwording van hoe je omgaat met de aarde die je gegeven is en en zo goed mogelijk mag doorgeven. Sommige kerken krijgen zelfs het predicaat ‘eerlijke kerk’, ze mogen het fairtrade keurmerk voeren.

Dan vind ik nou opmerkelijk: filialen van de christelijke kerk die eindelijk voor het eerst in haar meer dan 2000 jaar bestaan dit keurmerk opgespeld krijgen. Volgens mij waren wij, was de kerk, al eeuwenlang verkondiger van een eerlijke ‘weg’ (zoals je het Engelse trade ook kunt vertalen) en krijgen we nu pas die erkenning ;o) . Als ‘makelaar in ongeziene waren’ zoals Constantijn Huygensz.  een dominee omschrijft, ben ik mij  al tijden degelijk bewust van dit keurmerk, deze opdracht. Ik probeer vele ‘ongeziene’ eerlijke ‘producten’ te promoten en te gebruiken. fair trade

Maar goed, fijn dat het rentmeesterschap van de kerk in deze vorm erkenning krijgt en ik hoop dat vele gemeentes zullen volgen. En wat mij persoonlijk betreft: ik hoop nog jarenlang deze eerlijke en ware ‘weg’ te promoten.

Met de succesvolle tentoonstelling van de Dode Zeerollen heeft het Drents Museum te Assen alweer een tentoonstelling waarbij de dood een belangrijke rol speelt. Dit keer zijn het geen oude geschriften, maar een tentoonstelling van gemummificeerde lichaam. mummiesEen tijdje geleden werd in hetzelfde museum een deel van het bekende Chinese terracotta leger – een grafgift meegegeven aan de eerste Chinese keizer – tentoongesteld, wat eveneens veel bekijks trok. Sinds die tijd moeten de mensen van het Drents Museum wel hebben bedacht dat ze op een louter bezoekerskanon hebben gevonden, namelijk ‘de dood’. Wat mij toch elke keer weer verbaasd en dat veel mensen die niks moeten hebben van een leven na de dood gefascineerd zijn door het geloof van ‘hun’ voorouders. Wereldwijd gaven volken grafgiften mee, ja soms zelfs een heel leger,  aan hun doden of mummificeerden hun doden omdat ze hen graag bij zich hielden ter verering. Het is zelfs in zwang geweest om mummiepoeder (de vermalen substantie) te gebruiken als medicijn tegen allerlei kwalen totdat men het ethisch niet meer verantwoord vond. Nogmaals, ik sta er versteld van dat mensen die zich met hart en ziel verknopen aan het hier en nu waar het leven ‘to the max’ moet worden geleefd en waar elke ziekte door jezelf moet worden overwonnen – ik zag laatst een item over een stel malloten die zeker wisten dat als je in je blote bast een berg opsjouwd dat je dan in je zieke lichaam ongekende genezingsprocessen in werking zet – , dat die mensen zich zo interesseren voor het geloof in het hiernamaals.

Of is dat stiekem het verlangen om dat allemaal op te willen geven, dat altijd maar moeten, en misschien jaloers zijn op mensen van nu of van toen die niet alleen maar gericht zijn en waren op het najagen van geluk in het aardse leven, maar ook in een leven na dit leven geloven?

In het blad Visie van de Evangelische Omroep staan sinds lange tijd interviews met min of meer Bekende Nederlanders,al dan niet christelijk. Eén van de vragen die hen bijna altijd wordt gesteld is: ‘Wat zou u kiezen: eeuwig leven of eindeloze rijkdom?’ En wat me de laatste tijd opvalt is dat heel wat mensen dan kiezen voor eindeloze rijkdom. ‘Want’ zo verduidelijken ze hun keuze ‘eeuwig leven lijkt me zo saai worden, terwijl je met eindeloze rijkdom ook nog veel andere mensen in je omgeving helpt’. luchtAls je erg goed over nadenkt verbaasd je het uiteindelijk helemaal niet. Als doorgewinterd christen ben je groot geworden met het idee dat je uiteindelijk materiële rijkdom niet het allerbelangrijkste in je leven moet zijn, maar als je de reden voor de andere keuze hoort dan kun im me er iets bij voorstellen. Onmetelijke rijkdom waardoor je het zelf op deze aarde (financieel) goed hebt en dat ook met anderen kunt delen. Jammer is dan wel dat mensen die deze keuze maken dan niet kunnen delen in het in gezang 477 bezongen ‘eeuwigheidsleven’, wat dat dan ook mag zijn. Alhoewel, de mensen die kozen voor onmetelijke rijkdom in het hier en nu vinden eeuwigheid toch een behoorlijk saai vooruitzicht. Waarschijnlijk denken mensen die de materialistische keus maken aan mensen als Bill Gates die beloofd hebben een deel van hun rijkdom in te zetten voor ‘goede doelen’. Toch lijkt het me ook een feit dat mensen zich nog enigszins kunnen voorstellen bij onmetelijke rijkdom en dat ze denken en hopen dan van al hun sores af te zijn (en daarbij ook nog anderen kunnen helpen) en dat eeuwigheid een te abstract begrip is voor velen, want alles wat lang duurt wordt op het laatst erg saai, toch?

Eeuwigheid: het blijkt een begrip dat veel mensen tegenwoordig niet meer goed kunnen duiden. Werk aan de winkel dus om zo’n uitgesleten begrip te actualiseren en daardoor opnieuw inhoud te geven.

In het kader van de Maand van de Spiritualiteit 2014 schreef Arie Boomsma een essay met de titel ‘Troost’. in pakweg zestig bladzijden neemt Boomsma ons mee in zijn mijmeringen over zijn omgaan met het begrip troost. Wij mogen hem vergezellen op zijn zoektocht naar ‘troost’ in zijn eigen levensgeschiedenis. Hij begint en eindigt zijn essay met het schetsen van het beeld dat wanneer hij als kleuter is gevallen op het schoolplein en daar een hoofdwond oploopt, dat hij dan uiteindelijk troost vindt in de armen van zijn moeder. Boomsma TroostTroost is volgens hem afhankelijk zijn van de nabijheid van een ander. Nadat Boomsma in zijn essay verscheidene episodes uit zijn leven met ons heeft gedeeld waarin hij troost ervaart komt hij ten langste leste aan bij het onderwerp ‘troost vinden in het geloof’. Stoer zegt hij eerst dat hij ‘geloof dat troost biedt’ bij anderen wel ziet, maar dat hij het zelf niet begrijpt. Toch getuigd Boomsma van een dieper inzicht in troost als hij hij verteld dat bidden hem een soort van troost kan geven. Hij kan als zijn sores leggen aan de voeten van God, Als een vertrouwelijk gesprek met een vriend die een en al oor is voor wat je verteld over de zaken die je bezighouden. Aan het eind van het essay vergelijkt Boomsma de troost die hij bij God vindt met de troost die hij als kind bij zijn ouders vond. ‘Bij hen was ik veilig,zij beschermden mij tegen de buitenwereld, begrepen alles, wisten onnoemelijk veel en namen mijn pijn weg als het nodig was’ schrijft Boomsma dan. Tegelijkertijd schrikt het hem als moderne autonome mens af, die afhankelijk. Het staat haaks op wie hij is en hoe hij is.

Toch komt Boomsma aan het eind van dit kwetsbare essay tot de conclusie: aan alle troost die ik nu ervaar ligt die afhankelijkheid ten grondslag van de troostende armen van zijn moeder. Toen stopte het huilen en verdween de pijn.

Sinds enige tijd is John de Mol weer op de tv met een nieuw reality-tv-concept ‘Utopia’ geheten. Het idee is simpel: stop een aantal mensen die elkaar niet kennen in één afgesloten gebied waar zo goed als geen voorzieningen zijn en kijk wat voor  een ideale, nieuwe samenleving er wordt gecreëerd. utopiaHet voyeuristische aan het geheel is dat de tv-kijker vanuit zijn luie stoel in principe alles vrijwel 24/7 kan meemaken omdat er bijna overal camera’s hangen. Het grappige van de eerste afleveringen was dat de deelnemers vooral probeerden nog veel van de hen bekende buitenwereld naar binnen te krijgen. Er werd vrijwel niet vanuit de eigen creatieve geest geprobeerd een nieuwe systeem op te zetten. Volgens mij is dat een erg menselijk verschijnsel: als je in een onbekende of nieuwe omgeving bent begin je de vertrouwde zaken te missen.

Historicus Bregman gaf laatst een mooie omschrijving van een ‘utopia’: je realiseren wat je voor moois al hebt en van daaruit verder dromen hoe je het een en ander verder kunt vervolmaken. De Mols Utopia staat daar mijlenver vandaan. Het mooie aan die definitie van Bregman is dat er voor mij ergens ook een christelijke notie in meeklinkt: je realiseren wat je hebt gekregen en verder werken op die aarde en in de aan jou gegeven omgeving als partner, als rentmeester om de het eeuwige Godsrijk, het vrederijk dichterbij te brengen. Is dat een utopie? Nee, dat is een belofte en een opdracht waar we onze schouders onder mogen zetten.

Het nieuwe jaar is al weer een goede week oud. Nog steeds wordt je met reclames bestookt om de overbodige pondjes van de afgelopen feestdagen er af te trainen met een voordelig sportschoolabonnement. Meer bewegen, dat is het devies. Dat zou je natuurlijk ook op andere manieren kunnen doen. Te denken valt aan om in je vrije tijd meer te wandelen en misschien dus ook meer de natuur in te gaan. En wat daar misschien bij hoort is goede kleding en schoeisel. Als je in een sportzaak rondloopt zie je daar ook vaak verschillende soorten goede schoenen. Geschikt voor de wandelsport want goed voorbereid op pad gaan is het halve werk. Zo geldt dat ook voor de reis van je leven, de wandeltocht met jouw Heer.Efeze 6 Pray In de Bijbel wordt die ook wel eens vergeleken met een gevecht. Je moet immers opboksen tegen wat je afhoudt van je eindbestemming. In Efeziërs 6: 13-18 wordt een je een complete kledinglijn aangereikt die je aan moet trekken op die tocht, in die strijd. Geen overbodige adviezen! En bovenal: bid in de Geest, niet gedachteloos, maar bid bezield en levend! Waakzaam voor de gevaren op de weg, want leven met God is ook een strijd.

Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont
en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende,
zegt tegen de HEER:
‘Mijn toevlucht, mijn vesting,

mijn God, op u vertrouw ik.’

Hij bevrijdt je uit het net van de vogelvanger
en redt je van de dodelijke pest,
hij zal je beschermen met zijn vleugels,
onder zijn wieken vind je een toevlucht,
zijn trouw is een veilig schild.

Psalm 91: 1-4

psalm91,4

Onze toekomst

hebt Gij een gezicht gegeven

en onszelf een nieuwe naam.

Naar Christus mogen wij heten,

Hij is onze deur naar morgen.

Dat wij die met liefde openen

voor elkaar, voor onze kinderen.

++

Geef ons het vertrouwen

op uw liefde te koersen,

wie na ons komen voor te gaan,

verankerd in het geloof

van uw lieve Zoon,

bezield door de hoop

die ook Hem gaande hield.

Star In The East

Dan zult Gij ons niet ontbreken,

ook als de weg is opgebroken,

ook als de adem stokt.

Sytze de Vries

En ja, daar is ie dan: het woord van het jaar: ‘selfie’ of zoals Kees van Kooten het Nederlands equivalent de ‘otofoto’ daarvoor opperde, een prachtig mooi palindroom, een woord dat ze ook achterstevoren kunt lezen. Voor de digibeten onder u die vragen wat een selfie is, de volgende omschrijving: Een selfie is een gefotografeerd zelfportret, doorgaans gemaakt met een digitale camera, een smartphone of webcam, waarbij de foto is genomen door de persoon die erop afgebeeld staat. (Wikipedia). Gisteren hoorde ik een aantal mensen dat zichzelf meermalen zo had gefotografeerd. Ze vinden het een leuk tijdverdrijf om zichzelf zo in allerlei situaties te fotograferen en verscheidene mensen hebben tientallen selfies op hun toestel staan.het toekomende licht

Wat zegt het nou over de mensen als zo’n woord wordt verkozen tot het belangrijkste van 2013? Betekent dit dat mensen steeds meer met zichzelf bezig zijn en in hun eigen kleine universum, hun eigen wereldje, beroemd willen zijn? Dat mensen het zo belangrijk vinden om, wanneer ze die selfies op het net zetten, iedereen te laten zien waar ze zijn en in welke situatie zij verkeren? Kijk eens waar ik ben, wat ik doe, wat ik durf?

Als dat zo is, dat het de ultieme uitdrukking is van de ik-gerichtheid van mensen, dan staat dat wat mij betreft haaks op wat wij als christenen in deze dagen naar op weg zijn om te herdenken en vieren. Dat God juist voorbij ging aan zichzelf en juist het liefste wat Hij had, zijn Zoon Jezus Christus, naar deze aarde stuur en Hem aan ons overleverde. Een daad van zelfovergave die alle begrip te boven gaat. Voorbij het ik. Om het in hetzelfde begrippenkader te zetten: ‘God maakte van zichzelf een ‘unselfie’.

« Vorige paginaVolgende pagina »