Philipp Blom schreef een essay:
Het grote wereldtoneel,
over de kracht van verbeelding in tijden van crisis’.
Hij schetst de grote problemen van onze tijd:
Het klimaat, democratie die uitgehold wordt…
Hoe moet je daar samen uit komen?
Blom gebruikt het beeld van een toneel,
Op het podium van het wereldtoneel
hebben we behoefte aan een nieuw verhaal,
aan een nieuwe manier van samenleven.

Verbeelding dus, in tijden van crisis.
Nu dat is precies wat de profeten in de Bijbel ook doen:
De toekomst staat op het spel,
maar zij dromen van een andere toekomst.
Grote woorden gebruiken ze:
Trouw en waarheid,
gerechtigheid en vrede,
solidariteit.

Advent is dromen.
Dromen van de toekomst.
De evangelist Lucas laat zijn kerstverhaal
beginnen bij twee mensen
Zacharias en Elisabeth
die het dromen misschien wel verleerd zijn.
Lucas vertelt dat de engel Gabriël de boodschap van God
aan Zacharias doorgeeft:
Het wonderlijke nieuws dat God op bezoek komt
en dat Hij een kind schenkt aan Zacharias en Elisabeth
dat de wegbereider voor dit bezoek zal zijn.
Verwachten zij nog wat?
Zacharias blijft hangen in zijn ongeloof.
In zijn hart is geen ruimte voor de woorden van God.
Hij had om een teken gevraagd.
Dat tekent ontvangt hij nu:
hij moet zwijgen.
Het ongeloof verhindert
dat hij de zegen van God mag doorgeven.
Ongeloof verhindert een mens
altijd om tot zegen te zijn.

 

Ja, vandaag is het dan eindelijk officieel Black Friday,
Deze koopjesgekte is ontstaan in de Verenigde Staten
en valt op de dag na Thanksgiving Day,
dat wordt gevierd op de vierde donderdag in november.
Op deze vrijdag hebben de meeste werknemers
in de Verenigde Staten vrijaf.
Black Friday wordt beschouwd
als het begin van het seizoen voor kerstaankopen.
Maar Black Friday is overal al lang verworden
tot een Black Week of Month, met allerlei (nep)kortingen
om je in aanloop naar december zo veel mogelijk
van je overvloed en (spaar)centen af te helpen.
Want ondanks ons eeuwige geklaag;
de meesten van ons leven momenteel
in een voor veel anderen
onvoorstelbare overvloed.

Want gedurende de geschiedenis
bezaten en produceerden de meeste mensen
ongeveer net genoeg om in leven te blijven.
Lange tijd maakten boeren
(d.w.z. mensen met beperkte of geen landeigendomsrechten
die afhankelijk waren van een lokale heer)
een groot deel van de bevolking uit.
En hoewel boeren in sommige gevallen
welvaart bereikten,
was dit eerder de uitzondering
op de regel van zelfvoorzienende arbeid,
Voor bijna iedereen was de kans
op hongersnood allesbehalve theoretisch.

In dat opzicht verschilde de situatie
in de vroegmiddeleeuwse Lage Landen
nauwelijks van die in het eerste-eeuwse Palestina.
Ook daar verdienden negen van de tien mensen
net genoeg om te overleven
– en soms zelfs niet zoveel.
Zowel Josephus als het Nieuwe Testament
maken melding van de hongersnood
die Judea van 44-48 na Christus teisterde.
Er was in die tijd en plaats geen sociaal vangnet.
Mensen stierven van de honger.

Het was dus tegen dit soort mensen
die zich permanent bewust waren
van schaarste
dat een zekere rabbijn – tot voor kort zelf een dagloner – zei:

‘maak je geen zorgen over je leven,
over wat je zult eten of drinken,
noch over je lichaam, over wat je zult aantrekken.
Is het leven niet meer dan voedsel
en het lichaam niet meer dan kleding?
(…) Zoek liever eerst het koninkrijk van God
en zijn gerechtigheid,
dan zullen al die andere dingen
je erbij gegeven worden.
Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.’
(Matteüs 6)

Jezus’ publiek zou het er nog mee eens zijn geweest
dat alles uiteindelijk van God komt.
Maar: ‘wees niet bezorgd over morgen’?
In een wereld waar hongersnood
altijd slechts één mislukte oogst verwijderd is?
Jezus, instrueert dus in die context,
zijn publiek met een stalen gezicht,
om te leven alsof overvloed,
en niet schaarste,
de ultieme realiteit in het leven is.
Niet voor het eerst
lijkt Hij meer dan een beetje losgezongen te zijn
van hoe het werkelijk is om op deze planeet te leven.

Voor zover sommigen van ons moderne mensen
in geïndustrialiseerde samenlevingen
zich iets minder zorgen maken
over verhongeren of sterven
door blootstelling aan de elementen,
is dit te danken
aan de menselijke vindingrijkheid (hartelijk dank)
die manieren heeft bedacht
om onze productiviteit radicaal te verhogen.
Een onmiskenbaar magnifieke prestatie
maar ook een die andere vormen
van schaarste heeft verergerd.

Denk bijvoorbeeld aan de ‘aandachtseconomie’:
de strijd om steeds korter wordende aandachtsspanne te behouden.
Dezelfde computertools
die onze huidige levensstandaard
mogelijk hebben gemaakt,
hebben ons ook aangesloten
op een constante stroom
van veel meer informatie
dan we ooit zouden kunnen verwerken.
Zozeer zelfs dat aandacht schenken,
ogenschijnlijk een fundamenteel kenmerk
van het mens-zijn,
steeds meer gewaardeerd wordt.

Of neem tijd.
De econoom John Maynard Keynes, speculeerde
halverwege de twintigste eeuw,
dat automatisering
en een hogere productiviteit
vanzelfsprekend zouden leiden
tot minder stress en meer vrije tijd.
Maar wat hij niet voorzag,
is dat een toenemende productiviteit
de verwachtingen over hoe productief
we zouden moeten zijn, verhoogt.
Tijd, altijd en overal,
is het ultieme ‘verdwijnende bezit’,
maar de wildgroei aan timemanagementstrategieën
en gadgets vertelt ons,
denk ik, dat tijd nog schaarser lijkt
wanneer van ons verwacht wordt
(of van onszelf verwacht wordt)
dat we leven ‘to the max’.

Ik denk niet dat het overdreven is
om te stellen dat schaarste
de meest urgente realiteit is
in de menselijke ervaring.
In de een of andere vorm geldt dit
voor elke menselijke cultuur.
We bestrijden schaarste
met de drang om te vereenvoudigen, te stroomlijnen,
meer te doen met minder,
lifehacks te vinden
of nieuwe technologieën uit te vinden.

Jezus zegt echter dat we het moeten negeren.
Of in ieder geval dóen
alsof schaarste
niet zo interessant of belangrijk is.
God voedt de vogels en bekleedt de lelies;
jij bent belangrijker dan een vogel of lelie voor God;
dus zal God voor je zorgen.

Stop met stressen.

Dit voelt niet ambitieus of inspirerend.
Het voelt krankzinnig:
Ik heb een hypotheek.
Ik heb geld, energie, focus en tijd nodig;
niet de bizarre aansporingen
van een of andere mysticus.
Weet Jezus überhaupt wel iets van inflatie?

Maar het vreemde is dat hij dat wel weet.
Jezus staat absoluut niet los
van de realiteit van het dagelijks leven
in zijn tijd en omgeving.
Hij is op de hoogte van actuele gebeurtenissen
zoals instortende torens
en de machinaties van Herodes Antipas
(‘die vos’, noemt Jezus hem. Geen compliment).
Hij lijkt zich een beetje te vervelen om het politieke spel,
maar hij is zeker niet naïef over de machtsstructuren
en de grote spelers in Galilea en Judea.
Hij maakt van een sluwe,
oneerlijke kleine manager
de held van een van zijn verhalen.
Politiek, belastingen, sektarisch geweld,
instortende infrastructuur;
de evangeliën beschrijven Jezus
in zijn interactie met een wereld
die heel anders is dan de onze,
maar die toch direct herkenbaar is.

Het verschil is dat ik inflatiecijfers,
begrotingsgevechten, geopolitieke manoeuvres
om schaarse hulpbronnen
en toeleveringsketens beschouw
als ‘de echte wereld’,
terwijl het Koninkrijk der hemelen uit de Bijbel
iets moois is, maar ook een beetje zweverig,
en een beetje abstract.

Maar Jezus zag de dingen precies andersom.
Het koninkrijk is de Realiteit,
terwijl de heren der heidenen,
het betalen van belastingen,
zelfs de dringende dagelijkse zorgen
over voedsel en kleding,
allemaal vluchtig of hooguit secundair zijn.
En het koninkrijk is overvloedig,
want de Koning geeft geen stenen
wanneer zijn kinderen brood nodig hebben.

Wat betekent het om te leven
alsof overvloed
en niet schaarste
het laatste woord heeft?
Ik weet het niet.
Wat ik wel weet,
is dat het vaak echt te krankzinnig voelt,
om te denken dat ik genoeg tijd,
geld, energie, focus
of wat dan ook kan besparen
om een leven op te bouwen
waarin ik vervulling of vrede vind.
Er zitten barsten in mijn nuchtere,
economisch rationele wereld
die me doen afvragen:
wat als ik geen geld, tijd, energie heb
– niets anders dan mijn dagelijks brood –
en ik er vervolgens achter kom
dat ik alles al heb wat ik nodig heb?

 

Deze tijd van het jaar wordt niet alleen gekenmerkt door
de verwachting en de herdenking
van de geboorte van Christus in deze wereld met Kerst.
Advent is immers een tijd van verwachten en afwachten
wat God doet in deze wereld.
Kome wat komt.
Maar deze tijd staat ook in het teken van allerlei lijstjes,
van omzien op het bijna afgelopen jaar.
In onze hyperindividualistische samenleving
wordt een poging ondernomen
tot samenzijn en samen beleven:
donderdag 12 december werd er er door de Evangelische Omroep
tot zo’n samenzijn met het ontsteken
van de Nationale Kerstboom in Apeldoorn.
Andere pogingen tot samenzijn
zijn bijvoorbeeld ook de Top 2000 (sinds 1999)
waar je jouw keuze kunt delen
met een ieder door die te posten op de sociale media.
Ook internationaal doet muziekstreamingsdienst Spotify
sinds 2016 iets soortgelijks:
Spotify biedt zijn gebruikers een jaarlijkse functie die de details
van het eigen gebruik verzamelt en presenteert,
zodat we terug kunnen kijken op het jaar
door de specifieke lens van onze luistergewoonten: Spotify Wrapped.
Hoewel dit in eerste instantie misschien een beetje saai klinkt,
is het eigenlijk een behoorlijk staaltje marketinggenie.
Het is het verhaal van ons 2024, zoals verteld door Spotify.
De staat van onze ziel, zoals onthuld door onze toewijding aan Taylor Swift.
En je kunt jouw Wrapped delen met jouw omgeving!
Elk jaar wordt ‘Spotify Wrapped‘ evenals de Top 2000
meer en meer een sociaal ritueel.

Dit jaar wachtten mensen er zelfs actief op,
controleerden ze dagelijks hun app
en verlangden ze ernaar dat Spotify zijn komst in 2024 zou aankondigen.
Nieuwsmedia schreven stukken over hoe ze er het beste mee om konden gaan,
er werden daadwerkelijk weddenschappen afgesloten
over wanneer de functie zou verschijnen.
Hoe gek is dat?
Spotify Wrapped is net zo synoniem geworden met deze tijd van het jaar
als adventskalenders en het van de zolder halen van kerstversieringen.

Ik ben me er terdege van bewust dat dit misschien een storm in een glas water is,
maar het is hoe dan ook een storm.
En ik denk dat onze steeds groter wordende obsessie
ermee ons veel kan leren over… nou ja… ons.

Want wat nog interessanter is, is dat deze diep persoonlijke inzichten
die Spotify ons biedt, in eerste instantie alleen voor onze ogen gemaakt,
op sociale media worden geplakt.
Spotify Wrapped is een soort zachte lancering van ons eigen merk geworden,
een manier om onszelf, hyperindividualistisch als we zijn, te ‘outen’.
Want ook deze gegevens kun je op sociale media delen!
De afgelopen dagen hebben duizenden en nog eens duizenden mensen
de gegevens van Spotify gebruikt en gedeeld met de wereld,
als een manier waarop ze zichzelf met de wereld delen.
Hun topartiesten, de nummers die ze op repeat hebben gehad,
het aantal minuten dat ze hebben doorgebracht in het gezelschap
van hun favoriete albums, hun luistergewoonten
worden hoogstpersoonlijk op een bordje geserveerd.

Maar de simpele vraag blijft hangen: waarom?

Ja, waarom doen we dit?
Mijn instinct zegt me dat het antwoord ongelooflijk simpel is:
we willen gewoon gekend worden.

We hebben een overrompelende behoefte
om mensen te laten zien wie we zijn,
in de hoop dat we daarvoor worden beloond met acceptatie.
Misschien goedkeuring, zelfs.
Bewondering, als we echt geluk hebben.

Het is een symptoom van wat sommigen,
misschien wel het meest opvallend, Charles Taylor,
‘expressief individualisme’ hebben genoemd.
We leven in een cultureel moment dat ons vertelt
dat we de taak hebben om te ontdekken
en te definiëren wie we zijn, het is aan ons.
Het is de verantwoordelijkheid van elk individu
om zichzelf op te bouwen, van binnenuit.
En dan mogen we de wereld laten zien wat we hebben gecreëerd:
onszelf, gemaakt naar ons eigen evenbeeld.

We mogen het meesterwerk en de meester zijn,
de schepper en het gecreëerde, de dichter en het gedicht.

Dat klinkt heerlijk bevrijdend, nietwaar?
Er is maar één probleem:
niemand kan het gewicht van zo’n verantwoordelijkheid
daadwerkelijk dragen.
Het is verlammend.

En dus, als we deze enorme taak eens per jaar
kunnen uitbesteden aan een Zweeds streamingplatform;
ja, waarom zouden we dat dan niet doen?
Voor een kort moment kunnen we onze existentiële crisis
in de wacht zetten, met de beentjes op tafel,
opgelucht zuchten en simpelweg verklaren:
ik luister, dus ik besta.
Slechts één dag kunnen we onze muzieksmaak
ons laten definiëren,
kunnen we het aan onze streaminggewoontes
overlaten om ons leven betekenis te geven.

We kunnen rusten.

Ik wil dit absoluut niet bagatelliseren.
Integendeel, ik waardeer het.
Ik denk dat Spotify Wrapped ons veel meer over elkaar (en onszelf) laat zien
dan hoeveel we deze zomer naar muziek van bijvoorbeeld Froukje hebben geluisterd.
Ik ben echt dankbaar dat het ons toestaat om onze maskers even af zetten,
en ons eraan herinnert hoe graag we willen weten
en gekend willen worden, zien en gezien willen worden,
liefhebben en geliefd willen worden.
Ik denk dat het een supergoed idee is,
verpakt in een vermomming van trivialiteit.
Het duwt ons op een slinkse manier
om te erkennen dat we erbij willen horen.
En dus ben ik er niet van overtuigd
dat het überhaupt alleen maar ‘individualistisch’ gedrag is,
wat dacht je ervan om het een symptoom van
‘expressief erbij willen horen’ te noemen?

Het succes van Spotify Wrapped is ongekend en geniaal:
het is een cultureel moment
en de onderliggende hartenkreet is bijzonder luid.
Zelfs luider dan de drieduizend minuten aan Rammstein
die ik dit jaar door de speakers heb laten schallen:

Zie mij er zijn!

 

De engel Gabriël verwoordt de missie van Johannes de Doper.
Daarin ontdekken we opnieuw een aantal trekken van ‘mensen rondom Jezus’.
Het leven van Johannes heeft maar één doel: Jezus aanwijzen als de Christus.
Zijn grootheid bestaat in zijn kleinheid.
Want hij wil niet méér zijn dan een wegbereider.
‘Zie het Lam Gods!’ (Johannes. 2:29-31)

De engel Gabriël verwoordt de missie van Johannes de Doper.
Daarin ontdekken we opnieuw een aantal trekken van ‘mensen rondom Jezus’.
Het leven van Johannes heeft maar één doel: Jezus aanwijzen als de Christus.
Zijn grootheid bestaat in zijn kleinheid.
Want hij wil niet méér zijn dan een wegbereider.
‘Zie het Lam Gods!’ (Johannes. 2:29-31)
‘Hij moet groter worden en ik kleiner.’ (Johannes 3:30)
‘Hij zal vervuld worden van de Heilige Geest
terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is,’ (Lucas 1: 15b)
Van bijna alle ‘mensen rondom Jezus’ in Lucas 1 en 2 wordt gezegd
dat ze vervuld worden met de Geest, en ze aanbidden God met enthousiasme.
‘Bedrink u niet, maar laat de Geest u vervullen’ (Efeziërs. 5:18).
Johannes is een met de Geest gezalfde profeet.
Al in de baarmoeder belijdt hij de naam van zijn Heer! Over Hem is hij Geestdriftig.
en hij zal velen uit het volk van Israël zal hij bekeren tot de Here, hun God. (Lucas 1 :16)
Bekering heeft te maken met:
genadig aan je zonden ontdekt worden om je vervolgens om te keren naar Christus.
De taal die Johannes gebruikt is daarbij scherp: ‘Adderengebroed’ (Lucas 3:7)
Gedoopt zijn is niet genoeg.
Johannes verkondigt een heel praktische bekering:
deel je kleren en je eten, vorder niet te veel, plunder niet en pers niets af (Lucas 3:10-14).
Hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia. Johannes is Elia de Tweede.

Net als die profeet is hij aangewezen,
niet op zichzelf, maar op de Geest en de Kracht van God.
Johannes’ prediking was vol van Geest en Kracht, want vol van Christus.
‘Zo zal hij voor de Heer een volk gereedmaken.’ (Lucas 1: 17b)
Wanneer ben je er ‘klaar’ voor om Jezus te ontvangen?
Want dat is het doel van Johannes’ prediking.
Je bent er ‘klaar’ voor als je alles loslaat en als je met lege handen staat.
Toewijding is: niets meer vast willen houden dan Jezus alleen.

wat zou hij denken?

 

Woedt er vandaag de dag een nieuwe Koude Oorlog?
Deze aanname, aangewakkerd door de oorlog in Oekraïne,
wordt betwist door Anne Applebaum in haar boek Autocratie bv.
In plaats daarvan, zo betoogt ze in dat boek,
is er een groeiende groep autocratische staten
waar heersende elites duizelingwekkende niveaus van corruptie uitoefenen,
rijkdom vergaren, het algemeen belang uithollen
en elke zinvolle afwijkende mening onderdrukken.
Er is eerder sprake van een ‘onrechtsstaat’ dan van een ‘rechtsstaat’,
waarbij in de eerste groep de rechtbanken het middel worden
waarmee wrede, cynische staatsmacht wordt ingezet
om tegenstanders te vernietigen en gevangen te zetten.

De Koude Oorlog werd ondersteund door ideologie,
maar autocratische staten steunen elkaar vandaag de dag
door middel van logistiek, middelen en propaganda,
ondanks grote verschillen in visie.
Iran, Noord-Korea, Venezuela, China, Rusland en Zimbabwe,
om een handvol autocratische naties te noemen,
delen weinig in termen van gemeenschappelijke ideologie,
behalve de wens van hun dictators om aan de macht te blijven,
zowel om hun rijkdom veilig te stellen
als om zichzelf te beschermen tegen juridische stappen.
De vijgenbladeren van religieuze overtuigingen en nationalisme
worden vaak in verschillende combinaties gebruikt,
maar misleiden weinigen.

Als er een gemeenschappelijke deler is voor deze autocratieën,
dan is het de wens om de naoorlogse nederzettingen af te schaffen,
de instellingen en wetten die sindsdien de wereld hebben gekenmerkt.
Het bestaande internationale recht is een specifiek doelwit,
omdat de ontmanteling ervan dictators immuun maakt voor oordeel.

Het huidige mondiale beeld in duidelijke, criminele termen als deze formuleren,
is nuttig. Maffiastaten bestaan en hun invloed groeit.
Maar het is te gemakkelijk voor anderen om zichzelf
aan de kant van de engelen te plaatsen.
Deze kleptocratieën zijn mogelijk gemaakt door bedrijfslichamen elders.
Vanuit Nederland worden producten verscheept die op de sanctielijst staan van de EU
waardoor bijvoorbeeld Rusland haar agressief gedrag kan blijven voeren.

Aan het einde van de Koude Oorlog was er een wijdverbreid gevoel
dat liberale, democratische waarden de overhand hadden
en dat het alleen nog maar hoefde te gebeuren
dat deze ideeën zouden doorsijpelen in de structuur van de resterende landen.
Dat is vandaag de dag niet alleen niet meer het geval,
maar het momentum is eerder
dat autocratische waarden democratieën infecteren met hun gewoonten.
De wereldwijde technologische revolutie heeft hieraan bijgedragen,
aangezien ooit verafschuwde meningen en standpunten aanhang krijgen
in de hoofden van mensen met grieven, reëel of ingebeeld.

De overleden opperrabbijn Jonathan Sacks
zei dat de sleutelvraag voor de nieuwe eeuw was:
wie spreekt namens God?
Als de suggestie was dat dit een vraag is
die verschillende religieuze tradities moeten beantwoorden
op manieren die onze gemeenschappelijke menselijkheid ondersteunen,
hebben we nu geen gebrek aan dictators die zeggen dat ze namens God spreken.
Hun beweringen dat andere delen van de wereld
goddeloos en gedegenereerd zijn, worden keer op keer herhaald.
Net als Goebbels weten ze dat de eindeloze herhaling
mensen uiteindelijk uitput totdat zinnen geloofwaardig worden.
Niemand die om Gods karakter geeft, zou beweren
dat hun samenleving zijn karakter goed weerspiegelt;
er ís overal onrecht, haat en geweld.
Maar er is een speciale hypocrisie wanneer criminelen
die miljarden hebben gestolen en duizenden hebben vermoord,
beweren namens God te spreken.

Toen Jezus zijn levensbepalende verleiding in de woestijn onder ogen zag,
liet de duivel hem de koninkrijken van de wereld zien
en beloofde dat ze van hem zouden zijn als hij zich zou ‘keren’.
Hij verleidde Jezus ook om stenen in brood te veranderen.
Macht en rijkdom, de zaken waar de dictators van de wereld naar verlangden.
En zijn laatste verleiding:
Zichzelf van het dak van de tempel te gooien,
alleen om gered te worden door de engelen.
Zich te omringen met een loyale groep officieren
die Zijn belangen te allen tijde zouden beschermen.

In plaats van de snelweg naar autocratie,
nam Jezus het oneffen en kronkelige pad van dienstbaarheid aan anderen.
Een pad van zelfverloochening,
beroofd van de materiële rijkdom
die beschikbaar werd gesteld door Zijn verheven positie.

Dit is de menselijke norm die ons is gesteld
en het dwingt tot zelfreflectie,
niet tot opscheppen en bedreigingen.

 

Terwijl we 2025 naderen breekt er een reeks schermutselingen uit
die ons waarschuwen voor dreigend gevaar.
In Syrië hebben de rebellen de macht overgenomen en (zo lijkt het nu),
een eind gemaakt aan het dictatoriale regime van de familie Assad.
Wat zal dat betekenen voor de minderheden in Syrië
en voor de wankele machtsbalans in het Midden Oosten
Pro-Europese demonstranten in Georgië
demonstreren bij het parlement van het land in Tbilisi.
Verder ontwikkelt zich de oorlog in Oekraïne
in een onzekere richting.
En de president vanZuid-Korea kondigde korte tijd
de staat van beleg af

Terwijl de wereld wacht op de inauguratie
van de verkozen president Trump op 20 januari 2025,
en hij grappen maakt over Canada
dat de 51e staat met worden,
bevinden we ons in een tussentijd.

Er is een voorgevoel dat het komend jaar
het er niet beter op wordt
zij is sterker dan de vage hoop
op toekomstige vrede.
‘Tuurlijk; er is een staakt-het-vuren overeengekomen
tussen Israël en Hezbollah,
maar er wordt nog steeds raketvuur uitgewisseld
en Israël moet nog reageren op de raketaanval
van Iran in oktober,
terwijl Iran nucleaire capaciteit nastreeft.
In de Verenigde Staten waarschuwt
ambassadeur in Japan Rahm Emmanuel
voor Chinese ambities om Taiwan
niet pas in 2027 in te nemen,
zoals algemeen wordt aangenomen,
maar in 2025.

Zelfs al is het maar tijdelijk,
begin 2025 zal er een pauze zijn van de conflicten
waaraan we de afgelopen jaren gewend zijn geraakt.
De inauguratie van de verkozen president Trump
zal naar alle waarschijnlijkheid
een einde maken aan de Russische oorlog in Oekraïne.
De Russische overeenkomst voor vrede
zal echter alleen worden veiliggesteld
in ruil voor territoriale concessies van Oekraïne.
Israël zal een staakt-het-vuren met Hezbollah handhaven,
terwijl Amerikaanse steun helpt
om de restanten van Hamas in Gaza te verwijderen,
zoals ze nu doen met het bombarderen van ISIS-stellingen in Syrië
opdat zij niet ook een vinger in de Syrische pap krijgen
Met Amerikaanse steun zullen Israël en Saoedi-Arabië
het historische Abraham-akkoordproces
hervatten als we de lente ingaan.

Maar deze pauze en deze korte-termijn-successen
zullen kortstondig en misleidend zijn,
een intermezzo voorafgaand
aan de veel grotere dreigingen die in het verschiet liggen.
Antonio Gramsci schreef eens:
‘De oude wereld sterft
en de nieuwe wereld worstelt om geboren te worden:
nu is het nu de tijd van monsters’.
En die monsters van onze tijd zijn goed ingeburgerd
en verzamelen energie voor hun volgende daden.
Ze verschijnen van alle kanten,
of dat nu in het politieke Westen of het globale Oosten is.

In deze wereld van monsters
zijn verdeeldheid en verschil
de standaardbenadering van menselijke relaties.
We zijn ongevoelig geworden voor deze woorden,
maar wat verdeeldheid en verschil betekenen,
is een diepe zwakte in moderne mensen die verstoken zijn van liefde.
Te veel mensen koesteren zich liever
in hun eigen en andermans gebreken,
dan dat ze ernaar streven deze te overwinnen
ten gunste van wat we individueel en collectief kunnen bereiken,
als we het maar zouden proberen.
We leven in een periode van duisternis
die het licht probeert te temperen
en de geest van degenen die het goede nastreven,
wil verminderen.

Verdeeldheid is gemakkelijk.
Het is natuurlijk.
Het is emotioneel.
De focus ligt op het laagste element van onszelf en van anderen.
In vergelijking daarmee is samenzijn geloof.
Het ziet het verborgen potentieel van een ander.
Maar samenzijn is onnatuurlijk.
Samenzijn vloeit voort uit geloof
en is de ongeziene-geworden-realiteit.
Het herkent de zaden van het goede in een ander,
begrijpend dat elke persoon is samengesteld
uit vele contrasterende kanten,
sommige slecht, sommige goed,
maar het goede is de krachtigste van de twee.
Samenzijn is een keuze.
Het is een keuze om de zaden van geloof met geduld te water te geven,
om te zien wat deze zaden met tijd,
consistentie en inspanning kunnen worden.

In een tijdperk van groeiende verdeeldheid en conflict
is saamhorigheid nauwelijks zichtbaar.
Toch blijft verzoening mogelijk.
Juist in deze tijden,
waarin de kansen tegen de vrede van saamhorigheid zijn,
worden verzoeners in de politiek,
het bedrijfsleven, de academische wereld,
non-profitorganisaties en de gemeenschap
opgeroepen om met een doel naar voren te stappen.
Juist wanneer er weinig geloof of hoop in de toekomst is,
wordt verzoening – een daad van liefde – geëist.

Verzoening is het herstel van een gunstige relatie tussen jezelf en anderen.
Het wordt bereikt door opoffering.
De verzoener ervaart pijn om relaties te herstellen.
Verzoening is gebouwd op liefde voor andere personen,
ondanks hun gebreken en hun voortdurende weerstand,
evenals hun gebrek aan geloof, liefde en hoop op vele momenten.
Het vereist een gezonde eigenliefde,
waarin we de vervulling van ons eigen goed zoeken
als basis om dit voor anderen te doen.

Naast liefde is het hoofdingrediënt van verzoening pijn,
omdat degenen die vervreemd zijn geraakt
van vechten, zich verzetten,
teruggaan op wat ze zeiden dat ze zouden doen,
en ze aarzelen tussen goed en kwaad
Ze betwisten de verzoener.
De verzoener zal sterven, of bijna sterven,
op bepaalde punten in het verzoeningsproces.
En toch wordt de verzoener na de dood opgewekt,
nederlaag slechts een opstap naar de triomf van saamhorigheid.

De verzoener verandert de pijn
die gepaard gaat met het samenbrengen
van anderszins conflicterende groepen,
volkeren of landen
in iets veel positievers.
Ze nemen pijn op in hun wezen.
Dit wordt bereikt door liefde,
wat geduld mogelijk maakt,
altijd het grotere geheel en het potentieel van mensen zien.

Liefde is de basis voor actie om anderen
samen te brengen en bij elkaar te houden,
een beroep doend op hun betere kanten,
ondanks de menselijke neiging
om het goede te corrumperen.

Mensen praten tegenwoordig
over de noodzaak om ‘verschillen te overbruggen’
en dat we ‘samen beter zijn’.
Maar woorden zijn makkelijker dan daden.
Moeilijker is het om te beseffen
dat het proces van verzoening pijnlijk is
en dat leiders die verzoening nastreven
– op lokaal, regionaal of nationaal niveau –
eerst ervaring moeten opdoen met lijden.

Deze ervaring kan alleen het resultaat zijn
van een idee over de waarde van pijn,
wetende dat de vreugde van samenzijn
het grootst is als deze wordt voorafgegaan
door geduldig en nederig lijden.
Er is geen overbrugging van verschillen,
geen vermindering van verdeeldheid,
geen samenzijn, zonder pijn.
Dat is een les voor de huidige en toekomstige verzoeners
van de wereld
in alle lagen van de bevolking,
nu we een wereld betreden die nog meer vol conflicten zit.
En bij verzoening is het altijd onduidelijk wat de uitkomst zal zijn.
Iemands inspanningen kunnen voor ook niets zijn,
trouwe inspanningen zijn dan een kwestie van falen en bitterheid,
in plaats van een zoete prestatie.

Iedereen die verzoening zoekt
in een gevaarlijkere wereld moet eerst sterven
aan zijn vorige leven van verdeeldheid.
Hij moet dit zelf in het verleden achterlaten en het afwerpen.
Hij moet een nieuw persoon worden,
doordrenkt met liefde,
gelovend in menselijk potentieel,
die wil dat anderen slagen
en die bereid is te vechten om dit succes te bereiken.
Maar verzoeners moeten altijd vechten
met liefde als basis van hun inspanningen,
en met het geloof dat ze zullen winnen in hun strijd,
dat hun inspanningen succesvol zullen zijn.
Dit geloof gaat in tegen wat er te zien is,
de kansen zijn zelden of nooit
in het voordeel van verzoeners.

Ja, we hebben verzoeners nodig in onze tijd.
Deze individuen zijn schaars,
maar ze zijn de sleutel tot de toekomst
en tot de gezondheid van onze geopolitiek.
Zij zijn de politici
– gekozen én degenen achter de schermen –
de zakenmensen en de lokale gemeenschapsleiders
die het grotere plaatje kunnen zien en verwoorden,
gericht blijven op het potentieel van de mensen
om hen heen en het lijden dragen
dat gepaard gaat met het vervullen van potentieel.

De huidige oorlogen en schermutselingen zullen als we 2025 ingaan,
waarschijnlijk tijdelijk afnemen.
Misschien zullen ze zelfs even stoppen.
Maar we moeten niet verbaasd zijn
als deze het komende jaar
met meer intensiteit weer de kop opsteken.
Dit is precies het moment waarop velen
zullen worden opgeroepen
om te streven naar saamhorigheid
in het aangezicht van verdeeldheid,
wetende dat verzoening kracht is in het aangezicht van de realiteit
van menselijke zwakte.

Verzoening is altijd een mogelijkheid.

 

De eerste man die ik in deze Adventstijd voorstel is een priester:
een man van gebed dus,
geroepen om het volk voor te gaan in de offerdienst.
Zijn naam betekent: bij de HERE is gedachtenis.
Want God is zijn volk niet vergeten
en werkt ‘achter de schermen’ aan de verlossing.
Samen met Elisabeth heeft hij maar één verlangen:
God de Here met een volkomen toegewijd hart dienen.
Ze zijn te oud om nog kinderen te krijgen.
In Zacharias en Elisabeth ontmoeten we mensen
die ‘model staan’ voor de gelovige Rest van Gods volk
in een tijd van onderdrukking.

Twee weken per jaar doet Zacharias dienst in de tempel.
Slechts één keer in je leven mag je als priester in het heilige komen
om het reukoffer te brengen.
Dit is dus de gelukkigste dag uit zijn leven.
En dan verschijnt er ook nog een engel!
Zacharias staat hier overigens niet als privépersoon:
hij is ambtsdrager, buiten staat het volk te bidden,
de engel verschijnt niet bij hem thuis,
de te geven naam is geen familienaam.
Tegelijk worden we wel deelgenoot gemaakt
van Zacharias’ emotionele reactie (ontroering en angst),
kondigt de engel blijdschap en vreugde voor hem persoonlijk aan
en horen we Zacharias’ persoonlijke reactie:
‘Dit kan toch niet waar zijn?’
En we kunnen het nog wel begrijpen ook…
Mocht je van deze oude man niet veel meer geloof verwachten?
De Bijbel doorbreekt hier ons vaak wat stereotype denken over oud en jong:
‘Ouderen zijn wijzer en geloviger; jongeren moeten vooral nog veel leren.’
Maar hier blijkt dat oud-zijn niet per definitie betekent:
verder zijn op de weg met God.
Straks komt Maria in beeld, een kind nog eigenlijk.
En zij gelooft met hart en ziel.

 

Ach, wat was Nederland weer in rep en roer
toen laatst de eerste sneeuw van het seizoen viel:
code geel en oranje werden afgekondigd voor het verkeer.
Maar andere mensen worden jaarlijks weer helemaal blij van – de eerste – sneeuw.
Waarom verbaast sneeuwval ons nog steeds?
Ik denk omdat we verlangen naar sneeuw in deze tijd van het jaar,
omdat verlangen het enige is wat er te doen is.

Ja, waarom voelen we ons zo aangetrokken tot sneeuw?
En wat zegt het over ons dat we dat zijn?
De Duitse socioloog Hartmut Rosa begint zijn boek Unverfügbarkeit met deze prachtige woorden:

Herinner je je nog de eerste sneeuwval
op een late herfst- of winterdag, toen je een kind was?
Het was alsof er een nieuwe realiteit binnendrong.
Iets verlegen en vreemds dat ons kwam bezoeken,
neerdaalde op en de wereld om ons heen veranderde,
zonder dat we er iets voor hoefden te doen.
Een onverwacht geschenk.
Vallende sneeuw is misschien wel
de puurste manifestatie van onbeheersbaarheid.
We kunnen het niet fabriceren, afdwingen
of zelfs maar met zekerheid voorspellen.

Rosa betoogt dat we de grootste betekenis vinden
in datgene wat oncontroleerbaar blijft, buiten ons bereik.
We verlangen in deze tijd van het jaar naar sneeuw
omdat verlangen het enige is wat we kunnen doen.
Nee, kunstmatige sneeuw zal altijd teleurstellen.
We kunnen onze eigen ontzag niet fabriceren.

Rosa waarschuwt dat de moderniteit is opgebouwd rond
het idee, de hoop en het verlangen
dat we de wereld beheersbaar kunnen maken.’
Op een gegeven moment leidt meer invloed op iets ertoe
dat dat ding wordt gereduceerd tot een instrument
dat alleen onze verlangens kan frustreren.

Als ik ga zitten om een film te kijken die eindelijk wordt gestreamd.
Uiteindelijk ontwikkelt zich de film na 20 minuten wat traag.
Vervolgens ga ik naar iets anders te kijken,
om te eindigen met de vraag of ik de film niet in de bioscoop had moeten gaan kijken.

Of als ik luister naar de podcast
van het evenement waar ik niet naartoe wilde.
Ik spoel hem wat vooruit
terwijl ik de was in de wasmachine doe.
Maar ten slotte kan ik je niet vertellen
wat ze hebben besproken.

In elk van deze gevallen heeft technologie me,
op zijn minst op één niveau,
meer controle gegeven en me toegestaan
mijn omgeving meer in overeenstemming vorm te geven
met mijn verlangens.
Rosa stelt vast dat elk verlangen wordt
gedreven door een verlangen om iets dat nog onbereikbaar is
binnen ons bereik te brengen.
En toch wordt in elk geval datgene wat ik wenste
– de ervaring van het kijken naar een geweldige film
of deelname aan een stimulerend gesprek –
in gevaar gebracht door deze veronderstelde verbetering.

Wat wij zien als een drang om meer keuze te maken,
gaat vaak eigenlijk over controle.
Als we het zo stellen, wordt de drang niet ongeldig,
maar worden we ons wel bewuster van de kosten.
Meer keuze betekent voor mij meer controle over iets of iemand.

Tegelijkertijd kan meer controle over de omgeving
ook minder zelfcontrole betekenen.
Ik ben een bundeltje tegenstrijdige verlangens,
en hoe meer ik word aangemoedigd
om ze allemaal na te streven,
hoe meer ik word aangespoord
om geen van hen consequent na te streven.

In de Adventstijd herdenken christenen de geboorte van Jezus,
maar het primaire doel ervan wás en ís
om onze blik te richten op het einde van de wereld.
We kunnen het kerstverhaal misschien zoetig maken,
maar de apocalyptische oproep van Advent
zal altijd weerstand bieden aan onze behoefte aan controle.
Advent kijkt uiteindelijk ook vooruit omdat we zullen sterven,
dat de wereld zal vergaan
en dat we allemaal geoordeeld zullen worden.
Nee, je hebt er geen controle over.

Hoe we ook denken dat we alles onder controle hebben,
Advent onthult dat het een schijnvertoning is.
Er zullen altijd dingen zijn die buiten onze greep liggen
en we besteden veel tijd aan het afleiden van onszelf ervan,
door te doen alsof het anders is.

Advent verzekert ons dat we deze realiteit onder ogen moeten zien,
maar dat we dat niet alleen kunnen.
De God die als baby kwam en werd geëxecuteerd,
en de extremen van menselijke kwetsbaarheid ervoer,
is nu bij ons.
Het is die God die aan het einde komt.
Het is die God wiens liefde ons troost en moed geeft.

Het is dus logisch dat we op dit moment van het jaar
op zoek zijn naar sneeuw.
Iets in ieder van ons zoekt nog steeds naar iets dat buiten ons ligt,
iets dat geen enkele technologie of systeem kan organiseren of temmen.
Sneeuw fungeert dan als een echo van dat diepere gevoel
van kwetsbaarheid dat we allemaal proberen te vermijden.
Het wekt ons verlangen op om geconfronteerd te worden
met iets dat werkelijk ontzagwekkend is.

In Adventsperiode vinden we de belofte van waar we naar hebben verlangd:
een God die zal komen en alles zal herstellen,
een oncontroleerbare God die komt als sneeuw.
Advent roept ons op om de door de mens gemaakte kunstsneeuw
weg te doen en ons voor te bereiden op de komende sneeuwstorm.
Dat kan ons helpen te zien waar deze nieuwe realiteit zich nu al opdringt.

 

In de kersttijd gonst het van religieuze activiteiten.

Voor zover er sprake is van een hoger adres

komt veelal ‘de lieve Heer’ in beeld.

God als Allemansvriend.

Maar Kerst is in werkelijkheid een schokkend gebeuren,

te waar om mooi te zijn.

In het boek Spreuken staat een mooie zin:

‘Een vriend heeft te allen tijde lief,

maar een broeder is voor de nood geboren’ (17:17).

Een spreuk heeft vaak iets oubolligs.

Zo belegen dat de schimmel erop staat.

Maar de Bijbelse Spreuken zijn anders.

Er is alom sprake van leven, eerbiedig leven,

met een uitstraling naar alles en allen.

Het hart klopt in de geheimzinnige woorden:

de vreze des Heren.

Dat wil zeggen, zorgvuldig cirkelend om dit geheim:

de eerbiedig omgang met de Hoog-Heilige.

Al doende wordt wijsheid ontvangen en geboren:

wegwijs in de wirwar van dit ondermaanse.

Het boek Spreuken weet van vrienden die te goeder trouw zijn.

Hier gaat het echter over een vriend, die een soort schaduwfiguur is.

Je ziet hem alleen maar als de zon schijnt.

Wanneer hij in geval van nood niet de benen neemt,

heeft hij ‘te allen tijde’ wel aan passend woordje bij de hand.

Hij raakt nooit van slag, nimmer in verlegenheid.

Voor alle situaties weet hij wel iets te zeggen,

dat je zelf overigens ook kunt bedenken:

Moed verloren, al verloren!

Laat je niet kisten, maar zet ‘m op!

Na regen komt zonneschijn!

Anders gezegd, met een godsdienstig sausje:

Vraag niet waarom, maar waartoe!

De mens wikt, maar God beschikt!

Wie deze voorspelbare reacties, hoe goed ook bedoeld,

op zich in laat werken, herkent de verzuchting

van een student in de theologie in Engeland.

Hij hoorde z’n hoogleraar oreren, alsof alles klopte als een bus.

Die aankomende predikant

zag zichzelf al zitten aan het sterfbed van een moeder

met drie jonge kinderen, of gaan in de slums,

de achterbuurten van Londen.

Daarom vroeg hij aan de hooggeleerde:

‘It may be true, but is it real?’

Het is misschien wel waar,

maar is het ook levensecht, werkt het ook?

Een broeder is voor de nood geboren.

Hij is een vriend, die ook en vooral in de diepte,

in het donker niet verstek laat gaan.

Een vriend is iemand die je kiest.

De band van vriendschap kan verbroken worden.

Een broeder daarentegen is iemand die je geschonken wordt.

Die band kan nooit meer stuk, wat er ook gebeurt.

De Here God wordt soms aangeduid als Vriend,

maar Hij is nog veel meer een Broeder,

voor de nood geboren.

Daarom heeft Hij ons bestaan gedeeld:

‘Het Woord is vlees geworden’.

‘Vlees’ tekent ons krakkemikkige bestaan,

dat sterfelijk, stoffelijk en schuldig is.

Met de woorden van dr. Oepke Noordmans:

‘Zo is Jezus op aarde gekomen; temidden van een evacuerende menigte.

De nood van het volk is de poort geweest, waardoor Hij binnenkwam.

Hij heeft ons vlees aangenomen met die nood erbij’.

Hij is ‘vlees geworden’.

Die Bijbelse zegswijze

‘drukt niet uit wat Hij is, maar wat Hij geworden is:

zijn zwakheid, zijn zonde, zijn nood, zijn dood’.

Deze Ene, voor allen gekomen,

‘ligt niet in de kribbe als een toonbeeld van menselijkheid,

maar Hij ligt daar als een metgezel van allen,

wier menselijkheid problematisch is geworden’.

Dat Evangelie mogen we aannemen,

‘niet met enkele daarvoor uitgezochte nette en humane eigenschappen,

maar met de stukken rauwe werkelijkheid,

die zich aan alle kanten aan ons vasthechten.

Met ons vlees’.

Daarvan wordt ook uitbundig gezongen (Gezang 117:3 (LvdK) ):

Ver van de troon der tronen

en ’s hemels zonneschijn

wilt Ge onder mensen wonen

der mensen broeder zijn.

 

Als regel is het niet gepast een vraag met een wedervraag te beantwoorden.

Toch kan de situatie ernaar zijn.

Je hebt weinig of geen andere keus, vanwege grote verlegenheid.

Zo verging het Petrus, blijkens Johannes 6,67-71.

Jezus kwam hem en anderen tegemoet.

Ook dat is een vorm van Advent.

Onlangs hoorde ik iemand uit evangelische kring zeggen:

‘Wij hebben het beste product in de aanbieding: eeuwig leven!’

Ik huiver bij zulke woorden. Meer nog: de kou trekt mij door ’t bloed.

Op zich begrijp ik zo’n uitspraak wel.

Dat doe ik sowieso bij allerhande ketterijen,

die voor de hand liggend lijken te zijn en een vrij logische indruk maken.

De gewraakte woorden werden geuit

in het kader van de communicatie van het Evangelie.

De spreker was geschoold op het veld van marketing en aanverwante psychologie.

Moderne tactieken, technieken ten aanzien van beeld,

muziek, geluid en stilte paste hij geestdriftig toe om het Evangelie te slijten.

Naar zijn zeggen: met groot succes, want ons product verkoopt zichzelf.

Ik wijt dat aan gebrek aan eerbied en dat vervult mij altijd met argwaan.

Jezus geeft aanschouwelijk onderwijs.

Hij breekt het brood, deelt het met anderen.

Dat brood tekent Hem zelf.

Hij geeft zijn leven prijs, anderen, allen ten goede.

Daartoe is Hij gekomen.

Zijn Advent heeft alles te maken met onze armoede en ellende:

schuld, schande, scheuren, schijnheiligheid.

Dit Verhaal van de Levende vlecht zich door ons levensverhaal.

Dat is moeilijk te verteren.

Daarom houden veel mensen het en dus ook Hem voor gezien.

Ze haken af en zoeken hun heil elders.

De situatie lijkt sterk op de onze.

Het is te kort door de bocht om kerkverlating te vereenzelvigen met ‘Jezus-verlating’.

Toch geldt: als die beide weinig of niets met elkaar te maken hebben,

zou het hartzeer niet zo groot zijn.

Dezer dagen stond weer in de krant te lezen:

komende tien jaar moeten elke week twee kerken sluiten.

In dit verband zou ook de vraag meer aandacht verdienen:

waar blijven al die mensen, die eerder in deze kerk hun thuis vonden?

Andere kringen spelen op deze situatie in.

Ze hebben veel, bijkans alles, in de aanbieding.

Ik mis veelal het element van de eerbied.

Wij kunnen mensen niet tot geloof brengen.

Dat wil zeggen: wij zijn niet in staat de beslissende vonk te laten overslaan.

Het diepste geheim, dat wij ons nooit kunnen toe-eigenen,

heeft de Here God zichzelf voorbehouden.

Op de vraag: ‘Willen jullie ook niet weggaan?’

weet Petrus niets anders, beters te zeggen dan:

‘Here, tot wie zullen wij heengaan?

U hebt woorden van eeuwig leven’.

Petrus heeft Hem met vallen en opstaan (h)erkend als ‘de heilige van God’.

Het zal in deze tijden van Advent en Kerst drukker zijn

in de kerk(en) dan gewoonlijk het geval is.

In het kader van de diensten vinden ook bijzondere activiteiten plaats.

Mij dunkt: alles is geoorloofd, mits de eerbied geen schade lijdt.

De kerk heeft niets in de aanbieding.

Zij put niet uit eigen voorraad.

Ze zou stenen voor brood geven.

Ze verwijst naar die Ene, die ‘God in ons midden’ mag heten.

Met de woorden van een lied van André Troost (Hemelhoog 632):

God in ons midden,

Heer, wij aanbidden

met al uw kinderen wereldwijd,

uw trouw aan mensen,

uw onbegrensde,

uw ongekende majesteit.