Het lijkt erop dat Donald Trump
de bestaande wereldorde op z’n kop zet:
hij heeft – volgens hem – Venezuela overgenomen
en richt nu zijn blik nu op Groenland, Mexico
en tal van andere landen en organisaties.
Dit heeft geleid
tot veel discussie over een ‘nieuwe wereldorde’.
Oude zekerheden lijken af te brokkelen,
zowel op het gebied van
internationale betrekkingen als politieke systemen.

Met wat een ‘Donroe’-doctrine wordt genoemd,
proberen de VS controle uit te oefenen
over hun eigen continent.
Donald Trump is, vanuit het perspectief
van de internationale diplomatie,
een anarchistische figuur in de wereld,
die de oude regels aan flarden scheurt
en steeds brutaler wordt in zijn gebruik van
Amerikaanse militaire macht
om te krijgen wat hij denkt
dat goed is voor Amerika.
Tegelijkertijd wijst de toenemende
wereldwijde invloed van China,
met name de controle over onze technologie
en digitale connectiviteit
– die niet alleen onze mobiele telefoons,
maar ook defensiesystemen, infrastructuur
en industrie beïnvloedt
– op een dreigende wereldwijde machtsstrijd
tussen deze twee grootmachten,
waarbij Europa niet weet welke kant het op moet.

Tegelijkertijd stort de politiek
niet zo gemakkelijk in als nu.
Vroeger vertrouwden we op linkse partijen
die opkwamen voor de arbeiders
en rechtse partijen
die de belangen van het bedrijfsleven
en de traditionele
heersende klasse beschermden.
Tegenwoordig hebben we
onder andere Geert Wilders,
die een grote aantrekkingskracht heeft
op kiezers uit de arbeidersklasse,
en linkse partijen die zich laten leiden
door progressieve agenda’s.

Ik heb onlangs een boek gelezen
over de overgang van het heidense Romeinse rijk
naar de nieuwe, gekerstende wereld van de vroegmoderne tijd.
Toen het Romeinse rijk vanaf de vijfde eeuw
begon te desintegreren,
was de snelgroeiende christelijke kerk
uitstekend gepositioneerd
om een nieuwe beschaving op te bouwen uit de ruïnes (letterlijk)
van het heidense Rome.
Heidense tempels maakten plaats voor een nieuwe geografie
van kerken en parochies.
Er ontstond een nieuwe tijdsbeleving,
waarbij het jaar niet langer werd gevormd en gemarkeerd
door de heidense feesten uit het verleden,
maar door christelijke feesten: Kerst, Pasen, Pinksteren
en een steeds groeiend aantal heiligenfeesten.
In plaats van de chaotische mengelmoes
van religies in het heidense Rome,
bracht de vastberaden christelijke beweging
de middeleeuwse wereld voort,
waarbij geleidelijk
een nieuwe christelijke wereld uit de oude ontstond.

Dit alles voedt het idee
dat we het begin meemaken
van een soortgelijke, tijdperkbepalende periode
van culturele verandering,
een die zich eens in de paar honderd jaar voordoet.
We bewogen ons van de heidense wereld
naar het christendom.
We hadden de Reformatie, daarna de Verlichting.
Dat gaf op zijn beurt geboorte
aan de moderne seculiere,
liberale wereldorde in het Westen.
Er ontstaat iets nieuws in onze tijd,
maar we weten nog niet wat het is.

Als dit waar is,
dan is het nieuws over de ‘Stille Opwekking’
wellicht meer dan een vage opleving
in de spirituele belangstelling van Generatie Z,
maar onderdeel van iets veel, veel groters.
Je ziet ineens overal mensen die,
verre van hun geloof te verbergen,
er juist veel opener over zijn.

Zou deze culturele verschuiving voortkomen
uit de afbrokkeling van de zekerheden
van het post-verlichtingsdenken?
Want de opvatting dat wetenschap en technologie
de oplossing zijn voor al onze problemen zijn
blijken te kort te schieten;
zo ook rotsvaste geloof
in een rooskleurige toekomst.

Jongeren kunnen zich inmiddels
niet meer voorstellen
dat ze ooit een huis kunnen kopen.
Ze vragen zich af of de planeet
de impact van de enorme bevolkingsgroei
van 1 miljard in 1800 tot 8 miljard in 2025
wel zal overleven.
En hoewel ze verslaafd zijn
aan sociale media en technologie,
vinden ze die verslaving ook niet prettig
en maken ze zich zorgen
over de gevolgen voor henzelf
en hun kinderen in de toekomst.
De rooskleurige toekomst
die onze snel ontwikkelende technologie
en de val van de Berlijnse Muur beloofden,
is niet werkelijkheid geworden.
Het is dan ook niet verwonderlijk
dat mensen elders naar antwoorden zoeken.
Of zoals iemand laatst vertelde:
‘Het arrogante zelfvertrouwen
van mijn seculiere leeftijdsgenoten
is vrijwel verdwenen.’

De tijd zal het leren,
maar misschien
is de hernieuwde belangstelling
voor religie onder westerlingen
niet slechts een kortstondige opleving,
maar een teken
van een veel diepere culturele verschuiving
van het ene tijdperk naar het andere,
van het seculiere
naar het post-seculiere tijdperk.

Wat wel duidelijk lijkt,
is dat we waarschijnlijk
geen terugkeer
naar een of andere vorm van christendom
zullen zien,
niet in de laatste plaats
omdat de christelijke kerk
in het Westen niet sterk
of zelfverzekerd genoeg is
om het moment te grijpen
zoals in de vijfde eeuw.
We hebben geen equivalent
van de grote figuren
zoals Augustinus of Hiëronymus.

Wat waarschijnlijk zal ontstaan,
is geen nieuw christendom
– de christelijke kerk
en de politieke macht
gaan altijd niet goed samen,
en we hebben te veel fouten gemaakt
om er nu nog naar te verlangen –
maar een nieuw religieus
en spiritueel pluralisme;
een beetje zoals het heidendom.

Als de belangrijkste trend
niet de terugkeer
van het christendom is,
maar de achteruitgang
van het secularisme,
dan betekent dit dat
we niet terugkeren naar de Middeleeuwen,
toen het christendom
de samenleving domineerde.
In plaats daarvan lijkt het
opkomende spirituele landschap
meer op dat van de late oudheid:
een uitgestrekte marktplaats
van geloofsovertuigingen,
culten en eclectische spirituele praktijken,
die elk beloven een ooit onttoverd tijdperk
opnieuw te betoveren.

De vraag is of de kerk
de uitdaging van het verwarrende tijdperk
die we op het punt staan te betreden, aankan.
Als ze simpelweg de vermoeide tonen
van links-liberalen napraat,
of zelfs de schelle tonen
van rechts-boze mensen,
en zichzelf ziet
als een zoveelste
politieke actor of lobbygroep
die probeert macht te verwerven
in de nieuwe wereldorde,
dán zal ze deze kans missen.
Kan ze iets van het vertrouwen
in haar eigen boodschap,
haar eigen spirituele dynamiek herwinnen
die de stervende heidense wereld
1500 jaar geleden bekeerde?
Zo ja, dan belooft de toekomst
interessant te worden.

 

Momenteel is de formatie in Nederland in volle gang.
Maar laten we eens doorscrollen naar een ‘mogelijke (zwarte) toekomst’; ‘wat als’:
Het is het jaar 2029
en Geert Wilders heeft als premier
zojuist zijn eerste kabinet gepresenteerd.

Als een van de vele ingrijpende hervormingen in zijn eerste maanden in functie
heeft de nieuwe premier duizenden asielzoekers gedeporteerd
naar landen zoals Eritrea, Afghanistan en Iran.

Bij terugkeer in deze landen zouden verschillende van deze asielzoekers
te maken hebben gehad met arrestatie, marteling en zelfs executie.

Natuurlijk is dit slechts een fictieve weergave van een mogelijke toekomst,
maar het is een toekomst die op zijn minst denkbaar lijkt,
gezien de recente peilingen en de belofte van de leider van de PVV
om iedereen die illegaal naar ons land reist te deporteren,
ongeacht of ze bij thuiskomst levensgevaar lopen.

Zulke uitspraken zouden nog niet zo lang geleden
bijna unaniem zijn bekritiseerd,
maar de huidige stand van zaken in ons immigratiesysteem en de politiek
heeft ze blijkbaar acceptabel gemaakt voor een groeiend aantal Nederlanders.

‘Ik denk niet dat het om haat gaat’, zei een inbeller op NPO Radio 1
toen de plannen van de PVV werden aangekondigd.
‘Ik denk dat het om de manier gaat waarop [immigratie]
tot nu toe door deze en de vorige regering is aangepakt,
[wat] veel onrust heeft veroorzaakt.’

Een andere beller gaf toe dat de meningen
over de kwestie verdeeld waren,
maar gaf een contrasterend perspectief:

‘Dit is Geert Wilders ten voeten uit’, zei ze.
‘Hij heeft verdeeldheid nodig.
En wat is het meest controversiële onderwerp dat we kunnen bedenken?
Immigratie.
En wat een voorrecht hebben we om in een veilig land te leven waar,
God verhoede,
niemand van ons ooit zijn kinderen hoeft op te halen
en te vluchten voor vervolging!’

Dit alles brengt ons mooi terug
bij de specifieke – en zeker complexe – kwestie die aan de orde is:
namelijk, hoe moeten we omgaan met asielzoekers
die daadwerkelijk zijn gevlucht voor vervolging
en die mogelijk nog meer te maken krijgen
als ze naar huis terugkeren?

De bescherming van dergelijke personen
staat centraal in het Vluchtelingenverdrag van 1951,
dat door alle westerse democratieën (inclusief de onze) is geratificeerd
en al lang wordt verdedigd.
Het verdrag omvat het principe van ‘non-refoulement’:
het verbiedt ‘de gedwongen terugkeer van vluchtelingen of asielzoekers
naar een land waar ze het risico lopen vervolgd te worden’.

‘Onze waarden zijn altijd geweest
dat wanneer mensen een reëel en substantieel risico lopen
op fysieke marteling of vervolging…
wij als land altijd bereid zijn geweest om hen op te vangen’,
werd onlangs zo uitgelegd
‘deze waarden die in het verdrag zijn verankerd moeten niet worden afgeschaft.
(…) omdat dat onlosmakelijk verbonden is
met onze geschiedenis, onze traditie en onze positie als liberale democratie.’ werd erbij gezegd.

En toch is dit precies wat de PVV belooft te doen, mochten ze aan de macht komen.

Steeds meer politici hier en elders beweren
dat het Vluchtelingenverdrag en andere soortgelijke verdragen,
zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens,
hervormd – of zelfs genegeerd – moeten worden
in het licht van een sterk veranderde wereld.

Wij zijn natuurlijk niet het enige land dat met een immigratiecrisis kampt;
noch zijn wij de eersten die drastische maatregelen overwegen
om de stroom asielzoekers die ons land bereikt, in te dammen.

In zijn eerste maanden na zijn aantreden
maakte de Amerikaanse president Donald Trump
zijn eigen belofte waar om de grenzen van Amerika strenger te bewaken,
onder andere door illegale immigranten te deporteren.

Onder hen bevonden zich verschillende Iraniërs
die beweerden een gegronde vrees
voor vervolging te hebben bij terugkeer naar huis,
gezien hun openlijke bekering tot het christendom.

In mei stelde een Amerikaans congreslid voor
om de wetgeving te wijzigen
om dergelijke religieuze vluchtelingen
te beschermen tegen deportatie.
Ze noemde haar wetsvoorstel, de Artemis Act,
naar een van de Iraniërs die naar Panama was gedeporteerd.

In juni kwam de kwestie weer in het nieuws
toen een andere Iraanse asielzoeker werd gefilmd
terwijl hij een paniekaanval kreeg
toen haar man, een medechristen,
werd meegenomen door de Amerikaanse immigratiedienst ICE.

In juli reisde de dominee van het echtpaar
– eveneens een Iraanse christen
die enkele jaren geleden als vluchteling
in de Verenigde Staten was aangekomen –
naar het Witte Huis om een driedaagse hongerstaking te houden
uit protest tegen de detentie van zijn kerkleden.
En in augustus riep de dominee in een interview
op tot ‘diepgaande hervormingen’ van het immigratiesysteem.
Hij zei dat ‘de meeste [Iraanse christelijke asielzoekers in de VS]
vele malen hebben geprobeerd om via een legale weg binnen te komen,
zoals een vluchtelingentraject,
maar dat er voor Iraniërs
geen legale manier is om vluchteling te worden in de Verenigde Staten.’

Een legale weg voor religieuze vluchtelingen
is ook iets waar andere landen voor gepleit is,
want alleen al in de afgelopen twee jaar
is er menigmaal gepubliceerd over de benarde situatie
van Iraanse christelijke vluchtelingen
in Turkije, Georgië en, dichter bij huis, Zweden.
Tegelijkertijd zijn er ook zorgen geuit over Iraanse christelijke vluchtelingen
in verschillende andere landen, waaronder Armenië, Irak en Indonesië.

In elk van deze landen lijkt de gemene deler
simpelweg te zijn dat deze vluchtelingen
– hoe terecht hun claims ook zijn –
ongewenst zijn en niet vertrouwd worden door hun gastheren.

Stel je het volgende eens voor:
Als je in Nederland was en je had niets
om je kinderen of kleinkinderen te voeden, wat zou je dan doen?
Je zou naar het volgende land gaan
en hen vragen om hen te voeden.
En dat is wat het betekent
om een economische migrant te zijn.
Het gaat er niet om:
‘O, ik heb een mooie auto, maar ik wil een mooiere auto.’
Dit zijn mensen die letterlijk verhongeren
en zich zo wanhopig voelen.
En natuurlijk probeer je dan te verhuizen.

Ik weet niet zeker of Geert Wilders het ermee eens zou zijn,
maar wat je standpunt
over de noodzaak van grenscontrole ook is,
we zouden het er toch allemaal over eens moeten zijn
dat degenen die oprecht beweren
aan vervolging te zijn ontkomen,
onze hulp moeten krijgen,
of op zijn minst beschermd moeten worden door het non-refoulementbeginsel.

Geert Wilders in Zwolle; 7 juli 2025

 

Na het bezoek van Wilders aan Zwolle
om het debat over de komst van een azc
te kapen in zijn eigen voordeel,
vaak met slaan op de trommel
van het verlies van óns Nederland;
wil ik deze zaak eens verder uitdiepen.

Want…
Moeten de grenzen voor vreemdelingen nou dicht?
En vooral: wat moeten we met de vreemdelingen
binnen onze grenzen doen?
Kortom, immigratie, immigranten
hoe gaan we daarmee om
Het zijn dus vragen die
– geïnstigeerd door vooral populistische bewegingen –
het debat voorafgaand aan de verkiezingen in Nederland
op welke manier dan ook, gijzelen.

Wat mij interesseert, is de rol
die het christendom speelt in dit debat,
zoals het aan beide kanten
van het debat wordt aangehaald.

Rechts gaat het argument als volgt:
Nederland is (of was) een christelijk land.
Het dreigt nu overspoeld te worden
door mensen die dat geloof niet delen,
of de waarden die in het christendom geworteld zijn.
Daarom moeten we snel een einde maken
aan de excessieve immigratie,
met name migranten
uit conservatieve islamitische landen.
Als we dat niet doen,
zullen we Nederland ingrijpend zien veranderen
en zijn uitgesproken christelijke identiteit verliezen.

“De ‘Joods-christelijke waarden’
die de basis vormen van ‘alles’ in Nederland.
Deze waarden waren:
‘het gezin is belangrijk, de gemeenschap is belangrijk,
de samenwerking is belangrijk, het land is belangrijk.

‘Het christendom heeft het karakter van Nederland
door de eeuwen heen gevormd.
En er heerst ongetwijfeld op veel plaatsen,
vooral in de meer achtergestelde gebieden,
een gevoel dat gemeenschappen zijn veranderd
en onherkenbaar worden ten opzichte van wat ze waren.’”
Dat is het mantra.

Toch is het moeilijk om dit alles
als uitgesproken christelijk te bestempelen.
Veel moslims zouden vrijwel hetzelfde beweren,
en het zou moeilijk zijn om zijn lijst te beschrijven
als een adequate samenvatting van de boodschap van Jezus.
‘Joods-christelijke waarden’ worden rechts vaak gelijkgesteld
aan ‘Nederlandse waarden’, die worden gedefinieerd
als ‘democratie, de rechtsstaat, individuele vrijheid
en wederzijds respect en tolerantie
voor mensen met een ander geloof en andere overtuigingen’.
Het is moeilijk voor te stellen dat iemand gekruisigd
zou worden omdat hij dat predikte.

Toch wordt het christendom ook links gebruikt.
Regelmatig klinken woorden als:
‘Jezus zou oproepen om migranten te verwelkomen.
De vluchtelingencrisis is een morele test.
Jezus leerde ons vluchtelingen te respecteren.
Hijzelf zei: ‘Verwelkom de vreemdeling…’
En de Bijbel zegt:
‘De vreemdeling die onder u verblijft, moet behandeld worden als een autochtoon’.

Het is zeker een betere weergave van de leer van Jezus dan die rechts bezigt.
Maar links maakt het verwelkomen van de vluchteling
vaak deel uit van een bredere en diepere waarde
van ‘diversiteit’ als een op zichzelf staand goed.
Multiculturalisme, de caleidoscoop van culturen
die je in veel winkelstraten vindt met
Indiase, Thaise, Italiaanse en Marokkaanse restaurants,
of het beeld van kinderen uit verschillende landen
en religies die vrolijk rondrennen op een schoolplein,
is een geliefd cliché van seculiere progressieve mensen.

Het probleem is dat het voor velen
in delen van de samenleving niet zo voelt.
Sommige mensen kunnen multiculturalisme omarmen
omdat het hun manier van leven
niet fundamenteel bedreigt. van het leven.
Vreemden omarmen is makkelijker
als je een vaste plek hebt om ze te verwelkomen.
Een thuis waar het gezin goed met elkaar overweg kan,
waar de ouders eensgezind zijn
en de kinderen tevreden,
zal veel eerder in staat zijn
om onbekende gasten te verwelkomen
met de nodige nieuwsgierigheid
om van hen te leren.

Maar een gezin vol spanning en gekibbel
zal de vreemdeling waarschijnlijk
helemaal niet verwelkomen,
omdat de nieuwkomer
de bestaande spanningen nog verder zal aanwakkeren.

Maar een samenleving die een gevoel
van gedeelde, brede en sterke identiteit verliest,
is niet in staat een vreemdeling te verwelkomen.
Wat ons anders maakt, is alleen verrijkend
zolang we ons er allemaal van bewust zijn
dat we iets hebben dat ons verenigt.
Bij gebrek aan een verbindende band
blijkt verschil bedreigend te zijn.

De visie van links;
van diversiteit als een doel op zich,
alleen bijeengehouden
door een vaag idee van tolerantie of seculariteit
waar niemand het leven voor waard vindt –
dreigt de banden die ons binden te ondermijnen,
omdat het geen duidelijke kern biedt
die ons bij elkaar kan houden.

Het christendom biedt geen immigratiebeleid.
Zowel links als rechts kunnen aanspraak maken
op enige legitimiteit in het christelijke verhaal.
Wat het christendom echter wél biedt,
is een gemeenschap die een morele scholing biedt
die draait om Jezus,
als degene die ons de ware vorm
van het menselijk leven laat zien,
de noodzaak van zelfopoffering,
niet van zelfgenoegzaamheid
als sleutel tot een functionerend gemeenschapsleven,
en de heilige waarde van ieder mens;
overtuigingen die op hun beurt
de vreemdeling kunnen verwelkomen
in een veilig en zelfverzekerd thuis.

Deze zaken zijn door de eeuwen heen
vanuit hun intense kern
in de christelijke kerk
naar de bredere samenleving doorgedrongen.
Ironisch genoeg worden ze vandaag de dag
meer uitgehold door het secularisme dan door de islam.

Het werkelijke probleem van onze tijd
is niet de massale immigratie (zoals rechts het wil)
of het onvermogen om de grenzen
volledig open te stellen (voor links).
Het is de wijdverbreide uitholling van het christelijk geloof.

De verdwijning van het christendom
wordt bijna zonder slag of stoot geaccepteerd.
Het wegebben van het geloof wordt als vaststaande feit begroet.
Dit is misschien grotendeels de schuld van de kerk zelf,
een gebrek aan moed om haar eigen boodschap te uiten
en zich te presenteren
als een zoveelste maatschappelijke lobbygroep
voor diverse doelen in plaats van een gemeenschap
die draait om Jezus.
Maar het is ook te wijten aan de grote groepen
hoogopgeleide mensen uit de middenklasse
die graag de naam van Jezus claimen
wanneer het hen uitkomt,
en die teren op het culturele erfgoed van het christendom
zonder te investeren in de toekomst ervan
door ook maar in de buurt van een kerk te komen.

Een goed immigratiebeleid vereist
de compassie die de kwetsbare vreemdeling verwelkomt.
Maar het vereist ook een sterke, verenigde gemeenschap
met gedeelde waarden om hen te verwelkomen.

Een vernieuwd christendom
zou de redding kunnen betekenen
voor zowel rechts als links,
of op zijn minst een dieper en rijker verhaal
kunnen bieden dan elk van beide afzonderlijk kan bieden.
Een verhaal dat een sterke kern biedt
die een samenleving bij elkaar houdt,
maar dat tegelijkertijd de vreemdeling verwelkomt
als een geschenk en niet als een bedreiging.

Nu er formatiebesprekingen zijn over een mogelijk te vormen kabinet tussen het CDA, de VVD met gedoogsteun van de PVV buitelen de belangengroeperingen over elkaar heen die oftewel voor of tegen het te vormen kabinet zijn. Met veel kabaal proberen ze hun eigen mening over het voetlicht te krijgen en ze roeren zich dan ook danig in de verschillende media. Sinds enige tijd is er een nieuwe groep actief die pro of contra het te vormen kabinet is, namelijk de predikanten en voorgangers. Aan de ene kant heb je bijvoorbeeld de groep rondom Ben Kok, de Amersfoortse voorganger die een kabinet met gedoogsteun van de PVV steunt. Aan de andere zijde van het spectrum bewegen zich onder andere de predikanten Pals en Wachtmeester. Zij (s)preken zich uit tegen zo’n mogelijk kabinet.

Ex Cathedra is de Latijnse term voor een uitspraak vanuit de zetel (kansel), meestal gebezigd voor de gezagvolle  leeruitspraken van de paus, maar meer algemeen is deze term ook te  gebruiken voor het uitspreken van een mening op belerende toon aan toehoorders.

Nu hoorde ik vanochtend dat de predikanten die tegen een te vormen VVD-CDA(-PVV)kabinet zijn, dit ook vanaf de kansel willen verkondigen. En dit schoot een aantal ‘mensen op de straat’ in het verkeerde keelgat. ‘Een dominee moet zich niet (vanaf de kansel) met de politiek bemoeien’, ‘Kerk en staat moeten gescheiden blijven’ zo wordt door hen gezegd.

Eerlijk gezegd heb ik met dit soort uitspraken nogal wat problemen.  Wat wil men dan zondags van de kansel horen? Een feelgoodpreek met een praatje dat met het zondagse kopje koffie en bijbehorende gebakje  lekker wordt weggeslikt en wordt vergeten. Een preek mag aan het denken zetten, schuren. Ook een predikant mag en heeft mijns inziens ook de verplichting zijn vinger te leggen bij zaken die in het dagelijks leven de mensen bezighoudt en dat is heden ten dage dus ook de de discussie rondom de vorming van dit mogelijke kabinet. Dat een predikant daarbij zijn mening geeft over zo’n kabinet vind ik ronduit begrijpelijk. Waarom zou een predikant zich wel mogen uitspreken over het algemenere heb uw naaste als uzelf en dat niet mogen specificeren in het uiten van hun mening (gegrond op hun christelijke overtuiging) over een te vormen kabinet?

Christenzijn betekent in de wereld staan en een boodschap hebben voor die wereld, ook al is die ‘politiek’!