Psalm-84-vers-12naar aanleiding van psalm 84

Johannes zegt het ook in zijn apostolische brief: de volmaakte liefde drijft de vrees uit. (1 Johannes 4,18) Zoiets hoor ik ook in dat slot van psalm 84. God de Heer is een zon. Zoals iedere morgen de opkomende zon de nacht majestueus verdrijft, zo laat God in Christus de Zon van de gerechtigheid opgaan die de spoken en schimmen van de duisternis verdrijft en met haar licht en warmte nieuw leven wakker roept. Want God de Heer is een zon en een schild. Genade en glorie schenkt de Heer. Zijn weldaden weigert hij niet aan wie onbevangen op weg gaan.
We komen in de Bijbel nog al eens mensen tegen die juist wel bevangen worden. Vaak door zorgen, angsten. We komen het heel specifiek tegen bij Jezus leerlingen. Op allerlei sleutelmomenten lezen we: ‘ze werden bevangen door grote schrik.’ Keer op keer komen we in de Bijbel de aansporing tegen om niet bang te zijn, niet bevangen te zijn door angst of schrik. En dat is precies de aansporing die we vinden in het slot van psalm 84. Om onbevangen op weg te gaan: want God de Heer is een zon en schild. Genade en glorie schenkt de HEER, zijn weldaden weigert Hij niet, aan wie onbevangen op weg gaan. HEER van de hemelse machten, gelukkig de mens die op u vertrouwt. (psalm 84,12-13)
Echt onbevangen kijken en leven is zo simpel nog niet. Dat je niet wordt bevangen door iets, niet geremd leeft. Hoe vaak hoor je jezelf of een ander niet van die typische zinnetjes zeggen als: Daar gaan we weer! Al ik het niet dacht! Zie je wel! Het is altijd weer hetzelfde liedje. Waarom verbaast me dit nu niet? Je bent je van die associaties meestal niet zo bewust maar die worden gevoed door wat je hebt geleerd en meegemaakt, hoe je bent gevormd. Er zitten heel wat vooroordelen in waar je jezelf niet zomaar van kunt losmaken. Echt onbevangen leven is onmogelijk zegt de psychiater. Je kijkt nu eenmaal altijd gekleurd naar de werkelijkheid. Het is al heel mooi als je je steeds meer bewust wordt van de bril, de lens, de vooroordelen die je bij je draagt.
Onbevangen op weg gaan.
Psalmisten zijn realistisch en robuust. Maken het niet mooier dan het leven is. Dat is zeker ook het geval in deze psalm 84. God is een schild maar dar betekent nog niet dat je geen strijd zou hoeven leveren. Er zijn en blijven dorre streken en soms moet je er dwars door heen, Maar juist in zulke streken is God als een bron, een milde regen. Ik dwaal soms duizend dagen ‘elders’, verloren, verdwaald in ‘tenten van de goddelozen.’ Ze staan voor een hol, plat, vlak en leeg bestaan waar God praktisch uit is verdwenen en waar ik zelfs kan wonen. Me er te lang en te gemakkelijk in thuis voel. Maar er zijn God zij dank ook tijden en plaatsen waar ik weer iets proef van Gods nabijheid. God is weliswaar een zon maar die zon moet iedere keer opnieuw opgaan en in en om en voor mij de duisternis verdrijven.
Onbevangen op weg gaan, het betekent dat je ondanks of juist dankzij alles wat je hebt meegemaakt er toch ruimte blijft voor verwondering. Je het aandurft je te laten verrassen. Zodat je je beeld van hoe je dacht dat iemand was durft te laten bijstellen, te corrigeren, te vernieuwen. Dat je enerzijds lessen trekt uit het leven dat je achter je hebt en je ergens toch ook ruimte laat voor het wonder van een nieuw begin, een andere kijk. Wie zo op weg gaat, zegt de psalm, zal verrast worden door weldaden van God. Die zal momenten meemaken van genade en glorie. Want God, de HEER van de hemelse machten, weigert zijn weldaden niet, aan wie onbevangen op weg gaan.

Oké, het onderhouden van je lichaam zal zeker goed zijn, immers het gezegde zegt ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’, maar ik denk dat de huidige gezondheidscultuur waar het lichaam bijna als afgod gaat functioneren doorslaat. Je kunt tegenwoordig bijna geen weg meer berijden of op het (fiets)pad ernaast loopt een persoon van willekeurig welke leeftijd druk te joggen. Lijkt me heel gezond zo langs die weg, liters fijnstof naar binnen zuigen ;0). Reclames doen ons geloven dat het lid zijn van een sportschool een noodzakelijkheid is voor het leven. Ten aanzien van dit onderwerp bleef een idee uit het boek van Philipp Blom over cultuur en  crisis in de jaren 1918-1938 (Alleen de wolken) bij mij haken. Hij schrijft dat mensen vanuit onzekerheid juist in die jaren hun toevlucht zochten in bodybuilding en een cultuur waar gezondheid en fitness centraal stonden. Het lijkt wel alsof in ons tijdsgewricht van onzekerheid er eenzelfde reflex ontstaat. Maar deze bijna verafgoding van het eigen lichaam lijkt ook het christelijk erf in vermomde te hebben bereikt. Er zijn christelijke bewegingen waar fysieke uitdagingen een wezenlijk onderdeel uitmaken van christelijke levensstijl. Het adagium lijkt te zijn: alleen door de herontdekking en herwaardering van je eigen fysieke leven kun je succesvol zijn in je geestelijk leven. De bovenstaande tekst uit 1 Timoteüs 4 brengt hier volgens mij een ‘gezonde’ dosis relativering in aan.  Gods wil te doen, dat is het belangrijkste. Oefeningen doen voor je lichaam ‘best wel nuttig’. Successen behalen op lichamelijk vlak is kortom (alleen maar) ‘best wel nuttig, niet minder maar ook niet meer! Gods wil doen gaat daar boven uit en is iets wat je niet uit je zelf kunt doen. Dat is enkel genade en genade is precies het tegenovergestelde van succes. Genade is eigenlijk het succes van God. Hij overtreft Zichzelf, Hij overtreft Zijn eigen rechtvaardigheid door ons iets te geven wat we niet verdienen. Succes verdien je, genade krijg je. Succes maakt opgeblazen, genade maakt dankbaar.
niet jezelf presenteren
 Genade is de grote gelijkmaker. In de maatschappij zullen altijd lagen blijven. De losers en de winners. Degenen die bijdragen en degenen die de hand ophouden. Degenen die bekend zijn en onbekend. Maar in Christus vallen die verschillen weg. ‘We zijn allemaal bedelaars’, zei Luther. Voor de een is dat makkelijker te erkennen dan voor de ander. De vrouw die Jezus voeten zalfde wist wel dat ze het van genade moest hebben. Voor Paulus was dat een moeilijker proces. Maar uiteindelijk kon hij met heel zijn hart zeggen dat alle dingen die hij vroeger als winst zag, zijn mooie cv, zijn afkomst, zijn hoge opleiding, niet meer telden. Het was vuilnis vergeleken bij het kennen van Jezus. Hij wilde alleen nog roemen in het kruis. Met andere woorden, het enige waar hij nog trots op wilde zijn was wat God voor hem had gedaan, uit genade. Niets anders was nog de moeite waard om over op te scheppen.
 
Dit is een punt waarop christenen fundamenteel zouden moeten verschillen van de wereld. In de wereld moet je jezelf neerzetten of profileren. Je sterke kanten laten zien. Het liefst nog wat overdreven, want dat doet iedereen en als jij dat niet doet, benadeel je jezelf. In Gods Koninkrijk tellen onze prestaties echter niet. Wat telt is de genade van God. Wat Hij heeft gedaan ondanks onze eigen zwakheden. De overdreven gezondheidscultuur is fundamenteel onchristelijk. Het is een enorme verleiding waar vrijwel iedereen mee te maken krijgt, maar alle glans die naar ons gaat, doet af van de glans van de genade van Christus.