‘Van krantenjongen tot miljonair’ zo wordt de Amerikaanse droom wel uitgedrukt: iedereen kan ver komen, als je de kansen maar benut en een beetje geluk hebt. Maar is dat wel zo in ons land? Uit onderzoek blijkt dat de afstand tussen rijkeren en armeren steeds groter wordt, en de kans om van de ene groep in de andere te komen steeds kleiner. Wat dat betreft lijkt er een Bijbels gezegde van toepassing ‘aan wie heeft, zal gegeven worden’. Een paar voorbeelden maken het principe wel duidelijk. Als je rijk genoeg bent om een huis te kopen, heb je na dertig jaar geen hypotheeklasten meer, maar wel een huis dat je kunt verkopen. Als je je echter geen koophuis kunt veroorloven, hebt je na je pensioen nog steeds de maandelijkse huurkosten, en géén huis dat geld waard is… Ander voorbeeld: als je geld hebt, kun je het je veroorloven om het maximale risico te nemen bij de zorgverzekering, en ben je maandelijks goedkoper uit. Iemand zonder buffer kan dat niet doen en betaalt meer. En zo is het met opleiding ook: wie geld heeft kan bijles voor de kinderen betalen, zodat ze een hogere opleiding voltooien en meer gaan verdienen dan de kinderen van iemand met weinig geld.
‘Aan wie heeft zal gegeven worden’ – het is wel waar. Maar waarom staat zo’n cynische wijsheid in de Bijbel? Of is dit anders bedoeld? Als je het nazoekt, gaan deze woorden in elk geval niet over geld. Het gaat over hoe je in het leven staat. Het gaat over groeien in een leven met God. En daarin werkt het inderdaad zo: als je daar eenmaal iets van kent dan neemt het gaandeweg een steeds grotere plek in in je leven. Het wonderlijke is: juist wie veel ‘heeft’ op aards vlak is in spiritueel opzicht vaak nogal arm. Wat dat betreft keert God de rollen om. Maar de gift is beschikbaar, voor iedereen. Strek je er maar naar uit, dan begint er een sneeuwbal te rollen!
Op een bepaalde leeftijd val je van je van je geloof. Kleuters geloven nog heilig in Sinterklaas en zijn goede gaven. Iets oudere kinderen weten van ‘hulpsinterklazen’ maar geloven toch ook nog in een échte. Maar ergens in de onderbouw blijkt dat niet meer dan een verhaal. Wil je cadeautjes, dan zullen we die elkaar moeten geven! Op een bepaalde leeftijd van je van je geloof. Tenminste, als je de hoofdlijn van krant en televisie volgt. In veel artikelen in tijdschriften en kranten vertelt bijna wekelijks iemand hoe hij of zij ergens in de tienertijd stopte met geloof serieus te nemen. Geloven in God als fase in de ontwikkeling naar volwassenheid, zo wordt het vaak in de media neergezet, ook bijvoorbeeld bij verscheidene praatprogramma’s. Over geloof en geloven wordt een beetje smalend gedaan. Grow up!! Een weldenkende volwassene die nog gelovig is? Dan is er zeker iets mis gegaan! Lijkt Sinterklaas op God? In bepaalde opzichten wel. Alwetend over ieders daden, het goede belonend en het kwade straffend. In het bezit van een groot boek. Wensen verhorend, vanwaar die ook worden opgezonden. Als contrast een duistere figuur – Zwarte Piet is echt geen ‘onderdrukte slaaf’ maar oorspronkelijk een symbool van duistere machten. Is het dan niet logisch dat je na je geloof in Sinterklaas ook van je geloof in God afvalt? Er zijn genoeg mensen die God zien als een soort hemelse Sinterklaas, met eerbied gesproken. Doe je goed dan word je beloond, doe je fout dan zwaait er wat. Echter, is dat nu de God waar christenen in geloven? Zo’n god is slechts een projectie van het gevoel voor goed en kwaad. Ik wenste wel dat meer mensen van dat geloof vielen! De God waar ik in geloof is heel wat meer. Hij leert me wat liefde is, en genade. Hij geeft geen cadeautjes, maar Hij geeft zichzelf – in de kribbe en aan het kruis. Hij komt niet ééns per jaar, maar is er altijd. Hij inspireert mensen tot goede daden, in plaats van ze erop af te rekenen. Nee, God is geen Sinterklaas. En ik geloof nog steeds. In Hem.
Veel mensen zeggen: elk mens heeft een kiem van geloof, een klein begin. Dat kleine begin heeft de Heilige Geest buiten de Bijbel om in het hart van elk mens gelegd. Door de verkondiging wordt die kiem tot leven gewekt. Ik zie dat echter anders: God breekt ons hart open. Theologisch gezegd: God werkt het verstand in ons hart. Het geloof is niet alleen een zaak van verstand, maar raakt ons hart, ons diepste zelf. Terwijl in heel de maatschappij wordt geleerd dat je leven een project is wat je zelf vorm moet zien te geven, wat je naar je eigen voorkeuren en passies mag invullen…, waar je iets van moet maken waar je trots op kunt zijn, waar je van kunt genieten…, leert Jezus ons om ons leven te zien als een offer, een geschenk voor God. Je leeft allereerst voor Hem. Kijk zo naar je eigen leven. Probeer niet het ene met het andere te combineren: zoiets als: mijn leven als mijn eigen project, waarin ik dan ook nog wat offer aan God? Ik merk ook bij mijzelf dat ik het soms zo lastig vind als al die mensen om me heen gewoon bezig zijn met hun eigen leven en hun eigen idealen – van een mooi huisje tot een glansrijke carrière, een uitgegroeide hobby, of gewoon allerlei leuke dingen doen, wat leuks van het leven te maken – om dan toch zelf te zeggen: ‘maar ik kies eerst voor God. Ik wil Hem grootmaken met mijn leven, dat is het allerbelangrijkste. Ik buig niet om, ja, ik buig alleen voor God.’
Thomas a Kempis zei het – met hele oude woorden – eens als volgt: Vol vertrouwen op uw goedheid, Heer, en uw grote barmhartigheid kom ik tot U, een zieke bij zijn arts, een hongerige en dorstige bij de bronnen van het leven, een bezitloze bij de koning van de hemel, een dienaar bij zijn Heer, een schepsel bij zijn schepper, een ontredderd mens bij zijn milde trooster. Maar hoe bestaat het dat U tot mij komt? Wie ben ik, dat U uzelf aan mij geeft? Hoe waagt een zondaar het voor U te verschijnen? En U, hoe verwaardigt U zich tot een zondaar te komen? U kent uw dienaar en weet dat er niets goeds in hem steekt en dat er geen enkele reden is om hem dit te geven. Ik belijd dus mijn nietswaardigheid, ik erken uw goedheid, ik prijs uw mildheid en breng U dank om uw grote liefde.
Heeft de mens het eigen geluk in de hand? Als christenen vieren we met Pasen vieren we dat Jezus Christus ons heeft bevrijd door Zijn dood en opstanding. Daarin let hij zij zien dat wij niet meer van alles hoeven te doen om ons geluk te bewerkstelligen of bij God in een goed blaadje te komen. Ons eigen geluk hoeven we niet meer na te jagen en te perfectioneren omdat we mogen weten dat het echte geluk er al lang is. En nog beter: we hoeven ons zelf niet waardevol te maken, want we zijn al waardevol in de ogen van God. Hoe zit het dan met die waarde van een mens? Maak je je eigen geluk? Vanuit de cultuur waarin we leven, waarin reclames eindigen met zinnen als ‘omdat je het waard bent’, word je van alle kanten opgeroepen om die waarde veilig te stellen! Dan zeggen we: ik ben waardevol. Het past naadloos in onze cultuur. Of als christelijke variant, zeggen we dan: ik ben zo kostbaar in Gods ogen dat Hij zijn eigen Zoon stuurde om mij te redden. Beide kloppen niet met het evangelie. Jezus wil ons juist bevrijden van de gedachte dat de wereld om ons draait. Jezus doet dat door Zijn wereld om ons te laten draaien. Dat is bijzonder. Als er één is die het recht heeft om de wereld om zichzelf te laten draaien en zichzelf in het middelpunt te zetten, is het Jezus wel. De wereld is immers van Hem en Hij staat in het middelpunt. Maar wat doet Jezus? Hij laat zijn wereld, zijn leven om ons draaien. Zo laat Hij zien wat liefde is. Hij offert zichzelf op om onze wereld draaiende te houden. Zo wil Hij je bevrijden van die eindeloze gerichtheid op jezelf.
De Amerikaanse filosoof Michael Sandel schrijft met zijn boek De tirannie van verdienste één grote kritiek op het meritocratische ideaal dat hoogtij viert. Een meritocratische ideaal kun je als volgt samenvatten: Je sociaaleconomische positie wordt bepaald door je verdienste (merites). Iedereen krijgt wat hij verdient. Gericht zijn alleen op jezelf. Iedereen – ongeacht afkomst, huidskleur, geaardheid, gender – kan succesvol zijn en stijgen op de sociaaleconomische ladder. Als je maar je best doet en hard werkt. Volgens Sandel is precies dit ideaal een gif dat onze samenleving en onszelf ziek maakt: Jij maakt je geluk! Het gevolg van het heilig geloof in deze op verdienste gebaseerde verdeling in de maatschappij, is dat degenen die onderaan de sociale ladder staan niet alleen (kans)arm zijn, maar bovendien denken dat dit komt omdat ze gefaald hebben. Andersom staan de rijken of succesvollen niet alleen boven de rest, maar denken ze vooral ook dat ze hier recht op hebben: jij hebt immers je eigen geluk gemaakt. Ze hebben immers hard gewerkt om te komen waar ze nu zijn, hebben op een goede universiteit gezeten waar ze alleen maar terecht konden omdat ze nu eenmaal beter konden leren dan anderen. Kortom: je sociaaleconomische plaats in de maatschappij is het gevolg van jouw eigen handelen en daarmee volledig jouw eigen verantwoordelijkheid. Sandel constateert dat het meritocratische ideaal vaak in feite niet werkt: word je geboren in een arm gezin, dan is de kans klein dat je zelf ooit rijker wordt dan je ouders. Het geloof dat iedereen die over aanleg beschikt en hard werkt kan opklimmen, strookt vaak niet met de feiten.
Wat beslissend voor jouw leven is je verhouding met Jezus. Hij beslist jouw waarde. Want Hij heeft alles in handen, Hij heeft de Geest zonder maat, Hij spreekt, en zijn woorden zijn woorden van God en dus eeuwig leven. Alles draait om Hem. Ga dus leven naar je waarde. Die ontvangen waarde. Je bent waardevol geworden omdat Jezus zich arm betaalde!
Ten slotte volgt dan de fase van aanvaarding. Aanvaarden dat de Nederlandse samenleving sinds half maart 2020 niet meer gelijk is als daarvoor.
Aanvaarden dat heel de wereld veranderd is en dat zaken niet meer gaan zoals we ze gewoon waren. Dat een anderhalvemetersamenleving van deze tijd is. Dat dit grote consequenties heeft voor evenementen zoals concerten, festivals, sportwedstrijden en kerkdiensten.
Aanvaarden betekent loslaten van wat was en het nieuwe normaal omarmen. Al blijft het voelen als abnormaal. Want aanvaarden en loslaten is wat anders dan vergeten hoe het was. Toch realiseer ik me dat ik de nieuwe situatie niet aanvaard heb. In deze fase ben ik niet beland. Ik houd en wil teveel vasthouden aan mijn oude leven. Ik vraag me zelfs af of ik de fase hiervoor al in ben gegaan. Veel meer ontdek ik bij mij zelf het marchanderen. Want als dat medicijn er nu is en mensen er tegen gevaccineerd kunnen worden, dan is het toch klaar en dan gaan we toch gewoon verder zoals we in 2019 gewend waren. Ik hoop van harte dat er een moment komt waarop we als samenleving opgelucht en met vreugde in het hart kunnen zeggen: ‘Dit is zo 2019’. Ik verlang er naar. Een normale samenleving waarin mensen misschien op gepaste afstand dicht bij elkaar leven en gevaar van besmetten of besmet worden geweken is.
Ik weet niet of die tijd komt. Als het lukt om binnen een korte periode met medicijnen mensen die besmet zijn te genezen en door vaccinatie te voorkomen dat mensen ziek raken, dan lijkt deze periode tijdelijk te zijn. Dan hebben we ‘slechts’ het verlies te verwerken van geliefden die gestorven zijn door het coronavirus, van bedrijven die omgevallen zijn en van een tijd waarin we niet bij elkaar over de vloer kwamen. Dan rest het de samenleving slechts om dit te aanvaarden. Voor talloze mensen zal het persoonlijk moeilijk zijn om tot aanvaarding te komen, maar als samenleving zal deze stap niet zo groot zijn. Er zal een nieuw ‘goed’ moeten komen. In de kerk zal nagedacht moeten worden over de invulling van kerk zijn in de komende jaren. Voor kerkdiensten lijken online diensten een goed alternatief. Tegelijk is dit het doorgaan op oude voet. Zal er een ander ‘normaal’ komen? Zover zijn we nog niet, maar ik laat me graag verleiden om verder te denken. Bovenal wil ik me laten leiden door de Geest van God. Want Hij die hemel en aarde geschapen heeft, blijft dezelfde tot in alle eeuwigheid. God verandert niet en is en blijft betrokken bij deze wereld en in het bijzonder bij de kerk op aarde. Voor een kerk die niet weet hoe het verder moet, maar wel door heeft dat het niet bij het oude kan blijven, is het gebed tot Hem en om leiding door de Heilige Geest het enige wat rest. Het brengt de gedachten bij de volgelingen van Jezus die na de hemelvaart van de Here Jezus eensgezind bijeen waren in bidden en smeken. God vulde hen met Pinksteren met de Heilige Geest en gaf en de mogelijkheden om het Evangelie van Jezus Christus te delen met allerlei mensen en in allerlei talen. In dit vertrouwen wil ik leven. Dat God ook nu door Zijn Geest geeft wat nodig is om het Evangelie van Zijn Zoon te delen. Zo mogen we te midden van een rouwproces de Heer dienen met blijdschap.
We hebben een raar jaar achter de rug. Halverwege maart kwam alles er opeens heel anders uit te zien. Er kwamen allerlei beperkingen om een mysterieus virus tegen te houden. Wat er nu eigenlijk op ons af ging komen, wisten we niet. In het nieuws was er al wel enige tijd aandacht voor. Ik herinner me van het begin van het jaar dat ik een filmpje zag van Chinezen uit Wuhan die werkten op een kantoor, waarbij elke werkplek met plastic folie afgeschermd was waarbij ze zelf ook ook in plastic waren ingepakt. Toen was het nog iets van ver weg. Al vrij snel kwam het dichterbij en kwam het virus in Europa. Met name vanuit Italië kwamen verhalen die stil maakten: veel overlijdens, waardoor er geen tijd was voor een begrafenis. Een beetje onwennig werden kerkdiensten op een andere manier gehouden. was en wie moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Uiteindelijk kwam het virus ook in Nederland Er was even een tijd geweest waarin ik de paniek voelde: dit gaat maar door. Wanneer houdt het op? Wie gaan we nog meer kwijt raken? Ik denk dat iedereen wel een moment kan bedenken, waarbij je stil werd en niet meer wist wat je moest zeggen, omdat er zoveel gebeurde, dat je er niet onbewogen bij kon blijven. Een intensief jaar, een bewogen jaar.
Toch was in 2020 God er ook. In dat ingrijpende jaar met zoveel verlies en spanning en zorg. De ellende heeft niet het laatste woord. Er komt een andere tijd door God. Hij zal er zijn, zal redden en helpen en mij er nu doorheen helpen. God is sterker dan de dood en dan alle zorg en nood en zal er zijn en helpen en dragen. Dat is wat ook bijvoorbeeld een profeet uit het Oude Testament – Habakuk – zo diep raakte in wat hij zag en hoorde, wist. Dat is iets wat je in de Bijbel steeds weer tegenkomt: Juist als je heel diep zit en voor je gevoel niet dieper kan, kun je daar God ontmoeten, in de diepte. Het is een voorafschaduwing van Christus die zelf neerdaalde in de dood en in de hel, dieper kon Hij niet gaan en toch stond Hij op uit de dood en verbrak de macht van de dood.
Soms kan je een gevoel van somberheid bekruipen, als je het nieuws een beetje volgt. Coronadoden, gijzelingen, moord, corruptie geweld van allerlei aard. Het gaat maar door. Het ene slechte nieuws is nog niet gekomen of andere slecht nieuwsberichten staan al weer klaar. Crisis, problemen, tegenslagen, ze verdringen het goede en mooie dat er ook is zomaar naar de rand. En dat in de grote wereld, maar soms ook zo akelig dichtbij. De teleurstelling in je relatie, de lastige dingen op je werk, je gezondheid die zo ineens anders loopt. Je komt er niet los van. Een documentaire over oorlogsveteranen die voor de VN waren uitgezonden op missie kreeg als titel: oorlog in je hoofd. Deze mannen en vrouwen zijn teruggekeerd uit de strijd maar worden sindsdien geplaagd door PTSS: post traumatische stress stoornissen. Zij vieren weliswaar thuis kerst met geliefden rond de kerstboom. Maar in hun hoofd, hun hart, hun onderbewuste woedt de oorlog volop voort. Om moedeloos van te worden. We maken ons klaar om Kerst te vieren, maar is er sinds de komst van Jezus wel echt wat in deze wereld veranderd?
Je hoeft geen oorlogsveteraan te zijn om dit te herkennen. Die oorlog, die onvrede kun je tegenkomen in je eigen hart. De monnik en schrijver Anselm Grün schrijft ergens: we verlangen allemaal rusteloos naar iets, vooral naar rust, tevredenheid en acceptatie. Naar God dus. En, zegt Grün, steeds weer zoeken we onze eigenwaarde in bezit, geld, zekerheid, aandacht, erkenning, bewondering, seks, eer en macht. Maar, zegt hij, dat leidt tot ‘hebzucht, jaloezie, controledwang, geroddel, narcisme en geweld. Of altijd maar de lieve vrede willen bewaren. Of geen minuut zonder die smartphone kunnen. Eindeloos veel diploma’s willen halen. Altijd iets nuttigs willen doen. Door je werk geen tijd voor je gezin hebben. Voor alles een verzekering afsluiten. Piekeren over of je het wel goed genoeg doet.’ Aldus Grün
Wat zijn uw en mijn vijanden? Hebben wij vijanden? Van welke vijanden zouden we verlost willen worden? Misschien zegt iemand: voor zover ik weet heb ik geen vijanden en daar ben ik blij mee. In onze belevingswereld nu klinkt veelmeer de roep om verbinding. Het woord ‘verbinding’ is het woord, dat nu meteen referenties oproept, niet het woord vijandschap. Het woord ‘vijandschap’ lijkt ons terug te brengen in een wij-zij denken, waarvan de meeste mensen in het beschaafde Westen vinden, dat we daarvan af moeten.
Moeten we dan misschien veelmeer aan geestelijke machten denken, zoals vanouds de doodsvijanden, de duivel , de wereld en ons eigen vlees, beschreven werden. Of zouden we nog een andere kant op moeten denken: vijanden als samenvattend woord voor alle machten en krachten in de schepping en de geschiedenis, die het goede leven kapot willen maken? Dan komen we in onze tijd snel uit bij het Covid-19 virus. Vooral in het begin van de pandemie werd vaak oorlogsretoriek gebruikt om de strijd tegen dit virus aan te duiden. In de dagelijkse werkelijkheid hebben ook wij het er over, dat we samen het corona virus eronder zullen moeten krijgen. Maar wie hier publiek durft te spreken over een vijand waarvan we verlost moeten worden, wordt meewarig aangekeken of erger: ervan verdacht te behoren tot een gevaarlijke sekte. Dat geldt niet alleen het coronavirus. Wij moeten als mensen met en voor elkaar dingen oplossen: natuurwetenschap, medische wetenschap en techniek kunnen ons daarbij helpen. Ook de geesteswetenschappen, zoals psychologie en psychiatrie kunnen behulpzaam zijn. Het woord verlossen behoort tot het vocabulaire van de theologie, een wetenschap die buiten de christelijke bubbel geen enkele indruk lijkt te maken. Spreken wij niet vanuit een luxe positie? Wanneer wij het niet op een akkoordje willen gooien met de machten van het kwaad, krijgen we dan niet als vanzelf vijanden? Wanneer wij door het geloof, door de goede keuze te maken aan Gods kant komen te staan, dan begint de strijd allereerst al in ons eigen hart. ‘Het goede dat ik wil, doe ik niet, het kwade, dat ik niet wil, doe ik’. Vervolgens lopen we ook op tegen alles wat in strijd is met Gods wil in deze wereld: onrecht, vernietiging van Gods schepping, machtswellust, onderdrukking en al die andere dingen, waar onze wereld vol van is, vlakbij soms ook op ons werk, in onze kring van bekenden. Probeer er maar eens iets van te zeggen, probeer maar eens even het sluiten van compromissen te vermijden en je zult merken dat je vijanden hebt eer je er erg in hebt en soms helemaal in strijd met je vredelievende karakter.
Verkijk je dan niet op dat kind in de kribbe. Jezus Christus. Je eerste indruk is misschien: vertederend, schattig en een klein beetje zielig. Maar hier in de kribbe ligt iemand die als namen krijgt: Wonderbare Raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. Hij zal al snel deze kribbe en de doeken achter zich laten en op een heel eigen manier zijn heerschappij zichtbaar maken. Een vorst van de vrede zijn. Ja, vrede zal van zijn leven echt de kern zijn. Hij zal vrede mét God tot stand brengen en ook de vrede ván God realiseren.
Hij zal de strijd aanbinden met de diepere oorzaken van onze onvrede. De zonde die ons onze bestemming doet missen zal hij op zich nemen naar het kruis, het daar verzoenen en wegdragen. De boze machten die ons bezetten en binden. Ons van onze vreugde en vrede beroven zal hij onttronen en overwinnen.
Vrede op aarde, scanderen de engelen. Het Bijbelse woord vrede betekent meer dan afwezigheid van oorlog. Het Griekse woordje dat hier staat: ‘eirene’ gaat terug op het Hebreeuwse shalom. Het betekent zoiets als: op orde brengen, alles op zijn plaats zetten. Kerkvader Augustinus zei dat heel mooi: vrede is de kalmte die komt uit orde.
Vrede is daar waar evenwicht is, balans. Alle dingen de juiste plaats en proporties hebben. Deze vrede zorgt ervoor dat je als mens in al je relaties tot je volle bestemming mag komen. In verhouding tot God, tot jezelf en de ander. Hoor hoe de hemelse strijders het uitroepen. Eer aan God in de hoge, vrede op aarde. Eerst: eer aan God. En dan en op die manier ook: vrede.
Bijna niemand heeft hem gemist: de wilde theorie dat Bill Gates met hulp van het 5G-netwerk het coronavirus verspreidt, zodat iedereen zijn vaccin nodig heeft. Inmiddels vijf jaar geleden voorspelde miljardair Bill Gates dat er weleens een virus kon ontstaan dat de hele wereld zou ontwrichten. Nu is er het coronavirus. Dat kan geen toeval zijn, denken sommige mensen. Gates heeft het zelf in de wereld geholpen, zodat hij geld kan verdienen aan een vaccin, waarbij hij en passant een chip laat implanteren bij iedereen die dit vaccin ontvangt. Het teken van het beest uit het Bijbelboek Openbaring, vinden sommige christenen. (een soortgelijke gedachte deed trouwens ook de ronde bij de invoering van de streepjescode) Of deze: de anderhalvemetersamenleving is ingesteld zodat camera’s gezichten beter kunnen herkennen. Je hebt zulke complottheorieën waarschijnlijk wel gehoord. Misschien haal jij je schouders erover op en vind je zoiets lachwekkend. Hoe ga je om met zulke verontrustende berichten en met aanhangers van complottheorieën? Je merkt misschien dat zulke theorieën een kloof scheppen als je erover in gesprek bent met je buren of familieleden. Discussiëren of factchecken verkleint de kloof zelden. Integendeel, het lijkt of je alleen maar meer tegenover elkaar komt te staan. Hoe ga je daar nu mee om?
Allereerst: geruchten en complottheorieën zijn er altijd al geweest en waren voor de komst van journalistiek en internet nog veel sterker. Jesaja en Jeremia bijvoorbeeld leefden in zo’n tijd. Zij maanden tot kalmte: ‘Noem niet alles een samenzwering wat zij een samenzwering noemen. Wees niet bang voor wat hun angst aanjaagt’ (Jesaja 8:12). ‘Wees niet bang voor geruchten her en der. Dit jaar gaat er een bang gerucht, het volgend jaar gaat er een ander’ (Jeremia 51:46). En Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dat je dan niet verontrusten’ (Matteüs 24:6).
Een beetje nuchterheid kan dus geen kwaad. Er zijn voortdurend nieuwe geruchten of theorieën en die zijn echt niet allemaal waar. Maar het kan onbevredigend zijn om alleen nuchter naar ‘de feiten’ kijken. Is het coronavirus er alleen, omdat sommige mensen in China vleermuizen eten en een virus van dier op mens is overgegaan? Is het slechts stomme pech dat de globalisering er vervolgens voor zorgde dat het zo’n wereldwijde ramp is geworden? Hoewel dat misschien heel verstandig klinkt, is het ook nogal nihilistisch om te zeggen: dingen gebeuren nu eenmaal omdat ze gebeuren. Zo’n gedachtegang zit niet achter Jesaja’s, Jeremia’s en Jezus’ oproepen tot nuchterheid. Voor hen is de grootste reden om niet bang te zijn de overtuiging dat God zelf aan het werk is. ‘Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig, voor Hem zijn angst en ontzag op hun plaats’ (Jesaja 8:13). Jeremia ziet in de rampen die plaatsvinden God zelf zijn oordeel uitvoeren (Jeremia 51:47). Jezus spoort de leerlingen aan vooral waakzaam te zijn voor de komst van de Mensenzoon. Alle rampen die plaatsvinden, zijn het begin van de weeën, de aankondiging van Jezus’ komst. (Matteüs 24:6-44). Ook elders in het Nieuwe Testament kun je lezen dat in alles wat er gebeurt God aan het werk is. Het meest uitgebreid wordt dat geschilderd in het Bijbelboek dat ‘Onthulling’ of ‘Openbaring’ heet. Daar wordt gesproken over dat de dingen zijn niet wat ze lijken: het altaar van Zeus in Pergamum is niet alleen een religieus bouwwerk, het is de troon van Satan zelf (Openbaring 2:12). Het Romeinse rijk is niet het rijk van vrede, maar het is een allesverslindend godslasterlijk beest en het geld met de afbeelding van de keizer is het teken van dat beest (Openbaring 13).
Het gevoel dat er ‘meer aan de hand is’, klopt dus volgens de Bijbel. God is aan het werk. Dat is zeker ook verontrustend. Angst en ontzag voor Hem zijn op hun plaats. God kijkt niet vanuit de hemel machteloos toe, terwijl mensen oorlog voeren, elkaar onderdrukken, bedriegen, aan de kant zetten of zwartmaken. God haat al dat kwaad en wil het vernietigen. Daarom gaan volgens Openbaring zijn oordelen nu al over de wereld. Je kunt in rampen die de wereld treffen iets proeven van Gods woede over het kwaad en van zijn verlangen het kwaad te vernietigen. Uiteraard mag je er niet simplistisch over spreken, alsof je het allemaal snapt. Bijvoorbeeld door te veronderstellen dat zij die het hardst getroffen worden, ook het meest gezondigd hebben. Juist het besef dat God aan het werk is, moet jou ook nederig maken. Wie zou kunnen overzien wat God allemaal doet en waarom? Aansluitend bij Jezus’ woorden en de beelden van Openbaring kun je in de rampen van deze wereld ook Gods oordeel zien en de aankondiging van Jezus’ komst om alles en iedereen te oordelen. Jezus is én de komende rechter én degene die Gods oordeel heeft ondergaan. Onbegrijpelijk genoeg kan Jezus tegelijkertijd aan de kant van het slachtoffer en van de schuldige dader staan. Als slachtoffer liet Hij zich doodmartelen aan het kruis om daar een misdadiger welkom te heten in het paradijs. Gods oordelen hoeven niet alleen maar beangstigend en verpletterend te zijn als je ziet dat God ons zelfs in het oordeel niet alleen laat. Juist ook dan is Hij Immanuel (Jesaja 8:8,10). God is ook aan het werk door hen die protesteren tegen onrecht, die zieken en slachtoffers genezen en hen niet aan hun lot overlaten.
Je hoeft het coronavirus en de verspreiding ervan dus niet alleen maar te zien als domme pech. Er zit meer achter. God is daarin het werk. Je kunt er zijn oordeel in zien: deze wereld kan zo niet blijven bestaan. Tegelijkertijd: Hij is aanwezig in ieder die er alles aan doet om er voor de ander te zijn. Hij toont Zijn liefde voor de mens.
Hoe ga je dus om met verontrustende berichten en met aanhangers van complottheorieën? Als je gelooft dat God aan het werk is, is het goed om een beetje bescheiden te blijven en niet te denken dat jij precies weet hoe het allemaal in elkaar zit. Neerkijken op mensen die bizarre theorieën aanhangen, past al helemaal niet. Hun intuïtie dat er (soms) meer aan de hand is, wordt in de Bijbel bevestigd. Maar daar krijgt dat ‘meer’ wel een heel andere invulling: God is aan het werk! Daarom hoef je ook niet bang te zijn voor wat er gebeurt of wat er verteld wordt. Wel is het terecht om ontzag te hebben voor God die met zijn oordelen en zijn goedheid toewerkt naar een nieuwe wereld vol gerechtigheid.
(Na twintig afleveringen van ‘meditaties in tijden van corona’ heb ik besloten dat dit de voorlopig laatste meditatie is in deze reeks. Niet dat ik ophoud met bloggen, maar er zijn ook nog andere vormen en onderwerpen die aandacht verdienen. Ik hoop van harte dat veel mensen iets gehad hebben aan de meditaties en dat onze Here God mag werken via deze woorden.)
Verwondering, verrassing dat God die zo verheven is, tegelijk zo nabij kan zijn, zo betrokken op ons, op mij. Zo nabij dat ik voor hem een woning kan zijn. Deze psalm gaat over Gods grootheid én nabijheid. Over een God die ver is én tegelijk nabij. Maar liefst zeventien keer staat in dit lied het Hebreeuwse woordje kol: heel, al, alles. Vers na vers benadrukt dit lied dat God goed is voor alles en voor allen. Voor heel zijn schepping en al zijn schepselen. Voor alle geslachten en in alles wat hij doet.
En deze God die het geheel overziet en draagt is tegelijk betrokken op de enkeling, die ene mens. Die gevallen is, die gebukt gaat, die honger heeft, die hem aanroept. Ja onder miljoenen, heeft hij ook mij op het oog. En andersom: de ogen van allen wachten op U (vers 15a) Want voor velen was het geen makkelijke tijd. Een aantal weken geen kinderen of kleinkinderen zien. Zorgen over het werk. De angst om ziek te worden. Degenen die ziek geworden zijn en daar nog lang niet van zijn hersteld. De vraag hoe lang we nog in deze situatie zitten en wanneer het weer normaal wordt. Ogen die wachten. Dat zeggen we niet zo snel. Het gaat om het wachten op de Heer. Daar gaat vers 16 verder op in: Gij doet uw hand open en verzadigt al wat leeft naar uw welbehagen God opent zijn handen door mensen die hun handen openen. In een Joods midrasj – uitleg – wordt dit vers 16 daarom als volgt vertaalt: Hij verzadigt al wat leeft met wil. Hij verzadigt al wat leeft met wil…. En de uitleg van de rabbijnen hierbij is dan: aan ieder mens die voor God openstaat geeft God het verlangen om de dingen te willen die bij God horen. En zo kan God hen dan ook gaan geven wat ze willen. Zo lezen zij ook vers 19 waar in onze vertaling staat: Hij vervult het verlangen van wie hem eren. De Joodse uitleg van dit vers is: de wil van die hem vrezen vormt hij. In deze psalm wordt bezongen hoe de schepselen beseffen dat zij het voedsel uit Gods hand ontvangen. Zoals een jonge vogel wacht op het eten dat vader of moeder vogel komt brengen. Zo kijkt de gelovige uit naar de Vaderlijke zorg van onze Schepper. Jezus Christus zegt in Johannes 15: wat je de vader in mijn naam vraagt zal hij je geven. Het is kennelijk mogelijk om zo te groeien in je omgang met God, zo gekneed en gevormd te worden en met Hem één van geest te zijn, dat je steeds beter aanvoelt hoe God de dingen ziet en waar Hij aan het werk is of aan het werk wil gaan. En dat je eigen denken en doen en met name ook je gebedsleven steeds meer in lijn komt met de wil van de Vader. Wachtende ogen: Ogen die vol verlangen uitkijken. Ogen die willen zien wat God doet. Die daar niet aan voorbij willen kijken, maar willen zien dat die zorg er inderdaad is. Wachten is in de Bijbel nooit afwachten. Maar wel het besef dat alles wat we hebben van de Heer komt. Gegeven wordt door God. En dat Hij zal geven wat we nodig hebben. De ogen van allen wachten op de Heer, totdat Hij geeft. Niet uit onzekerheid, maar uit geloof dat God zal geven. Als mens zijn we altijd in alles van de Heere afhankelijk. Nu in deze tijd beseffen we des te meer dat we van Hem afhankelijk zijn. We kunnen niet anders dan ons leven in Zijn hand leggen. We kunnen niet anders dan met onze ogen ‘wachten’. Dat betekent niet niets doen. Dat betekent actief zijn. In het zoeken van de Heer. In het zien hoe God ook in een moeilijke tijd doorhelpt. In het ervaren dat God kracht geeft om bezig te zijn. Wijsheid geeft om beslissingen te nemen. Dat kunnen wij niet uit onszelf. De Heer geeft dat. Daarom wachten we op Hem.
Ja, we moeten het horen. We moeten het tot ons door laten dringen. We moeten het laten weerklinken in ons leven. Jezus wil dat. Hij roept het uit. Voor God was dat niet nodig. God hoort ook de stille schreeuw van ons hart. Hij leest de pijn in onze ogen. Niemand hoeft voor God te roepen: mijn God, waarom? Ook Jezus hoefde dat voor God niet. Hij deed het voor ons. Wij moeten horen. Wij moeten iets leren beseffen. Jezus schreeuwt een vraag uit: Waarom mij? En het is zo’n ‘waarom’ vol verbijstering. Zo’n ‘waarom’ dat het heeft opgegeven nog te willen begrijpen, maar dat eindeloos diepe pijn stem geeft. Jezus hangt daar niet voor zichzelf. Hij hangt daar voor ons allen. Hij is het hoofd van alle dingen. Van alle mensen en de hele schepping. En Jezus zegt niet: ik ben alleen. Hij zegt: u hebt mij verlaten. En God verlaat hier dus niet alleen Jezus. Maar in hem verlaat God hier alles en iedereen. En het hele gewicht daarvan, dat voelt alleen deze ene man. En als God gaat, dan gaat het licht uit. En wat overblijft is een godverlaten, godvergeten wereld. Je kunt zeggen: dit is de hel. Jezus ervaart hier iets wat niemand zo ervaren heeft. Deze schreeuw van Jezus aan het kruis. Het is ook de schreeuw van de schepping. Jezus schreeuwt hier niet alleen voor en namens de mensen. Hij schreeuwt namens de hele schepping. Waar nu alle licht is gedoofd, en geen vogel meer zingt. Deze Godverlaten wereld waar de machten van de duisternis. De woestheid en ledigheid van voor het begin weer vrij spel heeft. Die schepping die zo deelt in de gevolgen van de zonde. Die is hier begrepen in deze schreeuw. Alles schreeuwt hier mee. Jezus schreeuw neemt alle schreeuwen in zich op. Voor alle machteloosheid, alle onrecht, al het verdriet dat ons mensen kan overkomen. Door andere mensen aangedaan, of je overkomen door deze kapotte wereld. Ziekte, depressie, gebrokenheid in je relatie, of in de relatie met je kinderen, met je ouders, met vrienden. Een ongeluk, of verdriet omdat niet lukt wat je wilt bereiken, werkeloosheid en lichamelijk ongemak. Soms praten wij mensen dan niet meer met God. Begrijpen we er soms helemaal niks meer van. Maar Jezus daalt in die diepste, donkerste momenten af. Begrijpt ons hierin beter dan wij onszelf begrijpen en neemt ons zwijgen en ons schreeuwen en alles er tussen in op in deze ene hartverscheurende schreeuw. En is zo echt Immanuel, God mét ons!! Jezus sterft te midden van zijn vragen. Binnen zijn aardse leven is hij niet verhoord. Er is een nare, wrede, niets ontziende dood. Er is geen uitkomst, geen verhoring. Daarmee deelt Jezus in al die pijn van onverhoorde gebeden, van lijden zonder zin.
Dan is er die tweede schreeuw en sterft Jezus daar aan het kruis. Je zou misschien verwachten dat het dan nog donkerder wordt. Maar nee, Als Jezus sterft, wordt het juist weer licht. Jezus neemt in zijn dood alles mee en alles weg. Dood, duisternis, vloek, oordeel, kloof, breuk. Matteüs schrijft: Nog eens schreeuwde Jezus het uit. Toen gaf hij de Geest. Dat doet hij echt actief, als een eigen keuze. De geest geven. Jezus schreeuwt het nog eens krachtig uit. In deze schreeuw klinkt er naast al het andere ook iets mee van overwinning. Want juist als Jezus met deze laatste schreeuw sterft begint het weer licht te worden. Voor mensen zoals wij is Jezus hier deze duisternis door gegaan. Voor ongevoelige en dubbelzinnige types als wij is deze eindeloos gevoelige en eenvoudige mens verscheurd door pijn en verdriet. De God die met ons een leven lang geduld heeft, die ons de tijd geeft om tot bezinning te komen en naar Hem terug te keren, is bij zijn eigen Zoon huiveringwekkend consequent, voor ons, in onze plaats: Jezus wordt genegeerd en in de steek gelaten. En in Jezus’ naam komt nu ons leven lang Gods roep tot ons: keer om, kom terug, hier ben ik, hier ben ik! Waar wij ook in verzeild raken, in Jezus naam blijft voor ons nu die stem van God, die van het Evangelie: hier ben ik, ik hoor je, ik ben bij je, we gaan er uitkomen. ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ En er komt geen antwoord. God lost het raadsel van het kwaad niet op, maar draagt het voor ons weg. Onbegrijpelijk. Het wonder van liefde die zin schept en nieuwe betekenis in het leven roept. Nooit heeft iemand ons zó liefgehad als de God die zijn eniggeboren Zoon gegéven heeft om te ondergaan wat wij moesten ondergaan en om zo iedereen die in Hem gelooft eeuwig leven te geven. Nooit zullen we deze liefde begrijpen. Er gaat er bij God een deur open. Voor jou, voor mij en voor alle mensen.