De Brits-Amerikaanse filosoof Larry Siedentop (1936-2024)
stelde dat de oorsprong van het liberalisme
ligt in het christelijk denken.
Het liberalisme is als ware
het buitenechtelijke kind van het christendom.
Een kind overigens, dat niet bewust verwerkt is.
Dat nooit een ‘project’ van de kerk geweest is.
Maar desalniettemin onlosmakelijk en logisch
verbonden met eeuwen denkwerk in de christelijke traditie.

Veel van het denken van Siedentop over individualisme
voert terug naar de apostel Paulus,
zonder meer een sleutelfiguur in de vroege kerk.
En hij heeft nog steeds, anno vandaag,
diepgaande invloed op het christendom heeft.
Zijn denken heeft de idee van de christelijke gemeenschap gevormd:
Als een verzameling van gelijkgestemde zielen, verenigd in het geloof in Christus.

Paulus postuleerde,
door zijn ervaringen met al die verschillende groepen mensen en culturen,
dat alle mensen – gelovigen en ongelovigen – gelijk zijn.
Hij maakte bovendien serieus werk van innerlijke, individuele reflectie.

In zijn Galatenbrief stelt Paulus dat de christelijke gelovigen vrij zijn.
Vrij zijn in hun geloof in God.
De opvatting van Paulus over Christus
maakte korte metten
met de veronderstelling waarop het antieke denken
tot dan toe had gesteund,
namelijk de veronderstelling van natuurlijke ongelijkheid.
In plaats daarvan zet Paulus in op menselijke gelijkheid.

Sterker nog: volgens Siedentop
zien we in de geschriften van Paulus het ontstaan
van een nieuw gevoel van rechtvaardigheid,
gebaseerd op de veronderstelling van gelijkheid.
Dit denken over ethiek en moraliteit
en – vooral – morele gelijkheid,
waarbij elk individu intrinsieke waarde heeft,
is gegrond in diezelfde christelijke ethiek.

Nu ontstaat in de huidige samenleving
er wereldwijd een snel groeiende hoeveelheid (jonge) mensen
die een diep wantrouwen in de overheid hebben,
omdat ze geloven dat die niet naar hen luisteren
en er ook niet om geven.
En dan besef je dat de democratie
in de problemen zit, en niet alleen op het wereldtoneel.
Want ook bij ons in Nederland
is een zeer verontrustende trend aan het ontstaan
dat steeds meer mensen denken
dat het land beter af zou zijn onder een dictator,
of in ieder geval een ‘sterke man’
die gewoon met een pennenstreek
knopen kan doorhakken.
(zie hiervoor de euforie bij zijn aanhangers
tijdens het ondertekenen
door Trump van zijn decreten)

Uit een recente peiling blijkt dat 52 procent van de jongeren
gelooft dat het land moet worden bestuurd door een sterke leider
die zich niet hoeft te bekommeren
om het parlement of verkiezingen.
Nog alarmerender is
dat 33 procent denkt dat het land beter af zou zijn
als het leger de leiding had.
Als dat ons niet aan het denken zet,
bedenk dan dit:
bijna de helft (47 procent) van jongeren
gelooft dat onze maatschappij radicaal
moet worden veranderd door middel van een revolutie.

Deze cijfers zijn verbijsterend.
Voor degenen onder ons die zijn opgegroeid
met een sterke toewijding aan democratie,
is het onbegrijpelijk
dat de generatie die is opgegroeid
met de meeste vrijheid,
de meeste toegang tot informatie
en de grootste digitale connectiviteit,
zo bereidwillig zou zijn om
hun recht op stemmen, protesteren
en leiders ter verantwoording te roepen,
op te geven.
Maar voordat we ons haasten om ze te veroordelen,
moeten we de moeilijke vraag stellen:
waarom voelen zoveel mensen zich zo?

Wat als het niet zozeer zo is dat jongeren
zich tegen de democratie keren,
maar dat ze het gevoel hebben dat de democratie zich tegen hen keert?
Denk er eens over na:
Hun scholen brokkelen af.
Hun leraren staan onder druk.
Als ze geestelijke gezondheidszorg
of speciale zorg nodig hebben,
moeten ze lang wachten of hard vechten
en waarschijnlijk allebei.
Als ze naar de universiteit willen,
moeten ze een schuld aangaan
die langer duurt dan de tijd dat ze leven.
En als ze een huis willen kopen
moeten ze volgens de statistieken
waarschijnlijk wachten tot ze 33 jaar oud zijn
om zelfs maar te denken aan het kopen van een huis.

Je zou denken dat deze strijd
mensen ertoe zou dwingen
politiek actiever te worden.
Maar deze generatie is nog steeds
de minst politiek betrokken groep in het Nederland.
Hoewel het waar is dat velen
momenteel te jong zijn om te stemmen,
is er ook een groot deel
dat te weinig betrokken is
om de relevantie van formele politiek in te zien.
De opkomst van jongeren bij verkiezingen
is vaak abominabel laag bij verkiezingen.

Vergeleken met de opkomst van 70 procent of meer
voor 65-plussers,
en de boodschap is duidelijk:
jongeren stemmen niet en politici spreken hen niet aan.
Dat verergert het probleem alleen maar.
Ondanks allerlei beloften van de politiek om dit punt aan te pakken,
lijken ze geen haast te hebben om de hervorming door te voeren.

 

Deze tijd van het jaar wordt niet alleen gekenmerkt door
de verwachting en de herdenking
van de geboorte van Christus in deze wereld met Kerst.
Advent is immers een tijd van verwachten en afwachten
wat God doet in deze wereld.
Kome wat komt.
Maar deze tijd staat ook in het teken van allerlei lijstjes,
van omzien op het bijna afgelopen jaar.
In onze hyperindividualistische samenleving
wordt een poging ondernomen
tot samenzijn en samen beleven:
donderdag 12 december werd er er door de Evangelische Omroep
tot zo’n samenzijn met het ontsteken
van de Nationale Kerstboom in Apeldoorn.
Andere pogingen tot samenzijn
zijn bijvoorbeeld ook de Top 2000 (sinds 1999)
waar je jouw keuze kunt delen
met een ieder door die te posten op de sociale media.
Ook internationaal doet muziekstreamingsdienst Spotify
sinds 2016 iets soortgelijks:
Spotify biedt zijn gebruikers een jaarlijkse functie die de details
van het eigen gebruik verzamelt en presenteert,
zodat we terug kunnen kijken op het jaar
door de specifieke lens van onze luistergewoonten: Spotify Wrapped.
Hoewel dit in eerste instantie misschien een beetje saai klinkt,
is het eigenlijk een behoorlijk staaltje marketinggenie.
Het is het verhaal van ons 2024, zoals verteld door Spotify.
De staat van onze ziel, zoals onthuld door onze toewijding aan Taylor Swift.
En je kunt jouw Wrapped delen met jouw omgeving!
Elk jaar wordt ‘Spotify Wrapped‘ evenals de Top 2000
meer en meer een sociaal ritueel.

Dit jaar wachtten mensen er zelfs actief op,
controleerden ze dagelijks hun app
en verlangden ze ernaar dat Spotify zijn komst in 2024 zou aankondigen.
Nieuwsmedia schreven stukken over hoe ze er het beste mee om konden gaan,
er werden daadwerkelijk weddenschappen afgesloten
over wanneer de functie zou verschijnen.
Hoe gek is dat?
Spotify Wrapped is net zo synoniem geworden met deze tijd van het jaar
als adventskalenders en het van de zolder halen van kerstversieringen.

Ik ben me er terdege van bewust dat dit misschien een storm in een glas water is,
maar het is hoe dan ook een storm.
En ik denk dat onze steeds groter wordende obsessie
ermee ons veel kan leren over… nou ja… ons.

Want wat nog interessanter is, is dat deze diep persoonlijke inzichten
die Spotify ons biedt, in eerste instantie alleen voor onze ogen gemaakt,
op sociale media worden geplakt.
Spotify Wrapped is een soort zachte lancering van ons eigen merk geworden,
een manier om onszelf, hyperindividualistisch als we zijn, te ‘outen’.
Want ook deze gegevens kun je op sociale media delen!
De afgelopen dagen hebben duizenden en nog eens duizenden mensen
de gegevens van Spotify gebruikt en gedeeld met de wereld,
als een manier waarop ze zichzelf met de wereld delen.
Hun topartiesten, de nummers die ze op repeat hebben gehad,
het aantal minuten dat ze hebben doorgebracht in het gezelschap
van hun favoriete albums, hun luistergewoonten
worden hoogstpersoonlijk op een bordje geserveerd.

Maar de simpele vraag blijft hangen: waarom?

Ja, waarom doen we dit?
Mijn instinct zegt me dat het antwoord ongelooflijk simpel is:
we willen gewoon gekend worden.

We hebben een overrompelende behoefte
om mensen te laten zien wie we zijn,
in de hoop dat we daarvoor worden beloond met acceptatie.
Misschien goedkeuring, zelfs.
Bewondering, als we echt geluk hebben.

Het is een symptoom van wat sommigen,
misschien wel het meest opvallend, Charles Taylor,
‘expressief individualisme’ hebben genoemd.
We leven in een cultureel moment dat ons vertelt
dat we de taak hebben om te ontdekken
en te definiëren wie we zijn, het is aan ons.
Het is de verantwoordelijkheid van elk individu
om zichzelf op te bouwen, van binnenuit.
En dan mogen we de wereld laten zien wat we hebben gecreëerd:
onszelf, gemaakt naar ons eigen evenbeeld.

We mogen het meesterwerk en de meester zijn,
de schepper en het gecreëerde, de dichter en het gedicht.

Dat klinkt heerlijk bevrijdend, nietwaar?
Er is maar één probleem:
niemand kan het gewicht van zo’n verantwoordelijkheid
daadwerkelijk dragen.
Het is verlammend.

En dus, als we deze enorme taak eens per jaar
kunnen uitbesteden aan een Zweeds streamingplatform;
ja, waarom zouden we dat dan niet doen?
Voor een kort moment kunnen we onze existentiële crisis
in de wacht zetten, met de beentjes op tafel,
opgelucht zuchten en simpelweg verklaren:
ik luister, dus ik besta.
Slechts één dag kunnen we onze muzieksmaak
ons laten definiëren,
kunnen we het aan onze streaminggewoontes
overlaten om ons leven betekenis te geven.

We kunnen rusten.

Ik wil dit absoluut niet bagatelliseren.
Integendeel, ik waardeer het.
Ik denk dat Spotify Wrapped ons veel meer over elkaar (en onszelf) laat zien
dan hoeveel we deze zomer naar muziek van bijvoorbeeld Froukje hebben geluisterd.
Ik ben echt dankbaar dat het ons toestaat om onze maskers even af zetten,
en ons eraan herinnert hoe graag we willen weten
en gekend willen worden, zien en gezien willen worden,
liefhebben en geliefd willen worden.
Ik denk dat het een supergoed idee is,
verpakt in een vermomming van trivialiteit.
Het duwt ons op een slinkse manier
om te erkennen dat we erbij willen horen.
En dus ben ik er niet van overtuigd
dat het überhaupt alleen maar ‘individualistisch’ gedrag is,
wat dacht je ervan om het een symptoom van
‘expressief erbij willen horen’ te noemen?

Het succes van Spotify Wrapped is ongekend en geniaal:
het is een cultureel moment
en de onderliggende hartenkreet is bijzonder luid.
Zelfs luider dan de drieduizend minuten aan Rammstein
die ik dit jaar door de speakers heb laten schallen:

Zie mij er zijn!

 

Mieren zijn er in het land van de Bijbel en in ons eigen land. We zien ze vooral in de zomer.
Het zijn kleine beestjes, die vol ijverig bezig zijn om voedsel naar hun nest te brengen.
We kunnen ons er over verbazen dat de mieren zo sterk zijn.
In verhouding tot hun eigen gewicht kunnen ze zware dingen verplaatsen.
Al zien we nog geen mier, dan nog kunnen we aan de kleine korrels grond
tussen de tegels en stenen hun aanwezigheid opmerken.
Wie een mier over zijn arm voelt kruipen, weet dat dit irriteert.

Mieren, ze horen er voor ons besef bij, zonder dat ze veel bijdragen aan ons menselijk leven.
De Bijbel wil ons brengen tot verwondering ook over dit insect,
de Schepper van dit beestje en zijn boodschap. We kijken dus met aandacht naar de mier.
De Spreukendichter stuurt ons op weg naar de mier.
We hoeven dan geen verre reis te maken. Ze zijn achter ons huis te vinden.
Als we dan een mier, meestal meerdere mieren, gevonden hebben
roept de tekst ons om met aandacht te gaan kijken naar dit beestje.
Goed bekeken is dit kleine beestje al een wonder op zichzelf. Het kopje, het lijfje en de pootjes.
Wie dit beestje onder een microscoop legt verbaast zich nog meer. Hoe mooi, hoe kunstig.  Vakmanschap, door God geschapen.
Deze beestjes zijn vol ijver bezig. Niet eentje zit er stil. Ze zijn constant in beweging.
We spreken wel over een bezige bij, maar dat geldt evengoed een mier.
In de zomerperiode zorgen ze voor voldoende voedsel voor de winterperiode.
De ijver van de mieren brengt me bij de ijver van Jezus.
Van Hem lezen we, dat Hij altijd leeft om te bidden voor hen, die door Hem tot God gaan.
Hij is altijd bezig met dat grote werk. Wat een bemoediging.

Behalve dat we opgeroepen worden om te letten op de mieren,
spreekt de tekst ook van wijs worden. We begrijpen wel wat hij bedoelt.
De les van de mier is, dat we onze luiheid achter ons laten en ijverig zijn
in de taak, die we van God ontvangen hebben.
Zo gebruikt God het beeld van de mier. Hij geeft ons onderwijs door dit diertje.
Bij het overdenken van deze tekst vinden we nog een wijze les bij de mieren.
Een les, die we hard nodig hebben in onze tijd.
Mieren leven niet afzonderlijk, maar in een groep, in een volk.
Juist het samenleven maakt, dat een mier kan bestaan en voort bestaan.
De eendracht van dit volk maakt hen sterk.
Wie op de plaats van een mier let, te midden van het mierenvolk,
die merkt dat elke mier een eigen plaats en taak heeft in de kolonie.
Hoe groot is de onderlinge samenwerking!
Alle mieren functioneren zo, dat ze de opbouw en het voortbestaan van de groep dienen
en daardoor hun eigen welzijn.
Niet het eigen belang, maar het gemeenschappelijk belang staat voorop.
Zonder gedoe.

Begint het al te kriebelen?

De reclamejongens (en meiden) van het telecombedrijf BEN® flikken het elke keer weer, ze krijgen mijn attentie. Jaren geleden opgericht om de grote telecomaanbieders te beconcurreren met scherpe prijzen, zetten ze hun merk met prikkelende reclame-uitingen in de markt. En ook de huidige tv-spot is op zijn zachtst gezegd uitdagend. Eerst maar even het script:

Hallo, ik wil nergens aan vast zitten
En ik kan gaan waar ik wil
Ik zit niet vast aan Nederland, en de hokjes
Niet aan werk of een vriendje, gelukkig niet
Ik bepaal zelf waar ik in geloof
Ik ben vrij om mijn eigen weg te kiezen
Ik ben BEN
En ik ben verlost

Het leest als statement van de moderne, vrije mens: verlost zijn van welke band dan ook. Zit trouwens misschien heel subtiel in die een na laatste zin een verwijzing naar het tetragrammaton (de vierletterige Hebreeuwse aanduiding YHWH, de godsnaam, te vertalen met ‘ik ben die ik ben’)? De mens als God in zijn eigen gedachten zoals Willem Kloos dat ooit dichtte wordt mooi met woorden omschreven. Ik ben vrij, Ik bepaal zelf wel wat ik geloof, Ik ben verlost, Ik ben BEN!

Een vraagje met een verwijzing naar die reclameposter van hierboven: kom je daarmee echt terecht?

Ik vraag het me af…