projectie in Londen, 2025

 

Welke kant je ook kiest
in het Israël-Gazaconflict;
de verhalen die je hoort en leest
kunnen niet anders
dan een gevoel van wanhoop oproepen.
Beelden van uitgehongerde kinderen,
het lot van Joodse gijzelaars die nog steeds in het duister gehuld zijn;
hoe dan ook, dit blijft een plek van onvoorstelbaar lijden.
En ondertussen blijven de bommen vallen,
sterven er mensen en behoudt Hamas zijn macht.

Onder Israëls vrienden gonzen stemmen
van een radicale oplossing voor het probleem van Gaza.
Het plan van Donald Trump
was om het gebied met de grond gelijk te maken,
50 miljoen ton puin te verplaatsen
en de bevolking te verplaatsen naar buurlanden
om de ‘Riviera van het Midden-Oosten’
te bouwen in wat tot nu toe Gaza was.
Het plan werd misschien met enige hilariteit ontvangen
toen de video werd uitgezonden,
maar het gaf velen in Israël
de kans om soortgelijke gedachten te koesteren.

Laten we als voorbeeld
de Israëlische minister
Bezalel Smotrich van Financiën nemen:
Hij beweerde onlangs dat na de Israëlische operatie
Gaza volledig verwoest zal worden’
en dat de Palestijnse bevolking
‘in groten getale naar derde landen zal vertrekken’.

Velen in Israël lijken te denken dat de koppige,
door Hamas geteisterde vijand
die naast hen woont, uitgeroeid moet worden.
Vanuit het perspectief van een bevolking
die decennialang conflict beu is,
die vreest dat er nooit vrede zal komen
zolang Hamas in Gaza blijft,
en die zich realiseert hoe moeilijk het is
om de islamitische terreurgroep uit te schakelen
terwijl de Palestijnse bevolking daar blijft,
kun je de aantrekkingskracht
van deze radicale oplossing begrijpen.

De Israëliërs hebben echter misschien
goede redenen om voorzichtig te zijn.
En dat is geen advies van hun tegenstanders,
maar van hun eigen geschiedenis.

Begin jaren 130 na Christus
werd de andere kant op geschoven.
Het was het machtige, ‘heidense’ Romeinse Rijk
dat heerste over hetzelfde stuk land,
dat ze al snel Palestina zouden noemen.
Joden vormden een minderheid,
maar ze grepen terug
naar hun lange wortels in het land,
de tijd van Jozua en koning David,
en zelfs recenter
naar het Joodse koninkrijk van de Hasmoneeën zo’n 200 jaar eerder.
Dat was de laatste keer vóór de moderne staat Israël
dat Joden de controle over het land hadden.

De toenmalige keizer Hadrianus samen met zijn gevolg
door Jeruzalem trok in 130 na Christus.
Hij begon de stad te ‘ontjoodsen’
en richtte standbeelden op van goden en keizers,
die allemaal aanstootgevend waren voor de Joodse gevoeligheden.
De smeulende wrok barstte al snel los
met een opstand onder leiding
van een felle en vastberaden Joodse strijder, Bar Kochba.
Dit was de tweede Joodse opstand
na de eerdere in de jaren 60,
die had geleid tot de verwoesting
van de grote Joodse Tempel in Jeruzalem
door Titus, onder het bewind
van keizer Vespasianus in 70 na Christus.
Voor de Romeinen was één opstand
misschien nog net te tolereren,
maar twee was te veel.

Hadrianus kwam vervolgens tot dezelfde conclusie
als Bezalel Smotrich:
een opstandig gebied moest van de kaart worden geveegd,
hoewel dit keer Jeruzalem moest worden geëlimineerd, niet Gaza.
De Joodse bevolking zou verspreid worden,
de naam zou worden uitgewist
en herinneringen aan vervlogen glorie
zouden voorgoed worden begraven.

En zo kwamen in 135 na Christus de ‘bulldozers’.
Jeruzalem werd feitelijk met de grond gelijk gemaakt
en op de ruïnes ervan werd
een Romeinse stad gebouwd:
Aelia Capitolina was de nieuwe naam,
een kleinere stad dan het oorspronkelijke Jeruzalem,
maar decadent gebouwd rond de verering
van Griekse en Romeinse goden,
met prachtige poorten, heidense tempels,
een klassiek ‘Romeins’ Forum Romanum
en uitgestrekte straten met zuilen.
Niet bepaald de Rivièra van het Midden-Oosten,
maar misschien wel Las Vegas.
‘Jeruzalem’ werd van de kaart geveegd.

In het midden van de heilige Joodse Tempelberg
richtte Hadrianus een standbeeld van zichzelf op.
Hij plaatste opzettelijk een standbeeld
van Aphrodite op de plek waar de vroege christenen
beweerden dat de dood en opstanding
van Jezus hadden plaatsgevonden:
de plaats waar nu de Heilig Grafkerk staat.
Besnijdenis werd verboden,
veel Joden werden vermoord
en de overgeblevenen werden
uit de stad verbannen
en verspreid over alle plekken
waar ze maar onderdak konden vinden.
Sterker nog, de kaart van de Oude Stad van Jeruzalem
wordt vandaag de dag nog steeds gekenmerkt
door dit ontwerp,
met de twee belangrijkste straten van Hadrianus
die ten zuiden van de Damascuspoort afbuigen,
met archeologische overblijfselen
van de Romeinse stad
die nog steeds zichtbaar zijn voor bezoekers.

Maar natuurlijk werkte dit verdonkeremanen niet:
Niemand noemt het tegenwoordig nog Aelia.
De gehechtheid van mensen aan land gaat diep.
De Joden konden hun wortels
in dit stukje aarde niet vergeten.
Zoals de schrijver Simon Sebag Montefiore
het verwoordde in zijn boek ‘Jeruzalem‘:
‘Het Joodse verlangen naar Jeruzalem wankelde nooit’.
De Joden baden drie keer per dag
gedurende de volgende eeuwen:
‘Moge het Uw wil zijn
dat de tempel spoedig
in onze dagen herbouwd wordt.’

De Palestijnse gehechtheid aan land is net zo sterk.
Bijna 80 jaar na de oprichting
van de staat Israël in 1948
klampen families zich nog steeds vast
aan de sleutels van hun huis
die hen in die traumatische periode
zijn afgenomen.
Net als het Joodse verlangen naar Jeruzalem,
hebben ook zij, net als mensen over de hele wereld,
een diepe verbondenheid met hun voorouderlijke land,
dat teruggaat tot de ‘Arabieren’
die genoemd worden in het boek Handelingen,
tot wie Petrus predikte (Handelingen 2,11-12)
in de begindagen van de christelijke kerk.

Besluiten van verre heersers zoals keizer Hadrianus
of president Trump
lijken misschien nette oplossingen
voor hardnekkige problemen.
Maar ze werken zelden op de lange termijn.

De beroemde Bijbelse aansporing
‘oog om oog, tand om tand’
was niet bedoeld als aanmoediging tot geweld,
maar juist het tegenovergestelde.
Het was bedoeld om een grens te stellen
aan de ontwikkeling van bloedwraak,
die, uit woede en trauma,
zo gemakkelijk tot onevenredige reacties
en eindeloze vetes kon leiden.
Paulus schreef in Romeinen 12:
Beste vrienden, neem geen wraak op anderen.
Laat het straffen over aan God.
Want in de heilige boeken zegt God:
“Ik ben het die straft. Ik geef ieder mens wat hij verdient.”’.
Zo herinnerde hij zich een oude Joodse wijsheid
die grenzen stelde aan het menselijk vermogen
om hardnekkige problemen met geweld op te lossen.
Hij kende een betere manier:
‘Laat u niet overwinnen door het kwade,
maar overwin het kwade door het goede.’

Eigenlijk zijn er maar vier manieren
om om te gaan met buren
die lastig blijken te zijn:
je kunt proberen ze te controleren, ze te laten vluchten,
je kunt ze doden, of je kunt politiek bedrijven.

De drie eerste manieren
zijn echter geen begaanbare weg
De enige manier is het conflict
via de politieke manier
op te lossen.
Met andere woorden,
probeer een vorm van gemeenschappelijk leven
te bewerkstelligen,
zoals dat uiteindelijk gebeurde in Noord-Ierland, Zuid-Afrika
en zoveel andere plaatsen waar langdurige conflicten heersen.

Politiek, het leren samenleven over verschillen heen,
is rommelig, ingewikkeld en is hard werken.
Vooral wanneer er diepe pijn uit het verleden is.
Maar zoals het mislukken
van Hadrianus’ radicale oplossing aantoont,
is er op de lange termijn geen echt ander alternatief.

 

Het is drie uur in de middag.
Vanaf het tempelplein klinken duidelijk hoorbaar de stoten van de bazuin.
Het is de tijd voor het avondgebed.
Dat avondgebed begint deze dag
– in verband met de viering van het Pascha –
om drie uur in plaats van om vier uur.
Op dit moment bidden alle vrome Joden, waar ze zich ook bevinden,
hardop de woorden van het avondgebed:
‘In uw hand zijn de zielen van de levenden en de doden.
In uw hand beveel ik mijn geest.
Gij hebt mij verlost, HERE, getrouwe God.’ (Psalm 31:6)

Hangend aan het kruis vangt Jezus de klanken van de bazuin op.
En samen met alle Joden roept Hij – zoals men gewoon is met luide stem:
‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’ (Lucas 23: 46)
Maar bij de gekruisigde Jezus is het meer dan een gebed.
Bij Hem is het ook de verwoording van de zekerheid dat zijn taak is volbracht.
De helse verschrikking van de godverlatenheid is voorbij.
Gods toorn is gestild.
De gemeenschap met God is hersteld.
De verlossing is aangebroken!
Nu kan Jezus zijn aardse leven afleggen.
Zijn leven en alles wat Hij op aarde heeft gedaan.
Het werk is volbracht!

Als een kind dat zich veilig weet bij zijn vader
geeft Jezus hier zijn leven in bewaring bij God.
“Vader!” “Pater!”
In dat ene woord ligt al de liefde opgesloten
die Jezus voor zijn hemelse Vader voelt.
En met zijn liefde spreekt Hij
ook zijn vertrouwen uit.
Jezus sterft niet in wanhoop,
maar in het vertrouwen dat zijn leven veilig in de handen van de Vader is.
Laten die handen nu doen wat goed is.
Als straks machteloze mensenhanden
zijn lichaam van het kruis zullen halen,
dan is de geest van de gekruisigde Jezus allang veilig in Gods handen.
‘Toen Hij dat gezegd had, blies Hij de laatste adem uit.’ (Lucas 23: 46)
Heel bewust legt Jezus hier zelf zijn leven af.
Dat had Hij al gezegd tegen zijn leerlingen:
‘Niemand neemt mijn leven, Ik geef
het zelf. Ik heb de macht om het te geven en om het weer terug te nemen
– dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb gekregen.’(Johannes 10: 18)

Een Romeinse legerofficier buigt voor de gekruisigde Jezus.
Hij heeft gezien Wie Jezus was:
‘Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige! (Lucas 23: 47)
Hij looft God.
En dan wordt het stil op Golgotha.
De mensen die voor het schouwspel van de kruisiging zijn komen kijken
en alles van dichtbij hebben meegemaakt,
keren terug naar hun huizen in de stad.
Als teken van rouw slaan ze zichzelf op de borst.
Zullen ze begrepen hebben wat ze hier vandaag hebben gezien en gehoord?
Er is haast geboden.
Om zes uur breekt de sabbat aan.
In elk gezin wordt vanavond opnieuw
het feest van de bevrijding gevierd: Pascha.
Een heel bijzondere Paasfeest dit jaar in Jeruzalem.

En wij?

Eigenlijk wordt in Jezus’ dood
het begin van zijn overwinning al zichtbaar.
Kijk maar: de aarde begint te scheuren,
graven breken open en vele heiligen staan op (Matteüs 27: 51-53).
Zij zijn er de levende bewijzen van dat de dood is overwonnen.
De dood als laatste vijand is verslagen.
‘Door zijn dood, zegt Hebreeën 2 vers 14,
heeft Hij definitief afgerekend met de heerser over de dood, de duivel.
Zo heeft Hij allen die slaaf waren
van hun levenslange angst voor de dood, bevrijd!’
Dankzij Jezus’ dood heeft onze dood
dan ook niet meer een definitief en onherroepelijk karakter.
Er zit al iets van de overwinning in.

Leg je geest, je ziel, je diepste zelf
maar in de handen van Gods vaderliefde.
Je zult zien wat een rust je dat geeft.
Je bént uit de netten van het kwaad bevrijd
omdat het eens Goede Vrijdag en Pasen is geweest.
De gekruisigde Jezus spreekt ook jou aan:
‘Ik heb je verlost!’

Dat is het geheim van dit laatste bewogen kruiswoord!

 

Tussen het Heilige en het Heilige der Heiligen
in de tempel van Jeruzalem hangt een gordijn.
Het is een heel bijzonder gordijn.
Een handbreedte dik, negen meter lang en negen meter breed.
Twee afbeeldingen van engelen zijn op het gordijn geborduurd.
Dat gordijn sluit het Heilige der Heiligen voor mensen af.
Want achter dat gordijn woont God.
In het aardedonker.
De Heilige van Israël.
In de tempel van Jeruzalem,
de plaats die God heeft uitgekozen om onder zijn volk te wonen.
Eén keer in het jaar gaat de hogepriester door dit gordijn naar binnen.
Met een gouden schaal met het bloed van een offerdier.
Om zo verzoening te doen voor de schuld van heel het volk van Israël.

Het is dan Grote Verzoendag!
Om drie uur ’s middags wanneer vanaf het kruis de woorden klinken:
‘Het is volbracht!’
scheurt dat bijzondere gordijn in de tempel.
Van boven naar beneden!
De hemel zelf grijpt in.
De toegang tot God, die door dit gordijn werd afgesloten,
is voortaan voor iedereen open.
Jezus’ verzoenend sterven aan het kruis op Golgotha
baant de toegang tot Gods liefdevol hart.

‘Het is volbracht!’
Eigenlijk betekenen die woorden:
tot een einde brengen, tot een doel brengen.
Er zit iets definitiefs in.
Maar wát heeft Jezus dan volbracht?
Wat heeft Hij tot een definitief einde gebracht?
Het is de opdracht van de Vader
waarover Jezus spreekt in zijn gebed als Hogepriester (Johannes 17):
‘Ik heb op aarde uw grootheid getoond
door het werk te volbrengen dat U Mij opgedragen hebt’ (vers 4).
‘Ik heb de woorden die Ik van U ontvangen heb
aan hen doorgegeven,
zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat Ik van U gekomen ben,
en ze geloven dat U Mij hebt gezonden” (vers 8).
Jezus is naar deze aarde gekomen
om de grootheid van God de Vader te tonen aan de mensen.
Dat is de opdracht die Hem vanuit de hemel is meegegeven.
Dat de mensen op aarde God zullen erkennen als Koning over alle dingen.

Daarom vertelt Jezus de mensen
over het Koninkrijk van God, het nieuwe paradijs.
Daarom laat Hij – door de wonderen die Hij doet –
zien hoe het leven er op de nieuwe aarde zal zijn.
Alle lijnen van het kruis lopen immers terug naar het begin.
Naar het begin van Gods goede schepping.
De mens, die God in de hof van Eden,
een plaats om te leven heeft gegeven,
is er om er voor God te zijn.
Om God als Schepper te erkennen van alle dingen.
Om Hem te dienen. Om Hem lief te hebben.

Maar toen ging het mis, in dat prachtige paradijs.
Want de mens wilde zélf als God zijn.
De mens wil zélf als koning heersen over alle dingen.
De mens wil zélf beslissen over wat goed en wat kwaad is.
Ongehoorzaamheid, opstand, zonde tegen God.
Jezus is naar de aarde gekomen
om de mensen te vertellen wat Gods bedoeling is met hun leven.
Hij heeft hun dat leven voorgeleefd. Zijn leven was een voorbeeldig leven.
Luisterend naar de stem van de Vader.
De woorden van de Vader doorgevend
opdat mensen weer in die woorden zullen gaan geloven.
Beloften van vergeving en van verzoening.
Van een herstelde verhouding en een vernieuwd leven met Hem.
Zo heeft Jezus de Schrift in vervulling laten gaan.
Zijn werk op aarde is volbracht! Het doel is bereikt.
De kloof tussen God en mensen is door Hem overbrugd.
God en mensen kunnen weer direct contact met elkaar hebben.
Er is geen offerbloed, geen hogepriester,
geen gordijn en geen tempel meer nodig.

‘Het is volbracht!’

En wij?

Jezus’ sterven aan het kruis betekent voor ons een nieuw begin.
Wat wij mensen niet konden bereiken heeft Hij bereikt.
Wat wij mensen niet konden volbrengen heeft Hij volbracht.
Vaak denken wij dat ook wij eerst offers moeten brengen
om met God weer in het reine te kunnen komen.
Plaatsvervangend heeft Jezus zijn leven voor ons opgeofferd.
Uniek. Eenmalig.
Wij mogen weer leven zoals God het heeft bedoeld
toen Hij de mens op aarde een plaats heeft gegeven.
Een leven in liefde, in afhankelijkheid en in dankbaarheid.
Een leven in liefde voor God, onze Schepper.
Een leven in liefde voor elkaar en de schepping.

Dat is het geheim van dit bewogen zesde kruiswoord!


 

Ze zijn Jezus gevolgd. Door de nauwe straten van de stad Jeruzalem.
De Damascuspoort uit.
Tot op de kruisheuvel Golgotha.
Het zijn Maria, de moeder van Jezus;
Maria, de vrouw van Klopas en Maria uit Magdalena.
Het is hun liefde voor Jezus die hen hier heeft gebracht, bij het kruis van Jezus.
Wat een intens verdriet moet het hen gedaan hebben
toen ze zagen hoe hun geliefde Jezus aan het kruishout werd vastgespijkerd.
Wat een gevoelens van machteloosheid moeten hen zijn overvallen
toen ze hoorden hoe hun geliefde Jezus werd bespot en veracht
door de geestelijke leiders van hun volk.
Het zwaard snijdt in al zijn scherpte door hun ziel
als ze aan de voet van het kruis staan
waar hun geliefde Jezus als een gewetenloze misdadiger hangt.
Dan merkt Jezus hen op. Zijn oog valt op Maria, zijn moeder.
En op Johannes, de enige van de leerlingen die niet is weggevlucht.
‘Toen Jezus zijn moeder zag staan,
en bij haar de leerling van wie Hij veel hield,
zei Hij tegen zijn moeder: ‘Vrouw, dat is uw zoon,’
en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ (Johannes 19:26-27)
Het is opvallend hoe Jezus in zijn lijden aan het kruis
steeds met anderen bezig is geweest.
Het zijn bewogen woorden, die Hij vanaf het kruis spreekt.
Woorden die voortkomen uit het diepste van zijn wezen.
Bewogen met anderen.
Want hoe moet het nu verder met Maria?
Moet ze straks helemaal alleen weer terug naar Nazareth?
Hoe lang zou ze al de weduwe van Jozef zijn?
Wie zal er daar in haar levensonderhoud voorzien?
De gekruisigde Jezus spreekt hier Maria aan als ‘vrouw’
en niet als moeder.
Maria is niet alleen zijn moeder,
zij is ook de vrouw die zich uit liefde in dienst gesteld heeft van haar Heer.
‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’
(Lucas 1: 38)
Heel Maria’s leven staat in het teken van het dienen van de Heer!
Vanaf zijn kruis draagt Jezus in zijn liefdevolle bewogenheid
deze vrouw op aan de zorgen van Johannes.
Daarmee snijdt Hij de natuurlijke band met zijn moeder door.
Hij neemt afscheid van haar,
door haar een ander in zijn plaats als zoon toe te wijzen.
En opnieuw moet Maria als moeder een stap terug doen.
Nu voorgoed.
Nu definitief.

En Johannes?

Sommige uitleggers denken dat Johannes, net als Jakobus zijn broer,
een neef van Jezus moet zijn geweest.
Eén van die donderse jongens van Zebedeüs en Salome.
Johannes is de leerling waar rabbi Jezus veel van is gaan houden.
Iemand die Hem drie jaar lang is gevolgd, door dik en door dun.
Trouw en het vertrouwen waard.
Johannes is dan ook de enige leerling
waar we in het evangelie van lezen dat hij bij het kruis staat.
Ook Johannes wordt door de gekruisigde Jezus persoonlijk aangesproken.
Het is geen vriendelijk verzoek dat Jezus doet aan zijn beste vriend.
Het is een taak, een opdracht die de Heer hem geeft: ‘Zorg voor haar!’
De man en de vrouw waar Jezus op aarde
het meest van is gaan houden worden
door Hem door dit kruiswoord aan elkaar verbonden.
Hij wil dat ze één gezin gaan vormen.
Voortaan woont Maria in het huis van Johannes.
Zij zullen samen het begin gaan vormen van een nieuwe gemeenschap:
de gemeente van Jezus Christus.
Zij zullen als eersten brood en wijn met elkaar delen.

En wij?

Ook ons spreekt de gekruisigde Jezus aan.
Aan zijn kruis brengt Hij mensen bij elkaar.
Hij draagt ons op om zorg te dragen voor elkaar.
Om als broeders en zusters in liefde met elkaar om te gaan.
Om onze vreugde en ons verdriet,
onze rijkdom en onze nood met elkaar te delen.
Aan het kruis herinnert Jezus ons aan de woorden
die Hij eerder sprak:
‘Want ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet,
is mijn broer en mijn zus en mijn moeder.’ (Matteüs 12: 50)
Als je Jezus gaat volgen, kun je allerlei banden,
zelfs familiebanden, kwijtraken.
Maar de gekruisigde Jezus ziet je staan
en geeft je een nieuwe familie om je heen:
de gemeente van onze Heer Jezus Christus.

Dat is het geheim van dit derde bewogen kruiswoord!