Soms is het goed, wanneer de mens even moet wachten. Want wij mensen leven vaak veel te gehaast. Wij hebben geen tijd meer om te ‘wachten’, om even tot bezinning te komen, het even laten bezinken, tot inkeer komen en alles opnieuw op een rijtje te zetten. Zeker de grote dingen en beslissingen in je leven hebben een tijd van wachten, verwachten, nodig. Voorbereiding, bezinning, wikken en wegen. Zo wachtte Johannes de Doper in de woestijn en Jezus deed dat ook, veertig dagen lang. En Israël moest 40 jaar wachten, voordat zij het Beloofde Land mocht binnentreden. En Paulus moest na zijn bekering 6 jaar wachten in de Arabische woestijn. De woestijn is dus een wachtplaats, waar mensen zich zelf leren vinden en hun roeping en bovenal God Zelf! Het is goed voor een mens om even in de woestijn te moeten verkeren, letterlijk en figuurlijk. In het Koninkrijk van God zijn tijden en gelegenheden, maar ook wachttijden. Laten we daar maar eens op letten!
Maar ‘wachten’ hoeft niet te betekenen, dat je dan niets doet. Het is niet wachten op de trein of de bus. Met de handen over elkaar! Nee, je kunt in die tijd al vast vooruit lopen op wat er gaat gebeuren. Dat zie je hier bij de discipelen. Zij werden actief: ‘Zij gingen naar de bovenzaal, en daar bleven zij eendrachtig bijeen. (…) vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed.’ ten eerste springt het woord ‘eendrachtig’ er uit. Allemaal zijn zij verdrietig, allemaal hebben zij troost nodig, allemaal hielden zij zoveel van de Heer. En dat verbindt hen, maakt hen eendrachtig. Zij denken niet meer aan zichzelf, maar aan de Meester en hadden daarin ook oog voor elkaar, voor elkaars verdriet. Eén gevoel leeft er in ieders hart, éénzelfde gemis houdt hen samen, éénzelfde hoop houdt hen staande: de vervulling van de belofte van de Vader. Zij denken aan het afscheidswoord van de Heer: ‘Ik zal u niet als wezen achterlaten, zie, Ik kom tot u!’ Zo voelen zij zich ook, als wezen, Daarom – ten tweede – volharden zij zo in het gebed: zij bleven bidden dat de Heiland maar weer tot hen mag komen! En zo wordt ook het verlangen in hen gewekt, het verlangen naar de Geest, die Jezus beloofd had. De Trooster, Die hen in alle waarheid zou gaan leiden. Wat hadden zij Die nodig! Want, eerlijk gezegd, zij begrepen er niet veel van. Er zou ook aan de discipelen nog heel wat uit te leggen zijn. Ook daar hadden zij de Heilige Geest voor nodig. Net als wij. Die Geest moet ons de woorden van de Heiland indachtig maken en ook Zijn daden en wat er met Hem is gebeurd. Daar moeten ook wij om bidden. Eendrachtig, ja, alle kerken en gelovigen met elkaar!
Na het bezoek van Wilders aan Zwolle om het debat over de komst van een azc te kapen in zijn eigen voordeel, vaak met slaan op de trommel van het verlies van óns Nederland; wil ik deze zaak eens verder uitdiepen.
Want… Moeten de grenzen voor vreemdelingen nou dicht? En vooral: wat moeten we met de vreemdelingen binnen onze grenzen doen? Kortom, immigratie, immigranten hoe gaan we daarmee om Het zijn dus vragen die – geïnstigeerd door vooral populistische bewegingen – het debat voorafgaand aan de verkiezingen in Nederland op welke manier dan ook, gijzelen.
Wat mij interesseert, is de rol die het christendom speelt in dit debat, zoals het aan beide kanten van het debat wordt aangehaald.
Rechts gaat het argument als volgt: Nederland is (of was) een christelijk land. Het dreigt nu overspoeld te worden door mensen die dat geloof niet delen, of de waarden die in het christendom geworteld zijn. Daarom moeten we snel een einde maken aan de excessieve immigratie, met name migranten uit conservatieve islamitische landen. Als we dat niet doen, zullen we Nederland ingrijpend zien veranderen en zijn uitgesproken christelijke identiteit verliezen.
“De ‘Joods-christelijke waarden’ die de basis vormen van ‘alles’ in Nederland. Deze waarden waren: ‘het gezin is belangrijk, de gemeenschap is belangrijk, de samenwerking is belangrijk, het land is belangrijk.
‘Het christendom heeft het karakter van Nederland door de eeuwen heen gevormd. En er heerst ongetwijfeld op veel plaatsen, vooral in de meer achtergestelde gebieden, een gevoel dat gemeenschappen zijn veranderd en onherkenbaar worden ten opzichte van wat ze waren.’” Dat is het mantra.
Toch is het moeilijk om dit alles als uitgesproken christelijk te bestempelen. Veel moslims zouden vrijwel hetzelfde beweren, en het zou moeilijk zijn om zijn lijst te beschrijven als een adequate samenvatting van de boodschap van Jezus. ‘Joods-christelijke waarden’ worden rechts vaak gelijkgesteld aan ‘Nederlandse waarden’, die worden gedefinieerd als ‘democratie, de rechtsstaat, individuele vrijheid en wederzijds respect en tolerantie voor mensen met een ander geloof en andere overtuigingen’. Het is moeilijk voor te stellen dat iemand gekruisigd zou worden omdat hij dat predikte.
Toch wordt het christendom ook links gebruikt. Regelmatig klinken woorden als: ‘Jezus zou oproepen om migranten te verwelkomen. De vluchtelingencrisis is een morele test. Jezus leerde ons vluchtelingen te respecteren. Hijzelf zei: ‘Verwelkom de vreemdeling…’ En de Bijbel zegt: ‘De vreemdeling die onder u verblijft, moet behandeld worden als een autochtoon’.
Het is zeker een betere weergave van de leer van Jezus dan die rechts bezigt. Maar links maakt het verwelkomen van de vluchteling vaak deel uit van een bredere en diepere waarde van ‘diversiteit’ als een op zichzelf staand goed. Multiculturalisme, de caleidoscoop van culturen die je in veel winkelstraten vindt met Indiase, Thaise, Italiaanse en Marokkaanse restaurants, of het beeld van kinderen uit verschillende landen en religies die vrolijk rondrennen op een schoolplein, is een geliefd cliché van seculiere progressieve mensen.
Het probleem is dat het voor velen in delen van de samenleving niet zo voelt. Sommige mensen kunnen multiculturalisme omarmen omdat het hun manier van leven niet fundamenteel bedreigt. van het leven. Vreemden omarmen is makkelijker als je een vaste plek hebt om ze te verwelkomen. Een thuis waar het gezin goed met elkaar overweg kan, waar de ouders eensgezind zijn en de kinderen tevreden, zal veel eerder in staat zijn om onbekende gasten te verwelkomen met de nodige nieuwsgierigheid om van hen te leren.
Maar een gezin vol spanning en gekibbel zal de vreemdeling waarschijnlijk helemaal niet verwelkomen, omdat de nieuwkomer de bestaande spanningen nog verder zal aanwakkeren.
Maar een samenleving die een gevoel van gedeelde, brede en sterke identiteit verliest, is niet in staat een vreemdeling te verwelkomen. Wat ons anders maakt, is alleen verrijkend zolang we ons er allemaal van bewust zijn dat we iets hebben dat ons verenigt. Bij gebrek aan een verbindende band blijkt verschil bedreigend te zijn.
De visie van links; van diversiteit als een doel op zich, alleen bijeengehouden door een vaag idee van tolerantie of seculariteit waar niemand het leven voor waard vindt – dreigt de banden die ons binden te ondermijnen, omdat het geen duidelijke kern biedt die ons bij elkaar kan houden.
Het christendom biedt geen immigratiebeleid. Zowel links als rechts kunnen aanspraak maken op enige legitimiteit in het christelijke verhaal. Wat het christendom echter wél biedt, is een gemeenschap die een morele scholing biedt die draait om Jezus, als degene die ons de ware vorm van het menselijk leven laat zien, de noodzaak van zelfopoffering, niet van zelfgenoegzaamheid als sleutel tot een functionerend gemeenschapsleven, en de heilige waarde van ieder mens; overtuigingen die op hun beurt de vreemdeling kunnen verwelkomen in een veilig en zelfverzekerd thuis.
Deze zaken zijn door de eeuwen heen vanuit hun intense kern in de christelijke kerk naar de bredere samenleving doorgedrongen. Ironisch genoeg worden ze vandaag de dag meer uitgehold door het secularisme dan door de islam.
Het werkelijke probleem van onze tijd is niet de massale immigratie (zoals rechts het wil) of het onvermogen om de grenzen volledig open te stellen (voor links). Het is de wijdverbreide uitholling van het christelijk geloof.
De verdwijning van het christendom wordt bijna zonder slag of stoot geaccepteerd. Het wegebben van het geloof wordt als vaststaande feit begroet. Dit is misschien grotendeels de schuld van de kerk zelf, een gebrek aan moed om haar eigen boodschap te uiten en zich te presenteren als een zoveelste maatschappelijke lobbygroep voor diverse doelen in plaats van een gemeenschap die draait om Jezus. Maar het is ook te wijten aan de grote groepen hoogopgeleide mensen uit de middenklasse die graag de naam van Jezus claimen wanneer het hen uitkomt, en die teren op het culturele erfgoed van het christendom zonder te investeren in de toekomst ervan door ook maar in de buurt van een kerk te komen.
Een goed immigratiebeleid vereist de compassie die de kwetsbare vreemdeling verwelkomt. Maar het vereist ook een sterke, verenigde gemeenschap met gedeelde waarden om hen te verwelkomen.
Een vernieuwd christendom zou de redding kunnen betekenen voor zowel rechts als links, of op zijn minst een dieper en rijker verhaal kunnen bieden dan elk van beide afzonderlijk kan bieden. Een verhaal dat een sterke kern biedt die een samenleving bij elkaar houdt, maar dat tegelijkertijd de vreemdeling verwelkomt als een geschenk en niet als een bedreiging.
De eerste, Measure for Measure (Maat voor Maat), ontleent zijn titel aan een regel uit Jezus’ Bergrede. De zin ‘oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt’ uit Matteüs 7:1-2 staat centraal in de betekenis van het stuk. Dit vers, samen met Marcus 4:24, benadrukt het idee dat strengheid in het oordeel met gelijke munt zal worden betaald. Het stuk gebruikt dit Bijbelse concept om de hypocrisie van Angelo te onderzoeken, die Claudio’s daden met een hard oordeel veroordeelt maar tegelijkertijd Isabella ter verantwoording roept. Dit is een kenmerkende zet van Shakespeare: een religieus geladen zin, doctrine of zelfs persoon nemen en er theater van maken. Hoewel sommigen beweren dat dit alles was wat hij met religie of theologie deed, denk ik dat hij meer doet. Hij graaft namelijk in de diepten van de geloofstaal om te zien of hij pareltjes kan vinden die we misschien over het hoofd zien als we alleen maar letten op de identiteitspolitiek van het Engeland van de Reformatie. ‘Genade is genade ondanks alle controverse’, zegt een personage in dit stuk. Dat zou de slogan kunnen zijn voor Shakespeares theologische interventies.
We zien Shakespeare in Measure for Measure zijn typische plezier beleven aan religie. De hertog van Wenen geeft zijn macht weg om, zoals hij beweert, naar het buitenland te gaan voor een stukje internationale politiek. Sterker nog, hij sluipt meteen terug de stad in, nu vermomd als een monnik (een lid van de Franciscaner religieuze orde). Hij vertelt de monnik die hem de gewaden leent dat hij dit doet omdat hij er een onverantwoordelijke gewoonte van heeft gemaakt om de ‘strenge wetten en bijtende standbeelden’ van de stad te laten glippen. Hij is, met andere woorden, meer een barmhartige vader geweest dan een rechtvaardige heerser. Hij wil deze ‘vastgebonden gerechtigheid’ zelf niet losmaken, omdat hij vreest dat zijn volk daardoor zijn integriteit in twijfel zou trekken. (‘Maar je bent altijd zo barmhartig geweest!’) Dus bedenkt hij een plan om een van de edelen, Lord Angelo, aan te stellen als hamer der gerechtigheid in zijn plaats. Hij hint ook dat er andere redenen zijn voor zijn vermomming. Ik kom later nog terug op dat stukje vooruitwijzing.
Angelo merkt meteen dat een episode zijn vaste hand nodig heeft. Een heer genaamd Claudio heeft zijn vriendin Julietta zwanger gemaakt. Er zijn inderdaad omstandigheden die het overwegen waard lijken: de twee zijn verloofd en wachten alleen nog tot ze haar bruidsschat ontvangt; geregeld voordat ze naar de kerk gaan. Maar Angelo wil niets van clementie weten. Hij is streng, wordt opgemerkt. Zo hoort het ook, antwoordt een wijze oude heer. ‘Genade is niet de genade die er vaak zo uitziet,’ zegt hij, misschien met een knipoog naar een kritiek op de werkwijze van de hertog.
Op dit punt in het stuk hebben we onze twee vijandige kwaliteiten in nette, aparte containers. Eén container, genaamd De Hertog, is enkel barmhartig. Maar deze container moet uit de staat worden verwijderd zodat de andere, genaamd Angelo, zijn inhoud van genadeloze gerechtigheid kan tonen.
Maar, zoals Shakespeare het noemt, beginnen de zaken al snel chaotisch te worden. Angelo blijkt geheimen te verbergen. De oude heer, die heeft gesuggereerd dat de hertog overdreven barmhartig is, suggereert nu dat Angelo een beetje te streng is voor Claudio. Hij suggereert voorzichtig dat Angelo, als de tijd en plaats de gelegenheid hadden gehad, zelf wel eens de wet had kunnen verbreken. Angelo’s antwoord zegt misschien meer dan hij bedoelt:
‘Wat openligt voor de gerechtigheid,/ Dat grijpt de gerechtigheid aan.’
Met andere woorden, gerechtigheid houdt zich alleen bezig met wat ze kan zien: een juweel dat alleen opvalt als het licht vangt; als het begraven is of bezoedeld dan lopen we er langs of vertrappen we het zelfs.
Dit is onze eerste hint naar Shakespeares omverwerping van de gepolariseerde containers. Luisterend naar Antonio’s toespraak, beginnen we ons af te vragen of rechtvaardigheid, zonder ook maar een spoortje genade, er niet een beetje oneerlijk uitziet.
En dan zien we Angelo zijn theorie in praktijk brengen. Claudio’s zus komt naar hem toe om te smeken om het leven van haar broer. Angelo raakt al snel betoverd door haar schoonheid en biedt haar al snel een deal aan. Als ze hem wil ontmoeten voor seks in de tuin; in het geheim natuurlijk, zodat de misdaad niet ‘onrechtvaardig’ kan zijn; dan zal hij Claudio vrijlaten.
Dit aanbod toont duidelijk de verrotting van zijn rechtvaardigheidstheorie aan, aangezien hij een contract, een rechtvaardige band sluit rond chantage en verkrachting. Maar het ondermijnt ook de genade, aangezien zijn voorgestelde gratieverlening aan Claudio helemaal niet barmhartig is, maar slechts de verzoening van een ‘rechtvaardige’ overeenkomst.
En zie daar de verpakking rondom de containers is bijna verdwenen: ‘Genade is geen genade die er vaak zo uitziet’, maar gerechtigheid is geen gerechtigheid die er alleen maar zo uitziet. Rechtvaardigheid zo meedogenloos als die van Angelo blijkt onrechtvaardig te zijn, net zoals genade zonder gerechtigheid verstoken blijkt te zijn van genade. Daarom vertrok de hertog, en daarom faalt Angelo als zijn plaatsvervanger.
Maar de hertog is teruggekeerd, en nu beginnen we te zien wat zijn geheime bedoelingen zijn. Hij gaat Claudio bezoeken voor biecht en raad, en gaat ook naar Claudio’s zus voor troost en advies. Dit is een van de heerlijke plekken waar Shakespeare speelt met religieuze stereotypen. De ‘controverse’ over genade die ik eerder noemde, is voor Shakespeares publiek een al te bekende, namelijk of God ons redt door onze daden, en dus door een contractuele gerechtigheid, of door genade, dat wil zeggen door een daad van onverdiende genade. De katholieke kerk werd over het algemeen (hoewel niet vaak terecht) geassocieerd met de eerste, de protestanten met de laatste. Maar het is hier een katholieke monnik (of in ieder geval een vermomde!) die binnenkomt als de gepersonifieerde genade.
De hertog/broeder bedenkt een plan, en het loopt bijna net zo mis als het plan van de beroemde monnik in Romeo en Julia. Dat wil zeggen dat onze komedie bijna een tragedie wordt. Ik zal het einde niet verklappen, mocht u het vergeten zijn of het nooit hebben gelezen of gezien. Maar ik geef een hint: de hertog is bij zijn terugkeer niet langer de belichaming van onrechtvaardige genade zoals voorheen. Nu ziet hij duidelijk in dat ware genade rechtvaardig is, en ware gerechtigheid genade. De twee moeten elkaar kussen, zoals psalm 85 het stelt. Zijn slimme oplossingsvoorstel draait om het laten kussen van genade en gerechtigheid.
Vakantie…yes!! Het is weer zover!! En tijdens die zomervakantie gaan onze gedachten vanzelfsprekend uit naar een ontsnapping aan ons gewone leventje dat zich waarschijnlijk voornamelijk op het land afspeelt. En voor velen van ons zal die ontsnapping dan een verblijf aan zee kunnen betekenen. Ja, het is waar, als landrotten zijn we graag aan zee. Onze zielen lijken te lijden onder een jaarlijkse ervaring, terwijl we richting de kust slenteren, mompelen: ‘Ik moet weer naar de zee…’
We willen op vakantie aan zee; zoals de markt voor tweede huizen aan de zee of op een eiland zal bevestigen. We willen ook permanent aan zee wonen, of op zijn minst aan het water. Sommige experts schatten dat woningen aan het water gemiddeld zo’n 48 procent meer waard zijn. Water verkoopt. Misschien omdat de nabijheid ervan een soort mentale ontsnapping biedt aan de overweldigende rigiditeit en lineariteit van onze overwegend stedelijke omgeving.
De Britse psychiater Ian MacGilchrist stelt in zijn boek The Divided Brain and the Search for Meaning dat ons moderne leven lijdt onder de triomf van de aandacht van de linkerhersenhelft voor de wereld. Dit is een gerichte aandacht die draait om controleren en verkrijgen. Het leidt tot de creatie van een op zichzelf staande en geordende wereld met weinig aandacht voor context. En zo weinig aandacht voor de natuurlijke, complexe, vloeiende realiteit van de schepping. MacGilchrist brengt vervolgens de toename van diverse psychische aandoeningen, gekenmerkt door wat hij ‘tekorten in de rechterhersenhelft’ noemt, in verband met industrialisatie en de ontwikkeling van onze moderne cultuur.
In zijn boek Blue Mind onderzoekt bioloog Wallace Nichols het bewijs voor het positieve effect van water op de hersenen. Hij benadrukt hoe de nabijheid van water kan helen, herstellen, ons een gevoel van verbondenheid kan geven en rust kan bevorderen. Hij stelt dat water onze geest kan verschuiven het is een soort mentale aandacht dat rust genereert. Met, aan, of liever nog, in water zijn, is ongetwijfeld goed voor ons. Dus geen wonder dat we ons ertoe aangetrokken voelen.
Maar tegelijkertijd is water, en met name de zee, een bron van angst geweest. Een no-go area ‘waar draken zijn’, oké, kreeften zeker, waarschijnlijk haaien en walvissen. De zee blijft een van de laatste plekken van mysterie, een ondoorgrondelijke, ondoorgrondelijke plek met eindeloos donker water. We weten meer over de verre uithoeken van het universum dan over de werkelijk diepe oceaan. Mythische wezens van de diepte, blijven de slinkende ruimte van onze verwondering en angst voor het onbekende bevolken.
In de christelijke traditie is de zee een plek van diepe paradoxen. De schepping begint met Gods Geest die boven het water zweeft. Maar de zee wordt ook vaak opgevoerd als een plek van Gods afwezigheid. De zee is de plek van monsters, mysterie en dood. Het is ook de plek van misschien wel de beroemdste walvis uit de literatuur. De walvis die de ongelukkige Jona opslokt. Jona’s verhaal drukt de diepe paradox uit van de zee als een plek van dood en tegelijkertijd ook een plek van goddelijke ontmoeting. Het is in de diepten van de zee, en in het spijsverteringsstelsel van de walvis, dat Jona’s openbaring plaatsvindt en zijn reis opnieuw begint.
Verhalen van Jezus behandelen ook deze paradox van wildheid en ontmoeting in de chaos van de zee. In het verhaal van het kalmeren van de storm wordt de woeste dreiging van de zee niet voorgesteld als iets dat simpelweg vermeden moet worden. Jezus is geen fixer die alle dagelijkse gevaren overbodig maakt. Het verhaal vertelt eerder dat juist in zulke momenten van wildheid, woede en angst zijn krachtige aanwezigheid voelbaar is. We verlangen naar de zee, en naar het water, naar meer dan alleen een balsem voor de geest. De zee blijft die plek, in onze gemechaniseerde, technologische wereld met haar constante lokroep van controle, waar een onderdompeling in een gevaarlijk mysterie nog steeds kan worden ervaren. Van de vaste wal in zee stappen is de mogelijkheid van de dood en (paradoxaal genoeg) de reële mogelijkheid van een dieper leven binnengaan. Meegevoerd worden door de zee en naar de horizon kijken is contact maken met onze eindigheid in de context van de uitgestrektheid van de zeeën. Het is ons verbinden met onze volstrekte afhankelijkheid van de schepping die we bewonen en ons verbinden met de aanwezigheid die die schepping bijeenhoudt.
De zee in stappen is daarom zelfs een stap van geloof. Een stap in de richting van onze eigen kwetsbaarheid. Een moedige stap weg van de wereld waarin onze technologie, onze algoritmes, onze machines en onze wolkenkrabbers ons misleiden tot een geloof in onze eigen controle, onze eigen suprematie. Een stap in de diepte. ‘De roep van vloed naar vloed’, zegt de psalmist, ‘al uw golven slaan zwaar over mij heen.’ Als velen van ons deze zomer de zee in stappen, kan dat zeker een stap zijn naar een herstelde geestesgesteldheid, maar het kan ook een stap zijn naar een herstelde ziel.
The Old Chapel at Rame Head in Cornwall (één van de filmlocaties van Het Zoutpad)
De waarheid achter het boek en de feelgoodfilm van de zomer 2025 The Salt Path (Het Zoutpad) werd kortgeleden in twijfel getrokken. Waarschijnlijk ook gedreven door de komkommertijd, was het verhaal niet uit de media te slaan. Er rezen serieuze vragen over de eerlijkheid van The Salt Path. Kritiek op het verhaal van Raynor Winn over haar wandeling langs de kust van het zuidwesten samen met haar zieke echtgenoot Moth, was de afgelopen tijd zeer fel. Onderzoeken die de echte namen van het duo, hun financiële geschiedenis en de medische onwaarschijnlijkheid van de omkeer in Moths degeneratieve aandoening – zoals beschreven in het boek – onthulden, brachten duizenden lezers tot woede en teleurstelling over het feit dat ze bedrogen waren. Maar erin trappen en ervan leren hoort bij het mens-zijn: een les in hoe je verstandiger kunt vertrouwen, in plaats van helemaal niet te vertrouwen.
Dit soort reacties nodigen ons ook uit om te verklaren hoe sommige van de twee miljoen lezers van The Salt Path het verraad dat sommige voelden. Zij investeerden emotie en empathie in het opbeurende verhaal van een door nood getroffen stel dat troost vindt in de natuur. Want de identificatie met het doorsnee duo op middelbare leeftijd in de verhalen en de overtuiging dat een lange tocht door het zuidwesten een wondermiddel is tegen dakloosheid, financiële problemen en een degeneratieve medische aandoening, maakt de voormalige fans van The Salt Path niet zielig, maar juist prachtig menselijk.
De reputatie van auteur Raynor Winn ligt aan flarden, verscheurd door de onthullingen die aan het licht zijn gekomen door meedogenloze onderzoeksjournalistiek.
Het hartverwarmende verhaal over hoe een stel te maken krijgt met financiële ondergang, dakloosheid en een terminale ziekte tijdens een wandeling over het South West Coast Path, is een inspiratiebron geweest voor velen die het boek hebben gelezen of de film hebben gezien, of allebei. Het verhaal werkt omdat het ons een leven laat zien dat we kennen, de levens die we leiden.
Maar nu moet het in een heel ander licht worden gezien.
Zeker, het artikel onder de kop in The Observer was grondig onderzocht, zorgvuldig opgebouwd en compromisloos in de beweringen die de ontdekkingen, observaties en commentaren op het verhaal impliceerden.
‘… niet haar echte naam
‘… ze was een dief… verduisterde het geld’
‘… gearresteerd en verhoord door de politie’
‘… vijf vonnissen van de rechtbank’
‘… ze bezaten land in Frankrijk’
‘… negen neurologen… waren sceptisch’
Punt voor punt wordt het verhaal achter Het Zoutpad uit elkaar gehaald.
Ten eerste zijn Raynor en Moth Winn niet de ‘echte’ namen van Sally en Tim Walker.
Ten tweede onthulde The Observer dat het echtpaar financiële problemen had om andere redenen dan de mislukte zakelijke investering die ze beweerden te hebben. Als parttime boekhouder voor een makelaar en taxateur werd Sally ervan beschuldigd £64.000 van de rekeningen van het bedrijf te hebben weggesluisd. Hierover werd gemeld dat ze door de politie was gearresteerd en verhoord.
Ten derde waren het de oplopende schulden die ze hadden door de schikking met haar voormalige werkgever, naast andere schulden, die er feitelijk toe leidden dat hun huis in beslag werd genomen en ze dakloos werden. Dus niet de mislukte zakelijke investering.
Ten vierde waren ze niet echt dakloos, aangezien ze een woning bezaten in Frankrijk, in de buurt van Bordeaux. Hoewel deze in vervallen staat en onbewoonbaar was, hadden ze eerder ter plaatse in een caravan gewoond.
En dan ten slotte, in een onthulling die de kern van het verhaal van hun gezamenlijke reis ondermijnde, merkten medische experts op dat het uiterst twijfelachtig was dat Moth al 18 jaar aan corticobasale degeneratie (CBD) leed. De journalist had met negen neurologen contact gehad, en dit was de de consensus. Niet alleen waren Moths symptomen niet wat verwacht werd, de normale levensverwachting met de aandoening was ook tragisch kort: zes tot acht jaar.
The Observer, dat verschillende onderdelen van het onderzoek samenvoegende, legt de lat hoog wat betreft het belang van ‘waarheid’: Het is onacceptabel dat er een idee van waarheid wordt aangepraat wanneer belangrijke passages in het boek verzonnen zijn. Er zijn zowel ‘…zonden van nalatigheid als van nalaten’:
‘Het verhaal bevat ongetwijfeld elementen van waarheid, maar het geeft ook een verkeerd beeld van wie ze waren, hoe ze aan hun reis begonnen en de financiële omstandigheden die de achtergrond vormden.’
Maar denk ik dan: het leven is echter ingewikkeld en er zijn altijd twee kanten aan een verhaal.
In een reactie op haar website beantwoordt Raynor Winn elk van de beschuldigingen één voor één. Te midden van de storm van venijn en bedreigingen die online door het artikel werd ontketend, protesteert ze dat ‘… [het] grotesk oneerlijk en zeer misleidend is en erop gericht is mijn leven systematisch te ontleden.’
Het meest verontrustend is hoe Moth getraumatiseerd is door de suggestie dat zijn diagnose verzonnen is. Naast haar verklaring online heeft Winn brieven van de neurologen die Moth behandelen geplaatst, die zijn diagnose en het verhaal in het boek bevestigen.
Wat betreft de beschuldigingen van verduistering, geeft ze toe dat er problemen waren met een voormalige werkgever. Er werden beschuldigingen ingediend bij de politie en ze werd erover ondervraagd. Er werd echter geen aanklacht ingediend en er werd een schikking getroffen, waaronder het terugbetalen van geld.
‘Alle fouten die ik in de loop der jaren op dat kantoor heb gemaakt, betreur ik ten zeerste, en het spijt me oprecht.’ zegt Raynor Winn
Dit was echter niet de mislukte zakelijke deal die aan de basis lag van hun financiële problemen en die hun dakloosheid en zo het Salt Path-verhaal in gang zette.
Winn meldt dat het pand in Frankrijk een eigen, losstaand verhaal. Toen ze op het dieptepunt van hun problemen overwogen het te verkopen, schatte een lokale Franse makelaar het als vrijwel waardeloos en vond het zinloos om het op de markt te zetten.
Uiteindelijk kozen ze ervoor om zichzelf niet failliet te laten verklaren en hun schulden kwijt te schelden. In plaats daarvan sloten ze een overeenkomst met hun schuldeisers voor minimale aflossingen. Het succes van het boek heeft ervoor gezorgd dat al hun schulden zijn kwijtgescholden.
Wat resteert is de impliciete beschuldiging dat ze niet zijn wie ze beweerden te zijn, dat ze zich verschuilen achter pseudoniemen en niet hun ‘echte’ namen gebruikten. Ze legt uit dat de reden waarom Sally Ann en Tim Walker Raynor en Moth Winn heten, eigenlijk heel eenvoudig is.
In de beginjaren van hun relatie vertelde ze Moth hoezeer ze het niet prettig vond om Sally Ann genoemd te worden en dat ze liever de achternaam Raynor had gehad. Moth noemde haar vanaf dat moment Ray. Winn is haar meisjesnaam. En wat Moth betreft, zijn naam is Timothy dus Moth is op TiMOTHy te herleiden.
Nadat ik het boek had gelezen en de film eerder deze zomer had gezien, was ik vooral onder de indruk van The Salt Path. De menselijkheid van hun verhaal, de reis die ze hadden gemaakt en de inzichten in een goed geleefd leven die het bood.
Toen de bom van The Observer barstte, zakte mijn hart in mijn schoenen. Moraalridders klommen hoog te paard en Raynor Winn werd publiekelijk aan de schandpaal genageld.
Ze trok zich vervolgens terug uit haar aanstaande Saltlines-tournee, waarbij ze tijdens een reeks evenementen voor zou lezen uit haar boeken. Uitgeverij Penguin werd ook opgeroepen om de publicatie van haar volgende boek, dat in oktober zou verschijnen, te annuleren.
Echter, terugkijkend op de onthullingen over het Salt Path-verhaal, vind ik het verhaal nog beter. En om precies dezelfde redenen als voorheen. Omdat het ons het leven weerspiegelt zoals we dat kennen, zoals de levens die we leiden.
Om te beginnen is het leven rommelig. Soms is het zelfs troebel, vol misverstanden, verkeerde interpretaties en geconstrueerde verhalen. Ja, wie van ons heeft nog nooit een fout gemaakt, een verkeerde beslissing genomen of een verkeerde keuze gemaakt, ‘uit zwakte, uit onwetendheid of door onze eigen opzettelijke schuld’? Lijken in vele kasten hebben we allemaal, toch?
En vervolgens, op basis daarvan, creëren we allemaal ons eigen levensverhaal. Of het nu gaat om het samenstellen van onze online aanwezigheid met de afbeeldingen die we op sociale media plaatsen, of de anekdotes die we delen en het gezicht dat we laten zien aan degenen die deel uitmaken van ons dagelijks leven. De aantrekkingskracht is altijd gericht op een versie die ons in het beste daglicht stelt.
Sterker nog, het kan zelfs gaan om de verhalen die we over onszelf vertellen, over onszelf. De interpretatie van wat ons is overkomen en waarom. Interpreteren hoeveel van onze ervaring te danken is aan wat ons is aangedaan of het resultaat is van onze eigen verantwoordelijkheid.
Wanneer we dus de verleiding voelen om iemand af te schrijven vanwege wat hij of zij heeft gedaan, doen we er goed aan om te reflecteren op onze eigen ervaring. Dan zijn we misschien wel dankbaar dat we niet zijn afgeschreven vanwege onze eerdere misstappen. Dit verhaal houdt onszelf dus ook een spiegel voor. Want ondanks het feit dat ze decennialang in kleine, landelijke gemeenschappen hebben gewoond, heeft niemand tijdens de hele controverse rond The Salt Path bijvoorbeeld gezegd dat de Winns of de Walkers misschien wel goede buren waren. Hierover spreken zou zomaar hun volgende avontuur of weer een bestseller kunnen worden.
Verder denk ik aan hoe Jezus zich in zulke omstandigheden gedroeg. Toen een zelfingenomen groep mensen in de Bijbel in Johannes 8 snel een oordeel wilde vellen over de gebrekkige seksuele keuzes van een vrouw, moedigde Jezus degenen die geen schuld hadden aan om als eersten in actie te komen. Langzaamaan beseften ze allemaal wat hij zei en dropen af.
Ik heb het onderstaan gebed van boetedoening altijd enorm nuttig gevonden. Het houdt ons gegrond in de realiteit van onze eigen ervaring en zou ons moeten waarschuwen om anderen niet af te schrijven:
‘Almachtige God, onze hemelse Vader, wij hebben tegen U gezondigd en tegen onze naaste in gedachten, woorden en daden, door nalatigheid, door zwakheid, door onze eigen opzettelijke fout. Het spijt ons oprecht en we berouwen al onze zonden. Omwille van uw Zoon Jezus Christus, die voor ons gestorven is, vergeef ons al het verleden en geef dat wij U mogen dienen in een nieuw leven tot eer van uw naam. Amen.’
Voor al onze lijken in al die kasten is er vergeving.
Voor wat voor ons ligt, hebben we de mogelijkheid om opnieuw te beginnen.
Iemand anders die zich kort na de eeuwwisseling tot het christendom werkte op de Zuidas vertelde mij over zijn leven: Het enige doel van zijn kantoorethos was om in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk geld te verdienen; Mede-werknemers verdwenen op vrijdagmiddag in toilethokjes om drugs te snuiven.
Als nieuwe bekeerling verliet híj daarentegen het kantoor om tijdens de lunchpauze de mis bij te wonen. Dat voelde enorm tegencultureel. ‘Ik las’ zei hij ‘bij Dietrich Bonhoeffer dat wanneer Christus een man roept, gebiedt Hij hem te komen en te sterven.’
Een jaar later zegde hij zijn baan op om theologie te studeren.
De apostelen van Jezus legden destijds hun netten niet neer om vissers van mensen te worden. De mystici putten zichzelf uit door te vasten; dat deden ze niet om onze vrijheid van meningsuiting te verdedigen. De martelaren stierven niet voor de goede onderwijsresultaten van stabiele gezinnen. Centraal in alles wat beweert christelijk te zijn, moet altijd de verstorende realiteit staan van levens die worden geleefd en samenlevingen die worden geleid op manieren die niet onze keuze zijn.
Al deze gedachten kunnen in een notendop worden samengevat, maar verder ook eindeloos worden uitgewerkt. De korte versie zou een bekentenis moeten bevatten dat ons leven een doel heeft. Nadenken over de verdwijning van het christendom is van belang omdat de kerk het stevigste vat is voor het behoud van waarden zonder welke de beschaving zal vergaan. Én omdat de christelijke leer verder gaat in het volhouden dat onze menselijke zoektocht naar liefde en vreugde één is met de orde en het doel van de wereld als Gods schepping.
Veel mensen gingen ervan uit dat Hirsi Ali’s stap meer neerkwam op een erkenning van de rol van het christendom in het veiligstellen van sociale vooruitgang dan bijvoorbeeld op een acceptatie van de geloofsbelijdenis van Nicea. Ze schrijft ook dat ze beetje bij beetje leert over het geloof terwijl ze zondag na zondag naar de kerk gaat. Net als andere christenen wil ze nu misschien een stapje verder gaan. De redenen hiervoor zijn zowel filosofisch als theologisch. Filosofisch gezien, omdat het behoud van de joods-christelijke culturele erfenis niet verward moet worden met voorouderverering. Deze tradities kunnen en moeten worden gerechtvaardigd als uitingen van onze waarheidsgetrouwe zoektocht naar het goede, het ware en het schone.
En de fundamenten zijn theologisch, Het gaat over geloof en hoop op een reis van ballingschap door een wildernis naar bronnen van levend water. Karl Barths politieke standpunt is gebaseerd op de Bijbel. Het radicale voorbehoud van het christendom ten aanzien van ‘de wereld’ van ‘vorstendommen en machten’ komt voort uit een gevoel van chronische gebrokenheid in de menselijke conditie en de corruptie van zelfs onze nobelste idealen. Kortom, we worden gekenmerkt door de erfzonde, wat op zijn beurt een zoektocht naar genezing genereert die opnieuw wordt gepresenteerd in de liturgie. De Bergrede springt er voor mij met name uit. Die preek vraagt hoe u staat, hoe u geplaatst bent als het gaat om ontvangen, geven en gebaren van verzoening en inclusie maken. …
Voor veel mensen is dit dus de periode van ‘op vakantie gaan’. Toen ik vorig jaar hoorde van een computerstoring die ook wereldwijd het vliegverkeer platlegde en de dreigende stakingen op Schiphol dit jaar had ik een beetje medelijden met de vakantiegangers die hier ook mogelijk de dupe van waren geworden.
Ja, we zeggen dan wel ‘het gaat niet om de bestemming. Het gaat om de reis.’ Maar ik denk dat het bij veel van die mensen waarschijnlijk ook wel een beetje om de bestemming ging.
Ook de christelijke boodschap is dat de bestemming én de reis eigenlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Ten eerste is de kerk, als ze klein genoeg is, een plek ‘waar iedereen je naam kent’. Iedereen kent elkaars naam, ze vieren samen feest, rouwen samen een mix van overtuiging, medeleven en gemeenschap. In grotere kerken, ken je misschien niet iedereens naam, maar er is de overeenkomst dat je dezelfde bestemming in gedachten hebt. De scepticus zou kunnen zeggen dat het gewoon een ticket naar de hemel is, maar het beeld dat de Bijbel schetst van de eeuwige realiteit wordt duidelijk weerspiegeld in de reis van week tot week: een plek van bestemming waar alle mensen van elke stam en natie samenkomen. Het is een plek waar we de toekomst in kunnen worden gekatapulteerd.
En dan is er nog het kruis zelf. De evangelieschrijver Lucas zegt dat ‘Jezus vastberaden op weg ging naar Jeruzalem’. Hij had zijn bestemming in gedachten. En het kruis was de ‘bestemming’ voor Jezus. Maar er was ook een verdere reis te gaan. Zou het kunnen dat wat de kruisiging en wederopstanding van Jezus voor ons opent niet alleen een eeuwige bestemming in de toekomst is, maar ook een reis vandaag de dag waar het gezelschap van God ook de bestemming is?
Misschien is dat wat het betreden van een kerk voor ons vandaag of in de vakantie kan betekenen: de drempel naar de toekomst oversteken en de plek voor het eerst kennen.
Deze Bijbeltekst volgt op een gedeelte in Prediker 3, dat ons leven al aardig goed weergeeft. Daar staat namelijk:
Voor alles is er een vastgestelde tijd: er is een tijd voor elk voornemen onder de hemel. Een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven; een tijd om te doden en een tijd om te genezen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen; een tijd om te huilen en een tijd om te lachen; een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken; een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten, een tijd van oorlog en een tijd van vrede.
Als je dat zo leest, dan komen er allerlei gevoelens bij je langs. Wat is er toch veel: al dat gezwoeg van ons mensen; bijvoorbeeld in de wereld om ons heen, waar een economie draaiend wordt gehouden. Maar ook in een gezin of je omzien naar familie of vrienden. De vraag van de Prediker is: Wat levert ons zwoegen uiteindelijk op? En daarbij roept hij ons ook op om van het leven te genieten en rust te vinden. En dat te midden van het onrecht in deze wereld en bij alle angst en onrust. Te midden daarvan staat onze tekst. Een hand vol rust is beter dan beide vuisten vol zwoegen en najagen van wind.
Zijn er dingen waar je slecht van slaapt? Waardoor je de slaap niet kunt vatten? Hoe harder je probeert, hoe verder de slaap weg lijkt. Hoe krampachtig gaan wij met dingen om met de gedachte dat wij het zelf moeten doen, dat wíj de problemen moeten oplossen.
In de Bergrede zegt Jezus: Maak je geen zorgen voor de dag van morgen. Die heeft genoeg aan zijn eigen last. Dus: Je voegt door al je zorgen niets toe. Jouw wakker liggen is nergens goed voor. Het lijkt voor ons alsof je bestaan er van af hangt, maar er staat ook: God geeft het zijn beminden in de slaap. Of, zoals je ook kunt vertalen: God geeft zijn beminden dé slaap. Op dat niveau moet je wakker-liggen ook zien. God is het die je rust gunt. Ontspanning. Dat je gerust kunt slapen. En uitgerust wakker worden. En om goed te kunnen slapen moet je in ieder geval beseffen dat God zorgt. Vandaag. In de nacht. En morgen weer. Daarmee is je slapeloosheid misschien niet meteen opgelost. Daar kunnen ook andere zaken oorzaak van zijn. Maar het kan wel helpen om ook als je wakker ligt, ontspannen te blijven. En het jezelf voor te houden: Ook als ik moe opsta zal God zorgen. Dat bevrijdt je van krampachtig op zoek zijn naar rust.
God gunt je rust. Dat is eigenlijk het thema van deze tekst. Gunnen, dat is hetzelfde woord als genade.
Je ziet datzelfde in dat Bijbelverhaal over de worsteling van Jakob. Als hij met God in gevecht is, een nacht lang en het uiteindelijk voor Jakob duidelijk wordt dat hij niet kan winnen, want God is sterker, dan smeekt hij om genade: ik laat U niet gaan, tenzij U me zegent. Dat is hetzelfde. Genade. Zegen. God die goede dingen over je zegt. Die je leven en liefde belooft. Als jij weerloos bent en je verloren voelt. Juist dan krijgt God de ruimte.
De maatschappij leert ons om vechtend in het leven te staan. Je best te doen om te overleven. Jezelf redden. Dat is een heel gevecht. En zeker, velen redden zich best. Maar overgave is voor mensen een moeilijk begrip. Soms helpen omstandigheden. Als alles je uit handen geslagen wordt. Dan moet je wel. Dan leer je het door schade en schande. Maar uit de Bijbel leer ik dat je bij God tot rust mag komen. Je hoeft je niet groot te houden. Je geloviger, stoerder, steviger voor te doen dan je bent.
Loslaten is lastig. Daarom is het een prachtig beeld dat Prediker in deze tekst oproept. Een hand vol rust is beter dan beide vuisten die gesloten zijn. Gebald soms, niets willen loslaten. Dus rust heeft blijkbaar te maken met loslaten. Je opent je handen, geen vuist meer, niet meer gebald en het wordt je gegund.
In de kerk belijden we dat ons leven in handen van de Here ligt. Dat Hij zorgt. Dat bij Hem de toekomst zeker is. Neem een voorbeeld aan dat kleine kind dat gedoopt wordt. Het kind wordt gedragen. Kan nog helemaal niets. Maar Jezus kan alles. Hij zal Zijn ruimte nemen in het leven van dat kleine kind. Daar mogen we op vertrouwen. Ook voor onszelf. Wij hebben onze toekomst niet in handen. Niet hard in je vuisten knijpen. Maar loslaten en schuilen bij God. Bij Hem ben je veilig. Bij Hem alleen.
Loslaten betekent ook het niet te verwachten van anderen. Wat die van mij vinden. Dan worden we dikwijls teleurgesteld. De Here Jezus stelt in de Bergrede dat we de dingen niet moeten doen om bij mensen in een goed blaadje te komen. Hij weet hoe verleidelijk dat is. Bij God is dat niet nodig. Hij kent je sores en verdriet. Hij weet van je zonden en je gevecht om overeind te blijven. Maar dat is niet bepalend voor zijn beeld van jou. Beeldbepalend is zijn Zoon. Door Hem houdt God meer van je dan wie ook in deze wereld. Dus niet jaloers zijn. Op wat mensen kunnen of hebben. God ziet jou vol liefde. Dan leer je Hem vertrouwen door naar Jezus te kijken. En ben je vervolgens ook tevreden met wat Hij je geeft.
Het doet me denken aan het beeld van dat zomerse wielerspektakel de Tour de France. Daar is het principe: De Tour wacht nooit. Hoe hard je ook valt. Hoeveel pech je ook hebt. Dat is het beeld van het leven om ons heen. Dus: moet je overeind blijven. Doorgaan. Volhouden. Beide vuisten klem je om je stuur. Beide vuisten vol gezwoeg en najagen van wind. De Tour wacht op niemand. Het leven gaat door. En voor je het weet, sta je buitenspel.
Maar bij God niet. Hij draait de boel om. Hij wil rust in je leven. Hij houdt je overeind of, als je valt, dan helpt Hij je overeind. God gunt je die rust. Vanuit die rust mag je je werk doen. Jouw werk redt je niet. Je positie niet. Je geld niet. God redt.
We weten het wel. Maar wat we belijden, beleven we dat ook? Laten we dat zien? Een hand vol rust. Dat is wat God geeft. Dicht bij Hem mag je elke dag die rust vinden.
En dan kun je ook gerust op vakantie. Niet omdat je het verdiend hebt. Maar omdat God het gunt. Hij wil zijn zegen verbinden aan wie zo rust vindt bij Hem.
Dan re-creëer je echt. En geeft God je nieuwe krachten.
Vakantie… het schoolseizoen is bijna voorbij en de lange avonden vragen om dineren in de buitenlucht. En natuurlijk is het tijd om ons best mogelijke leven te leiden, terwijl we de fantasie najagen en een oogverblindend dure vakantie boeken… om ‘er even helemaal tussenuit te gaan’.
Maar hoe dan ook, een vakantie is altijd van korte duur. Een gemiddelde vakantie duurt veertien dagen, misschien zelfs gewoon een lang weekend. Als je echt je best doet een luxe drie of zelfs vier weken. Maar hoe lang het ook is, het is – per definitie – niet levenslang. We smachten er naar – ‘ ik kan niet wachten om weg te gaan’- en er kan een enorme verwachting zijn dat alle dingen waar we mee worstelen op magische wijze minder stressvol zijn ‘als ik terugkom’. We denken dat alle uitputting die we met ons meedragen, alle frustratie of teleurstelling, het overwerken waarmee we dagelijks leven, zal verdwijnen. We vreten ons vol met ontspanning en leggen onszelf enorme druk op om PLEZIER te HEBBEN en – dat wat de sluwe nieuwe marketingstrategie is geworden – ‘geweldige herinneringen te maken’. Wat allemaal nog zwaarder werk kan blijken te zijn dan waar we van af proberen te komen.
Omdat ik erg geïnteresseerd ben in de etymologie van woorden, zocht ik het woord ‘vakantie’ op. Het betekent ‘formele opschorting van activiteit, tijd waarin er een onderbreking is van de gebruikelijke werkgelegenheid’ ‘staat van onbezet zijn’. Het woord vakantie is afgeleid van het Latijnse vacare, dat staat voor leeg of vrij zijn. In het Engels spreken ze ook van ‘holiday’. En dan kom je een betekenis tegen als ‘een periode waarin je niet op het werk bent’ ‘een periode waarin je reist of uitrust buiten huis’ (hmm, ik weet niet zeker of je altijd rust hebt of tot rust komt, maar toch); En een simpele vertaling: ‘heilige dag’ Wacht even, wat?
De meeste wereldreligies of filosofieën hebben een soort ritme of patroon voor het leven, inclusief rusttijden.
Deze vallen vaak (maar niet altijd) samen met een soort eredienst of festival. Dit zijn tijden die losstaan van de dagelijkse bezigheden van het “normale leven”. Interessant genoeg is rust in de Joods-christelijke traditie vanaf het begin ingebakken. Na een werkweek van zes dagen, zo vertelt het begin van het scheppingsverhaal ons, rustte God. En om het punt te onderstrepen, gaf diezelfde God zijn volk later de 10 geboden, waarvan er één is: neem een dag vrij.
Het woord “heilig” betekent apart gezet, heilig en midden in de joodse en christelijke levensstijl is er een oproep om wat tijd heilig te houden, tijd apart gezet wanneer we niet druk bezig zijn, wanneer we ons herinneren dat we menselijk en beperkt zijn en rust nodig hebben. Wanneer we wat objectiviteit kunnen krijgen over onze productiviteit; wanneer we kunnen zien (zoals God al die jaren geleden deed) dat wat we hebben gedaan goed is en we ervan kunnen genieten.
In onze 24/7, ik-bereik-dus-ik-ben-cultuur, doen we vrijwel zeker geen dag per week niets. We doen altijd wel iets. Zelfs op onze vrije dag(en) lezen of scrollen of rennen we of “maken we herinneringen”. Waar is de rust? Waar is het heilige?
En er is een ironisch drukke industrie die de laatste jaren is ontstaan rondom mindfulness en retraites; een industrie die de ultieme menselijke behoefte aan rust benadrukt. Er zijn apps die ons helpen ademen, er zijn goeroes die ons lichaam en geest masseren. Cynisch genoeg beweren sommigen dat het kapitalisme de eeuwenoude noodzaak heeft om onze menselijkheid te erkennen en te verzorgen, onze behoefte om te stoppen met doen en gewoon te zijn. Ik denk dat God zou zeggen: hoera! Of zoals Jezus het zei: “Kom met mij mee naar een rustige plek en vind wat rust.”
maar hoe kunnen we rust weer op de agenda van ons eigen leven zetten? Het is voor ieder van ons anders. De rust van de een is de nachtmerrie van de ander. Hoe het er ook uitziet, we moeten leren hoe we ‘een periode van tijd zonder werk’ kunnen hebben (wat voor werk ons ook bezighoudt, betaald of onbetaald, gezien of ongezien). Het is een bekend feit dat als je elektronische apparaat niet goed meer werkt, als je het even uitzet, het vrolijk opnieuw opstart en we worden aangemoedigd om onze apparaten regelmatig opnieuw op te starten. We weten allemaal dat we een beetje zo zijn en toch… We functioneren niet goed, en ik bedoel dat we niet floreren… als we nooit de stekker eruit trekken. Zo zijn we gemaakt.
We hebben die momenten nodig waarop we een spirituele paraplu in het glas van ons leven zetten, achterover leunen en kijken naar wat is geweest. We kunnen ruimte maken voor dankbaarheid; voor herverbinding met onszelf, met ons leven en zelfs met de Almachtige God die rust geeft.
Dus deze zomer gaan we naar… Ik ben nu al helemaal uitgeput. Ik heb werk voorbereid zodat ik klaar ben voor de dag als we terugkomen; liters zonnebrandcrème gekocht (voor het geval dat het niet meer verkrijgbaar is); Pfoeh… Op vakantie gaan is echt hard werken en ik ben nog niet eens geweest. Maar dit jaar, terwijl ik mijn zonnebril opzet en me insmeer met factor 50, ben ik vastbesloten om tijd te maken om het heilige in mijn vakantie te brengen. En heilige dagen in mijn leven.