Als je aan passie-muziek denkt,
zou je snel kunnen denken aan verdriet.
Maar bij Johann Sebastian Bach ligt dat anders.
Van de vele Passievertolkingen
door Bach
is denk ik de Matthäus Passion
de bekendste in Nederland.
Rond Pasen vind je
bijna overal
een uitvoering
vanh deze Passion
Maar in deze post
wil ik licht laten schijnen
op zijn Johannes Passion.
Want die begint
niet klein en ingetogen
zoal de Matthäus Passion,
maar heel groots
en bijna overweldigend.
Glorieus zelfs.
En dat is geen toeval.
Bach volgt hier namelijk
het spoor van het Evangelie van Johannes.
Dat evangelie begint met
“In het begin…”
een directe echo van Genesis.
Daar zie je eerst de schepping,
met als hoogtepunt de mens,
en daarna… rust.
De zevende dag.
En precies dat patroon
zie je ook terug
bij Johannes én bij Bach:
eerst glorie, dan rust.
Alleen zit er een verschil.
Genesis vertelt een mooie, goede wereld.
Johannes laat een wereld zien
die ontspoord is.
Macht, angst, geweld;
het zit overal.
En toch zegt Johannes:
kijk goed,
want juist hier gebeurt iets groots.
Hier wordt overwinning behaald.
Dat is wennen.
Want eerlijk:
een proces vol spot, mishandeling
en uiteindelijk een kruis…
dat voelt niet als glorie.
Eerder als het tegenovergestelde.
Maar Bach zegt eigenlijk:
luister nou gewoon.
Ik laat je horen hoe dat tóch klopt.
Neem het begin: “Herr, unser Herrscher.”
Alleen al dat woord “Herr” (Heer)
hangt samen met “herrlich” “glorieus”.
Alles ademt: kijk met andere ogen.
Zie wat hier echt gebeurt.
En Bach trekt je er helemaal in.
Je zit niet veilig op afstand,
zoals bij de Matthäus Passion.
Nee, je staat er middenin.
Het ene moment
zing je bij wijze van spreken
nog vrolijk mee,
het volgende moment
zit je ineens
in het kamp van Petrus
die Jezus ontkent.
Of tussen de mensen
die schreeuwen: kruisig hem.
Best confronterend.
Want ergens voel je: dit gaat ook over mij.
Het kantelpunt zit in de aria “Es ist vollbracht”.
Dat klinkt als:
het is voorbij.
Maar precies dat bedoelt Bach niet.
Het is volbracht betekent:
het werk is af.
Klaar.
Missie geslaagd.
En midden in
die verdrietige muziek
breekt ineens iets krachtigs door.
Alsof er een deur openvliegt:
overwinning.
Niet ondanks de dood,
maar erdoorheen.
Dat is de bizarre,
maar ook hoopvolle kern
van het verhaal.
Daarna zakt alles weg in rust. “Ruht wohl.”
Alsof na een lange, zware dag
eindelijk de stilte komt.
Net als na de schepping:
de zevende dag.
Maar Bach laat het daar niet bij.
Hij stelt een vraag.
Eigenlijk heel simpel:
waar sta jij?
Ben je zoals Pontius Pilatus,
die het allemaal ingewikkeld vindt
en z’n handen ervan aftrekt?
Of zoals de menigte,
die meegaat
in de waan van de dag?
Of durf je iets anders?
Want uiteindelijk
botsen hier twee werelden.
De ene waarin macht bepaalt wat waar is.
De andere waarin liefde
en overgave het winnen.
Dat klinkt misschien
groot en ver weg.
Maar Bach
maakt het klein en dichtbij.
Hij laat het je niet alleen begrijpen…
hij laat je het ook voelen.
En misschien
is dat wel
het meest ongemakkelijke van alles:
dat die oude muziek
ineens iets zegt
over hoe wij vandaag leven.

