Nu er formatiebesprekingen zijn over een mogelijk te vormen kabinet tussen het CDA, de VVD met gedoogsteun van de PVV buitelen de belangengroeperingen over elkaar heen die oftewel voor of tegen het te vormen kabinet zijn. Met veel kabaal proberen ze hun eigen mening over het voetlicht te krijgen en ze roeren zich dan ook danig in de verschillende media. Sinds enige tijd is er een nieuwe groep actief die pro of contra het te vormen kabinet is, namelijk de predikanten en voorgangers. Aan de ene kant heb je bijvoorbeeld de groep rondom Ben Kok, de Amersfoortse voorganger die een kabinet met gedoogsteun van de PVV steunt. Aan de andere zijde van het spectrum bewegen zich onder andere de predikanten Pals en Wachtmeester. Zij (s)preken zich uit tegen zo’n mogelijk kabinet.

Ex Cathedra is de Latijnse term voor een uitspraak vanuit de zetel (kansel), meestal gebezigd voor de gezagvolle  leeruitspraken van de paus, maar meer algemeen is deze term ook te  gebruiken voor het uitspreken van een mening op belerende toon aan toehoorders.

Nu hoorde ik vanochtend dat de predikanten die tegen een te vormen VVD-CDA(-PVV)kabinet zijn, dit ook vanaf de kansel willen verkondigen. En dit schoot een aantal ‘mensen op de straat’ in het verkeerde keelgat. ‘Een dominee moet zich niet (vanaf de kansel) met de politiek bemoeien’, ‘Kerk en staat moeten gescheiden blijven’ zo wordt door hen gezegd.

Eerlijk gezegd heb ik met dit soort uitspraken nogal wat problemen.  Wat wil men dan zondags van de kansel horen? Een feelgoodpreek met een praatje dat met het zondagse kopje koffie en bijbehorende gebakje  lekker wordt weggeslikt en wordt vergeten. Een preek mag aan het denken zetten, schuren. Ook een predikant mag en heeft mijns inziens ook de verplichting zijn vinger te leggen bij zaken die in het dagelijks leven de mensen bezighoudt en dat is heden ten dage dus ook de de discussie rondom de vorming van dit mogelijke kabinet. Dat een predikant daarbij zijn mening geeft over zo’n kabinet vind ik ronduit begrijpelijk. Waarom zou een predikant zich wel mogen uitspreken over het algemenere heb uw naaste als uzelf en dat niet mogen specificeren in het uiten van hun mening (gegrond op hun christelijke overtuiging) over een te vormen kabinet?

Christenzijn betekent in de wereld staan en een boodschap hebben voor die wereld, ook al is die ‘politiek’!

De laatste tijd lees je in de christelijke media nogal wat berichten over de gevierde Amerikaanse romanschrijfster Anne Rice, die zich in 1998 publiekelijk tot het christelijk geloof bekeerde. Ze heeft kortgeleden aangekondigd het christendom te verlaten. ‘In de naam van Christus weiger ik om anti-homo, anti-feministisch, anti-voorbehoedsmiddelen, anti-humanistisch, anti-wetenschappelijk en anti-democratisch te zijn,’ zei ze in een officiële verklaring. ‘Vanaf vandaag ben ik niet langer christen. Het is simpelweg onmogelijk voor me om deel te zijn deze ruziënde, vijandige, groep die conflicten veroorzaakt. Ik heb het tien jaar lang geprobeerd, maar het is me niet gelukt. Ik ben een outsider. Mijn geweten laat me geen andere keus.’

Maar hoewel Rice de Rooms-Katholieke Kerk en het christendom verlaat, houdt ze volmondig vast aan haar geloof. ‘Mijn geloof in Christus staat centraal in mijn leven. Mijn bekering van een pessimistische atheïst, verloren in een wereld die ik niet begreep, naar een optimistische gelovige in een universum dat door een liefdevolle God is geschapen en wordt onderhouden, is cruciaal voor me. Maar dat ik Christus volg betekent niet dat ik ook zijn volgelingen moet volgen. Christus is oneindig veel belangrijker dan het christendom en zal dat ook altijd blijven. Ik geloof dat mijn geloof van me vraagt dat ik deze stap zet. Ik keer me af van alle dingen die me van Christus proberen te scheiden.’

Als christenen moeten we, denk ik,  bij het horen van zo’n besluit ons er enorm van bewust zijn het instituut kerk steeds weer te blijven hervormen. Hoe snel kunnen kerken niet tot gemeenschappen verworden van waaruit men andere mensen de maat neemt, maar waar zelf het gebod van de liefde zeer smal opvat.

Ik vind het jammer dat Anne Rice meent het christendom vaarwel te moeten zeggen omdat Gods grondpersoneel er regelmatig een potje van maakt. Ik hoop dat ze Christus kan blijven volgen en dat ze, misschien op termijn, een groep mensen kan vinden om samen haar geloof te vieren.

Ik werd toch een beetje triest van dit bericht. Uit een rondvraag van de Belgische krant De Morgen blijkt dat een groter wordend aantal van de Vlaamse katholieken zich laat ontdopen, sinds er allerlei affaires in de kerk aan het licht komen. Volgens kerkjuristen, wordt er dan bij vermeldt,  kan de kerk het doopsel helemaal niet ongedaan maken en is ontdopen louter symbolisch. Maar, helaas maakt dat de kwestie niet minder ernstig. Had de secularisatie tot voor kort nog ‘alleen maar’ vorm in de verdwijnende belangstelling voor het instituut kerk, vanwege al de affaires die de laatste tijd spelen, verlaten ineens mensen veel zichtbaarder de kerk door zich feitelijk te laten ontdopen. Of dit ritueel nu een formele status heeft of niet, in feite doet dit er niet toe. Het gaat om het gevoel erachter: ik wil, zelfs niet meer op papier, behoren tot een instituut dat met de mond het ene belijdt, maar feitelijk iets anders doet.

Het blijft een van de moeilijkste punten van het leven van de mens en dus ook van de christen: hoe breng je leer en leven in overeenstemming met elkaar.

Vandaag deel II van mijn leesimpressie van het boek van McLaren. Vanuit het schetsen van een aantal historische gebeurtenissen (de toespraak van Martin Luther King, de vijfennegentig stellingen van Martin Luther et cetera) die de wereld volledig op zijn kop hebben gezet en veranderden, komt McLaren tot het idee dat het verkondigen van nieuwe inzichten kan bijdragen aan het debat waardoor men vervolgens tot een nieuwe mindset of state.  McLaren meent dat het christendom een nieuwe zoektocht (quest) nodig heeft. Christenen moeten niet uitgaan van een statische opstelling waarbij wordt gezegd ‘hier sta ik!’, maar van een dynamische opstelling, een richting waarbij wordt gezegd ‘daar gaan we!’ Nieuwe inzichten kunnen debat entameren en kunnen mensen tot een nieuwe mindset brengen. Maar alleen nieuwe vragen kunnen nieuwe gesprekken opwekken en inspireren tot een nieuwe zoektocht. McLaren formuleert drie vragen die kunnen bijdragen tot a New Kind of Christianity. 1) de narratieve vraag: wat is de alles omvattende verhaallijn van de Bijbel?; 2) de vraag naar autoriteit: hoe moet de Bijbel worden verstaan?; 3) de vraag naar God: is God gewelddadig, verkiest God de één en verwerpt hij de ander?; 4) de vraag naar Jezus: wie is hij en waarom is hij belangrijk? De huidige versies van Jezus verschillen erg van elkaar, welke versie is betrouwbaar?; 
5) de vraag naar het evangelie: waarom is Jezus’ evangelie van koninkrijk van God veranderd in het evangelie van rechtvaardiging door geloof?; 6) de vraag naar de kerk: wat moet er veranderen in de kerk en kan het werk  van Gods Geest in de wereld aan het werk gaan en hoe kunnen christenen samenwerken met het werk van God door, buiten of ondanks de kerk?; 7) de vraag naar de seksualiteit: hoe kunnen christenen met elkaar hierover in gesprek zijn zonder elkaar de tent uit te vechten. Hoe komt het dat dit issue tegenwoordig het christendom zo bezighoudt?; 8.) de vraag naar de toekomst: welke eschatologie draagt bij aan een rechtvaardiger en betere toekomst. Hoe moet zo’n eschatologie worden vormgegeven?; 9) de vraag naar de pluraliteit: hoe moeten christenen zich verhouden tot aanhangers van andere religies? 10) de vraag naar wat we nu moeten doen: hoe kunnen we onze zoektocht omzetten in actie?

So we set out on our quest, our exodus, driven out of familiair territory and into unmapped terra nova by ten question stirring in our hearts

Tot de volgende keer!

Vandaag een kort berichtje dat mijn aandacht trok:

Bezoekers van de Lutherkerk in Keulen moeten voor de dienst zaterdagavond door een naaktscanner. Dominee Hans Mörtter wil andersgelovigen opsporen en een ,,kettervrije” zone voor protestanten scheppen. Maar eigenlijk wil de geestelijke kort voor carnaval de “totale angstcultuur” op de korrel nemen, meldden Duitse media woensdag. De scanner is dan ook niet echt. Mörtter hoopt op begrip voor zijn ludieke actie onder het motto: “Yes, we scan!”

Ik moest meteen denken aan de ophef rondom de uitlatingen van de protestantse dominee Hendrikse die niet gelooft dat God bestaat, maar wel in God gelooft. Hij beschouwt zichzelf als een gelovige atheïst. Inmiddels is een classicale procedure tegen zijn standpunt beëindigd en kregen veel mensen het idee dat de Protestantse Kerk in Nederland het gedachtegoed van Hendrikse legitimeert. Vandaag moest in een artikel in het Reformatorisch Dagblad de scriba van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland, Arjan Plaisier dat idee van legitimering ontzenuwen. De standpunten van Hendrikse zijn niet van het gewicht zijn dat ze de fundamenten ondergraven. Die fundamenten blijven dus overeind. Het fundament van de kerk is God, Die Zich in Jezus Christus heeft geopenbaard. Niet ondergraven is nog wat anders dan dat ze passen bij deze fundamenten. De opvattingen van ds. Hendrikse geven aanleiding om over deze fundamenten opnieuw te spreken, ze al sprekend opnieuw te ontdekken, om zo opnieuw gesterkt te worden in de opdracht de drie-enige God te belijden zo stelt Plaisier. Hij meldt ook dat in het najaar over de opvattingen verder zal worden gesproken.

Waarom die angst voor de standpunten van Hendrikse? Een kerkgenootschap heeft toch wel een zelfregulerend vermogen om eventuele ongewenste opvattingen te neutraliseren?

Of toch maar een naaktscanner bij de kerkdeur installeren?

In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad. Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: 11 vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden:
‘Eer aan God in de hoogste hemel
en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’
Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd. Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden zou worden, kreeg hij de naam Jezus, die de engel had genoemd nog voordat hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen.
Vanochtend hebben ik met een groepje vakgenoten de tekst uit Lucas 2 de verzen 1-21 behandeld zoals die op leesrooster staat voor Kerst. Hoewel het overbekende woorden zijn is het toch altijd vruchtbaar ‘de koppen bij elkaar te steken’ en misschien wat onderbelichte passages of woorden met elkaar te bespreken. Wat me van de bespreking van vanmorgen bij blijft is dat je het woord voederbak dat driemaal in deze tekst voorkomt kunt uitleggen als het symbool van armoede. Dit kun je uitleggen als symbool dat Jezus vanuit de hemel naar de aarde kwam, naar mensen zonder aanzien. Hij wilde zich verlagen vanuit de hemel naar de aarde. Het ging hem niet om pracht en praal en overconsumptie. Wel iets om te overwegen met Kerst waar voor veel mensen de overvloed op allerlei vlak centraal lijkt te staan.
Ook wij mogen deze woorden in ons hart, de plaats waar de kennis gezaaid wordt bewaren en overdenken…

In het kader van de jaarlijkse actie Serious Request van radio 3FM trekt binnenkort een aantal dj’s zich voor een periode van 6 dagen terug in het Glazen Huis om daar te vasten en 24 uur per dag radio te maken voor een goed doel. Boele Ytsma heeft het initiatief opgevat om deze actie ook een vervolg te geven in kerken onder de noemer Serious Churches. Serious Churches zijn kerken die solidair worden met de vastende dj’s in het Glazen Huis. Ytsma wil graag dat overal in Nederland in de nacht van woensdag 23 december op donderdag 24 december kerken open zijn en geld in te zamelen voor het project van de actie in het Glazen Huis.

Een goed initiatief vind ik: kerken zijn absolute kenners op het gebied van glazen huizen en ook altijd heel serious.

In Delft is er een debat gehouden over de toekomst van de kerk zo meldt het Nederlands Dagblad. Hoe ziet de kerk er over twintig jaar uit? Wat mij opviel aan het verslag van deze bijeenkomst waren de traditionele antwoorden die werden gegeven op deze vraag en tegenover elkaar werden gezet. Op de eerste plaats  daar de mening van socioloog Wim Dekker die ziet dat het leven bij iedere moderne autonome mens, ondanks de secularisatie, toch existentiële vragen naar bijvoorbeeld de zin van het leven. Maar de samenleving wil geen ‘dunne ‘antwoorden’. De kerk kan daar in een tijd met een hang naar spiritualiteit op inspelen. De traditionele kerken hebben in hun traditie doordachte antwoorden in huis, aldus Dekker. En de nieuwe kerken en bewegingen – evangelisch en charismatisch – zijn sterk in beleving en spontaniteit. Beide tradities moeten volgens hem bij elkaar komen. Je zou kunnen zeggen dat dit een mening is die vooral meedeint op de maatschappelijke golven: het ongebreideld eogocentrisme heeft zijn langste tijd gehad en de kerk heeft gewoon een goede boodschap die – mits goed en ‘modern’ gebracht –  zal bijna vanzelf weer de mensen trekken.

Daarnaast heb je de mening zoals verwoord door Andries Knevel die zei niets te geloven van een spirituele opleving waarover Dekker sprak. Volgens hem houdt vooral de elite zich daarmee bezig, en niet de maatschappelijk teleurgestelden, de SBS-kijkers en Wilders-stemmers. Over twintig jaar wordt de reformatorisch-evangelische stroming toonaangevend, schatte hij.

In het artikel kwam als derde mening die van Daniël de Wolf van de Thugh Church, actief in een achterstandswijk in Rotterdam, naar voren. Hij stelde dat de toekomst van de kerk niet ligt in woorden, maar vooral in daden. Hij pleitte voor een radicale navolging van Jezus Christus.

Zou het een wie van de drie zijn? Moet je voor een van deze drie standpunten kiezen?

Ik denk het eigenlijk niet. Volgens mij heeft Dekker gelijk wanneer hij zegt dat er een mentaliteitsverandering op komst is waarbij mensen weer meer belangstelling krijgen voor spiritualiteit. Maar in onze brede samenleving kun je volgens mij niet meer zo stellen dat de kerk hier de traditionele antwoordgever van is waarbij mensen met  hun vragen naar toe komen. In een samenleving waarbij mensen zich via allerlei nieuwe media laten informeren zal de kerk niet het enige antwoord zijn op de existentiële vragen waar mensen mee zitten . Dat geldt juist voor mensen die niet met enige religieuze achtergrond zijn opgegroeid; die zullen de weg naar de kerk niet zo snel meer vinden. Hierdoo kom j al snel bij de mening verwoord door Knevel: Je kunt de maatschappelijk teleurgestelden niet meer bereiken. Daar denk ik heeft Knevel de geschiedenis van de kerk niet meer helemaal voor ogen. Het christendom is immers destijds ook begonnen als een kleine club, die in een schijnbaar voor hun boodschap onverschillige samenleving hun boodschap voor het voetlicht wist te brengen. En deed ze door – en hier komt de stelling van De Wolf in beeld –  juist ook door te handelen: mensen die sociaal onaanraakbaar en afgeschreven waren werden door de eerste christenen behandeld als mens. Dat had zo’n uitstraling op de rest van de samenleving dat dit de beste reclame was voor het christendom en zo allerlei mensen en ook maatschappelijk teleurgestelden kon aantrekken. Deze diaconale taak is in de loop van de tijd hier in het Westen meer en meer overgenomen door de overheid. De laatste tijd echter trekt de overheid zich weer meer uit deze diaconale taak terug, waardoor de kerk weer meer in beeld komt. Maar we moeten niet alleen het handelen centraal stellen, maar ook goed blijven doordenken en ook gericht moet blijven op doordenking van het geloof.

Ik denk dat we op weg zijn naar een christendom dat haar geloof  aansprekend maakt. Dat betekent misschien een kleinere christelijke gemeenschap die je volgens mij niet alleen zult vinden aan de reformatorisch-evangelicale kant van de kerk, maar bij elke christen die de boodschap van de Bijbel waarachtig neer kan zetten. En dat zal dan niet alleen in daad – iets wat ook heel belangrijk is – maar ook in woord zijn beslag krijgen.

Hulde aan Hijme Stoffels!!

De godsdienstsocioloog prof.dr. Hijme Stoffels heeft dé remedie gevonden voor de problemen binnen de Protestantse Kerk. Een aantal van die problemen heb ik in eerdere columns al geschetst: kerkgebouwen die moet sluiten omdat het niet financieel haalbaar is ze nog te onderhouden en een aanstormend tekort aan predikanten omdat de oudere predikanten met emeritaat gaan en er te weinig aanwas is van studenten op theologische faculteiten (de Protestantse Theologische Universiteit; PThU) die willen worden opgeleid tot predikant.

In een interview in het Friesch Dagblad reikt hij dé oplossing van het probleem aan: De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) moet in de toekomst gebieden aanwijzen waar nog een kerk openblijft en de rest sluiten. Je zou kunnen zeggen: een bible belt in optima forma. Daarvoor in de plaats komen regionale PKN-gemeenten. ‘Nu wordt in dorpen nog gesproken wélke kerk er van de twee gebouwen dicht moet, maar straks zijn misschien álle kerkgebouwen in een plaats overbodig’ zo zegt hij ‘ik denk dat de landelijke kerk gewoon moet zeggen: “De kerken in die-en-die plaatsen houden we open en de rest gaat dicht. Die kunnen we niet meer betalen.”‘

Ziedaar de oplossing voor geschetste problemen: er zijn dus per saldo dus minder predikanten nodig! Kerkgebouwen kunnen zonder problemen worden afgestoten en de opleiding van predikanten in de PKN (de PThU) kan haar intrek nemen bij de Vrije Universiteit Amsterdam (als je je oor te luister legt misschien wel een lang gekoesterde wens).

Stoffels voorziet een Amerikaans model van kerk-zijn waar gelovigen gaan shoppen om te kijken waar ze zich het best thuis voelen. Ze worden lid, maar kunnen ook zo weer weggaan. In de toekomst zullen er slechts kleine groepen gemotiveerde christenen zijn, die zich met grote ijver voor evangelisatie en kerkstichting willen inzetten, denkt Stoffels. ‘De Protestantse Kerk zal moeten reorganiseren’, is zijn advies. ‘De tijd dat minder mensen, meer geven aan de kerk is voorbij. De grootste gevers – de ouderen – die zijn er straks niet meer. De kerk gaat zelf al uit van een krimpscenario en ik denk ook dat dit onvermijdelijk is. In het Landelijk Dienstencentrum van de PKN te Utrecht zijn al vele banen wegbezuinigd en regionale dienstencentra van de Protestantse Kerk zijn gesloten. Het kan ook niet anders: het Landelijk Dienstencentrum is destijds veel te groot opgetuigd.’Het enorme gebouw voor de krimpende kerk ‘Waarschijnlijk ontstaat er een competitief model van plaatselijke kerken die steeds meer hun eigen koers bepalen. Regionale kerken die door wat ze aanbieden mensen weten te trekken naar hun diensten. Maar dat zijn mensen die ook zó weer – leve het individualisme – elders kunnen gaan kijken: churchhopping.’

Vooral de laatste opmerking van Stoffels vind ik opmerkelijk: er ontstaat waarschijnlijk een competitief model. Ik dacht dat we jaren geleden tot een fusie waren gekomen omdat we  samen elkaar als christenen konden vinden. En dan nu een competitief model? Betekent dat dan op termijn weer een uitwaaiering in vele verschillende gemeenschapjes die niet met elkaar door een deur kunnen? Zullen er dan in de townships, de christelijke enclaves die ook wel bibleships kunnen worden genoemd weer stammenoorlogen oplaaien waar de buitenwereld met een sardonische glimlach naar kijkt? Daarnaast vraag ik mij af of de kerk haar boodschap moet aanpassen aan de vraag? Dit bedoel ik niet in de zin dat de kerk niet met haar tijd moet meegaan, maar eerder in de zin dat de kerk haar boodschap zo moet aanpassen dat zij voor een ieder aanvaardbaar zal zijn.

Volgens mij kunnen hoppers ook stayers worden als je boodschap goed is!

De laatste jaren is er vooral in protestantse kerken een hele nieuwe beweging aan de gang: er moet steeds meer gebruik worden gemaakt van allerlei ‘nieuwe media’. Je kunt daarbij denken aan de onvermijdelijke beamer met allerlei presentaties daarop afgespeeld om de kerkdienst vaak visueel te ondersteunen. En ik heb begrepen dat in de ‘evangelische’ gemeentes er nog een schepje boven wordt gedaan wat betreft het toepassen van nieuwe media in haar veelkleurige verschijningsvorm. Je kunt je afvragen of de reden van het gebruik van deze nieuwe media wordt ingegeven vanuit een grondhouding van ‘het opleuken’ van de vermeende saaiheid van de kerkdienst of dat het gebruik voortkomt uit het idee dat het gebruik daarvan een functionele en effectieve bijdrage heeft aan de dienst. Ik hoop dat voornamelijk dat het gebruik van nieuwe media voornamelijk vanuit de tweede reden wordt ingegeven.

Een reden voor mij om over dit vaak beschreven onderwerp te schrijven komt door het binnenkort op de markt brengen van een computergame: Mass we prayMass, we pray simuleert kerkelijke vieringen, ‘want je zou niet moeten wachten tot zondag om naar de kerk te gaan’, aldus de ontwikkelaars. Met een kruisvormige controller bootst men in het spel kerkelijke rituelen na. De kruisvormige controller is vergelijkbaar met de controller van de Nintendo Wii: het reageert op bewegingen. Dus sta je voor de computer kruisjes te slaan, doe je alsof je met wijwater sprenkelt en slinger je met een wierookhouder. Ook bestaat er een speciale knielbank die precies registreert hoe vaak je knielt.  Voor een voorproefje: volg deze link: http://www.youtube.com/watch?v=nRMiRFJzIKA

De game moet in 2010 op de markt komen en is ontwikkeld door Prayer Works Interactive. De missie van het bedrijf is duidelijk: ‘We willen met behulp van computergames mensen dichter bij God brengen’. Het is niet bekend of de game ook op de Nederlandse markt zal verschijnen.

Mocht het spel op de Nederlandse markt verschijnen dan vaak ik mij af of dit de echte ‘ouderwetse’ kerkgang ten goede zal komen. Of moet dit meer mensen trekken? Of zal een aantal mensen dit spel niet aangrijpen  gewoon zondag zelf ‘kerkje’ te spelen.

Is het dan voor de kerk game over?