Enige tijd geleden las ik het boek De sprekende slang. Een kleine geschiedenis van laaglands fundamentalisme van Nico Dros. Het boek handelt over de opgang, bloei en ondergang, kortom de Werdegang van de protestantse kerken op het eiland Texel. Deze geschiedenis wordt verhaald vanuit een conflict rondom ‘de sprekende slang’ uit het begin van de twintigste eeuw. Wie meer over dit kerkhistorisch conflict wil lezen moet maar ergens anders informatie halen, want daar gaat deze column niet over.

In deze column wil ik graag aandacht besteden aan het eind van het boek. Dros beschrijft hoe na de dorpsjongeren ook steeds meer ouderen de kerkgang en de zondagsheiliging veronachtzamen. Dros heeft het dan over ‘een frisse remonstrantse geest’ waarbij de kerk zijn deuren openzette voor noden elders in de wereld, armoede en onderontwikkeling,  ‘het lot van kneuzen tussen de keerkringen’. Maar in weerwil tot deze ontwikkeling constateert Dros ook iets anders: ‘alsof de samenstelling van de lokale bodem ertoe aanzet dat iedere keer opnieuw het plantgoed van de vroomheid eruit opschiet. In de schaduw van de verwaterde synodale gereformeerde kerk is een nieuw rechtzinnig genootschap stilletjes ontloken. Het gaat om de zogeheten “Gereformeerde Gemeente” alias de zwartekousenkerk.’

Afgezien van negatieve connotatie waarmee Dros deze ontwikkeling kwalificeert spreekt hij wel over ‘vroomheid in de schaduw van een verwaterde kerk’.

Het geeft te denken…

Onlangs kopte het Nederlands Dagblad met Christenen zijn ‘gewone mensen‘. Uit  een onderzoekje in opdracht van de Alpha-cursus was nemelijk gebleken dat de helft van de Nederlanders christenen ziet als gewone mensen. Oké, de daarna meest gebruikte typeringen voor christenen zijn ‘schijnheilig’ (22 procent), ‘behulpzaam’ (20 procent), ‘liefdevol’ (17 procent), ‘sociaal actief’ (16 procent) en ‘betweterig’ (14 procent). Maar toch, de helft van de Nederlanders vindt christenen ‘gewone’ mensen.Hoe moeten we dit ‘gewoon’ waarderen? Als compliment of als uitdaging?

ik moest even terugdenken aan het referaat van prof.dr. Samuel Wells, onderzoekshoogleraar christelijke ethiek aan de Duke University in de Verenigde Staten. Hij sprak enige tijd geleden op het jubileumcongres van het blad Wapenveld dat zich bezint op geloof en cultuur vanuit christelijk perspectief. Om de kerk en en de christenen in de 21ste eeuw te beschrijven nam hij zijn uitgangspunt in het beeld van David en Goliath. Zijn stelling: de kerk in Europa was ooit David, maar is steeds meer Goliath geworden. Zij werd de uitvergrote, onbuigzame machthebber die haar leven begon door ontwijken. Groot en een factor waar rekening mee moet worden gehouden. Een door God gegeven status. Vanuit eenzelfde proces beschrijft Wells ook de christenen (zie hiervoor ook zijn boek Improvisation, The Drama Christian Ethics); het lijkt alsof christenen staan voor democratie, rechtsstaat en vrijheid van meningsuiting. Maar zijn er niet waarden die fundamenteler voor christenen zijn dan die, waarden die in veelzeggende spanning staan tot die van de seculiere staat? Generaties christenen zijn gevormd om goede discipelen van een seculiere staat te zijn; maar de staat was nooit de kerk. Christenen zouden niet als Goliaths moeten zijn, die de staat domineren, maar als Davids moeten zijn die vernieuwd zijn in de praktijk en de uitvoering van het leven als discipelen van Jezus.

Goliath zijn staat voor mij gelijk aan trachten zo ‘gewoon’ mogelijk te worden gevonden en het nastreven van een status. Ik meen met Wells dat een christen geroepen is David te zijn. Niet bang zijn ‘vreemd’ te worden gevonden, maar buiten de gebaande wegen op zoek te gaan naar het leven als discipel van Jezus.

God zond niet naar onze gekwelde wereld

Technische bijstand

Gabriël met een groep experts

Hij zond geen voedsel

Ook geen  afgedankte kleren

Evenmin verstrekte Hij leningen

op lange termijn

Liever kwam Hij Zelf

Geboren in een stal

Hongerend in de woestijn

Naakt aan een kruis

En delend met ons

Werd Hij ons brood

En lijdend met ons

Werd Hij onze vreugde

Het is al weer een tijdje geleden dat ik op het bovenstaand gedicht van een onbekende dichter uit Hongkong stuitte. Voor mij verwoordt dit gedicht op een uitstekende manier  het gevoel dat ik heb met Kerst: aan de ene kant houd ik ontzettend veel van dat  overweldigende  gevoel van ‘peis en vreê’ dat dit feest omgeeft. Of zoals het lied ‘Eeuwige Kerst’ het eens zong:

Op eerste kerstdag zijn alle mensen vrienden
Op tweede kerstdag zijn grote mensen klein
Op derde kerstdag gaan alle deuren open
Kon het maar altijd kerstmis zijn
Op vierde kerstdag, dan gaan de wapens roesten
Op vijfde kerstdag bloeit graan in de woestijn
Op zesde kerstdag breekt overal de zon door
Kon het maar eeuwig kerstmis zijn

Waarom is er nog geen vrede
In een wereld waar door niemand
Honger, pijn of armoe wordt geleden

Tja, en dan is de kersttijd voorbij, de ballen zijn weer  opgeruimd op zolder en de boom  weer versnipperd tot compost en breekt weer de koude, harde werkelijkheid aan. Weg dat warme kerstgevoel. Over tot de orde van de dag. En daar zit voor mij die andere kant van Kerst. Want wat willen we: dat God alles goed zal maken, dat Hij met een stelletje knappe koppen zou komen om alles wat verkeerd gaat in de wereld goed te maken, dat wapens zomaar vanzelf gaan roesten? Dat we lekker kunnen uitbuiken van ons overvloedig kerstmaal en het verder allemaal wel goed zal komen?

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd   een kerk getroffen door een bom en van het daar aanwezige Christusbeeld werden de handen afgerukt.  Na de oorlog besloot het kerkbestuur het beeld niet te laten restaureren omdat het beeld zonder handen symbool stond voor het feit dat wij een taak hebben in de wereld ‘als de handen van Jezus’.

Jezus Christus kwam niet voor niets als klein kwetsbaar kind in deze wereld. Ook wij worden nu nog steeds opgeroepen om , aangestoken door Gods liefde, het Licht uit de dragen in de wereld.  Er voor te zorgen dat het kerstevangelie uitgedragen wordt in de wereld. Laat door ons handelen iets van dat Koninkrijk van God zoals bezongen in ‘Eeuwige Kerst’  werkelijkheid worden!

Ik wens een ieder gezegende feestdagen toe en dat we ook in het komend jaar ‘handen’ kunnen geven  aan de komst Gods Koninkrijk.

Nu er formatiebesprekingen zijn over een mogelijk te vormen kabinet tussen het CDA, de VVD met gedoogsteun van de PVV buitelen de belangengroeperingen over elkaar heen die oftewel voor of tegen het te vormen kabinet zijn. Met veel kabaal proberen ze hun eigen mening over het voetlicht te krijgen en ze roeren zich dan ook danig in de verschillende media. Sinds enige tijd is er een nieuwe groep actief die pro of contra het te vormen kabinet is, namelijk de predikanten en voorgangers. Aan de ene kant heb je bijvoorbeeld de groep rondom Ben Kok, de Amersfoortse voorganger die een kabinet met gedoogsteun van de PVV steunt. Aan de andere zijde van het spectrum bewegen zich onder andere de predikanten Pals en Wachtmeester. Zij (s)preken zich uit tegen zo’n mogelijk kabinet.

Ex Cathedra is de Latijnse term voor een uitspraak vanuit de zetel (kansel), meestal gebezigd voor de gezagvolle  leeruitspraken van de paus, maar meer algemeen is deze term ook te  gebruiken voor het uitspreken van een mening op belerende toon aan toehoorders.

Nu hoorde ik vanochtend dat de predikanten die tegen een te vormen VVD-CDA(-PVV)kabinet zijn, dit ook vanaf de kansel willen verkondigen. En dit schoot een aantal ‘mensen op de straat’ in het verkeerde keelgat. ‘Een dominee moet zich niet (vanaf de kansel) met de politiek bemoeien’, ‘Kerk en staat moeten gescheiden blijven’ zo wordt door hen gezegd.

Eerlijk gezegd heb ik met dit soort uitspraken nogal wat problemen.  Wat wil men dan zondags van de kansel horen? Een feelgoodpreek met een praatje dat met het zondagse kopje koffie en bijbehorende gebakje  lekker wordt weggeslikt en wordt vergeten. Een preek mag aan het denken zetten, schuren. Ook een predikant mag en heeft mijns inziens ook de verplichting zijn vinger te leggen bij zaken die in het dagelijks leven de mensen bezighoudt en dat is heden ten dage dus ook de de discussie rondom de vorming van dit mogelijke kabinet. Dat een predikant daarbij zijn mening geeft over zo’n kabinet vind ik ronduit begrijpelijk. Waarom zou een predikant zich wel mogen uitspreken over het algemenere heb uw naaste als uzelf en dat niet mogen specificeren in het uiten van hun mening (gegrond op hun christelijke overtuiging) over een te vormen kabinet?

Christenzijn betekent in de wereld staan en een boodschap hebben voor die wereld, ook al is die ‘politiek’!

De laatste tijd lees je in de christelijke media nogal wat berichten over de gevierde Amerikaanse romanschrijfster Anne Rice, die zich in 1998 publiekelijk tot het christelijk geloof bekeerde. Ze heeft kortgeleden aangekondigd het christendom te verlaten. ‘In de naam van Christus weiger ik om anti-homo, anti-feministisch, anti-voorbehoedsmiddelen, anti-humanistisch, anti-wetenschappelijk en anti-democratisch te zijn,’ zei ze in een officiële verklaring. ‘Vanaf vandaag ben ik niet langer christen. Het is simpelweg onmogelijk voor me om deel te zijn deze ruziënde, vijandige, groep die conflicten veroorzaakt. Ik heb het tien jaar lang geprobeerd, maar het is me niet gelukt. Ik ben een outsider. Mijn geweten laat me geen andere keus.’

Maar hoewel Rice de Rooms-Katholieke Kerk en het christendom verlaat, houdt ze volmondig vast aan haar geloof. ‘Mijn geloof in Christus staat centraal in mijn leven. Mijn bekering van een pessimistische atheïst, verloren in een wereld die ik niet begreep, naar een optimistische gelovige in een universum dat door een liefdevolle God is geschapen en wordt onderhouden, is cruciaal voor me. Maar dat ik Christus volg betekent niet dat ik ook zijn volgelingen moet volgen. Christus is oneindig veel belangrijker dan het christendom en zal dat ook altijd blijven. Ik geloof dat mijn geloof van me vraagt dat ik deze stap zet. Ik keer me af van alle dingen die me van Christus proberen te scheiden.’

Als christenen moeten we, denk ik,  bij het horen van zo’n besluit ons er enorm van bewust zijn het instituut kerk steeds weer te blijven hervormen. Hoe snel kunnen kerken niet tot gemeenschappen verworden van waaruit men andere mensen de maat neemt, maar waar zelf het gebod van de liefde zeer smal opvat.

Ik vind het jammer dat Anne Rice meent het christendom vaarwel te moeten zeggen omdat Gods grondpersoneel er regelmatig een potje van maakt. Ik hoop dat ze Christus kan blijven volgen en dat ze, misschien op termijn, een groep mensen kan vinden om samen haar geloof te vieren.

Ik werd toch een beetje triest van dit bericht. Uit een rondvraag van de Belgische krant De Morgen blijkt dat een groter wordend aantal van de Vlaamse katholieken zich laat ontdopen, sinds er allerlei affaires in de kerk aan het licht komen. Volgens kerkjuristen, wordt er dan bij vermeldt,  kan de kerk het doopsel helemaal niet ongedaan maken en is ontdopen louter symbolisch. Maar, helaas maakt dat de kwestie niet minder ernstig. Had de secularisatie tot voor kort nog ‘alleen maar’ vorm in de verdwijnende belangstelling voor het instituut kerk, vanwege al de affaires die de laatste tijd spelen, verlaten ineens mensen veel zichtbaarder de kerk door zich feitelijk te laten ontdopen. Of dit ritueel nu een formele status heeft of niet, in feite doet dit er niet toe. Het gaat om het gevoel erachter: ik wil, zelfs niet meer op papier, behoren tot een instituut dat met de mond het ene belijdt, maar feitelijk iets anders doet.

Het blijft een van de moeilijkste punten van het leven van de mens en dus ook van de christen: hoe breng je leer en leven in overeenstemming met elkaar.

Vandaag deel II van mijn leesimpressie van het boek van McLaren. Vanuit het schetsen van een aantal historische gebeurtenissen (de toespraak van Martin Luther King, de vijfennegentig stellingen van Martin Luther et cetera) die de wereld volledig op zijn kop hebben gezet en veranderden, komt McLaren tot het idee dat het verkondigen van nieuwe inzichten kan bijdragen aan het debat waardoor men vervolgens tot een nieuwe mindset of state.  McLaren meent dat het christendom een nieuwe zoektocht (quest) nodig heeft. Christenen moeten niet uitgaan van een statische opstelling waarbij wordt gezegd ‘hier sta ik!’, maar van een dynamische opstelling, een richting waarbij wordt gezegd ‘daar gaan we!’ Nieuwe inzichten kunnen debat entameren en kunnen mensen tot een nieuwe mindset brengen. Maar alleen nieuwe vragen kunnen nieuwe gesprekken opwekken en inspireren tot een nieuwe zoektocht. McLaren formuleert drie vragen die kunnen bijdragen tot a New Kind of Christianity. 1) de narratieve vraag: wat is de alles omvattende verhaallijn van de Bijbel?; 2) de vraag naar autoriteit: hoe moet de Bijbel worden verstaan?; 3) de vraag naar God: is God gewelddadig, verkiest God de één en verwerpt hij de ander?; 4) de vraag naar Jezus: wie is hij en waarom is hij belangrijk? De huidige versies van Jezus verschillen erg van elkaar, welke versie is betrouwbaar?; 
5) de vraag naar het evangelie: waarom is Jezus’ evangelie van koninkrijk van God veranderd in het evangelie van rechtvaardiging door geloof?; 6) de vraag naar de kerk: wat moet er veranderen in de kerk en kan het werk  van Gods Geest in de wereld aan het werk gaan en hoe kunnen christenen samenwerken met het werk van God door, buiten of ondanks de kerk?; 7) de vraag naar de seksualiteit: hoe kunnen christenen met elkaar hierover in gesprek zijn zonder elkaar de tent uit te vechten. Hoe komt het dat dit issue tegenwoordig het christendom zo bezighoudt?; 8.) de vraag naar de toekomst: welke eschatologie draagt bij aan een rechtvaardiger en betere toekomst. Hoe moet zo’n eschatologie worden vormgegeven?; 9) de vraag naar de pluraliteit: hoe moeten christenen zich verhouden tot aanhangers van andere religies? 10) de vraag naar wat we nu moeten doen: hoe kunnen we onze zoektocht omzetten in actie?

So we set out on our quest, our exodus, driven out of familiair territory and into unmapped terra nova by ten question stirring in our hearts

Tot de volgende keer!

Vandaag een kort berichtje dat mijn aandacht trok:

Bezoekers van de Lutherkerk in Keulen moeten voor de dienst zaterdagavond door een naaktscanner. Dominee Hans Mörtter wil andersgelovigen opsporen en een ,,kettervrije” zone voor protestanten scheppen. Maar eigenlijk wil de geestelijke kort voor carnaval de “totale angstcultuur” op de korrel nemen, meldden Duitse media woensdag. De scanner is dan ook niet echt. Mörtter hoopt op begrip voor zijn ludieke actie onder het motto: “Yes, we scan!”

Ik moest meteen denken aan de ophef rondom de uitlatingen van de protestantse dominee Hendrikse die niet gelooft dat God bestaat, maar wel in God gelooft. Hij beschouwt zichzelf als een gelovige atheïst. Inmiddels is een classicale procedure tegen zijn standpunt beëindigd en kregen veel mensen het idee dat de Protestantse Kerk in Nederland het gedachtegoed van Hendrikse legitimeert. Vandaag moest in een artikel in het Reformatorisch Dagblad de scriba van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland, Arjan Plaisier dat idee van legitimering ontzenuwen. De standpunten van Hendrikse zijn niet van het gewicht zijn dat ze de fundamenten ondergraven. Die fundamenten blijven dus overeind. Het fundament van de kerk is God, Die Zich in Jezus Christus heeft geopenbaard. Niet ondergraven is nog wat anders dan dat ze passen bij deze fundamenten. De opvattingen van ds. Hendrikse geven aanleiding om over deze fundamenten opnieuw te spreken, ze al sprekend opnieuw te ontdekken, om zo opnieuw gesterkt te worden in de opdracht de drie-enige God te belijden zo stelt Plaisier. Hij meldt ook dat in het najaar over de opvattingen verder zal worden gesproken.

Waarom die angst voor de standpunten van Hendrikse? Een kerkgenootschap heeft toch wel een zelfregulerend vermogen om eventuele ongewenste opvattingen te neutraliseren?

Of toch maar een naaktscanner bij de kerkdeur installeren?

In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad. Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: 11 vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden:
‘Eer aan God in de hoogste hemel
en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’
Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd. Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden zou worden, kreeg hij de naam Jezus, die de engel had genoemd nog voordat hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen.
Vanochtend hebben ik met een groepje vakgenoten de tekst uit Lucas 2 de verzen 1-21 behandeld zoals die op leesrooster staat voor Kerst. Hoewel het overbekende woorden zijn is het toch altijd vruchtbaar ‘de koppen bij elkaar te steken’ en misschien wat onderbelichte passages of woorden met elkaar te bespreken. Wat me van de bespreking van vanmorgen bij blijft is dat je het woord voederbak dat driemaal in deze tekst voorkomt kunt uitleggen als het symbool van armoede. Dit kun je uitleggen als symbool dat Jezus vanuit de hemel naar de aarde kwam, naar mensen zonder aanzien. Hij wilde zich verlagen vanuit de hemel naar de aarde. Het ging hem niet om pracht en praal en overconsumptie. Wel iets om te overwegen met Kerst waar voor veel mensen de overvloed op allerlei vlak centraal lijkt te staan.
Ook wij mogen deze woorden in ons hart, de plaats waar de kennis gezaaid wordt bewaren en overdenken…

In het kader van de jaarlijkse actie Serious Request van radio 3FM trekt binnenkort een aantal dj’s zich voor een periode van 6 dagen terug in het Glazen Huis om daar te vasten en 24 uur per dag radio te maken voor een goed doel. Boele Ytsma heeft het initiatief opgevat om deze actie ook een vervolg te geven in kerken onder de noemer Serious Churches. Serious Churches zijn kerken die solidair worden met de vastende dj’s in het Glazen Huis. Ytsma wil graag dat overal in Nederland in de nacht van woensdag 23 december op donderdag 24 december kerken open zijn en geld in te zamelen voor het project van de actie in het Glazen Huis.

Een goed initiatief vind ik: kerken zijn absolute kenners op het gebied van glazen huizen en ook altijd heel serious.