In Delft is er een debat gehouden over de toekomst van de kerk zo meldt het Nederlands Dagblad. Hoe ziet de kerk er over twintig jaar uit? Wat mij opviel aan het verslag van deze bijeenkomst waren de traditionele antwoorden die werden gegeven op deze vraag en tegenover elkaar werden gezet. Op de eerste plaats  daar de mening van socioloog Wim Dekker die ziet dat het leven bij iedere moderne autonome mens, ondanks de secularisatie, toch existentiële vragen naar bijvoorbeeld de zin van het leven. Maar de samenleving wil geen ‘dunne ‘antwoorden’. De kerk kan daar in een tijd met een hang naar spiritualiteit op inspelen. De traditionele kerken hebben in hun traditie doordachte antwoorden in huis, aldus Dekker. En de nieuwe kerken en bewegingen – evangelisch en charismatisch – zijn sterk in beleving en spontaniteit. Beide tradities moeten volgens hem bij elkaar komen. Je zou kunnen zeggen dat dit een mening is die vooral meedeint op de maatschappelijke golven: het ongebreideld eogocentrisme heeft zijn langste tijd gehad en de kerk heeft gewoon een goede boodschap die – mits goed en ‘modern’ gebracht –  zal bijna vanzelf weer de mensen trekken.

Daarnaast heb je de mening zoals verwoord door Andries Knevel die zei niets te geloven van een spirituele opleving waarover Dekker sprak. Volgens hem houdt vooral de elite zich daarmee bezig, en niet de maatschappelijk teleurgestelden, de SBS-kijkers en Wilders-stemmers. Over twintig jaar wordt de reformatorisch-evangelische stroming toonaangevend, schatte hij.

In het artikel kwam als derde mening die van Daniël de Wolf van de Thugh Church, actief in een achterstandswijk in Rotterdam, naar voren. Hij stelde dat de toekomst van de kerk niet ligt in woorden, maar vooral in daden. Hij pleitte voor een radicale navolging van Jezus Christus.

Zou het een wie van de drie zijn? Moet je voor een van deze drie standpunten kiezen?

Ik denk het eigenlijk niet. Volgens mij heeft Dekker gelijk wanneer hij zegt dat er een mentaliteitsverandering op komst is waarbij mensen weer meer belangstelling krijgen voor spiritualiteit. Maar in onze brede samenleving kun je volgens mij niet meer zo stellen dat de kerk hier de traditionele antwoordgever van is waarbij mensen met  hun vragen naar toe komen. In een samenleving waarbij mensen zich via allerlei nieuwe media laten informeren zal de kerk niet het enige antwoord zijn op de existentiële vragen waar mensen mee zitten . Dat geldt juist voor mensen die niet met enige religieuze achtergrond zijn opgegroeid; die zullen de weg naar de kerk niet zo snel meer vinden. Hierdoo kom j al snel bij de mening verwoord door Knevel: Je kunt de maatschappelijk teleurgestelden niet meer bereiken. Daar denk ik heeft Knevel de geschiedenis van de kerk niet meer helemaal voor ogen. Het christendom is immers destijds ook begonnen als een kleine club, die in een schijnbaar voor hun boodschap onverschillige samenleving hun boodschap voor het voetlicht wist te brengen. En deed ze door – en hier komt de stelling van De Wolf in beeld –  juist ook door te handelen: mensen die sociaal onaanraakbaar en afgeschreven waren werden door de eerste christenen behandeld als mens. Dat had zo’n uitstraling op de rest van de samenleving dat dit de beste reclame was voor het christendom en zo allerlei mensen en ook maatschappelijk teleurgestelden kon aantrekken. Deze diaconale taak is in de loop van de tijd hier in het Westen meer en meer overgenomen door de overheid. De laatste tijd echter trekt de overheid zich weer meer uit deze diaconale taak terug, waardoor de kerk weer meer in beeld komt. Maar we moeten niet alleen het handelen centraal stellen, maar ook goed blijven doordenken en ook gericht moet blijven op doordenking van het geloof.

Ik denk dat we op weg zijn naar een christendom dat haar geloof  aansprekend maakt. Dat betekent misschien een kleinere christelijke gemeenschap die je volgens mij niet alleen zult vinden aan de reformatorisch-evangelicale kant van de kerk, maar bij elke christen die de boodschap van de Bijbel waarachtig neer kan zetten. En dat zal dan niet alleen in daad – iets wat ook heel belangrijk is – maar ook in woord zijn beslag krijgen.

Hulde aan Hijme Stoffels!!

De godsdienstsocioloog prof.dr. Hijme Stoffels heeft dé remedie gevonden voor de problemen binnen de Protestantse Kerk. Een aantal van die problemen heb ik in eerdere columns al geschetst: kerkgebouwen die moet sluiten omdat het niet financieel haalbaar is ze nog te onderhouden en een aanstormend tekort aan predikanten omdat de oudere predikanten met emeritaat gaan en er te weinig aanwas is van studenten op theologische faculteiten (de Protestantse Theologische Universiteit; PThU) die willen worden opgeleid tot predikant.

In een interview in het Friesch Dagblad reikt hij dé oplossing van het probleem aan: De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) moet in de toekomst gebieden aanwijzen waar nog een kerk openblijft en de rest sluiten. Je zou kunnen zeggen: een bible belt in optima forma. Daarvoor in de plaats komen regionale PKN-gemeenten. ‘Nu wordt in dorpen nog gesproken wélke kerk er van de twee gebouwen dicht moet, maar straks zijn misschien álle kerkgebouwen in een plaats overbodig’ zo zegt hij ‘ik denk dat de landelijke kerk gewoon moet zeggen: “De kerken in die-en-die plaatsen houden we open en de rest gaat dicht. Die kunnen we niet meer betalen.”‘

Ziedaar de oplossing voor geschetste problemen: er zijn dus per saldo dus minder predikanten nodig! Kerkgebouwen kunnen zonder problemen worden afgestoten en de opleiding van predikanten in de PKN (de PThU) kan haar intrek nemen bij de Vrije Universiteit Amsterdam (als je je oor te luister legt misschien wel een lang gekoesterde wens).

Stoffels voorziet een Amerikaans model van kerk-zijn waar gelovigen gaan shoppen om te kijken waar ze zich het best thuis voelen. Ze worden lid, maar kunnen ook zo weer weggaan. In de toekomst zullen er slechts kleine groepen gemotiveerde christenen zijn, die zich met grote ijver voor evangelisatie en kerkstichting willen inzetten, denkt Stoffels. ‘De Protestantse Kerk zal moeten reorganiseren’, is zijn advies. ‘De tijd dat minder mensen, meer geven aan de kerk is voorbij. De grootste gevers – de ouderen – die zijn er straks niet meer. De kerk gaat zelf al uit van een krimpscenario en ik denk ook dat dit onvermijdelijk is. In het Landelijk Dienstencentrum van de PKN te Utrecht zijn al vele banen wegbezuinigd en regionale dienstencentra van de Protestantse Kerk zijn gesloten. Het kan ook niet anders: het Landelijk Dienstencentrum is destijds veel te groot opgetuigd.’Het enorme gebouw voor de krimpende kerk ‘Waarschijnlijk ontstaat er een competitief model van plaatselijke kerken die steeds meer hun eigen koers bepalen. Regionale kerken die door wat ze aanbieden mensen weten te trekken naar hun diensten. Maar dat zijn mensen die ook zó weer – leve het individualisme – elders kunnen gaan kijken: churchhopping.’

Vooral de laatste opmerking van Stoffels vind ik opmerkelijk: er ontstaat waarschijnlijk een competitief model. Ik dacht dat we jaren geleden tot een fusie waren gekomen omdat we  samen elkaar als christenen konden vinden. En dan nu een competitief model? Betekent dat dan op termijn weer een uitwaaiering in vele verschillende gemeenschapjes die niet met elkaar door een deur kunnen? Zullen er dan in de townships, de christelijke enclaves die ook wel bibleships kunnen worden genoemd weer stammenoorlogen oplaaien waar de buitenwereld met een sardonische glimlach naar kijkt? Daarnaast vraag ik mij af of de kerk haar boodschap moet aanpassen aan de vraag? Dit bedoel ik niet in de zin dat de kerk niet met haar tijd moet meegaan, maar eerder in de zin dat de kerk haar boodschap zo moet aanpassen dat zij voor een ieder aanvaardbaar zal zijn.

Volgens mij kunnen hoppers ook stayers worden als je boodschap goed is!

De laatste jaren is er vooral in protestantse kerken een hele nieuwe beweging aan de gang: er moet steeds meer gebruik worden gemaakt van allerlei ‘nieuwe media’. Je kunt daarbij denken aan de onvermijdelijke beamer met allerlei presentaties daarop afgespeeld om de kerkdienst vaak visueel te ondersteunen. En ik heb begrepen dat in de ‘evangelische’ gemeentes er nog een schepje boven wordt gedaan wat betreft het toepassen van nieuwe media in haar veelkleurige verschijningsvorm. Je kunt je afvragen of de reden van het gebruik van deze nieuwe media wordt ingegeven vanuit een grondhouding van ‘het opleuken’ van de vermeende saaiheid van de kerkdienst of dat het gebruik voortkomt uit het idee dat het gebruik daarvan een functionele en effectieve bijdrage heeft aan de dienst. Ik hoop dat voornamelijk dat het gebruik van nieuwe media voornamelijk vanuit de tweede reden wordt ingegeven.

Een reden voor mij om over dit vaak beschreven onderwerp te schrijven komt door het binnenkort op de markt brengen van een computergame: Mass we prayMass, we pray simuleert kerkelijke vieringen, ‘want je zou niet moeten wachten tot zondag om naar de kerk te gaan’, aldus de ontwikkelaars. Met een kruisvormige controller bootst men in het spel kerkelijke rituelen na. De kruisvormige controller is vergelijkbaar met de controller van de Nintendo Wii: het reageert op bewegingen. Dus sta je voor de computer kruisjes te slaan, doe je alsof je met wijwater sprenkelt en slinger je met een wierookhouder. Ook bestaat er een speciale knielbank die precies registreert hoe vaak je knielt.  Voor een voorproefje: volg deze link: http://www.youtube.com/watch?v=nRMiRFJzIKA

De game moet in 2010 op de markt komen en is ontwikkeld door Prayer Works Interactive. De missie van het bedrijf is duidelijk: ‘We willen met behulp van computergames mensen dichter bij God brengen’. Het is niet bekend of de game ook op de Nederlandse markt zal verschijnen.

Mocht het spel op de Nederlandse markt verschijnen dan vaak ik mij af of dit de echte ‘ouderwetse’ kerkgang ten goede zal komen. Of moet dit meer mensen trekken? Of zal een aantal mensen dit spel niet aangrijpen  gewoon zondag zelf ‘kerkje’ te spelen.

Is het dan voor de kerk game over?

In het communicatieplan van de Protestantse Kerk in Nederland staat dat de ‘merk’naam Protestantse Kerk moet worden voorzien van de payoff (motto) geloof – hoop – liefde. Het ‘sterke merk’  Protestantse Kerk moet iedereen, ‘van heavy- tot medium-users’  weer in het hart raken,  zo staat het in het nieuwe communicatieplan van de kerk. Uitgangspunt is dat er in de kerk ‘opnieuw gedrevenheid is ontstaan om mensen in aanraking te brengen met het evangelie van Jezus Christus’. Protestantse Kerk in NederlandZichtbaarheid, helderheid, raken en verbinden, maar ook heavy users (regelmatige kerkgangers  worden aangeduid als ‘heavy-users’  en mensen die wat minder in de kerk komen als ‘medium-users’) , klantenpanel, corporate communicatie en pay-off.

Ik vraag me af of een kerk die zich zo moet beroepen op en moet uitdrukken in marketingtermen niet voorbij kijkt aan waar het werkelijk om gaat in de kerk: Gods liefde in Jezus Christus. Als we dat kunnen uitdragen dan zullen geloof, hoop en liefde overwinnen en zal dat ook een uitstraling hebben naar mensen om ons heen.

Een zin uit een oud spelletje waarbij degene die zijn ogen dicht had moest raden wat de ander zag. Er mochten dan vragen worden gesteld waar dan ja of nee op werd geantwoord.
Ik moest daar aan denken toen ik het bericht las dat christenen de zoektocht van veel mensen die op zoek zijn naar waarde, inspiratie en naar het goddelijke op een afstandje blijven staan toekijken naar hoe die mensen zoeken zonder zich in het gesprek te mengen.
Eigenlijk best gek: de kerk die eeuwenlang grossiert in het mysterie blijft ineens opvallend stil.
Veel mensen weten van gekkigheid niet meer waar ze het moet zoeken en christenen die de mensen werkelijk iets te vertellen hebben, blijven stil.  Dat zie je duidelijk in deze Maand van de spiritualiteit. Juist nu zie je dat veel mensen allerlei boeken en tijdschriften lezen om te ‘herbronnen’ of wat voor woorden ze er ook aan geven.   Maar wij christenen, mensen die God mogen ervaren en kunnen kennen spelen met de rest van de wereld Ik zie, ik zie wat jij niet zietopstaan!
In de Bijbel zegt Jezus de velden zijn rijp om te oogsten en wij christenen blijven hier in Noordwest-Europa een beetje binnen zitten; te kniezen over verloren invloed en dalend ledenaantal. Wij zijn bang dat onze boodschap toch dringend en dwingend overkomt. Terwijl het voor onszelf een levenswijze is waarin we rust, ruimte en vrijheid vinden… We beleggen vergaderingen om het tij te keren, maar we duiken weg als ons wordt gevraagd naar wat ons beweegt.
Hoe kunnen we nou scheiden van ons dagelijks functioneren wat ons in essentie beweegt?
Of beweegt het ons niet meer…?

Gisteren ben ik naar een bijeenkomst geweest waar Hans Schravesande, voorzitter van de Projectgroep Kerk en Milieu van de Raad van Kerken sprak. Het onderwerp waarover hij sprak was de klimaatcrisis. Volgens hem was het echt ‘vijf voor twaalf’. We moeten iets doen en wel nu! Schravesande ergerde zich aan de opstelling van de Protestantse Kerk in dezen: je hoort niets van de kerk en je ziet ( op nationaal niveau) vrij weinig initiatieven en de kerk neemt in de nationale discussie hierover geen deel. Maar Schravesande ergert zich ook aan het relativisme en doorgeschoten rationalisme van bijvoorbeeld Trouw waarin Elma Drayer laatst in haar column schreef dat er duidelijk twee kampen waren: een van de klimaatcrisis’gelovigen’ – zeg maar de mensen die de boodschap van Al Gore c.s.  (an inconvenient truth) volledig geloven – en een van de klimaatsceptici, mensen die grote vraagtekens zetten bij alle angstaanjagende scenario’s die wetenschappers de mensheid voorschotelen. Drayer stelt dan dat de waarheid ongeveer in het midden zal liggen. aarde in noodOver zo’n opstelling windt Schravesande zich enorm op. Er is geen tijd te verliezen, we moeten niet onze tijd verdoen met wetenschappelijk, rationalistisch geneuzel waardoor kostbare tijd verloren gaat. It s is time to turn, NOW.

Tijdens de inleiding van Schravesande moest ik denken aan bericht dat ik onlangs las:

De meeste blanke evangelicals in de Verenigde Staten denken niet dat er sprake is van  the global warming, de wereldwijde opwarming van het klimaat. Zeven van de tien blanke evangelicals vindt ‘global warming;’ maar onzin. Dat blijkt uit een in Amerika gepubliceerd onderzoek. Onder alle evangelicals (dus ook afro-amerikanen en mensen van Spaanse afkomst, etc) denken vijf op de tien dat het met the global warming niet zo’n vaart loopt en dat het vooral politici zijn die er het publiek probeert bang mee te maken. Van alle Amerikanen, ongeacht hun religieuze achtergrond, denkt eveneens een op de vijf dat het met de opwarming van de aarde wel losloopt.

Volgens Schravesande kwam dit omdat een groot aantal Amerikaanse christenen een nogal sterk apocalyptisch getint geloof heeft: de rampen (zoals onder andere beschreven in het Bijbelboek Openbaring) brengen de wederkomst van Jezus Christus dichterbij. Ik snap zulke mensen niet: volgens mij heb je als mens en als christen een verantwoordelijkheid voor het behoud van de jou in bruikleen gegeven aarde. Je dient haar goed te onderhouden, dat is mijns inziens een grote opdracht. Hoe de wederkomst werkelijkheid wordt daar hebben wij geen weet van en daar hoeven wij ons niet in die zin druk over te maken.
Schravesande wijt de hele discussie mede aan het feit dat de klimaatcrisis voor heel veel mensen niet te verbeelden valt. Men kan zich bij de mogelijke gevolgen geen voorstelling bij maken. Kortom: het komt weer neer op geloven. En uit dat geloven zal ook handelen voortkomen. Wat is onze (christelijke) toekomstverwachting in relatie tot onze verantwoordelijkheid?
Winnen de klimaat’gelovigen’ of de klimaatsceptici?
Voor mij is dat geen vraag: we moeten nu handelen en onze verantwoordelijkheid ter hand nemen!
Want praatjes vullen geen gaatjes!

Met recht een opmerkelijk bericht:

Zweedse automobilisten kunnen in het plaatsje Tärnsjö vanaf vrijdag 9 oktober benzine tanken. De Zweedse Kerk opent dan zijn eerste tankstation. De pomp zal feestelijk worden geopend met toespraken en liederen van een kinderkoor. Het tankstation is het eerste in Zweden dat door een kerk in bedrijf is genomen. benzinepompDe parochianen zijn verantwoordelijk voor het runnen van de pompen. Later dit jaar opent een winkeltje, dat wordt verhuurd aan een andere partij. Het tankstation was een noodzaak voor het dorp met 1200 inwoners. Sinds winter 2008/2009, toen het laatste tankstation zijn deuren sloot, moesten bewoners omrijden om te tanken. ‘Ons eigen tankstation is belangrijk voor het overleven van het hele dorp’, zei Per Eriksson van het parochiebestuur.

Wat kunnen we van dit bericht leren: ten eerste denk ik dan dat de kerk probeert haar ramen en deuren naar de buitenwereld te openen en weer terug te gaan naar de oorspronkelijke betekenis van religie. Religie is namelijk afgeleid van het Latijnse woord religare, dat wil zeggen verbinden. De kerk wil in verbondenheid met alle mensen bestaan en die onderlinge verbondenheid propageren. Een aangelegen punt is dan naastenliefde. Sinds afgelopen winter was er geen tankstation meer in het betreffende plaatsje. De kerk wilde hier voorzien en opent een tankstation. Dit initiatief is belangrijk voor het overleven van het hele dorp zo werd dat gezegd. Door het tankstation kunnen mensen in hun dorp hun auto’s weer volgooien en ook de onderlinge band met elkaar bewaren. De laatste buurtpraatjes kunnen weer worden uitgewisseld en zo kan de onderlinge band in stand worden gehouden. Wat mij betreft een uitstekend voorbeeld van hoe de kerk ook in deze down to earth-zaken er kan zijn voor de omgeving.

Tevens zie ik hier ook een mogelijkheid voor mijn eigen steeds groener wordende Protestantse Kerk. Ook de PKN heeft nog vestigingen in steeds leger lopende dorpjes waar verscheidene basisvoorzieningen niet meer aanwezig zijn. Open een tankstation voor (bio)brandstoffen – biobrandstoffen zou natuurlijk enorm goed aansluiten bij het ‘groene’ beeld dat de PKN wil uitstralen –  en open er een winkeltje bij waar onder andere FairTrade-producten worden verkocht.

En wie weet wordt tanken bij de kerk dan op termijn ook weer eens tanken in de kerk…

Jaarlijks duiken er wel weer van dit soort verhalen op: is het niet over een spontaan huilende Madonna, dan wel over een beeld van de Satan in de wolken van de getroffen WTC-torens op 9/11. Volgens het Algemeen Dagblad hebben bezoekers van meubelgigant IKEA in het Schotse Braehead Jezus kunnen aanschouwen. Jesus at IkeaZijn gezicht is daar volgens een aantal mensen duidelijk te zien in één van de toiletdeuren van de winkel. ( hoewel anderen er de ABBA-zanger Benny Andersson in zien of Gandalf, een personage uit het boek Lord of the Rings van Tolkien) Hoe het allemaal kon was voor iedereen een mysterie!!

Ik ben afgelopen weekend een paar dagen in een klooster op bezoek geweest. Meer specifiek: in de Achelse Kluis te Valkenswaard. Een boeiende ervaring. Niet dat ik hier voor de eerste keer in aanraking kwam met de rooms-katholieke diensten, maar een weekend meedraaien met de gebedsdiensten van de broeders is toch heel iets anders. Een aparte ervaring vond ik de hoogmis op zondag. Grote gedeeltes werden in het Latijn gereciteerd en er werd veel met wierook gezwaaid. Laat ik het kort samenvatten: in tegenstelling tot de protestantse diensten was er veel meer te zien en was het meer in het geheel van het Christusmysterie geplaatst.

Na afloop van de viering bleef ik toch met een vraag zitten: hebben de protestanten niet te veel ‘weggerationaliseerd’ van dat mysterie? Mysterie waar een ieder zelf zijn gedachten bij kan hebben, of moet een kerkelijke instantie hem dat allemaal voorkauwen?

On this day, we gather because we have chosen hope over fear, unity of purpose over conflict and discord.

Zo verwoordde president Barack Obama zijn missie in de inaugurele toespraak in januari 2009. Barack Hussein ObamaHoop blijkt het centrale begrip in zijn toespraak. Hoop die Obama linkt aan de Bijbel:

We remain a young nation, but in the words of Scripture, the time has come to set aside childish things. The time has come to reaffirm our enduring spirit; to choose our better history; to carry forward that precious gift, that noble idea, passed on from generation to generation: the God-given promise that all are equal, all are free, and all deserve a chance to pursue their full measure of happiness.

Je ziet hier duidelijke verwijzingen naar de monumentale speech van Martin Luther King jr. met zijn I have a dream speech: I have a dream that one day this nation will rise up and live out the true meaning of its creed: We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal. Ook refereert president Obama aan 1 Korintiërs 13:

Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was. Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

Twee mannen die aan het begin stonden van een weg vol beloftes van hoop en verandering. En in een sombere tijd als deze lijkt het wel of de mensheid behoefte heeft aan zulke opbeurende, hoopgevende woorden. Vandaar de Nobelprijs voor de Vrede voor Barack Hussein Obama. En ja, misschien heeft hij voor velen nog niet veel voor elkaar gebokst en zijn het alleen maar woorden. Maar woorden kunnen hoop geven, kunnen mensen in beweging brengen. Daarom vind ik deze prijs een aanmoediging voor president Obama op een ingeslagen hoopvolle weg.

Ik vind het altijd weer interessant dat de wereld altijd op zoek is naar mensen die hoop geven, iets om in te geloven; ondanks alle zure kritiek van anderen die de prestaties van president Obama (soms ook terecht) nuanceren. Mensen willen blijven geloven in het ongrijpbare, in het onzichtbare. Soms zijn dat kleine groepjes mensen die zich willen verbinden met elkaar en met een hoopvolle boodschap. Eeuwenlang werd dit geloof, deze hoop beleeft in kerkelijke gemeenschappen. Nu lijkt het een grote groep die benieuwd is naar de vervulling van gedane beloftes van president Obama: eenheid, gelijkheid en geluk voor velen, voor allen.

Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde. Het zijn grote woorden, honderden jaren geleden opgetekend, vaak bezoedeld en verraden. Het zijn Bijbelse woorden die voor veel mensen in de Westerse wereld blijkbaar geen zeggingskracht meer hebben.

Of toch wel?

Nederland polderland: tot voor een aantal jaar was dit een gevleugeld begrip. Zo hadden die Nederlanders jarenlang door harmonieus samenwerken land kunnen winnen en kunnen behouden. Het poldermodel werd overal uitgevent en in de Nederlandse samenleving overal gebruikt.

De laatste tijd zie je een plotselinge kentering: Men offert land op voor De Blauwe Stad: een pretentieus project van woningbouw vlak bij of op het water in de provincie Groningen waarbij delen (landbouw)grond wordt opgeofferd voor water. Er wordt voorzichtig nagedacht om de Afsluitdijk, de Nederlandse vinding om de grootste binnenzee – de Zuiderzee – te bedwingen, niet meer zo hermetisch gesloten te laten zijn. Nederland polderlandEn als laatste loot aan de stam van de ontpoldering wordt sterk nagedacht over het doorprikken van dijken om de Hedwigepolder in Zeeland onder water te zetten.

Ook in onze van ouds her ‘polder’politiek van harmonieus overleg ziet men zo’n omslag: de besprekingen tussen werkgevers- en werknemersorganisaties lopen vast die volgens de poldertheorieën hadden moeten slagen.  Opeens vallen ook traditioneel Oranjegetrouwe partijen over het voornemen van het kroonprinselijk paar om een vakantieverblijf te betrekken in Mozambique.

Een organisatie waar tot voor kort ook de ‘polder’politiek hoogtij vierde was de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De PKN is immers een kerkgenootschap ontstaan uit een fusie van de drie Samen op Weg-kerken: de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. Vanzelfsprekend werd er tijdens het fusietraject ‘water in de wijn gedaan’ door de verschillende partijen. Om nog een spreekwoord te gebruiken: ‘waar gehakt vallen spaanders’ doet ook bij deze fusie opgeld. Een aantal mensen kon zich niet vinden in de grote Protestantse Kerk en vormde een eigen kerkgenootschap (of zoals sommigen zeggen: zetten het oude kerkgenootschap voort).

Nederland ontpoldert: er gaan nu binnen de PKN stemmen op de zinsnede in artikel 1 van de Kerkorde namelijk het belijden dat Jezus Christus onze Heer en verlosser is weg te halen. Dit moet worden gedaan om ruimte te geven aan esoterisch geloof, namelijk een geloof dat van binnenuit komt, gebaseerd is op een innerlijke zoektocht, zonder vaststaande waarheden. Het lijkt mij toch vreemd: een protestantse, christelijke kerk zou afstand doen van – volgens mij – haar kernwaarde: haar belijdenis van Jezus Christus als Heer en verlosser.

Misschien wordt het voor de Protestantse Kerk ook tijd om te ontpolderen…