In de afgelopen vier eeuwen
zijn er dus vijf typen charismatische leiders
dominant geworden,
elk met een variatie op de grote paradox:
de wijze waarop volgelingen de controle overdragen
terwijl ze zich bevrijd voelen.
Worthen gebruikt deze categorieën
om zowel om leiders en hun bewegingen te classificeren
als om historische verandering in kaart te brengen:
elk type reageert op het type
dat eraan voorafging
en reageert op de druk en angsten van het eigen tijdperk.
Zoals alle typologieën sluit deze niet perfect aan bij echte mensen.
Bijna niemand is een ‘zuiver’ voorbeeld
één van deze categorieën,
en sommige leiders zijn juist interessant
omdat ze zich verzetten
tegen het dominante type van hun tijd.
Máár deze categorieën hebben zelfs leiders
die zich onttrokken aan gemakkelijke etiketten
– en dat zijn de meesten –
ertoe aangezet om te reageren
op de opkomende charismatische stijl van hun tijd.
De Profeten nemen ons mee
van het einde van de Middeleeuwen
naar iets dat begint te lijken
op onze eigen wereld.
Ze maakten gebruik van oude patronen
van contact met het goddelijke
om autoriteiten uit te dagen
en volgelingen te boeien
met de angst en extase van Gods aanwezigheid.
Ze hielden zich nauw aan de traditie
en opereerden in een tijd
waarin de beperkingen van de Oude Wereld
het leven in de Nieuwe Wereld
nog steeds sterk beperkten.
Maar sommigen gebruikten
die tradities om heersende instellingen te ondermijnen,
hetzij door gewelddadige rebellie,
hetzij door illegale bijeenkomsten
en riepen zo een tegenreactie op.
Als de Profeten vrijheid opvatten
in termen van goddelijke verlossing,
gebruikten ze vaak mystieke kracht
voor aardse doeleinden.
Meestal betekende dit het ontmantelen
van elke structuur die God in de weg stond.
De Profeten waren in wezen dus vernietigers.
In hun kielzog maakten ze de weg vrij
voor een tijdperk van de opbouwers, de Veroveraars.
…



