Het verhaal van Jezus’ lijden en uiteindelijke dood aan het kruis, is geen punt. Het is een komma. Want het verhaal gaat door. Zo zou je het verhaal van Pasen kunnen samenvatten. Het woord zelf, betekent zoveel als doortocht, voorbijgaan. Geen punt, maar een komma. Het leven gaat door. Het leven van Jezus gaat door. Het contact is niet verbroken, ook al is het lijntje dat wij daarmee onderhouden misschien wel dun geworden, of ben je het soms even kwijtgeraakt, dat kan. Maar Pasen vieren, is toch steeds ook weer van ons uit bezien, de draad oppakken. Weer gaan staan in het licht van dat verhaal, het verhaal van Jezus, waarin jij zelf ook betrokken bent, hoe dan ook.
Het verhaal van bevrijding gaat door. Zo vieren wij Pasen, het oude verhaal, dat telkens actueel is. Omdat het gaat over lijden en dood, en dat is van alle tijden. Omdat het gaat over het offer van de liefde, die alles overwint. De liefde die van elke punt, een komma kan maken. Het verhaal gaat door. Het leven van Jezus is niet voorbij. Hij leeft verder, in ons verhaal, in daden van bevrijding. Hij zelf trekt ons in het licht en neemt ons mee op die weg.
Pasen daagt ons uit, ten slotte, om na te gaan, waar in ons eigen leven, punten in komma’s kunnen worden veranderd. De kracht van Pasen is toch, om onwrikbare situaties open te breken, om ons uit onze stellingen te halen, waarin we onszelf hebben teruggetrokken, in eigen gelijk of in verongelijktheid. Het kan altijd anders. Midden in het leven van alledag, terwijl je je misschien wel eens afvraagt of het nou wel zoveel verschil maakt dat Jezus uit de dood is opgestaan. Natuurlijk maakt dat verschil! Want omdat Hij leeft, sta je er niet alleen voor. Hij leeft, Hij is erbij. En Hij spreekt. Woorden van leven. Maar dan moet je wel zelf ook op staan, in beweging komen, meegaan in de beweging van bevrijding en van leven, die Jezus zelf heeft ingezet. Wat wij moeten doen is onze oren spitsen. Luisteren naar Zijn stem. En het dan ook wágen met Hem. Dan zál Hij je ook zegenen, vast en zeker.
O vlam van Pasen, steek ons aan, de Heer is waarlijk opgestaan!
‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ … ‘Echt ik ken die man niet!’ De dienstmeisjes van de hogepriester hebben Petrus, leerling van rabbi Jezus uit Galilea in een hoek gedreven. Petrus kan geen kant meer uit. Om zijn hachje je redden ontkent hij drie keer dat hij ook maar iets met Jezus heeft te maken. In de vroege ochtendschemering kraait een haan.
Zijn eigenlijke naam is Simon Barjona. Simon, zoon van Johannes. Visser uit Betsaïda. Zijn netten, zijn vissersboot, zijn gezin – kortom zijn hele vroegere bestaan – heeft Simon achter zich gelaten. En hij is Jezus gevolgd. Drie jaar lang is hij met rabbi Jezus en zijn leerlingen \ door het hele land van Judea en Galilea getrokken. Vanaf het begin is Simon erbij geweest. Getrokken, geboeid, geroepen door deze bijzondere rabbi uit Nazareth. Rotsvast is zijn geloof in Jezus, om jaloers op te worden: ‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God’. Ja, Simon – die van Jezus de bijnaam Petrus, Rots krijgt – weet het zeker: deze Leraar is de langverwachte Bevrijder van Israël. Het Koninkrijk van God is aanstaande. De Romeinen zullen binnenkort hun biezen moeten pakken. Maar hoe anders is het gelopen, deze laatste dagen in Jeruzalem. Het begon allemaal zo indrukwekkend. Op een ezel daalt Jezus de Olijfberg af. De geestelijke leiders van het volk voeren intussen hun duivels plan uit. De agenten van de tempelpolitie nemen rabbi Jezus gevangen. Hij wordt hardhandig afgevoerd naar het paleis van Kajafas, de hogepriester. Monddood zullen ze Hem maken, die o zo populaire rabbi uit Galilea.
En dan gebeurt het. Het onverwachte, het onvermijdelijke. Een dienstmeisje meent hem te herkennen als een leerling van rabbi Jezus: ‘Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea!’
Petrus schrikt zich rot. Hij vlucht in de ontkenning. Maar daardoor verwijdert Petrus zich radicaal van Jezus. Elke band met de Meester snijdt de leerling door. En dat terwijl Jezus juist hém daarvoor had gewaarschuwd.
Simon Petrus, een mens als u en jij en ik. Hij wordt door Jezus geroepen om leerling van Hem te zijn. Rotsvast is zijn geloof. Hij verloochent zijn Meester. Maar ook voor hem is er vergeving en verzoening. Ook voor hem is er – na Pasen – een nieuw begin mogelijk. Voor hem … en voor ons!
Pontius Pilatus wast zijn handen in onschuld, olie op hout, 107 x 122 cm, Vlaamse School, eerste helft 16de eeuw (naar Vilmos Tátrai)
Hoe reageer je op figuren als Trump?
In aanloop naar Pasen en terwijl ik mijzelf ook voorbereid op preek voor Pasen, vallen mij enkele lijnen op vanuit het passie evangelie naar de huidige tijd. Het begon met de schandelijke vleierijen van president Macron en premier Starmer om president Donald Trump in de Oval Office in het Witte Huis te pleasen.
Het begon te lijken op de dertig zilverlingen. Werd Oekraïne hier verraden voor de snuisterijen en snuisterijen, alleen maar om in de gunst te blijven bij de machtigste man ter wereld?
Nu we net met de eerste volle week van de Veertigdagentijd bezig zijn, krijgen deze gedachten een fellere focus nu de personages uit de Passietijd van Pasen hun plaats lijken in te nemen in onze wereldpolitiek.
Lijkt de Amerikaanse vicepresident J.D. Vance een beetje op de hogepriester van de tempel van Jeruzalem, Kajafas, als hij retorisch eist: ‘Het is beter voor u dat één man sterft voor het volk dan dat de hele natie ten onder gaat’? Is de prijs van het ten val brengen van Zelensky en het sussen van de Russische Vladimir Poetin het niet waard voor vrede in Oekraïne?
Het zou gebruikelijk kunnen zijn in een column als deze om kenmerken van de cast van de Passie van Christus toe te schrijven aan de leiders van de huidige grootmachten. Maar dat is te gemakkelijk en werkt niet echt. Macron en Starmer zijn geen Judas. Hun hoffelijke vleierij van Trump ging vooraf aan de poging tot vernedering van Zelensky in Washington, waar op 28 februari met de mores van vastgoedmaffiosi en een dosis emotioneel incontinentie Trump en Vance president Volodymyr Zelensky het Witte Huis uit brulden.
Nee, Macron en Starmer zijn geen verraders van Zelensky, integendeel. En hoe dan ook, door hun in die rol te casten, riskeer je de heiligschennis van het vergoddelijken van Zelensky, die absoluut niet de Messias is. Je hoeft inderdaad geen toegewijde Trump-fan te zijn om op te merken dat zijn optreden voor Trump en Vance niet messiaans was, maar eerder dat van een heel ondeugende jongen.
Maar zulke vergelijkingen gaan ons niet ver brengen. Misschien is het beter om ze andersom te draaien. Van grotere waarde is misschien om de machtsspelletjes die we zojuist op ons wereldtoneel hebben gezien beter te gebruiken om het spel te begrijpen dat we binnenkort in Jeruzalem van een paar millennia geleden zullen herdenken.
Door dat te doen, kunnen we misschien zelfs een kijkje nemen in een aantal inzichten die elke zaak ontkrachten dat de historische gebeurtenissen van de Passietijd vandaag de dag niet relevant zijn. En dit gaat niet alleen over politiek, het gaat over ons menselijk vermogen tot machtsmisbruik.
Neem die scène in het Oval Office toen Zelensky werd gepest door de twee machtigste figuren (met uitzondering van Elon Musk) in het nieuwe Amerikaanse regime. Het is een klassiek wapen in elke huiselijke geweldsrelatie om het slachtoffer de schuld te geven. Zo waren Trump/Vance er als de kippen bij Zelensky de schuld te geven voor zijn onderdrukking door Rusland.
En zo was het ook toen de Nazarener voor Pontius Pilatus stond, de woordvoerder van de machtigste man op aarde van zijn tijd, de keizer van Rome, Tiberius. De overeenkomsten tussen de twee situaties zijn opvallend. En niet alleen omdat je er redelijkerwijs aan kunt twijfelen dat Jezus van Nazareth die dag ook een pak droeg.
De laatste, een mishandelde ambachtsman en rabbi uit de provincieheuvels en een man ‘zonder zonde’, is een klassiek onderwerp van slachtofferbeschuldiging. Net als Trump wilde Pilatus gewoon een deal sluiten om de vrede te bewaren. Net als Trump vertelde hij Jezus dat Hij niet genoeg waardering had voor wat hij voor Hem probeerde te doen. Net als Trump vertelde Hij hem dat hij absolute macht had over zijn lot. En net als Trump is hij er zeker van dat waarheid alles is wat hij wenst dat het is op het moment dat hij minachtend vraagt: ‘Wat is waarheid?’
De intrigerende vraag is hoe dit ons vertelt te reageren op de Trumps en Pilatus van deze wereld. In de directe omstandigheden van verhoor in zowel het Oval Office als het praetorium, lijkt het antwoord deels stilte te zijn. Christus kiest het; Zelensky krijgt het opgedrongen door de dwingende controle van zijn gesprekspartners.
Nogmaals, ik doe geen aanspraak op een Christus-achtige Zelensky. Maar stilte als menselijk antwoord vindt steevast zijn oorsprong in nederigheid. In de meest wereldse zin is dat nu heel duidelijk in de verzoenende woorden van de Oekraïense president richting zijn pestkop, die zijn leiderschap ‘sterk’ noemt, spijt heeft van hoe de vergadering is verlopen en bereidheid uitdrukt om terug te keren naar de onderhandelingstafel.
Nederigheid is geen zwakte. Het brengt de kracht van vrede en maakt de triomf van liefde mogelijk. Dat is de les van tweeduizend jaar geleden. En de les is ook dat er niets goeds kan voortkomen uit een totaal gebrek daaraan, net als voor Trump en Pilatus.
Pasen is een feest om bij te zingen. We vieren de opstanding van Christus. Dat is een feest, een groot feest en bij feesten hoort muziek. De verkondiging van de opstanding van Christus is ook iets wat ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Dat maakt het tegelijkertijd moeilijker om het vieren, maar juist dan komt het op zingen aan. ‘We zingen het geloof naar binnen’, zei de dichter Ad den Besten ooit. We zingen niet alleen omdat we geloven, maar ook opdat we geloven. En juist het hoge feit van de overwinning van Christus op de dood is iets dat bij uitstek bezongen moet worden.
Maar zijn de psalmen daarvoor geschikt? De uittocht van Israël uit Egypte, dat wordt gevierd met het Pascha, wordt wel uitgebreid bezongen in de psalmen. Het is het feest van bevrijding uit de slavernij en van die bevrijding verhalen veel psalmen. En tijdens dit feest van Pesach, vindt de gevangenneming van Jezus, Zijn lijden en sterven plaats. De bevrijding die dit brengt is nauw verbonden met de bevrijding die met Pesach gevierd wordt. In dood en opstanding van Jezus gaat het om de bevrijding uit de macht van het kwaad en de dood voor heel de mensheid. In Handelingen 4 getuigt Petrus voor het Sanhedrin, die eerder Jezus veroordeeld heeft, van Jezus, lijden, dood en opstanding en dat doet hij met een psalm, met psalm 118:
Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de hoeksteen geworden is.
Deze psalm hoort bij het Hallel die op Pesach gezongen wordt, wordt hier door Petrus op Jezus betrokken. Voor Petrus verkondigt deze psalm de opstanding van Jezus. In de Evangeliën betrekt Jezus dit psalmvers ook op zichzelf. Aan het kruis citeert Jezus psalm 22 en 31. Als we psalm 22 lezen is het verwonderlijk hoe sterk wij daar het lijden van Jezus in herkennen. Jezus leefde de psalmen en geeft ze nieuwe betekenis. Het lijden van Jezus weerspiegelt het vele lijden van de psalmen en de opstanding van Jezus vormt de vervulling van het reddend handelen van God waarvan de psalmen getuigen.
Door Jezus, die niet alleen aan Pesach, maar ook aan de psalmen een nieuwe dimensie geeft. Psalm 118 zingt van het handelen van God. In de bevrijding van Egypte, maar ook van de bevrijding van het kwaad en de dood, door de hoeksteen door bouwers afgekeurd, door God zelf ten hoeksteen gelegd.
Zie de mens die in zijn lijden teken werd voor alle tijden van wat liefde dragen kan.
Deze woorden zijn geïnspireerd op woorden van Pontius Pilatus. Nadat hij Jezus had laten geselen en de soldaten hem een doornenkroon op hadden gezet en een purperen kleed om hadden gedaan, zijn ‘Zie de mens’ de woorden waarmee hij Jezus voorstelt aan de verzamelde menigte.
Waarom zegt Pilatus dat? Om bij de menigte zie zich tegen Jezus gekeerd heeft mededogen op te wekken? Laat je raken door deze deerniswekkende figuur. Want een mens is mens in kwetsbaarheid. Als wij de ander aangetast zien, dan herkennen wij onszelf in de ander. Daar zien wij een mens, zoals wijzelf zijn. Daar zijn we verbonden met elkaar. Jezus is echt mens, net zo echt als wij mens zijn, juist in zijn lijden. Het is tevergeefs, de menigte is in de greep van bloeddorstigheid. Waar blijft hun menselijkheid?
De woorden hebben binnen het evangelie naar Johannes een nog grotere reikwijdte. Het evangelie begint met: Het Woord is mens geworden. Dat klinkt mee in deze woorden van Pilatus. Hier staat hij: Het woord van God, dat mens geworden is. Pilatus bedoelt het niet, maar het betekent het wel. In deze lijdende mens verbindt God zich met heel de mensheid, Met alle mensen. Jezus is de mens bij uitstek. Jezus is de mens zoals God het bedoelt: Een mens met ontferming, levend vanuit zijn liefde. Voor ons is Jezus ook degene die laat zien hoe God is. Dat God niet bovenaf wil beschikken over de mensen, maar ons wil dienen. Zich met ons wil verbinden op leven en dood.
Deze mens is de stichter van een koninkrijk. Hij draagt de tekenen van zijn koningschap: een doornenkroon en de purperen mantel. Straks is zijn troon het kruis. Zijn koningschap is van een totaal andere orde. Is van een andere wereld. Een wereld waar de mens is zoals God het bedoelt. En in zijn weg wordt Hij voor ons de weg, de poort naar dat nieuwe koninkrijk.
Hij wordt dat voor de mensen van toen en nu. De woorden van Pilatus zijn in het Latijn overbekend geworden: ‘Ecce homo’. Zie de mens. De ware mens voor ons die de liefde leeft opdat wij ons aan die liefde geven.
De zeventiende-eeuwse Franse wis- en natuurkundige, christelijk filosoof en theoloog Blaise Pascal schreef eens:
alle problemen van de mensheid komen voort uit het onvermogen van de mens om rustig alleen in een kamer te zitten.
En nu, vierhonderd jaar later, hebben we bewijs van hoe moeilijk we dit vinden.
Onderzoekers voerden een experiment uit waarbij ze meerdere mensen alleen in een kamer plaatsten met niets anders te doen dan daar vijftien minuten te zitten. De meerderheid gaf toe zich ongemakkelijk te gaan voelen als men zich met niets anders dan zijn gedachten bezighoudt. Het experiment werd herhaald, alleen werd er dit keer een instrument in de kamer geplaatst dat een onaangename elektrische schok kon toedienen. In de periode van vijftien minuten diende één op de vier vrouwen zíchzelf de schok toe om de verveling te verlichten. Twee op de drie mannen deden dat ook.
Er is een kans dat we de verkeerde conclusies trekken uit sociale experimenten omdat het moeilijk is om in de gedachten van anderen te kruipen, maar we kunnen hier een goede gok wagen. Onze levens zijn overprikkeld. Alleen in een kamer zijn met onze gedachten voor een langere tijd is vreemd. We hóren niet zo te leven menen we. Onze smartphones zijn de ‘stok en staf die ons vertroosten’. Elk vrij moment moet worden besteed aan TikTok, Instagram of Spotify.
Naarmate mensen ouder worden, denken ze vaak dat de wereld zijn aandachtsspanne verliest, zonder te beseffen dat de focus afneemt naarmate we ouder worden. Maar er lijkt iets te zijn veranderd in de afgelopen twee decennia. Er is een geheel nieuwe digitale architectuur ontworpen die er niet was. Het creëert de buzz van de stad, en is om ons heen verrezen als wolkenkrabbers, waardoor koude schaduwen en bittere windtunnels van woede en afleiding ontstaan die de warmte blokkeren.
Deze nieuwe online stad is opzettelijk ontworpen om onze aandacht vast te houden; om te voorkomen dat we offline iets gaan doen. En het werkt. Tussen 2010 en 2020 hebben we wereldwijd twintig keer meer informatie verbruikt. Dit is een kolossale toename voor onze hersenen om in een oogwenk te verwerken. Onze geest is minder geworden als het coole, witte minimalistische interieurontwerp waar mensen naar streven in het leven en meer als het rommelhok waar kapotte en nutteloze spullen worden gedumpt.
Sommige wetenschappers stellen dat we onszelf de schuld van deze situatie geven. Als we anderen vertellen dat onze smartphone ons afleidt, is het antwoord dat we krijgen dat we hem moeten uitzetten. Hoewel we dit soort stappen kunnen ondernemen, worden we er echter meer en meer afhankelijk van gemaakt door techbedrijven . Natuurlijk is er net als bij shopaholics sprake van individuele verantwoordelijkheid, maar er is ook het bouwwerk van consumentenkapitalisme dat is ontworpen om ons meer spullen te laten kopen of – in het geval van het internet – meer informatie te laten absorberen.
Als we bedenken wat het betekent om Jezus vandaag de dag te volgen, beseffen we vaak niet wat technologie met ons doet. De voordelen zijn duidelijk – de wereld binnen handbereik hebben, in een oogwenk met familie en vrienden kunnen praten – maar de nadelen blijven onduidelijk. Hoe beïnvloedt digitale afleiding het lezen van de Bijbel en een toewijding aan gebed? Er is weinig onderzoek naar gedaan, maar we geven God misschien minder toegewijde aandacht dan voorheen. Als we van de ene bron naar de andere fladderen, als een vlieg op een warme zomerdag, blijven we niet lang genoeg op één plek om te ontdekken of God daar op ons wacht.
Aanwijzingen van God komen vaak van buiten het kerkelijk denken. Nu heeft een groep tech-tovenaars uit Silicon Valley het idee van een digitale sabbatical bedacht, waarbij mensen één dag per week offline doorbrengen. Hoewel ze zichzelf beschrijven als niet bepaald religieus, verdrinkt hun manifest zo’n beetje in religieuze traditie. Ze adviseren mensen om:
Technologie te vermijden
Contact te houden met geliefden Uw gezondheid te koesteren
Naar buiten te gaan
Commercie te vermijden
Kaarsen aan te steken
Wijn te drinken
Brood te eten
Stilte te vinden
Iets terug te geven
Het is een sabbatical die opnieuw is uitgevonden voor het digitale tijdperk.
Er wordt een aantal praktische acties opgesomd die kunnen worden ondernomen, zoals gefocust blijven op de taak en blootstelling aan sociale media te beperken, omdat is aangetoond dat dit in grote hoeveelheden slecht is voor de geestelijke gezondheid. We moeten onze gedachten ook kunnen laten afdwalen. Dit spreekt het argument over het niet verliezen van de focus niet tegen. Het afdwalen van de gedachten is, paradoxaal genoeg, een vorm van aandacht. Het is de ruimte waarin we de puzzels van ons leven oplossen, punten met elkaar verbinden die we hadden gemist, een plaatje inkleuren om het tot leven te brengen.
Wanneer de profeet Elia God ontmoet op de berg Horeb, is er eerst een sterke wind, daarna een krachtige aardbeving en ten slotte een laaiend vuur. Maar God openbaart zichzelf niet in deze aangrijpende verschijnselen. Hij is te vinden in de pure stilte die volgt; in het gefluister van een stem.
De pure stilte van vandaag wordt verbroken door het vertrouwde gezoem van een nieuwsfeed of een update op sociale media – of de schok van een elektrische stroom. Het is nu het moment dat we binnen gehoorsafstand van de zwakke audio van het Goddelijke komen.
‘Ík ben het Licht voor de wereld. Wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft het Licht dat Leven geeft.’ Of met andere woorden: ‘Zoals God in de woestijn het Licht was voor het volk van Israël, zo ben Ik nu het Licht dat Leven geeft aan iedereen.’ Dat was vele generaties terug. De mensen in de tijd van Jezus denken: ‘Onze tempel, dat is de plaats waar God nú woont. Hier moeten de mensen naar toe komen om God – het Licht – te ontmoeten. Onze tempel … dat is het Licht voor de wereld!’ Begrijp je hoe woedend de geestelijke leiders van Israël op die rabbi uit Nazareth zijn? Juist op déze plek, de plek waar de kandelaars en de vuren zijn aangestoken, zegt Jezus: ‘Ík ben het Licht voor de wereld. Wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft het Licht dat Leven geeft.’ ‘Wie denkt Hij wel Wie Hij is?’ De Farizeeën en de andere geestelijke leiders kunnen die rabbi uit Nazareth niet uitstaan. Al hun heilige huisjes gooit Hij omver. Hun haat wordt met de dag groter. Uiteindelijk zullen ze Hem monddood maken. Ze zullen zijn Licht voorgoed doven! ‘Weg met Hem!’ Het is best wel opvallend hoe vaak Johannes het in zijn evangelie over ‘de wereld’ heeft. Voor Johannes was de aanduiding ‘de wereld’ gelijk is aan het ‘rijk van de duisternis’. Het is de wereld waarin mensen leven zonder God. De wereld waarin het donker en duister is. Waar de zonde het voor het zeggen heeft. In díe wereld, die God-vijandige en donkere wereld, is Jezus gekomen. Hij is de strijd aangegaan met de heerser van deze wereld en Hij heeft uiteindelijk het rijk van de duisternis verslagen. Dat wordt ook duidelijk als op Goede Vrijdag na een drie uur durende angstaanjagende duisternis God zijn Licht weer op aarde laat schijnen. Wie een volgeling van Jezus wil zijn kan deze wereld niet ontlopen. Wie echter in Jezus gelooft, wie in Jezus God de Vader heeft leren kennen, wandelt niet langer meer in het donker, in de woestijn van het leven. Jezus, het Licht wijst je de weg naar het land van Gods beloften. Het land waar het Licht … Leven is!
Hoe vrij zijn we eigenlijk? Er zit een diep verlangen in ons om vrij te zijn. Maar wie van u hier kan volmondig zeggen: ik ben vrij, en daar leef ik elke dag weer uit? Ik geniet van het leven zoals God het bedoeld heeft?
Ja, als christenen belijden we dat in het bloed van Christus een diepe vrijheid verborgen ligt… toch zie je daar in de praktijk van je leven soms weinig van terug. We zijn gebonden door het leven en door onszelf. Ik denk dat we dat allemaal wel herkennen, dat ook als je Christus kent en als je Zijn naam belijdt, je leven niet plots over rozen gaat. En we weten soms niet zo goed hoe we daar mee om moeten gaan. Want ergens verwacht je toch, dat als je God kent, dat je leven makkelijker zal zijn dan daarvoor. Je dacht vrijheid te hebben gevonden bij God – maar niets is minder waar.
‘Wees niet bang’, zegt God bij monde van Jesaja ‘want ik zal je vrijkopen, ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij! Moet je door het water gaan – ik ben bij je; of door rivieren – je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien.’
God bevrijdde de Israëlieten uit de handen van de Egyptenaren, Hij bevrijdde Daniël uit de leeuwenkuil, Hij bevrijdde Christus uit de dood. En zal jou bevrijden uit alles wat je maar gebonden houdt.
God doet geen half werk. Hij bevrijdt je uit Egypte en neemt je aan als zijn kind op grond van het bloed van Jezus. Daar wees het bloed aan de deurposten in Egypte al op. Maar dan wil Hij u ook elke dag weer bevrijden wanneer je in moeilijke situaties terecht komt.
Maar als je niet meer kan? Wat als er geen droog pad door de Rietzee lijkt te komen? Wat nou als je al zo lang gevangen zit in je eigen gevoelens van angst of onzekerheid. Wat nou als ziekte het wint van mensen die je dierbaar zijn.
Moet je dan maar stil zijn? Moet je dan maar vertrouwen? Waar is God dan?
Want dan, dan blijft het van Gods kant soms zo stil. Ja – Soms blijft het van Gods kan heel stil. Maar God strijdt ook in die stilte wel voor ons. Toen Jezus berecht en veroordeeld werd deed hij zijn mond niet open. Hij stierf aan het kruis en nog nooit was het zo stil in de wereld, als de dag dat God dood was. Nog nooit was het zo stil als op stille zaterdag. En nog nooit was de strijd van God voor ons zo groot.
Elke stilte in ons leven is betekenisvol, niet omdat we zwijgen. Niet omdat we geen antwoorden weten en ons verloren voelen in de wereld. Maar omdat God gesproken heeft. God zei: Er zij licht. Zo sprak Hij in Genesis en zo sprak hij op die eerste dag van de week toen Christus opstond uit de dood. Als we nu stil zijn omdat we oog in oog staan met ziekte, met druk, met stress, dan weten wij dat het altijd slechts de stilte van Stille Zaterdag is. Als we de overwinning nu nog niet zien, dan straks wel. Want Christus leeft!!
We zijn er misschien wel zo’n een beetje aan gewend geraakt, aan dat kruis. We schrikken er niet meer zo van. We praten er soms over alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. ‘Jezus is aan het kruis gestorven voor mijn zonden.’ Maar het is zo ongewoon. Zo afzichtelijk ook. Het kruis is niet mooi. En tegelijk heeft dat kruis, dat lelijke kruis alles met het leven te maken. We kunnen er niet omheen. En we moeten dat ook niet willen.
Er hangt een bloedende Man aan het kruis. Man van smarten. En dat opschrift aan het kruis, vat het heel kort samen: ‘Dit is de Koning der Joden.’ En je proeft nog de spot die erin doorklinkt, je hoort nog de lach van de man die de letters in het bordje graveerde, en je ziet nog de lol die de omstanders hadden. Wat een Koning is die Man van smarten! Wat een Koning. Belachelijk. Eén brok zwakheid. Hij kan niet eens van het kruis afkomen. Om je dood te lachen.
Wilt u dat wel? Zo’n koning? Het antwoord op die vraag hangt ook een beetje af van twee andere koningen. Twee koningen die in deze wereld ongelooflijk veel heerschappij uitoefenen. Twee koningen die op aarde heersen. Het gaat dan over de koningen die Paulus noemt in de brief aan de Romeinen: De zonde en de dood. Hij noemt de zonde en de dood ook koningen. Koningen met macht en veel invloed.
Ja, daar kun je ook anders tegenaan kijken. De zonde, daarvan kun je zeggen: ‘ach mensen, dat valt toch allemaal wel wat mee; zeur toch niet zo over zonde; natuurlijk, we maken allemaal onze fouten, en dat is niet goed; maar het kan toch niet zo zijn dat God daarom zijn eigen Zoon de dood injaagt.’ Zo kun je omgaan met de zonde. Nauwelijks een vijand. Bijna geen macht. Hoezo: koning? En van de dood geldt hetzelfde: ‘dood is dood, zeggen veel mensen; we sterven nu eenmaal allemaal een keer; dat hoort bij het leven.’ Zo kun je omgaan met de dood: nauwelijks een vijand, geen echte macht. Hoezo: koning?
Maar de Bijbel leert ons om de zonde en de dood te zien als koningen die niet thuishoren op aarde. Dood en zonde horen niet bij het leven. Het is een vreemd element in Gods goede schepping. Dat is niet wat God wil. Daarom laat Hij ons aan de enorme macht zien die de zonde en de dood als koningen in ons leven hebben. En daarom hebben we die andere Koning nodig. Die Koning aan het kruis die de zonde uit de wereld wegdraagt en die de dood de doodsteek toebrengt. Jezus Christus. Een koning in nederigheid en zwakheid. Alleen zo kan Hij de koningen zonde en dood overwinnen.
En dat vinden we allemaal samengebald terug in dat korte opschrift. ‘Dit is de Koning der Joden.’ In drie talen stond het er. Want iedereen moet het kunnen lezen, deze beschuldiging op grond waarvan Jezus is veroordeeld. Iedereen moet kunnen begrijpen hoe belachelijk dit is. Want wat is dat nou voor een koning!? Hij kan niet eens zelf van het kruis af komen? Hoofdschuddend kijken de mensen ernaar. ‘Mij niet gezien, zo’n koning!’
En toch wilde Jezus op en top zó Koning zijn. Nederig, zwak, geen politieke power, maar liefdevolle dienstbaarheid en nederige zelfverloochening. Dat moeten we erin zien. Een zwakke Koning, maar wat gaat juist daar veel kracht vanuit! Wat is er een kracht voor nodig om zwak te durven zijn. Wat is er een moed voor nodig om trouw te zijn tot in de dood. Wat is er een liefde nodig om de zonden van de wereld op je te willen nemen en aan het kruis te nagelen. Zo is Christus onze Koning.
Op Witte Donderdag gedenken we hoe Jezus voor de laatste keer met zijn leerlingen bijeen was. Hoe hij met hen die maaltijd vierde die zo’n bijzondere betekenis kreeg. Want het was de laatste maaltijd en tegelijk niet de laatste. De Heer maakte tijdens de maaltijd duidelijk dat ze deze maaltijd moesten blijven houden: ‘doet dit tot mijn gedachtenis’. Juist deze maaltijd moest voor hen en alle gelovigen het teken zijn dat hij zelf in hun midden was. Zij zouden hem steeds weer mogen herkennen ‘in het breken van het brood’. In deze maaltijd schenkt Jezus zichzelf aan ons voor ons leven als gelovige mensen: ‘Dit is mijn lichaam’ zegt hij bij het breken van het brood en het uitdelen ervan. Het is heel belangrijk dat we dit voor ogen houden. Niet wíj zeggen bij het breken van het brood ‘we denken aan Jezus’ alsof wíj betekenis geven aan het brood. Het is de Heer zelf die zegt: ‘dit is mijn lichaam’. Hij ís het zelf. Wat hij zegt dat is hij. En wat hij is dat zegt hij. Het is deze liefde voor de blijvende tegenwoordigheid van Christus in brood en wijn die ons telkens van zijn nabijheid in ons leven mag vervullen. En hij voegt eraan toe dat wat hij gedaan heeft in de voetwassing een voorbeeld is voor allemaal. Respect en liefde voor de werkelijke tegenwoordigheid van de Heer in ons midden kan niet zonder liefde en respect voor elkaar. We moeten waardevol en kostbaar zijn in elkaar ogen. Elkaars zwakheden verdragen, fouten vergeven, en elkaars talenten herkennen en stimuleren, en in elkaars noden zo mogelijk voorzien. Dat is elkaar de voeten wassen, zoals Jezus ons heeft voorgedaan en opgedragen, nog voor de maaltijd. Met het offer van zijn leven door zijn lijden en sterven aan het kruis dat we in deze dagen gedenken, heeft Jezus ons de voeten gewassen, onze zonden vergeven en tot nieuwe mensen gemaakt, mensen van God.