De afgelopen weken werden gekenmerkt
door ingrijpende geopolitieke gebeurtenissen
onder het bewind van de regering-Trump:
Op 26 december voerden de Verenigde Staten
luchtaanvallen uit op IS-terroristen in Nigeria.
Kort daarna, op 3 januari,
bombardeerden Amerikaanse troepen Caracas,
ontvoerden ze de Venezolaanse president Nicolás Maduro
en leverden hem uit aan New York
om terecht te staan voor narco-terrorisme.
Na een snelle militaire interventie in Venezuela
richtte Trump, dronken van ‘succes’,
zijn pijlen vorige week
weer op Groenland,
het autonome onderdeel van Denemarken
dat hij al langer wil bezitten.
Deze gebeurtenissen
illustreren een nieuw Amerikaans buitenlands beleid,
aangeduid als de Donroe-doctrine:
een periode van agressieve militaire interventies
en grillige geopolitieke machtsuitoefening.

Nigeria en Venezuela delen niet alleen
een overvloed aan olie,
maar ook structurele problemen
zoals corruptie, mensenrechtenschendingen en extreme armoede.
De Amerikaanse interventies in deze landen
versterken het idee dat de naoorlogse,
op gedeelde regels gebaseerde wereldorde;
deze orde die na de Tweede Wereldoorlog opgezet
om mondiale stabiliteit te waarborgen is ingestort.
De orde was gebouwd op internationale afspraken
en morele verantwoordelijkheid.
Ze lijkt nu te zijn vervangen
door een doctrine
die wordt gedreven
door binnenlandse belangen
en politieke willekeur.

De morele focus van de huidige Amerikaanse regering
is sterk naar binnen gericht,
met nadruk op thema’s
als reproductieve rechten,
het homohuwelijk en grensbeveiliging.
Tegelijk ontbreekt het aan moreel leiderschap
op het internationale toneel.
Door het door de VS mede ontmantelen
van de Reproductive and Behaviour Order (RBO)
ontstaat een groeiend internationaal moreel vacuüm.
In een wereld waarin grootmachten
als de VS, Rusland en China
geen gezamenlijk moreel kompas tonen,
rijst de vraag
hoe dit vacuüm kan worden opgevuld.
De RBO stelt dat religie
– en in het bijzonder het christendom –
hierin een cruciale rol kan spelen.

Een illustratief voorbeeld
is het bezoek van de Indiase premier Narendra Modi
aan een kerstdienst in New Delhi op 25 december.
Dit gebaar werd internationaal geprezen
als een poging tot interreligieuze harmonie.
Toch werden binnen 24 uur
de kerstversieringen vernield
door hindoe-nationalisten
in verschillende Indiase steden.
Deze tegenreactie benadrukt
hoe kwetsbaar godsdienstvrijheid is,
vooral in landen
met een dominante meerderheidsreligie.
Wereldleiders dragen hier een morele verantwoordelijkheid
om geweld binnen hun eigen religieuze gemeenschap
ondubbelzinnig te veroordelen.

De motivatie achter deze aanvallen
op christenen in India
verschilt in essentie
niet van het geweld tegen christenen
door islamitische extremisten in Noord-Nigeria:
beide komen voort uit angst
voor het verlies van een vertrouwde beschaving.
Geen enkele samenleving
kan echter duurzaam bloeien
wanneer zij geweld
tegen religieuze minderheden
negeert of rechtvaardigt.
Tegelijk roepen deze gewelddaden
op tot metacognitie:
reflectie op de diepere motieven
achter haat en vervolging.
Juist daarin liggen de kiemen
voor een nieuwe gemeenschappelijke moraal.

De oorspronkelijke RBO was gebaseerd
op principes als soevereiniteit, gelijkheid,
rechtsstaat, mensenrechten,
multilateralisme
en vreedzame conflictoplossing.
Een nieuwe gemeenschappelijke moraal
zou hierop moeten voortbouwen,
maar ook geworteld zijn
in religieuze waarden
die gedeeld worden door de grote wereldreligies,
zonder kleinere geloofstradities uit te sluiten.
Internationale documenten
zoals het VN-Handvest (1945)
en de VN-Verklaring
inzake godsdienstvrijheid (1981)
bieden hiervoor belangrijke juridische kaders.

De grootste uitdaging
ligt bij staten
met een dominante meerderheidsreligie,
zoals het christendom in de VS
of het hindoeïsme in India.
Hoe kunnen zij minderheden
dezelfde bescherming bieden als de meerderheid?
Is religieuze diversiteit
een nulsomspel,
of kan er een moreel evenwicht bestaan?

Het christendom, als grootste religie ter wereld,
biedt het meest omvattende
morele kader om deze balans te vinden.
Zowel christendom als islam
erkennen de unieke spirituele betekenis van Christus.
De leer van Christus,
zoals beschreven in het evangelie van Johannes
en uitgewerkt door Paulus,
maakt een scherp onderscheid
tussen goed en kwaad
en leert dat de strijd
niet tegen mensen is gericht,
maar tegen de machten van het kwaad.

Daarom zou een vernieuwde,
religieus gefundeerde wereldorde
moeten voortbouwen op de leer van Christus.
Deze christocentrische moraal
herdefinieert mondiale conflicten
niet als botsingen tussen mensen of religies,
maar als een strijd tussen goed en kwaad.
Zo ontstaat een inclusieve morele visie
die alle mensen – gelovig of niet –
uitnodigt om het kwaad te veroordelen
en actief het goede te bevorderen
in de geopolitiek en de wereldmaatschappij.

president Donald Trump met een dogecoin

 

De importheffingen die Donald Trump op ‘Bevrijdingsdag’(Liberation Day) invoerde,
hebben wellicht geleid tot scherpe schommelingen
op de wereldwijde financiële markten,
maar zijn acties op de markten enkele maanden eerder
waren in sommige opzichten nog merkwaardiger.

Op de vrijdag voor zijn inauguratie als 47e president van de VS in januari
verraste de Republikein velen met de lancering van de $TRUMP memecoin,
die door zijn website werd omschreven als
‘de enige officiële Trump-meme’.
De cryptomunt, waarin Trumps familiebedrijf een belang had,
steeg in waarde tot meer dan $14 miljard in het daaropvolgende weekend.

Op zondag lanceerde Trumps vrouw Melania vervolgens haar eigen memecoin,
$MELANIA, die een waarde bereikte van $8,5 miljard.
Zelfs de dominee die sprak tijdens de inauguratie van de president
lanceerde vervolgens zijn eigen memecoin.

Voor degenen die zich afvragen
wat een memecoin precies is, u bent niet de enige.
In het kort, het is een vorm van cryptovaluta
– een activaklasse die op zichzelf al veel vragen
heeft opgeroepen over de inhoud en het doel ervan –
en die online virale momenten vertegenwoordigt.
Ze hebben geen fundamentele waarde of bedrijfsmodel
en hebben volgens de Amerikaanse effectentoezichthouder
‘doorgaans een beperkt of geen nut of functionaliteit’.

De munten van Donald en Melania Trump
daalden vervolgens in prijs,
maar hebben nog steeds een waarde
van respectievelijk ongeveer $ 2,5 miljard en $ 214 miljoen,
aldus de website CoinMarketCap.

Er bestaan nog veel meer munten.
PEPE, gebaseerd op een stripfiguur kikker,
heeft een waarde van ongeveer $ 3,6 miljard;
BONK, een cartoonhond,
heeft een marktkapitalisatie van $ 1,5 miljard;
en PNUT, een verwijzing naar een eekhoorn
die door de autoriteiten in New York is geëuthanaseerd
en waarover Trump naar verluidt ‘opgewonden’ was
(hoewel er sindsdien twijfels zijn gerezen
over de betrokkenheid van de president bij de kwestie),
wordt nog steeds gewaardeerd
op ongeveer $ 174 miljoen, ondanks de scherpe prijsdaling.

Dogecoin, gezien als ’s werelds eerste memecoin
en oorspronkelijk als grap bedacht,
heeft een marktwaarde van ongeveer $ 25 miljard.

De bereidheid van sommige mensen om een ‘activa
te kopen zonder nut of fundamentele waarde
lijkt misschien vreemd voor meer traditionele beleggers.
Maar het kan worden gezien als slechts één manifestatie
van het speculatieve beleggersgedrag
dat sinds het begin van de coronapandemie
en, sterker nog, in bepaalde perioden
door de geschiedenis heen zichtbaar is.

De prijs van bitcoin steeg onlangs boven de $ 100.000,
ondanks dat veel beleggers
het nog steeds als weinig tot geen waarde beschouwen
Begin 2021 stegen de aandelen van GameStop
– een verlieslatende Amerikaanse videogameretailer
waartegen sommige hedgefondsen gokten –
met maar liefst 2400 procent,
toen particuliere beleggers zich massaal inschreven,
veelal met als doel de short sellers van hedgefondsen pijn te doen
De enorme stijging van AI en andere tech-aandelen
in de afgelopen jaren
– tot de recente volatiliteit als gevolg van invoerrechten –
wordt door sommige commentatoren ook wel een zeepbel genoemd.

Of dergelijke episodes vergeleken kunnen worden
met beruchte periodes van speculatieve manie uit de geschiedenis,
hangt af van je standpunt (en kan vaak alleen achteraf beoordeeld worden)
– of het nu gaat om de Nederlandse tulpenmanie (tulpenkoorts) uit de 17e eeuw,
of de dotcomhausse en -crisis van eind jaren 90 en begin jaren 2000.

Maar het roept wel de vraag op wanneer beleggen
als speculatie of zelfs als gokken beschreven moet worden?
En wat is het goede en het kwade van al die activiteiten?

Gokken kan worden gezien als het riskeren
van een inzet op bijvoorbeeld de uitslag van een kansspel
of sport in de hoop op een hogere uitbetaling.
Hoewel de uitslag vaak puur op toeval berust,
kan in sommige gevallen een strategie of een onderzoekselement
(bijvoorbeeld naar de vorm van een paard of een voetbalteam)
worden gebruikt.
Investeren daarentegen gaat meestal gepaard
met een vermeend economisch nut en activa
waarvan wordt aangenomen
dat ze een onderliggende waarde hebben,
en biedt de hoop op toekomstige winst
(hoewel er ook tal van slechte investeringen zijn
of investeringen die tot nul zijn gedaald).
Hoewel een belegger erop voorbereid moet zijn
de volledige inzet te verliezen,
is een dergelijke gebeurtenis
in sommige gevallen relatief onwaarschijnlijk
(bijvoorbeeld als hij een fonds koopt
dat de prestaties van een grote beurs volgt).
Speculatie is moeilijker te definiëren,
maar wordt over het algemeen gezien
als een kortere termijn dan investeren,
met een grotere kans op een grotere winst of verlies,
en afhankelijk van prijsschommelingen.
Terecht of onterecht heeft de term
een negatievere connotatie dan investeren.

Nell-Breuning was een schrijver
die de ethiek van deze activiteiten onderzocht.
Tevens was hij een jezuïet, theoloog en econoom
en adviseur was van de paus.

Hoewel hij vond dat
‘één algemene definitie niet alle nuances’
van speculatie kan omvatten,
identificeerde hij twee verschillende soorten speculatieve activiteit:
één die puur gericht was op winst maken
met de handel op de financiële markten,
en één die gebaseerd was
op het proberen een levensvatbaar bedrijf op te zetten.

Nell-Breuning ontdekte dat speculatie positieve effecten kan hebben
– denk bijvoorbeeld aan een betere liquiditeit en prijsvorming op een markt,
terwijl speculanten op termijnmarkten voor grondstoffen
producenten in staat stellen risico’s af te dekken.

Maar hij betoogde ook dat er negatieve effecten kunnen zijn,
bijvoorbeeld als speculanten bedrijven
in de reële economie dwingen hun plannen te wijzigen
of tijd en middelen aan de productie te besteden.

En terwijl gokken doorgaans plaatsvindt
binnen een kring van spelers
die ervoor hebben gekozen om deel te nemen,
kan speculatie, schreef hij,
een groter deel van de samenleving beïnvloeden
– bijvoorbeeld als het de koers
van hun aandelen of obligaties beïnvloedt.

De Bijbel waarop Nell-Breunings analyse gebaseerd was
hanteert geen voorschrijvende benadering van dergelijke activiteiten.
Maar hij biedt wel interessante richtlijnen:

Een ondernemende benadering van zakendoen en investeren
wordt geprezen, bijvoorbeeld wanneer Salomo
in het boek Spreuken
de deugden van ‘een voortreffelijke vrouw’ prijst.
Deze deugden omvatten ook het investeren in een akker
en het gebruiken van haar inkomsten uit het bedrijf
om een wijngaard te planten,
en het voeden van haar gezin met haar winst.

Ook Jezus vertelt een verhaal over een meester die,
voordat hij op reis gaat, zijn bezittingen aan zijn dienaren geeft,
ieder naar zijn vermogen.
Aan de een geeft hij vijf talenten,
aan een tweede twee en aan een derde dienaar één.

De eerste dienaar handelt met zijn talenten
en verdient er nog eens vijf talenten bij
– een winst van 100 procent –
en wordt bij terugkomst door zijn meester geprezen.
De tweede dienaar handelt ook
en verdient op dezelfde manier nog eens twee talenten,
waarvoor hij opnieuw geprezen wordt.
Maar de derde dienaar, die bang is
en denkt dat zijn meester ‘een hardvochtig man’ is,
verstopt het geld in een gat in de grond.
Híj wordt veroordeeld als ‘slecht en lui’
en krijgt te horen dat hij het geld
op zijn minst op de bank had moeten zetten.

Hoewel Jezus’ verhaal in de eerste plaats gaat
over hoe we Gods aard zien,
hoe we onze door God gegeven talenten
gebruiken en of we in geloof risico’s voor Hem kunnen nemen,
is het ook moeilijk om investeringen
en zelfs verstandige speculatie
hier niet als deugdzame activiteiten te zien.
Het geld op een bankrekening zetten is,
in dit verhaal althans,
meer een noodoplossing.

Maar de Bijbel waarschuwt ons er ook voor
om geld niet boven alles in ons leven te stellen.
De liefde voor geld is, zoals bekend,
een wortel van allerlei kwaad,
terwijl ons ook wordt verteld
dat we tevreden moeten zijn
met wat we hebben
en dat ‘overhaast verworven rijkdom zal slinken’.

Nell-Breuning waarschuwt eveneens
dat een ‘snel rijk worden’-mentaliteit,
wanneer deze boven alles wordt gesteld,
schadelijk kan zijn,
en hij adviseert voorzichtigheid
in situaties waarin de verleiding
van grote winsten de speculant
tot marktmanipulatie of fraude kan verleiden.

Zowel gokken als cryptohandel
kunnen immers gevaarlijke
en schadelijke verslavingen worden
die behandeling behoeven.
Uiteindelijk worstelde Nell-Breuning
om tot een simpele conclusie te komen
over de vraag of speculatie
op zich moreel al verwerpelijk is.
Het is, schreef hij,
een oordeelsvorming voor de betrokkenen.

Bij het nemen van dergelijke beslissingen
is het wellicht de moeite waard
om zijn waarschuwingen
– en die van de Bijbel –
in gedachten te houden.

Zwolle, Sassenstraat 5 ‘Hij weet niet wat hij verliest, die het tijdelijke voor het geestelijke kiest. Als het komt op en scheiden, soo heeft hij geen van beiden’

 

Lopend door mijn eigen stad, Zwolle,
kom je nog weleens gevelstenen tegen
met een afbeelding of een opschrift zoals de bovenstaande.

Je zou dit opschrift ook zo kunnen vertalen:

Wat baat het een mens
als hij de hele wereld wint,
maar zijn eigen ziel verliest?

Het blijft toch een enorme aantrekkingskracht hebben:
macht en (extreme) rijkdom.
Maar mijn eerste gedachte is dan
dat mensen mensen zijn,
en dat rijkdom
niet al onze problemen oplost.
Er is in feite veel meer armoede,
zowel fysiek als spiritueel,
dan op het eerste gezicht lijkt.

‘Wat baat het een mens als hij de hele wereld wint,
maar zijn eigen ziel verliest?’
Het lokt ons streven uit:
degenen met weinig en zij met veel.
Wij denken vaak dat meer meer beter is.
Onze maatschappij voedt de strebers op,
en in die jacht op rijkdom beweren sommigen
dat zo onze maatschappij zijn ziel verliest.

De maatschappelijke ratrace heeft je geld afgepakt,
of je gedwongen om meer om geld te geven
dan je anders zou hebben gedaan.
Met andere woorden:
de wereld veroveren betekent je ziel verliezen.

Maar zelfs die indicatoren van mainstream rijkdom
en een eigen versie van cool zijn onzeker,
want economische turbulentie
brengt zomaar ook de veronderstelde fundamenten
van rijkdom aan het wankelen.
Rijkdom heeft een diepere basis nodig dan geld.
En de ziel heeft een warmere basis nodig dan coolness.
Men is op zoek naar oppervlakkige liefde
dat is wat het menselijk hart echt, echt wil.
En veel mensen denken dan:
‘weet je, als ik het geld heb en ik koop de spullen,
dan krijg ik meer liefde.’

Rijkdom, en ik zou zeggen coolness,
zijn bemiddelaars voor deze liefde.

Als christen zou ik zeggen dat
zorgen voor de ziel
betekent je openstellen
voor een liefde die veel rijker is
dan wat er aan de oppervlakte is.
Onze innerlijke vastberadenheid in wat ons drijft
en waar we ons aan wijden,
weegt veel zwaarder
dan de uiterlijkheden van het leven.

Ik heb mensen gezien die verblind waren door hun eigen rijkdom
en anderen die er totaal niet van onder de indruk waren.
En hoewel de meesten van ons
graag zelf zouden willen ontdekken
dat rijkdom een bedrieger is,
zijn zowel rijkdom als coolness irrelevant
wanneer de kist in de grond zakt.

In de Bijbel kom je in Mattheüs 19
een verhaal tegen dat goed aansluit
bij de levenswijze van
sommige mensen in onze tijd:
Toen een rijke jongeman,
overtuigd van zijn eigen goede leven en waardigheid,
Jezus de rug toekeerde,
was hij verdrietig
en hield hij vast aan zijn rijkdom.
Maar de ogen die op hem gericht waren,
hielden nog steeds van hem.