Ik ben van nature altijd een optimist geweest.
Dat zit gewoon in mij.
Ik probeer het goede in mensen te zien.
Ik ga er meestal van uit dat iemands intenties
beter zijn dan ze er misschien op het eerste gezicht uitzien.
En ik geloof diep vanbinnen
dat er altijd weer een morgen komt.
Dat problemen vaak minder groot blijken te zijn
als je er eenmaal mee aan de slag gaat.
Dat dingen kunnen veranderen.

Misschien is dat ook wel de reden
dat ik me altijd zo thuis heb gevoeld bij Star Trek.
Die serie ademt hoop.
Het laat een toekomst zien
waarin de mensheid haar grootste problemen
achter zich heeft gelaten:
oorlog, armoede, discriminatie.
In plaats daarvan richt ze zich op iets hogers.
Op samenwerking. Op ontdekken. Op leren.
Op beter worden, samen, als mensheid,
binnen die Verenigde Federatie van Planeten.

Maar als ik terugkijk op de afgelopen jaren,
dan moet ik toegeven dat dat optimisme langzaam is weggesijpeld.
Het voelde alsof het op allerlei niveaus achteruitging.
Kijk alleen al naar het wereldnieuws.
Oorlogen in Oekraïne, Israël en Gaza, Soedan, Jemen,
een wispelturige, rancuneuze kleuter die zijn wil oplegt aan de wereld.
De macht van de sterkste die lijkt te regeren.
Dag na dag beelden van geweld en menselijk leed.
Daarbovenop het constante nieuws over klimaatverandering:
overstromingen, bosbranden, smeltende ijskappen,
ecosystemen die instorten.
Het is moeilijk om daar niet moedeloos van te worden.

En dan is er wat dichter bij huis gebeurt.
De energiecrisis.
De steeds hogere kosten van het dagelijks leven.
Zorgen over de toekomst van de zorg,
over speciaal onderwijs,
over hoe we omgaan met vrouwenhaat
en het groeiende geweld tegen vrouwen en meisjes.
En dit is nog maar een greep uit de krantenkoppen.

Alsof dat nog niet genoeg is,
komt daar ook nog bij: de invloed van giftige sociale media,
de angst voor kunstmatige intelligentie
die ons boven het hoofd groeit,
de steeds fellere polarisatie in het publieke debat,
en zelfs de serieuze kans op een nieuwe pandemie.
Op een gegeven moment dacht ik:
waar moet ik dit allemaal laten?
Ja, hoe blijf je hoopvol in zo’n wereld?

Toen stuitte ik min of meer toevallig
op een boek van Tom Ough:
The Anti-Catastrophe League.
De titel klinkt alsof het zo
uit een Marvel-film komt,
maar het boek gaat juist over
heel concrete, aardse problemen.
En over mensen die daar iets aan proberen te doen.
Het lezen ervan zette iets in beweging.
Het hielp me om voorbij de eerste laag
van angst en doemdenken te kijken
en te vragen: wat gebeurt hier nu echt?

Ough is journalist en werkte een tijd
bij een filantropische organisatie
die zich bezighoudt
met de grootste risico’s voor de mensheid.
In zijn boek neemt hij je mee
langs allerlei mogelijke rampen.
Van een asteroïde die de aarde raakt,
tot een extreme zonnestorm
die onze wereldwijde elektriciteitsnetten
kan uitschakelen.
Maar ook meer bekende zorgen komen voorbij:
klimaatverandering, kunstmatige intelligentie
en een toekomstige pandemie –
die door de WHO zelfs alvast
‘Ziekte X’ wordt genoemd.

Wat het boek bijzonder maakt,
is dat Ough niet blijft hangen in angst.
Bij elk risico introduceert hij de mensen
die ermee bezig zijn:
wetenschappers, diplomaten,
eigenzinnige denkers en stille doorzetters.
Mensen die hun morele zorg niet alleen voelen,
maar er ook naar handelen.
Vaak tegen de stroom in,
soms met grote persoonlijke offers.

Na al dat onderzoek komt Ough uit
bij wat hij ‘existentiële hoop’ noemt.
Hij ontkent de ernst van de problemen niet,
maar hij weigert te geloven
dat het einde onafwendbaar is.
Zoals hij zelf schrijft:
Het einde is zelden zo dichtbij als wordt beweerd.’

Die zin bleef bij me hangen.
Want hoe we de wereld zien,
wordt enorm beïnvloed
door de verhalen die we horen.
En daarin spelen de media een grote rol.
Nee, dat is geen nieuwe gedachte.
Al jaren wordt kritisch gekeken
naar hoe nieuws wordt gebracht:
de constante focus
op wat er mogelijk mis kan gaan,
de speculatie, het drama.

Al in 2008 werd uitgelegd hoe de media omgaan
met wat hij ‘complexe noodsituaties’ noemde.
Er werd gewerkt met vaste clichés:
de heldhaftige hulpverlener, het hulpeloze kind,
het Westen als redder.
Conflicten werden gepresenteerd
alsof het sportwedstrijden waren,
met duidelijke winnaars en verliezers.

En eerlijk gezegd: dat is nauwelijks veranderd.
Vandaag de dag wordt alles ingedeeld in kampen.
Links of rechts.
Voor of tegen.
Pro-Israël of pro-Palestina.
Klimaatactivist of ontkenner.
Voor of tegen AI-regulering.
Het is altijd een nulsomspel:
ik win alleen als jij verliest.

Juist daarom vond ik het boek
Feitenkennis van Hans Rosling zo interessant.
Deze Zweedse statisticus
liet zien hoe vaak onze gevoelens botsen met de feiten.

Rosling toonde, met data aan,
dat veel dingen wereldwijd juist beter gaan.
Minder extreme armoede.
Minder kindersterfte.
Meer meisjes naar school.
Meer vaccinaties.
Het nieuws focust op uitzonderingen en rampen,
maar dat zegt weinig over het grote geheel.

Dat zelfde geldt ook voor milieuverhalen.
Door alles als een onafwendbare apocalyps te presenteren,
raken mensen verlamd.
Terwijl de werkelijkheid genuanceerder is.
Problemen worden aangepakt.
Er wordt vooruitgang geboekt.
En er zijn echte, haalbare oplossingen.

Ja, klimaatverandering is ernstig,
maar het betekent niet automatisch
het einde van de mensheid.
Zelfs in de zwaarste scenario’s
blijft een groot deel van de aarde bewoonbaar.
Het zou een tragedie zijn, zeker.
Maar geen totale ondergang.

Ik pleit daarom voor een ander verhaal.
Niet wij als de laatste generatie die alles kapotmaakt,
maar misschien juist als de eerste generatie
die echt een duurzame wereld bouwt.
Dat vraagt geen naïef optimisme,
maar hoop die gebaseerd is
op feiten en mogelijkheden.

Wat me vooral raakt in dit hele verhaal,
is hoe sterk het raakt aan theologie.
Aan hoe we nadenken
over het einde, over de mens, over hoop.
Apocalyptische taal is overal.
Maar in de christelijke traditie,
zeker in het boek Openbaring,
gaat het niet om een letterlijke voorspelling van vernietiging.
Het is beeldtaal.
Het gaat over hoop.
Over volhouden.
Over God die de geschiedenis niet loslaat.

Theoloog Jürgen Moltmann zei het treffend:
christendom is hoop.
Geen vlucht uit deze wereld,
maar een kracht die het heden verandert.

Vanuit dat perspectief is het idee
dat alles eindigt
in totale vernietiging
eigenlijk slechte theologie.
En hetzelfde geldt voor een mensbeeld
waarin de mens alleen maar wordt gezien
als een fout in de schepping.
Ja, we zijn gebroken.
Maar we zijn ook geschapen naar Gods beeld.
Gezegend vanaf het begin.
In staat tot liefde,
zorg en verantwoordelijkheid.

En precies daar, op dat snijvlak van realisme en hoop,
heb ik mijn houvast weer teruggevonden.
Geen blind optimisme.
Maar een hoop die gevoed wordt door feiten,
door geloof,
en door het besef dat de toekomst nog openligt.

Of zoals Jean-Luc Picard in Star Trek het zegt:
het verleden ligt vast. Maar de toekomst?
Die mogen we samen vormgeven.
Met openheid. Met optimisme.
En met een nieuwsgierige geest.

 

De verwaarloosde betekenis van Advent

Ondanks de uitdaging om de oorsprong van Advent te achterhalen,
zijn twee dingen historisch gezien duidelijk over de viering zelf.
Ten eerste waren de weken voorafgaand aan Kerst,
in tegenstelling tot de vastentijd;
– een sobere periode van vasten,
bezinning over het lijden van Christus –
vol vreugde en feestelijkheid.
Tijdens Advent keek de kerk terug
om de incarnatie te vieren
als de vervulling van Gods belofte
om zijn volk te verlossen van zonde en de dood (Genesis 3:15).
De kerk verheugde zich met de apostel Johannes:
Het Woord is vlees geworden
en heeft onder ons gewoond’ (Johannes 1).
De diensten met Advent werden vaak afgesloten
met de doop en benadrukten nieuw leven
en de vereniging met de vleesgeworden Christus.

Wat echter vaak wordt verwaarloosd,
is dat diensten tijdens Advent
ook naar de toekomst keken.
De term ‘advent’ (Latijn: adventus)
is de vertaling van het Griekse woord parousia,
een woord dat in het Nieuwe Testament
altijd verwijst naar de wederkomst van de Messias.
Advent ziet uit naar de uiteindelijke vervulling
van alles wat Jezus’ incarnatie met Kerst in gang heeft gezet.
Daarom concentreerden adventspreken zich,
in plaats van op de geboorteverhalen in de evangeliën,
vaak op eschatologische passages
(zoals Lucas 21:25-36 en Matteüs 24:37-44)
of op de triomfantelijke intocht (Matteüs 21:1-9)
als een vreugdevolle verwachting
van Jezus’ zegevierende wederkomst.
Paus Leo I (400-461) herinnerde zijn gemeente eraan
dat Kerst zowel terug als vooruit keek:

‘Omdat we dus geboren zijn voor het heden
en herboren voor de toekomst,
laten we ons niet overgeven aan tijdelijke goederen,
maar aan eeuwige.
En om onze hoop beter te kunnen aanschouwen,
laten we nadenken over wat
de Goddelijke Genade onze natuur heeft geschonken,
juist op de dag dat we het mysterie
van de geboortedag van de Heer vieren.
Laten we luisteren naar de apostel,
die zegt: “Want u bent gestorven en uw leven
is met Christus verborgen in God.
Maar wanneer Christus, die uw leven is,
verschijnt, dan zult ook u met Hem verschijnen in heerlijkheid”,
die leeft en heerst met de Vader en de Heilige Geest,
voor eeuwig en altijd.’

Liederen van de Wederkomst

Deze toekomstgerichtheid kwam
niet alleen tot uiting in preken,
maar ook in liederen.
Misschien verwaarlozen we dan
wellicht de toekomstgerichtheid van Advent
in onze hedendaagse viering,
waar thema’s als hoop, vreugde, vrede en liefde,
de boventoon voeren.
Maar het thema van Jezus’ wederkomst is, verbazingwekkend genoeg,
diepgeworteld in onze favoriete kerstliederen.
De geschiedenis belicht de rijkdom
van de viering en verwachting van Advent.
En een praktische manier om de diepe vreugde
van deze toekomstgerichte tijd te hervinden,
zou gewoon kunnen zijn te geloven wat we zingen.

Kijk bijvoorbeeld hoe Isaac Watts’ (1674–1748)Joy to the World
Jezus’ glorieuze wederkomst
en zijn toekomstige koninkrijk viert
waar zonde en verdriet niet meer bestaan (Openbaring 21:4):

Jubel het uit.
De Heer is hier;
ontvang het koningskind!
Als redder van de aarde
geeft Hij het leven waarde.
Dus hemel en aarde, zingt!

Jubel het uit.
De Heer regeert;
wees blij, verhef je stem!
Zing als de schepping juicht,
aanbiddend voor Hem buigt
een vreugdelied voor Hem!

Zijn koningschap
zal eeuwig zijn,
rechtvaardig en vol kracht!
Laat ieder volk op aarde
zijn heerlijkheid ervaren;
de liefde die Hij bracht!
(Opwekking 525)

En in de zesde eeuw ontstond een reeks van zeven adventsliederen,
één voor elke dag van de week in de aanloop naar Kerst.
Deze zogenaamde Grote Antifonen (of de “O”-antifonen)
drukken elk het verlangen uit naar de wederkomst van de Messias:

Ontsluit, gij die de sleutel zijt,
die opendoet en niemand sluit,
het huis van dood en duisternis
waarin uw volk gekluisterd is!
O kom, ja, kom, Emmanuel!
Verblijd uw volk, uw Israël!

Koning der volken, heers alom
en, eerste van de aarde, kom!
Gij hoeksteen, maak ons samen één,
verzamel allen om u heen!
O kom, ja, kom, Emmanuel!
Verblijd uw volk, uw Israël!
(gezang 125)

 

Door de nauwe straten van Jeruzalem wringt zich een groep Romeinse soldaten.
Ze begeleiden drie veroordeelden die vandaag nog gekruisigd zullen worden.
Twee naamloze misdadigers en een zekere Jezus,
die zichzelf heeft laten ‘kronen’ tot koning van de Joden.
Aangekomen op de plek die Schedelplaats – die Golgotha heet …
doen zij hun werk.
Met touwen en grote draadnagels
maken ze de drie veroordeelden vast aan hun kruis.
Wat kan het hen ook schelen.
‘Bevel is bevel’.
En als dank voor de door hen verleende diensten
verdelen zij de kleren van de kruiselingen.
Eén is er zo gelukkig om het naadloos geweven kleed van Jezus te winnen.
Wat zou hij er mee gedaan hebben?

Golgotha, Schedelplaats.
Die naam had deze heuvel vermoedelijk te danken aan zijn vorm.
Volgens een oude Joodse legende was hier
– na de zondvloed – de schedel van Adam begraven.
Adam, de eerste mens, die in opstand was gekomen tegen God.
God had hem daarom verbannen uit het paradijs.
Op deze plaats – even buiten de muren van de stad Jeruzalem –
waar men aannam dat de schedel van de eerste mens begraven was,
opent Jezus, de tweede Adam, weer de toegang tot het paradijs.
Aan weerszijden van de gekruisigde Jezus hangen twee misdadigers.
Het zijn Zeloten. In Jezus’ tijd Sikariërs genoemd. Dolk-mannen.
Zij hoorden tot een groep van ondergrondse verzetsstrijders
die met hun messen en dolken alles wat Romeins of Romeins-gezind was …
van het leven probeerden te beroven.
Zij vochten voor een koninkrijk zonder de gehate Romeinen:
een paradijs op aarde.
Daarom werden zij door hun Joodse volksgenoten op handen gedragen.
Bar-Abbas was hun populaire leider.
Wanneer het gebeurd is vertelt de evangelist Lucas ons niet,
maar de ogen en het hart van één van deze beide misdadigers
zijn opengegaan voor Wie Jezus is.
Hij heeft begrepen dat Jezus hier onschuldig aan zijn kruis hangt.
Hij heeft gezien hoe Jezus aan het kruis
de plaats ingenomen heeft van Barabbas, hun aanvoerder.
Hij heeft geluisterd naar de woorden van Jezus:
de messias, de koning van de Joden.
Daarom verdedigt hij Jezus tegenover zijn collega:
‘Wij worden terecht gestraft:
het is ons verdiende loon.
Maar die man heeft niets onwettigs gedaan.’(Lucas 23: 41)
En hij voegt eraan toe:
‘Jezus, denk aan mij wanneer U in uw koninkrijk komt.’ (Lucas 23: 42)
Hij gelooft het! Hij gelooft in de koninklijke macht van Jezus!
Hij gelooft dat Jezus de werkelijke Verlosser, de langverwachte Bevrijder is.
Hij gelooft dat met Jezus het koninkrijk op aarde komt!
En dat is zonder meer een wonder.
Want menselijkerwijs gezien is het een dwaasheid
om nog iets van Jezus te verwachten.
Ten dode opgeschreven is Hij.
Nu kende men in de tijd van Jezus
drie betekenissen van het woord ‘paradijs’:
• het verloren paradijs van Adam – de eerste mens – uit Genesis.
• Dan was er het paradijs van de eindtijd
(denk maar aan het Bijbelboek Openbaring).
• En tenslotte kende men het paradijs
als de plaats waar de gestorven gelovigen verblijven.

In die laatste betekenis gebruikt Jezus nu aan het kruis het woord ‘paradijs’.
Het is de plaats van het eeuwige leven
tegenover de plaats van de eeuwige dood in de Gehenna, de hel.
Bewogen als Hij is met deze tot geloof gekomen misdadiger
belooft de gekruisigde Jezus hem zelfs meer dan hij vraagt.
Jezus zal niet alleen dénken aan hem,
Jezus zal bíj hem zijn, en hij bij Jezus.

Heden, vandaag nog!
Zelfs de dood kan hen niet meer van elkaar scheiden.
Zo ontvangt deze vrijheidsstrijder in zijn stervensuur … het Léven!

En wij?

Ook ons spreekt de gekruisigde Jezus aan.
Het zijn bewogen woorden. Woorden die ons in beweging zetten.
Want dat koninkrijk, dat paradijs dat door Adam was verloren geraakt,
wordt hier aan het kruis ook voor ons door Jezus weer ontsloten.
Wie berouw toont, zijn schuld erkent en onvoorwaardelijk in Jezus
als zijn Redder gelooft … mag met Hem mee naar binnen.
Die mag voor eeuwig leven in het ‘paradijs’.
Het kruis van Jezus is voor ons de ‘boom van het Leven’ geworden.

Dat is het geheim van dit tweede bewogen kruiswoord!

Still uit besproken film: Dylan en Báez op het podium

 

Laatst zag ik de de biopic A Complete Unknown
die begint met de aankomst van Bob Dylan in New York
en eindigt met zijn optreden op het Newport Folk Festival in 1965.
Dylan begint de film als een volkomen onbekende,
aangezien hij arriveert zonder achtergrondverhaal om te delen
of, als hij dat wel heeft, een verhaal dat hij zelf heeft bedacht.
En hij eindigt de film ook als een volkomen onbekende,
omdat hij consequent alle hokjes of etiketten weigert
waarin anderen hem willen opsluiten.

Dit aspect van Dylans leven en carrière
kenmerkte ook veel van de eerdere biopics over hem,
zoals I’m Not There uit 2007.
Daarin zijn zes verschillende versies van Dylan te zien:
als dichter, wedergeboren christen, outlaw, acteur,
folkzanger en troubadour.
Suze Rotolo, die evenals Joan Báez, zijn vriendin was
gedurende een groot deel van de tijd
die in A Complete Unknown wordt behandeld,
beschreef de manier waarop hij in die tijd
invloeden absorbeerde als een spons:

Hij had een ongelooflijk vermogen om te zien en alles op te zuigen,
daar zat zijn genie in.
Het vermogen om alles wat rondvliegt te creëren.
Om het te synthetiseren.
Om het in woorden en muziek te vatten.’

Door je te richten op dit aspect van Dylans leven en praktijk,
kun je zijn opvoeding echter minimaliseren
en ook een misleidend gevoel creëren
van briljante maar volledig losstaande fasen
– in feite een reeks afwijzingen –
die zijn carrière hebben gekenmerkt.
Er zijn enkele belangrijke elementen
van Dylans leven en ideeën
die over het hoofd worden gezien,
worden onderschat of simpelweg verloren gaan
als gevolg daarvan.
Veel hiervan hebben te maken
met de specifieke uiting van spiritualiteit
die zijn werk vanaf het begin heeft beïnvloed.

Bob Dylan werd geboren als Robert Allen Zimmerman in Duluth, Minnesota, op 24 mei 1941.
Hij bracht het grootste deel van zijn jeugd,
inclusief zijn jaren op de middelbare school,
door in Hibbing, ongeveer 60 mijl ten noordwesten van Duluth.
Zijn vader en moeder, Abram en Beatie,
wiens ouders immigranten waren uit Oost-Europa,
stuurden hem en zijn jongere broer David
naar de plaatselijke synagoge voor hun Joodse opvoeding,
wat uitmondde in hun Bar Mitswa op 13-jarige leeftijd.

Als gevolg hiervan zijn Dylans liedjes
vanaf het begin van zijn carrière doordrenkt
met de zinnen en beelden uit de (Joodse) Bijbel;
Of het nu gaat om de verwijzingen
naar Judas in Masters of War
en With God on Our Side
of het citeren van Jezus
in the first one now will later be last (The Times They Are A-Changin’)
of de verhalen uit het Oude Testament
die aan het einde van When the Ship Comes in voorkomen,
waar je ook kijkt in Dylans teksten, de invloed van de Bijbel is duidelijk.

Volg die gedachte op met een andere
die de prevalentie van apocalyptische beelden
(zoals stormen, orkanen)
en gebeurtenissen opmerkt
(The hour when the ship comes in,
het moment wanneer The Times They Are A-Changin
of de nacht wanneer de Chimes of Freedom luidt, bijvoorbeeld).
Denk dan eens na over waar beelden van apocalyptische gebeurtenissen
in de westerse verbeelding voornamelijk vandaan komen
en je komt weer terug bij de Bijbel,
en met name de boeken Daniël en Openbaring.
Dat is natuurlijk wat Dylan zelf deed
na zijn wedergeboorte-ervaringen
eind jaren 70 en begin jaren 80,
maar de Bijbel was altijd de oorspronkelijke voedingsbodem
voor zijn beelden en ideeën.

Kijk dan eens goed naar een van zijn meest apocalyptische vroege nummers
A Hard Rain’s A-Gonna Fall –
en je ziet een manifest waar hij zich zijn hele carrière
aan heeft gehouden
en dat zijn werk in elk decennium
en elke verandering van richting
in zijn lange carrière belicht.
Het centrale personage in A Hard Rain’s A-Gonna Fall
verbindt zich ertoe om door een apocalyptische wereld te lopen
om te vertellen en denken en spreken en ademen en reflecteren wat hij ziet,
zodat alle zielen het ook kunnen zien.
In een veel later manifestlied – Ain’t Talkin’ – verwoordt hij het als volgt:

Ain’t talkin’, just walkin’

Through this weary world of woe …

Heart burnin’, still yearnin’

In the last outback, at the world’s end

Gedurende Dylans carrière
schrijft hij liedjes over mensen
die door het leven reizen in het aangezicht
van apocalyptische stormen
op zoek naar een vorm van verlichting
of verlossing of toegang tot de hemel.
Dus wat we in het beste werk van Dylan hebben,
is een hedendaagse pelgrim,
Dante of Rimbaud op een meelevende reis,
ondernomen in het oog van de apocalyps,
om samen met de verdoemden
in het hart van de duisternis te staan
die de cultuur van de twintigste eeuw
(en later de eenentwintigste eeuw) is.

Het staat er eigenlijk allemaal in het begin in het lied
dat hij schreef voor
en zong voor zijn held Woody Guthrie:

I’m out here a thousand miles from my home

Walkin’ a road other men have gone down

I’m seein’ your world of people and things

Your paupers and peasants and princes and kings

Hey, hey, Woody Guthrie, I wrote you a song

’Bout a funny ol’ world that’s a-comin’ along

Seems sick an’ it’s hungry, it’s tired an’ it’s torn

It looks like it’s a-dyin’ an’ it’s hardly been born

(“Song to Woody”)

Dylans liederen hebben vanaf dat moment vastgelegd
waar zijn pelgrimstocht
in het oog van de apocalyps
hem naartoe heeft gebracht;
vaak met beelden van stormen die zijn pad verlichtten.
Hij heeft de paden van politiek protest, stedelijk surrealisme,
plattelandstevredenheid, bekering tot het evangelie
en wereldmoeie blues bewandeld.
Tijdens zijn reis zag hij: zeven windvlagen waaien rond de deur van de hut
waar slachtoffers wanhoopten (Ballad of Hollis Brown);
bliksemflitsen voor degenen die verward,
beschuldigd en misbruikt zijn (Chimes of Freedom);
Desolation Road inspecteren;
de waarheid spreken met een dief
terwijl de wind begon te huilen (All Along the Watchtower);
beschutting zoeken bij een naamloze vrouw
tegen de apocalyptische storm (Shelter from the Storm);
de idiote wind door de knopen van zijn jas voelen waaien,
zichzelf herkennen als een idioot
en medelijden hebben (Idiot Wind);
een pad naar de sterren vinden
en niet geloven dat hij het had overleefd
(Where Are You Tonight? Journey Through Deep Heat);
met de langzame trein om de bocht rijden (Slow Train);
de stad uitrijden in de aanhoudende regen vanwege geloof (I Believe in You);
de oude voetstappen horen
die zich bij hem op zijn pad voegen (Every Grain of Sand);
voelde de Caribische winden,
die het verlangen aanwakkerden
en hem dichter bij het vuur brachten (Caribbean Wind);
verraadde zijn verbintenis,
voelde de adem van de storm
en ging op zoek naar zijn eerste liefde (Tight Connection to My Heart);
dan, op het laatste moment,
is het nog niet helemaal donker
maar loopt hij door het midden van nergens
en probeert hij de hemel te bereiken
voordat de deur dichtgaat (Tryin’ To Get To Heaven):

The air is getting hotter, there’s a rumbling in the skies

I’ve been wading through the high muddy water

With the heat rising in my eyes.

Everyday your memory grows dimmer.

It don’t haunt me, like it did before.

I been walking through the middle of nowhere

Tryin’ to get to heaven before they close the door.

(“Tryin’ To Get To Heaven”)

Wat voor crises we ook tegenkomen,
of ze nu persoonlijk of politiek zijn,
er is een Dylan-liedje dat zegt dat er licht is
aan het einde van de tunnel
als je ernaartoe blijft lopen
en, wat het liedje ook is,
er is een diep inzicht en medeleven
voor degenen die onderweg worstelen.

Jezus zegt:

‘Ik sta voor de deur en klop aan.

Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten,

Ik met hem en hij met Mij.’

Openbaring 3,20

Laten wij Jezus binnen? Is Hij welkom?

Of hebt u als Hij aanklopt of belt voor een afspraak niet het lef om ‘nee’ te zeggen?

Maar eigenlijk zit je niet op Hem te wachten.

Want je bent druk, je hebt geen zin in kritische vragen.

Het kan ook zijn dat je Jezus in je huis binnen laat omdat je wilt weten wie Hij is.

Wat heeft Hij jou te bieden?

Of jullie vrienden worden hangt er maar net van af

of Jezus een beetje in jouw straatje past.

Want we willen wel zelf blijven bepalen wat er in ons huis gebeurt.

Dat gebeurde ook in het leven van Zacheüs. Dat Bijbelverhaal staat in Lucas 19.

Jezus liep door de stad Jericho. Daar was een man die Zacheüs heette.

Zacheüs was een rijke belasting ambtenaar voor de Romeinen.

Zacheüs wilde Jezus zien en omdat er veel mensen waren en hij klein van stuk was,

klom hij in een vijgenboom om Jezus te kunnen zien.

Toen Jezus daar langskwam, keek Hij naar boven en zei:

Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in jouw huis verblijven.’

Zacheüs kwam naar beneden en ontving Jezus vol vreugde bij zich thuis.

Ook Zacheüs is dus zo’n iemand die te weten wil komen wat voor iemand Jezus was.

En hij klimt daar zelfs voor in een boom.

Als Jezus dan passeert en onder die boom staat kijkt Hij omhoog en zegt:

vandaag moet ik in jouw huis zijn.’

Wilde Zacheüs dat?

Nee, het zal vooraf wel niet de bedoeling van Zacheüs zijn geweest.

Maar Jezus nodigt zichzelf uit

en door dat binnen laten van Jezus wordt z’n hele leven op zijn kop gezet,

verandert het leven van Zacheüs totaal.

Wij leven in een wereld waarin we volop met ons zelf

en onze eigen belangen bezig kunnen zijn.

Waarin we veroordelen wie anders is of anders denkt dan wij.

Maar Jezus is naar de aarde gekomen om ons een andere wereld te brengen,

een nieuwe wereld.

De wereld waarin God centraal staat, waarin we oog hebben voor elkaar,

waarin recht gedaan wordt en alles eerlijk verloopt.

Een wereld waarin niemand wordt buitengesloten,

vernederd wordt of tekort gedaan of benadeeld.

Die wereld komt Jezus bij Zacheüs brengen

en Hij wil die wereld ook achter jouw voordeur brengen.

Laat Jezus binnen in alle aspecten van je leven: in je relaties (slaapkamer),

je prioriteiten (de weekplanner in de keuken), je omgang met je bezit (zolder).

Laat Jezus je vuile was doen (badkamer).

Ga met Jezus de kelder in om donkere herinneringen op te ruimen,

zodat jij de deur niet meer krampachtig dicht hoeft te houden.

Laat Jezus toe in je bijkeuken, waar je iedere keer struikelt

over de niet-opgeruimde rommel in je leven.

Laat Hem helpen om zonden en verleidingen op te ruimen.

Vaak laten we Jezus buiten de deur staan, op de stoep. De regie opgeven is voor ons moeilijk.

Je wilt je leven graag houden zoals het is.

En als we Jezus al in ons huis binnen laten,

dan is het vaak alleen in de gang of in de opgeruimde woonkamer, waar Hij nauwelijks kwaad kan.

Kapsel jij Jezus in of kapselt Hij jou in?

Probeer jij Jezus in jouw straatje te passen of ga jij de weg die Hij wijst?

Jezus wil bij ons binnenkomen, Hij wil ons leven binnenkomen.

Hij staat voor de deur en Hij klopt.

Jezus wil in ons leven komen als brenger van een nieuwe wereld,

Gods nieuwe wereld.

Bijna niemand heeft hem gemist:
de wilde theorie dat Bill Gates met hulp van het 5G-netwerk
het coronavirus verspreidt, zodat iedereen zijn vaccin nodig heeft.
Inmiddels vijf jaar geleden voorspelde miljardair Bill Gates
dat er weleens een virus kon ontstaan dat de hele wereld zou ontwrichten. Nu is er het coronavirus.
Dat kan geen toeval zijn, denken sommige mensen.
Gates heeft het zelf in de wereld geholpen,
zodat hij geld kan verdienen aan een vaccin,
waarbij hij en passant een chip laat implanteren
bij iedereen die dit vaccin ontvangt.
Het teken van het beest uit het Bijbelboek Openbaring,
vinden sommige christenen.
(een soortgelijke gedachte deed trouwens ook de ronde
bij de invoering van de streepjescode)
Of deze:
de anderhalvemetersamenleving is ingesteld
zodat camera’s gezichten beter kunnen herkennen.
Je hebt zulke complottheorieën waarschijnlijk wel gehoord.
Misschien haal jij je schouders erover op en vind je zoiets lachwekkend.
Hoe ga je om met zulke verontrustende berichten
en met aanhangers van complottheorieën?
Je merkt misschien dat zulke theorieën een kloof scheppen
als je erover in gesprek bent met je buren of familieleden.
Discussiëren of factchecken verkleint de kloof zelden.
Integendeel, het lijkt of je alleen maar meer
tegenover elkaar komt te staan. Hoe ga je daar nu mee om?

Allereerst: geruchten en complottheorieën zijn er altijd al geweest
en waren voor de komst van journalistiek en internet
nog veel sterker.
Jesaja en Jeremia bijvoorbeeld leefden in zo’n tijd.
Zij maanden tot kalmte: ‘Noem niet alles een samenzwering
wat zij een samenzwering noemen.
Wees niet bang voor wat hun angst aanjaagt’ (Jesaja 8:12).
‘Wees niet bang voor geruchten her en der.
Dit jaar gaat er een bang gerucht, het volgend jaar gaat er een ander’ (Jeremia 51:46).
En Jezus zei tegen zijn leerlingen:
‘Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging.
Laat dat je dan niet verontrusten’ (Matteüs 24:6).

Een beetje nuchterheid kan dus geen kwaad.
Er zijn voortdurend nieuwe geruchten of theorieën
en die zijn echt niet allemaal waar.
Maar het kan onbevredigend zijn om alleen nuchter naar ‘de feiten’ kijken. Is het coronavirus er alleen,
omdat sommige mensen in China vleermuizen eten
en een virus van dier op mens is overgegaan?
Is het slechts stomme pech dat de globalisering
er vervolgens voor zorgde dat het zo’n wereldwijde ramp is geworden? Hoewel dat misschien heel verstandig klinkt,
is het ook nogal nihilistisch om te zeggen:
dingen gebeuren nu eenmaal omdat ze gebeuren.
Zo’n gedachtegang zit niet achter Jesaja’s, Jeremia’s en Jezus’ oproepen
tot nuchterheid.
Voor hen is de grootste reden om niet bang te zijn
de overtuiging dat God zelf aan het werk is.
‘Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig,
voor Hem zijn angst en ontzag op hun plaats’ (Jesaja 8:13).
Jeremia ziet in de rampen die plaatsvinden
God zelf zijn oordeel uitvoeren (Jeremia 51:47).
Jezus spoort de leerlingen aan vooral waakzaam te zijn
voor de komst van de Mensenzoon.
Alle rampen die plaatsvinden, zijn het begin van de weeën,
de aankondiging van Jezus’ komst. (Matteüs 24:6-44).
Ook elders in het Nieuwe Testament kun je lezen
dat in alles wat er gebeurt God aan het werk is.
Het meest uitgebreid wordt dat geschilderd in het Bijbelboek
dat ‘Onthulling’ of ‘Openbaring’ heet.
Daar wordt gesproken over dat de dingen zijn niet wat ze lijken:
het altaar van Zeus in Pergamum is niet alleen een religieus bouwwerk,
het is de troon van Satan zelf (Openbaring 2:12).
Het Romeinse rijk is niet het rijk van vrede,
maar het is een allesverslindend godslasterlijk beest
en het geld met de afbeelding van de keizer is het teken van dat beest (Openbaring 13).

Het gevoel dat er ‘meer aan de hand is’, klopt dus volgens de Bijbel.
God is aan het werk. Dat is zeker ook verontrustend.
Angst en ontzag voor Hem zijn op hun plaats.
God kijkt niet vanuit de hemel machteloos toe,
terwijl mensen oorlog voeren, elkaar onderdrukken, bedriegen,
aan de kant zetten of zwartmaken.
God haat al dat kwaad en wil het vernietigen.
Daarom gaan volgens Openbaring zijn oordelen nu al over de wereld.
Je kunt in rampen die de wereld treffen
iets proeven van Gods woede over het kwaad
en van zijn verlangen het kwaad te vernietigen.
Uiteraard mag je er niet simplistisch over spreken,
alsof je het allemaal snapt.
Bijvoorbeeld door te veronderstellen
dat zij die het hardst getroffen worden, ook het meest gezondigd hebben. Juist het besef dat God aan het werk is, moet jou ook nederig maken.
Wie zou kunnen overzien wat God allemaal doet en waarom?
Aansluitend bij Jezus’ woorden en de beelden van Openbaring
kun je in de rampen van deze wereld ook Gods oordeel zien
en de aankondiging van Jezus’ komst om alles en iedereen te oordelen.
Jezus is én de komende rechter
én degene die Gods oordeel heeft ondergaan.
Onbegrijpelijk genoeg kan Jezus tegelijkertijd
aan de kant van het slachtoffer en van de schuldige dader staan.
Als slachtoffer liet Hij zich doodmartelen aan het kruis
om daar een misdadiger welkom te heten in het paradijs.
Gods oordelen hoeven niet alleen maar beangstigend
en verpletterend te zijn
als je ziet dat God ons zelfs in het oordeel niet alleen laat.
Juist ook dan is Hij Immanuel (Jesaja 8:8,10).
God is ook aan het werk door hen die protesteren tegen onrecht,
die zieken en slachtoffers genezen en hen niet aan hun lot overlaten.

Je hoeft het coronavirus en de verspreiding ervan
dus niet alleen maar te zien als domme pech. Er zit meer achter.
God is daarin het werk.
Je kunt er zijn oordeel in zien: deze wereld kan zo niet blijven bestaan. Tegelijkertijd:
Hij is aanwezig in ieder die er alles aan doet om er voor de ander te zijn. Hij toont Zijn liefde voor de mens.

Hoe ga je dus om met verontrustende berichten
en met aanhangers van complottheorieën?
Als je gelooft dat God aan het werk is,
is het goed om een beetje bescheiden te blijven
en niet te denken dat jij precies weet hoe het allemaal in elkaar zit. Neerkijken op mensen die bizarre theorieën aanhangen,
past al helemaal niet.
Hun intuïtie dat er (soms) meer aan de hand is,
wordt in de Bijbel bevestigd.
Maar daar krijgt dat ‘meer’ wel een heel andere invulling:
God is aan het werk!
Daarom hoef je ook niet bang te zijn voor wat er gebeurt
of wat er verteld wordt.
Wel is het terecht om ontzag te hebben voor God
die met zijn oordelen en zijn goedheid toewerkt
naar een nieuwe wereld vol gerechtigheid.