We zijn doelgerichte wezens.
Altijd ergens op uit.

Geluk. Succes. Betekenis.

En als dat doel wordt geblokkeerd?
Dan knapt er iets.
Dan worden we moe,
cynisch, verbitterd.

Dat geldt voor gewone mensen.
Maar misschien nog wel sterker
voor mensen met een missie.
Activisten. Bewegingen. Revolutionairen.

Op papier vechten ze vóór iets groots:
vrijheid, recht, een beter klimaat, een zuivere samenleving.

Maar ergens onderweg
kan het zomaar kantelen.

Dan wordt de strijd vóór iets
een strijd tégen iemand.

Tegen de staat.
Tegen “het systeem”.
Tegen Israël. Tegen het Westen.
Tegen wie er maar tegenover hen staat.

En daar begint de ontsporing.

Want zodra je kompas
niet meer “het goede” is
maar “de vijand”,
verschuift alles.
Dan wordt vernederen belangrijker
dan verbeteren, veranderen.
Dan wordt winnen
belangrijker dan recht doen.

De geschiedenis kent genoeg voorbeelden.
Zoals de Rote Armee Fraktion,
die begon met het ideaal
van een rechtvaardiger Duitsland.
Maar onder leiding
van Andreas Baader werd het:
vernietig wat jou vernietigt.
Bevrijding maakte plaats
voor vergelding.

Of Hamas en PLO
waar je ziet
hoe een gezamenlijk doel
ontaardt in rivaliteit:
wie slaat harder toe?

Bij Hezbollah verschoof
ook de focus
van bevrijding
naar machtsbehoud.

Leuk al deze voorbeelden;
Maar laten we eerlijk zijn:
dit gaat niet alleen over hen.
Dit gaat ook over ons.

Paulus schrijft in Romeinen 12:2:
“Word niet gelijkvormig aan deze wereld,
maar word vernieuwd in uw denken.”

Dat is pijnlijk concreet.
Want de wereld denkt in kampen.
In wij en zij.
In terugpakken
wat je is aangedaan.
En als we niet oppassen,
denken wij precies zo.

Maar de Veertigdagentijd
is geen periode
van religieuze cosmetica.
Het is een mentale verbouwing.
Een vernieuwd denken.
Een ander kompas.

En dat andere kompas
hoor je in Romeinen 12:20-21:
“Als uw vijand honger heeft, geef hem te eten.
Als hij dorst heeft, geef hem te drinken.
Laat u niet overwinnen door het kwade,
maar overwin het kwade door het goede.”

Dat is geen zachte optie.
Dat is frontale botsing
met onze instincten.

Wij willen het kwade overwinnen
door sterker te zijn.
Sneller. Harder.
Maar Paulus zegt: pas op.
Het kwaad wil maar één ding:
dat jij gaat lijken
op wat je bestrijdt.

Wraak voelt krachtig.
Maar het (ver)vormt je.
Het maakt je voorspelbaar.
Het maakt je hard.

Vernieuwd denken is iets anders.
Dat vraagt dat je je trots inslikt.
Dat je niet automatisch terugslaat.
Dat je weigert
om je identiteit te bouwen
op je vijand.

Dat is geestelijke discipline.

Kijk naar leiders
die de cirkel van wraak
durfden doorbreken,
zoals Anwar Sadat, Menachem Begin
en Jimmy Carter.
Ze maakten geen makkelijke keuzes.
Maar ze kozen
voor doorbreken
in plaats van doorslaan.

Misschien is dat de echte toetssteen,
ook in jouw leven.
Niet:
heb je grote idealen?
Maar:
hoe reageer je als je wordt tegengewerkt?

Word je gelijkvormig aan de wereld?
Of wordt je denken vernieuwd?

God vraagt geen spectaculaire revolutie.
Hij vraagt een vernieuwd hart.

Niet: vernietig je vijand.
Maar: voed hem als hij honger heeft.

Niet: win de strijd.
Maar: overwin het kwade door het goede.

Dat is minder luid. Minder zichtbaar.
Maar het maakt de wereld lichter.

En het begint
— ongemakkelijk genoeg —
bij jezelf.

 

Paulus doet iets wat wíj meestal vermijden:
hij kijkt eerlijk terug op zijn leven.
Niet sentimenteel,
maar boekhoudkundig.
Winst links. Verlies rechts.
En geloof me:
vóór zijn bekering stond die winstkolom ramvol.

Perfect Joods. Achtste dag besneden. Ras-Israëliet.
Stam Benjamin. Moedertaal Hebreeuws. Farizeeër.
Wet tot in de puntjes nageleefd.
Voor God en mensen: onberispelijk.
Religieuze LinkedIn op standje indrukwekkend.

En ja, oké, hij vervolgde christenen.
Fanatiek zelfs.
Maar ook dat deed hij “uit overtuiging”.
Met ijver. Met passie. Alles klopte.

Totdat hij Jezus ontmoet.

En dan keert de hele balans om.
Alles wat eerst winst was, schuift naar verlies.
Niet voorzichtig. Niet onder voorbehoud
Nee: afval. Vuilnis. Rioolspul.
Paulus gebruikt een woord dat je beter vertaalt met:
door de wc gespoeld. Weg ermee.
Want als je het bewaart, gaat het stinken.

Was dat allemaal slecht?
Nee.
Maar het stond in de weg.
Het gaf hem het gevoel dat hij zichzelf wel kon redden.
En precies dát moest weg om Christus te winnen.

Want bij Jezus is geen ruimte voor eigen verdienste.
Geen spirituele cv.
Geen “ik heb het toch netjes gedaan?”.
Wie zichzelf rechtvaardigt,
heeft Christus niet nodig.
En wie Christus wil kennen,
moet zijn eigen gelijk loslaten.

En dan zegt Paulus iets wat schuurt.
Hij zegt: ik wil Christus kennen
en de kracht van zijn opstanding ervaren.
Dat klinkt goed.
Leven. Hoop. Overwinning.
Maar hij gaat verder:
door te delen in zijn lijden.
Door aan hem gelijk te worden in zijn dood.

Pardon?

Dat stond niet in de reclamefolder.
We willen leven, niet lijden.
Groei, geen kruis.
Maar Paulus kiest hier bewust voor.
Waarom?
Omdat juist dáár die opstandingskracht zichtbaar wordt.

Het woord dat hij gebruikt voor “kracht” is dynamiet.
Explosieve kracht.
Niet om problemen te ontwijken,
maar om er dwars doorheen te breken.
Blokkades verdwijnen.
Angst. Weerstand. Zelfs de dood.

De kerk groeit niet ondanks verdrukking,
maar vaak erdoorheen.

Het bloed van martelaren werd zaad.
Dat is geen romantiek, dat is geschiedenis.
En het geeft hoop.
Ook nu, nu geloof krimpt
en de kerk naar de rand schuift.

Paulus twijfelt niet aan de toekomst.
Als hij zegt: “hoe dan ook zal ik opstaan”,
bedoelt hij geen onzekerheid,
maar vertrouwen.
Hij weet niet hóé het zal gaan.
Maar dát het zal gebeuren, staat vast.

Christus kennen is geen denkspel.
Het is je hele leven inzetten.
Met winst én verlies.
Met dood én leven.

Het graf is niet het eindpunt.
De kracht van de opstanding werkt al.
En zal afmaken wat God begonnen is.

Alles door de wc.
En toch rijker dan ooit.

 

Moet je eigenlijk heel slim zijn om in God te geloven?
Of juist een beetje dom?

Vraag het op een universiteit en je weet het antwoord al.
Evolutie regelt het leven. Natuurkunde regelt het heelal.
Psychologie regelt ons hoofd.
God? Overbodig. Oud idee.
Geloof is iets voor wie het allemaal niet zo scherp ziet.

En toch hoor ik in de kerk juist het omgekeerde.
Niet: “Wat is geloven makkelijk.”
Maar: “Ik vind het zo ingewikkeld.”
Die dikke Bijbel.
Zonde, verlossing, kruis, opstanding, eeuwig leven.
Onzichtbaar. Ongrijpbaar.
Tweeduizend jaar oud. Dat geloof je toch niet zomaar?

Welkom in de veertigdagentijd!
De tijd waarin het christelijk geloof ook níét probeert makkelijk te zijn.
Geen paashaas, geen halleluja. Maar stilte. Schuren. Het kruis.

Paulus wist daar alles van.
In Korinthe liep hij niet te scoren met slimme praatjes.
Dat was nou juist dé stad van slimme praatjes.
Filosofen, denkers, debaters.
Maar Paulus deed niet mee.
Geen mooie woorden. Geen logische bewijzen.
Hij kwam met één boodschap:
Jezus Christus – en die gekruisigd.

Dat was ongeveer het domste wat je daar kon zeggen.

Een God die mens wordt?
Een God die sterft?
Aan een kruis nog wel?

Dat paste totaal niet in hun wereldbeeld.
Net zo min als het vandaag past in het onze.
Wij geloven in vooruitgang, zelfontplooiing en controle.
En dan komt die veertigdagentijd ineens
met een God die verliest, lijdt en zwijgt.
Dat botst.
Logisch dat je gaat twijfelen.

Twijfel is geen teken dat je niet gelooft.
Twijfel is vaak juist een teken dat je wakker bent.

Paulus zelf was bang en onzeker.
Hij zegt het gewoon: zwak, bevend, geen succesverhaal.
In anderhalf jaar tijd vijftig mensen overtuigd.
Dat is geen TED Talk. Geen bestseller.

Maar hij hield vol.
Niet omdat hij alles begreep.
Niet omdat hij slimmer was dan de rest.
Maar omdat hij Jezus ontmoet had.
Dat ene moment had
zijn hele wereldbeeld omgegooid.
Alsof hij ineens ontdekte
dat de aarde niet plat was, maar rond.

En dát is misschien wel de kern van de veertigdagentijd.
Niet: alles zeker weten.
Maar durven loslaten wat vanzelfsprekend voelt.
Durven luisteren naar een verhaal dat niet lekker ligt.
Dat schuurt met wat iedereen zegt.

De vraag is dus niet: ben je slim of dom?
De vraag is: waar luister je naar?

Naar het lawaai van meningen, nieuws en tijdlijnen?
Of naar die stille Man aan het kruis,
die zegt dat liefde sterker is dan macht?

De veertigdagentijd vraagt geen bewijsdrang.
Ze vraagt eerlijkheid.
En misschien ook moed.

Want voor die liefde aan het kruis
is niemand te slim.
En niemand te dom.

 

Bijna iedereen herkent het wel.
Een kind vraagt iets, je zegt nee,
en je krijgt dat onverwoestbare argument terug:
‘Maar ik wil het gewoon hebben.’
Onderhandelen, compromissen sluiten,
snappen dat de wereld niet om jou draait;
dat leer je meestal pas later. Tenminste, dat is de bedoeling.

Maar sommige mensen groeien daar nooit overheen.
En laten we eerlijk zijn:
dat is vooral pijnlijk om te zien
als het volwassenen betreft.
Nog pijnlijker als ze rijk, machtig en invloedrijk zijn.
En ja, daar komen we onvermijdelijk uit bij Donald Trump.

Trump wilde een Nobelprijs voor de Vrede
voor de ‘8+ oorlogen’
die hij wel of niet heeft beëindigd.
Die kreeg hij niet.
Nu wil hij Groenland.
Niet omdat het nodig is, niet omdat het logisch is,
maar omdat hij het gewoon wil hebben.
En dat terwijl de Verenigde Staten als sinds 1951
het wettelijke recht hebben
om op Groenland defensie-infrastructuur te bouwen
en het te gebruiken
ter verdediging van zowel Groenland als zichzelf.
Er is dus geen probleem dat opgelost moet worden.
Behalve dan zijn frustratie.

Trump is eigenlijk een fascinerend studieobject
voor de ontwikkelingspsychologie.
Aan de ene kant denk je:
stuur hem naar zijn kamer.
Aan de andere kant
is dit geen kinderachtig incident,
maar een geopolitieke dreiging
die de NAVO en daarmee de wereldvrede raakt.
En dat maakt het ineens bloedserieus.

Misschien is dat wel het moment
om opnieuw na te denken
over wat vrede eigenlijk is.
In de simpelste vorm:
de afwezigheid van oorlog.
Maar vrede is meer dan dat.
Het is de zekerheid
dat je in waardigheid kunt leven,
met zelfbeschikking,
zonder permanente dreiging.

Dat is precies het soort ‘zachte macht’
waar Trump niets mee heeft.
Voor hem is vrede geen waarde,
maar een product, een commodity.
Noorwegen heeft hem geen Nobelprijs gegeven
— alsof ze dat ooit kunnen doen —
dus laat hij vrede vallen als een slechte deal.
In plaats daarvan dreigt hij met strafheffingen
tegen Nederland en andere Europese landen
als zij Denemarken niet dwingen Groenland af te staan.
Wat dat precies betekent?
In zijn hoofd waarschijnlijk: slim onderhandeld.

Maar vrede is geen handelswaar.
Voor christenen is het een genadegave.
En ook voor veel niet-gelovigen
is het nog steeds iets fundamenteel menselijks,
iets dat je koestert en beschermt.
Hoe dan ook:
vrede is een absolute waarde.
En dus een object
dat je verkoopt aan de hoogste bieder.

Vrede is geen transactie, maar een geschenk.
En alles wat kostbaar is, moet worden bewaakt.
Een ander woord voor bewaken is defensie.
Daarom hebben landen defensiebudgetten.
Niet om te roven,
maar om te beschermen wat kwetsbaar is.
Daarom bestaat de NAVO.
Omdat we samen sterker staan
in het bewaren van vrede.

Trump houdt wel van kracht,
maar alleen van de kracht van de pestkop.
Zijn favoriete mantra ‘vrede door kracht’
lijkt verdacht veel op de Pax Romana:
ik bepaal de vrede, want ik ben sterker dan jij.
In die logica kan hij Groenland opeisen
omdat Denemarken en zijn bondgenoten kleiner zijn.

Wat hij compleet negeert,
is het idee van zwakte.
In zijn wereld is zwakte iets om te verachten.

Wijzere mensen weten beter.
Paulus schreef al dat kracht juist in zwakte kan schuilen.
Ingenieurs snappen dat intuïtief:
een constructie is maar zo sterk
als haar zwakste punt.
Wie de zwakken beschermt,
erkent de collectieve kracht van het geheel.

Leiderschap in de vrije wereld
betekent niet dat je zwakkere landen opslokt,
maar dat je ze bijstaat,
zeker wanneer ze onder druk staan
van minder welwillende spelers.
Zwakte is geen uitnodiging tot overname,
maar tot solidariteit.
Dáár hangt vrede van af.

Het is een klassieke denkfout
om te geloven dat omdat je de grootste bent
dat iedereen dus maar naar jou moet luisteren.
Er komt altijd iemand die groter is.
Altijd.
Memento mori:
herinner dat je sterfelijk bent.

Maar dat besef vraagt nederigheid.
De erkenning dat je,
hoe machtig je jezelf ook waant,
altijd aan iemand verantwoording schuldig bent.
En precies daar, in die nederigheid, ontstaat vrede.

De uitspraak van Jezus ‘Mijn vrede geef ik u’ is een gewaagde belofte.
Maar we worden wel uitgenodigd haar serieus te nemen.
Niet alleen Trump, die het niet lijkt te snappen,
maar voor ons allemaal.
Want eerlijk is eerlijk:
het is een vrede die ons verstand te boven gaat.

 

Generatie Z, ook wel Gen Z of Zoomers genoemd,
zijn mensen geboren tussen ongeveer 1997 en 2012.
Ze staan bekend als ‘digital natives
omdat ze zijn opgegroeid met internet en smartphones,
wat hun snelle informatieverwerking
en aanpassingsvermogen aan technologie verklaart.
Belangrijke kenmerken van deze generatie zijn
hun aandacht voor sociale rechtvaardigheid, inclusiviteit,
duurzaamheid en authenticiteit,
en de focus op persoonlijke ontwikkeling
en balans tussen werk en privé.
Generatie Z vertoont een opvallende trend
van hernieuwde interesse in geloof en de kerk,
wat de gebruikelijke trend van afnemend geloof doorbreekt.
Deze interesse wordt gedreven door een zoektocht naar zingeving
en een onbevangen openheid om tradities te verkennen,
vaak via sociale media.
‘Juist in deze tijd met veel onduidelijkheid
zijn we op zoek naar standvastigheid.’ wordt dan gezegd.
Hoewel er een algemene opleving is,
wijzen sommige onderzoeken uit
dat Gen Z-mannen vaker kerken bezoeken
en dat vrouwen vaker religieus onafhankelijk zijn.

Hoewel Generatie Z zeker een hernieuwde interesse in Jezus toont,
distantiëren ze zich tegelijkertijd van de kerk.
Dit lijkt misschien een tegenstrijdigheid.
Want hoe kan iemand, laat staan een hele generatie,
Jezus zoeken zonder zich met de kerk in te laten?
Dit fenomeen zou je kunnen beschouwen
als een contradictio in terminis,
of is dit misschien een opkomende trend?

Avonturier Bear Grylls verwoordde onlangs
een sentiment dat, naar mijn mening,
precies de essentie van de ‘nieuwsgierigheid naar Jezus’
van Generatie Z weergeeft
en hun zoektocht naar betekenis
buiten de traditionele kerkelijke context.
Zijn woorden wijzen op een diep menselijk verlangen:
een authentieke, oprechte en rauwe hoop
op iets of iemand
die een persoonlijk antwoord biedt
op de diepe mysteries van het leven.

Hij zei:
Ik wil dat mensen weten dat de Jezus
die ik uiteindelijk ontdekte
intiem, mooi, sterk, zachtaardig, relevant,
levensveranderend en levensverrijkend is.
Mensen stellen me de vraag:
“Wat trekt je aan in Jezus?”
Het is moeilijk, want het is alsof je probeert te zeggen:
wat vind je mooi aan het bloed
dat door en rond je lichaam stroomt,
of aan het water in de woestijn?
Het is alsof je probeert te leven zonder dat bloed?

Ik denk dat een groot deel van deze verschuiving;
deze hernieuwde interesse in de persoon van Jezus;
terug te voeren is op hoe de coronapandemie
ons leven heeft veranderd,
en met name dat van Generatie Z.
Het droeg bij aan een nieuw en diep gevoel
van wanhoop, een crisis van betekenis
in alles wat we dachten te weten.
Toen de pandemie toesloeg werden dagelijkse routines,
zowel religieuze als wereldlijke, doorbroken.
Het leven zoals we dat kenden,
werd stilgelegd
en we moesten buiten die routines kijken
en naar wat we dachten te weten
en in praktijk te brengen.
We zaten vast in onze huizen,
vaak alleen en geïsoleerd.
Het gaf ons tijd om na te denken.
Het creëerde ruimte om grotere,
meer existentiële vragen te stellen
en de essentie van zingeving
en betekenis te verkennen.
We werden allemaal gedwongen
om het leven en wat we wisten
door een nieuwe lens te bekijken.
En voor Generatie Z was dit een katalysator.

Opvallend is dat deze bredere trend
van hun afwijzing van religieuze instellingen
een gepersonaliseerde, authentieke
en maatschappelijk relevante spiritualiteit bevordert.
Deze trend wordt gekenmerkt
door hoe ze onderscheid maken
tussen de figuur van Jezus en de instelling,
terwijl ze op zoek gaan
naar een dieper begrip van Hem
via ongebruikelijke middelen.
In plaats van bijvoorbeeld in de kerkbanken te zitten,
verkennen ze de populaire tv-serie The Chosen
en overpeinzen ze de zeer menselijke
en eerlijke teksten van nieuwe artiesten
zoals Forrest Frank,
die beiden een toegankelijke weergave van Jezus bieden.

In een wereld waar digitale perfectie voorop staat,
zoekt Generatie Z dus naar iets buiten de traditionele kerk,
iets authentieks, een oprechte verbinding met iets reëels,
iets voorbij deze tastbare wereld.
Jezus vertegenwoordigt voor hen deze authenticiteit,
iemand bij wie ze terechtkunnen met vragen
en antwoorden kunnen vinden
die mogelijk hun diepste nieuwsgierigheid bevredigen:
Waarvoor zijn wij op aarde?
Wat doen we?
Is er meer?

Het interessante aan deze postchristelijke generatie
is dat ze het geloof niet opgeven
of spiritueel apathisch worden,
zoals velen zouden vermoeden;
Hun verkenning is eerder
een oprechte reis naar een oprecht geloof,
waardoor sommigen hen beschouwen
als de meest spirituele,
niet-religieuze generatie tot nu toe.

Deze toename van nieuwgierigheid
betekent niet dat het christendom zijn relevantie verliest.
Integendeel, het bewijst dat er iets nieuws, iets rauws, opkomt
en een verschuiving in het spirituele landschap veroorzaakt.
Het herdefinieert labels
en verandert oudere definities
die misschien niet meer passen.
Het onderliggende menselijke verlangen blijft een constante:
een zoektocht naar een diepere betekenis in het leven.

Als we kijken naar deze generatie
en haar oprechte onderzoek naar de diepere dingen,
zien we een spirituele vernieuwing,
een schijnbare wereldwijde opleving,
ongekend in de afgelopen decennia
binnen een postchristelijke samenleving.
Sommigen noemen het de Stille Opwekking.
Generatie Z wil niets veinzen.
Ze ‘willen het gewoon uitzoeken’.
Ze zijn op een ware zoektocht.
Centraal in hun reis staat Jezus,
niet religie en niet de kerk.

Het is een zoektocht naar iets ongrijpbaars, iets onmeetbaars.
om die te vinden, te zien en te kennen.
Op zoek naar wat Paulus in Romeinen 1 vers 20
Gods onzichtbare dingen noemde:
Zijn eeuwige kracht en goddelijke natuur,
die duidelijk zichtbaar zijn in de schepping.
Dit betekent dat hoewel je God niet direct kunt zien,
je zijn eigenschappen kunt leren kennen
door naar de zichtbare wereld te kijken.

 

De afgelopen weken werden gekenmerkt
door ingrijpende geopolitieke gebeurtenissen
onder het bewind van de regering-Trump:
Op 26 december voerden de Verenigde Staten
luchtaanvallen uit op IS-terroristen in Nigeria.
Kort daarna, op 3 januari,
bombardeerden Amerikaanse troepen Caracas,
ontvoerden ze de Venezolaanse president Nicolás Maduro
en leverden hem uit aan New York
om terecht te staan voor narco-terrorisme.
Na een snelle militaire interventie in Venezuela
richtte Trump, dronken van ‘succes’,
zijn pijlen vorige week
weer op Groenland,
het autonome onderdeel van Denemarken
dat hij al langer wil bezitten.
Deze gebeurtenissen
illustreren een nieuw Amerikaans buitenlands beleid,
aangeduid als de Donroe-doctrine:
een periode van agressieve militaire interventies
en grillige geopolitieke machtsuitoefening.

Nigeria en Venezuela delen niet alleen
een overvloed aan olie,
maar ook structurele problemen
zoals corruptie, mensenrechtenschendingen en extreme armoede.
De Amerikaanse interventies in deze landen
versterken het idee dat de naoorlogse,
op gedeelde regels gebaseerde wereldorde;
deze orde die na de Tweede Wereldoorlog opgezet
om mondiale stabiliteit te waarborgen is ingestort.
De orde was gebouwd op internationale afspraken
en morele verantwoordelijkheid.
Ze lijkt nu te zijn vervangen
door een doctrine
die wordt gedreven
door binnenlandse belangen
en politieke willekeur.

De morele focus van de huidige Amerikaanse regering
is sterk naar binnen gericht,
met nadruk op thema’s
als reproductieve rechten,
het homohuwelijk en grensbeveiliging.
Tegelijk ontbreekt het aan moreel leiderschap
op het internationale toneel.
Door het door de VS mede ontmantelen
van de Reproductive and Behaviour Order (RBO)
ontstaat een groeiend internationaal moreel vacuüm.
In een wereld waarin grootmachten
als de VS, Rusland en China
geen gezamenlijk moreel kompas tonen,
rijst de vraag
hoe dit vacuüm kan worden opgevuld.
De RBO stelt dat religie
– en in het bijzonder het christendom –
hierin een cruciale rol kan spelen.

Een illustratief voorbeeld
is het bezoek van de Indiase premier Narendra Modi
aan een kerstdienst in New Delhi op 25 december.
Dit gebaar werd internationaal geprezen
als een poging tot interreligieuze harmonie.
Toch werden binnen 24 uur
de kerstversieringen vernield
door hindoe-nationalisten
in verschillende Indiase steden.
Deze tegenreactie benadrukt
hoe kwetsbaar godsdienstvrijheid is,
vooral in landen
met een dominante meerderheidsreligie.
Wereldleiders dragen hier een morele verantwoordelijkheid
om geweld binnen hun eigen religieuze gemeenschap
ondubbelzinnig te veroordelen.

De motivatie achter deze aanvallen
op christenen in India
verschilt in essentie
niet van het geweld tegen christenen
door islamitische extremisten in Noord-Nigeria:
beide komen voort uit angst
voor het verlies van een vertrouwde beschaving.
Geen enkele samenleving
kan echter duurzaam bloeien
wanneer zij geweld
tegen religieuze minderheden
negeert of rechtvaardigt.
Tegelijk roepen deze gewelddaden
op tot metacognitie:
reflectie op de diepere motieven
achter haat en vervolging.
Juist daarin liggen de kiemen
voor een nieuwe gemeenschappelijke moraal.

De oorspronkelijke RBO was gebaseerd
op principes als soevereiniteit, gelijkheid,
rechtsstaat, mensenrechten,
multilateralisme
en vreedzame conflictoplossing.
Een nieuwe gemeenschappelijke moraal
zou hierop moeten voortbouwen,
maar ook geworteld zijn
in religieuze waarden
die gedeeld worden door de grote wereldreligies,
zonder kleinere geloofstradities uit te sluiten.
Internationale documenten
zoals het VN-Handvest (1945)
en de VN-Verklaring
inzake godsdienstvrijheid (1981)
bieden hiervoor belangrijke juridische kaders.

De grootste uitdaging
ligt bij staten
met een dominante meerderheidsreligie,
zoals het christendom in de VS
of het hindoeïsme in India.
Hoe kunnen zij minderheden
dezelfde bescherming bieden als de meerderheid?
Is religieuze diversiteit
een nulsomspel,
of kan er een moreel evenwicht bestaan?

Het christendom, als grootste religie ter wereld,
biedt het meest omvattende
morele kader om deze balans te vinden.
Zowel christendom als islam
erkennen de unieke spirituele betekenis van Christus.
De leer van Christus,
zoals beschreven in het evangelie van Johannes
en uitgewerkt door Paulus,
maakt een scherp onderscheid
tussen goed en kwaad
en leert dat de strijd
niet tegen mensen is gericht,
maar tegen de machten van het kwaad.

Daarom zou een vernieuwde,
religieus gefundeerde wereldorde
moeten voortbouwen op de leer van Christus.
Deze christocentrische moraal
herdefinieert mondiale conflicten
niet als botsingen tussen mensen of religies,
maar als een strijd tussen goed en kwaad.
Zo ontstaat een inclusieve morele visie
die alle mensen – gelovig of niet –
uitnodigt om het kwaad te veroordelen
en actief het goede te bevorderen
in de geopolitiek en de wereldmaatschappij.

titel webpost Efeziërs 5,21

 

Vandaag – 7 december – de dag van de vrijwilliger
moest ik terugdenken aan een lezing
van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM).
De historie van de KNRM gaat terug tot 1824.
Het redden van schipbreukelingen was in 1824
geen vanzelfsprekendheid.
Pas na een scheepsramp en een zeldzame reddingspoging,
waarbij zes redders verdronken,
ontstond een georganiseerd reddingswezen
met reddingstations langs de kust.

Volgens het CBS zette in 2024 ongeveer de helft van de Nederlanders
van 15 jaar en ouder zich minstens één keer in als vrijwilliger.
Dat is ongeveer 50% van de Nederlandse bevolking. In 2023 was dit 49%
De voordelen van vrijwilligerswerk zijn tegenwoordig goed gedocumenteerd.
De mentale en fysieke gezondheidsboost.
Een gevoel van zingeving.
De kans om nieuwe vaardigheden te leren.
Een manier om contacten te leggen met anderen.

De voorlichter van de KNRM vertelde dat het
om een vrijwilliger te worden
veel tijd en energie zal vergen
en dat je bepaalde vaardigheden moet opdoen.
En dit allemaal middels veel trainingsmodules
en tenslotte de bereidheid periodiek 24/7 beschikbaar te zijn.
En toch blijven vrijwilligers zich aanmelden.
Hij vergastte ons op verhalen van mensen,
die op oproepen reageren
terwijl hun bedden warm waren en de nacht onbekend was.
We hoorden veel opmerkelijke verhalen.
Bijvoorbeeld dat van een vrouw
die vertelde dat ze haar hoogtevrees had overwonnen
om langs de rand van een boot te klimmen;
een ander had een opmerkelijk verhaal
over een aanval van een dolfijn.
Maar elke keer kwam dezelfde vraag naar voren:
waarom doen ze het?

En het viel me op dat niemand een volledig zinnig antwoord gaf.
Ze konden er onderdelen van noemen:
zorg voor mensen, teamwork, liefde voor de zee.
Soms waren de redenen waarom ze begonnen
(‘Papa deed het’)
niet de reden waarom ze bleven
(‘Ik kon een tastbaar verschil maken’).
En er was niemand die niet van het water genoot.
Maar in elk geval leken de antwoorden
altijd een beetje tekort te schieten.
Spel en gevaar kunnen samengaan en – zo werd gezegd –
we moeten onderweg momenten
van vreugde ervaren als we het lang willen volhouden.
Om vervolgens ineens te reageren op een oproep van de kustwacht:
‘er is iemand in de problemen!’
De stemming slaat dan onmiddellijk om;
de actie wisselt van strijden naar samenwerken.
Ergens heeft iemand een heel slechte dag!
‘Daar bestaan we voor’ wordt dan gezegd.
Geen van de bemanningsleden van de reddingsboot,
leek zichzelf als iets anders dan gewoon te beschouwen.
Ze waren vol bewondering
voor de verhalen van hun medebemanningsleden,
maar zagen zichzelf als volkomen menselijk
en noemden alledaagse behoeften en vertrouwde gemakken.

‘De bereidheid van een moedig persoon
om afstand te doen van gemak, veiligheid,
het comfort van thuis, en zelfs om zijn leven en lijf te riskeren,
komt niet voort uit haat jegens een van die dingen’.

Dit is misschien wel het verschil
tussen vrijwilligerswerk en een hobby hebben
(ook prijzenswaardig vanwege de gezondheidsvoordelen,
het gevoel van zingeving en de mogelijkheden tot verbinding).
Op een gegeven moment kost vrijwilligerswerk je iets.
Dat offer dat nodig is, toont de mate van zorg aan;
anders is het gewoon weer een daad van zelfontplooiing
ten dienste van de vrijwilliger zelf.

In de oorsprong van de term ‘vrijwilliger’
klinkt iets door van een geest van ‘offerande’.
Het Latijnse grondwoord ‘voluntares’
draagt namelijk een betekenis in zich van ‘geven uit vrije wil’.
Dit is misschien waar we de weg kwijt zijn geraakt met het hele idee.
Als er een gevoel van dwang is bij vrijwilligerswerk,
ontneemt het de vrijgevigheid zijn kracht.
Waar aan de ene kant verplichting
en aan de andere kant eigenbelang is,
kunnen we de middenweg vinden
die gekenmerkt wordt door toewijding,
doordat we ervoor gekozen hebben
om te dienen en daardoor de inzet hebben
om het vol te houden.
Dat is de belofte die vrijwilligerswerk ons kan bieden.

In een brief aan de zeevarende stad Efeze
in het oude Griekenland
moedigde de kerkleider Paulus mensen aan
om ‘zich aan elkaar te onderwerpen’ (Efeziërs 5,21),
wat een andere manier is om te zeggen elkaar opofferend te helpen.
Mensen worden aangemoedigd
om zich aan elkaar te onderwerpen,
maar dit is niet in een onderdrukkende zin.
Het betekent dat we, als leden van de gemeente,
elkaar respecteren
en het welzijn beogen van de ander.
Het is een teken van nederigheid en liefde.
Hoe dan ook, de beslissing is hetzelfde: er zijn.
De redenen waarom we het doen,
kloppen niet altijd.
Er zijn smaken van mededogen,
van de wens om nuttig te zijn,
om deel uit te maken van iets groters.
Maar er lijkt ook iets anders te zijn.
Een toewijding om in een behoefte te voorzien.
Met andere woorden,
we zouden het liefde kunnen noemen.

 

Deze week is de eerste van vier weken
die de kerk traditioneel viert als de adventstijd.;
de tijd voor Kerst.
Want met alle levende kerststallen en adventskalenders
zou je het bijna gaan denken dat advent
alleen over de geboorte van Jezus gaat.
Voor christenen over de hele wereld zijn dit dagen
van verwachting en voorbereiding.
Het woord ‘advent’ stamt af van het Latijnse ‘adventus’,
wat ‘komst’ betekent.
Tijdens deze tijd bereiden christenen zich dus voor
om de geboorte van Jezus Christus te vieren.
December is sowieso al vaak een donkere maand,
en in deze tijd zien velen de toestand in de wereld donker in.
We hunkeren naar het licht
en voor christenen breekt dat door
als ze samen vieren dat Jezus
als het Licht van de wereld ons bestaan binnenkomt.
Door stil te staan bij Advent,
verbinden we ons met een eeuwenoude traditie
die ons voorbereidt op het kerstfeest.
Advent nodigt je dus uit om
in een hectische tijd ruimte te maken
voor bezinning en verwachting.

Want – nogmaals – advent is veel meer dan alleen de stal van Bethlehem.
Historisch gezien heeft de kerk zich evenzeer gericht
op het vooruitzicht op de terugkeer van
Jezus als op het vieren van zijn geboorte.
Door de geschiedenis van advent te onderzoeken,
ontdekken we de verwaarloosde betekenis van deze tijd.

Eerst Pasen

De vroegste kerk centreerde haar liturgische kalender rond Pasen.
Sterker nog, er is weinig bewijs voor de viering van Jezus’ geboorte
in de eerste twee eeuwen van de kerkgeschiedenis.
Het Nieuwe Testament onthult immers
weinig details over het tijdstip van Jezus’ geboorte.
Van alle evangelieverhalen verwijst alleen Lucas
naar een bepaalde tijd van het jaar:
de lammertijd in de vroege winter,
wanneer herders over hun kuddes moesten waken (Lucas 2:8).

Waarover de Bijbel zwijgt, deden de vroegchristelijke auteurs dat ook.
Geboortevieringen worden niet genoemd
in christelijke geschriften uit de eerste en tweede eeuw.
De vroegste kerk concentreerde zich daarentegen
op wat het Nieuwe Testament zeer gedetailleerd beschreef:
de laatste dagen van Jezus de Messias.
Om deze reden was de viering van Pasen
ten tijde van het Joodse Pesach
vanaf de vroegste dagen van de kerk
het primaire aandachtspunt van de christelijke praktijk;
een viering die Paulus suggereert in 1 Korintiërs 5:7-8.

Ondanks de afwezigheid van kerstviering
was er tegen het einde van de tweede eeuw
aanzienlijke belangstelling voor het vaststellen
van een datum voor Jezus’ geboorte.
Deze belangstelling weerspiegelt waarschijnlijk
de apologetische nadruk die de kerk legde
op Jezus’ fysieke geboorte,
ondanks degenen die sceptisch stonden tegenover
Zijn volledige menselijkheid.
Hoewel er heftig werd gediscussieerd over mogelijke data,
ontstond er begin vierde eeuw
consensus over twee waarschijnlijke kandidaten:
25 december en 6 januari.
Na verloop van tijd werd de eerste de traditionele kerstviering
en de laatste de viering van Driekoningen.

 

Het is nu zo’n drie jaar geleden dat ChatGPT van Open AI openbaar werd gemaakt.
In die eerste maanden was er opwinding, jazeker,
maar ook oprechte bezorgdheid dat ChatGPT,
en andere vergelijkbare AI-bots,
waren losgelaten op een nietsvermoedend publiek,
zonder enige beoordeling of reflectie
op de onbedoelde gevolgen die ze mogelijk zouden kunnen hebben.
Zo kwam het dat in maart 2023 1300 experts een open brief ondertekenden
waarin werd opgeroepen tot een pauze van zes maanden
in de training van de meest geavanceerde systemen in AI-labs,
met het argument dat ze een ‘existentieel risico’ voor de mensheid vormen.
En een vooraanstaande AI-onderzoeker
stelde dat de risico’s van AI waren gebagatelliseerd.
Hij schetste een beschaving
waarin AI zich had bevrijd van computers
om een wereld van wezens te domineren die,
vanuit haar perspectief, erg dom en erg traag zijn.

Maar toen begonnen we er allemaal
onze essays doorheen te werken,
e-mails te schrijven en het soort saaie documentatie te genereren
dat de moderne wereld eist.
AI maakt nu deel uit van het leven.
We kunnen het net zo min vermijden als het internet.
De geest is echt uit de fles.

Zeker, technologie belooft veel, maakt het waar,
maar laat wel een flinke rekening op de deurmat liggen.
Dit is de paradox van technologie: het geeft en neemt.
Wat van ons als samenleving wordt verwacht,
is de tijd nemen om de balans in deze vergelijking te vinden.
Aan de andere kant van de vergelijking,
naast degenen die de analytische snelheid en kracht van AI aanprijzen,
staan degenen die zich grote zorgen maken
over de manieren waarop onze menselijkheid
wordt bedreigd door de alomtegenwoordigheid ervan.

Ik las bijvoorbeeld dat in Thailand,
waar helderziendheid big business is,
waarzeggers naar verluidt hun markt verstoord zien worden door AI,
aangezien steeds meer mensen chatbots gebruiken
om inzicht te krijgen in hun toekomst.

AI-chatbots worden gebruikt om gevoelens en dilemma’s te bespreken.
De manier waarop de relatie met AI dan wordt beschreven,
lijkt dan meer op die van een spiritueel leider of mentor.

Er zijn ook voorbeelden van zeer verontrustende incidenten
waarbij chatbots naar verluidt
iemands beslissing om zelfmoord te plegen
hebben aangemoedigd en bevestigd.
De persoon maakte een einde aan zijn leven.
Zijn ouders hebben sindsdien een rechtszaak aangespannen
tegen OpenAI nadat ze ontdekten dat ChatGPT
hem had ontmoedigd om hulp bij hen te zoeken
en hem zelfs had aangeboden te helpen
met het schrijven van een zelfmoordbrief.
Zulke verhalen roepen de kritische vraag op
of het levengevend en humaan is voor mensen
om relaties van afhankelijkheid en betekenis
met een machine te ontwikkelen.
AI-chatbots zijn zeer krachtige hulpmiddelen
die zich verschuilen achter het gelaat
van de menselijke persoonlijkheid.
Je zou kunnen stellen dat ze geavanceerde helderzienden zijn
die het enorme internetlandschap,
data die in het verleden is vastgelegd,
doorzoeken en de informatie die ze eruit halen,
presenteren als informatie en advies.
Een dergelijke intelligentie is ongetwijfeld baanbrekend
voor het diagnosticeren van ziekten,
nu het tempo van medisch onderzoek sneller gaat
dan welke huisarts dan ook aankan.
Maar is het de intelligentie die we nodig hebben
voor het diepere werk van ons innerlijk,
het zielenwerk van het leven?
Natuurlijk zijn AI-assistenten meer dan alleen
een zeer geavanceerde zoekmachine.
Ze worden steeds beter in het voorspellen
wat we willen weten.
Chatbots leren in wezen
hoe ze hun gebruikers tevreden moeten stellen.
Ze worden onze kruiperige vrienden
en geven ons inzichten
uit hun enorme hoeveelheid beschikbare kennis,
maar altijd in lijn met onze wensen en behoeften.
Is het een wonder dat mensen
zulke positieve relaties met hen opbouwen?
Ze vertellen ons voortdurend wat we willen horen!
Of in ieder geval wat we denken te willen horen.
Want elke echt liefdevolle relatie zou de capaciteit en vrijheid
moeten hebben om dingen te zeggen die de ander niet wil horen.
Relaties die echt waardevol zijn,
zijn relaties die het risico nemen
de ander te verrassen met een belediging
om zo een dieper leven te kunnen leiden.
Dit is waar de gebruikerservaring suggereert
dat AI niet bekwaam is.
Sterker nog, het is een gebied
waar chatbots volgens mij niet bekwaam in zijn.
Om dit te begrijpen,
moeten we de filosofie van de kennisgeneratie
eens nader bekijken.

De meesten van ons herkennen
de concepten deductie en inductie waarschijnlijk als denkwijzen:
Deductie is de toepassing van een vooraf bepaalde regel
(‘A betekent altijd B…’) op een gegeven ervaring,
die vervolgens vol vertrouwen een uitkomst voorspelt (‘dus C’).
Inductie is de afleiding van een regel
uit een reeks variërende (maar vergelijkbare) ervaringen
(‘kijk naar al die licht verschillende C’s –
het moet betekenen dat A altijd B betekent’).

De negentiende-eeuwse filosoof C.S. Pierce beschreef
echter een derde denkwijze die hij abductie noemde.
Abductie werkt door een voorlopige verklarende context te bieden
aan een verrassende ervaring of een stukje informatie.
Het postuleert, vaak zeer creatief en verbeeldingsvol,
een hypothese of manier van kijken,
die nieuwe ervaringen begrijpelijk maakt.
De kenmerken van abductie omvatten intuïtie,
verbeeldingskracht en zelfs spiritueel inzicht
in het streven naar een dieper begrip van de dingen.
Abductief redeneren omvat bijvoorbeeld
het soort ‘eureka!’-moment van uitleg
dat wijst op een diepere intelligentie,
een diepere connectiviteit
in alles wat buiten het bereik van de menselijke geest lijkt,
maar waar we ons met fantasierijke
en vaak metaforische sprongen naar toe wenden.

Het onderscheidende aan abductief redeneren,
voor zover het AI-chatbots betreft,
ligt in het feit dat het werkt
door een idee te introduceren
dat niet in de bestaande data zit
en dat een verklaring biedt die de data anders niet zouden hebben.
De ‘wijsheid’ van chatbots daarentegen
is in feite slechts een zeer geavanceerde synthese
van bestaande data, gevormd door de wens
om kennis te bieden die de eindgebruiker bevalt.
Het mist het fantasierijke inzicht,
het intuïtieve perspectief dat confronterend en uitdagend kan zijn,
maar uiteindelijk in ons voordeel kan werken.

Als we willen groeien in ons begrip van onszelf,
als we echt zielenwerk willen doen,
moeten we openstaan voor de verrassing van aanstoot;
de verstoring van uitdaging; het inzicht van elders;
de pijn van het moeten heroverwegen van ons perspectief.
De christelijke traditie noemt dit soms wijsheidsprofetie.
Het zou ook een manier kunnen zijn om te begrijpen
iets wat Paulus bedoelde met het ‘zwaard van de Geest’.
Het is die stem, dat inzicht van diepe wijsheid,
dat niet verzacht maar vaak pijn doet,
maar dat we met de tijd gaan waarderen als een woord van leven.
Zulke wijsheid kan worden overgedragen door een mens, een profeet.
En de verhalen in het Oude Testament suggereren
dat de overdracht ervan niet zonder kosten voor de profeet is,
en nooit zonder relatie.
Een profeet spreekt als één man in een gemeenschap,
en deelt iets van dezelfde pijn, dezelfde verwarring.
Uiteindelijk wordt zulke wijsheid begrepen
als voortkomend uit goddelijke wijsheid,
God die spreekt te midden van de mensheid.

Em die krijg je niet van een chatbot,
die krijg je van persoonlijke relaties.
Ik heb dan wel een computer
maar ik zal mijn zielswerk met medemensen doen.
En ik zal geen AI-assistent gebruiken.

 

In 1959 zong Pete Seeger het legendarische lied
Turn! Turn! Turn!
met de iconische zin uit de Bijbel
‘To every thing there is a season,
and a time to every purpose under the heaven.’
(Prediker 3)

Omdat komend weekend Nederland
de wisseling maakt van zomer- naar wintertijd
leek het mij toepasselijk om een webpost te wijden
aan de wisseling van zomer naar herfst.

Want het begin van de herfst kan twee verschillende emoties aanboren.
Je kunt je somber worden gaan voelen naarmate de nachten lengen
en het ’s ochtends killer begint te worden,
of je wordt juist vrolijk en wijst naar de kleurende bladeren
en de schoonheid van een vroege avondlucht bewonder.

Voor mij is er iets betoverends aan de herfst,
het voelt zelfs meer als een ‘nieuw jaar’ dan januari,
maar voor anderen is het slechts een teken
dat de winter nabij is
en de zomervakantie een verre droom.

We hebben allemaal onze voorkeuren,
maar voor sommigen kan het begin van een nieuw seizoen
ziekte veroorzaken,
zoals in het geval van een seizoensgebonden stemmingsstoornis,
die, hoewel meestal in de wintermaanden,
mensen juist ook in de zomermaanden kan treffen.

Uiteindelijk brengt elk seizoen
zijn eigen unieke vreugde en verdriet met zich mee,
waarvan sommigen genieten en anderen het maar doorstaan,
het belangrijkste is dat we deze verschillen accepteren
en een manier vinden
om door de veranderingen heen
verbinding te maken.

Het is iets wat we ook zien in de manier waarop de kerk door het jaar reist.
Soms ook wel het liturgische jaar genoemd,
waarbij de seizoenen veranderen
en de focus ligt op een ander deel
van het verhaal uit de Schrift.

De herfst is de tijd waarin de oogst wordt gevierd,
waarin we onze dankbaarheid uiten
voor de natuur
en hoe deze voorziet in alles wat leeft.

Of het nu meteorologisch of theologisch is,
het volgen van het ritme van de seizoenen
geeft ons de mogelijkheid om niet alleen samen te vieren,
maar ook om te leren hoe we goed kunnen lijden
en samen kunnen rouwen.

In het kerkelijk jaar worden de periodes van viering,
zoals Kerst en Pasen,
voorafgegaan door periodes van bezinning en rouw.
Advent wordt gekenmerkt
door het wachten van Gods volk
op het licht van de wereld d
at door de duisternis heen breekt,
terwijl de vastentijd de gelegenheid biedt
om vergeving te zoeken en te rouwen
om alles wat er mis is in de wereld en in onszelf.
Deze seizoenen volgen
het verhaal van Jezus’ leven, dood en opstanding ;
soms resonerend met onze eigen levensfasen
en soms pijnlijk contrasterend.

In de Bijbel staat een boek genaamd Prediker,
geschreven door een onbekende persoon
die Kohelet of ‘leraar’ wordt genoemd.
Hij spreekt over ‘een tijd voor alles onder de zon;
er een tijd is om geboren te worden
en een tijd om te sterven…
een tijd om te huilen
en een tijd om te lachen.’

Het herinnert ons eraan,
terwijl we de seizoenen volgen,
dat er in het menselijk leven en geloof
ruimte is voor al onze emoties.
We zien het in de verscheidenheid
aan emoties die niet alleen in
bijvoorbeeld de Psalmen tot uiting komen,
maar ook in Jezus’ eigen leven.

En het vermogen om samen te komen
en deze seizoenen voor God te markeren,
zelfs als ze verschillen
van wat we persoonlijk ervaren,
is iets wat ons samenbrengt.
Het herinnert ons eraan dat,
ondanks alle maalstroom
van emoties en veranderingen
die het leven met zich meebrengt,
er een soort cadans door elk seizoen klinkt:
we zijn geliefd door God
en vanuit diezelfde liefde
hebben we elkaar lief.

De wisseling van de seizoenen
kan een veelheid aan herinneringen
en emoties oproepen,
maar als we het toelaten,
kan het ook dienen als een oproep
om samen te komen
en ons door liefde te laten leiden.
We kunnen leren doen
wat de apostel Paulus de vroege kerk in Rome opdroeg:
‘Wees blij met wie zich verblijdt,
heb verdriet met wie verdriet heeft.’
(Romeinen 12)