Herman van Veen zong ergens in 1983 het lied waarin de volgende tekst voorkwam:

Mijn leven is totaal ontwricht
ik voel me overboord gegooid
vandaag las ik dit nieuwsbericht:
“De bom.. valt.. nooit” Maar zal de bom echt niet vallen?
Wat moeten we dan met z’n allen?
Zolang een toekomst ons ontbrak
leefden wij dood op ons gemak

Met het nu uit zijn met die kater?
Moeten wij denken over later?
Ach, dat gezeur van “Het heeft geen zin”
daar trapt geen schoolmeester meer in

Nu keert men heel ons leven om
en brengt paniek in onze tent
Wij hielden zo van onze bom
we waren zo aan hem gewend

De tekst refereerde aan het feit dat Nederland jarenlang had geleefd met de mogelijke dreiging van een kernoorlog, maar dat begin tachtiger van de vorige eeuw de wetenschap postvatte dat er hoogstwaarschijnlijk nooit een kernoorlog zou uitbreken.

Eenzelfde gevoel bekroop mij toen ik vanochtend de volgende bericht las 

‘Nederland seculariseert niet!

Tot voor kort werd alom gesteld dat wij op weg zijn naar een areligieuze samenleving. Dat is volgens Joep de Hart een overdreven voorstelling van zaken. Nederlanders die op geen enkel moment enige affiniteit hebben met wat voor spirituele dimensie van het leven dan ook, zijn nog altijd net iets minder zeldzaam dan olifanten met een kunstgebit.

Religie verandert voortdurend van vorm. Misschien beleven wij nu een tijd dat de oude, kerkelijke vorm van religie aan het verdwijnen is en er zich nieuwe vormen aan het ontwikkelen zijn: meer individualistisch en maatschappelijk onzichtbaar, meer beleeft in informele groepjes, met een sterker accent op persoonlijke ervaring dan op dogma’s, voorschriften en eeuwenoude tradities.’

Aaah, we dachten toch allemaal dat Nederland (en misschien breder getrokken: de Westerse samenleving) steeds meer seculariseerde en dus dat ook het christendom minder present zou zijn in de maatschappij; nu moeten we afscheid van de secularisatie nemen, we waren zo aan haar gewend.

Er is een toekomst… en hoe vullen we die nou in?

Kortom, de hand aan de ploeg, niet achteromkijken naar wat achter ons ligt en wat alleen resulteert in kromme voren, maar vooruit kijken!

Het omvallen van een grote boom maakt meer herrie dan het groeien van een heel bos

Aan bovenstaand citaat moest ik denken toen ik de kop Religies ten dode opgeschreven in Nederland in de landelijke media  las.

Wat was het geval? De Britse omroep BBC  meldde dat op basis van onderzoek, dat is gepresenteerd tijdens een wetenschappelijk congres in de Amerikaanse stad Dallas, een team van wetenschappers heeft aangetoond dat de religie in een aantal landen ten dode opgeschreven is. Het team had daarvoor een aantal bevolkingsregisters (van Nederland, Ierland, Tsjechië, Finland, Zwitserland, Oostenrijk, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland) met elkaar vergeleken. Op basis van de uitkomsten namelijk dat steeds minder mensen zich ‘ingeschreven als lid van een geloofsgemeenschap’ rekenden kwamen ze tot deze conclusie. De wetenschappers zien hierin een trend die ze ook nog konden ondersteunen door wiskundige berekeningen.

Gefundenes fressen voor de moderne Verlichte mensch: Als iets ondersteund wordt met gewichtige wiskundige berekeningen, extrapolaties is men is meteen om. Immers, cijfers zijn de waarheid! Het hosanna-geroep was niet van de lucht. De atheïstische morgenstond was eindelijk aanstaande! Geloven doe je toch niet in een boek vol verhalen, nee, geloven doe je op basis van manipuleerbare cijfers en definities…

Manipuleerbaar, ja zeker! Mensen in negen landen rekenen zich steeds minder behorend tot een geloofsgemeenschap en de conclusie is dan dat religie in deze landen ten dode opgeschreven is. Maar zo is het niet!!

Dat huidige religieuze instituten scheuren laten zien dat zal niemand ontkennen, dat deze boom het misschien heel zwaar zal krijgen, dat staat buiten kijf. Maar als je heel goed kijkt en luistert zie je het groeien van een heel jong bos, die je misschien nog niet kunt specificeren tot een geloofsgemeenschap.

Wat dat betekent? Vol vertrouwen en hoop vooruit kijken, de hand aan de ploeg! Niet naar achteren kijken wat voorbij is, anders krijg je slechte voren, maar gelovend vooruit kijken.

Binnenkort mogen we ook dat weer herdenken: ooit begon de kerk met een heel klein clubje dat met elkaar het brood deelde en de wijn dronk…

Laatst was ik voor een concert in een voormalig kerkgebouw in Zwolle. Voormalig, omdat de Protestantse Gemeente Zwolle enige tijd geleden een aantal kerkgebouwen heeft verkocht. In een van die gebouwen, de vroegere Bethlehemkerk, is tegenwoordig een horecagelegenheid gevestigd. In het gebouw zelf zijn nog heel wat elementen aanwezig van het vroegere interieur: onder andere een kansel en een kerkorgel. Kunstenaars hebben gemeend het publiek te moeten herinneren aan het vroegere gebruik van het gebouw door op de wanden een aantal schilderingen aan te brengen onder het motto ‘de devotio postmoderna’ met een knipoog naar de onder meer in Zwolle gevestigde spirituele en reformatorische beweging in de katholieke kerk (sic!) van de Moderne Devotie (Latijn devotio moderna). Bekende exponenten van deze beweging zijn Thomas a Kempis en Geert Grote.

Een van de resultaten van de Moderne Devotie is dat er weer meer gerichtheid kwam op, meer bezinning ontstond voor, de relatie van de mens met God.

En nu dus De Devotio Postmoderna. Met nadruk moet er een link worden aangebracht met het christendom getuige enkele wandschilderingen zoals Groet aan de Heilige Drie-eenheid en Christus Koning en Fransiscus preekt voor de dieren.  Maar in schril contrast staat daar een bierglas met verschaalde inhoud op de preekstoel, hangt er een galerij van jaren prinsen carnaval tegenover de kansel en staat er een enorme toog waar je je drankjes kunt bestellen in de vroegere kerkzaal.

Maar de Devotio Postmoderna is de verbinding met ‘boven’ kwijt. Tekenend daarvoor is de  stekker die los naar beneden bungelt van de kansel en waar hoog in het gebouw een afbeelding hangt van een bewolkte hemel met de titel The cloud of unknowing.

Tsja, het kan verkeren

Laatst las ik een bericht in het Nederlands Dagblad over de verplichte maatschappelijke stage die middelbare scholieren moeten lopen, de MaS. Steeds meer kerken haken hierop in en bieden leerzame stageplaatsen aan en dat biedt de kerk kansen. Want ‘Dit is een nieuw verschijnsel’, aldus een opgetogen stagecoördinator Elianne Schultz van de Amsterdamse Protestantse Kerk: ‘Jongeren zonder geloofsinteresse die zich met enthousiasme willen inzetten voor de kerk’. Schultz heeft inmiddels voor twee- à driehonderd leerlingen kunnen bemiddelen. ‘Dit is tenminste écht maatschappelijk’, krijgt ze als compliment te horen. ‘Het zijn bijna allemaal onkerkelijke scholieren die over de kerkdrempel stappen’, signaleert ze. Het is haar indruk dat deze jongeren in de adolescentiefase niet zoveel negatieve bijgedachten hebben bij het begrip ‘kerk’. Dus zeggen veel leerlingen als ze moeten kiezen: ‘Ik wil wel eens in de kerk kijken om te zien wat ze daar doen.’ Schultz: ‘Dat is ook het idee achter de maatschappelijke stage: dat je iets van de samenleving gaat ontdekken wat je niet zo kent.’ Vanuit eigen ervaring ken ik ook zulke initiatieven om zo jongeren bij de kerk te betrekken of met de kerk bekend te maken.

Is dit het emergingelement in traditionele kerken? In een kerkblad las ik ‘(de jongeren) nemen hun kennis van ICT en andere moderne apparatuur mee’. Wat is de ondertoon? De kerk wordt alleen maar bevolkt door mensen die niet helemaal meer up-to-date zijn?
Maar, zo las ik verder, let op ‘het moet gaan om korte klussen met een zichtbaar resultaat’.

Nee,natuurlijk een goed initiatief om zo jongeren (weer) met de kerk in aanraking te laten komen, maar…
geef je de jonger wel een eerlijk beeld?
Draait het in de kerk, bij het geloven om ‘een korte klus met een zichtbaar resultaat?

Kortgeleden werd bekend dat het stadsbestuur van de Overijsselse gemeente Rijssen aller posters van de expositie ‘Beter dan God‘ van kunstfestival GrensWerk in Enschede binnen haar gemeentegrenzen heeft laten verwijderen. De verwijdering van de posters vindt plaats omdat het bestuur meent dat de posters kwetsend kunnen zijn.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en in besloot op onderzoek uit te gaan. Waar draait deze expo precies om?

Wat de expositie wil doen is mensen bewust maken van het huidige schoonheidsideaal. Is het normaal als men elk teken van veroudering wil laten weghalen, gladstrijken of oprekken? Laten we ons te veel beïnvloeden door de media waar gepimpte fotomodellen als standaard voor een ieder worden aangeprezen? Willen we, zolang onze portemonnee het toelaat, als het ware, beter dan God zijn?

Eerlijk gezegd zijn dit vragen die we ons als mensen – en zeker ook als christenen – wel eens op mogen bezinnen. En laten we het dan alleen bij de impact van cosmetische chirurgie, maar laten we het breder trekken naar alle mogelijkheden van de moderne geneeskunde.

Ik vind het dan ook geen goed plan dat het gemeentebestuur deze posters heeft laten verwijderen, naar verluidt op instigatie van een plaatselijk predikant. Want juist door de prikkelende titel van deze expositie had men zich – binnen en buiten de kerk – opnieuw kunnen bezinnen op een belangrijk thema: hoe gaan wij met de schepping en het leven om.

De reclamejongens (en meiden) van het telecombedrijf BEN® flikken het elke keer weer, ze krijgen mijn attentie. Jaren geleden opgericht om de grote telecomaanbieders te beconcurreren met scherpe prijzen, zetten ze hun merk met prikkelende reclame-uitingen in de markt. En ook de huidige tv-spot is op zijn zachtst gezegd uitdagend. Eerst maar even het script:

Hallo, ik wil nergens aan vast zitten
En ik kan gaan waar ik wil
Ik zit niet vast aan Nederland, en de hokjes
Niet aan werk of een vriendje, gelukkig niet
Ik bepaal zelf waar ik in geloof
Ik ben vrij om mijn eigen weg te kiezen
Ik ben BEN
En ik ben verlost

Het leest als statement van de moderne, vrije mens: verlost zijn van welke band dan ook. Zit trouwens misschien heel subtiel in die een na laatste zin een verwijzing naar het tetragrammaton (de vierletterige Hebreeuwse aanduiding YHWH, de godsnaam, te vertalen met ‘ik ben die ik ben’)? De mens als God in zijn eigen gedachten zoals Willem Kloos dat ooit dichtte wordt mooi met woorden omschreven. Ik ben vrij, Ik bepaal zelf wel wat ik geloof, Ik ben verlost, Ik ben BEN!

Een vraagje met een verwijzing naar die reclameposter van hierboven: kom je daarmee echt terecht?

Ik vraag het me af…

‘Het christendom emigreert. (…) Het gaat helemaal niet goed met het georganiseerde geloof in het Westen, zeker niet in de kerken die de hoofdstroom van het protestantisme uitmaken’, schrijft de Britse theoloog Alister McGrath in zijn boek De toekomst van het christendom.

‘De grote traditionele kerken worden kleiner, grijzer en in geestelijk opzicht zwakker. De grote traditionele kerken worden kleiner, grijzer en in geestelijk opzicht zwakker. De hoofdstroom in de geloofsbeleving verandert ook innerlijk van karakter en groeit bij de rijke christelijke traditie vandaan.’ Maar even later zegt McGrath: ‘In feite is het christendom helemaal geen westerse godsdienst. De oorsprong ervan ligt in Palestina, en zijn toekomst hoofdzakelijk in Zuid-Amerika, Azië en Afrika.’

Ongemerkt moest ik denken aan het refrein van het lied Door de wereld gaat een Woord van Jan Wit. Het refrein dient ook als kop van deze column.

Zeker, het christendom en het Westen zijn geen twee-eenheid. dat moeten we goed beseffen. Het christendom is dynamisch, misschien zelfs wel zo dynamisch dat het op reis gaat naar andere oorden, waar ze, misschien in een andere vorm, only God knows, weer in een nieuwe levenscyclus beland.

Het eerder geciteerde lied heeft het ook over pelgrims, mensen die op reis zijn, onderweg, hun woonplaats ergens anders hebben. Christendom – christenen – pelgrims, een vaak gebruikte drieslag. Maar leren we daarvan?

Het zit de Protestantse Kerk ook niet mee… Las ik laatst dat de naam Protestantse Kerk in Nederland, kortweg PKN, nou niet echt bij veel mensen bekendheid op riep, nu wil ze zich richten op groepen mensen waar de kerk geen aansluiting bij heeft. De groep waar de kerk aansluiting bij wil krijgen is de ‘materialistische burger’, want de kerk vindt haar aanhang onder de traditionele burgerij en de postmaterialisten. Vanuit de PKN zal er een campagne op touw worden gezet om kerkelijk werkers, predikanten en andere werkers in de kerk er van bewust te maken dat ze ook deze mensen moeten kunnen aanspreken.

De kerk blijkt, volgens onderzoek, afwezig in het leven van de ‘moderne burgers’, 35 procent van de Nederlanders. Zij zijn statusgevoelig, consumeren en genieten lustig mee in onze materialistische samenleving, terwijl ze tegelijk sommige tradities als het huwelijk handhaven. Ze zijn weliswaar niet betrokken bij een kerk, maar missen soms de rol van het geloof bij levensvragen. Ze gaan voor de kleine kring en hebben behoefte aan medeleven op de moeilijke momenten in het leven. Onder de postmoderne burgers, ook een onbereikte groep, vallen niet alleen de mensen die kritisch staan tegenover de consumptiementaliteit, maar ook degenen die er een hedonistische levensstijl op na houden. Daarnaast zijn er de kosmopolieten, wereldburgers met een brede interesse die rationeel zijn en spiritueel en een afkeer hebben van oppervlakkigheid.

Oké, ik weet het, het zijn alleen maar namen en etiketten, maar zijn de mensen die behoren tot de traditionele burgerij ook niet materialistisch ingesteld en misschien geldt dit in mindere mate ook voor de postmaterialisten? Zijn wij niet allemaal moderne en postmoderne mensen?

Is de kerk soms de aansluiting met heel Nederland kwijt?

Moet de kerk zichzelf weer opnieuw uitvinden?

Enige tijd geleden ontstond er ophef over het feit over een agenda die de Europese Commissie heeft verspreid onder scholieren, waarin geen christelijke feestdagen staan. De belangrijkste dagen van andere godsdiensten worden wel vermeld.

Is dit nu wel de blunder waartegen veel politici  te hoop lopen, of is dit de realiteit van een Europa dat steeds meer de eigen wortels vergeet?

Wie zal het zeggen…

In de State of the Union (zeg maar: de jaarlijkse troonrede van de president van de Verenigde Staten van Amerika) had Barack Obama het dit jaar over het Spoetnikmoment. Amerika heeft weer zo’n moment nodig. Obama refereerde aan de tijd na de Tweede Wereldoorlog toen de toenmalige Sovjet-Unie als eerste supermacht de Spoetnik in een baan rond de aarde kon lanceren. Obama merkte op dat de VS destijds nog geen eens de kennis bezat om überhaupt de strijd aan te gaan met dit feit. Toch bleef de VS niet op haar achterste zitten. Vanuit pioneersgeest, doorzettingsvermogen en wilskracht hebben ze uiteindelijk een antwoord kunnen leveren op de lancering van de Spoetnik. En in het kielzog van dit antwoord werd er een scala aan nieuwe bedrijven en banen gecreëerd die de economie ook nog een boost gaven.

Onwillekeurig moest ik denken aan de situatie van het christendom in het Westen. Zouden wij ook een ‘Spoetnikmoment’ moeten benutten? Kijkend naar het rijke verleden van het christendom zouden ook wij op innovatieve wijze om moeten gaan met de uitdagingen die op ons pad komen. Daar zouden wij open voor moeten staan en het niet als bedreiging van zo vertrouwde structuren moeten zien.