Ik las dat de omroeporganisatie RKK op zoek gaat naar de mooiste kerktoren van Nederland. Een van ’s Neerlands meest markante landschapskenmerken wordt zo geëerd met een heuse verkiezing. Het past wel in de tijd met al haar verkiezingen van wie is de mooiste, de beste, de knapste enzovoort.

Jarenlang was vooral de kerktoren de verbeelding van de aanwezigheid van de christelijke godsdienst in Nederland. Een kerk was pas een kerk als er een kloeke toren bijstond die de mensen verwees naar richting waarin mensen moesten denken. De kers op de  ‘kerktorentaart’ was natuurlijk een klok in de toren die de mensen op gezette tijden opriep voor de zondagse erediensten of andere kerkelijke samenkomsten. Maar getuige de berichten van de afgelopen tijd waar het handelt over het slechte onderhoud van verscheidene kerktorens is de toren als eken van christelijke  presentie in de samenleving op z’n minst omineus te noemen als je de soms slechte  staat van onderhoud van de torens koppelt aan de stand van het christendom in Nederland.

In een tijd waarin veel kerkdeuren sluiten en christenen hun soms beeldbepalende gebouwen met dito torens moeten verlaten om op zoek te gaan naar minder in het oog springende (multifunctionele) gebouwen is het misschien ook goed om (de soms megalomane ideeën over kerktorens – ik refereer hier aan bijvoorbeeld aan mijn eigen stad Zwolle dat eens een kerktoren had die hoger was dan die van de Dom in Utrecht)  wat nederiger en meest bijbels-christelijk georiënteerde beelden te gebruiken.

Neem bijvoorbeeld de vergelijking van het geloof met zaad: Je gooit het weg, zand erover, weg ermee! Soms ben je gewoonweg vergeten dat het er is. En ineens na verloop van tijd komt er toch een plantje uit voort, vol vitaliteit en levenskracht!

Ik zou zeggen: zaad is als beeld een stuk vruchtbaarder dan de gebakken klei waar torens meestal van gemaakt zijn en waar elke dynamiek uit is!

Het was een kort berichtje op de site van de Protestantse Kerk in Nederland waarin melding werd gemaakt van het feit dat  een delegatie uit Noordoost-Azië de Wereldbond van Gereformeerde Kerken (WCRC) heeft opgeroepen haar zorg uit te spreken over de gevaren van nucleaire technologie. Secretaris-generaal van de WCRC, Setri Nyomi, voegde eraan toe dat menselijke activiteit de schepping dreigt te vernietigen. “De Accra-verklaring heeft consequenties voor de levensstijl van christenen wereldwijd,” aldus Nyomi. In de Accra-verklaring, opgesteld door de oprichters van de WCRC, staan afspraken tussen lidkerken die streven naar economische en ecologische gerechtigheid. Met een parafrasering op de boodschap aan de gemeente van Laodicea uit Openbaring 3, riep vice-voorzitter van de WCRC, Yueh Wen-Lu christenen op: ‘Wees niet lauw en passief, maar maak het verschil’.

Mijn gedachten bleven haken bij ‘nucleaire technologie’ en ‘wees niet lauw en passief’. Natuurlijk over alle slechte eigenschappen van nucleaire technologie en de rampen die daar uit voort kunnen komen (denk bijvoorbeeld aan de kernramp in Fukushima, in 2011) moeten we zeker niet te licht denken, maar ik moest ook denken aan een van de betekenissen van nucleair, namelijk ‘tot de kern behorend’ en ‘betrekking hebbend op de kern’.

Doordat christenen zich weer richten op wat betrekking heeft op de kern van hun geloof, dus zeg maar nucleair geladen worden, blijven ze niet meer lauw en passief. Ze zullen licht kunnen uitstralen en licht kunnen zijn voor de hele wereld. Zo maken ze het verschil!

Sinds deze week wordt er dagelijks een IJsjournaal uitgezonden op tv. De verantwoordelijke omroep hiervoor is de Evangelische Omroep. Het IJsjournaal beloofd de komende tijd te berichten over de gevaren van dit bevroren water voor schaatsers als wakken, scheuren, slecht ijs en fondantijs (ijs- en sneeuwwater dat zich voordoet als ijs).  Op internet circuleert een flauw grapje dat de reden dat de EO dit programma presenteert is omdat zij veel op hebben met de Man die over het water liep.

Een andere reden die meer voor de hand ligt is gelegen is misschien het feit dat er vaak christenen, in overdrachtelijke zin, door het ijs zakken, in ieder geval volgens veel mensen. Christenen, zo wordt dan gezegd, hebben wel heel hoge normen en waarden die ze anderen opleggen, maar houden zich er zelf slecht aan; sla wat kranten op en voorbeelden te over.

IJs is bevroren water en water staat  in de Bijbel vaak symbool voor de chaos en de duisternis, waar mensen uit naar boven moeten worden getrokken. Je zou zeggen, daar blijf je zo ver mogelijk uit de buurt. Maar het gevaar trekt aan, water en ijs; ze bergen een gevaar in zich. Waarschuwingen over wakken en onbetrouwbaar ijs worden maar al te vaak in de wind geslagen.

Als je langer wilt leven is het oog tijd om waarschuwingen niet langer in de wind te slaan en het eigen IJsjournaal de Bijbel serieus te nemen.

Het is volgens mij al weer enige tijd geleden dat het programma Taxi op tv was. Taxichauffeur Maarten Spanjer ontlokte gedurende vele afleveringen aan heel wat  passagiers prachtige anekdotes en er ontsponnen zich heel wat gesprekken. Een van de meest beroemde afleveringen was die waarin Rijk de Gooijer zijn net gewonnen Gouden Kalf onder de rit zo het raam uitkieperde. Maar niet alleen in hilarische scenes grossierde het programma, ook vonden er bij tijd en wijle hele serieuze en bijna intieme gesprekken plaats.

Aan dit programma moest ik denken toen ik laatst in het plaatselijke huis-aan-huisblaadje De  Peperbus een artikeltje las met de titel Zwolse taxi als biechtplaats. Nelleke Simons, theatermaakster van beroep die haar inkomen probeert aan te vullen met een baan als taxichauffeur verteld in dat artikel dat ze regelmatig wordt vergast op bijzondere, grappige of ontroerende verhalen van haar klanten. ‘Een taxi is voor mij niemandsland’ zo verteld zij ‘Het is een land waar iedereen en niemand eigenaar van is’.

Je zou het ook zo kunnen zeggen als de kop van het artikeltje ‘taxi als biechtplaats’. De apostel Paulus werkte in Bijbelse tijden als tentenmaker om zo de kost te verdienen en te kunnen functioneren als verkondiger van het evangelie van Jezus Christus. Je zou kunnen zeggen hij maakte mobile homes voor mensen die van de ene naar de andere plaats gingen. In een taxi gaan de mensen ook van de ene naar de andere plaats. De taxi en de tent, beiden hebben ze iets tijdelijks, iets voorlopigs. Uitnodigend tot een gesprek.

Taxichauffeur en predikant zou dat een goede combi zijn…

‘Gij zult niet zuur, grof of onbescheiden twitteren’ Met deze kop besteedde dagblad De Pers vandaag aandacht aan een initiatief van Social Missie die middels een social-media-beroepscode voorgangers en andere ‘arbeiders in het kerkenwerk’ bewust willen maken van hun voorbeeldfunctie en bijvoorbeeld van het feit dar wat ooit op het internet staat er nooit meer vanaf komt.’Pas op’ is de kern ‘weet dat je 24/7  ‘arbeider’ bent!

Is dit nu een zinvolle code of is dit een middel om eigen bedrijf en trainingstrajecten  ‘in the picture’  te spelen. Voegt deze code, die men ook naar de synode van de PKN willen sturen, iets toe aan bijvoorbeeld het boek van  Eric van den Berg. Dit vorig jaar verschenen boek geeft mensen die werken in de kerk uitstekend inzicht in de mogelijkheden en gevaren van de digitale wereld.

Een beroepscodecode die de do’s en don’ts van communicatie op internet vastlegt riekt volgens mij teveel naar het oude vastleggen in systemen van wat moet en niet moet in de organisatie. de meeste werkers in de kerk hebben vaak bij de aanstelling al een gelofte afgelegd waarin ook met zoveel woorden staat dat men er rekening mee moet houden dat een ieder 24 uur per dag ‘het ambt bekleedt’.

Dat men eigen activiteiten graag over het voetlicht wil brengen, ja daar kan ik inkomen. Hoe meer trainingsbureau’s zich op deze markt willen storten, hoe beter. Maar om een een beroepscode aan te bieden aan een synode lijkt me een marketingstunt!

Nederland Missieland; ik wens dat iedere ‘kerkelijk werker’ zich in de digitale wereld wil storten om zo 24 uur per dag de goede boodschap die we te vertellen hebben ook zo de wereld wil inbrengen; Ieder op zijn of haar eigen wijs!

De maand januari staat in een aantal kerken in het teken van de actie Kerkbalans. Kerkbalans: de jaarlijkse geldwervingsactie bij de kerkleden om geld binnen te halen dat bestemd is voor de plaatselijke kerk. Al jaren staan deze inkomsten onder druk, wat dan mede de oorzaak is voor de opheffing en fusering van van verschillende gemeentes. Op zich is dit geen opzienbarend nieuws. Immers, al jaren zie we eenzelfde trend. Dit jaar echter wordt de periode van deze actie vergezeld door de uitslag van een enquête. Men heeft ondervraagden gevraagd naar hun mening of kerken gebruik mogen maken van de zogenaamde ANBI-status. Die status komt er kort-door-de-bocht op neer dat giften aan zulke instellingen aftrekbaar zijn van de belasting omdat zij een ‘algemeen nut beogende instelling (ANBI)’ zijn. Een meerderheid van de ondervraagden gaf aan dat giften aan kerken niet aftrekbaar van de belasting dienen te zijn.

Welke conclusie kun je aan deze uitslag trekken? Een eerste conclusie die je kunt trekken is natuurlijk dat er minder mensen kerklid zijn en het daarom niet belangrijk vinden dat kerkleden het voorrecht hebben hun giften aan hun genootschap kunnen aftrekken van de belasting. Een tweede conclusie die volgens mij een enorme implicatie heeft is het feit dat mensen steeds minder bekend zijn met het instituut kerk.

Natuurlijk kun je geen kerklid zijn, maar toch nog het belang inzien van een kerkgenootschap en dat het een algemeen nut beogende instelling is. Persoonlijk  heb ik bijvoorbeeld vrij weinig met sport maar ik begrijp best dat het voor veel mensen een waardevol passief of actief beoefend tijdverdrijf is. Er groeit echter momenteel een generatie mensen op die helemaal niet meer met ‘de kerk’ en ‘het geloof’ heeft. Hoogleraar Geesteswetenschappen Philip Jenkins wijst daar ook op in zijn boek Gods werelddeel. Christendom, islam en de religieuze crisis in Europa. Hij constateert dat er vanwege de verregaande verschrompeling van kerkelijke instituties er een groot gebrek aan de meest fundamentele christelijke leerstellingen ontstaat. Jenkins zegt dat ‘een kunsthandel er niet langer vanuit kan gaan dat termen als Herrijzenis en Verheerlijking bekender zijn dan de rituelen van een stam uit het Amazonegebied’. Of, om het maar naar ons toe te vertalen, dat het niet langer begrijpelijk is dat een kerk een ANBI-status heeft.

Kerkelijke instituties hebben naar hun omgeving helaas niet duidelijk kunnen maken dat veel van wat zijn doen ‘algemeen nuttig’ zijn. Het lijkt mij een oproep aan de kerk en haar leden om de tekst die ik aanstaande zondag zal bepreken namelijk over het ‘vissers worden van mensen’ uit Marcus 1 heel goed in hun oren knopen en daar uitvoering aan geven. Laat zien wat je beweegt!

Anders, zo vrees ik, zijn we snel uitgebalanceerd!

Het zijn interessante en spannende tijden voor theologen en predikanten, zeker als je behoort tot de Protestantse Kerk in Nederland.

Hebben we in december 2011 de laatste diesviering gehad van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU)  in Kampen voordat de locaties Kampen, Utrecht en Leiden de deuren sluiten om alleen nog maar verder te gaan in Groningen en aan de VU in Amsterdam, meteen daarna brak voor velen de tijd van allerlei diensten en vieringen aan rond de tijd van Advent, Kerst en Oud en Nieuw, die onder predikanten vroeger ook wel bekend stond als de Tiendaagse Veldtocht vanwege haar drukte.

De ontstoken vreugdevuren vanwege de concentratie van de opleidingsplaatsen van de PThU, die en passant ook een deel van de winkelstraat in Kampen in de as legden, waren voor synodepreses van de PKN echter niet krachtig genoeg. In een column in Kerkinformatie schreef hij laatst dat  hij op zoek is naar predikanten waar het geloofsvuur van afspat. Hij constateert dat het licht niet zelden onder de korenmaat wordt geplaatst, laten ik het interpreteren als een niet-bezielde predikant. Preses Verhoeff  zegt dat deze tijd van secularisatie vraagt om predikanten die met kracht voor hun geloof gaan staan. Op zich lijkt dit idee heel nobel, ware het niet dat hij hiermee ook een oordeel velt over de huidige generatie predikanten ook al ontkent hij dit.

Interessant zijn de maatregelen die de PKN neemt om de aanwas van jonge generatie theologen en predikanten te bevorderen. Enige tijd geleden is er, onder voorwaarden, de mogelijkheid geschapen om HBO-theologen als volwaardig predikant te laten opereren in bepaalde plaatselijke gemeentes. En onlangs kwam daarbij het tijdelijke experiment bij om een predikant aan te stellen die zijn inkomen niet vergaard uit zijn werkzaamheden als geestelijke, maar uit een nevenfunctie.  Het zijn werkelijk twee maatregelen die de aanwas van jonge theologen niet uitermate stimuleren. Immers, de huidige calculerende student zal in het huidige onderwijsklimaat waar elke studievertraging geld kost snel kiezen voor een zo kort mogelijke studie, dat is dus een HBOstudie. Daarbij komt het andere feit dat gemeentes liever een ‘goedkopere’ HBO-theoloog aanstellen dan een duurdere universitair geschoolde theoloog.  De tweede maatregel, die van de ‘onbezoldigde’ predikant oogt in eerste instantie sympathiek, maar is op de lange en middellange termijn nog kwalijker. Want, welke jonge student kan het zich in de toekomst permitteren om nog een tweede studie te volgen naast een studie theologie? Precies, niemand, want onbetaalbaar!

Het thema van de theologenconferentie van het Evangelisch Werkverband ‘meer doen met minder’ klinkt nu omineuzer dan waarschijnlijk bedoeld! Mede met dank aan het bestuur van de Protestantse Kerk !

Werkelijk, het zijn interessante en spannende tijden voor theologen en predikanten…

Voor velen waarschijnlijk ongemerkt leven we al weer in de tweede week van de Advent. Advent, de tijd die vooraf gaat aan de geboorte van Jezus Christus zoals gevierd op Kerst. Advent betekent  verwachten, in afwachting, in verwachting leven. In verwachting van de geboorte van Jezus Christus, de Verlosser van de mensheid. Kerst is  een van oorsprong christelijke feest, voorafgegaan door de Adventstijd. Vroeger ging deze tijd gepaard met een Vasten, zoals dat vaste bekend is uit de tijd voor Pasen. Vasten om zelf een ‘juiste houding’ aan te nemen om Christus gelovig te kunnen ontvangen.

Maar dat was vroeger. Tegenwoordig staat de decembermaand bij veel mensen in het teken van de hebzucht en het geld. Zelfs nu, met de (nakende) crisis is gebleken dat er voor de Sinterklaasaankopen weer meer geld is uitgegeven dan in voorgaande jaren. Dansen op de rand van de vulkaan. Mensen leven ook nu in de tijd van de verwachting. Alleen is die verwachting in veel gevallen een stuk onzekerder geworden. Zullen de verschillende crises ook het komende jaar onze huizen voorbijrijden of worden we toch bezocht door onze nachtmerrie? Maar eerst leven alsof het je laatste dag is, nietwaar!?

Is het daar allemaal mee gezegd? Zijn de (advent- en) kerstdagen voor de meeste mensen in West-Europa verworden tot een feest van vermaak en de onvermijdelijke reflectie op wat (misschien) komen gaat? En is de Advents- en Kersttijd voor een slinkende groep mensen nog een (voorbereiding op het) feest van herdenking van  de Verlosser van de wereld, Jezus Christus? En is de kerk nog in staat deze boodschap te ‘vermarkten’ of wordt Kerst alleen nog maar voorgesteld met het mierzoete en flinterdunne laagje van de boodschap Vrede op aarde en liefde voor iedereen om je heen? Zit de kerk te zeer vast aan haar ‘status’ die ze eens had, namelijk dat ze ertoe deed in de samenleving, en heeft ze haar corrigerende taak ingeruild voor een algemeen aanvaardbaar, hap-slik-wegevangelie? Hoogleraar christelijke ethiek Samuel Wells en gevierd Amerikaans voorganger Tim Keller hebben het beide over wat door sommigen omschreven wordt als grootste zonde van christendom: macht. Wells legt uit in dat het christendom het daarom ook zo moeilijk vindt zich neer te leggen bij haar West-Europese neergang  in onze tijd. Ooit was ze een Goliat die optrok met de machthebbers van deze wereld. Haar originele rol van David, onaangepast aan de tijd en niet-populair,  staat haar in wezen niet aan en ze moet zich daar tegen heug en meug bij aanpassen. Keller laat zien vanuit de Bergrede zien dat de voor christenen de regels van de wereld – het verwerven van geld, macht en status – in feite minder belangrijk zijn je toekomst in Gods Koninkrijk waarvan onder andere lijden een voorteken is. Helaas heeft de geschiedenis aangetoond dat de kerk en haar leden vaak net echte mensen zijn.

Advent 2011. Leven in ver- en afwachting. Voor ons allen: wachten op wat komen gaat. Voor veel mensen is dat een onvermijdbare toekomst, die – als je de berichten in de media moet geloven – er inktzwart uitziet. Zonder hoop, zonder uitweg… Voor mij een leven in de hoop, uit het geloof dat Jezus Christus eens de wereld verlossing heeft aangezegd. Ook ik, inmiddels ruim drie jaar werkloos en met weinig zicht op vaste arbeid voor ogen, ben ervan overtuigd – om het met Kellers woorden uit Kruistocht te zeggen – dat ik ten dans wordt uitgenodigd wanneer ik in relatie wil leven met God. Want ook ik ben Gods geliefde kind, waarin Hij vreugde vindt en dat een geweldige toekomst tegemoet gaat.

‘Kruistocht. Het leven van koning Jezus’ is het nieuwste,  in het Nederlands vertaalde,  boek van de Amerikaan Tim Keller. Keller is stichter en predikant van de Redeemer Presbyterian Church in Manhattan. Met Kruistocht verteld Keller het leven van Jezus zoals dat ons verteld wordt in het Evangelie volgens Marcus. Het geheel resulteert in een commentaar op dit Bijbelboek, heel handig zo aan het begin van het ‘Marcusjaar’ volgens het oecumenisch leesrooster.

Keller probeert in Kruistocht de gang van Jezus  door het aardse leven te schetsen vanuit het perspectief van de eerste christenen. Welke impact had deze boodschap op deze eerste hoorders en lezers. Om dit te bereiken schildert de auteur een levendig beeld van de maatschappij in die dagen. Je wordt als het ware meegenomen in de christelijke radicaliteit verwoord in het Marcusevangelie.   

Keller stelt dat de radicaliteit van het christendom onder meer daarin ligt dat de logische volgorde steeds weer wordt omgekeerd:  het grootste probleem in je leven is bijvoorbeeld niet  wat je overkomen is, wat anderen jouw hebben aangedaan, maar het probleem is hoe je daarop gereageerd hebt.  Een ander voorbeeld: de meeste godsdiensten volgen een zelfde soort opbouw van ten eerste gehoorzaamheid en daarna pas acceptatie. In het christendom wordt deze ‘logische’ volgorde op z’n kop gezet. Ik weet  mij ten volle geaccepteerd in Jezus en daarom ben ik gehoorzaam.  Of, als je verantwoording wilt afleggen over alle verkeerde dingen in je leven, dat maakt je alleen maar een religieus mens. Maar als je werkelijk  een band met God wilt hebben dan dien je verandering te brengen in hoe je omgaat met de jouw gegeven talenten en successen. Je moet dus verantwoording afleggen over hoe je met de goede dingen in je leven omgaat.

Dit zijn zo een paar voorbeelden die Keller verder uitwerkt in Kruistocht die, mij in ieder geval, vanuit een ander perspectief laten kijken tegen de radicaliteit van het evangelie van Jezus Christus.

Naar aanleiding van Tim Keller Kruistocht. Het leven van koning Jezus, 2011. ISBN 9051944241

Het is een feit: een meerderheid van de Tweede Kamer heeft een motie aangenomen waardoor het weigerambtenaren het wordt verboden om zogenaamde ‘homohuwelijken’ niet te willen sluiten.

Mijns inziens staat dit besluit op gespannen voet met de vrijheid van meningsuiting/godsdienst. Wat is het geval: destijds is er een wet aangenomen waarin gesteld werd dat niet hetero’s ook in het huwelijk konden treden. in de wet werd er een uitzondering gemaakt: mensen die vanuit hun persoonlijke overtuiging geen ‘homohuwelijken’ wilden sluiten, konden dit weigeren, mits er in de desbetreffende gemeente wel een ambtenaar zou zijn die het betreffende stel wel wilde trouwen.

Goed besluit… zou je denken… mensen kunnen trouwen en andere mensen kunnen weigeren…

Maar een aantal mensen en organisaties hadden uiteindelijk problemen met dit besluit. Een overheid dient te allen tijde neutraal zijn, dus iemand met gewetensbezwaren ten aanzien van een bepaald punt  mag zich niet uiten. Gedogen, althans al dat bepaalde personen en overtuigingen aangaat is uit. Het aloude Nederlandse begrip voor minderheden lijkt tot uitsterven gedoemd te zijn.

Alweer in 1996 schreef het duo Fluitsma & van Tijn een lied voor een commercial over de Nederlanders met het volgende refrein

15 Miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die schrijf je niet de wetten voor
Die laat je in hun waarde
15 Miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die moeten niet `t keurslijf in
Die laat je in hun waarde

Nu de macht aan de meerderheid, het keurslijf voor een ieder, wetten schrijf je voor iedereen (sic!), geen gedogen, gewetensdwang in plaats van gewetensvrijheid! De befaamde Nederlandse tolerantie wordt zo steeds meer aan banden gelegd. Worden we daar met z’n allen gelukkiger van?