Tsja, de grote kindervriend mag dan heel populair zijn; hij werd bij de grote vaccinatiecampagne tegen de Mexicaanse griep bij sommige inentingscentra toch buiten de deur gehouden. De reden: Kinderen zouden de grote kindervriend associëren met de pijn en de stress van de prik. En vervolgens zag je op tv prachtige plaatjes waarin jonge gezinnetjes – vader, moeder en kind in de eventuele buggy – de centra binnenrijden. Vader en/of moeder hadden speciaal vrij genomen om deze speciale dag met elkaar te beleven. In de ‘spuitcentra’ werden ze opgewacht door een aantal  ingehuurde ‘cliniclowns’ die leuk liedjes zongen om het wachten te veraangenamen. Nee, dit was veel beter dan Sinterklaas; nu zal het kind elke keer dat vader en moeder samen vrij hebben en iets ‘leuks’ willen doen met hun kind meteen ‘vlinders in de buik’ krijgen van de stress en de associatie met de griepprik. En ik raad ouders aan de komende tijd geen clowns op kinderfeestjes in te huren. Het feestje kan dan weer heel wat trauma’s boven water halen.
Volgens mij is het oude sinterklaasliedje  Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe dan toch een beter alternatief: wie niet gaat huilen bij de prik wordt beloond (ooit werd mij dat ook voorgehouden) en anders zwaait er wat…
Ook oude kerkelijke tradities staan in deze tijd van de Mexicaanse griep onder druk. Dan heeft de laatste tijd voor een aantal andere opmerkelijke berichten geleid. Zo is er een Italiaanse ondernemer ingesprongen op de angst voor de Mexicaanse griep: met een sproei-installatie om je handen te wassen, gevuld met heilig water. De Italiaanse ondernemer Luciano Marabese heeft, uit bezorgdheid dat kerkelijke tradities verwateren door de Mexicaanse griep, een variant geïntroduceerd door zeepdistributeurs in openbare toiletten. Het gaat om een sproeimachine die automatisch heilig water over je handen sprenkelt als je je handen onder een sensor houdt. De machine wordt inmiddels gebruikt bij kerkbezoek in het Noord-Italiaanse stadje Fornaci di Briosco, met de zegen van priester Pierangelo Motta. Katholieken in Italië dopen hun handen bij het kerkbezoek doorgaans in een bassin met heilig water – dat wil zeggen: water dat is gezegend door een priester. Maar de komst van de Mexicaanse griep heeft velen huiverig gemaakt voor dit ritueel, vanwege het potentiële besmettingsgevaar. De watersproeier van Marabese biedt een hygiënische oplossing om de kerktraditie in ere te houden. In het Spaanse Toledo worden andere maatregelen genomen Tijdens de feesten ter ere van de stadspatrones de Virgen del Sagrario gevierd kunnen de inwoners haar niet, zoals de traditie al vier eeuwen betaamt, kussen. Het stadsbestuur vreest namelijk dat de maagd op die manier in een broeinest voor de Mexicaanse griep verandert. Dus wordt naast haar beeld in de kathedraal een medaille van de maagd neergelegd die gelovigen mogen aanraken om vervolgens hun vinger te kussen, mits ze natuurlijk van tevoren hun handen wassen. Ook in de kathedraal van Santiago de Compostela, waar pelgrims dagelijks de heilige Jacobus kussen, wordt overwogen om die gewoonte even stop te zetten om hygiënische redenen.

Maar daar houdt het gevaar niet op. In het dagelijkse leven kunnen kledingstukken een bron van besmetting vormen. Frankrijk gaat steeds verder in zijn pogingen om besmetting met de Mexicaanse griep te voorkomen. Zo heeft een verzekeringsbedrijf uit Parijs zijn werknemers verboden om nog langer stropdassen op het werk te dragen. Dat schrijft de Franse krant Le Parisien. ‘In tegenstelling tot hemden worden stropdassen nauwelijks gewassen’, aldus de bedrijfsleider van de verzekeringsmaatschappij. Volgens de krant zouden de zevenhonderd werknemers van het bedrijf zich keurig aan het verbod houden. Zou je dit overzetten naar kerkelijke kleding dan zou ik toch bij mijn predikanten willen informeren hoe het zit met hun stola’s…

Nog meer voorzorgsmaatregelen: Vorige week verbood een gemeente in Bretagne de schoolkinderen al om nog de traditionele kus op de wang te geven als begroeting. Bovendien heeft Frankrijk al een deurknop die niet langer met de handen bediend moet worden, maar waarvoor de onderarm gebruikt kan worden.

Toch spreken mij de op handen zijnde maatregelen tegen besmetting met de Mexicaanse griep van de kerkgemeenschap van Karlskoga in centraal Zweden het meest aan. In de parochies in het noordelijke Piteà wordt nog gedebatteerd over de vraag om de fletse of alcoholvrije wijn in de communiebeker te vervangen door een sterkere soort. Want: hoe meer alcohol de wijn bevat, hoe meer microben er gedood worden wanneer de kelk van mond tot mond wordt doorgegeven. Dat is althans de achterliggende idee.

Wat mij betreft moet je hierbij het zekere voor het onzekere nemen. Ik stel dan ook voor om in deze duistere tijden de wijn tijdelijk door whiskey, cognac of wodka te vervangen. Een alcoholpercentage van rond de veertig procent, daardoor leggen alle micoben en bacteriën volgens mij het loodje…

Lijkt me dan wel aan te bevelen om na de viering op te letten met verkeerscontroles…

Volgens mij een werkelijke jobstijding voor de de verkoop van ‘groene’ en biologische producten. Volgens een kleinschalig onderzoek gehouden in opdracht van het Voedingscentrum kiest meer dan de helft van de Nederlanders door de kredietcrisis voor goedkoper eten uit de supermarkt. En de ervaring leert dat dan meestal de biologische producten niet worden gekocht. Immers, het idee bestaat dat deze producten duurder zijn. Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral schreef Bertolt Brecht in de Dreigroschenoper. Eerst het eten, dan de ethiek. Ethiek blijkt een luxegoed te zijn; dat is ook niet verwonderlijk. De primaire levensbehoefte dient eerst te worden gelenigd voordat men aan ethische afwegingen toekomt. De ‘kiloknaller’ lonkt uitnodigend als je toch wat meer op je geld moet letten. Voedingsproducten die goedkoop zijn – en meestal minder ethisch verantwoord zijn geproduceerd – zullen in de winkels meer aftrek vinden. Een oplossing zou er misschien moeten komen van de overheid. Door ethisch minder verantwoorde producten extra te belasten of een andere financiële prikkel. Maar het lijkt of de politiek zich momenteel concentreert op andere zaken.  Dat zie je volgens mij op vele terreinen: de overheid vindt haar taak om het land op andere aspecten te helpen belangrijker dan de mensen er van bewust te worden dat het hyperconsumeren niet langer door kan gaan. Op internationaal gebied hoef ik maar te wijzen op de plannen van de regering Obama. Nu er toch wat grote offers moeten worden gebracht, worden de beloftes die gedaan zijn ineens minder concreet.

Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral…

In het communicatieplan van de Protestantse Kerk in Nederland staat dat de ‘merk’naam Protestantse Kerk moet worden voorzien van de payoff (motto) geloof – hoop – liefde. Het ‘sterke merk’  Protestantse Kerk moet iedereen, ‘van heavy- tot medium-users’  weer in het hart raken,  zo staat het in het nieuwe communicatieplan van de kerk. Uitgangspunt is dat er in de kerk ‘opnieuw gedrevenheid is ontstaan om mensen in aanraking te brengen met het evangelie van Jezus Christus’. Protestantse Kerk in NederlandZichtbaarheid, helderheid, raken en verbinden, maar ook heavy users (regelmatige kerkgangers  worden aangeduid als ‘heavy-users’  en mensen die wat minder in de kerk komen als ‘medium-users’) , klantenpanel, corporate communicatie en pay-off.

Ik vraag me af of een kerk die zich zo moet beroepen op en moet uitdrukken in marketingtermen niet voorbij kijkt aan waar het werkelijk om gaat in de kerk: Gods liefde in Jezus Christus. Als we dat kunnen uitdragen dan zullen geloof, hoop en liefde overwinnen en zal dat ook een uitstraling hebben naar mensen om ons heen.

Een zin uit een oud spelletje waarbij degene die zijn ogen dicht had moest raden wat de ander zag. Er mochten dan vragen worden gesteld waar dan ja of nee op werd geantwoord.
Ik moest daar aan denken toen ik het bericht las dat christenen de zoektocht van veel mensen die op zoek zijn naar waarde, inspiratie en naar het goddelijke op een afstandje blijven staan toekijken naar hoe die mensen zoeken zonder zich in het gesprek te mengen.
Eigenlijk best gek: de kerk die eeuwenlang grossiert in het mysterie blijft ineens opvallend stil.
Veel mensen weten van gekkigheid niet meer waar ze het moet zoeken en christenen die de mensen werkelijk iets te vertellen hebben, blijven stil.  Dat zie je duidelijk in deze Maand van de spiritualiteit. Juist nu zie je dat veel mensen allerlei boeken en tijdschriften lezen om te ‘herbronnen’ of wat voor woorden ze er ook aan geven.   Maar wij christenen, mensen die God mogen ervaren en kunnen kennen spelen met de rest van de wereld Ik zie, ik zie wat jij niet zietopstaan!
In de Bijbel zegt Jezus de velden zijn rijp om te oogsten en wij christenen blijven hier in Noordwest-Europa een beetje binnen zitten; te kniezen over verloren invloed en dalend ledenaantal. Wij zijn bang dat onze boodschap toch dringend en dwingend overkomt. Terwijl het voor onszelf een levenswijze is waarin we rust, ruimte en vrijheid vinden… We beleggen vergaderingen om het tij te keren, maar we duiken weg als ons wordt gevraagd naar wat ons beweegt.
Hoe kunnen we nou scheiden van ons dagelijks functioneren wat ons in essentie beweegt?
Of beweegt het ons niet meer…?

Je kon er op zitten wachten: het boekje God is gek. De dictatuur van het atheïsme van Kluun zou reacties opwekken. Gisteren werd in de NRC de aanval ingezet door de zelfverklaarde verdedigster van de atheïstische waarden Elsbeth Etty. Bijna gesmoord door het oorverdovende geluid van allerlei religieuze geluiden probeert zij haar mening te verkondigen.  Want de seculiere samenleving ligt onder schot zo zegt zij.

Het idee van Kluun was om een boekje te schrijven over de manier waarop zijns inziens de ‘opiniërende, gezaghebbende media’ het christelijk geluid wegzet als achterhaald. Hij vindt dat een, gezien de cijfers, klein deel atheïsten een luid lawaai laat horen tegenover de meerderheid van de Nederlanders die ergens in gelooft.Atheïsme vooruitgang?

Op haar geheel eigen wijze zet Etty Kluun als een zielige rouwende weduwnaar weg. Kluuns argumentatie reikt niet verder dan de gedachte dat zijn overleden vrouw ergens voortleeft. Het is hem gegund daar troost uit te putten, al vraag ik me af waarom deze persoonlijke rouwverwerking een rol zou moeten spelen in een openbaar debat zo schrijft zij.
Maar dan analyseert zij de portee van Kluuns essay. De vraag is welke rol de godsdienst in het publieke domein zou moeten spelen is volgens haar de kern van Kluuns boodschap. Ja, en dan komt Etty pas goed op stoom. De godsdienst een rol spelen in het publieke domein? Atheïsten hebben helemaal geen probleem met God en zijn volgelingen, als zij hun religieuze opvattingen maar niet inbrengen in het publieke debat. Want laten we eerlijk zijn, godsdienst kan omslaan in mentale gestoordheid die de vorm aanneemt van religieus fanatisme.  De mens die gelooft dat God de wereld bestiert, beperkt zijn eigen verantwoordelijkheid. Dat is de basis voor totalitaire interpretaties van het christendom, de islam en andere godsdiensten, interpretaties die vijandig zijn aan het individu. Dus scheiden die twee!!

Chapeau, mevrouw Etty, zou ik zeggen, voor het zo platslaan van christelijke ethische drijfveren! Volgens mij hebt u het christendom niet goed begrepen. Vrije wil is binnen het christendom een groot goed. Christenen zijn geen robots die zonder eigen wil doen wat een goddelijke entiteit hen voorschrijft. Christenzijn betekent voor veel gelovigen een niet van het dagelijks leven te scheiden fundament dat hun leven bepaald.

Volgens Elsbeth Etty is de samenleving voortgeschreden en heeft zij de gedachten dat er een God is een boodschap heeft voor mensen achter zich gelaten. Bescherming van de beginselen van de seculiere democratische staat, zo stelt Etty, is urgent nu wij te maken hebben met de gevaren van een terugval in een politieke interpretatie van religies, die hun waarheden aan de samenleving pogen op te leggen en daarmee de politieke vrijheid, voorop de vrijheid van het individu en de vrijheid van denken over ethische vraagstukken, in de waagschaal stellen. Ik vind het verbazingwekkend dat Etty er van uitgaat dat de stem van religies in het ethische debat meteen betekent dat zij ook de haar ideeën aan een hele samenleving kan en wil opleggen, laat staan de politieke vrijheid wil inperken. Persoonlijk vind ik dit een reflex van iemand die nog steeds denkt vanuit een soort ‘zestigerjaren-‘wereldconstellatie.

En dan aan het eind van haar colum haalt Etty de (atheïstische) Duitse filosoof  Jürgen Habermas van stal die betoogt dat niet-gelovigen bereid moeten zijn positieve religieuze intuïties te erkennen. Religie is immers ook een bron van altruïsme, naastenliefde, vredelievendheid, beschaving, kortom van waarden die volgens Habermas niet slechts passief behoren te worden geduld in een seculiere staat, nee, zij moeten actief worden gerespecteerd en gewaardeerd.

Elsbeth Etty vraagt zich dan af of Kluun dit bedoeld heeft. Beste lezer, dan vraag ik me af waarom mevrouw Etty haar immer vileine pen in de bittere gal moest dopen om deze column te schrijven. Had zij het essay van Kluun beter gelezen dan had zij haar bittere woorden achterwege kunnen laten!

 

Vanmorgen viel met een plof het Filosofie Magazine op de deurmat. In het kader van de Maand van de Spiritualiteit die in november van start gaat, wordt het woord gegeven aan Kluun, de schrijver van het essay met als titel God is gek, in het kader van deze maand.  Naar aanleiding van het aforisme van Friedrich Nietzsche – dat tevens fungeert als titel van deze column – reflecteert hij over de positie van christenen in de huidige samenleving. NietzscheFriedrich Nietzsche  (Röcken, 15 oktober 1844 – Weimar, 25 augustus 1900) wordt vaak gezien als ‘vader’ van de God-is-doodtheologie. Ik vind dit echter te kort door de bocht; alsof God zijn tijd heeft gehad en zomaar weggegleden is in de vergetelheid. Nietzsche probeert te verduidelijken dat het de mens is die God heeft gedood. Dit komt tot uitdrukking in het volgende citaat uit Nietzsches De vrolijke wetenschap.

Hebben jullie nog niet van die dolle mens gehoord, die op klaarlichte dag een lantaarn aanstak, de markt op liep en onophoudelijk riep: ‘Ik zoek God! Ik zoek God!’ Doordat er vele mensen samen stonden die niet in God geloofden, wekte dit groot gelach. ‘Is hij soms verloren gelopen gegaan?’ zei de ene. ‘Is hij verdwaald als een kind?’ vroeg de andere. ‘Of heeft hij zich verstopt? Is hij bang voor ons? Misschien is hij wel geëmigreerd?’ Zo schreeuwden ze door elkaar en vermaakten zich. De dolle man sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. ‘Waar God heen is?’ riep hij, ‘Ik zal het jullie eens zeggen! Wij hebben God vermoord, jullie en ik! Wij zijn allemaal zijn moordenaars! […] Dwalen we niet als door een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller? Moeten er ’s morgens geen lantaarns aangestoken worden? Horen we nog niets van het lawaai van de doodgravers, die God begraven? Ruiken we het goddelijk ontbindingsproces nog niet? Goden ontbinden ook! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!

‘Het is de godsdienst die God verstikt’ ‘Wij hebben God vermoord’; het zijn twee uitspraken die mijns inziens wel dezelfde kant uitwijzen. Om het kort te zeggen: vanaf de Verlichting hebben we als mensen geprobeerd de hele wereld te verklaren en dat waar geen verklaring voor was, wordt vaak als ‘niet bestaand’ van de hand gewezen. Ook God valt voor een aantal mensen in die tweede groep: niet bewijsbaar, dus niet waar. Hoewel een groot aantal Nederlanders gelooft – in een persoonlijke christelijke God of in iets anders – wordt ons door een aantal opiniemakers, de ‘Pauw & Wittemannen’ van deze wereld, voorgehouden dat ‘geloven’ je reinste kolder is en dat dat de algemene opvatting is. Dat geldt zeker voor wat men noemt orthodoxe christenen, deze worden vaak voor ouderwets en dom versleten. Dat zei radiopresentator Govert van Brakel laatst ook in een interview in het Nederlands Dagblad over de uitingen van de NOS over christenen. ‘Het toontje om orthodoxe christenen weg te zetten als belachelijk, is te makkelijk’ zei Van Brakel.

Hier raken we ook meteen aan het tweede citaat ‘de godsdienst heeft God verstikt’.  Dat heeft niet alleen te maken met de rol van de kerk in de geschiedenis, maar ik merk ik mijn omgeving ook dat een aantal mensen zeer allergisch geworden zijn voor dogma’s die op mensen verstikkend overkomen. Dit is volgens mij een uitdaging aan de kerk. Niet zozeer om dogma’s overboord te zetten, maar om die dogma’s ‘bij de tijd’ te brengen. Tevens zal de kerk ook het maatschappelijk debat weer moeten opzoeken, om te laten zien dat het christelijk geloof niet iets wat volkomen buiten de samenleving staat, maar een terzake doende opvatting heeft over zaken die mensen dagelijks bezighouden.

‘Het is koud en donker geworden zonder God’. Ik hoop dat ‘de kerk’  in de komende tijd de warmte en het licht mag laten zien van God als de grond van ons bestaan.

Want in hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.

De laatste tijd probeer ik heel regelmatig een nieuwe column op mijn blog te publiceren. ‘Even mijn ding doen’ zou je kunnen zeggen in vaagtaal Vaagtaal. Door ‘out of the box’ te denken wil ik af en toe bepaalde onderwerpen aan de orde brengen of op een bepaalde manier belichten. Zo wil ik gewoon een stukje van mezelf op het internet achterlaten. Zo blijf ik dicht bij mezelf. Misschien een beetje proactief,  maar ‘what ever…’

Erg mooi, zeg maar

 

Met recht een opmerkelijk bericht:

Zweedse automobilisten kunnen in het plaatsje Tärnsjö vanaf vrijdag 9 oktober benzine tanken. De Zweedse Kerk opent dan zijn eerste tankstation. De pomp zal feestelijk worden geopend met toespraken en liederen van een kinderkoor. Het tankstation is het eerste in Zweden dat door een kerk in bedrijf is genomen. benzinepompDe parochianen zijn verantwoordelijk voor het runnen van de pompen. Later dit jaar opent een winkeltje, dat wordt verhuurd aan een andere partij. Het tankstation was een noodzaak voor het dorp met 1200 inwoners. Sinds winter 2008/2009, toen het laatste tankstation zijn deuren sloot, moesten bewoners omrijden om te tanken. ‘Ons eigen tankstation is belangrijk voor het overleven van het hele dorp’, zei Per Eriksson van het parochiebestuur.

Wat kunnen we van dit bericht leren: ten eerste denk ik dan dat de kerk probeert haar ramen en deuren naar de buitenwereld te openen en weer terug te gaan naar de oorspronkelijke betekenis van religie. Religie is namelijk afgeleid van het Latijnse woord religare, dat wil zeggen verbinden. De kerk wil in verbondenheid met alle mensen bestaan en die onderlinge verbondenheid propageren. Een aangelegen punt is dan naastenliefde. Sinds afgelopen winter was er geen tankstation meer in het betreffende plaatsje. De kerk wilde hier voorzien en opent een tankstation. Dit initiatief is belangrijk voor het overleven van het hele dorp zo werd dat gezegd. Door het tankstation kunnen mensen in hun dorp hun auto’s weer volgooien en ook de onderlinge band met elkaar bewaren. De laatste buurtpraatjes kunnen weer worden uitgewisseld en zo kan de onderlinge band in stand worden gehouden. Wat mij betreft een uitstekend voorbeeld van hoe de kerk ook in deze down to earth-zaken er kan zijn voor de omgeving.

Tevens zie ik hier ook een mogelijkheid voor mijn eigen steeds groener wordende Protestantse Kerk. Ook de PKN heeft nog vestigingen in steeds leger lopende dorpjes waar verscheidene basisvoorzieningen niet meer aanwezig zijn. Open een tankstation voor (bio)brandstoffen – biobrandstoffen zou natuurlijk enorm goed aansluiten bij het ‘groene’ beeld dat de PKN wil uitstralen –  en open er een winkeltje bij waar onder andere FairTrade-producten worden verkocht.

En wie weet wordt tanken bij de kerk dan op termijn ook weer eens tanken in de kerk…

Vanavond kun je op tv kijken naar een nieuwe editie van de Nationale Bijbeltest, een initiatief dat is opgestart bij de introductie van de Nieuwe Bijbelvertaling in 2004. Vanavond zal deze Bijbeltest in een nieuw jasje op de tv worden gebracht onder een nieuwe naam: de Grote Bijbelquiz. Volgens de presentatoren: meer inhoud, minder show. Want het showelement is niet nodig, men hoeft geen mensen te teasen om de Bijbel te lezen, want de meeste kijkers hebben sowieso interesse in de Bijbel. Vanavond wordt de aandacht meer gelegd om de verbinding van de Bijbelse cultuur met onze wereld en cultuur.

Een van de presentatoren is Jacobine Geel, theologe en presentator die namens de NCRV aan het project deelneemt. Als theologe onderzoekt ze voortdurend ‘de band tussen de Bijbel en de door dat boek geïnspireerde traditie en mijn eigen tijd.’ Ook preekt ze af en toe. Ze ‘verbaast’ zich erover dat ‘dat eeuwenoude boek blijft spreken; Het zet aan tot nadenken, en soms knaagt het aan m’n geweten.’ Voor Geel is de Bijbel vooral een boek ‘om mee in gesprek te zijn, geen boek met recepten voor hoe nu te leven’. B.I.J.B.E.LTegelijkertijd wil ze zich ‘zelfs af en toe laten gezeggen door de Bijbel.’ ‘Een vraag als: ‘wie is uw broeder?’ daagt uit om uit je kleine wereldje te stappen en te kijken naar het grote geheel. ‘We willen overbrengen dat de Bijbel voor ons een boek van waarde is. Het is het mooiste als het boek gaat leven voor mensen.’

Eerlijk gezegd vind ik dit mooie vrome woorden, maar voor mij persoonlijk blijft het bij mij kriebelen: als je Bijbel ziet als mooi boek met verhalen die soms aan je geweten knagen, waarin ontstijgt de Bijbel dan de andere ‘wijsheids-‘literatuur?

Vandaag was er weer een bijeenkomst van de Club van Rome: een aantal wetenschappers, staatslieden en zakenmensen die zich zorgen maken over hoe de mensen omgaan met de wereld. In de jaren zeventig van de vorige eeuw waren ze een belangrijk podium voor het uiten van de zorg voor het behoud van de aarde en met hun rappan_inconvenient_truth_by_al_goreort Grenzen aan de groei. Natuurlijk gaf men ruiterlijk toe dat een aantal zaken destijds verkeerd was ingeschat. Te denken valt hierbij aan waarschuwing omtrent de verzuring van de bossen. Uiteindelijk bleek het proces door de implementatie van ingrijpende milieumaatregelen te keren. Maar aan de andere kant hebben zij destijds al de noodklok geluid over de excessieve zelfverrijking van bepaalde personen in het bedrijfsleven. Met deze uitwas van het kapitalisme heeft de wereld het afgelopen jaren op zeer hardhandige wijze kennis gemaakt. Het doel van het gezelschap  met de huidige bijeenkomst is het opstellen van een declaratie die de regeringsleiders, die in december op de Klimaattop in Kopenhagen samenkomen, moet overtuigen tot een duurzame inrichting van de maatschappij te komen. Want zo is hun gedachte: de klimaatcrisis is eigenlijk vele malen ernstiger dan de economische crisis.

Ook was vandaag de volgende aflevering te zien in wat zich ontwikkelt tot een ware soap, de rechtszaak rondom Laura Dekker: het meisje dat zo snel mogelijk wil beginnen aan haar zeilreis rond de wereld. Haar naam eer aandoend wil ze een overwinning op haar naam zetten, namelijk dat ze de jongste zeilster wordt die de wereld rondzeilt. Op de zeepbel die rond haar verhaal is ontstaan ploppen er allerlei nieuwe initiatieven op: men wil er misschien een reality-soap van maken en een boek over schrijven.

Men is er nog steeds niet over uit of een meisje van dertien of veertien in haar eentje de wereldzeeën kan overzeilen en of zij als veranderende puber dat allemaal zou aankunnen? Als je de de dreigende taal van de Club van Rome serieus neemt komt daar volgens mij nog een extra uitdaging bij: natuurlijk zal Laura veranderingen doormaken, maar ook Nederland zal de komende tijd in rap tempo kunnen veranderen. Misschien kan zij straks aanmeren in de zeehavens van Amersfoort? Of nog erger: als de berekeningen van de doomsdaydenkers uitkomen zal er medio 2012 nog sowieso weinig aan te meren overblijven…