Soms is het goed, wanneer de mens even moet wachten.
Want wij mensen leven vaak veel te gehaast.
Wij hebben geen tijd meer om te ‘wachten’,
om even tot bezinning te komen,
het even laten bezinken, tot inkeer komen
en alles opnieuw op een rijtje te zetten.
Zeker de grote dingen en beslissingen in je leven
hebben een tijd van wachten, verwachten, nodig.
Voorbereiding, bezinning, wikken en wegen.
Zo wachtte Johannes de Doper in de woestijn
en Jezus deed dat ook, veertig dagen lang.
En Israël moest 40 jaar wachten,
voordat zij het Beloofde Land mocht binnentreden.
En Paulus moest na zijn bekering 6 jaar wachten in de Arabische woestijn.
De woestijn is dus een wachtplaats,
waar mensen zich zelf leren vinden
en hun roeping en bovenal God Zelf!
Het is goed voor een mens om even in de woestijn te moeten verkeren,
letterlijk en figuurlijk.
In het Koninkrijk van God zijn tijden en gelegenheden,
maar ook wachttijden.
Laten we daar maar eens op letten!

Maar ‘wachten’ hoeft niet te betekenen, dat je dan niets doet.
Het is niet wachten op de trein of de bus.
Met de handen over elkaar!
Nee, je kunt in die tijd al vast vooruit lopen
op wat er gaat gebeuren.
Dat zie je hier bij de discipelen.
Zij werden actief:
‘Zij gingen naar de bovenzaal, en daar bleven zij eendrachtig bijeen.
(…) vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed.’
ten eerste springt het woord ‘eendrachtig’ er uit.
Allemaal zijn zij verdrietig, allemaal hebben zij troost nodig,
allemaal hielden zij zoveel van de Heer.
En dat verbindt hen, maakt hen eendrachtig.
Zij denken niet meer aan zichzelf,
maar aan de Meester
en hadden daarin ook oog voor elkaar, voor elkaars verdriet.
Eén gevoel leeft er in ieders hart, éénzelfde gemis houdt hen samen,
éénzelfde hoop houdt hen staande:
de vervulling van de belofte van de Vader.
Zij denken aan het afscheidswoord van de Heer:
‘Ik zal u niet als wezen achterlaten, zie, Ik kom tot u!’
Zo voelen zij zich ook, als wezen,
Daarom – ten tweede – volharden zij zo in het gebed:
zij bleven bidden dat de Heiland maar weer tot hen mag komen!
En zo wordt ook het verlangen in hen gewekt,
het verlangen naar de Geest,
die Jezus beloofd had. De Trooster,
Die hen in alle waarheid zou gaan leiden.
Wat hadden zij Die nodig!
Want, eerlijk gezegd, zij begrepen er niet veel van.
Er zou ook aan de discipelen nog heel wat uit te leggen zijn.
Ook daar hadden zij de Heilige Geest voor nodig.
Net als wij.
Die Geest moet ons de woorden van de Heiland indachtig maken
en ook Zijn daden en wat er met Hem is gebeurd.
Daar moeten ook wij om bidden.
Eendrachtig, ja, alle kerken en gelovigen met elkaar!

Zwolle, Sassenstraat 5 ‘Hij weet niet wat hij verliest, die het tijdelijke voor het geestelijke kiest. Als het komt op en scheiden, soo heeft hij geen van beiden’

 

Lopend door mijn eigen stad, Zwolle,
kom je nog weleens gevelstenen tegen
met een afbeelding of een opschrift zoals de bovenstaande.

Je zou dit opschrift ook zo kunnen vertalen:

Wat baat het een mens
als hij de hele wereld wint,
maar zijn eigen ziel verliest?

Het blijft toch een enorme aantrekkingskracht hebben:
macht en (extreme) rijkdom.
Maar mijn eerste gedachte is dan
dat mensen mensen zijn,
en dat rijkdom
niet al onze problemen oplost.
Er is in feite veel meer armoede,
zowel fysiek als spiritueel,
dan op het eerste gezicht lijkt.

‘Wat baat het een mens als hij de hele wereld wint,
maar zijn eigen ziel verliest?’
Het lokt ons streven uit:
degenen met weinig en zij met veel.
Wij denken vaak dat meer meer beter is.
Onze maatschappij voedt de strebers op,
en in die jacht op rijkdom beweren sommigen
dat zo onze maatschappij zijn ziel verliest.

De maatschappelijke ratrace heeft je geld afgepakt,
of je gedwongen om meer om geld te geven
dan je anders zou hebben gedaan.
Met andere woorden:
de wereld veroveren betekent je ziel verliezen.

Maar zelfs die indicatoren van mainstream rijkdom
en een eigen versie van cool zijn onzeker,
want economische turbulentie
brengt zomaar ook de veronderstelde fundamenten
van rijkdom aan het wankelen.
Rijkdom heeft een diepere basis nodig dan geld.
En de ziel heeft een warmere basis nodig dan coolness.
Men is op zoek naar oppervlakkige liefde
dat is wat het menselijk hart echt, echt wil.
En veel mensen denken dan:
‘weet je, als ik het geld heb en ik koop de spullen,
dan krijg ik meer liefde.’

Rijkdom, en ik zou zeggen coolness,
zijn bemiddelaars voor deze liefde.

Als christen zou ik zeggen dat
zorgen voor de ziel
betekent je openstellen
voor een liefde die veel rijker is
dan wat er aan de oppervlakte is.
Onze innerlijke vastberadenheid in wat ons drijft
en waar we ons aan wijden,
weegt veel zwaarder
dan de uiterlijkheden van het leven.

Ik heb mensen gezien die verblind waren door hun eigen rijkdom
en anderen die er totaal niet van onder de indruk waren.
En hoewel de meesten van ons
graag zelf zouden willen ontdekken
dat rijkdom een bedrieger is,
zijn zowel rijkdom als coolness irrelevant
wanneer de kist in de grond zakt.

In de Bijbel kom je in Mattheüs 19
een verhaal tegen dat goed aansluit
bij de levenswijze van
sommige mensen in onze tijd:
Toen een rijke jongeman,
overtuigd van zijn eigen goede leven en waardigheid,
Jezus de rug toekeerde,
was hij verdrietig
en hield hij vast aan zijn rijkdom.
Maar de ogen die op hem gericht waren,
hielden nog steeds van hem.

Still uit The Great Dictator met Charlie Chaplin (1940)

 

Het einde van een dictator,
kan – wanneer het komt –
akelig, bruut en op film vastgelegd zijn.

Moammar (Mohammed al-) Qadhafi, zelfbenoemd Broeder Leider en Gids van de Revolutie,
bracht de laatste momenten van zijn leven ineengedoken door
in een Libisch riool na een luchtaanval op zijn konvooi.
Toen hij werd ontdekt,
onderwierp een menigte hem aan een aantal
gruwelijke laatste mishandelingen voor zijn dood
– het soort einde waartoe hij duizenden genadeloos had veroordeeld.
Het was bijna bijbels en het werd vastgelegd met een beverige camera.

Maar het was niet het eerste in zijn soort in deze generatie.
Op eerste kerstdag 1989 werd het misvormde gezicht
van Nicolae Ceausescu op tv uitgezonden
na zijn standrechtelijke executie
door haastig verzamelde oppositietroepen in Roemenië.
Slechts enkele dagen daarvoor was hij een onaantastbare dictator geweest.

Vladimir Poetin heeft gesproken over Qadafi’s einde,
en dat verontrust hem duidelijk,
maar misschien zit Ceausescu’s dood diep in zijn gedachten
omdat het het bloedige einde was
van alle communistische leiders in Oost-Europa.

Dictator zijn is een allesverslindende baan.
Er worden onderweg te veel binnenlandse
en buitenlandse vijanden gemaakt
om de waakzaamheid te laten varen.
En hun ondergang komt vaak door toedoen van degenen
die het dichtst bij hen staan;
deze mensen kennen de bewegingen en zwakheden van de dictator
per definitie beter dan anderen en zijn het best geplaatst om die uit te buiten.
Het leger moet uitgerust zijn om afwijkende meningen te onderdrukken,
maar geef het te veel macht
en de generaals vormen een risico voor de dictator.
Maar als het leger niet over de juiste wapens beschikt,
wordt de controle over de bevolking moeilijker.
Veel dictators omringen zich met speciaal getrainde,
loyale bewakers om zich tegen het leger te verdedigen,
maar de terreurregel betekent
dat niemand de eerlijke waarheid spreekt
en dus overal risico’s dreigen.
Geen wonder dat dictators meestal paranoïde zijn
en zelf gekweld worden door de angst
die een cultuur van grillig geweld bij hen oproept.

Deze en andere theorieën worden onderzocht
door Marcel Dirsus in zijn boeiende boek
How Tyrants Fall.
Dirsus merkt op hoe dictators geld, wapens en mensen nodig hebben
om te overleven en hoe de elites om hen heen geloven
dat deze goederen zullen blijven bestaan.
Ze moeten de omringende elites ook onderdompelen in bloedschuld,
zodat hun lot verweven raakt met dat van de dictator;
Saddam Hoessein dwong anderen om zich bij hem aan te sluiten
in de moord en executie van tegenstanders.

Voor Dirsus zijn er twee manieren om een tiran omver te werpen.
De meest directe is om ze uit te schakelen,
maar dit is zelden eenvoudig.
Pogingen tot staatsgreep zijn vaak chaotisch in hun planning
en zelfs goed georkestreerde pogingen mislukken meestal;
de gevolgen voor de betrokkenen zijn altijd verschrikkelijk.
De tweede route is geduldig en pragmatisch,
gericht op het verzwakken van de tiran,
het versterken van alternatieve elites
en het machtiger maken van de massa.
Externe machten hebben vaak minimale invloed,
tenzij, zoals de VS in Irak,
het land wordt binnengevallen en de tiran wordt afgezet.
Sancties zijn vaak niet effectief genoeg om de elite te raken;
de geografische nabijheid van een staat
tot het land van de tiran kan nuttig zijn,
omdat het een basis biedt
van waaruit tegenstanders van het regime kunnen werken.

Moderne technologie verandert het politieke handelen
en maakt het voor grote groepen
gemakkelijker om zich tegen regimes te mobiliseren,
zoals te zien was in de kortstondige Arabische Lente.
Het stelt dictators ook in staat om tegenstanders beter te volgen
dan zelfs de gevreesde Stasi in Oost-Duitsland.
Op dit moment lijkt het erop
dat de tirannen een voorsprong hebben in dit spel.

Kort na de grootschalige Russische inval in Oekraïne
in februari 2022
zei een vriend tegen me dat hij bad
voor Poetins dood of ondergang.
Ik vroeg hem hoe zeker hij ervan was dat de persoon
die Poetin zou vervangen beter zou zijn.
Als de pragmatische route om een dictator omver te werpen
bestaat uit het versterken van verschillende elites
en het machtiger maken van de massa,
is de kans groot dat de elites het overnemen, niet de massa.
Dictators staan nooit toe dat de onderdelen
van de burgermaatschappij zich vormen;
democratische instellingen hebben decennia nodig om op te bouwen.
En ze benoemen zelden van tevoren opvolgers,
uit angst dat er alternatieve machtsbases ontstaan.
Wanneer dictators vallen,
leidt dit meestal tot aanvankelijke chaos en geweld
voordat een andere elite zich kan vestigen
van waaruit een nieuwe dictator zal voortkomen.

In haar geïnspireerde lofzang op het nieuws
dat ze de langverwachte Messias ter wereld zou brengen,
merkt Maria op hoe God
‘de machtigen van hun tronen heeft gestoten en de nederigen heeft verheven’.
Het is een omkering van rollen
die typerend is voor Lucas,
de het lied van Maria heeft opgetekend.
Het is een soort van eschatologie
die velen vandaag de dag willen verwezenlijken,
niet alleen in de toekomstige wereld.
Want wanneer de machtigen vandaag van hun troon worden gestoten,
worden ze doorgaans vervangen door de op één na machtigste persoon.
En als de troon vacant blijft of wordt betwist,
voelt wat volgt vaak als de geest
die uit een persoon in het evangelie van Mattheüs vertrok
en terugkeert met zeven andere geesten
die nog erger zijn dan hijzelf,
wat betekent dat
‘de laatste staat van een persoon erger is dan de eerste’.

Dit hoeft geen wanhoopsgebed te zijn,
maar een oproep tot een geïnformeerde voorbede,
dat weinig sturend advies biedt
voor Gods geopolitieke strategie,
maar veel wijsheid en geduld
van de ene Troon die standhoudt.

 

Ja, wat zeggen we dat tegenwoordig vaak tegen elkaar:
onze maatschappij is meer gepolariseerd dan ooit tevoren.
Maar we hebben het mis.
Misschien ervaart de VS nu een bijzonder scherpe tweedeling,
maar ze hebben in het verleden hun eigen, veel heftigere problemen gehad.
En ook in Europa weten we aardig wat over cultuuroorlogen
die oorlogen waren.

Voor de Nederlanden hoeven we maar te denken
aan de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648)
met de daarbij behorende Beeldenstorm (1566)
waarin wij elkaar letterlijk vermoordden over religie en politiek.
De Fransen deden iets soortgelijks en nog veel wreedaardiger, een paar eeuwen later.
Dát is pas echte polarisatie.
Hoe wrokkig de discussies op een X of andere sociale media ook mogen worden,
ik denk niet dat Dick Schoof in zijn bed ligt te trillen met het idee
dat ze hem binnenkort terecht zullen stellen voor verraad.

Dus misschien heeft onze geschiedenis ons iets te leren
over hoe we omgaan met cultuuroorlogen.

Ooit werd er over onze tijd geschreven:

‘de wereld is dienovereenkomstig verdeeld tussen
degenen die te veel geloven en degenen die te weinig geloven.
Terwijl sommigen alle overtuiging missen,
zijn anderen vol van gepassioneerde intensiteit.’

We denken vaak dat onze hedendaagse kloof tussen links en rechts,
progressieven en conservatieven iets nieuws is.
Maar we kunnen echo’s hiervan vinden in eerdere tijden.

Een voorbeeld hiervan was het midden van de 17e eeuw,
de tijd van vele andere omwentelingen in Europa.
Een deel van de koortsachtige sfeer van die tijd
zag felle discussies tussen rationalisten en sceptici.

Er waren destijds twee brede stromingen
in het denken over het mensdom
Aan de ene kant waren er de ‘Dogmatici’
die er zeker van waren dat ze alles wisten
door gebruik te maken van de rede
of de toepassing van filosofische
of wetenschappelijke methoden (zoals René Descartes).
Aan de andere kant waren er de ‘Sceptici’
die dachten dat alles willekeurig was, of gewoonte,
en dat er geen definitieve Waarheid te vinden was
(zoals Michel de Montaigne, iemand uit de eeuw daarvoor).

Natuurlijk heeft onze eigen tijd een behoorlijk aantal mensen
met een overweldigend vertrouwen in de kracht van menselijke kennis,
en met name de natuurwetenschappen,
om de geheimen van het leven, het universum en alles te ontsluiten.
Het ‘nieuwe atheïstische’ project van Richard Dawkins en vrienden
had een enorm vertrouwen in de rede
en haar vermogen om ons alles te vertellen wat we moeten weten,
waardoor religie in de prullenbak van de geschiedenis belandde
en in plaats daarvan een onwrikbaar geloof
in de empirische methoden van de wetenschap werd geplaatst.
Het had – en heeft – duidelijke overeenkomsten met dit beeld van menselijke kennis.

Maar aan de andere kant hebben we
in het progressieve postmoderne project
ook degenen die elke vorm
van onderliggende rationaliteit of heilige orde,
boven of onder ons, verwerpen.
Voor hen is er geen onderliggende Waarheid te ontdekken
en ze scheppen er genoegen in om de instabiliteit
en illusoire aard van elke claim op waarheid te onthullen.
Het klinkt heel erg als de cultuuroorlogen van onze tijd.

Blaise Pascal, een homo universalis uit de 17e eeuw
bracht een uitweg uit dit dilemma in kaart.
Toen hij naar de cultuuroorlog van zijn eeuw keek,
dacht hij dat beide kanten een punt hadden.
Dan is er, merkte hij op…

‘…open oorlog tussen mensen aan de gang
waarin iedereen verplicht is partij te kiezen,
hetzij voor de dogmatici,
hetzij voor de sceptici,
omdat iedereen die denkt neutraal te kunnen blijven,
een scepticus bij uitstek is….
Wie zal zo’n kluwen ontwarren?
Dit gaat zeker verder dan dogmatisme en scepticisme,
verder dan alle menselijke filosofie.
De mensheid overstijgt de mensheid.
Laten we de sceptici dan toegeven wat ze zo vaak hebben verkondigd,
dat de waarheid buiten ons bereik ligt en een onbereikbare prooi is,
dat ze geen aardse bewoner is, maar thuis in de hemel,
liggend in de schoot van God,
om alleen te worden gekend
voor zover het hem behaagt haar te openbaren.’

Tot zover, zegt hij, hebben de sceptici, zoals Montaigne, gelijk.
De waarheid ligt buiten ons bereik,
ze bevindt zich niet hier op aarde,
openlijk en klaar om gevonden te worden.
Als ze bestaat,
dan bestaat ze in een wereld boven ons, buiten ons bereik.
Hoe weten we überhaupt of we slapen of wakker zijn,
aangezien we er bij dromen net zo van overtuigd zijn
dat we wakker zijn als wanneer we echt wakker zijn?

En dus genieten moderne progressieven,
die de veronderstelde resultaten van eerdere inzichten willen ontmantelen,
vanwege het inherente koloniale, patriarchale of misbruikende verleden,
ervan om te laten zien hoe willekeurig en willekeurig zoveel is
van wat we als vanzelfsprekend beschouwen uit het verleden.
En, zou Pascal toevoegen, ze hebben een punt.
Veel van onze juridische, politieke en culturele aannames
zijn puur cultureel en willekeurig,
en dienen soms gewoon in het voordeel van de rijken en machtigen
in plaats van de armen en gemarginaliseerden.

Maar aan de andere kant hebben de ‘dogmatici’, zoals Descartes,
hun sterke punt, namelijk dat we natuurlijke principes niet in twijfel kunnen trekken.
De zuren van deconstructie kunnen je maar tot op zekere hoogte brengen.
De meest sceptische filosoof zet nog steeds de waterkoker aan
in de veronderstelling dat het water kookt om een kop thee te zetten.
Ze staat ’s ochtends op
in de veronderstelling dat de zon aan het eind van de dag opkomt en weer ondergaat.
Ondanks de ontwrichtende effecten van scepticisme, schreef Pascal:

“Ik beweer dat er nooit een volkomen oprechte scepticus heeft bestaan.
De natuur ondersteunt de hulpeloze rede
en voorkomt dat deze zo ongecontroleerd op het verkeerde pad raakt.”

Ondanks al onze twijfels leven we nog steeds
in een wereld met orde en voorspelbaarheid.
Scepticisme blijft botsen met de realiteit.

Moderne conservatieven wijzen
dus op een diepere ‘gegevenheid’ van dingen,
een orde binnen de natuurlijke wereld die we niet hebben gecreëerd,
en toch, op mysterieuze wijze, lijkt te zijn geregeld voordat we hier kwamen.
Wetenschappelijk onderzoek is zinvol.
Er is een regelmaat in de natuur waar we op kunnen, en moeten, vertrouwen.
We zijn niet helemaal vrij om de natuurlijke orde van dingen te negeren,
er is een dieper ritme in de natuur
en haar vermogen tot vernieuwing waar we alleen op eigen risico aan sleutelen,
zoals klimaatverandering ons heeft geleerd.
Als gevolg hiervan zal de eeuwenoude strijd
tussen rationalisten en sceptici, progressieven en conservatieven,
nooit worden opgelost, aangezien de discussies op en neer gaan.

Het christelijk geloof omvat zowel progressieve als conservatieve impulsen.
Christenen zijn zich bewust van de gebrokenheid van de wereld
en verlangen er daarom naar dat deze verandert.
Het progressieve ongeduld met de manier waarop dingen zijn
én het verlangen naar een betere wereld
hebben hun wortels in het christelijk geloof.

Tegelijkertijd onderscheidt het christendom
een Goddelijk geschapen orde in de wereld,
een ritme in de natuurlijke wereld,
dat niet kan worden verbroken en gerespecteerd moet worden.
Daarom is een inherent conservatisme
ook onderdeel van het christelijk geloof.
Met andere woorden,
het christelijke verhaal kan beide verklaren
en een groter beeld bieden dan beide.

Voor Pascal biedt het christendom
een diagnose voor dit mysterie van de mensheid,
de complexe mix van grootsheid en ellende, oneindigheid en niets,
scepticus en rationalist,
in het eenvoudige, maar eindeloos generatieve idee
dat wij mensen glorieus geschapen zijn,
diep gevallen en toch verlossing aangeboden krijgen
door Jezus Christus.
Ons verdriet is heroïsch en tragisch.
In Pascals suggestieve beeld is het
‘de ellende van een grote Heer, de ellende van een onteigende koning.’

‘We tonen onze grootsheid’, zegt Pascal,
‘niet door aan het ene uiterste te staan,
maar door beide tegelijk aan te raken en alle ruimte ertussen in te nemen.’
Voor hem wijst het bestaan van zulke cultuuroorlogen
op de waarheid van de christelijke diagnose van de menselijke conditie.

Pascal biedt ons een manier om te navigeren
tussen de Scylla van het progressivisme
en de Charybdis van het conservatisme,
of misschien beter, om het beste van beide te omarmen.
In cultuuroorlogen is het lastig te navigeren.
Toch kunnen ze een oplossing vinden
als we ze ons laten wijzen op een diepere realiteit,
onze vreemde mix van grootsheid en verdriet.
En zonder beide kanten van deze blijvende waarheid uit het oog te verliezen.

 

Het bekendere toneelstuk waarin Shakespeare
ons de strijd tussen rechtvaardigheid en genade laat zien,
is The Merchant of Venice (De Koopman van Venetië).
Hier vinden we het verhaal van misschien wel
het vreemdste contract
dat sinds het begin van de handel is gesloten:
als een koopman zijn lening niet nakomt,
eist de geldschieter recht op ‘een pond vlees’.
Is dit wederzijds overeengekomen contract
onrechtvaardig, of gewoon genadeloos?

Ook in dit stuk viert de religieuze pret hoogtij.
De geldschieter is een Jood
en de koopman een christen.
Maar de strikte roep van de Jood
om commerciële nauwkeurigheid
wordt getemperd door zijn buitensporige liefde
voor zijn dochter,
en de vermeende reputatie van de christen
voor genade is in feite een excuus
om vriendjespolitiek te bedrijven.
Uiteindelijk krijgen we op het toneel
zo’n verwarring van religieuze stereotypen
dat iemand vraagt welk personage welk personage is.
De arme koopman kan niet betalen,
zoals we al wisten toen hij het dwaze contract sloot.
En zo komt Portia, de verbeelding van de genade in dit stuk,
– eveneens vermomd –
uit het sprookjesland Belmont met een slimme truc
om haar geliefde koopman te redden.
Hoewel haar oplossing
een zeer twijfelachtige interpretatie
van de wet inhoudt,
slaagt ze erin de heersende macht te overtuigen.
Terwijl Portia haar zaak bepleit,
houdt ze een van de meest expliciet
theologische toespraken
in alle werken van Shakespeare.
De heersers van de aarde denken misschien
dat ze het meest goddelijk zijn
wanneer ze de wet met gezag uitvaardigen, zegt ze.
Maar ‘genade staat boven deze scepter.’
Sterker nog, genade is
‘een eigenschap van God zelf.’
Ze concludeert, net als de hertog,
dat ‘aardse macht dan het meest op die van God lijkt
wanneer genade gerechtigheid kruidt.’

Shakespeare, laat in toneelstukken zoals deze zien
één van zijn meest blijvende gaven aan ons:
het vermogen om met het bekende te spelen
en het vreemd en nieuw te maken.
Hij geeft ons filosofische en religieuze figuren en thema’s,
en net als we denken te weten wie en wat ze zijn,
verrast hij ons door te laten zien
wat voor gerecht je kunt maken
als je de ingrediënten maar door elkaar roert.

Onze beste pogingen tot rechtvaardigheid,
of ze nu persoonlijk of politiek van aard zijn,
moeten gekruid zijn met barmhartigheid.
Onze daden van barmhartigheid,
zo niet uiteindelijk rechtvaardig,
zullen genadeloos blijken te zijn.

Zouden we dit hebben opgemerkt
als niemand het ons op het podium had laten gebeuren?

 

Geert Wilders in Zwolle; 7 juli 2025

 

Na het bezoek van Wilders aan Zwolle
om het debat over de komst van een azc
te kapen in zijn eigen voordeel,
vaak met slaan op de trommel
van het verlies van óns Nederland;
wil ik deze zaak eens verder uitdiepen.

Want…
Moeten de grenzen voor vreemdelingen nou dicht?
En vooral: wat moeten we met de vreemdelingen
binnen onze grenzen doen?
Kortom, immigratie, immigranten
hoe gaan we daarmee om
Het zijn dus vragen die
– geïnstigeerd door vooral populistische bewegingen –
het debat voorafgaand aan de verkiezingen in Nederland
op welke manier dan ook, gijzelen.

Wat mij interesseert, is de rol
die het christendom speelt in dit debat,
zoals het aan beide kanten
van het debat wordt aangehaald.

Rechts gaat het argument als volgt:
Nederland is (of was) een christelijk land.
Het dreigt nu overspoeld te worden
door mensen die dat geloof niet delen,
of de waarden die in het christendom geworteld zijn.
Daarom moeten we snel een einde maken
aan de excessieve immigratie,
met name migranten
uit conservatieve islamitische landen.
Als we dat niet doen,
zullen we Nederland ingrijpend zien veranderen
en zijn uitgesproken christelijke identiteit verliezen.

“De ‘Joods-christelijke waarden’
die de basis vormen van ‘alles’ in Nederland.
Deze waarden waren:
‘het gezin is belangrijk, de gemeenschap is belangrijk,
de samenwerking is belangrijk, het land is belangrijk.

‘Het christendom heeft het karakter van Nederland
door de eeuwen heen gevormd.
En er heerst ongetwijfeld op veel plaatsen,
vooral in de meer achtergestelde gebieden,
een gevoel dat gemeenschappen zijn veranderd
en onherkenbaar worden ten opzichte van wat ze waren.’”
Dat is het mantra.

Toch is het moeilijk om dit alles
als uitgesproken christelijk te bestempelen.
Veel moslims zouden vrijwel hetzelfde beweren,
en het zou moeilijk zijn om zijn lijst te beschrijven
als een adequate samenvatting van de boodschap van Jezus.
‘Joods-christelijke waarden’ worden rechts vaak gelijkgesteld
aan ‘Nederlandse waarden’, die worden gedefinieerd
als ‘democratie, de rechtsstaat, individuele vrijheid
en wederzijds respect en tolerantie
voor mensen met een ander geloof en andere overtuigingen’.
Het is moeilijk voor te stellen dat iemand gekruisigd
zou worden omdat hij dat predikte.

Toch wordt het christendom ook links gebruikt.
Regelmatig klinken woorden als:
‘Jezus zou oproepen om migranten te verwelkomen.
De vluchtelingencrisis is een morele test.
Jezus leerde ons vluchtelingen te respecteren.
Hijzelf zei: ‘Verwelkom de vreemdeling…’
En de Bijbel zegt:
‘De vreemdeling die onder u verblijft, moet behandeld worden als een autochtoon’.

Het is zeker een betere weergave van de leer van Jezus dan die rechts bezigt.
Maar links maakt het verwelkomen van de vluchteling
vaak deel uit van een bredere en diepere waarde
van ‘diversiteit’ als een op zichzelf staand goed.
Multiculturalisme, de caleidoscoop van culturen
die je in veel winkelstraten vindt met
Indiase, Thaise, Italiaanse en Marokkaanse restaurants,
of het beeld van kinderen uit verschillende landen
en religies die vrolijk rondrennen op een schoolplein,
is een geliefd cliché van seculiere progressieve mensen.

Het probleem is dat het voor velen
in delen van de samenleving niet zo voelt.
Sommige mensen kunnen multiculturalisme omarmen
omdat het hun manier van leven
niet fundamenteel bedreigt. van het leven.
Vreemden omarmen is makkelijker
als je een vaste plek hebt om ze te verwelkomen.
Een thuis waar het gezin goed met elkaar overweg kan,
waar de ouders eensgezind zijn
en de kinderen tevreden,
zal veel eerder in staat zijn
om onbekende gasten te verwelkomen
met de nodige nieuwsgierigheid
om van hen te leren.

Maar een gezin vol spanning en gekibbel
zal de vreemdeling waarschijnlijk
helemaal niet verwelkomen,
omdat de nieuwkomer
de bestaande spanningen nog verder zal aanwakkeren.

Maar een samenleving die een gevoel
van gedeelde, brede en sterke identiteit verliest,
is niet in staat een vreemdeling te verwelkomen.
Wat ons anders maakt, is alleen verrijkend
zolang we ons er allemaal van bewust zijn
dat we iets hebben dat ons verenigt.
Bij gebrek aan een verbindende band
blijkt verschil bedreigend te zijn.

De visie van links;
van diversiteit als een doel op zich,
alleen bijeengehouden
door een vaag idee van tolerantie of seculariteit
waar niemand het leven voor waard vindt –
dreigt de banden die ons binden te ondermijnen,
omdat het geen duidelijke kern biedt
die ons bij elkaar kan houden.

Het christendom biedt geen immigratiebeleid.
Zowel links als rechts kunnen aanspraak maken
op enige legitimiteit in het christelijke verhaal.
Wat het christendom echter wél biedt,
is een gemeenschap die een morele scholing biedt
die draait om Jezus,
als degene die ons de ware vorm
van het menselijk leven laat zien,
de noodzaak van zelfopoffering,
niet van zelfgenoegzaamheid
als sleutel tot een functionerend gemeenschapsleven,
en de heilige waarde van ieder mens;
overtuigingen die op hun beurt
de vreemdeling kunnen verwelkomen
in een veilig en zelfverzekerd thuis.

Deze zaken zijn door de eeuwen heen
vanuit hun intense kern
in de christelijke kerk
naar de bredere samenleving doorgedrongen.
Ironisch genoeg worden ze vandaag de dag
meer uitgehold door het secularisme dan door de islam.

Het werkelijke probleem van onze tijd
is niet de massale immigratie (zoals rechts het wil)
of het onvermogen om de grenzen
volledig open te stellen (voor links).
Het is de wijdverbreide uitholling van het christelijk geloof.

De verdwijning van het christendom
wordt bijna zonder slag of stoot geaccepteerd.
Het wegebben van het geloof wordt als vaststaande feit begroet.
Dit is misschien grotendeels de schuld van de kerk zelf,
een gebrek aan moed om haar eigen boodschap te uiten
en zich te presenteren
als een zoveelste maatschappelijke lobbygroep
voor diverse doelen in plaats van een gemeenschap
die draait om Jezus.
Maar het is ook te wijten aan de grote groepen
hoogopgeleide mensen uit de middenklasse
die graag de naam van Jezus claimen
wanneer het hen uitkomt,
en die teren op het culturele erfgoed van het christendom
zonder te investeren in de toekomst ervan
door ook maar in de buurt van een kerk te komen.

Een goed immigratiebeleid vereist
de compassie die de kwetsbare vreemdeling verwelkomt.
Maar het vereist ook een sterke, verenigde gemeenschap
met gedeelde waarden om hen te verwelkomen.

Een vernieuwd christendom
zou de redding kunnen betekenen
voor zowel rechts als links,
of op zijn minst een dieper en rijker verhaal
kunnen bieden dan elk van beide afzonderlijk kan bieden.
Een verhaal dat een sterke kern biedt
die een samenleving bij elkaar houdt,
maar dat tegelijkertijd de vreemdeling verwelkomt
als een geschenk en niet als een bedreiging.

 

De eerste, Measure for Measure (Maat voor Maat),
ontleent zijn titel aan een regel uit Jezus’ Bergrede.
De zin ‘oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt’ uit Matteüs 7:1-2
staat centraal in de betekenis van het stuk.
Dit vers, samen met Marcus 4:24,
benadrukt het idee dat strengheid in het oordeel
met gelijke munt zal worden betaald.
Het stuk gebruikt dit Bijbelse concept
om de hypocrisie van Angelo te onderzoeken,
die Claudio’s daden met een hard oordeel veroordeelt
maar tegelijkertijd Isabella ter verantwoording roept.
Dit is een kenmerkende zet van Shakespeare:
een religieus geladen zin, doctrine of zelfs persoon nemen
en er theater van maken.
Hoewel sommigen beweren dat dit alles was
wat hij met religie of theologie deed,
denk ik dat hij meer doet.
Hij graaft namelijk in de diepten van de geloofstaal
om te zien of hij pareltjes kan vinden
die we misschien over het hoofd zien
als we alleen maar letten
op de identiteitspolitiek
van het Engeland van de Reformatie.
‘Genade is genade ondanks alle controverse’,
zegt een personage in dit stuk.
Dat zou de slogan kunnen zijn
voor Shakespeares theologische interventies.

We zien Shakespeare in Measure for Measure
zijn typische plezier beleven aan religie.
De hertog van Wenen geeft zijn macht weg om,
zoals hij beweert,
naar het buitenland te gaan
voor een stukje internationale politiek.
Sterker nog, hij sluipt meteen terug de stad in,
nu vermomd als een monnik
(een lid van de Franciscaner religieuze orde).
Hij vertelt de monnik die hem de gewaden leent
dat hij dit doet omdat hij er
een onverantwoordelijke gewoonte van heeft gemaakt
om de ‘strenge wetten en bijtende standbeelden’
van de stad te laten glippen.
Hij is, met andere woorden,
meer een barmhartige vader geweest
dan een rechtvaardige heerser.
Hij wil deze ‘vastgebonden gerechtigheid’
zelf niet losmaken,
omdat hij vreest dat zijn volk
daardoor zijn integriteit in twijfel zou trekken.
(‘Maar je bent altijd zo barmhartig geweest!’)
Dus bedenkt hij een plan om een van de edelen, Lord Angelo,
aan te stellen als hamer der gerechtigheid in zijn plaats.
Hij hint ook dat er andere redenen zijn voor zijn vermomming.
Ik kom later nog terug op dat stukje vooruitwijzing.

Angelo merkt meteen dat een episode zijn vaste hand nodig heeft.
Een heer genaamd Claudio
heeft zijn vriendin Julietta zwanger gemaakt.
Er zijn inderdaad omstandigheden
die het overwegen waard lijken:
de twee zijn verloofd en wachten alleen nog
tot ze haar bruidsschat ontvangt;
geregeld voordat ze naar de kerk gaan.
Maar Angelo wil niets van clementie weten.
Hij is streng, wordt opgemerkt.
Zo hoort het ook, antwoordt een wijze oude heer.
‘Genade is niet de genade die er vaak zo uitziet,’ zegt hij,
misschien met een knipoog
naar een kritiek op de werkwijze van de hertog.

Op dit punt in het stuk
hebben we onze twee vijandige kwaliteiten
in nette, aparte containers.
Eén container, genaamd De Hertog,
is enkel barmhartig.
Maar deze container
moet uit de staat worden verwijderd
zodat de andere,
genaamd Angelo,
zijn inhoud van genadeloze gerechtigheid kan tonen.

Maar, zoals Shakespeare het noemt,
beginnen de zaken al snel chaotisch te worden.
Angelo blijkt geheimen te verbergen.
De oude heer, die heeft gesuggereerd
dat de hertog overdreven barmhartig is,
suggereert nu dat Angelo
een beetje te streng is voor Claudio.
Hij suggereert voorzichtig dat Angelo,
als de tijd en plaats de gelegenheid hadden gehad,
zelf wel eens de wet had kunnen verbreken.
Angelo’s antwoord zegt misschien meer dan hij bedoelt:

Wat openligt voor de gerechtigheid,/ Dat grijpt de gerechtigheid aan.

Met andere woorden, gerechtigheid
houdt zich alleen bezig met wat ze kan zien:
een juweel dat alleen opvalt als het licht vangt;
als het begraven is of bezoedeld
dan lopen we er langs of vertrappen we het zelfs.

Dit is onze eerste hint naar Shakespeares omverwerping
van de gepolariseerde containers.
Luisterend naar Antonio’s toespraak,
beginnen we ons af te vragen
of rechtvaardigheid,
zonder ook maar een spoortje genade,
er niet een beetje oneerlijk uitziet.

En dan zien we Angelo zijn theorie in praktijk brengen.
Claudio’s zus komt naar hem toe om te smeken
om het leven van haar broer.
Angelo raakt al snel betoverd door haar schoonheid
en biedt haar al snel een deal aan.
Als ze hem wil ontmoeten voor seks in de tuin;
in het geheim natuurlijk,
zodat de misdaad niet
‘onrechtvaardig’ kan zijn;
dan zal hij Claudio vrijlaten.

Dit aanbod toont duidelijk
de verrotting van zijn rechtvaardigheidstheorie aan,
aangezien hij een contract,
een rechtvaardige band sluit
rond chantage en verkrachting.
Maar het ondermijnt ook de genade,
aangezien zijn voorgestelde gratieverlening
aan Claudio helemaal niet barmhartig is,
maar slechts de verzoening
van een ‘rechtvaardige’ overeenkomst.

En zie daar de verpakking rondom de containers
is bijna verdwenen:
Genade is geen genade die er vaak zo uitziet’,
maar gerechtigheid is geen gerechtigheid
die er alleen maar zo uitziet.
Rechtvaardigheid zo meedogenloos
als die van Angelo
blijkt onrechtvaardig te zijn,
net zoals genade zonder gerechtigheid
verstoken blijkt te zijn van genade.
Daarom vertrok de hertog,
en daarom faalt Angelo als zijn plaatsvervanger.

Maar de hertog is teruggekeerd,
en nu beginnen we te zien
wat zijn geheime bedoelingen zijn.
Hij gaat Claudio bezoeken voor biecht en raad,
en gaat ook naar Claudio’s zus
voor troost en advies.
Dit is een van de heerlijke plekken
waar Shakespeare speelt met religieuze stereotypen.
De ‘controverse’ over genade die ik eerder noemde,
is voor Shakespeares publiek een al te bekende,
namelijk of God ons redt door onze daden,
en dus door een contractuele gerechtigheid,
of door genade,
dat wil zeggen door een daad van onverdiende genade.
De katholieke kerk
werd over het algemeen (hoewel niet vaak terecht)
geassocieerd met de eerste,
de protestanten met de laatste.
Maar het is hier een katholieke monnik
(of in ieder geval een vermomde!)
die binnenkomt als de gepersonifieerde genade.

De hertog/broeder bedenkt een plan,
en het loopt bijna net zo mis
als het plan van de beroemde monnik in Romeo en Julia.
Dat wil zeggen dat onze komedie
bijna een tragedie wordt.
Ik zal het einde niet verklappen,
mocht u het vergeten zijn
of het nooit hebben gelezen of gezien.
Maar ik geef een hint:
de hertog is bij zijn terugkeer
niet langer de belichaming van
onrechtvaardige genade zoals voorheen.
Nu ziet hij duidelijk in
dat ware genade rechtvaardig is,
en ware gerechtigheid genade.
De twee moeten elkaar kussen,
zoals psalm 85 het stelt.
Zijn slimme oplossingsvoorstel
draait om het laten kussen
van genade en gerechtigheid.

 

Vakantie…yes!! Het is weer zover!!
En tijdens die zomervakantie
gaan onze gedachten vanzelfsprekend uit
naar een ontsnapping aan ons gewone leventje
dat zich waarschijnlijk voornamelijk op het land afspeelt.
En voor velen van ons zal die ontsnapping
dan een verblijf aan zee kunnen betekenen.
Ja, het is waar, als landrotten zijn we graag aan zee.
Onze zielen lijken te lijden onder een jaarlijkse ervaring,
terwijl we richting de kust slenteren,
mompelen: ‘Ik moet weer naar de zee…’

We willen op vakantie aan zee;
zoals de markt voor tweede huizen aan de zee
of op een eiland zal bevestigen.
We willen ook permanent aan zee wonen,
of op zijn minst aan het water.
Sommige experts schatten dat woningen aan het water
gemiddeld zo’n 48 procent meer waard zijn.
Water verkoopt.
Misschien omdat de nabijheid ervan
een soort mentale ontsnapping biedt
aan de overweldigende rigiditeit
en lineariteit van onze overwegend stedelijke omgeving.

De Britse psychiater Ian MacGilchrist
stelt in zijn boek
The Divided Brain and the Search for Meaning
dat ons moderne leven lijdt
onder de triomf van de aandacht
van de linkerhersenhelft voor de wereld.
Dit is een gerichte aandacht
die draait om controleren en verkrijgen.
Het leidt tot de creatie
van een op zichzelf staande en geordende wereld
met weinig aandacht voor context.
En zo weinig aandacht voor de natuurlijke, complexe,
vloeiende realiteit van de schepping.
MacGilchrist brengt vervolgens
de toename van diverse psychische aandoeningen,
gekenmerkt door wat hij ‘tekorten in de rechterhersenhelft’ noemt,
in verband met industrialisatie
en de ontwikkeling van onze moderne cultuur.

In zijn boek Blue Mind
onderzoekt bioloog Wallace Nichols
het bewijs voor het positieve effect
van water op de hersenen.
Hij benadrukt hoe de nabijheid van water
kan helen, herstellen,
ons een gevoel van verbondenheid kan geven
en rust kan bevorderen.
Hij stelt dat water onze geest kan verschuiven
het is een soort mentale aandacht dat rust genereert.
Met, aan, of liever nog, in water zijn,
is ongetwijfeld goed voor ons.
Dus geen wonder
dat we ons ertoe aangetrokken voelen.

Maar tegelijkertijd is water,
en met name de zee,
een bron van angst geweest.
Een no-go area ‘waar draken zijn’, oké, kreeften zeker,
waarschijnlijk haaien en walvissen.
De zee blijft een van de laatste plekken van mysterie,
een ondoorgrondelijke, ondoorgrondelijke plek
met eindeloos donker water.
We weten meer over de verre uithoeken
van het universum
dan over de werkelijk diepe oceaan.
Mythische wezens van de diepte,
blijven de slinkende ruimte
van onze verwondering en angst
voor het onbekende bevolken.

In de christelijke traditie is de zee
een plek van diepe paradoxen.
De schepping begint met Gods Geest
die boven het water zweeft.
Maar de zee wordt ook vaak opgevoerd
als een plek
van Gods afwezigheid.
De zee is de plek van monsters, mysterie en dood.
Het is ook de plek van misschien wel
de beroemdste walvis uit de literatuur.
De walvis die de ongelukkige Jona opslokt.
Jona’s verhaal drukt de diepe paradox uit van de zee
als een plek van dood en tegelijkertijd
ook een plek van goddelijke ontmoeting.
Het is in de diepten van de zee,
en in het spijsverteringsstelsel van de walvis,
dat Jona’s openbaring plaatsvindt
en zijn reis opnieuw begint.

Verhalen van Jezus behandelen
ook deze paradox van wildheid
en ontmoeting in de chaos van de zee.
In het verhaal van het kalmeren van de storm
wordt de woeste dreiging van de zee niet voorgesteld
als iets dat simpelweg vermeden moet worden.
Jezus is geen fixer
die alle dagelijkse gevaren overbodig maakt.
Het verhaal vertelt eerder dat juist in zulke momenten
van wildheid, woede en angst
zijn krachtige aanwezigheid voelbaar is.
We verlangen naar de zee, en naar het water,
naar meer dan alleen
een balsem voor de geest.
De zee blijft die plek,
in onze gemechaniseerde, technologische wereld
met haar constante lokroep van controle,
waar een onderdompeling in een gevaarlijk mysterie
nog steeds kan worden ervaren.
Van de vaste wal in zee stappen
is de mogelijkheid van de dood en
(paradoxaal genoeg) de reële mogelijkheid
van een dieper leven binnengaan.
Meegevoerd worden door de zee
en naar de horizon kijken
is contact maken met onze eindigheid
in de context van de uitgestrektheid van de zeeën.
Het is ons verbinden
met onze volstrekte afhankelijkheid
van de schepping die we bewonen
en ons verbinden met de aanwezigheid
die die schepping bijeenhoudt.

De zee in stappen is daarom zelfs een stap van geloof.
Een stap in de richting van onze eigen kwetsbaarheid.
Een moedige stap weg van de wereld
waarin onze technologie, onze algoritmes,
onze machines en onze wolkenkrabbers
ons misleiden tot een geloof
in onze eigen controle, onze eigen suprematie.
Een stap in de diepte.
‘De roep van vloed naar vloed’, zegt de psalmist,
‘al uw golven slaan zwaar over mij heen.’
Als velen van ons deze zomer de zee in stappen,
kan dat zeker een stap zijn
naar een herstelde geestesgesteldheid,
maar het kan ook een stap zijn naar een herstelde ziel.

Shakespeare Theater Diever

 

Het is al jaren een vaststaand zomers uitje voor ons:
een opvoering bijwonen van een stuk van William Shakespeare
in het Shakespearetheater in Diever.
Gezeten in de buitenlucht wordt je vergast
op een prachtig mooie interpretatie
van één van de stukken van Shakespeare.
Maar niet alleen de ambiance in Diever maakt dat wij jaarlijks terugkomen,
ook de vaak ethische en religieuze (onder)toon van de stukken spreekt mij aan.
Laat ik Ik geef een aantal voorbeelden:

Moet ik, om barmhartig jegens iemand te zijn,
afstand doen van mijn rechtvaardigheidsgevoel?
En als ik besluit rechtvaardig te handelen,
besluit ik dan om barmhartigheid achter me te laten?
Dit zijn vragen van filosofen en theologen.
Ze leveren ook enkele van de meest diepgaande
filosofische en theologische overpeinzingen
van William Shakespeare op.

Zeker, een doordachte beschouwing
van barmhartigheid en rechtvaardigheid
vindt natuurlijk niet zijn oorsprong
bij deze Elizabethaanse toneelschrijver.
Zolang mensen zich al hebben afgevraagd
hoe ze hun openbare ruimte moeten inrichten,
hebben ze zich het hoofd gebroken
hoe ze dat moeten doen
en ieders belang kunnen respecteren.
Rond 500 voor Christus zou rabbijn Jehoeda hebben gezegd
dat God drie uur per dag op een troon van gerechtigheid doorbrengt
voordat hij opstaat en overgaat naar een troon van barmhartigheid,
waar hij elke dag even lang doorbrengt.
200 jaar later, toen Plato zijn beroemdste dialoog
wijdde aan de kwestie van rechtvaardigheid,
knikte hij slechts lichtjes naar barmhartigheid,
erkennend dat de rechtvaardige
heerser een reputatie van vrijgevigheid nodig zou hebben.

Hoewel veel Shakespeares toneelstukken
de interactie,
of juist het gebrek daaraan,
tussen deze twee kwaliteiten benadrukken
(bijvoorbeeld The Tempest en bijna alle historische toneelstukken),
schreef hij er twee met, naar mijn mening,
het expliciete doel
om deze twee oude vijanden
op het toneel te laten vechten.

Ik zal me in een volgende webpost
op één van deze concentreren
en daarna in andere webpost
kort op de andere terugkomen.

The Old Chapel at Rame Head in Cornwall (één van de filmlocaties van Het Zoutpad)

 

De waarheid achter het boek en de feelgoodfilm van de zomer 2025
The Salt Path (Het Zoutpad) werd kortgeleden in twijfel getrokken.
Waarschijnlijk ook gedreven door de komkommertijd,
was het verhaal niet uit de media te slaan.
Er rezen serieuze vragen over de eerlijkheid van The Salt Path
Kritiek op het verhaal van Raynor Winn
over haar wandeling langs de kust van het zuidwesten
samen met haar zieke echtgenoot Moth,
was de afgelopen tijd zeer fel.
Onderzoeken die de echte namen van het duo,
hun financiële geschiedenis
en de medische onwaarschijnlijkheid
van de omkeer in Moths degeneratieve aandoening
– zoals beschreven in het boek – onthulden,
brachten duizenden lezers tot woede en teleurstelling
over het feit dat ze bedrogen waren.
Maar erin trappen en ervan leren hoort bij het mens-zijn:
een les in hoe je verstandiger kunt vertrouwen,
in plaats van helemaal niet te vertrouwen.

Dit soort reacties nodigen ons ook uit
om te verklaren
hoe sommige van de twee miljoen lezers
van The Salt Path
het verraad dat sommige voelden.
Zij investeerden emotie en empathie
in het opbeurende verhaal
van een door nood getroffen stel
dat troost vindt in de natuur.
Want de identificatie met het doorsnee duo op middelbare leeftijd
in de verhalen en de overtuiging
dat een lange tocht door het zuidwesten een wondermiddel is
tegen dakloosheid, financiële problemen
en een degeneratieve medische aandoening,
maakt de voormalige fans van The Salt Path niet zielig,
maar juist prachtig menselijk.

De reputatie van auteur Raynor Winn ligt aan flarden,
verscheurd door de onthullingen
die aan het licht zijn gekomen
door meedogenloze onderzoeksjournalistiek.

Het hartverwarmende verhaal over
hoe een stel te maken krijgt met financiële ondergang,
dakloosheid en een terminale ziekte
tijdens een wandeling over het South West Coast Path,
is een inspiratiebron geweest voor velen
die het boek hebben gelezen of de film hebben gezien,
of allebei.
Het verhaal werkt omdat het ons een leven laat zien
dat we kennen, de levens die we leiden.

Maar nu moet het in een heel ander licht worden gezien.

Zeker, het artikel onder de kop in The Observer
was grondig onderzocht,
zorgvuldig opgebouwd
en compromisloos in de beweringen
die de ontdekkingen, observaties en commentaren
op het verhaal impliceerden.

‘… niet haar echte naam

‘… ze was een dief… verduisterde het geld’

‘… gearresteerd en verhoord door de politie’

‘… vijf vonnissen van de rechtbank’

‘… ze bezaten land in Frankrijk’

‘… negen neurologen… waren sceptisch’

Punt voor punt wordt het verhaal
achter Het Zoutpad uit elkaar gehaald.

Ten eerste zijn Raynor en Moth Winn
niet de ‘echte’ namen van Sally en Tim Walker.

Ten tweede onthulde The Observer
dat het echtpaar financiële problemen had
om andere redenen
dan de mislukte zakelijke investering
die ze beweerden te hebben.
Als parttime boekhouder voor een makelaar
en taxateur werd Sally ervan beschuldigd
£64.000 van de rekeningen
van het bedrijf te hebben weggesluisd.
Hierover werd gemeld
dat ze door de politie
was gearresteerd en verhoord.

Ten derde waren het de oplopende schulden
die ze hadden door de schikking
met haar voormalige werkgever,
naast andere schulden,
die er feitelijk toe leidden
dat hun huis in beslag werd genomen
en ze dakloos werden.
Dus niet de mislukte zakelijke investering.

Ten vierde waren ze niet echt dakloos,
aangezien ze een woning bezaten
in Frankrijk, in de buurt van Bordeaux.
Hoewel deze in vervallen staat
en onbewoonbaar was,
hadden ze eerder ter plaatse
in een caravan gewoond.

En dan ten slotte,
in een onthulling die de kern van het verhaal
van hun gezamenlijke reis ondermijnde,
merkten medische experts op
dat het uiterst twijfelachtig was
dat Moth al 18 jaar
aan corticobasale degeneratie (CBD) leed.
De journalist had met negen neurologen contact gehad,
en dit was de de consensus.
Niet alleen waren Moths symptomen
niet wat verwacht werd,
de normale levensverwachting
met de aandoening
was ook tragisch kort:
zes tot acht jaar.

The Observer,
dat verschillende onderdelen van het onderzoek samenvoegende,
legt de lat hoog wat betreft het belang van ‘waarheid’:
Het is onacceptabel
dat er een idee van waarheid wordt aangepraat
wanneer belangrijke passages in het boek verzonnen zijn.
Er zijn zowel ‘…zonden van nalatigheid als van nalaten’:

Het verhaal bevat ongetwijfeld elementen van waarheid,
maar het geeft ook een verkeerd beeld
van wie ze waren,
hoe ze aan hun reis begonnen
en de financiële omstandigheden
die de achtergrond vormden.

Maar denk ik dan:
het leven is echter ingewikkeld
en er zijn altijd twee kanten aan een verhaal.

In een reactie op haar website
beantwoordt Raynor Winn
elk van de beschuldigingen één voor één.
Te midden van de storm
van venijn en bedreigingen
die online door het artikel werd ontketend,
protesteert ze dat
… [het] grotesk oneerlijk en zeer misleidend is
en erop gericht is mijn leven
systematisch te ontleden.

Het meest verontrustend is
hoe Moth getraumatiseerd is
door de suggestie
dat zijn diagnose verzonnen is.
Naast haar verklaring online
heeft Winn brieven van de neurologen
die Moth behandelen geplaatst,
die zijn diagnose
en het verhaal in het boek bevestigen.

Wat betreft de beschuldigingen van verduistering,
geeft ze toe dat er problemen waren
met een voormalige werkgever.
Er werden beschuldigingen ingediend
bij de politie
en ze werd erover ondervraagd.
Er werd echter geen aanklacht ingediend
en er werd een schikking getroffen,
waaronder het terugbetalen van geld.

Alle fouten die ik in de loop der jaren
op dat kantoor heb gemaakt,
betreur ik ten zeerste,
en het spijt me oprecht.
zegt Raynor Winn

Dit was echter niet de mislukte zakelijke deal
die aan de basis lag
van hun financiële problemen
en die hun dakloosheid
en zo het Salt Path-verhaal in gang zette.

Winn meldt dat het pand in Frankrijk
een eigen, losstaand verhaal.
Toen ze op het dieptepunt van hun problemen
overwogen het te verkopen,
schatte een lokale Franse makelaar
het als vrijwel waardeloos
en vond het zinloos om het op de markt te zetten.

Uiteindelijk kozen ze ervoor
om zichzelf niet failliet te laten verklaren
en hun schulden kwijt te schelden.
In plaats daarvan sloten ze een overeenkomst
met hun schuldeisers voor minimale aflossingen.
Het succes van het boek heeft ervoor gezorgd
dat al hun schulden zijn kwijtgescholden.

Wat resteert is de impliciete beschuldiging
dat ze niet zijn wie ze beweerden te zijn,
dat ze zich verschuilen achter pseudoniemen
en niet hun ‘echte’ namen gebruikten.
Ze legt uit dat de reden
waarom Sally Ann en Tim Walker
Raynor en Moth Winn heten,
eigenlijk heel eenvoudig is.

In de beginjaren van hun relatie
vertelde ze Moth hoezeer ze het niet prettig vond
om Sally Ann genoemd te worden
en dat ze liever de achternaam Raynor had gehad.
Moth noemde haar vanaf dat moment Ray.
Winn is haar meisjesnaam.
En wat Moth betreft, zijn naam is Timothy
dus Moth is op TiMOTHy te herleiden.

Nadat ik het boek had gelezen
en de film eerder deze zomer had gezien,
was ik vooral onder de indruk van The Salt Path.
De menselijkheid van hun verhaal,
de reis die ze hadden gemaakt
en de inzichten in een goed geleefd leven
die het bood.

Toen de bom van The Observer barstte,
zakte mijn hart in mijn schoenen.
Moraalridders klommen hoog te paard
en Raynor Winn werd publiekelijk
aan de schandpaal genageld.

Ze trok zich vervolgens terug
uit haar aanstaande Saltlines-tournee,
waarbij ze tijdens een reeks evenementen
voor zou lezen uit haar boeken.
Uitgeverij Penguin werd ook opgeroepen om
de publicatie van haar volgende boek,
dat in oktober zou verschijnen, te annuleren.

Echter, terugkijkend op de onthullingen
over het Salt Path-verhaal,
vind ik het verhaal nog beter.
En om precies dezelfde redenen als voorheen.
Omdat het ons het leven weerspiegelt
zoals we dat kennen,
zoals de levens die we leiden.

Om te beginnen is het leven rommelig.
Soms is het zelfs troebel,
vol misverstanden, verkeerde interpretaties
en geconstrueerde verhalen.
Ja, wie van ons heeft nog nooit een fout gemaakt,
een verkeerde beslissing genomen
of een verkeerde keuze gemaakt,
‘uit zwakte, uit onwetendheid
of door onze eigen opzettelijke schuld’?
Lijken in vele kasten hebben we allemaal, toch?

En vervolgens,
op basis daarvan,
creëren we allemaal
ons eigen levensverhaal.
Of het nu gaat om het samenstellen
van onze online aanwezigheid
met de afbeeldingen die we op sociale media plaatsen,
of de anekdotes die we delen
en het gezicht dat we laten zien
aan degenen die deel uitmaken
van ons dagelijks leven.
De aantrekkingskracht is altijd gericht
op een versie die ons in het beste daglicht stelt.

Sterker nog,
het kan zelfs gaan om de verhalen
die we over onszelf vertellen, over onszelf.
De interpretatie van wat ons is overkomen
en waarom.
Interpreteren hoeveel van onze ervaring
te danken is aan
wat ons is aangedaan
of het resultaat is
van onze eigen verantwoordelijkheid.

Wanneer we dus de verleiding voelen
om iemand af te schrijven
vanwege wat hij of zij heeft gedaan,
doen we er goed aan
om te reflecteren op onze eigen ervaring.
Dan zijn we misschien wel dankbaar
dat we niet zijn afgeschreven
vanwege onze eerdere misstappen.
Dit verhaal houdt onszelf
dus ook een spiegel voor.
Want ondanks het feit dat ze decennialang
in kleine, landelijke gemeenschappen hebben gewoond,
heeft niemand tijdens de hele controverse
rond The Salt Path bijvoorbeeld gezegd
dat de Winns of de Walkers misschien wel goede buren waren.
Hierover spreken zou zomaar hun volgende avontuur
of weer een bestseller kunnen worden.

Verder denk ik aan hoe Jezus zich
in zulke omstandigheden gedroeg.
Toen een zelfingenomen groep mensen
in de Bijbel in Johannes 8
snel een oordeel wilde vellen
over de gebrekkige seksuele keuzes
van een vrouw,
moedigde Jezus degenen
die geen schuld hadden aan
om als eersten in actie te komen.
Langzaamaan beseften ze allemaal
wat hij zei en dropen af.

Ik heb het onderstaan gebed
van boetedoening
altijd enorm nuttig gevonden.
Het houdt ons gegrond in de realiteit
van onze eigen ervaring
en zou ons moeten waarschuwen
om anderen niet af te schrijven:

‘Almachtige God, onze hemelse Vader,
wij hebben tegen U gezondigd
en tegen onze naaste
in gedachten, woorden en daden,
door nalatigheid, door zwakheid,
door onze eigen opzettelijke fout.
Het spijt ons oprecht
en we berouwen al onze zonden.
Omwille van uw Zoon Jezus Christus,
die voor ons gestorven is,
vergeef ons al het verleden
en geef dat wij U mogen dienen in een nieuw leven
tot eer van uw naam.
Amen.’

Voor al onze lijken in al die kasten is er vergeving.

Voor wat voor ons ligt,
hebben we de mogelijkheid
om opnieuw te beginnen.

Door Gods genade.