Thomas van Aquino,
de grote filosoof en theoloog uit de 13e eeuw
voegde aan de vier klassieke deugden,
drie ‘theologale’ of goddelijke deugden toe:
geloof, hoop en liefde.
Die drie deugden komen
uit de eerste brief van Paulus aan de gemeente in Korinthe.
Daar schrijft Paulus
‘Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie,
maar de grootste daarvan is de liefde’ (1 Korintiërs 13,13).
De grootste, de belangrijkste is de liefde,
en met die deugd zullen we deze serie dan ook afsluiten.
Geloven is volgens Thomas
een gerichtheid op het ultieme goede, op Gód.
Maar geloof is volgens hem ook een geschenk,
een genadegave van God.
God is oorsprong en doel en zin.
We zijn van nature gericht op het goede,
maar dan wel het goede voor onszelf.
Het gaat er om dat wij ons richten op het goede
voor de gemeenschap.
Er is een kracht of een impuls buiten onszelf nodig
die ons richt op dat goede dat ons overstijgt.

