Laten we eerlijk zijn: corruptie is niet de uitzondering.
Het is onze standaardinstelling.
Zet mensen onder druk door schaarste, onzekerheid, crisis
en het dunne laagje beschaving bladdert er zo af.
Dan schuiven we baantjes toe aan vrienden,
regelen we dingen voor familie,
knijpen we een oogje dicht als het ons uitkomt.
Eeuwenlang was dat normaal.
Afkomst, netwerk, loyaliteit — dát was je kwalificatie.
Het idee dat we objectief en neutraal op merites selecteren?
Dat is een recente uitvinding.
Een vernislaagje.
En vernis slijt.

In het Italië van Berlusconi kon je zien hoe dat werkte.
Studenten die een meervoudig veroordeelde leider
niet verafschuwden maar bewonderden.
Basking in reflected glory: Meeliften op de glans van iemand
die de regels buigt en ermee wegkomt.
Niet boos worden om zelfverrijking, maar denken:
zo wil ik ook zijn.
Je stemt op de man die je geld uit je zak klopt,
omdat hij succes uitstraalt
en het establishment een schop geeft.
De political signaling theory noemt dat:
we volgen graag wie zichtbaar
de regels kan breken en winnen.
Je kunt beter bij de winnaar horen
dan bij de moraalridder.

En dan zeggen we verbaasd:
hoe kan dit gebeuren?
Alsof het kwaad iets exotisch is.

Maar het christendom
is daar al duizenden jaren nuchter over.
“Gij zult niet stelen.” “Gij zult niet begeren.” De Tien Geboden.
Dat zijn geen vrijblijvende adviezen voor een paar schurken.
Dat zijn geboden voor ons allemaal.
Omdat de neiging om te pakken wat niet van ons is,
diep in ons zit.
Niet alleen je buurmans bezit,
maar ook zijn positie, zijn invloed, zijn kansen.
Corruptie begint bij begeerte.
Bij het idee dat wat van ons is, nooit genoeg is.

Jezus gaat nog verder.
Hij zegt niet alleen: steel niet.
Hij zegt: waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Met andere woorden:
het probleem is niet alleen de daad,
maar de gerichtheid van je hart.
Wie leeft voor macht, status en zelfverrijking,
zal de regels altijd als hinderpaal zien.
Wie leeft voor God en de naaste,
ziet macht als verantwoordelijkheid.
“Wie onder u de grootste wil zijn, moet dienaar zijn.”
Dat is een frontale botsing
met de logica van de sterke man
die regels buigt en applaus oogst.

Dus als we het hebben over democratie
en de vraag of landen afglijden richting fascisme,
dan gaat het uiteindelijk niet om etiketten.
Het gaat om een geestelijke kwestie.
Weet een samenleving haar eigen neiging
tot afgoderij te beteugelen?
Want dat is wat het is:
afgoderij van macht, succes,
de leider die zegt: ik alleen kan het fixen.
De Tien Geboden beginnen niet met “steel niet”,
maar met:
“Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.”
Zodra macht of leider onze god wordt,
volgen de andere geboden vanzelf als slachtoffers.

De Duitse historicus Götz Aly schreef onlangs:
“Het Derde Rijk was niet alleen een Führerstaat.
Het was een morele ineenstorting
waarin talloze mini-Hitlers dachten:
dit is mijn kans.”

Beroof de ander, zet jezelf neer als slachtoffer,
schakel onafhankelijke instituties uit.
Dat is zonde in politieke vorm:
jezelf tot maatstaf maken
en de ander tot middel.

Fascisme is de staat als corruptiemachine.
Maar die machine draait op brandstof
die wij zelf leveren:
jaloezie, angst, begeerte, wrok.
En laten we niet doen
alsof dit alleen over Amerika gaat
of alleen over “de ander”.
Nederland staat hoog in lijstjes van niet corrupte landen.
Mooi.
Maar geen ranglijst redt ons van ons eigen hart.

De vraag is dus niet: is Amerika fascistisch?
De vraag is:
erkennen we dat er in ieder van ons een mini-tiran huist?
Iemand die best wil profiteren als het kan?
Het christelijke antwoord
is niet naïef optimisme, maar bekering.
Erkenning van schuld. Discipline.
Wet én genade.
Regels die ons begrenzen
en een Christus die ons hart wil vernieuwen.

Democratie is uiteindelijk geen technisch systeem.
Het is een morele oefening.
Dagelijks kiezen om niet te begeren, niet te stelen,
niet te buigen voor valse goden.
Dagelijks leren dat ware grootheid
niet zit in pakken wat je kunt,
maar in dienen waar je staat.
Dat is geen zachte boodschap.
Dat is een radicaal alternatief
voor de corruptiemachine.

 

Bestaanszekerheid kreeg net als migratie
veel aandacht bij de verkiezingsdebatten.
Bestaanszekerheid gaat over armoedebestrijding.
De Thora, de wet van Mozes,
roept op om iemand die in armoede vervalt
niet te laten verkommeren:

Armen zullen er altijd zijn bij u.
Daarom gebied ik u vrijgevig te zijn tegenover iedereen in uw land
die in armoede leeft of er slecht aan toe is.
(Deuteronomium 15)

Maar bestaanszekerheid is meer dan armoedebestrijding.
Het heeft ook te maken met de zekerheid van een woning,
van werk en inkomen, van vervoer,
schone lucht en water, van zorg en van onderwijs.
En met de toegankelijkheid van al die voorzieningen.

Eigenlijk is het een raar woord,
want het hoort bij ons bestaan
dat we geen zekerheid hebben.
Je kunt zomaar ziek worden, een ongeluk krijgen,
je baan kwijtraken.
Kwetsbaarheid hoort bij het menselijk bestaan.

Je hebt niet alles in de hand.
Veel zelfs niet:
waar je wieg staat, welke kansen je krijgt, hoe gezond je bent.
Of je niet toevallig op de verkeerde plaats bent.
In een gebouw dat instort door een aardbeving.
In een vliegtuig dat uit de lucht wordt geschoten.

Wij zijn ons bestaan juist níet zeker.

 

Rechtsstatelijkheid, dat woord dook opeens op in de verkiezingsdebatten.
De rechtsstaat heeft de afgelopen jaren deuken opgelopen.
Denk aan de toeslagenaffaire,
hoe de overheid om is gegaan met de gaswinning in Groningen,
de etnische profilering.
Zaken waarbij de overheid de burger ongelijk behandelde,
waar grondrechten met voeten zijn getreden.

Wat zou de kerk, wat zouden wij uit ons geloof, uit de Bijbel
kunnen inbrengen in het debat over de rechtsstaat,
de inrichting van de samenleving?
Nederland is een democratische rechtsstaat.
Er is een scheiding tussen kerk en staat.
Dus heeft de kerk wel recht van spreken?
Maar wat nu als de wetten in de staat indruisen
tegen de wetten van het koninkrijk van God?

Vanmorgen was Victoria Koblenko (een Nederlandse actrice, presentatrice en columniste van Oekraïense komaf) op bezoek bij Dit is de dag, een programma op Radio 1. Ze was daar op bezoek om als lid van de groep Stoere vrouwen te pleiten voor het gebruik van ‘eerlijke’ chocolade. Voor dit product krijgt de cacaoboer dan een faire prijs en wordt niet uitgebuit door de opkoper. Op zich een nobel streven. Wat me echter opviel was dat Klobenko zei dat ze de leveranciers wilde overtuigen van het verkopen van alleen maar ‘eerlijke’ chocolade.  Alleen maar? ‘Ja’, zei ze, want ze was behoorlijk aan chocolade verslaafd en ze moest tegen zichzelf beschermd worden, want als ze de keuze moest maken tussen goedkope chocolade en het duurdere ‘eerlijke’ product, dan koos ze toch voor het goedkopere product. Verder had ze wel een vreemd idee over het ‘goede leven’. Zelf koopt ze geen vlees, maar ze wilde anderen niet voor hun hoofd stoten als ze haar vlees voorschotelden als ze op bezoek kwam. Tevens maakte ze veel gebruik van vliegtuig en auto omdat dat vanwege haar werk noodzakelijk was; daar kon ze toch niets aan doen. Ze had een keer een auto die op aardgas rijdt te leen, maar die auto al snel weer ingeleverd omdat ze zoveel moeite moest doen om aan brandstof te komen.

Eigenljk vreemd zo’n reactie dat je beschermd moet worden tegen jezelf. Zo’n verzoek om een gedeelte van je eigen autonomie ingeperkt te laten worden. Volgens mij buitelt iedereen over elkaar heen om te protesteren tegen een inperking van de vrije keuze en de eigen vrije wil (denk aan de moeizame debatten rondom de verkrijgbaarheid van allerlei soorten drugs), maar als er dan toevallig een BN-er zich schaart achter zo’n initiatief dan zet men gedwee het eigen ‘dikke ik’ zomaar opzij.

Als men toch het eigen ‘dikke ik’ opzij kan zetten ken ik een paar zeer nuttige leefregels:

  1. Ik ben de Heer, uw God die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.
  2. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
  3. Gij zult de naam van de Eeuwige, uw God, niet ijdel gebruiken.
  4. Gedenk de Sjabbatdag, dat gij die heiligt.
  5. Eer uw vader en uw moeder.
  6. Gij zult niet doodslaan.
  7. Gij zult niet echtbreken.
  8. Gij zult niet stelen.
  9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
  10. Gij zult niets begeren wat van uw naaste is.

Je zult zien, het werkt! Verbeter de wereld, begin bij jezelf!