Vandaag zoeken veel mensen naar hun identiteit. Dat is van alle tijden, maar juist in onzekere tijden speelt dat sterker op. Het is de paradox dat in onze welvarende samenleving steeds meer mensen, en niet alleen jongeren, kampen met depressies, burn-out en er meer antidepressiva wordt geslikt dan ooit tevoren. De Vlaamse psychiater Paul Verhaeghe ziet een belangrijke oorzaak in de cultuur van neoliberalisme, waarin we steeds maar moeten presteren, waarin hebzucht als iets goed wordt gezien, succes een eigen verdienste en egoïsme als een deugd. Veel mensen hebben hooggestemde idealen, ook voor hun kinderen. Maar het kind stemt niet altijd overeen met de idealen van de ouders. In de film Fight Club zegt de persoon Tyler Durden iets over dit probleem
We’ve all been raised to believe that one day we all be millionaires and moviegods and rockstars. But we won’t, and we’re very, very pissed off.
Het zijn de demonen van onze tijd. Als een kind in zijn opvoeding meekrijgt dat alles, maar dan ook alles mogelijk is, vormt dit een uitstekende basis voor teleurstelling en faalangst. In een maatschappij waarin mensen steeds meer op zichzelf teruggeworpen worden, verkommert onze ziel. Waar mensen bevrijd worden uit die verkrampende en verlammende angst voor zichzelf en voor de ander, gaan we open, staan we op, en krijgt het bevrijdend visioen van het Koninkrijk gestalte.
Als de christelijke kerk de test van de huidige veranderingen in onze beschaving en de overgang van het moderne naar het postmoderne tijdperk wil doorstaan, ben ik ervan overtuigd dat zij zich niet alleen kan bezighouden met de schapen die keurig meelopen in haar kudde of met het traditionele zendingswerk dat tot doel heeft zoekers in bewoners te veranderen en hen in de bestaande institutionele en mentale begrenzingen van de kerken wil persen. Zij moet buiten haar grenzen treden en proberen de zoekers met wederzijds respect te ‘begeleiden’, zonder daarmee per se zielen te willen winnen. We lopen dan het risico dat niet alleen zij, maar ook wij zullen veranderen, omdat de waarheid ons gemeenschappelijke doel is. De waarheid die ons in Christus is gegeven, is geen statisch object en geen reeks formules, maar de weg en het leven, iets wat in beweging is en ons voortdurend ertoe oproept ‘naar dieper water te varen’.
Het echte geluk is voor mensen die weten dat ze God nodig hebben. Want voor hen is Gods nieuwe wereld. BGT Matteüs 5,3 Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen. HSV Matteüs 5,3
Arm zijn betekent accepteren dat we geen meester zijn over ons leven. Een van de ziektes van het moderne Westen is dat we alles onder controle willen houden, alles plannen, kiezen en onderwerpen aan de menselijke wil. Het is duidelijk dat dit onmogelijk is, hoe groot de technische vooruitgang ook is. Die pretentie van almacht kan slechts leiden tot teleurstelling en angst. We moeten daarentegen geloven dat de omstandigheden die ons het meest doen groeien, juist die situaties zijn waar we geen zeggenschap over hebben. Wanneer we de uiterlijke omstandigheden niet kunnen veranderen, worden we uitgedaagd onszelf te veranderen. Dat is waar het uiteindelijk om gaat. ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn.’ Dat is de eerste gelukwens, de eerste zaligspreking. Er volgen er nog zeven. Ze vormen samen een reeks. Ze schetsen een geestelijk groeiproces voor een kind van God. Ze vormen het profiel van een christen. In Jezus’ mond klinkt het als een roeping. Die een duidelijke richting wijst. In zijn mond klinkt het ook als een belofte. Dat je Hem als kind van God bent aangenomen. En in zijn mond klinkt het als een zegen. Dat Gods Geest je op deze weg leidt en verder brengt. Als kind van God, aan de hand van Vader, midden in deze wereld.
Het evangelie van Jezus Christus, het goede nieuws van het hemelrijk begint hier: ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.’
Heeft de mens het eigen geluk in de hand? Als christenen vieren we met Pasen vieren we dat Jezus Christus ons heeft bevrijd door Zijn dood en opstanding. Daarin let hij zij zien dat wij niet meer van alles hoeven te doen om ons geluk te bewerkstelligen of bij God in een goed blaadje te komen. Ons eigen geluk hoeven we niet meer na te jagen en te perfectioneren omdat we mogen weten dat het echte geluk er al lang is. En nog beter: we hoeven ons zelf niet waardevol te maken, want we zijn al waardevol in de ogen van God. Hoe zit het dan met die waarde van een mens? Maak je je eigen geluk? Vanuit de cultuur waarin we leven, waarin reclames eindigen met zinnen als ‘omdat je het waard bent’, word je van alle kanten opgeroepen om die waarde veilig te stellen! Dan zeggen we: ik ben waardevol. Het past naadloos in onze cultuur. Of als christelijke variant, zeggen we dan: ik ben zo kostbaar in Gods ogen dat Hij zijn eigen Zoon stuurde om mij te redden. Beide kloppen niet met het evangelie. Jezus wil ons juist bevrijden van de gedachte dat de wereld om ons draait. Jezus doet dat door Zijn wereld om ons te laten draaien. Dat is bijzonder. Als er één is die het recht heeft om de wereld om zichzelf te laten draaien en zichzelf in het middelpunt te zetten, is het Jezus wel. De wereld is immers van Hem en Hij staat in het middelpunt. Maar wat doet Jezus? Hij laat zijn wereld, zijn leven om ons draaien. Zo laat Hij zien wat liefde is. Hij offert zichzelf op om onze wereld draaiende te houden. Zo wil Hij je bevrijden van die eindeloze gerichtheid op jezelf.
De Amerikaanse filosoof Michael Sandel schrijft met zijn boek De tirannie van verdienste één grote kritiek op het meritocratische ideaal dat hoogtij viert. Een meritocratische ideaal kun je als volgt samenvatten: Je sociaaleconomische positie wordt bepaald door je verdienste (merites). Iedereen krijgt wat hij verdient. Gericht zijn alleen op jezelf. Iedereen – ongeacht afkomst, huidskleur, geaardheid, gender – kan succesvol zijn en stijgen op de sociaaleconomische ladder. Als je maar je best doet en hard werkt. Volgens Sandel is precies dit ideaal een gif dat onze samenleving en onszelf ziek maakt: Jij maakt je geluk! Het gevolg van het heilig geloof in deze op verdienste gebaseerde verdeling in de maatschappij, is dat degenen die onderaan de sociale ladder staan niet alleen (kans)arm zijn, maar bovendien denken dat dit komt omdat ze gefaald hebben. Andersom staan de rijken of succesvollen niet alleen boven de rest, maar denken ze vooral ook dat ze hier recht op hebben: jij hebt immers je eigen geluk gemaakt. Ze hebben immers hard gewerkt om te komen waar ze nu zijn, hebben op een goede universiteit gezeten waar ze alleen maar terecht konden omdat ze nu eenmaal beter konden leren dan anderen. Kortom: je sociaaleconomische plaats in de maatschappij is het gevolg van jouw eigen handelen en daarmee volledig jouw eigen verantwoordelijkheid. Sandel constateert dat het meritocratische ideaal vaak in feite niet werkt: word je geboren in een arm gezin, dan is de kans klein dat je zelf ooit rijker wordt dan je ouders. Het geloof dat iedereen die over aanleg beschikt en hard werkt kan opklimmen, strookt vaak niet met de feiten.
Wat beslissend voor jouw leven is je verhouding met Jezus. Hij beslist jouw waarde. Want Hij heeft alles in handen, Hij heeft de Geest zonder maat, Hij spreekt, en zijn woorden zijn woorden van God en dus eeuwig leven. Alles draait om Hem. Ga dus leven naar je waarde. Die ontvangen waarde. Je bent waardevol geworden omdat Jezus zich arm betaalde!
‘Wie zal voor ons de steen weg rollen?’ Dat is wel een reële vraag van de vrouwen die ’s morgens in alle vroegte naar het graf van Jezus gaan. Maar deze drie vrouwen hebben niet alleen te maken met die kolossale steen voor het graf van hun Heer. Na alles wat zij hebben meegemaakt ligt er ook een zware steen op hun hart. Iets wat hen naar beneden drukt en klein maakt. Een miserabel mengsel van verwarring en verdriet. Van somberheid en hopeloosheid. Dat is dus ook wat mee klinkt in die vraag: wie zal voor ons de steen wegrollen?
Herkent u iets van deze vraag? En van het gevoel dat in deze vraag mee klinkt? Wat is zo’n steen in uw leven? Angst voor de toekomst en de tijd waarin we leven? Ze maken ons het leven moeilijk en liggen soms als een steen op je hart. Zo hard, zo koud, zo zwaar, zo zonder beweging en zonder perspectief. Zulke stenen kunnen in de weg liggen. En het wil dan niet zomaar Pasen worden in ons leven. En wie zal dan voor ons die steen wegrollen?
‘maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold.’ …toen zagen ze… Eerder waren ze te neergeslagen, keken ze naar beneden en naar zichzelf. Maar het verandert als zij beginnen op te kijken. Zoals in psalm 121: ‘ik sla mijn ogen op naar de bergen. Van waar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.’ Het verschil zit hem dus in de blikrichting. Wie opkijkt, ziet de dingen in ander licht. En dan hoeft zo’n steen waar wij op stuk lopen waar wij ons aan vertillen geen obstakel meer te zijn. De steen is er dan misschien nog wel. En hij is nog altijd best wel groot maar hij ligt dan niet meer in de weg. Je kunt er langs, je kunt er door. Je ontdekt weer een weg om te gaan.
Voor de vrouwen in het Paasevangelie gaat deze weg eerst het graf in. En ook daarin zit wellicht een leermoment. Pasen is geen toverwoord. Pasen is een weg die je gaat. En die weg gaat langs het kruis en tot in het graf. Wij zouden dat moment misschien liever overslaan. En zonder kruis of graf maar meteen de Paasjubel aanheffen. Maar het wordt meer en meer Pasen in je leven als je ook de moed hebt om de stenen in je leven te zien. En om de spelonken van je eigen bestaan binnen te gaan. Je fouten in de ogen te zien, je zwakheden te aanvaarden. Je angst te uiten, je tranen te huilen, je wonden te tonen.
In de allerlaatste verzen, van het Markusevangelie duikt een jonge man op. Misschien bedoelt Markus met die jongeman wel zichzelf. Als één van de leerlingen die ernstig hebben gefaald. Maar ondanks dat falen, toch opnieuw een boodschapper mag zijn Van de blijde boodschap van de weggerolde steen, het lege graf en de opgestane Heer.
Zo werkt dat bij God. Wij mensen pinnen elkaar vaak vast en dragen elkaar tot in eeuwigheid na wat de ander ooit verkeerd deed. Maar in Gods hart werken die dingen anders. Hij pint ons niet vast op ons verleden, maar laat zichzelf vastpinnen aan een kruis. Hij hangt geen molensteen om onze nek. Maar rolt de stenen genadig weg, draagt zelf die last met zich mee de wereld uit. En maakt zo de weg weer vrij voor een nieuwe start.
Hoe vrij zijn we eigenlijk? Er zit een diep verlangen in ons om vrij te zijn. Maar wie van u hier kan volmondig zeggen: ik ben vrij, en daar leef ik elke dag weer uit? Ik geniet van het leven zoals God het bedoeld heeft?
Ja, als christenen belijden we dat in het bloed van Christus een diepe vrijheid verborgen ligt… toch zie je daar in de praktijk van je leven soms weinig van terug. We zijn gebonden door het leven en door onszelf. Ik denk dat we dat allemaal wel herkennen, dat ook als je Christus kent en als je Zijn naam belijdt, je leven niet plots over rozen gaat. En we weten soms niet zo goed hoe we daar mee om moeten gaan. Want ergens verwacht je toch, dat als je God kent, dat je leven makkelijker zal zijn dan daarvoor. Je dacht vrijheid te hebben gevonden bij God – maar niets is minder waar.
‘Wees niet bang’, zegt God bij monde van Jesaja ‘want ik zal je vrijkopen, ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij! Moet je door het water gaan – ik ben bij je; of door rivieren – je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien.’
God bevrijdde de Israëlieten uit de handen van de Egyptenaren, Hij bevrijdde Daniël uit de leeuwenkuil, Hij bevrijdde Christus uit de dood. En zal jou bevrijden uit alles wat je maar gebonden houdt.
God doet geen half werk. Hij bevrijdt je uit Egypte en neemt je aan als zijn kind op grond van het bloed van Jezus. Daar wees het bloed aan de deurposten in Egypte al op. Maar dan wil Hij u ook elke dag weer bevrijden wanneer je in moeilijke situaties terecht komt.
Maar als je niet meer kan? Wat als er geen droog pad door de Rietzee lijkt te komen? Wat nou als je al zo lang gevangen zit in je eigen gevoelens van angst of onzekerheid. Wat nou als ziekte het wint van mensen die je dierbaar zijn.
Moet je dan maar stil zijn? Moet je dan maar vertrouwen? Waar is God dan?
Want dan, dan blijft het van Gods kant soms zo stil. Ja – Soms blijft het van Gods kan heel stil. Maar God strijdt ook in die stilte wel voor ons. Toen Jezus berecht en veroordeeld werd deed hij zijn mond niet open. Hij stierf aan het kruis en nog nooit was het zo stil in de wereld, als de dag dat God dood was. Nog nooit was het zo stil als op stille zaterdag. En nog nooit was de strijd van God voor ons zo groot.
Elke stilte in ons leven is betekenisvol, niet omdat we zwijgen. Niet omdat we geen antwoorden weten en ons verloren voelen in de wereld. Maar omdat God gesproken heeft. God zei: Er zij licht. Zo sprak Hij in Genesis en zo sprak hij op die eerste dag van de week toen Christus opstond uit de dood. Als we nu stil zijn omdat we oog in oog staan met ziekte, met druk, met stress, dan weten wij dat het altijd slechts de stilte van Stille Zaterdag is. Als we de overwinning nu nog niet zien, dan straks wel. Want Christus leeft!!
We zijn er misschien wel zo’n een beetje aan gewend geraakt, aan dat kruis. We schrikken er niet meer zo van. We praten er soms over alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. ‘Jezus is aan het kruis gestorven voor mijn zonden.’ Maar het is zo ongewoon. Zo afzichtelijk ook. Het kruis is niet mooi. En tegelijk heeft dat kruis, dat lelijke kruis alles met het leven te maken. We kunnen er niet omheen. En we moeten dat ook niet willen.
Er hangt een bloedende Man aan het kruis. Man van smarten. En dat opschrift aan het kruis, vat het heel kort samen: ‘Dit is de Koning der Joden.’ En je proeft nog de spot die erin doorklinkt, je hoort nog de lach van de man die de letters in het bordje graveerde, en je ziet nog de lol die de omstanders hadden. Wat een Koning is die Man van smarten! Wat een Koning. Belachelijk. Eén brok zwakheid. Hij kan niet eens van het kruis afkomen. Om je dood te lachen.
Wilt u dat wel? Zo’n koning? Het antwoord op die vraag hangt ook een beetje af van twee andere koningen. Twee koningen die in deze wereld ongelooflijk veel heerschappij uitoefenen. Twee koningen die op aarde heersen. Het gaat dan over de koningen die Paulus noemt in de brief aan de Romeinen: De zonde en de dood. Hij noemt de zonde en de dood ook koningen. Koningen met macht en veel invloed.
Ja, daar kun je ook anders tegenaan kijken. De zonde, daarvan kun je zeggen: ‘ach mensen, dat valt toch allemaal wel wat mee; zeur toch niet zo over zonde; natuurlijk, we maken allemaal onze fouten, en dat is niet goed; maar het kan toch niet zo zijn dat God daarom zijn eigen Zoon de dood injaagt.’ Zo kun je omgaan met de zonde. Nauwelijks een vijand. Bijna geen macht. Hoezo: koning? En van de dood geldt hetzelfde: ‘dood is dood, zeggen veel mensen; we sterven nu eenmaal allemaal een keer; dat hoort bij het leven.’ Zo kun je omgaan met de dood: nauwelijks een vijand, geen echte macht. Hoezo: koning?
Maar de Bijbel leert ons om de zonde en de dood te zien als koningen die niet thuishoren op aarde. Dood en zonde horen niet bij het leven. Het is een vreemd element in Gods goede schepping. Dat is niet wat God wil. Daarom laat Hij ons aan de enorme macht zien die de zonde en de dood als koningen in ons leven hebben. En daarom hebben we die andere Koning nodig. Die Koning aan het kruis die de zonde uit de wereld wegdraagt en die de dood de doodsteek toebrengt. Jezus Christus. Een koning in nederigheid en zwakheid. Alleen zo kan Hij de koningen zonde en dood overwinnen.
En dat vinden we allemaal samengebald terug in dat korte opschrift. ‘Dit is de Koning der Joden.’ In drie talen stond het er. Want iedereen moet het kunnen lezen, deze beschuldiging op grond waarvan Jezus is veroordeeld. Iedereen moet kunnen begrijpen hoe belachelijk dit is. Want wat is dat nou voor een koning!? Hij kan niet eens zelf van het kruis af komen? Hoofdschuddend kijken de mensen ernaar. ‘Mij niet gezien, zo’n koning!’
En toch wilde Jezus op en top zó Koning zijn. Nederig, zwak, geen politieke power, maar liefdevolle dienstbaarheid en nederige zelfverloochening. Dat moeten we erin zien. Een zwakke Koning, maar wat gaat juist daar veel kracht vanuit! Wat is er een kracht voor nodig om zwak te durven zijn. Wat is er een moed voor nodig om trouw te zijn tot in de dood. Wat is er een liefde nodig om de zonden van de wereld op je te willen nemen en aan het kruis te nagelen. Zo is Christus onze Koning.
Op Witte Donderdag gedenken we hoe Jezus voor de laatste keer met zijn leerlingen bijeen was. Hoe hij met hen die maaltijd vierde die zo’n bijzondere betekenis kreeg. Want het was de laatste maaltijd en tegelijk niet de laatste. De Heer maakte tijdens de maaltijd duidelijk dat ze deze maaltijd moesten blijven houden: ‘doet dit tot mijn gedachtenis’. Juist deze maaltijd moest voor hen en alle gelovigen het teken zijn dat hij zelf in hun midden was. Zij zouden hem steeds weer mogen herkennen ‘in het breken van het brood’. In deze maaltijd schenkt Jezus zichzelf aan ons voor ons leven als gelovige mensen: ‘Dit is mijn lichaam’ zegt hij bij het breken van het brood en het uitdelen ervan. Het is heel belangrijk dat we dit voor ogen houden. Niet wíj zeggen bij het breken van het brood ‘we denken aan Jezus’ alsof wíj betekenis geven aan het brood. Het is de Heer zelf die zegt: ‘dit is mijn lichaam’. Hij ís het zelf. Wat hij zegt dat is hij. En wat hij is dat zegt hij. Het is deze liefde voor de blijvende tegenwoordigheid van Christus in brood en wijn die ons telkens van zijn nabijheid in ons leven mag vervullen. En hij voegt eraan toe dat wat hij gedaan heeft in de voetwassing een voorbeeld is voor allemaal. Respect en liefde voor de werkelijke tegenwoordigheid van de Heer in ons midden kan niet zonder liefde en respect voor elkaar. We moeten waardevol en kostbaar zijn in elkaar ogen. Elkaars zwakheden verdragen, fouten vergeven, en elkaars talenten herkennen en stimuleren, en in elkaars noden zo mogelijk voorzien. Dat is elkaar de voeten wassen, zoals Jezus ons heeft voorgedaan en opgedragen, nog voor de maaltijd. Met het offer van zijn leven door zijn lijden en sterven aan het kruis dat we in deze dagen gedenken, heeft Jezus ons de voeten gewassen, onze zonden vergeven en tot nieuwe mensen gemaakt, mensen van God.