Ze zijn Jezus gevolgd. Door de nauwe straten van de stad Jeruzalem. De Damascuspoort uit. Tot op de kruisheuvel Golgotha. Het zijn Maria, de moeder van Jezus; Maria, de vrouw van Klopas en Maria uit Magdalena. Het is hun liefde voor Jezus die hen hier heeft gebracht, bij het kruis van Jezus. Wat een intens verdriet moet het hen gedaan hebben toen ze zagen hoe hun geliefde Jezus aan het kruishout werd vastgespijkerd. Wat een gevoelens van machteloosheid moeten hen zijn overvallen toen ze hoorden hoe hun geliefde Jezus werd bespot en veracht door de geestelijke leiders van hun volk. Het zwaard snijdt in al zijn scherpte door hun ziel als ze aan de voet van het kruis staan waar hun geliefde Jezus als een gewetenloze misdadiger hangt. Dan merkt Jezus hen op. Zijn oog valt op Maria, zijn moeder. En op Johannes, de enige van de leerlingen die niet is weggevlucht. ‘Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie Hij veel hield, zei Hij tegen zijn moeder: ‘Vrouw, dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ (Johannes 19:26-27) Het is opvallend hoe Jezus in zijn lijden aan het kruis steeds met anderen bezig is geweest. Het zijn bewogen woorden, die Hij vanaf het kruis spreekt. Woorden die voortkomen uit het diepste van zijn wezen. Bewogen met anderen. Want hoe moet het nu verder met Maria? Moet ze straks helemaal alleen weer terug naar Nazareth? Hoe lang zou ze al de weduwe van Jozef zijn? Wie zal er daar in haar levensonderhoud voorzien? De gekruisigde Jezus spreekt hier Maria aan als ‘vrouw’ en niet als moeder. Maria is niet alleen zijn moeder, zij is ook de vrouw die zich uit liefde in dienst gesteld heeft van haar Heer. ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ (Lucas 1: 38) Heel Maria’s leven staat in het teken van het dienen van de Heer! Vanaf zijn kruis draagt Jezus in zijn liefdevolle bewogenheid deze vrouw op aan de zorgen van Johannes. Daarmee snijdt Hij de natuurlijke band met zijn moeder door. Hij neemt afscheid van haar, door haar een ander in zijn plaats als zoon toe te wijzen. En opnieuw moet Maria als moeder een stap terug doen. Nu voorgoed. Nu definitief.
En Johannes?
Sommige uitleggers denken dat Johannes, net als Jakobus zijn broer, een neef van Jezus moet zijn geweest. Eén van die donderse jongens van Zebedeüs en Salome. Johannes is de leerling waar rabbi Jezus veel van is gaan houden. Iemand die Hem drie jaar lang is gevolgd, door dik en door dun. Trouw en het vertrouwen waard. Johannes is dan ook de enige leerling waar we in het evangelie van lezen dat hij bij het kruis staat. Ook Johannes wordt door de gekruisigde Jezus persoonlijk aangesproken. Het is geen vriendelijk verzoek dat Jezus doet aan zijn beste vriend. Het is een taak, een opdracht die de Heer hem geeft: ‘Zorg voor haar!’ De man en de vrouw waar Jezus op aarde het meest van is gaan houden worden door Hem door dit kruiswoord aan elkaar verbonden. Hij wil dat ze één gezin gaan vormen. Voortaan woont Maria in het huis van Johannes. Zij zullen samen het begin gaan vormen van een nieuwe gemeenschap: de gemeente van Jezus Christus. Zij zullen als eersten brood en wijn met elkaar delen.
En wij?
Ook ons spreekt de gekruisigde Jezus aan. Aan zijn kruis brengt Hij mensen bij elkaar. Hij draagt ons op om zorg te dragen voor elkaar. Om als broeders en zusters in liefde met elkaar om te gaan. Om onze vreugde en ons verdriet, onze rijkdom en onze nood met elkaar te delen. Aan het kruis herinnert Jezus ons aan de woorden die Hij eerder sprak: ‘Want ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en mijn zus en mijn moeder.’ (Matteüs 12: 50) Als je Jezus gaat volgen, kun je allerlei banden, zelfs familiebanden, kwijtraken. Maar de gekruisigde Jezus ziet je staan en geeft je een nieuwe familie om je heen: de gemeente van onze Heer Jezus Christus.
Dat is het geheim van dit derde bewogen kruiswoord!
Door de nauwe straten van Jeruzalem wringt zich een groep Romeinse soldaten. Ze begeleiden drie veroordeelden die vandaag nog gekruisigd zullen worden. Twee naamloze misdadigers en een zekere Jezus, die zichzelf heeft laten ‘kronen’ tot koning van de Joden. Aangekomen op de plek die Schedelplaats – die Golgotha heet … doen zij hun werk. Met touwen en grote draadnagels maken ze de drie veroordeelden vast aan hun kruis. Wat kan het hen ook schelen. ‘Bevel is bevel’. En als dank voor de door hen verleende diensten verdelen zij de kleren van de kruiselingen. Eén is er zo gelukkig om het naadloos geweven kleed van Jezus te winnen. Wat zou hij er mee gedaan hebben?
Golgotha, Schedelplaats. Die naam had deze heuvel vermoedelijk te danken aan zijn vorm. Volgens een oude Joodse legende was hier – na de zondvloed – de schedel van Adam begraven. Adam, de eerste mens, die in opstand was gekomen tegen God. God had hem daarom verbannen uit het paradijs. Op deze plaats – even buiten de muren van de stad Jeruzalem – waar men aannam dat de schedel van de eerste mens begraven was, opent Jezus, de tweede Adam, weer de toegang tot het paradijs. Aan weerszijden van de gekruisigde Jezus hangen twee misdadigers. Het zijn Zeloten. In Jezus’ tijd Sikariërs genoemd. Dolk-mannen. Zij hoorden tot een groep van ondergrondse verzetsstrijders die met hun messen en dolken alles wat Romeins of Romeins-gezind was … van het leven probeerden te beroven. Zij vochten voor een koninkrijk zonder de gehate Romeinen: een paradijs op aarde. Daarom werden zij door hun Joodse volksgenoten op handen gedragen. Bar-Abbas was hun populaire leider. Wanneer het gebeurd is vertelt de evangelist Lucas ons niet, maar de ogen en het hart van één van deze beide misdadigers zijn opengegaan voor Wie Jezus is. Hij heeft begrepen dat Jezus hier onschuldig aan zijn kruis hangt. Hij heeft gezien hoe Jezus aan het kruis de plaats ingenomen heeft van Barabbas, hun aanvoerder. Hij heeft geluisterd naar de woorden van Jezus: de messias, de koning van de Joden. Daarom verdedigt hij Jezus tegenover zijn collega: ‘Wij worden terecht gestraft: het is ons verdiende loon. Maar die man heeft niets onwettigs gedaan.’(Lucas 23: 41) En hij voegt eraan toe: ‘Jezus, denk aan mij wanneer U in uw koninkrijk komt.’ (Lucas 23: 42) Hij gelooft het! Hij gelooft in de koninklijke macht van Jezus! Hij gelooft dat Jezus de werkelijke Verlosser, de langverwachte Bevrijder is. Hij gelooft dat met Jezus het koninkrijk op aarde komt! En dat is zonder meer een wonder. Want menselijkerwijs gezien is het een dwaasheid om nog iets van Jezus te verwachten. Ten dode opgeschreven is Hij. Nu kende men in de tijd van Jezus drie betekenissen van het woord ‘paradijs’: • het verloren paradijs van Adam – de eerste mens – uit Genesis. • Dan was er het paradijs van de eindtijd (denk maar aan het Bijbelboek Openbaring). • En tenslotte kende men het paradijs als de plaats waar de gestorven gelovigen verblijven.
In die laatste betekenis gebruikt Jezus nu aan het kruis het woord ‘paradijs’. Het is de plaats van het eeuwige leven tegenover de plaats van de eeuwige dood in de Gehenna, de hel. Bewogen als Hij is met deze tot geloof gekomen misdadiger belooft de gekruisigde Jezus hem zelfs meer dan hij vraagt. Jezus zal niet alleen dénken aan hem, Jezus zal bíj hem zijn, en hij bij Jezus.
Heden, vandaag nog! Zelfs de dood kan hen niet meer van elkaar scheiden. Zo ontvangt deze vrijheidsstrijder in zijn stervensuur … het Léven!
En wij?
Ook ons spreekt de gekruisigde Jezus aan. Het zijn bewogen woorden. Woorden die ons in beweging zetten. Want dat koninkrijk, dat paradijs dat door Adam was verloren geraakt, wordt hier aan het kruis ook voor ons door Jezus weer ontsloten. Wie berouw toont, zijn schuld erkent en onvoorwaardelijk in Jezus als zijn Redder gelooft … mag met Hem mee naar binnen. Die mag voor eeuwig leven in het ‘paradijs’. Het kruis van Jezus is voor ons de ‘boom van het Leven’ geworden.
Dat is het geheim van dit tweede bewogen kruiswoord!
Pontius Pilatus voelt zich bedreigd. Nee, hij wil geen opstand in Jeruzalem. Dat zou zijn positie als prefect in Judea in gevaar brengen. Schoorvoetend geeft hij zich gewonnen. Aan de geestelijke leiders van het Joodse volk. Rabbi Jezus zal de plaats van Bar-Abbas innemen op het al gereedliggende kruis van Golgotha! Golgotha, Schedelplaats. Executieheuvel buiten de muren van de stad Jeruzalem. De Romeinse soldaten doen hun werk. ‘Eén, twee, drie …’
‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’ Vanaf het kruis op Golgotha horen we het eerste kruiswoord. Een bewogen woord. Want Jezus is bewogen met mensen. Bewogen, tot in het diepst van zijn wezen is Hij met hen begaan. ‘Vader, vergeef hun …’ Wie zijn die ‘hun’?
Wie het zijn, zijn zij die niet weten wat zij doen. Je zou allereerst kunnen denken aan de soldaten die Jezus aan zijn kruis hebben vastgespijkerd. Zij doen niets anders dan wat hen van hogerhand is opgedragen. ‘Bevel is bevel!’ Jezus is met hen begaan. Ze weten immers niet dat zij een onschuldige ter dood hebben veroordeeld. Later op de dag – pas ná het sterven van Jezus – dringt het door tot hun legerofficier: ‘Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige!’ (Lucas 23: 47). Je zou ook kunnen denken aan de toegestroomde volksmassa. Weten zíj wel wat ze doen? Het was immers nog maar een paar dagen geleden dat zij Jezus als hun langverwachte messiaanse koning hadden opgehaald. Palmtakken. Hosanna. ‘Gezegend Hij die komt als koning, in de naam van de Heer!’ (Lucas 19: 38). Vanmorgen vroeg hadden ze – opgejut door hun geestelijke leiders – voor het paleis van Pilatus geschreeuwd: ‘Kruisig Hem, kruisig Hem’ (Lucas 23: 21).
Ach, ze weten niet wat ze doen. Ze hebben hun messiaanse koning afgewezen, uitgespuwd, naar het kruis verbannen. Wie wél weten wat zij doen zijn de geestelijke leiders van het volk van Israël: de Joodse raad, het Sanhedrin. Zij staan er op de Schedelplaats met hun neus bovenop. Ook zij drijven de spot met de gekruisigde Jezus: ‘Anderen heeft Hij gered; laat Hij nu zichzelf redden als Hij de Messias van God is, zijn uitverkorene!’ (Lucas 23: 35). Ook hogepriester Kajafas is er ambtshalve bij. Het was namelijk gebruikelijk dat hij bij de terechtstelling van een valse profeet aanwezig was om op een schuldbelijdenis of een herroeping te wachten. Wanneer zo iemand – tijdens zijn terechtstelling – zijn schuld bekende of zijn valse leer herriep, dan kon de hogepriester hem vergeving schenken. Dan zou hij niet als een goddeloze sterven. Maar de gekruisigde Jezus draait echter de rollen om! Hij vraagt niet om vergeving voor Zichzélf. Hij vraagt God om vergeving te schenken aan allen die Hem bespotten en verachten: de soldaten, de geestelijke leiders, de toegestroomde mensenmassa, wij dus! ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’ De gekruisigde Jezus bidt, roept tot zijn Vader. Immers alleen de Vader kan vergeven. De Vader wíl vergeven. Om het offer van zijn Zoon. Vergeving. In de Bijbel betekent het woord vergeving: wegzenden. Op Grote Verzoendag werd er in Israël een bok de woestijn in gezonden. Nadat de Hogepriester eerst zijn handen op zijn kop heeft gelegd om daarmee – symbolisch – al de zonden van het volk over te dragen op dit dier. De gekruisigde Jezus is die zondebok.
En wij?
Het eerste bewogen kruiswoord van Jezus roept ons in de eerste plaats op om berouw te tonen. Want wie geen berouw toont om zijn zonden kan ook geen vergeving ontvangen. En wie geen vergeving heeft ontvangen kan ook de ander niet vergeven. Dat is namelijk het tweede waartoe dit bewogen kruiswoord van Jezus ons roept: om elkaar te vergeven. Zélfs als helemaal duidelijk is, dat de ander fout was. Zélfs als er niet eens om vergeving wordt gevráágd.
Zou je dat kunnen? Elkaar vergeven? Want die ander liefhebben kun je alleen als je weet dat jouw zonden je vergeven zijn.
Dat is het geheim van dit eerste bewogen kruiswoord van Jezus.
Morgen begint de Stille week, de Goede week, de Lijdensweek, kortom de week voorafgaand aan de herdenking van het lijden, sterven en opstanding van Jezus Christus.
De komende week wil ik elke dag een meditatie publiceren aan de hand van de zogenaamde kruiswoorden van Christus: De woorden die Hij volgens de Bijbel sprak toen hij aan het kruis hing. In de vier Evangeliën wordt de kruisdood van Jezus vanuit interpretaties door vier verschillende personen besproken.
De titel van deze blog komt van “Jesu Leiden, Pein und Tod” (Het lijden, de pijn en de dood van Jezus) is een Duitse lutherse hymne van Paul Stockmann gepubliceerd in 1633. Johann Sebastian Bach gebruikte gedeeltes als koralen in zijn Johannes-Passion. De afbeelding stelt een zogenaamde Pietà voor. De Pietà is een specifieke vorm van de Bewening van Christus, waarbij Jezus alleen door de Maria wordt beweend.
In één van zijn boeken vertelt Adrian Plass over een bezoek dat hij met z’n gezin aan een kerk bracht, tijdens de vakantie. Hij schrijft dan: ‘Opeens waren we Katy, ons dochtertje van vier, kwijt. We vonden haar bij een pietà, een beeld van Maria, de moeder van Jezus, die het dode lichaam van haar Zoon in haar armen hield. Katy draaide zich om en zei: ‘Papa, waarom heeft Jezus een gat in z’n zij?’ Moeizaam legde ik uit dat een Romeinse speer daarvoor verantwoordelijk was. Katy vond het afschuwelijk. Ze keek weer naar het beeld. ‘Papa, Hij heeft gaten in z’n voeten. Waarom heeft Hij gaten in z’n voeten?’ ‘Kijk’, wees ik naar een klein kruisbeeld aan de muur boven ons. ‘Ze hebben zijn voeten aan een stuk hout vastgespijkerd, aan een kruis, en dat zijn de gaten waar die spijkers hebben gezeten.’ ‘Z’n voeten vastgespijkerd?’ Ze keek opnieuw naar de stenen figuren achter zich. Haar stem klonk schor toen ze weer wat zei. ‘Papa, Hij heeft ook gaten in z’n handen. Hebben ze z’n handen dan ook vastgespijkerd, nee toch?’ Verdrietig legde ik het uit. Katy ging dichter bij het beeld staan, sloeg haar arm om Jezus heen en legde haar gezicht op zijn knie. Opeens verlangde ik terug naar de tijd dat ik voor de eerste keer besefte dat Jezus voor mij gestorven is, en dat het echt pijn deed, voordat ik mijn geloof verpakte in woorden en in zorgen. Ik wou weer worden als een kind…’
Ja, je weer zo ontvankelijk weten als een kind. Je geloof weer zo beleven als Katy, die zich écht aan de voeten van Jezus vlijt.
Weet u naast haar, beter: aan Jezus’ voeten is nog plaats. Is niet juist de lijdenstijd, de veertigdagentijd, hier niet voor bedoeld? Om te knielen bij Jezus, aan zijn voeten te komen, je opnieuw aan Hem toe te vertrouwen, om alles – ook dat waar je het misschien nooit met anderen over hebt – om alles aan zijn voeten uit te storten. En je te laten vullen met zijn liefde, met zijn genade, met zijn vergeving en vernieuwing. Om je opnieuw aan Hem toe te wijden, opnieuw met Hem de afspraak te maken, Hem te volgen, zijn weg te gaan.
De Veertigdagentijd of Lijdenstijd in aanloop naar Pasen is voor christenen de periode die in het teken staat van soberheid, inkeer en bezinning op je eigen christenzijn. Christenen geloven dat ieder mens geschapen is naar Gods beeld en leven in alle volheid verdient. Tragisch genoeg leven we in een wereld van gebroken relaties waar onrecht, ongelijkheid, corruptie en rampen miljoenen mensen van hun toekomst beroven. Een christen wordt opgeroepen om de onvoorwaardelijke liefde van Christus weerspiegelen door hun leven, hun daden en woorden. Het geven van hoop, herstel en vernieuwing voor de wereld zijn daar een onderdeel van. Ontwikkelingshulp in allerlei vorm is daar ook uiting van. Hieraan moest ik denken toen hoorde over het onderstaande.
Want in veel landen worden de gelden voor ontwikkelingshulp drastisch verlaagd. Niet alleen in Nederland, maar bijvoorbeeld ook in het Verenigd Koninkrijk en wie weet niet van de aankondiging in de Verenigde Staten om het budget van USAID – dat internationaal veel hulp overeind houdt – zeer drastisch te verlagen. In het Verenigd Koninkrijk heeft de afkondiging tot verlaging van het budget op ontwikkelingshulp zelfs geleid tot het aftreden van de minister voor Internationale Ontwikkeling Anneliese Dodds. Ze schreef in haar ontslagbrief:
‘Uiteindelijk zullen deze bezuinigingen voedsel en gezondheidszorg wegnemen van kwetsbare mensen.’
De forse vermindering van ons internationale hulpbudget brengt inderdaad levens in gevaar over de hele wereld. De stap ondermijnt echter ook de eigen nationale veiligheid. Een sterke aanwezigheid op het wereldtoneel komt niet primair tot stand door militaire kracht, maar juist door diplomatie en gerichte ontwikkelingsfinanciering.
Dodds:
‘In de rest van de wereld is het teleurstellend dat we waarschijnlijk het internationale ontwikkelingsbudget gaan plunderen, omdat de invloed van het Verenigd Koninkrijk in de wereld vaak voortkomt uit een combinatie van onze harde macht en onze zachte macht, onze diplomatie en onze ontwikkelingsfondsen.‘
Zo zien we ook in Nederland dat minister Klever van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp projecten stopt op het gebied van vrouwenrechten, gendergelijkheid, beroepsonderwijs en hoger onderwijs, sport en cultuur. En ook op hulp op het gebied van klimaat, maatschappelijk middenveld en multilaterale samenwerking wordt flink bezuinigd. Onder dat laatste valt bijvoorbeeld Unicef; de VN-kinderrechtenorganisatie wordt door Klever met 50 procent gekort.
Internationale hulp is bewezen een van de meest effectieve manieren om welvaart en vrede te creëren. Het is een strategische investering in nationale en internationale veiligheid, en is ook aantoonbaar nuttiger en kosteneffectiever dan militaire defensie-uitgaven.
Het verlagen van hulpbudgetten kan op korte termijn geld vrijmaken, maar in werkelijkheid verzwakt het de invloed van de donorlanden, ondermijnt het de wereldwijde stabiliteit en vergroot het de veiligheidsrisico’s. Het is niet alleen een valse zuinigheid, maar ook een potentieel gevaarlijke en contraproductieve beleidswijziging.
Hier zijn tien redenen waarom internationale hulp zo’n cruciale investering in veiligheid is:
1. Het aanpakken van de grondoorzaken vermindert terrorisme.
Buitenlandse hulp helpt vrede te bevorderen, armoede te verminderen en ontwikkeling te ondersteunen in de meest kwetsbare regio’s. Wanneer landen stabiel zijn, is de kans kleiner dat ze in chaos vervallen of broedplaatsen worden voor terrorisme en extremisme. Door Nederland gefinancierde onderwijsinitiatieven hebben meer dan 1,5 miljoen gemarginaliseerde meisjes onderwijs geboden, waardoor de kwetsbaarheid van jongeren voor extremistische rekrutering is verminderd. Door de aantrekkingskracht van radicalisering te verminderen, heeft deze investering bijgedragen aan het verlagen van de langetermijndreiging van terrorisme tegen Nederlandse burgers in binnen- en buitenland.
2. Investeren in wereldwijde gezondheid vermindert pandemierisico’s.
Virussen houden zich niet aan grenzen. Financiering voor de ebola-respons heeft geholpen wereldwijde uitbraken te voorkomen, waardoor het risico op dodelijke ziekten die zich naar Nederland verspreiden, is verminderd. Op dezelfde manier is door te investeren in vaccinaties tegen nieuwe stammen van Covid over de hele wereld, is de eigen pandemieparaatheid versterkt en de volksgezondheid in eigen land beschermd.
3. Sterkere relaties tussen landen verminderen conflicten.
Steun aan en hulp bij het trainen van politie en overheidsfunctionarissen, versterkte de diplomatieke banden op de lange termijn en voorkwam een terugkeer naar instabiliteit die zich mogelijk over het hele continent had verspreid. Dit heeft ook geholpen Nederland te positioneren als een vertrouwde diplomatieke partner, wat heeft geleid tot handelsovereenkomsten en politieke allianties die de wereldwijde belangen van Nederland ten goede komen.
4. Ondersteuning van stabiliteit vermindert gedwongen migratie.
Het wordt nu erkend dat het bouwen van ankers, en niet muren, de beste strategie is om migratie in te dammen. Het ontwikkelingshulpprogramma heeft economische en sociale steun geboden in landen als Syrië, Libanon en Afghanistan, waardoor gedwongen ontheemding werd verminderd en de druk op de Nederlandse grensbeveiliging werd verlaagd. Door regio’s te stabiliseren die door conflicten zijn getroffen, is ook Nederland in staat geweest illegale migratie en de bijbehorende kosten van grenshandhaving, asielverwerking en noodhuisvesting te verminderen.
5. Het bevorderen van duurzaamheid vermindert de schaarste aan hulpbronnen als gevolg van klimaatverandering.
Ondersteuning van duurzame landbouw- en schone energieprojecten in Afrika en Azië, waardoor de concurrentie om afnemende hulpbronnen wordt verminderd en klimaatgerelateerde conflicten worden voorkomen die hebben bijgedragen aan het turbulenter maken van de wereld. Dit heeft niet alleen de wereldwijde stabiliteit verbeterd, maar ook kansen gecreëerd voor Nederlandse bedrijven in de sectoren groene energie en duurzame ontwikkeling.
6. Veerkracht opbouwen vermindert internationale criminaliteit en instabiliteit.
Financiering is bijvoorbeeld instrumenteel geweest bij het stabiliseren van landen, door hun bestuur te verbeteren, wetshandhaving op te leiden en criminaliteit en piraterij te verminderen die niet alleen de internationale scheepvaart maar ook het toerisme bedreigen. Als gevolg hiervan hebben Nederlandse rederijen en toeristen die in de regio reizen minder veiligheidsrisico’s ondervonden, wat het vertrouwen in door het Nederland geleide handel en reizen heeft vergroot.
7. Hongersnood en ondervoeding voorkomen vermindert politieke instabiliteit.
Financiering van projecten heeft geholpen voedselcrises in Oost-Afrika te voorkomen, waardoor de kans op massale migratie en conflicten over hulpbronnen is verminderd. Zonder die investering zou ook Nederland waarschijnlijk veel meer hebben uitgegeven aan humanitaire noodhulp en crisismanagement, wat de kosteneffectiviteit van preventieve hulp aantoont.
8. Sterkere economieën in het buitenland opbouwen creëert kansen.
Handelsgerichte hulp heeft Afrikaanse landen geholpen stabiele economieën te ontwikkelen, waardoor handelsmogelijkheden voor Nederland zijn gecreëerd en de afhankelijkheid van fragiele staten is verminderd. Sterkere economieën in partnerlanden betekenen een grotere vraag naar Nederlandse export, wat ook ten goede komt aan Nederlandse bedrijven en werkgelegenheid.
9. Humanitaire hulp versterkt de wereldwijde invloed van een land.
Het ondersteunen van humanitaire hulp is belangrijk om de positie van Nederland als wereldwijde humanitaire leider te versterken en heeft geleid tot een soft power-voordeel op het wereldtoneel. Deze goodwill heeft geleid tot sterkere diplomatieke relaties met belangrijke bondgenoten, wat de Nederlandse belangen op het gebied van handel, veiligheid en regionale stabiliteit ondersteunt.
10. Rampenbestrijding bouwt goodwill en strategische partnerschappen op.
Na de aardbeving in Haïti in 2010 heeft Nederland noodhulp verstrekt, wat de banden met Caribische landen heeft versterkt en het wereldwijde leiderschap van Nederland op het gebied van crisisbestrijding heeft laten zien. Deze inspanningen hebben de rol van Nederland als betrouwbare partner in tijden van crisis versterkt, wat heeft geleid tot nauwere economische en diplomatieke relaties met landen in het Caribisch gebied.
Kortom: Als het Westen de hulpfinanciering opzegt, ontstaat er een zeer significant vacuüm waarin andere landen zullen stappen. Rusland heeft bijvoorbeeld al Wagner-huurlingen gestuurd om te patrouilleren in de Centraal-Afrikaanse Republiek en Mali. Dit is niet alleen slecht voor de burgers van die gebieden, maar ook vanuit het perspectief van de nationale veiligheid van Nederland. Het zou buitengewoon zorgwekkend zijn als Rusland in staat zou zijn om een brede basis van invloed en soft power op te bouwen in het mondiale Zuiden.
Met een steeds kwetsbaardere wereld is dit het instrument dat op dit moment het meest nuttig is voor de nationale veiligheid internationale hulp. De toename van conflicten, migratie, terrorisme en andere vooroorlogse omstandigheden is direct te wijten aan de impact van armoede – die nu 44 procent van de wereldbevolking treft, concentratie van rijkdom – die de kans op financiële crises vergroot, verzwakte handelsroutes – bijvoorbeeld vanwege de oorlog in Oekraïne en het Midden-Oosten, en nieuwe handelspolitiek in de VS, en klimaatverandering – die al die spanningen verergert. Als Nederland in deze turbulente tijden een effectieve verdedigingsstrategie wil, moeten we heroverwegen om onze internationale hulpverplichtingen te verdubbelen, en ze niet op te geven.
De Veertigdagentijd. Als christen staat deze periode in het teken van bezinning op je eigen christenzijn. Ze staat in het teken van mededogen, liefde en barmhartigheid delen en bereid zijn om samen te werken om het leven van mensen te veranderen. Hulp aan een medemens is, die ook geschapen is naar Gods beeld. Wederkerigheid in ontwikkelingshulp vindt zijn basis in de ontvankelijkheid die wij leren van de liefde. Concreet betekent dit dat wij, gevers, allereerst zelf leren, namelijk leren te ontvangen in het geven. Alleen dan is er werkelijk sprake van wederkerigheid. Een les in deze Veertigdagentijd.
Ergens in een kloostertuin in het Atlasgebergte in Algerije liggen zeven eenvoudige grafstenen naast elkaar. Ze horen bij evenzovele vermoorde monniken. Onder hen de abt: frère Christian de Chergé. Het verhaal achter deze grafstenen wordt gevangen in de film ‘Des hommes et des dieux’ uit 2010. Frère Christian en zijn zes medebroeders bewonen een klooster in Algerije. Christian was aanvankelijk Frans officier. Hij werd vrienden met de Algerijnse politieagent Mohammed. Mohammed was moslim, Christian christen. Het stond hun vriendschap niet in de weg. Maar anderen rond Mohammed hadden hier grote moeite mee. Christian was voor hen een vijand: Fransman, militair en christen. Op een dag werd Christian ingesloten door moslimfundamentalisten. Hij vreesde voor zijn leven. Maar Mohammed sprong er tussen en redde zo Christians leven.
Een paar dagen later werd Mohammed gevonden bij de put achter z’n huis: gewurgd. Zijn vriendschap met Christian en zijn reddingdaad kostten hem zijn leven. Dit bepaalde Christians verdere leven: iemand had létterlijk zijn leven voor hem overgehad. Dat deed hem zoveel dat hij besloot in te treden in het klooster, om zich te wijden aan God en de mensen. In zijn denken en geloven werd een bepaald begrip belangrijk: het martelaarschap van de liefde. Dat had hij van zijn vriend Mohammed geleerd: de liefde is bereid om te lijden omwille van de ander. Zelfs voor de vijand.
Toen een tijd later een stel moslimfundamentalisten de omgeving onveilig maakte, kwamen ze ook bij het klooster. Hun leider eiste drie dingen: de dokter van het klooster, medicijnen en geld. Christian weigerde. Hij schreef later: ‘Niet alleen omdat ik mijn broeders hoeder ben, maar ook omdat ik deze broer moest hoeden, die voor me stond, die het nodig had om iets te ontdekken in hemzelf, dat anders was dan wie hij geworden was (…) ik wil niet sterven met haat, ik geloof in God, die onze Vader is. Ik geloof in genade, voor jou en mij.’ Zo wilde Christian getuige zijn.
Maar de spanningen lopen op. Het wordt steeds gevaarlijker en angstiger. Op een dag zijn de kloosterlingen bijeen in de kapel om te bidden. Ineens horen ze het geluid van een naderende gevechtshelikopter. De helikopter richt z’n boordmitrailleur op de kapel. Christian begint te zingen, de broeders slaan de armen om elkaars schouder. En tegen die herrie boven hen, tegen het dreigend geweld in, zingen ze.
Ik vind het een prachtig beeld voor ons als kerk, als gelovige. Om tegen alles in, tegen de dreiging, de terreur, de haat, de onverschilligheid, de lauwheid, de crisis, de oorlog, de verdeeldheid. Om tegen dat alles te zingen. En moed te houden. Te blijven hopen. Vanwege Hem, die is en die was. Die gekomen is en komen zal.