maart 2026
Monthly Archive
16 maart 2026
Het is weer zover.
De borden staan vol posters staan er weer,
de socials stromen over,
de bakfietsen en SUV’s
staan weer symbolisch tegenover elkaar
bij het verkeerslicht.
Gemeenteraadsverkiezingen 2026.
Feest van de democratie.
Toch…?
Of is het tijd voor wat mínder politiek in plaats van meer?
In oktober 2024 gooide
de Amerikaanse gezondheidsminister Robert F. Kennedy Jr.
olie op het vuur – letterlijk.
“Make Frying Oil Tallow Again”, riep hij op X.
Wie in plantaardig vet bakte,
vergiftigde het volk
en stond sowieso
aan de verkeerde kant van de geschiedenis.
Frituurvet als ideologisch strijdtoneel.
Bitterbal als beginselverklaring.
Klinkt absurd?
Welkom in 2026.
Alles is politiek geworden.
Wat je eet.
Wat je draagt.
Hoe je iemand aanspreekt.
Of je een warmtepomp hebt.
Of je nog durft te zeggen dat je twijfelt.
Politiek is een onverzadigbaar monster
dat zelfs je koelkast leegvreet.
In tijden van crisis
– stikstof, asiel, woningnood, oorlog –
zuigt het alledaagse mee
in een draaikolk
van morele verontwaardiging.
In 1789,
vlak na de bestorming van de Bastille in Parijs,
veranderde niet alleen de macht,
maar ook de mode.
Fluweel verdween,
witte katoenen hemden
werden revolutionair chic,
overal verschenen kokardes;
versierselen gedragen
om je mening te delen.
Je kon op straat zien
wie “goed” zat en wie niet.
Wie zich nog tegoed deed
aan een aristocratisch diner
in de salle à manger,
liep het risico
kennis te maken
met de guillotine.
Brood en bouillon
waren politiek correcte producten.
Het ging officieel
over bestaanszekerheid
en een nieuw sociaal contract.
Maar in de praktijk
ging het over symbolen.
Over kleding.
Over eetgewoonten.
Over hoe je elkaar aansprak.
Herkenbaar?
Probeer anno nu maar eens
op een partijborrel van de BBB
een bietenbal te serveren
in plaats van een bitterbal.
Of bij D66
een ambtsgebed uit te spreken.
Succes.
Het onderscheid tussen
links en rechts zou vervagen,
werd jarenlang gezegd.
Nou, probeer het maar eens.
Het is geen scheidslijn meer,
het is een loopgraaf.
We noemen het affectieve polarisatie.
Klinkt chic.
Betekent gewoon:
ik vind jou niet alleen ongelijk,
ik vind jou stom,
gevaarlijk of moreel verdacht.
En het besmettelijke is dit:
steeds meer neutrale dingen
worden in dat wij-zij-kamp getrokken.
Je sjaal.
Je auto.
Je woordkeuze.
Zelfs de inhoud van je frituurpan.
Waarom?
Omdat complexiteit vermoeiend is.
Omdat twijfel eng is.
Omdat het lekker overzichtelijk voelt
om te weten aan welke kant je staat.
Eén verkeerde term en je hangt.
Eén misstap
en je wordt digitaal gevierendeeld.
Maar ondertussen
sneeuwen de echte kwesties onder:
woningbouw die muurvast zit.
Gemeentelijke financiën die kraken.
Jeugdzorg die piept en kraakt.
De vraag hoe we onze buurten
leefbaar houden
zonder elkaar de tent uit te vechten.
Misschien is de meest radicale stem
bij deze gemeenteraadsverkiezingen
wel de stem die weigert
overal een cultuurstrijd van te maken.
De stem die zegt:
laat die symbolische loopgraven
even voor wat ze zijn.
Ga het hebben over riolering, veiligheid,
woningen, armoede.
Saai?
Misschien.
Maar wel waar het lokaal bestuur
voor bedoeld is.
Want als we elk meningsverschil
blijven opblazen
tot existentiële strijd,
dan groeit de roep
om één sterke leider
die “orde op zaken” stelt.
In 1799 heette hij Napoleon Bonaparte.
Die maakte een eind
aan het politieke gekrakeel.
Iedereen hetzelfde uniform.
Dat was overzichtelijk.
De vraag is:
willen we overzicht?
Of willen we democratie?
15 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
blind,
christendom,
christenzijn,
echt zien,
geloof,
geloven,
Jezus Christus,
koninkrijk van God,
Lijdenstijd,
maatschappij,
meditatie,
Meditaties in de Veertigdagentijd,
oordeel,
samenleving,
Veertigdagentijd,
vooroordeel,
zien |
Geef een reactie
Een tijdje geleden
las ik een interview met Vincent Bijlo,
cabaretier en blind.
Hij zat met vrienden in een restaurant
toen ineens het licht uitviel.
Paniek alom.
Mensen tastten in het donker,
konden hun zaklamp op de telefoon niet vinden.
En Vincent?
Met hem was niets aan de hand.
Toen het licht weer aanging,
kwamen mensen geschrokken naar hem toe:
hij zal toch ook wel bang zijn geweest?
Maar nee.
Voor hem was er niets veranderd.
En juist hém noemen wij dan “beperkt”.
Vincent zei iets wat bleef hangen:
als je echt inclusief wilt zijn,
moet je je verdiepen in de wereld van de ander.
Voor zienden is donker
iets wat alleen bestaat
bij de gratie van licht.
Maar voor iemand
die nooit licht heeft gezien,
is het niet “donker”.
Het is gewoon zijn wereld.
In het verhaal van de blindgeborene gebeurd precies hetzelfde.
En let op hoe snel we alweer invullen.
“De blindgeborene”…
we praten óver hem, niet mét hem.
Net als de leerlingen,
die meteen willen weten:
wie heeft hier gezondigd?
Hijzelf? Zijn ouders?
Jezus kapt dat af. Verkeerde vraag.
Jezus houdt geen betoog. Hij doet iets.
Hij ziet hem staan,
dat is het eerste wat er staat.
Hij spuugt, maakt modder,
strijkt die over zijn ogen
en stuurt hem naar Siloam.
Ga je wassen.
En dan gebeurt het: hij ziet.
Maar wat volgt is geen jubelverhaal.
Het wordt ingewikkeld.
Buren geloven het niet.
Farizeeën raken geïrriteerd.
Ouders houden zich op de vlakte.
Iedereen praat, discussieert, verdenkt.
Maar niemand lijkt echt blij.
En de man zelf? Die blijft opvallend nuchter.
Geen groot verhaal.
Geen vrome taal.
Hij zegt steeds hetzelfde:
“Ik was blind en nu kan ik zien.”
Meer weet hij niet.
Meer heeft hij niet nodig.
Pas aan het eind,
als Jezus hem weer opzoekt,
komt het tot een persoonlijke ontmoeting.
“Geloof je in de Mensenzoon?” vraagt Jezus.
“Wie is dat dan?” zegt hij.
En als Jezus zegt:
“Je ziet hem. Hij staat voor je,”
knielt de man neer en zegt:
“Ik geloof, Heer.”
Dat is de veertigdagentijd ten voeten uit.
Minder praten, meer zien.
Minder verklaren, meer ontmoeten.
Niet alles dichttimmeren met meningen,
maar je laten raken.
Jezus gaat voorbij, ziet mensen, en brengt licht.
Juist daar waar wij het al hadden opgegeven.
Dat is geen theorie. Dat moet je zien.
13 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
Andreas Baader,
Answar Sadat,
christelijke ethiek,
christelijke identiteit,
christendom,
christenzijn,
geloof,
geloven,
Hamas,
Hezbollah,
identiteit,
Israël,
Jimmy Carter,
maatschappij,
Menachim Begin,
moreel kompas,
Paulus,
PLO,
RAF,
Romeinen,
Rote Armee Fraktion,
samenleving,
Veertigdagentijd,
wraak |
Geef een reactie
We zijn doelgerichte wezens.
Altijd ergens op uit.
Geluk. Succes. Betekenis.
En als dat doel wordt geblokkeerd?
Dan knapt er iets.
Dan worden we moe,
cynisch, verbitterd.
Dat geldt voor gewone mensen.
Maar misschien nog wel sterker
voor mensen met een missie.
Activisten. Bewegingen. Revolutionairen.
Op papier vechten ze vóór iets groots:
vrijheid, recht, een beter klimaat, een zuivere samenleving.
Maar ergens onderweg
kan het zomaar kantelen.
Dan wordt de strijd vóór iets
een strijd tégen iemand.
Tegen de staat.
Tegen “het systeem”.
Tegen Israël. Tegen het Westen.
Tegen wie er maar tegenover hen staat.
En daar begint de ontsporing.
Want zodra je kompas
niet meer “het goede” is
maar “de vijand”,
verschuift alles.
Dan wordt vernederen belangrijker
dan verbeteren, veranderen.
Dan wordt winnen
belangrijker dan recht doen.
De geschiedenis kent genoeg voorbeelden.
Zoals de Rote Armee Fraktion,
die begon met het ideaal
van een rechtvaardiger Duitsland.
Maar onder leiding
van Andreas Baader werd het:
vernietig wat jou vernietigt.
Bevrijding maakte plaats
voor vergelding.
Of Hamas en PLO
waar je ziet
hoe een gezamenlijk doel
ontaardt in rivaliteit:
wie slaat harder toe?
Bij Hezbollah verschoof
ook de focus
van bevrijding
naar machtsbehoud.
Leuk al deze voorbeelden;
Maar laten we eerlijk zijn:
dit gaat niet alleen over hen.
Dit gaat ook over ons.
Paulus schrijft in Romeinen 12:2:
“Word niet gelijkvormig aan deze wereld,
maar word vernieuwd in uw denken.”
Dat is pijnlijk concreet.
Want de wereld denkt in kampen.
In wij en zij.
In terugpakken
wat je is aangedaan.
En als we niet oppassen,
denken wij precies zo.
Maar de Veertigdagentijd
is geen periode
van religieuze cosmetica.
Het is een mentale verbouwing.
Een vernieuwd denken.
Een ander kompas.
En dat andere kompas
hoor je in Romeinen 12:20-21:
“Als uw vijand honger heeft, geef hem te eten.
Als hij dorst heeft, geef hem te drinken.
Laat u niet overwinnen door het kwade,
maar overwin het kwade door het goede.”
Dat is geen zachte optie.
Dat is frontale botsing
met onze instincten.
Wij willen het kwade overwinnen
door sterker te zijn.
Sneller. Harder.
Maar Paulus zegt: pas op.
Het kwaad wil maar één ding:
dat jij gaat lijken
op wat je bestrijdt.
Wraak voelt krachtig.
Maar het (ver)vormt je.
Het maakt je voorspelbaar.
Het maakt je hard.
Vernieuwd denken is iets anders.
Dat vraagt dat je je trots inslikt.
Dat je niet automatisch terugslaat.
Dat je weigert
om je identiteit te bouwen
op je vijand.
Dat is geestelijke discipline.
Kijk naar leiders
die de cirkel van wraak
durfden doorbreken,
zoals Anwar Sadat, Menachem Begin
en Jimmy Carter.
Ze maakten geen makkelijke keuzes.
Maar ze kozen
voor doorbreken
in plaats van doorslaan.
Misschien is dat de echte toetssteen,
ook in jouw leven.
Niet:
heb je grote idealen?
Maar:
hoe reageer je als je wordt tegengewerkt?
Word je gelijkvormig aan de wereld?
Of wordt je denken vernieuwd?
God vraagt geen spectaculaire revolutie.
Hij vraagt een vernieuwd hart.
Niet: vernietig je vijand.
Maar: voed hem als hij honger heeft.
Niet: win de strijd.
Maar: overwin het kwade door het goede.
Dat is minder luid. Minder zichtbaar.
Maar het maakt de wereld lichter.
En het begint
— ongemakkelijk genoeg —
bij jezelf.
12 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized
Geef een reactie
‘This is a coup.’ schreef Martin Wolf in de Financial Times.
En een week later: ‘Amerika is nu de vijand van het Westen.’
Dit was geen man met een kartonnen bord op een straathoek.
Dat was het establishment dat in de spiegel keek
en schrok van wat het zag.
En wij? Wij zeggen: ‘rustig maar. Het zal zo’n vaart niet lopen.’
Terwijl in Washington de rechtsstaat afbrokkelt
als oud pleisterwerk.
Terwijl openlijk wordt gesproken
over annexaties,
over het afbreken van de EU,
over het helpen van extreemrechts in Europa.
Terwijl Amerikaanse techreuzen
ons continent in een digitale wurggreep houden:
Lock-in als geopolitiek wapen.
Als Washington wil,
gaat hier het licht uit.
Betaalverkeer?
Cloud?
Communicatie?
Klik.
Zwart scherm.
En toch fluisteren wij: laten we het niet overdrijven.
Misschien komt dat omdat we
een Bijbeltekst in ons collectieve onderbewuste hebben geparkeerd.
‘Maak je geen zorgen over de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.’
Dat staat in Evangelie volgens Mattheüs 6 in vers 34.
Zeker, een prachtige zin.
Troostrijk.
Bedoeld om mensen te bevrijden van verlammende angst.
Maar we hebben van deze tekst iets gevaarlijks gemaakt.
We zijn het gaan lezen als: denk niet na over morgen.
Bereid je niet voor.
Vertrouw er maar dat het allemaal goedkomt.
Alsof geopolitiek een vorm van spirituele yoga is.
Alsof defensieplanning een gebrek aan geloof verraadt.
Maar dat is natuurlijk niet wat er staat.
Er staat niet: sluit je ogen.
Er staat: wees niet bezorgd.
Dat is iets anders dan passief zijn.
Je kunt zonder paniek erkennen
dat afhankelijkheid
van een grillige grootmacht riskant is.
Je kunt zonder hysterie werken
aan een Europese techstack,
aan militaire zelfstandigheid,
aan digitale weerbaarheid.
Dat heet volwassen worden.
Maar wat doen wij? We verwarren kalmte met ontkenning.
We zeggen:
de midterms later dit jaar lossen het op.
Na de Amerikaanse verkiezingen in 2028 wordt alles beter.
De instituties houden stand.
En ondertussen blijft onze infrastructuur draaien
op Amerikaanse software.
Onze veiligheid leunt op een bondgenoot
die openlijk twijfelt of hij ons nog wil verdedigen.
Dat is geen vertrouwen. Dat is uitstel.
Mattheüs 6: 34 gaat over vertrouwen in God,
niet over vertrouwen in Washington.
Het gaat over innerlijke rust,
niet over geopolitieke luiheid.
Je kunt tegelijk zeggen:
ik laat me niet regeren door angst
én: ik zorg dat mijn huis op slot zit.
Sterker nog, juist omdat je niet in paniek wilt leven,
moet je voorbereiden.
Want niets maakt mensen zo angstig
als het besef dat ze afhankelijk en weerloos zijn.
Stel dat het alarmkamp ongelijk heeft.
Dat Amerika zich herpakt.
Dat de democratie herstelt.
Dan hebben wij geïnvesteerd in eigen kracht.
In autonomie.
In volwassenheid.
Dat is geen zonde tegen Mattheüs 6:34.
Dat is rentmeesterschap.
Maar stel nou dat het business-as-usualkamp ongelijk heeft.
Dat we blijven hopen, blijven sussen, blijven wachten.
Dan worden we wakker in een wereld
waarin onze knoppen elders zitten.
En dan is het te laat om nog rustig te zeggen:
de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.
Misschien is de echte les van Mattheüs 6: 34 dit:
leef zonder angst, maar niet zonder verantwoordelijkheid.
Ik wil niet leven in permanente paniek.
Ik wil ook niet leven in collectieve ontkenning.
De dag van morgen zorgt inderdaad voor zichzelf;
maar alleen als wij vandaag doen wat nodig is.
Geloof is geen verdoving.
Het is moed zonder hysterie.
En precies die combinatie hebben we nu nodig.
9 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
Armageddon,
ayatollahs,
Benjamin Netanyahu,
Bijbel,
christendom,
christenzijn,
Donald J. Trump,
eindstrijd,
eindtijd,
evangelie naar Marcus,
geloof,
geloven,
geopolitiek,
Grote Satan,
heilige oorlog,
Iran,
islam,
Israël,
Jeruzalemkruis,
Jezus,
Jezus Christus,
Jezus volgen,
Khamenei,
Kleine Satan,
koninkrijk van God,
kruistocht,
kruisvaarders,
maatschappij,
Marcus 8 vers 34,
Midden-Oosten,
navolging,
oorlog,
Pete Hegseth,
religie,
retoriek,
samenleving,
Verenigde Staten van Amerika |
Geef een reactie
Er wordt weer druk met God gezwaaid
in het huidige conflict tussen
Amerika en Israël aan de ene kant
en Iran aan de andere kant.
Alsof Hij een vlag is die je op een tank kunt hijsen.
Aan de ene kant van het front klinkt
“Allahu akbar”, heilige oorlog
aan de andere kant Bijbelteksten.
En ergens daar tussenin vliegen de raketten.
In Iran noemen ze Amerika
sinds tijden al de Grote Satan.
Israël is de Kleine Satan.
Handig taalgebruik.
Als je je vijand eerst tot satan verklaart,
hoef je daarna nergens meer over na te denken.
Tegen satan mag je alles.
Dan wordt oorlog
ineens een soort morele schoonmaakactie.
Maar laten we niet doen
alsof alleen Teheran religieuze taal misbruikt.
Ook in Washington en Jeruzalem
klinkt het behoorlijk religieus.
Benjamin Netanyahu
vergeleek de Iraanse leider Khamenei
met Haman uit het Poerimverhaal.
Een tiran die het Joodse volk wil vernietigen.
Vervolgens haalde hij de profeet Amos aan:
“De leeuw heeft gebruld.”
En jawel:
de militaire operatie heet prompt Brullende Leeuw.
Het klinkt indrukwekkend.
Bijbels zelfs.
Maar uiteindelijk
blijft het gewoon
een bombardement met een slogan.
Nog apocalyptischer maakt
Pete Hegseth het,
de Amerikaanse minister van Defensie.
Die ziet de oorlog
niet alleen als een geopolitieke strijd,
maar als een geestelijke.
Soldaten die bereid zijn hun leven te geven voor land,
voor hun eenheid en Schepper
zouden het eeuwige leven ontvangen.
“We weten dat we een fysieke strijd voeren,
maar uiteindelijk staan we
(…)
op een geestelijk slagveld.
We zijn niet alleen strijders,
gewapend met het arsenaal van de vrijheid,
we zijn uiteindelijk ook gewapend
met het arsenaal van het geloof,
en dat zijn we al vanaf het begin.”
Dat is nogal wat.
Normaal gesproken
moet je voor eeuwig leven
toch echt bij Jezus zijn,
niet bij het Pentagon.
Hegseth heeft ook een Jeruzalemkruis
op zijn borst getatoeëerd:
het symbool van de kruisvaarders.
Die gingen ooit ook
met heilige overtuiging
naar het Midden-Oosten.
Met het zwaard in de hand
en vergeving van zonden op zak.
Het resultaat kennen we:
bloedbaden, plunderingen
en een geschiedenis
waar zelfs vrome christenen
tegenwoordig liever niet te lang
bij stilstaan.
Religie en oorlog
vormen sowieso een gevaarlijk mengsel.
Zodra leiders beginnen te praten
over “Gods strijd”,
moeten er alarmbellen gaan rinkelen.
Want de geschiedenis leert één ding:
iedereen denkt dat God aan zijn kant staat.
Hitler sprak over voorzienigheid.
De Boeren én de Britten
baden allebei om overwinning
in Zuid-Afrika.
In het Oude Testament
sleepten de Israëlieten
zelfs de ark het slagveld op,
alsof God een mascotte was.
Ze verloren alsnog.
En nu gebeurt iets vergelijkbaars.
Amerikaanse militairen
klagen dat commandanten
de oorlog tegen Iran presenteren
als een door God gewilde strijd.
Sommige officieren hebben
het zelfs over Armageddon.
De eindstrijd.
Alsof een briefing in het leger
ineens een Bijbelstudie
over Openbaring is geworden.
Dat is niet alleen theologisch twijfelachtig,
het is ook gevaarlijk.
Want wie denkt
dat hij Gods plan uitvoert,
voelt zich zelden nog geremd.
Laat één ding duidelijk zijn:
staten voeren oorlog om macht,
om veiligheid, grondstoffen en invloed.
Niet om het Koninkrijk van God te vestigen.
Wie dat wel beweert, gebruikt religie als camouflage.
Dus misschien een bescheiden voorstel:
laat God even van buiten het slagveld.
Geen Bijbelteksten op raketten.
Geen kruisvaarderssymbolen op uniformen.
Geen Armageddon in militaire briefings.
Dit is geen heilige oorlog.
Dit is geopolitiek.
Met bommen.
En heel veel vrome retoriek eroverheen.
8 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
christendom,
christenzijn,
dorst,
echt gesprek,
geloof,
geloofsgesprek,
geloven,
gesprek in gesprek komen,
Jezus,
Jezus Christus,
koninkrijk van God,
levend water,
Lijdenstijd,
maatschappij,
meditatie,
Meditaties in de Veertigdagentijd,
Samaritaanse vrouw,
samenleving,
smalltalk,
Veertigdagentijd |
Geef een reactie
Een goed gesprek. Daar knapt een mens van op.
De meeste gesprekken die we voeren,
gaan over alledaagse dingen.
Over het weer. Over werk.
Over voetbal of wat je hebt gegeten.
Dat is helemaal niet verkeerd.
Dat hoort erbij.
Het is een beetje zoals apen elkaar vlooien:
maar wij doen dat met woorden.
Het schept vertrouwen, het houdt ons bij elkaar.
Maar soms gebeurt er iets anders.
Soms kom je in een gesprek dat dieper gaat.
Dan gaat het niet meer over koetjes en kalfjes,
maar over wat jou bezighoudt.
Over wat pijn doet.
Over waar je naar verlangt.
Over wie je bent.
In zo’n gesprek is er ruimte en veiligheid.
De ander luistert echt,
zonder meteen met een eigen verhaal te komen.
Je mag je hart laten spreken.
De veertigdagentijd is precies zo’n tijd.
Een tijd om even stil te staan.
Om niet alleen maar door te hollen,
maar om eerlijk te kijken:
wat leeft er in mij?
Waar heb ik dorst naar?
Het verhaal van Jezus en de vrouw bij de bron
is zo’n echt gesprek.
In eerste instantie lijkt het
alsof ze elkaar niet begrijpen.
Zij heeft het over gewoon water.
Jezus over levend water.
Zij denkt praktisch:
“Mooi, dan hoef ik niet meer elke dag naar die put.”
Maar Jezus schuift het gesprek een andere kant op.
Over haar leven. Over haar relaties. Over wie zij is.
En toch gebeurt er iets wezenlijks.
Dit gesprek verandert haar.
En het verandert ook Jezus.
Dat is misschien wel het kenmerk
van een echt gesprek:
je komt er anders uit dan je erin ging.
Er is van alles bijzonder aan deze ontmoeting.
Jezus reist door Samaria.
Dat deed je eigenlijk niet.
En Hij spreekt een vrouw aan.
En dan ook nog midden op de dag,
bij de bron,
op een moment dat je liever niet gezien wordt.
En toch gaat hij met haar in gesprek.
Zonder oordeel. Zonder haast.
In dit verhaal zitten allerlei lagen.
Het gaat over water dat je dorst lest,
maar ook over een diepere dorst.
Over de bron waar jij uit leeft.
Is dat een put met stilstaand water?
Of een bron waar het water blijft stromen?
De vrouw begint te begrijpen
dat Jezus meer is dan een gewone man.
Ze noemt hem een profeet.
En dan zegt Jezus iets heel bijzonders:
“Ik ben het, die met u spreekt.”
Voor het eerst zegt hij zo openlijk wie Hij is.
Juist tegen haar. In een gesprek. Van mens tot mens.
Dat maakt dit verhaal zo passend voor de veertigdagentijd.
Het is een tijd van eerlijke gesprekken.
Met jezelf.
Met God.
Misschien met een ander.
Gesprekken waarin je niet hoeft te doen alsof alles klopt.
Waarin je mag zeggen wat er werkelijk speelt.
De vrouw zegt later in haar dorp:
“Kom mee, ik heb iemand ontmoet die alles van mij weet.”
Dat klinkt misschien spannend, maar het is vooral bevrijdend.
Gekend worden, zonder veroordeeld te worden.
Dat is wat Jezus doet.
God aanbidden in geest en waarheid betekent:
eerlijk zijn. Jezelf niet mooier maken dan je bent.
Je hart openen.
En nog iets.
Dit gesprek overbrugt verschillen.
Tussen man en vrouw.
Tussen Jood en Samaritaan.
Tussen verschillende manieren van geloven.
Jezus zoekt niet naar gelijk krijgen,
maar naar verbinding.
Dat is ook voor ons een opdracht.
Zeker in deze tijd.
Een echt gesprek brengt je niet verder in je eigen gelijk,
maar opent je voor de ander.
Dus de vraag voor deze veertigdagentijd is:
waar put jij uit? Wat lest jouw dorst?
Is het genoeg om vast te houden aan wat altijd zo was?
Of durf je te zoeken naar levend water?
Want stilstaand water droogt op.
Levend water blijft stromen.
6 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
bekering,
Bijbel,
christenzijn,
Donald J. Trump,
Evangelie naar Matteüs,
geloof,
geloven,
geopolitiek,
Jezus,
Jezus Christus,
kerk,
koninkrijk van God,
Lofzang van Maria,
maatschappij,
omkeer,
Pasen,
samenleving,
spiegel,
Veertigdagentijd,
Vladimir Poetin,
wereldpolitiek |
Geef een reactie
Wat is groot in de wereldpolitiek?
Blijkbaar: lawaai.
Raketlanceringen.
Spoeddebatten.
Talkshows waarin we
vanuit Hilversum
even de wereld herschikken.
We leven in een tijd
waarin iedereen een grootmacht wil zijn.
Zelfs landen die dat allang niet meer zijn.
En opiniemakers al helemaal.
In Nederland denken we soms
dat een stevig opiniestuk
hetzelfde is
als geopolitieke slagkracht.
We “eisen” een staakt-het-vuren.
We “veroordelen” grootmachten.
We “roepen op” tot onderhandelingen.
Alsof Poetin of Trump
wakker liggen
van een moreel
verontwaardigde column
uit Nederland.
Maar grote principes kun je pas uitdragen
als je de macht hebt om ze af te dwingen.
Morele taal zonder macht is lucht.
En macht zonder ordenend principe
is pure intimidatie.
Kijk naar de wereld nu.
Rusland probeert de grenzen
met geweld te herschrijven
en noemt dat geschiedenis.
Amerika laveert tussen spierballen en vermoeidheid.
Iedereen wil laten zien:
wij zijn groot.
Maar wat is dat eigenlijk, groot?
Is het veel wapens hebben?
Is het ze ook gebruiken?
Is het één jaar oorlog volhouden?
Twee?
En als je daarna door je munitie heen bent
en je economie kraakt,
ben je dan nog steeds een grootmacht?
Of gewoon een rijk met ‘imperial overstretch’?
We zijn verwend geraakt
door een uitzonderlijke periode
waarin macht en orde
min of meer samenvielen.
NAVO als militair schild.
EU als economische ordeningsmacht.
De VN als moreel decor.
Dat leek normaal.
Maar dat was het niet.
Het was een historisch geluksmoment.
Nu brokkelt het af.
En in dat vacuüm
grijpen leiders naar grootse verhalen.
‘Heilige missies’.
‘Beschavingsstrijd’.
Rijken die hersteld moeten worden.
Het individu?
Collateral damage.
Mensenrechten?
Westers sausje.
Nee, het gaat om lotsbestemming.
En wij?
Wij roepen vanaf de zijlijn dat het anders moet.
Misschien moeten we eerst
in de spiegel kijken
van de lofzang van Maria uit de Bijbel.
Geen zoetsappig kerstlied,
maar een politiek explosief gedicht.
“Heersers stoot Hij van hun troon,
eenvoudigen verheft Hij.”
Machtigen worden ontmaskerd.
Rijken met lege handen weggestuurd.
Dat is geen romantiek.
Dat is een waarschuwing.
Want Maria’s lied is een spiegel voor elke grootmacht.
Wie zichzelf verheft, wordt uiteindelijk neergehaald.
Wie denkt geschiedenis met geweld
te kunnen bezegelen,
overschat zichzelf.
Hybris heet dat.
En hybris komt altijd
met een rekening.
Maar het is óók een spiegel
voor kleine landen met grote woorden.
Want Maria zingt niet:
“Zalig zij die veel tweeten.”
Ze zingt over omkering.
Over verantwoordelijkheid.
Over trouw aan iets
dat groter is dan je eigen statusdrang.
Met grote macht
komt grote verantwoordelijkheid.
Maar het omgekeerde
is net zo waar:
zonder echte macht
is grootspraak goedkoop.
De wereldorde wankelt.
Grote mogendheden voelen zich kleiner.
Kleine landen gebruiken hele grote woorden.
Dat maakt het gevaarlijk.
Want wie zich miskend voelt, gaat schreeuwen.
En wie schreeuwt, luistert niet.
Misschien begint wijsheid
niet met nóg een ferme veroordeling.
Maar met nuchterheid.
Met het serieus nemen
van leiders die hun geschiedenis
met bloed willen schrijven.
Met beseffen
dat morele verontwaardiging
geen afschrikking is.
Maria’s lofzang leert ons dit:
grootheid wordt niet bepaald
door wie het hardst slaat,
maar door wie recht doet.
En elke macht die dat vergeet,
hoe imposant ook,
staat al wankel.
Dat is geen vrome gedachte.
Dat is historische wetmatigheid.
5 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
agressie,
balans,
cynisme,
economie,
economische macht,
ego,
eschatologie,
existentiële dreiging,
existentiële strijd,
geopolitiek,
geschiedenis,
grootheidswaanzin,
grootmacht,
Iran,
isolationisme,
Israël,
maatschappij,
moraliteit,
NAVO,
oorlog,
samenleving,
Verenigde Staten van Amerika,
wereldpolitie |
Geef een reactie
Wat is vandaag eigenlijk
nog “groot” in de wereldpolitiek?
Grote woorden zijn er genoeg.
Grote problemen ook. Maar grootmachten?
Dat is een stuk mistiger.
Kijk naar de huidige botsing
tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran.
Raketten vliegen, drones zoemen,
presidenten en ayatollahs
spuien historische taal
alsof ze zelf al in de geschiedenisboeken staan.
Maar wie is hier nou écht groot
en wie doet zich groot voor?
In Nederland weten we het vaak wel.
Tenminste, dat dénken we.
We eisen.
We roepen om onderhandelingen.
We plakken het woord genocide
op alles wat beweegt.
We schrijven petities,
organiseren debatavonden,
en voelen ons moreel superieur
tussen koffie en quinoa.
Alsof je met verontwaardiging
alleen een wereldorde kunt timmeren.
Alsof Den Haag
het morele kompas van de planeet is.
Maar groot zijn in de wereldpolitiek
is geen opiniestuk.
Het is geen hashtag.
Het is macht.
Harde, lelijke, militaire,
economische macht.
De 19e-eeuwse Britten
van het toenmalige
Verenigd Koninkrijk wisten dat.
Ze legden met hun vloot vrijhandel op,
of je het nou leuk vond of niet.
Dat was geen discussie,
dat was een kanonneerboot in je haven.
In de 20e eeuw deden
de Verenigde Staten
en de Sovjet-Unie het samen,
in een ongemakkelijke omhelzing
van nucleaire afschrikking.
Dat bipolaire evenwicht
– hoe doodeng ook –
schiep orde.
Nu? Nu is de orde zoek.
De Verenigde Naties blaffen vooral vanaf de zijlijn.
De NAVO en de Europese Unie
leunen op een verleden
waarin Amerikaanse spierballen
vanzelfsprekend waren.
Maar vanzelfsprekendheid is geen strategie.
Kijk naar Iran.
Dat ziet zichzelf niet
als een regionale stoorzender,
maar als drager van een heilige missie.
De strijd tegen het “Rijk van de Satan”
– lees: Amerika en zijn bondgenoten –
is geen beleidsoptie,
maar een eschatologisch project.
Israël op zijn beurt redeneert
vanuit existentiële dreiging:
nooit meer weerloos.
En Amerika?
Dat balanceert tussen
wereldpolitie willen zijn
en oorlogsmoe isolationisme.
Iedereen beroept zich op principes.
Mensenrechten.
Veiligheid.
Soevereiniteit.
Maar principes zonder macht
zijn preken in de woestijn.
Je kunt wel zeggen
dat je een “ordeningsprincipe” uitdraagt,
maar als je niet bereid bent
daar miljarden, wapens
en – uiteindelijk –
mensenlevens achter te zetten,
dan is het vooral retoriek.
Dat klinkt cynisch.
Dat ís het ook een beetje.
Maar de geschiedenis is niet geschreven
door wie het hardst “vrede!” riep.
Ze wordt geschreven door staten
die macht combineren met een visie;
hoe verwerpelijk die visie soms ook is.
En nee,
dat betekent niet
dat je dan maar alles moet goedpraten.
Het betekent wel dat je serieus moet nemen
wat leiders zeggen
als ze hun land “groot” willen maken.
Als ze spreken over historische roeping,
beschavingsoffensieven
of heilige oorlog.
Dat zijn geen metaforen
voor binnenlands gebruik.
Dat zijn beleidsvoornemens.
Dus misschien moeten wij,
kleine mogendheid aan de Noordzee,
iets minder snel met het vingertje zwaaien.
Minder hard schreeuwen in talkshows.
Eerst begrijpen welke machten
hier werkelijk aan het schuiven zijn.
Wie bereid is
om bloed te investeren in zijn gelijk.
Want in een wereld waar
Amerika, Israël en Iran elkaar testen,
is morele helderheid belangrijk;
maar zonder machtsbesef
vooral gevaarlijk naïef.
Groot zijn is niet hetzelfde
als gelijk hebben.
En gelijk hebben is waardeloos
als niemand zich er iets
van hoeft aan te trekken.
4 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
Autocratie,
christendom,
compassie,
genocide,
indoctrinatie,
maatschappij,
massavernietiging,
Oekraïne,
oorlog,
Rusland,
samenleving,
vernietigingsoorlog |
Geef een reactie
Nog één keer
– tot nu toe althans –
weer een webpost naar aanleiding
van de vernietigingsoorlog
van Rusland op Oekraïne:
Er is altijd wel iemand die het vraagt,
op een verjaardag of in een draadje op X:
“Voel jij je nog wel thuis in dat losgeslagen Westen?”
Te veel regenboogvlaggen.
Te weinig gezag.
Genderneutrale wc’s in de bieb van Almere.
Kortom, het einde der tijden.
Maar geen paniek.
Er is een land waar ze nog weten wat traditie is.
Waar je een visum kunt krijgen
op basis van ‘gedeelde waarden’.
Alsof je je inschrijft bij een volkstuinvereniging;
maar dan een met tanks en een kernwapenarsenaal.
Welkom in het paradijs van de zuivere cultuur.
Daar is de natie heilig. De traditie heilig. De kerk heilig.
Alleen het woord “oorlog” is niet heilig.
Dat heet daar een “speciale operatie”.
Zoals een massaontslag “reorganisatie” heet.
Taal als deodorant over de lijkenlucht.
En ondertussen hoor je geestelijken
praten alsof God een geopolitiek adviseur is.
Alsof Hij ’s ochtends met een espresso
de landkaart erbij pakt:
“Welke grens verschuiven we vandaag?”
Het klinkt akelig vertrouwd.
In 1914 preekten dominees in heel Europa precies zo.
Met psalmen de loopgraven in.
God aan onze kant, uiteraard.
Hij had blijkbaar geen andere afspraken.
Oorlog als gehoorzaamheid.
Opoffering als verlossing.
De overwinning in de dood.
Het kruis niet als aanklacht tegen geweld,
maar als decorstuk.
Alsof Jezus is gestorven
zodat wij met een gerust geweten
kunnen schieten.
Alleen:
wie de moeite neemt om de Bergrede te lezen,
je weet wel, dat stuk waarin Jezus zegt:
zalig de vredestichters, heb je vijanden lief,
wie naar het zwaard grijpt,
die komt daar iets anders tegen.
Geen tanks. Geen vaderlandsliefde met wijwater.
Maar een rabbi die zegt
dat je de andere wang moet toekeren.
Probeer dat maar eens in een talkshow over geopolitiek.
Je wordt uitgelachen voor wereldvreemde softie.
En wie daar in zo’n land hardop aan herinnert,
merkt hoe snel de ruimte krimpt.
Protest? Cel.
Tas met “geen oorlog”? Boete.
Kritisch bericht online? Jaren brommen.
Onafhankelijke media dicht.
Platforms geblokkeerd.
In plaats daarvan keurige staatsapps
waar de waarheid al is voorgekookt.
Alsof je alleen nog het journaal mag kijken,
maar dan zonder kritische vragen.
Kinderen leren intussen
dat de held uit 1984 van Orwell
geen waarschuwing is,
maar een probleemgeval.
Winston Smith als extremist.
Dat is geen literatuurles.
Dat is herprogrammering met een kaft eromheen.
En de cijfers?
Miljoenen slachtoffers. Miljoenen ontheemden.
Steden kapot. Gebieden verwoest.
Maar de retoriek staat fier overeind,
als een vlag op een kapotgeschoten flat.
Ik moet denken aan die
kleine internationale kerkgemeente in Moskou
die uit haar gebouw werd gezet.
Min twintig.
Bidden op straat.
Geen slogans.
Geen geopolitieke theologie.
Alleen kou en kwetsbaarheid.
Misschien zit daar het verschil.
Oorlogstheologie belooft
betekenis via macht en offer.
Maar het christendom begint niet bij macht.
Het begint bij een gekruisigde Man
die geen legioen engelen opriep.
De Bergrede is geen bijlage
bij een militaire strategie.
Het is een sabotagehandleiding voor geweld.
Compassie, mededogen, is geen soft gedoe.
Het is dynamiet onder elke ideologie
die mensen tot brandstof maakt.
En precies daarom is het zo gevaarlijk.
3 maart 2026
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
agressie,
Aurelius Augustinus,
ayatollahs,
bellum iustum,
Benjamin Netanyahu,
China,
christendom,
christenzijn,
deugd,
Donald Trump,
geloof,
geloven,
geopolitiek,
gerechtigheid,
haat,
internationaal recht,
Iran,
Israël,
Jezus,
Jezus Christus,
just war,
kerk,
koninkrijk van God,
maatschappij,
Midden-Oosten,
moraliteit,
morele noodrem,
oorlog,
rechtvaardige oorlog,
Rusland,
samenleving,
Thomas van Aquino,
twijfel,
Verenigde Staten van Amerika,
wraak |
Geef een reactie
Zet een paar raketten op het nieuws
en Nederland verandert in een moreel theehuis.
Aan de ene kant de mensen die zeggen:
“Eindelijk! Weg met dat regime in Teheran.”
Aan de andere kant: “Schande!
Dit sloopt het internationaal recht
en straks vallen Rusland en China
ook daar binnen waar ze zin in hebben.”
Kamp één zegt:
eindelijk wordt dat regime aangepakt.
Iran is ideologisch, gevaarlijk, onhervormbaar.
Democratie komt niet aanwaaien;
soms moet je haar een handje helpen — met raketten.
Kamp twee roept:
schending van het internationaal recht!
Dit opent de deur voor Rusland en China.
De EU moet afstand nemen,
anders glijden we af
naar wereldwijde wetteloosheid.
Beide kampen spreken in morele hoofdletters.
Maar morele verontwaardiging
is nog geen morele analyse.
Als christenen hebben we een eigen meetlat.
Geen vlag, geen anti-Amerikaanse reflex,
maar de oude leer van de rechtvaardige oorlog.
Augustinus en Thomas van Aquino waren niet naïef.
Ze wisten dat er situaties zijn
waarin geweld tragisch noodzakelijk kan zijn.
Maar — en dit is cruciaal —
alleen onder strenge voorwaarden.
Is er een rechtvaardige reden?
Iran is geen koorknaap.
Het regime onderdrukt, dreigt, destabiliseert.
Dat is reëel.
Maar “dreiging” is geen toverwoord.
Is deze aanval bedoeld om daadwerkelijk
onschuldigen te beschermen?
Of om strategische dominantie veilig te stellen?
Is het het laatste redmiddel?
Zijn alle diplomatieke opties uitgeput?
Of zijn we gewoon het geduld kwijt?
De theorie van een rechtvaardige oorlog is streng:
oorlog mag pas als er écht geen alternatief meer is.
Niet als het alternatief langzaam,
frustrerend en politiek ondankbaar is.
Is het proportioneel?
Gaat deze actie méér kwaad voorkomen
dan ze veroorzaakt?
Of versterken we juist het regime,
omdat oorlog dissidenten verandert
in “buitenlandse agenten”?
We hebben dat eerder gezien.
Toen Saddam Hoessein dacht
dat Iran snel zou vallen,
radicaliseerde het regime juist.
Oorlog kan een dictator verzwakken;
maar ook net zo goed verharden.
En dan de kans op succes.
Dat is misschien
de meest onderschatte voorwaarde.
Als de kans groot is
dat een aanval uitloopt op chaos,
burgeroorlog of een machtsstrijd
tussen Revolutionaire Garde
en andere machtsblokken,
dan is de morele rekensom
ineens minder stoer.
Libië zou ook democratisch worden.
Intussen kijken Rusland en China mee.
Niet met morele verontwaardiging,
maar met rekenmachines.
Want als Amerika zich vastbijt
in een mogelijk nieuw Midden-Oosters moeras,
is dat voor hen misschien verlies op korte termijn,
maar winst op lange termijn.
Geopolitiek is geen Bijbelkring; het is schaak.
En dan is er nog iets wat christenen
niet mogen vergeten:
oorlog is nooit iets om te romantiseren.
Zelfs een rechtvaardige oorlog
blijft tragisch.
Jezus vraagt nederigheid, geen bravoure.
Wie te enthousiast wordt van militaire taal,
moet zich afvragen
of hij nog wel bidt: “Uw Koninkrijk kome.”
en misschien is dát het probleem.
We verwarren Gods Koninkrijk
met onze veiligheidsbelangen.
Alsof gerechtigheid uit een straaljager komt.
In tijden van geopolitieke onzekerheid
is twijfel geen zwakte, maar deugd.
De theorie van een rechtvaardige oorlog
is geen vrijbrief om oorlog te voeren.
Ze is een morele noodrem.
De vraag is niet:
zijn we voor of tegen deze aanval?
De vraag is:
durven we hem
langs de lat
van gerechtigheid te leggen;
ook als dat ons eigen kamp
ongemakkelijk maakt?
Volgende pagina »