Uncategorized


 

Deze tijd van het jaar wordt niet alleen gekenmerkt door
de verwachting en de herdenking
van de geboorte van Christus in deze wereld met Kerst.
Advent is immers een tijd van verwachten en afwachten
wat God doet in deze wereld.
Kome wat komt.
Maar deze tijd staat ook in het teken van allerlei lijstjes,
van omzien op het bijna afgelopen jaar.
In onze hyperindividualistische samenleving
wordt een poging ondernomen
tot samenzijn en samen beleven:
donderdag 12 december werd er er door de Evangelische Omroep
tot zo’n samenzijn met het ontsteken
van de Nationale Kerstboom in Apeldoorn.
Andere pogingen tot samenzijn
zijn bijvoorbeeld ook de Top 2000 (sinds 1999)
waar je jouw keuze kunt delen
met een ieder door die te posten op de sociale media.
Ook internationaal doet muziekstreamingsdienst Spotify
sinds 2016 iets soortgelijks:
Spotify biedt zijn gebruikers een jaarlijkse functie die de details
van het eigen gebruik verzamelt en presenteert,
zodat we terug kunnen kijken op het jaar
door de specifieke lens van onze luistergewoonten: Spotify Wrapped.
Hoewel dit in eerste instantie misschien een beetje saai klinkt,
is het eigenlijk een behoorlijk staaltje marketinggenie.
Het is het verhaal van ons 2024, zoals verteld door Spotify.
De staat van onze ziel, zoals onthuld door onze toewijding aan Taylor Swift.
En je kunt jouw Wrapped delen met jouw omgeving!
Elk jaar wordt ‘Spotify Wrapped‘ evenals de Top 2000
meer en meer een sociaal ritueel.

Dit jaar wachtten mensen er zelfs actief op,
controleerden ze dagelijks hun app
en verlangden ze ernaar dat Spotify zijn komst in 2024 zou aankondigen.
Nieuwsmedia schreven stukken over hoe ze er het beste mee om konden gaan,
er werden daadwerkelijk weddenschappen afgesloten
over wanneer de functie zou verschijnen.
Hoe gek is dat?
Spotify Wrapped is net zo synoniem geworden met deze tijd van het jaar
als adventskalenders en het van de zolder halen van kerstversieringen.

Ik ben me er terdege van bewust dat dit misschien een storm in een glas water is,
maar het is hoe dan ook een storm.
En ik denk dat onze steeds groter wordende obsessie
ermee ons veel kan leren over… nou ja… ons.

Want wat nog interessanter is, is dat deze diep persoonlijke inzichten
die Spotify ons biedt, in eerste instantie alleen voor onze ogen gemaakt,
op sociale media worden geplakt.
Spotify Wrapped is een soort zachte lancering van ons eigen merk geworden,
een manier om onszelf, hyperindividualistisch als we zijn, te ‘outen’.
Want ook deze gegevens kun je op sociale media delen!
De afgelopen dagen hebben duizenden en nog eens duizenden mensen
de gegevens van Spotify gebruikt en gedeeld met de wereld,
als een manier waarop ze zichzelf met de wereld delen.
Hun topartiesten, de nummers die ze op repeat hebben gehad,
het aantal minuten dat ze hebben doorgebracht in het gezelschap
van hun favoriete albums, hun luistergewoonten
worden hoogstpersoonlijk op een bordje geserveerd.

Maar de simpele vraag blijft hangen: waarom?

Ja, waarom doen we dit?
Mijn instinct zegt me dat het antwoord ongelooflijk simpel is:
we willen gewoon gekend worden.

We hebben een overrompelende behoefte
om mensen te laten zien wie we zijn,
in de hoop dat we daarvoor worden beloond met acceptatie.
Misschien goedkeuring, zelfs.
Bewondering, als we echt geluk hebben.

Het is een symptoom van wat sommigen,
misschien wel het meest opvallend, Charles Taylor,
‘expressief individualisme’ hebben genoemd.
We leven in een cultureel moment dat ons vertelt
dat we de taak hebben om te ontdekken
en te definiëren wie we zijn, het is aan ons.
Het is de verantwoordelijkheid van elk individu
om zichzelf op te bouwen, van binnenuit.
En dan mogen we de wereld laten zien wat we hebben gecreëerd:
onszelf, gemaakt naar ons eigen evenbeeld.

We mogen het meesterwerk en de meester zijn,
de schepper en het gecreëerde, de dichter en het gedicht.

Dat klinkt heerlijk bevrijdend, nietwaar?
Er is maar één probleem:
niemand kan het gewicht van zo’n verantwoordelijkheid
daadwerkelijk dragen.
Het is verlammend.

En dus, als we deze enorme taak eens per jaar
kunnen uitbesteden aan een Zweeds streamingplatform;
ja, waarom zouden we dat dan niet doen?
Voor een kort moment kunnen we onze existentiële crisis
in de wacht zetten, met de beentjes op tafel,
opgelucht zuchten en simpelweg verklaren:
ik luister, dus ik besta.
Slechts één dag kunnen we onze muzieksmaak
ons laten definiëren,
kunnen we het aan onze streaminggewoontes
overlaten om ons leven betekenis te geven.

We kunnen rusten.

Ik wil dit absoluut niet bagatelliseren.
Integendeel, ik waardeer het.
Ik denk dat Spotify Wrapped ons veel meer over elkaar (en onszelf) laat zien
dan hoeveel we deze zomer naar muziek van bijvoorbeeld Froukje hebben geluisterd.
Ik ben echt dankbaar dat het ons toestaat om onze maskers even af zetten,
en ons eraan herinnert hoe graag we willen weten
en gekend willen worden, zien en gezien willen worden,
liefhebben en geliefd willen worden.
Ik denk dat het een supergoed idee is,
verpakt in een vermomming van trivialiteit.
Het duwt ons op een slinkse manier
om te erkennen dat we erbij willen horen.
En dus ben ik er niet van overtuigd
dat het überhaupt alleen maar ‘individualistisch’ gedrag is,
wat dacht je ervan om het een symptoom van
‘expressief erbij willen horen’ te noemen?

Het succes van Spotify Wrapped is ongekend en geniaal:
het is een cultureel moment
en de onderliggende hartenkreet is bijzonder luid.
Zelfs luider dan de drieduizend minuten aan Rammstein
die ik dit jaar door de speakers heb laten schallen:

Zie mij er zijn!

 

De engel Gabriël verwoordt de missie van Johannes de Doper.
Daarin ontdekken we opnieuw een aantal trekken van ‘mensen rondom Jezus’.
Het leven van Johannes heeft maar één doel: Jezus aanwijzen als de Christus.
Zijn grootheid bestaat in zijn kleinheid.
Want hij wil niet méér zijn dan een wegbereider.
‘Zie het Lam Gods!’ (Johannes. 2:29-31)

De engel Gabriël verwoordt de missie van Johannes de Doper.
Daarin ontdekken we opnieuw een aantal trekken van ‘mensen rondom Jezus’.
Het leven van Johannes heeft maar één doel: Jezus aanwijzen als de Christus.
Zijn grootheid bestaat in zijn kleinheid.
Want hij wil niet méér zijn dan een wegbereider.
‘Zie het Lam Gods!’ (Johannes. 2:29-31)
‘Hij moet groter worden en ik kleiner.’ (Johannes 3:30)
‘Hij zal vervuld worden van de Heilige Geest
terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is,’ (Lucas 1: 15b)
Van bijna alle ‘mensen rondom Jezus’ in Lucas 1 en 2 wordt gezegd
dat ze vervuld worden met de Geest, en ze aanbidden God met enthousiasme.
‘Bedrink u niet, maar laat de Geest u vervullen’ (Efeziërs. 5:18).
Johannes is een met de Geest gezalfde profeet.
Al in de baarmoeder belijdt hij de naam van zijn Heer! Over Hem is hij Geestdriftig.
en hij zal velen uit het volk van Israël zal hij bekeren tot de Here, hun God. (Lucas 1 :16)
Bekering heeft te maken met:
genadig aan je zonden ontdekt worden om je vervolgens om te keren naar Christus.
De taal die Johannes gebruikt is daarbij scherp: ‘Adderengebroed’ (Lucas 3:7)
Gedoopt zijn is niet genoeg.
Johannes verkondigt een heel praktische bekering:
deel je kleren en je eten, vorder niet te veel, plunder niet en pers niets af (Lucas 3:10-14).
Hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia. Johannes is Elia de Tweede.

Net als die profeet is hij aangewezen,
niet op zichzelf, maar op de Geest en de Kracht van God.
Johannes’ prediking was vol van Geest en Kracht, want vol van Christus.
‘Zo zal hij voor de Heer een volk gereedmaken.’ (Lucas 1: 17b)
Wanneer ben je er ‘klaar’ voor om Jezus te ontvangen?
Want dat is het doel van Johannes’ prediking.
Je bent er ‘klaar’ voor als je alles loslaat en als je met lege handen staat.
Toewijding is: niets meer vast willen houden dan Jezus alleen.

wat zou hij denken?

 

Woedt er vandaag de dag een nieuwe Koude Oorlog?
Deze aanname, aangewakkerd door de oorlog in Oekraïne,
wordt betwist door Anne Applebaum in haar boek Autocratie bv.
In plaats daarvan, zo betoogt ze in dat boek,
is er een groeiende groep autocratische staten
waar heersende elites duizelingwekkende niveaus van corruptie uitoefenen,
rijkdom vergaren, het algemeen belang uithollen
en elke zinvolle afwijkende mening onderdrukken.
Er is eerder sprake van een ‘onrechtsstaat’ dan van een ‘rechtsstaat’,
waarbij in de eerste groep de rechtbanken het middel worden
waarmee wrede, cynische staatsmacht wordt ingezet
om tegenstanders te vernietigen en gevangen te zetten.

De Koude Oorlog werd ondersteund door ideologie,
maar autocratische staten steunen elkaar vandaag de dag
door middel van logistiek, middelen en propaganda,
ondanks grote verschillen in visie.
Iran, Noord-Korea, Venezuela, China, Rusland en Zimbabwe,
om een handvol autocratische naties te noemen,
delen weinig in termen van gemeenschappelijke ideologie,
behalve de wens van hun dictators om aan de macht te blijven,
zowel om hun rijkdom veilig te stellen
als om zichzelf te beschermen tegen juridische stappen.
De vijgenbladeren van religieuze overtuigingen en nationalisme
worden vaak in verschillende combinaties gebruikt,
maar misleiden weinigen.

Als er een gemeenschappelijke deler is voor deze autocratieën,
dan is het de wens om de naoorlogse nederzettingen af te schaffen,
de instellingen en wetten die sindsdien de wereld hebben gekenmerkt.
Het bestaande internationale recht is een specifiek doelwit,
omdat de ontmanteling ervan dictators immuun maakt voor oordeel.

Het huidige mondiale beeld in duidelijke, criminele termen als deze formuleren,
is nuttig. Maffiastaten bestaan en hun invloed groeit.
Maar het is te gemakkelijk voor anderen om zichzelf
aan de kant van de engelen te plaatsen.
Deze kleptocratieën zijn mogelijk gemaakt door bedrijfslichamen elders.
Vanuit Nederland worden producten verscheept die op de sanctielijst staan van de EU
waardoor bijvoorbeeld Rusland haar agressief gedrag kan blijven voeren.

Aan het einde van de Koude Oorlog was er een wijdverbreid gevoel
dat liberale, democratische waarden de overhand hadden
en dat het alleen nog maar hoefde te gebeuren
dat deze ideeën zouden doorsijpelen in de structuur van de resterende landen.
Dat is vandaag de dag niet alleen niet meer het geval,
maar het momentum is eerder
dat autocratische waarden democratieën infecteren met hun gewoonten.
De wereldwijde technologische revolutie heeft hieraan bijgedragen,
aangezien ooit verafschuwde meningen en standpunten aanhang krijgen
in de hoofden van mensen met grieven, reëel of ingebeeld.

De overleden opperrabbijn Jonathan Sacks
zei dat de sleutelvraag voor de nieuwe eeuw was:
wie spreekt namens God?
Als de suggestie was dat dit een vraag is
die verschillende religieuze tradities moeten beantwoorden
op manieren die onze gemeenschappelijke menselijkheid ondersteunen,
hebben we nu geen gebrek aan dictators die zeggen dat ze namens God spreken.
Hun beweringen dat andere delen van de wereld
goddeloos en gedegenereerd zijn, worden keer op keer herhaald.
Net als Goebbels weten ze dat de eindeloze herhaling
mensen uiteindelijk uitput totdat zinnen geloofwaardig worden.
Niemand die om Gods karakter geeft, zou beweren
dat hun samenleving zijn karakter goed weerspiegelt;
er ís overal onrecht, haat en geweld.
Maar er is een speciale hypocrisie wanneer criminelen
die miljarden hebben gestolen en duizenden hebben vermoord,
beweren namens God te spreken.

Toen Jezus zijn levensbepalende verleiding in de woestijn onder ogen zag,
liet de duivel hem de koninkrijken van de wereld zien
en beloofde dat ze van hem zouden zijn als hij zich zou ‘keren’.
Hij verleidde Jezus ook om stenen in brood te veranderen.
Macht en rijkdom, de zaken waar de dictators van de wereld naar verlangden.
En zijn laatste verleiding:
Zichzelf van het dak van de tempel te gooien,
alleen om gered te worden door de engelen.
Zich te omringen met een loyale groep officieren
die Zijn belangen te allen tijde zouden beschermen.

In plaats van de snelweg naar autocratie,
nam Jezus het oneffen en kronkelige pad van dienstbaarheid aan anderen.
Een pad van zelfverloochening,
beroofd van de materiële rijkdom
die beschikbaar werd gesteld door Zijn verheven positie.

Dit is de menselijke norm die ons is gesteld
en het dwingt tot zelfreflectie,
niet tot opscheppen en bedreigingen.

 

Terwijl we 2025 naderen breekt er een reeks schermutselingen uit
die ons waarschuwen voor dreigend gevaar.
In Syrië hebben de rebellen de macht overgenomen en (zo lijkt het nu),
een eind gemaakt aan het dictatoriale regime van de familie Assad.
Wat zal dat betekenen voor de minderheden in Syrië
en voor de wankele machtsbalans in het Midden Oosten
Pro-Europese demonstranten in Georgië
demonstreren bij het parlement van het land in Tbilisi.
Verder ontwikkelt zich de oorlog in Oekraïne
in een onzekere richting.
En de president vanZuid-Korea kondigde korte tijd
de staat van beleg af

Terwijl de wereld wacht op de inauguratie
van de verkozen president Trump op 20 januari 2025,
en hij grappen maakt over Canada
dat de 51e staat met worden,
bevinden we ons in een tussentijd.

Er is een voorgevoel dat het komend jaar
het er niet beter op wordt
zij is sterker dan de vage hoop
op toekomstige vrede.
‘Tuurlijk; er is een staakt-het-vuren overeengekomen
tussen Israël en Hezbollah,
maar er wordt nog steeds raketvuur uitgewisseld
en Israël moet nog reageren op de raketaanval
van Iran in oktober,
terwijl Iran nucleaire capaciteit nastreeft.
In de Verenigde Staten waarschuwt
ambassadeur in Japan Rahm Emmanuel
voor Chinese ambities om Taiwan
niet pas in 2027 in te nemen,
zoals algemeen wordt aangenomen,
maar in 2025.

Zelfs al is het maar tijdelijk,
begin 2025 zal er een pauze zijn van de conflicten
waaraan we de afgelopen jaren gewend zijn geraakt.
De inauguratie van de verkozen president Trump
zal naar alle waarschijnlijkheid
een einde maken aan de Russische oorlog in Oekraïne.
De Russische overeenkomst voor vrede
zal echter alleen worden veiliggesteld
in ruil voor territoriale concessies van Oekraïne.
Israël zal een staakt-het-vuren met Hezbollah handhaven,
terwijl Amerikaanse steun helpt
om de restanten van Hamas in Gaza te verwijderen,
zoals ze nu doen met het bombarderen van ISIS-stellingen in Syrië
opdat zij niet ook een vinger in de Syrische pap krijgen
Met Amerikaanse steun zullen Israël en Saoedi-Arabië
het historische Abraham-akkoordproces
hervatten als we de lente ingaan.

Maar deze pauze en deze korte-termijn-successen
zullen kortstondig en misleidend zijn,
een intermezzo voorafgaand
aan de veel grotere dreigingen die in het verschiet liggen.
Antonio Gramsci schreef eens:
‘De oude wereld sterft
en de nieuwe wereld worstelt om geboren te worden:
nu is het nu de tijd van monsters’.
En die monsters van onze tijd zijn goed ingeburgerd
en verzamelen energie voor hun volgende daden.
Ze verschijnen van alle kanten,
of dat nu in het politieke Westen of het globale Oosten is.

In deze wereld van monsters
zijn verdeeldheid en verschil
de standaardbenadering van menselijke relaties.
We zijn ongevoelig geworden voor deze woorden,
maar wat verdeeldheid en verschil betekenen,
is een diepe zwakte in moderne mensen die verstoken zijn van liefde.
Te veel mensen koesteren zich liever
in hun eigen en andermans gebreken,
dan dat ze ernaar streven deze te overwinnen
ten gunste van wat we individueel en collectief kunnen bereiken,
als we het maar zouden proberen.
We leven in een periode van duisternis
die het licht probeert te temperen
en de geest van degenen die het goede nastreven,
wil verminderen.

Verdeeldheid is gemakkelijk.
Het is natuurlijk.
Het is emotioneel.
De focus ligt op het laagste element van onszelf en van anderen.
In vergelijking daarmee is samenzijn geloof.
Het ziet het verborgen potentieel van een ander.
Maar samenzijn is onnatuurlijk.
Samenzijn vloeit voort uit geloof
en is de ongeziene-geworden-realiteit.
Het herkent de zaden van het goede in een ander,
begrijpend dat elke persoon is samengesteld
uit vele contrasterende kanten,
sommige slecht, sommige goed,
maar het goede is de krachtigste van de twee.
Samenzijn is een keuze.
Het is een keuze om de zaden van geloof met geduld te water te geven,
om te zien wat deze zaden met tijd,
consistentie en inspanning kunnen worden.

In een tijdperk van groeiende verdeeldheid en conflict
is saamhorigheid nauwelijks zichtbaar.
Toch blijft verzoening mogelijk.
Juist in deze tijden,
waarin de kansen tegen de vrede van saamhorigheid zijn,
worden verzoeners in de politiek,
het bedrijfsleven, de academische wereld,
non-profitorganisaties en de gemeenschap
opgeroepen om met een doel naar voren te stappen.
Juist wanneer er weinig geloof of hoop in de toekomst is,
wordt verzoening – een daad van liefde – geëist.

Verzoening is het herstel van een gunstige relatie tussen jezelf en anderen.
Het wordt bereikt door opoffering.
De verzoener ervaart pijn om relaties te herstellen.
Verzoening is gebouwd op liefde voor andere personen,
ondanks hun gebreken en hun voortdurende weerstand,
evenals hun gebrek aan geloof, liefde en hoop op vele momenten.
Het vereist een gezonde eigenliefde,
waarin we de vervulling van ons eigen goed zoeken
als basis om dit voor anderen te doen.

Naast liefde is het hoofdingrediënt van verzoening pijn,
omdat degenen die vervreemd zijn geraakt
van vechten, zich verzetten,
teruggaan op wat ze zeiden dat ze zouden doen,
en ze aarzelen tussen goed en kwaad
Ze betwisten de verzoener.
De verzoener zal sterven, of bijna sterven,
op bepaalde punten in het verzoeningsproces.
En toch wordt de verzoener na de dood opgewekt,
nederlaag slechts een opstap naar de triomf van saamhorigheid.

De verzoener verandert de pijn
die gepaard gaat met het samenbrengen
van anderszins conflicterende groepen,
volkeren of landen
in iets veel positievers.
Ze nemen pijn op in hun wezen.
Dit wordt bereikt door liefde,
wat geduld mogelijk maakt,
altijd het grotere geheel en het potentieel van mensen zien.

Liefde is de basis voor actie om anderen
samen te brengen en bij elkaar te houden,
een beroep doend op hun betere kanten,
ondanks de menselijke neiging
om het goede te corrumperen.

Mensen praten tegenwoordig
over de noodzaak om ‘verschillen te overbruggen’
en dat we ‘samen beter zijn’.
Maar woorden zijn makkelijker dan daden.
Moeilijker is het om te beseffen
dat het proces van verzoening pijnlijk is
en dat leiders die verzoening nastreven
– op lokaal, regionaal of nationaal niveau –
eerst ervaring moeten opdoen met lijden.

Deze ervaring kan alleen het resultaat zijn
van een idee over de waarde van pijn,
wetende dat de vreugde van samenzijn
het grootst is als deze wordt voorafgegaan
door geduldig en nederig lijden.
Er is geen overbrugging van verschillen,
geen vermindering van verdeeldheid,
geen samenzijn, zonder pijn.
Dat is een les voor de huidige en toekomstige verzoeners
van de wereld
in alle lagen van de bevolking,
nu we een wereld betreden die nog meer vol conflicten zit.
En bij verzoening is het altijd onduidelijk wat de uitkomst zal zijn.
Iemands inspanningen kunnen voor ook niets zijn,
trouwe inspanningen zijn dan een kwestie van falen en bitterheid,
in plaats van een zoete prestatie.

Iedereen die verzoening zoekt
in een gevaarlijkere wereld moet eerst sterven
aan zijn vorige leven van verdeeldheid.
Hij moet dit zelf in het verleden achterlaten en het afwerpen.
Hij moet een nieuw persoon worden,
doordrenkt met liefde,
gelovend in menselijk potentieel,
die wil dat anderen slagen
en die bereid is te vechten om dit succes te bereiken.
Maar verzoeners moeten altijd vechten
met liefde als basis van hun inspanningen,
en met het geloof dat ze zullen winnen in hun strijd,
dat hun inspanningen succesvol zullen zijn.
Dit geloof gaat in tegen wat er te zien is,
de kansen zijn zelden of nooit
in het voordeel van verzoeners.

Ja, we hebben verzoeners nodig in onze tijd.
Deze individuen zijn schaars,
maar ze zijn de sleutel tot de toekomst
en tot de gezondheid van onze geopolitiek.
Zij zijn de politici
– gekozen én degenen achter de schermen –
de zakenmensen en de lokale gemeenschapsleiders
die het grotere plaatje kunnen zien en verwoorden,
gericht blijven op het potentieel van de mensen
om hen heen en het lijden dragen
dat gepaard gaat met het vervullen van potentieel.

De huidige oorlogen en schermutselingen zullen als we 2025 ingaan,
waarschijnlijk tijdelijk afnemen.
Misschien zullen ze zelfs even stoppen.
Maar we moeten niet verbaasd zijn
als deze het komende jaar
met meer intensiteit weer de kop opsteken.
Dit is precies het moment waarop velen
zullen worden opgeroepen
om te streven naar saamhorigheid
in het aangezicht van verdeeldheid,
wetende dat verzoening kracht is in het aangezicht van de realiteit
van menselijke zwakte.

Verzoening is altijd een mogelijkheid.

 

De God die werkt op wereldniveau heeft ook aandacht
voor het leven op de vierkante meter van zijn kinderen.
Zo komt, naast Zacharias, Elisabeth in beeld.
Haar naam betekent: ‘de Here is een eed’.
Oftewel: ‘God is trouw aan zijn Woord’.
In haar ontmoeten we een gewone vrouw:
ze valt niet op.
God houdt van gewone mensen.
Dat zie je door heel de Bijbel heen.
Maar laat niemand denken: ‘Ik ben te gewoon.
In mijn leven kan God niets bijzonders doen!’
Elisabeth is ook een gewonde vrouw.
Ze heeft geen kinderen van de Here gekregen.
Dat gold in Israël als een schande: ‘
Als je geen kinderen hebt, veracht God je.’
Niets is minder waar!
Maar de mensen verachtten Elisabeth wel.
Werd ze met de nek aangekeken;
Groeten mensen haar niet;
Maakten ze misplaatste grapjes.


Elisabeth lijkt op haar Heiland:
‘iemand voor wie men het gelaat verbergt,
veracht, een geplaagde’ (Jesaja 53: 3-4).
Ze is een navolger van Jezus.
De verachting slaat om in verwachting:
deze gewonde vrouw ervaart genade in haar leven
nu ze van de Here een kind ontvangt.
Vijf maanden lang verbergt ze zich.
Het huis van Zacharias en Elisabeth wordt een retraite-oord.
Waarom verbergt ze zich? Omdat ze zich schaamde?
Twijfelt ze? Is ze bang voor bemoeizucht en nieuwsgierig gepraat?
Ze verbergt om zich samen met Zacharias te verootmoedigen.
Ze verbergt zich om haar intieme geheim te delen met haar Here,
zodat God zelf op zijn tijd dit geheim bekend zal maken
(als Maria komt).

Al voor zijn geboorte verandert Jezus mensenlevens.
In de stilte van de afzondering,
in de verborgen omgang met haar Heer,
is Gods Geest aan het werk in Elisabeth.
En als Maria dan komt, zingt ze, vervuld met de Geest, een lofzang.
Van deze gewone, gewonde vrouw
mogen we een paar geestelijke oefeningen leren,
die ons helpen dichtbij Jezus te zijn.

 

De eerste man die ik in deze Adventstijd voorstel is een priester:
een man van gebed dus,
geroepen om het volk voor te gaan in de offerdienst.
Zijn naam betekent: bij de HERE is gedachtenis.
Want God is zijn volk niet vergeten
en werkt ‘achter de schermen’ aan de verlossing.
Samen met Elisabeth heeft hij maar één verlangen:
God de Here met een volkomen toegewijd hart dienen.
Ze zijn te oud om nog kinderen te krijgen.
In Zacharias en Elisabeth ontmoeten we mensen
die ‘model staan’ voor de gelovige Rest van Gods volk
in een tijd van onderdrukking.

Twee weken per jaar doet Zacharias dienst in de tempel.
Slechts één keer in je leven mag je als priester in het heilige komen
om het reukoffer te brengen.
Dit is dus de gelukkigste dag uit zijn leven.
En dan verschijnt er ook nog een engel!
Zacharias staat hier overigens niet als privépersoon:
hij is ambtsdrager, buiten staat het volk te bidden,
de engel verschijnt niet bij hem thuis,
de te geven naam is geen familienaam.
Tegelijk worden we wel deelgenoot gemaakt
van Zacharias’ emotionele reactie (ontroering en angst),
kondigt de engel blijdschap en vreugde voor hem persoonlijk aan
en horen we Zacharias’ persoonlijke reactie:
‘Dit kan toch niet waar zijn?’
En we kunnen het nog wel begrijpen ook…
Mocht je van deze oude man niet veel meer geloof verwachten?
De Bijbel doorbreekt hier ons vaak wat stereotype denken over oud en jong:
‘Ouderen zijn wijzer en geloviger; jongeren moeten vooral nog veel leren.’
Maar hier blijkt dat oud-zijn niet per definitie betekent:
verder zijn op de weg met God.
Straks komt Maria in beeld, een kind nog eigenlijk.
En zij gelooft met hart en ziel.

 

Ach, wat was Nederland weer in rep en roer
toen laatst de eerste sneeuw van het seizoen viel:
code geel en oranje werden afgekondigd voor het verkeer.
Maar andere mensen worden jaarlijks weer helemaal blij van – de eerste – sneeuw.
Waarom verbaast sneeuwval ons nog steeds?
Ik denk omdat we verlangen naar sneeuw in deze tijd van het jaar,
omdat verlangen het enige is wat er te doen is.

Ja, waarom voelen we ons zo aangetrokken tot sneeuw?
En wat zegt het over ons dat we dat zijn?
De Duitse socioloog Hartmut Rosa begint zijn boek Unverfügbarkeit met deze prachtige woorden:

Herinner je je nog de eerste sneeuwval
op een late herfst- of winterdag, toen je een kind was?
Het was alsof er een nieuwe realiteit binnendrong.
Iets verlegen en vreemds dat ons kwam bezoeken,
neerdaalde op en de wereld om ons heen veranderde,
zonder dat we er iets voor hoefden te doen.
Een onverwacht geschenk.
Vallende sneeuw is misschien wel
de puurste manifestatie van onbeheersbaarheid.
We kunnen het niet fabriceren, afdwingen
of zelfs maar met zekerheid voorspellen.

Rosa betoogt dat we de grootste betekenis vinden
in datgene wat oncontroleerbaar blijft, buiten ons bereik.
We verlangen in deze tijd van het jaar naar sneeuw
omdat verlangen het enige is wat we kunnen doen.
Nee, kunstmatige sneeuw zal altijd teleurstellen.
We kunnen onze eigen ontzag niet fabriceren.

Rosa waarschuwt dat de moderniteit is opgebouwd rond
het idee, de hoop en het verlangen
dat we de wereld beheersbaar kunnen maken.’
Op een gegeven moment leidt meer invloed op iets ertoe
dat dat ding wordt gereduceerd tot een instrument
dat alleen onze verlangens kan frustreren.

Als ik ga zitten om een film te kijken die eindelijk wordt gestreamd.
Uiteindelijk ontwikkelt zich de film na 20 minuten wat traag.
Vervolgens ga ik naar iets anders te kijken,
om te eindigen met de vraag of ik de film niet in de bioscoop had moeten gaan kijken.

Of als ik luister naar de podcast
van het evenement waar ik niet naartoe wilde.
Ik spoel hem wat vooruit
terwijl ik de was in de wasmachine doe.
Maar ten slotte kan ik je niet vertellen
wat ze hebben besproken.

In elk van deze gevallen heeft technologie me,
op zijn minst op één niveau,
meer controle gegeven en me toegestaan
mijn omgeving meer in overeenstemming vorm te geven
met mijn verlangens.
Rosa stelt vast dat elk verlangen wordt
gedreven door een verlangen om iets dat nog onbereikbaar is
binnen ons bereik te brengen.
En toch wordt in elk geval datgene wat ik wenste
– de ervaring van het kijken naar een geweldige film
of deelname aan een stimulerend gesprek –
in gevaar gebracht door deze veronderstelde verbetering.

Wat wij zien als een drang om meer keuze te maken,
gaat vaak eigenlijk over controle.
Als we het zo stellen, wordt de drang niet ongeldig,
maar worden we ons wel bewuster van de kosten.
Meer keuze betekent voor mij meer controle over iets of iemand.

Tegelijkertijd kan meer controle over de omgeving
ook minder zelfcontrole betekenen.
Ik ben een bundeltje tegenstrijdige verlangens,
en hoe meer ik word aangemoedigd
om ze allemaal na te streven,
hoe meer ik word aangespoord
om geen van hen consequent na te streven.

In de Adventstijd herdenken christenen de geboorte van Jezus,
maar het primaire doel ervan wás en ís
om onze blik te richten op het einde van de wereld.
We kunnen het kerstverhaal misschien zoetig maken,
maar de apocalyptische oproep van Advent
zal altijd weerstand bieden aan onze behoefte aan controle.
Advent kijkt uiteindelijk ook vooruit omdat we zullen sterven,
dat de wereld zal vergaan
en dat we allemaal geoordeeld zullen worden.
Nee, je hebt er geen controle over.

Hoe we ook denken dat we alles onder controle hebben,
Advent onthult dat het een schijnvertoning is.
Er zullen altijd dingen zijn die buiten onze greep liggen
en we besteden veel tijd aan het afleiden van onszelf ervan,
door te doen alsof het anders is.

Advent verzekert ons dat we deze realiteit onder ogen moeten zien,
maar dat we dat niet alleen kunnen.
De God die als baby kwam en werd geëxecuteerd,
en de extremen van menselijke kwetsbaarheid ervoer,
is nu bij ons.
Het is die God die aan het einde komt.
Het is die God wiens liefde ons troost en moed geeft.

Het is dus logisch dat we op dit moment van het jaar
op zoek zijn naar sneeuw.
Iets in ieder van ons zoekt nog steeds naar iets dat buiten ons ligt,
iets dat geen enkele technologie of systeem kan organiseren of temmen.
Sneeuw fungeert dan als een echo van dat diepere gevoel
van kwetsbaarheid dat we allemaal proberen te vermijden.
Het wekt ons verlangen op om geconfronteerd te worden
met iets dat werkelijk ontzagwekkend is.

In Adventsperiode vinden we de belofte van waar we naar hebben verlangd:
een God die zal komen en alles zal herstellen,
een oncontroleerbare God die komt als sneeuw.
Advent roept ons op om de door de mens gemaakte kunstsneeuw
weg te doen en ons voor te bereiden op de komende sneeuwstorm.
Dat kan ons helpen te zien waar deze nieuwe realiteit zich nu al opdringt.

 

‘Het was echt een experiment’,
zei Marco Schmid, werkzaam bij de Peterskapelle in Luzern, Zwitserland.
‘We wilden zien en begrijpen hoe mensen reageren op een AI Jesus.
Waar zouden ze met hem over praten?
Zouden ze interesse hebben om met hem te praten?
We zijn waarschijnlijk pioniers op dit gebied.’

De installatie, bekend als Deus in Machina (God in de machine),
werd in augustus gelanceerd als het nieuwste initiatief
in een jarenlange samenwerking met een lokaal universitair onderzoekslaboratorium
op het gebied van een realiteit
van de ervaring van fysiek aanwezig te zijn in een niet-fysieke wereld.

Na projecten die hadden geëxperimenteerd met virtuele en augmented reality,
besloot de kerk dat de volgende stap was om een avatar te installeren.
Schmid zei: ‘We hebben het erover gehad wat voor soort avatar het zou zijn:
een theoloog, een persoon of een heilige?
Maar toen realiseerden we ons dat het beste figuur Jezus zelf zou zijn.’

Omdat er weinig ruimte was
en de kerk op zoek was naar een plek
waar mensen privégesprekken konden voeren met de avatar,
bedachten zij om de geestelijke in de biechtstoel
in te wisselen door een computer en kabels.
Nadat het AI-programma was getraind in theologische teksten,
werden bezoekers uitgenodigd om vragen te stellen
aan een stereotiep beeld van Jezus met lang haar.
‘Hij’ reageerde in realtime en gaf antwoorden
die waren gegenereerd door kunstmatige intelligentie.
‘Hij kon me bevestigen in mijn manier van doen,’ zei een vrouw.
‘En hij hielp me met vragen die ik had,
zoals hoe ik andere mensen kan helpen
Hem beter te begrijpen en dichter bij Hem te komen.’
‘Ik was verrast. Het was zo makkelijk,’
merkte een andere vrouw op.
‘Hoewel het een machine is, gaf het me zoveel advies,
ook vanuit een christelijk oogpunt.
Ik voelde me verzorgd en ik liep echt getroost naar buiten.’

Mensen werd geadviseerd om geen persoonlijke informatie te verstrekken
en te bevestigen dat ze wisten dat ze op eigen risico
met de avatar in contact kwamen.
‘Het is geen biecht’, zei Schmid.
‘We zijn niet van plan om een biecht na te doen.’
Tijdens de twee maanden durende periode van het experiment
grepen meer dan 1.000 mensen
– waaronder moslims en toeristen van zo ver als China en Vietnam –
de kans aan om met de avatar te communiceren.

Hoewel de gegevens over de installatie
volgende week worden gepresenteerd,
suggereerde feedback van meer dan 230 gebruikers
dat tweederde van hen het een ‘spirituele ervaring’ vond, zei Schmid.
‘We kunnen dus zeggen dat ze een religieus positief moment hadden met deze AI-Jezus.
Voor mij was dat verrassend.’

Anderen waren negatiever, sommigen vertelden de kerk
dat ze het onmogelijk vonden om met een machine te praten.
Een lokale verslaggever die het apparaat uitprobeerde,
beschreef de antwoorden soms als
‘te gemakkelijk, in herhaling vallend
en een wijsheid uitstralend die doet denken aan kalenderclichés’.

De feedback suggereerde dat er een groot verschil was
in de antwoorden van de avatar, zei Schmid.
‘Ik heb de indruk dat hij soms echt heel goed was
en dat mensen ongelooflijk blij, verrast en geïnspireerd waren’, zei hij.
‘En dan waren er ook momenten waarop AI Jesus
op de een of andere manier niet zo goed was, misschien oppervlakkiger.’

Het experiment kreeg ook kritiek van sommige mensen
van binnen de kerkgemeenschap, zei Schmid,
waarbij katholieke collega’s protesteerden
tegen het gebruik van de biechtstoel,
en protestantse collega’s het blijkbaar niet eens waren
met het gebruik van beelden op deze manier.

Wat Schmid echter het meest had getroffen,
was het risico dat de kerk had genomen door erop te vertrouwen
dat de AI geen illegale, expliciete antwoorden zou geven
of interpretaties of spiritueel advies zou geven
die botsten met de leer van de kerk.

In de hoop dit risico te beperken, had de kerk tests uitgevoerd
met 30 mensen vóór de installatie van de avatar.
Na de lancering zorgde ze ervoor
dat gebruikers altijd ondersteuning in de buurt hadden.

‘We hadden nooit de indruk dat hij vreemde dingen zei’, zei Schmid.
‘Maar we konden natuurlijk nooit garanderen dat hij niets vreemds zou zeggen.’

Uiteindelijk was het deze onzekerheid
die hem ertoe had gebracht te besluiten
dat de avatar het beste bij een experiment kon blijven.
‘Een dergelijke Jezus permanent neerzetten, zou ik niet doen.
Omdat de verantwoordelijkheid te groot zou zijn.’

Hij was echter snel met het benoemen van het bredere potentieel van het idee.
‘Het is een heel makkelijk, toegankelijk hulpmiddel waarmee je kunt praten over religie,
over het christendom, over het christelijk geloof,’
zei hij, mijmerend dat het zou kunnen worden omgevormd
tot een soort meertalige spirituele gids
die religieuze vragen zou kunnen beantwoorden.

Voor hem had het experiment
– en de grote interesse die het had gegenereerd –
hem laten zien dat mensen verder wilden kijken
dan de Bijbel, sacramenten en rituelen.
‘Ik ben blij dat de avatar tot op zekere hoogte
nog steeds overkomt als een technisch object’ zei Schmid,
‘Tegelijkertijd zijn de antwoorden die het geeft ook fascinerend.
Er valt dus genoeg te bespreken als het gaat om AI in een religieuze context.’

Schmid zei: ‘Ik denk dat er een behoefte is
om met Jezus te praten.
Mensen willen een antwoord:
ze willen woorden en luisteren naar wat hij zegt.
Ik denk dat dat een element ervan is.
En dan is er natuurlijk nog de nieuwsgierigheid ervan.
Ze willen zien wat dit is.’

AI Jesus ondervindt toenemende concurrentie
van andere bronnen van AI-spiritualiteit.
Een recente ChatGPT-kerkdienst in Duitsland
bevatte bijvoorbeeld een preek
die werd voorgedragen door een chatbot
voorgesteld als een bebaarde zwarte man,
terwijl andere avatars gebeden en aanbiddingsliederen leidden.

Andere geloofstradities bieden ook spirituele lessen via AI.
In Thailand heeft een boeddhistische chatbot
genaamd Phra Maha AI zijn eigen Facebook-pagina
waarop hij spirituele lessen deelt,
zoals over de vergankelijkheid van het leven.
Net als AI Jesus wordt hij voorgesteld als een mens
die vrijelijk zijn spirituele wijsheid deelt
en altijd en overal een bericht op Facebook kan worden gestuurd.

In Japan is de ‘Buddhabot’ in de eindfase van ontwikkeling
bij onderzoekers van de Universiteit van Kyoto.
Deze heeft boeddhistische soetra’s geleerd
waaruit hij zal kunnen citeren
wanneer hem religieuze vragen worden gesteld.

In deze groeiende reeks online opties voor spirituele begeleiding
of algemeen advies is de vraag welke chatbots zullen beklijven.
Hoe dan ook zal de eeuwenoude trend van het hervormen
van spirituele leiders om aan de hedendaagse behoeften te voldoen
waarschijnlijk doorgaan lang nadat AI Jesus
een religieuze aanwezigheid uit het verre verleden is geworden.

Hoewel het zeker stof tot nadenken biedt, denk ik wel dat dit soort projecten te ver gaat.
Ik denk dat we voorzichtig moeten zijn als het gaat om geloof, pastorale zorg,
of als mensen betekenis zoeken in religie.
Dit is namelijk bij uitstek een gebied waarop wij mensen eigenlijk veel beter zijn
dan machines, dus we moeten deze dingen zelf doen.

 

Het is vandaag dan zover: BLACK FRIDAY!!!

Want ook in Nederland heeft het koopjescircus genaamd Black Friday
– overgewaaid uit de Verenigde Staten –
z’n weg gevonden naar de Nederlandse consument.
Gelukkig heeft de gekte zoals we die van bijna horrorachtige beelden uit Amerika kennen
hier nog niet zo’n omvang gekregen,
maar toch: al wekenlang wordt de Nederlander blootgesteld
aan de belofte van ongekende kortingen
op producten die je misschien helemaal niet nodig hebt.

Heb je bijvoorbeeld gemerkt hoe vaak je de afgelopen 24 uur
bent getarget of verleid door een Black Friday-marketingcampagne?
Naar schatting zien we dagelijks tussen de 50 en 400 advertenties
– op tv, billboards, online en, meer dan ooit, via sociale media.
Ik heb me nog nooit zo gezien en gekend gevoeld
door het Instagram-algoritme en velen van ons hebben meegemaakt
dat er items op onze feeds verschenen
waar we het nog maar een paar uur geleden met vrienden over hadden.
Is het mogelijk om zulke onophoudelijke en uitgebreide marketingplannen te weerstaan?
Het is heel moeilijk om niet het gevoel te hebben dat je,
als je niet snel in actie komt,
een aanbieding misloop die nóóit meer terugkomt.
Het is bijna alsof deze marketingmanagers wéten hoe je hersenen werken,
zelfs voordat je zelf online ga.
Maar zijn wij mensen echt zo transparant als dat?

De nieuwe documentaire van Netflix, Buy Now? The Shopping Conspiracy,
zegt van wel.
Het portretteert verschillende ex-insiders van ’s werelds grootste merken,
die de manipulatieve trucs blootleggen
die deze bedrijven gebruiken om ons meer te laten kopen,
en de mate waarin ons verlangen naar eindeloze consumptie
is gekweekt en gekapitaliseerd door een vooropgezet plan.

Het lijkt erop dat wij mensen, geëvolueerd en intelligent
als we onszelf graag geloven,
nog steeds feilbaar zijn om de dingen te dienen
die zijn ontworpen om ons te dienen.
En de gevolgen zijn verstrekkend.
Online winkelen heeft de consumentenervaring misschien wel ontmenselijkt,
maar we blijven verbonden met mensen over de hele wereld
door wereldwijde toeleveringsketens,
en het zijn individuen en gemeenschappen
voor wie het levensonderhoud het meest afhankelijk is
van de beschikbaarheid en kwaliteit van natuurlijke hulpbronnen,
en die het dichtst bij het land wonen,
die de schadelijke effecten van onze onophoudelijke koopgedragingen oogsten.

Want een bijkomend nadeel van ons ongebreideld koopgedrag
is dat gevaarlijk e-afval bijvoorbeeld
(waaronder weggegooide laptops, telefoons en tv’s)
jaarlijks met miljoenen tonnen toeneemt.
Illegaal giftig e-afval wordt over de hele wereld geëxporteerd
en op stortplaatsen gedumpt,
waar het giftige stoffen zoals kwik, zink en lood
in de lokale water- en bodemvoorraden vrijkomt.
Om ons zelf vrij te pleiten zien we ons als zulke kleine radertjes
in zo’n enorme, kapitalistische machine,
en zeggen we dat veel hiervan buiten het bereik
van ons menselijk handelen lijkt te liggen
en dat we er op individueel niveau toch niks aan kunnen doen.

Maar het heeft zeker waarde om als consument verstandig om te gaan
met onze uitgaven en bestedingen.
Terwijl we onderzoek doen om de beste Black Friday-deals te krijgen,
terwijl we de geldkraan dichtdraaien
en navigeren door wat voor velen
een langdurige en pijnlijke kostencrisis is geworden.
Het kan moeilijk zijn om Sinterklaas (en Kerst)
niet als een onvermijdelijk dure tijd van het jaar te laten voelen.

Misschien is er ook een kans om kleine, subversieve daden van verzet
tegen deze ontmenselijkende consumentencultuur op te starten.
Acties die onze menselijkheid en menselijke handelingsvrijheid terugwinnen
en die onze wereldwijde onderlinge verbondenheid erkennen.
Misschien kun je bijvoorbeeld de drang dezer dagen impulsief iets te kopen,
weerstaan door even weg te stappen van het scherm
om een kop koffie of thee te zetten of een wandeling buiten te maken,
voordat je op ‘Nu betalen‘ klikt.
Misschien kunnen we beter worden
in het vergelijken van de toeleveringsketens
en ethische merkbeoordelingen van bedrijven,
en zo onze bestedingen gebruiken
om die bedrijven te ondersteunen
die het beste bij onze waarden passen.
En laten we, wanneer we een aankoop doen,
even de tijd nemen om dankbaar te zijn
voor de dingen die we al hebben,
de items die we kopen en de mensen die ze hebben gemaakt.

Het christelijk geloof nodigt ons uit om opnieuw te kijken
naar hoe we ons geld en onze bezittingen zien
door de bril van rentmeesterschap.
Het is een onderschat principe in de context van vandaag.
Rentmeesterschap gaat verder dan alleen nadenken
over hoe we ons inkomen uitgeven,
naar de inherente verantwoordelijkheid
die we als mens hebben om voor de wereld om ons heen te zorgen,
erkennend dat de hulpbronnen van de aarde
niet degene zijn waar we recht op hebben,
maar geschenken zijn die het leven in stand houden.
Het principe van rentmeesterschap maakt het onmogelijk
om je achter een scherm te verschuilen
en de impact te negeren die onze uitgavenbeslissingen hebben
op mensen en gemeenschappen over de hele wereld,
hoe ver ze ook van ons leven af lijken te staan.
Het nodigt ons uit om ons geld en onze middelen te gebruiken
om te investeren in dingen die ons – en anderen –
goed zullen dienen, en vertelt de wereld
dat het ertoe doet dat we systemen uitdagen
die economische en ecologische onrechtvaardigheid in stand houden.

En als je dan toevallig die enorme aanbieding mist
tijdens een wandeling dit weekend,
duurt het in ieder geval minder dan een maand
voordat de uitverkoop in de januari op onze schermen verschijnt. 😉 

 

De moeite van gebed en geloof is een heel specifieke moeite.
Het is niet de moeite van het leren
van nieuwe dingen, die vraagt om oefening.
In die zin is bijvoorbeeld het leren zeilen, preken moeilijk.
Het is ook niet de moeite van de inspanning en motivatie,
die vraagt om vastberadenheid en doorzettingsvermogen.
In die zin kost, letterlijk,
bijvoorbeeld het spitten van de tuin moeite;
in figuurlijke zin geldt dat bijvoorbeeld voor een moeilijk gesprek.
Ten slotte is het ook niet de moeite van het begrijpen,
die vraagt om aanleg en om intellectuele helderheid.
In die zin kost, voor sommigen, bijvoorbeeld
de abstractie van de wiskunde moeite.
De moeite waar het hier over gaat,
de moeite van de Godsontmoeting,
is de moeite van de innerlijke ervaring,
die een mens vooral overkomt.
Het gaat hier om een ‘passieve’ moeite,
in de Griekse betekenis van het woord:
ondergaan, ervaren.
Daarin spelen de andere elementen natuurlijk wel een rol,
maar zij vormen niet de diepste betekenis.
Oefening, vastberadenheid en doorzettingsvermogen,
intellectuele verheldering:
het zal de moeite ten diepste niet wegnemen.

De moeite van deze innerlijke ervaring
heeft te maken met de ongrijpbaarheid van God,
en die ongrijpbaarheid is blijvend.
Ook de christelijk beleden genadevolle mogelijkheid
om God zélf te ontmoeten neemt haar niet weg.
Integendeel: dat verscherpt juist.
Blijkbaar is de God die ons wil ontmoeten
ook een God die onkenbaar blijft.
Karl Rahner, een Duits rooms-katholiek theoloog,
heeft hier over nagedacht en zegt dan dat God zich ‘mededeelt’ en bekendmaakt:
maar dat God altijd ook ‘onderscheiden’ en dus onbekend blijft.

Dat dubbele van God probeert Rahner te begrijpen
met de woorden ‘het heilige geheim’.
God is een geheim, in de zin dat het begrip van God
en het contact met God nooit alomvattend en volledig zijn.
Dat die God zich toch laat kennen, ja:
de mens bevestigt in de openheid voor Hem,
kan alleen maar als pure liefde beschouwd worden.
Dat is volgens Rahner het ‘heilig’ geheim’.

Maar dat laat onverlet
dat de moeite met God heel concreet voorkomt.
Ook Rahner observeert het bij tijdgenoten die proberen te bidden:

Het gebed schijnt voor de mensen van deze tijd een monoloog
of, in het beste geval, een gesprek met zichzelf,
en niet een gesprek dat men serieus
en zonder al te veel voorbehoud een tweegesprek,
een dialoog, zou kunnen noemen. (…)
Dat de persoonlijke God door ons aangesproken kan worden,
dat blijft duister; en vooral dat hij antwoordt
als hij aangesproken wordt, en niet blijft zwijgen,
dat zou in ieder geval duidelijker gemaakt moeten worden’.

Men ervaart heel duidelijk, dat God anders is dan al het andere,
anders dan de vele concrete dingen in het bestaan.
Ook Rahners eigen ervaring getuigt van moeite met God.
Hij bidt en schreeuwt tot God:

‘God van mijn leven!
Maar wat zeg ik dan, als ik u mijn God,
de God van mijn leven noem?
Zin van mijn leven?
Doel van mijn levenswegen? …
God van mijn broeders? God van mijn voorvaders? …
nooit zou ik u met één van die woorden volledig uitdrukken.
Maar waarom begin ik er dan eigenlijk aan
om met u over u te spreken?
Waarom kwelt u mij met uw oneindigheid,
als ik die toch nooit kan uitmeten? …
Heer, wat wordt mijn geest radeloos,
als ik over u met u praat!
Hoe kan ik u anders noemen dan de God van mijn leven?
Maar wat heb ik daar dan mee gezegd,
als immers toch geen naam u benoemt?’

Het kennen van God
blijkt meteen ook de ‘kwelling’ van de ervaring
dat God mijn kennen overstijgt.
Dat geldt bovendien niet alleen voor het gebed,
maar voor heel het christen-zijn.
Rahner aarzelt niet om te stellen dat christenzijn
ons brengt naar de

donkere afgrond van de woestijn,
ja zelfs: dat God die donkere afgrond is.
En die donkere afgrond wordt niet straks, ooit eens,
tot een met licht overgoten vlakte,
als we namelijk God in zijn hemelse heerlijkheid mogen aanschouwen
van aangezicht tot aangezicht.
Integendeel: dan zal de stekel van Gods onbegrijpelijkheid
pas echt duidelijk worden’.

De hemel biedt volgens hem in dezen dus geen hoop.

(dit draadje pak ik begin volgend jaar weer verder op)

« Vorige paginaVolgende pagina »