Waar staat ‘de wereld’ als het gaat om het uitleggen van wat zíj gelooft? ‘Zijn we seculier, christelijk of heidens?’, werd bijvoorbeeld na een analyse van de Olympische Spelen in Parijs gevraagd. Staat één manier van denken over onszelf op het punt te worden overschaduwd? Wat is dan secularisme?
De filosoof Charles Taylor maakt onderscheid tussen drie soorten secularisme. Eén daarvan houdt in dat de religieuze aanwezigheid in het openbare leven wordt weggevaagd. De output van veel omroepen weerspiegelt deze tendens. Ten tweede kan secularisme ook worden gezien in een afname van persoonlijke religieuze praktijken, vaak gelijktijdig met een terugtrekking uit de gemeenschap naar het individualisme. Taylors derde vorm van secularisme berust op de teloorgang van kerken en andere geloofsgemeenschappen als bronnen van normen die persoonlijk gedrag bepalen.
Dat christenen last hebben van alle drie de vormen is duidelijk genoeg. Zij zouden ook hun deel van de schuld op zich moeten nemen. De kerk heeft duidelijk soms desillusie of scepsis gevoed. Maar alternatieve visies zouden ook kritisch bekeken moeten worden.
‘Type één’ secularisme komt erop neer dat mensen van geloof wordt verteld dat ze vrij zijn om te geloven en te praktiseren als ze dat willen, maar dat hun overtuigingen volledig transcendent moeten zijn en helemaal niet immanent. Met andere woorden, religie is acceptabel als een excentrieke privéhobby omdat zowel type één als type twee secularisme inhoudt dat gemeenschappen van spirituele overtuiging in deze betuttelende termen worden gezien.
Wat betreft de vraag hoe secularisme het uitgeholde publieke plein vult: tegenstanders van ‘publieke’ religie hebben weinig aansluiting bij Taylors derde categorie. Dit betekent dat hun standpunt zowel zelf-tegenstrijdig als in wezen negatief kan lijken. Zeggen ‘niemand mag beweren dat zijn opvattingen normatief zijn’ is op zichzelf een normatieve uitspraak doen.
Bij nadere beschouwing lijken de zaken dus nog duisterder. Hoewel het zichzelf presenteert als een gunstig negatief groot verhaal, bevindt seculier rationalisme zich in een ongemakkelijke en onopgeloste relatie met postmodernisme, waarvan exponenten gevaarlijk en/of vervelend ‘alternatieve’ feiten of ‘mijn waarheid’ (Donald Trump) beweert. Als zelfs een atheïstische vaandeldrager als Friedrich Nietzsche al voorspelde dat de dood van God nihilisme en totalitarisme zou voortbrengen, dan is de westerse samenleving wellicht in veel groter gevaar dan algemeen wordt aangenomen. Misschien – zoals rabbijn Jonathan Sacks waarschuwde – zou zo’n ‘spirituele klimaatverandering’ op één lijn moeten worden gesteld met de milieucrisis.
Het is dan ook geen wonder dat deze ‘punten’ van het christendom vanwege de sociale zegeningen die het met zich meebrengt regelmatig worden onderschreven door zowel de niet-gelovigen als de gelovigen.
Still uit de film Bonhoeffer. Pastor. Spy. Assassin.
Dietrich Bonhoeffer heeft zijn 40ste verjaardag nooit gehaald.
Hij werd ter dood veroordeeld in een schijnproces in het concentratiekamp Flossenbürg. Hij werd naakt, naar de galg geleid en in april 1945 op direct bevel van Adolf Hitler geëxecuteerd; officieel wegens verraad.
Sindsdien zijn Bonhoeffers leven en gedachten onderhevig geweest aan projecten en wensvervulling. Bonhoeffer is geseculariseerd, geliberaliseerd, geradicaliseerd en gepopulariseerd door mensen uit het hele religieuze en politieke spectrum, op manieren die slechts een oppervlakkige zorg voor historische feiten en weinig (of geen) begrip van zijn literaire nalatenschap laten zien. Onlangs en opmerkelijk genoeg, in feite weerzinwekkend, is Bonhoeffers naam zelfs gebruikt door de Amerikaanse rechtse Heritage Foundation om het zogenaamde ‘open-grenzenactivisme’ en ‘milieu-extremisme’ van Amerikaanse links te veroordelen in hun Project 2025, een verlanglijst voor het presidentschap van Donald Trump.
Het was dan ook met gemengde gevoelens dat ik de nieuwe film Bonhoeffer: Pastor. Spy. Assassin ben gaan kijken.
Uitgebracht door het christelijke productiebedrijf Angel Studios heeft de film de volgende trailer:
‘Terwijl de wereld op de rand van vernietiging balanceert, wordt Dietrich Bonhoeffer meegesleurd in het epicentrum van een dodelijk complot om Hitler te vermoorden. Met zijn geloof en lot op het spel, moet Bonhoeffer kiezen tussen het hooghouden van zijn morele overtuigingen of alles op het spel zetten om miljoenen Joden te redden van genocide. Zal zijn verschuiving van het prediken van vrede naar het beramen van moord de loop van de geschiedenis veranderen of hem alles kosten?’
De bijbehorende afbeelding toont de pacifisme predikende Bonhoeffer met een pistool in zijn hand.
Zoals elke biopic voor het grote scherm, mengt de film Bonhoeffer feiten en fictie met een flinke scheut artistieke en filmische vrijheid. Deze vrijheid is natuurlijk noodzakelijk voor de kunst van het scenarioschrijven: tijd moet worden gecomprimeerd; biografie moet worden verlevendigd; karakters van mensen moeten worden gedemonstreerd; want uiteindelijk moet de film worden bekeken.
Het lijdt geen twijfel dat Bonhoeffer tijd doorbracht aan het Union Theological Seminary in New York en dat hij daar klaagde over de staat van de Amerikaanse theologie; dat hij actief deelnam aan de Abyssinian Baptist Church in Harlem en goede vrienden werd met een Afro-Amerikaanse student genaamd Frank Fisher.
Maar leren jazzpiano spelen in een nachtclub in Harlem? Met de kolf van een geweer worden geslagen door een racistische hoteleigenaar? En een vurig voorvechter worden van Afro-Amerikaanse burgerrechten? En de fictieve Harlem-preek bevat ook een verwijzing naar de executie van 33.000 Joden nabij Kiyv – het bloedbad van Babi Yar, dat pas in september 1941 plaatsvond. Bonhoeffers verblijf in Harlem stond inderdaad centraal in zijn denken, met name over kwesties die verband hielden met ras. Toch bagatelliseert de vermenging van gebeurtenissen die plaatsvonden rond het hoogtepunt van de genocide (de meeste Joden die tijdens de Holocaust werden vermoord, stierven in 1942 en 1943) met gebeurtenissen en geschriften uit de zomer voor de oorlog de ontwikkeling van Bonhoeffers theologie; zoveel van zijn denken was een nauwgezette maar directe reactie op wat hij met eigen ogen zag.
Er bestaat ook geen twijfel over dat toen Hitler aan de macht kwam, dat Bonhoeffer zich uitsprak tegen de gevaren die inherent waren aan het Führer-concept en dat hij in de jaren dertig onverzettelijk kritiek uitte op het nazisme en de nationaalsocialistische ideologie.
In de film krijgt hij de volgende woorden in de mond gelegd: ‘Ik kan niet blijven doen alsof bidden en onderwijzen genoeg is.’ ‘Vuile handen … Dat is alles wat ik te bieden heb.’ Of, als antwoord op de vraag van zijn vriend en student Eberhard Bethge, of Hitler de eerste kwaadaardige leider is sinds de Schrift werd geschreven: ‘Nee. Maar hij is de eerste die ik kan stoppen.’
Waren dit ooit zijn woorden?
Nee, niemand zal ook betwisten dat Bonhoeffer een ondergronds seminarie leidde in Finkenwalde om toekomstige predikanten van de Bekennende Kirche in Duitsland op te leiden; of dat hij zei: ‘Elke roep van Christus leidt tot de dood’. Maar de film verdraait ook enkele belangrijke aspecten van de bredere historische context. Cruciaal is dat Hitler en de nazipartijleiding, net als – foutief – in Eric Metaxas’ Bonhoeffer-biografie, worden afgeschilderd als degenen die de Deutsche Evangelische Kirche (Duitse Protestantse Kerk, DEK) overnemen en die hun greep daarop blijkbaar nooit opgeven, waarmee ze een Reichskirche creëren. Ondertussen bestrijdt de Bekennende Kirche – hier geleid door Bonhoeffer en Niemöller – moedig de nazi’s, met name hun anti-joodse beleid en acties, waaronder de Holocaust. Dit misleidende verhaal suggereert dat er twee kanten aan de Kerkstrijd waren: de (ogenschijnlijk onverschrokken) Bekennende Kirche en de Reichskirche, die in de film het restant van de DEK vertegenwoordigt, die zogenaamd door Hitlers ‘brute nationalisme’ was ingelijfd.
Deze versie van de kerkstrijd versmelt de Rijkskerk, de aanzienlijke minderheidsfractie van de DEK, de Duitse christenen, die gretig vele aspecten van het nazisme omarmden en ‘gedejudaïseerde’ Bijbels en gezangboeken creëerden en gebruikten. Toch laat ze de meerderheid van de Duitse protestanten volledig buiten beschouwing, die ervoor kozen zich niet aan te sluiten bij de Duitse christenen of de Bekennende Kirche. Ze verzwijgt ook het feit dat Hitler uiteindelijk het idee van een Rijkskerk opgaf.
Maar wat wel betwistbaar is, is dat (zoals de film suggereert) Finkenwalde een veilige haven was van waaruit een complot om Hitler te vermoorden werd gelanceerd, en dat Bonhoeffers meest memorabele aforisme van christelijk discipelschap bedoeld was om te worden samengevoegd, zoals in de film gebeurd, met beelden van een samenzweerder die een zelfmoordbom voorbereidde.
En Bonhoeffer sloot zich zeker aan bij de Duitse militaire inlichtingendienst en fungeerde als een soort dubbelagent. Hij gaf zeker informatie over de samenzwering door aan internationale kerkleiders tijdens zijn reizen buiten Duitsland. Hij wist zeker van zowel ‘Unternehmen Sieben’ (een plan om een kleine groep Joden en Joodse christenen uit Duitsland te smokkelen naar veiligheid in Zwitserland), als het geplande complot om Hitler te vermoorden.
Maar om, zoals de film ook doet, te suggereren dat Bonhoeffer centraal stond in deze plannen en er persoonlijk bij betrokken was, of dat hij via bisschop George Bell aan Winston Churchill vroeg om te lobbyen voor het leveren van een bom die de samenzweerders konden gebruiken om Hitler te doden, is niets meer dan een zeer omstreden en zelfs samenzweringstheorie. Andere scènes zijn – onbedoeld – onnauwkeurig of ‘metaforisch’. Wanneer Martin Niemöller het (inmiddels beroemde) gedicht ‘Als die Nazis die Kommunisten holten..’ voordraagt, doet hij dat met een donderende preek op profetische wijze, alsof hij die beroemde woorden al uitsprak voordat de nazi’s ‘hem kwamen halen’. In de film wordt de preek blijkbaar in 1944 gehouden, hoewel Martin Niemöller in 1937 werd gearresteerd en in 1944 in Dachau zou zijn geweest (de Niemöller in de film verklaart tijdens de preek dat hij ‘dertien jaar’ hun predikant was geweest; Niemöller werd in 1931 predikant in Berlijn-Dahlem). Wat bekend zou worden als Niemöllers ‘bekentenis’ werd pas na de oorlog uitgesproken, dus na zijn zeven jaar durende opsluiting in eerst een Berlijnse gevangenis, vervolgens Sachsenhausen en uiteindelijk Dachau.
Zeker, Bonhoeffers leven en gedachtegoed zijn duidelijk boeiend, maar het is ook complex.
Bonhoeffer liet een reeks boeken, essays, preken, onafgemaakte manuscripten, werknotities en brieven na, die allemaal notoir moeilijk te interpreteren zijn. Bonhoeffer walst over deze moeilijkheid en complexiteit heen en trivialiseert daarmee de erfenis van een hedendaagse, gemartelde christelijke heilige. De film vertelt ook gedeeltelijk een onwaar verhaal: het verhaal van een man die voorbestemd is, ja vastbesloten, om een leven van gebed, onderricht en diplomatie te verloochenen om een potentiële huurmoordenaar te worden en zich koste wat kost bezig te houden met gewelddadige politieke spionage en activisme.
Dit alles is (heel) ver verwijderd van de man die in 1930 Amerikaanse christenen aanspoorde om te onthouden dat ze broeders en zusters hebben ‘in elk volk,’ niet alleen in hun eigen volk, en dat als het volk van God verenigd zou zijn, ‘geen nationalisme, geen haat van rassen of klassen zijn plannen kan uitvoeren en (…) de wereld vrede zal hebben.’
Zeker, het is gebruikelijk dat filmmakers gebeurtenissen samenvoegen om een verhaal efficiënter te kunnen vertellen. Maar het verhaal van de film is een heel eind verwijderd van de man die in november 1940 schrijft dat ‘radicalisme,’ en ‘christelijk radicalisme’ in het bijzonder, ‘voortkomt uit een bewuste of onbewuste haat (…) jegens de wereld, of het nu de haat is van de goddelozen of van de vrome.’
En het is een heel eind verwijderd van de man die met Kerst 1942 reflecteert op de ‘onvergelijkbare waarde’ van het hebben geleerd ‘de grote gebeurtenissen van de wereldgeschiedenis van onderaf te zien, vanuit het perspectief van de verstotenen, de verdachten, de mishandelden, de machtelozen, de onderdrukten en verguisden, kortom vanuit het perspectief van het lijden.’
de film Bonhoeffer loopt daarom het risico Bonhoeffers erfenis als theoloog, pastor en man van verzet bloot te stellen aan nog meer misbruik. In een tijd waarin het politieke en religieuze discours steeds meer doorspekt is met xenofobe, autoritaire en nationalistische retoriek, en in het slechtste geval christelijk nationalistische retoriek, is dit niet wat nodig is. Het is niet verrassend dat Bonhoeffer-experts over de hele wereld en Bonhoeffers eigen familie zich zorgen maken.
Maar is Bonhoeffer desondanks de prijs van een kaartje waard? Na het zien van de film blijft het bij mij toch knagen. Want naast het pathetisch overdreven Amerikaans-Duitse accent van de acteurs, naast de enorm vrije omgang met situaties en teksten uit de Bijbel, de enorm vrije filmische brei en fouten van fictie en geschiedenis, blijf ik het mij afvragen: is dit nu wel of niet een goede kennismaking met de figuur van Dietrich Bonhoeffer? ‘Tuurlijk, er is inhoudelijk heel, heel veel mis met deze film, – maar dat geldt voor mij ook met de jaarlijkse The Passion op tv – kan het dan toch niet een ingang vormen voor mensen als kennismaking met Dietrich Bonhoeffer?
Misschien verrassend genoeg denk ik dat het dat wel is: al was het maar vanwege de ontknoping.
In een opeenhoping van verfraaide feiten zijn de laatste scènes van de film ook enorm aangrijpend en diep ontroerend. Kort voor zijn executie gaat Bonhoeffer zijn medegevangenen voor in het ochtendgebed, waarbij hij brood breekt en wijn met hen drinkt als herdenking van de dood van Jezus Christus. Vervolgens loopt Bonhoeffer in vrede naar de galg, wetende dat voor hem, als discipel van Jezus Christus, zijn dood slechts het begin van het leven is.
Het is zo’n standvastige hoop, in het aangezicht van alle vernederende absurditeit van menselijke tegenstrijdigheden (om wat woorden van Fjodor Dostojevski te lenen), waar de kerk en onze wereld vandaag de dag misschien het meest wanhopig behoefte aan hebben.
De Veertigdagentijd of Lijdenstijd in aanloop naar Pasen is voor christenen de periode die in het teken staat van soberheid, inkeer en bezinning op je eigen christenzijn. Christenen geloven dat ieder mens geschapen is naar Gods beeld en leven in alle volheid verdient. Tragisch genoeg leven we in een wereld van gebroken relaties waar onrecht, ongelijkheid, corruptie en rampen miljoenen mensen van hun toekomst beroven. Een christen wordt opgeroepen om de onvoorwaardelijke liefde van Christus weerspiegelen door hun leven, hun daden en woorden. Het geven van hoop, herstel en vernieuwing voor de wereld zijn daar een onderdeel van. Ontwikkelingshulp in allerlei vorm is daar ook uiting van. Hieraan moest ik denken toen hoorde over het onderstaande.
Want in veel landen worden de gelden voor ontwikkelingshulp drastisch verlaagd. Niet alleen in Nederland, maar bijvoorbeeld ook in het Verenigd Koninkrijk en wie weet niet van de aankondiging in de Verenigde Staten om het budget van USAID – dat internationaal veel hulp overeind houdt – zeer drastisch te verlagen. In het Verenigd Koninkrijk heeft de afkondiging tot verlaging van het budget op ontwikkelingshulp zelfs geleid tot het aftreden van de minister voor Internationale Ontwikkeling Anneliese Dodds. Ze schreef in haar ontslagbrief:
‘Uiteindelijk zullen deze bezuinigingen voedsel en gezondheidszorg wegnemen van kwetsbare mensen.’
De forse vermindering van ons internationale hulpbudget brengt inderdaad levens in gevaar over de hele wereld. De stap ondermijnt echter ook de eigen nationale veiligheid. Een sterke aanwezigheid op het wereldtoneel komt niet primair tot stand door militaire kracht, maar juist door diplomatie en gerichte ontwikkelingsfinanciering.
Dodds:
‘In de rest van de wereld is het teleurstellend dat we waarschijnlijk het internationale ontwikkelingsbudget gaan plunderen, omdat de invloed van het Verenigd Koninkrijk in de wereld vaak voortkomt uit een combinatie van onze harde macht en onze zachte macht, onze diplomatie en onze ontwikkelingsfondsen.‘
Zo zien we ook in Nederland dat minister Klever van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp projecten stopt op het gebied van vrouwenrechten, gendergelijkheid, beroepsonderwijs en hoger onderwijs, sport en cultuur. En ook op hulp op het gebied van klimaat, maatschappelijk middenveld en multilaterale samenwerking wordt flink bezuinigd. Onder dat laatste valt bijvoorbeeld Unicef; de VN-kinderrechtenorganisatie wordt door Klever met 50 procent gekort.
Internationale hulp is bewezen een van de meest effectieve manieren om welvaart en vrede te creëren. Het is een strategische investering in nationale en internationale veiligheid, en is ook aantoonbaar nuttiger en kosteneffectiever dan militaire defensie-uitgaven.
Het verlagen van hulpbudgetten kan op korte termijn geld vrijmaken, maar in werkelijkheid verzwakt het de invloed van de donorlanden, ondermijnt het de wereldwijde stabiliteit en vergroot het de veiligheidsrisico’s. Het is niet alleen een valse zuinigheid, maar ook een potentieel gevaarlijke en contraproductieve beleidswijziging.
Hier zijn tien redenen waarom internationale hulp zo’n cruciale investering in veiligheid is:
1. Het aanpakken van de grondoorzaken vermindert terrorisme.
Buitenlandse hulp helpt vrede te bevorderen, armoede te verminderen en ontwikkeling te ondersteunen in de meest kwetsbare regio’s. Wanneer landen stabiel zijn, is de kans kleiner dat ze in chaos vervallen of broedplaatsen worden voor terrorisme en extremisme. Door Nederland gefinancierde onderwijsinitiatieven hebben meer dan 1,5 miljoen gemarginaliseerde meisjes onderwijs geboden, waardoor de kwetsbaarheid van jongeren voor extremistische rekrutering is verminderd. Door de aantrekkingskracht van radicalisering te verminderen, heeft deze investering bijgedragen aan het verlagen van de langetermijndreiging van terrorisme tegen Nederlandse burgers in binnen- en buitenland.
2. Investeren in wereldwijde gezondheid vermindert pandemierisico’s.
Virussen houden zich niet aan grenzen. Financiering voor de ebola-respons heeft geholpen wereldwijde uitbraken te voorkomen, waardoor het risico op dodelijke ziekten die zich naar Nederland verspreiden, is verminderd. Op dezelfde manier is door te investeren in vaccinaties tegen nieuwe stammen van Covid over de hele wereld, is de eigen pandemieparaatheid versterkt en de volksgezondheid in eigen land beschermd.
3. Sterkere relaties tussen landen verminderen conflicten.
Steun aan en hulp bij het trainen van politie en overheidsfunctionarissen, versterkte de diplomatieke banden op de lange termijn en voorkwam een terugkeer naar instabiliteit die zich mogelijk over het hele continent had verspreid. Dit heeft ook geholpen Nederland te positioneren als een vertrouwde diplomatieke partner, wat heeft geleid tot handelsovereenkomsten en politieke allianties die de wereldwijde belangen van Nederland ten goede komen.
4. Ondersteuning van stabiliteit vermindert gedwongen migratie.
Het wordt nu erkend dat het bouwen van ankers, en niet muren, de beste strategie is om migratie in te dammen. Het ontwikkelingshulpprogramma heeft economische en sociale steun geboden in landen als Syrië, Libanon en Afghanistan, waardoor gedwongen ontheemding werd verminderd en de druk op de Nederlandse grensbeveiliging werd verlaagd. Door regio’s te stabiliseren die door conflicten zijn getroffen, is ook Nederland in staat geweest illegale migratie en de bijbehorende kosten van grenshandhaving, asielverwerking en noodhuisvesting te verminderen.
5. Het bevorderen van duurzaamheid vermindert de schaarste aan hulpbronnen als gevolg van klimaatverandering.
Ondersteuning van duurzame landbouw- en schone energieprojecten in Afrika en Azië, waardoor de concurrentie om afnemende hulpbronnen wordt verminderd en klimaatgerelateerde conflicten worden voorkomen die hebben bijgedragen aan het turbulenter maken van de wereld. Dit heeft niet alleen de wereldwijde stabiliteit verbeterd, maar ook kansen gecreëerd voor Nederlandse bedrijven in de sectoren groene energie en duurzame ontwikkeling.
6. Veerkracht opbouwen vermindert internationale criminaliteit en instabiliteit.
Financiering is bijvoorbeeld instrumenteel geweest bij het stabiliseren van landen, door hun bestuur te verbeteren, wetshandhaving op te leiden en criminaliteit en piraterij te verminderen die niet alleen de internationale scheepvaart maar ook het toerisme bedreigen. Als gevolg hiervan hebben Nederlandse rederijen en toeristen die in de regio reizen minder veiligheidsrisico’s ondervonden, wat het vertrouwen in door het Nederland geleide handel en reizen heeft vergroot.
7. Hongersnood en ondervoeding voorkomen vermindert politieke instabiliteit.
Financiering van projecten heeft geholpen voedselcrises in Oost-Afrika te voorkomen, waardoor de kans op massale migratie en conflicten over hulpbronnen is verminderd. Zonder die investering zou ook Nederland waarschijnlijk veel meer hebben uitgegeven aan humanitaire noodhulp en crisismanagement, wat de kosteneffectiviteit van preventieve hulp aantoont.
8. Sterkere economieën in het buitenland opbouwen creëert kansen.
Handelsgerichte hulp heeft Afrikaanse landen geholpen stabiele economieën te ontwikkelen, waardoor handelsmogelijkheden voor Nederland zijn gecreëerd en de afhankelijkheid van fragiele staten is verminderd. Sterkere economieën in partnerlanden betekenen een grotere vraag naar Nederlandse export, wat ook ten goede komt aan Nederlandse bedrijven en werkgelegenheid.
9. Humanitaire hulp versterkt de wereldwijde invloed van een land.
Het ondersteunen van humanitaire hulp is belangrijk om de positie van Nederland als wereldwijde humanitaire leider te versterken en heeft geleid tot een soft power-voordeel op het wereldtoneel. Deze goodwill heeft geleid tot sterkere diplomatieke relaties met belangrijke bondgenoten, wat de Nederlandse belangen op het gebied van handel, veiligheid en regionale stabiliteit ondersteunt.
10. Rampenbestrijding bouwt goodwill en strategische partnerschappen op.
Na de aardbeving in Haïti in 2010 heeft Nederland noodhulp verstrekt, wat de banden met Caribische landen heeft versterkt en het wereldwijde leiderschap van Nederland op het gebied van crisisbestrijding heeft laten zien. Deze inspanningen hebben de rol van Nederland als betrouwbare partner in tijden van crisis versterkt, wat heeft geleid tot nauwere economische en diplomatieke relaties met landen in het Caribisch gebied.
Kortom: Als het Westen de hulpfinanciering opzegt, ontstaat er een zeer significant vacuüm waarin andere landen zullen stappen. Rusland heeft bijvoorbeeld al Wagner-huurlingen gestuurd om te patrouilleren in de Centraal-Afrikaanse Republiek en Mali. Dit is niet alleen slecht voor de burgers van die gebieden, maar ook vanuit het perspectief van de nationale veiligheid van Nederland. Het zou buitengewoon zorgwekkend zijn als Rusland in staat zou zijn om een brede basis van invloed en soft power op te bouwen in het mondiale Zuiden.
Met een steeds kwetsbaardere wereld is dit het instrument dat op dit moment het meest nuttig is voor de nationale veiligheid internationale hulp. De toename van conflicten, migratie, terrorisme en andere vooroorlogse omstandigheden is direct te wijten aan de impact van armoede – die nu 44 procent van de wereldbevolking treft, concentratie van rijkdom – die de kans op financiële crises vergroot, verzwakte handelsroutes – bijvoorbeeld vanwege de oorlog in Oekraïne en het Midden-Oosten, en nieuwe handelspolitiek in de VS, en klimaatverandering – die al die spanningen verergert. Als Nederland in deze turbulente tijden een effectieve verdedigingsstrategie wil, moeten we heroverwegen om onze internationale hulpverplichtingen te verdubbelen, en ze niet op te geven.
De Veertigdagentijd. Als christen staat deze periode in het teken van bezinning op je eigen christenzijn. Ze staat in het teken van mededogen, liefde en barmhartigheid delen en bereid zijn om samen te werken om het leven van mensen te veranderen. Hulp aan een medemens is, die ook geschapen is naar Gods beeld. Wederkerigheid in ontwikkelingshulp vindt zijn basis in de ontvankelijkheid die wij leren van de liefde. Concreet betekent dit dat wij, gevers, allereerst zelf leren, namelijk leren te ontvangen in het geven. Alleen dan is er werkelijk sprake van wederkerigheid. Een les in deze Veertigdagentijd.
Ergens in een kloostertuin in het Atlasgebergte in Algerije liggen zeven eenvoudige grafstenen naast elkaar. Ze horen bij evenzovele vermoorde monniken. Onder hen de abt: frère Christian de Chergé. Het verhaal achter deze grafstenen wordt gevangen in de film ‘Des hommes et des dieux’ uit 2010. Frère Christian en zijn zes medebroeders bewonen een klooster in Algerije. Christian was aanvankelijk Frans officier. Hij werd vrienden met de Algerijnse politieagent Mohammed. Mohammed was moslim, Christian christen. Het stond hun vriendschap niet in de weg. Maar anderen rond Mohammed hadden hier grote moeite mee. Christian was voor hen een vijand: Fransman, militair en christen. Op een dag werd Christian ingesloten door moslimfundamentalisten. Hij vreesde voor zijn leven. Maar Mohammed sprong er tussen en redde zo Christians leven.
Een paar dagen later werd Mohammed gevonden bij de put achter z’n huis: gewurgd. Zijn vriendschap met Christian en zijn reddingdaad kostten hem zijn leven. Dit bepaalde Christians verdere leven: iemand had létterlijk zijn leven voor hem overgehad. Dat deed hem zoveel dat hij besloot in te treden in het klooster, om zich te wijden aan God en de mensen. In zijn denken en geloven werd een bepaald begrip belangrijk: het martelaarschap van de liefde. Dat had hij van zijn vriend Mohammed geleerd: de liefde is bereid om te lijden omwille van de ander. Zelfs voor de vijand.
Toen een tijd later een stel moslimfundamentalisten de omgeving onveilig maakte, kwamen ze ook bij het klooster. Hun leider eiste drie dingen: de dokter van het klooster, medicijnen en geld. Christian weigerde. Hij schreef later: ‘Niet alleen omdat ik mijn broeders hoeder ben, maar ook omdat ik deze broer moest hoeden, die voor me stond, die het nodig had om iets te ontdekken in hemzelf, dat anders was dan wie hij geworden was (…) ik wil niet sterven met haat, ik geloof in God, die onze Vader is. Ik geloof in genade, voor jou en mij.’ Zo wilde Christian getuige zijn.
Maar de spanningen lopen op. Het wordt steeds gevaarlijker en angstiger. Op een dag zijn de kloosterlingen bijeen in de kapel om te bidden. Ineens horen ze het geluid van een naderende gevechtshelikopter. De helikopter richt z’n boordmitrailleur op de kapel. Christian begint te zingen, de broeders slaan de armen om elkaars schouder. En tegen die herrie boven hen, tegen het dreigend geweld in, zingen ze.
Ik vind het een prachtig beeld voor ons als kerk, als gelovige. Om tegen alles in, tegen de dreiging, de terreur, de haat, de onverschilligheid, de lauwheid, de crisis, de oorlog, de verdeeldheid. Om tegen dat alles te zingen. En moed te houden. Te blijven hopen. Vanwege Hem, die is en die was. Die gekomen is en komen zal.
Hoewel gemiddeld gezien de betrokkenheid van jongeren bij de traditionele politiek laag is, zijn hun politieke voorkeuren verschoven. In de afgelopen twee decennia is deze lichtjes naar het centrum-links opgeschoven, terwijl oudere generaties meer naar het centrum-rechts neigen. Tegenwoordig is leeftijd een sterkere voorspeller van stemgedrag dan sociale klasse, wat een dramatische verschuiving is ten opzichte van voorgaande decennia. Hoewel jongeren over het algemeen liberaler zijn zijn ze ook radicaler in hun ontevredenheid, en daar schuilt het echte gevaar.
Wanneer jongeren zich niet gehoord voelen, trekken ze zich niet alleen terug, ze gaan ook op zoek naar alternatieven. Hun frustratie heeft hen vatbaar gemaakt voor radicale ideeën en ‘sterke verhalen’ (lees ook: [online] desinformatie). We worden dan geconfronteerd met specifieke bedreigingen die ons democratisch systeem kunnen ondermijnen en verzwakken en die ook in directe tegenspraak zijn met fundamentele christelijke principes. Omdat we toegewijd zijn aan kernwaarden, staan we samen tegenover deze bedreigingen. Jezus noemde vredestichters ‘gezegend’ en verklaarde hen ‘kinderen van God’ (Mattheüs 5,9). In plaats van conflicten te zaaien en wantrouwen te zaaien, worden christenen opgeroepen ‘in vrede met iedereen te leven’ (Romeinen 12,18). In deze geest wordt christenen gevraagd om samen te werken met individuen en instellingen – religieus of seculier – om te werken aan het algemeen belang en aan de realisatie van een rechtvaardigere wereld in vrede. Omdat elk mens van gelijke waarde en waarde is voor God, moeten we elke poging om gelijke deelname aan onze democratie te beperken, te onderdrukken, te intimideren of te ondermijnen verwerpen. Transparante en eerlijke verkiezingen zijn hiervoor noodzakelijk.
Terwijl eerdere generaties mensen zich richtten op activisme van onderop, protesten en maatschappelijke betrokkenheid, is de kans groter dat de huidige jongere wordt beïnvloed door leiders die ze online kunnen volgen die duidelijke, zelfverzekerde en vaak extreme kritiek op het systeem leveren.
Het resultaat? Ondanks sterke voorbeelden van positief activisme die democratische middelen hebben gebruikt om een positief verschil te maken, is er een groeiend aantal jongeren dat democratie als zwak en ineffectief ziet, en dictatuur als sterk en beslissend.
Maar er is hoop. Door jongeren direct te betrekken, is er een kans om de lijn te veranderen. Dat kun je doen door een stem te geven aan leeftijdsgenoten die laten zien wat het betekent als je democratie opgeeft. Eén van de krachtigste stemmen is Sophia, een onlangs 18-jarige Oekraïense vluchtelinge, die sprak over haar ervaringen tijdens de oorlog. Ze vertelde haar verhaal over hoe ze gescheiden werd van haar vader die in Oekraïne vocht voor democratie. Ze vertelde hoe Oekraïners vechten – niet alleen met wapens, maar met hun leven – voor de democratie die jongeren zo graag willen opgeven. Haar boodschap was simpel: ‘Je weet niet hoe gelukkig je bent.’ Ze daagde hen uit om democratie niet te zien als een kapot systeem, maar als een systeem dat hun deelname vereist om te werken. Wanneer jongeren echte verhalen horen, van echte mensen, beginnen ze de gevolgen te zien van de keuzes waarmee ze flirten.
Dus wat kan er gedaan worden? Hier zijn drie cruciale stappen.
• Maak politiek relevant Jongeren geven wel degelijk om kwesties als klimaatverandering, geestelijke gezondheid en sociale rechtvaardigheid. Maar ze worden afgeschrikt door bureaucratie, moddergooien en slepende tijdschema’s. Door tijd te nemen om ze de processen uit te leggen, ze te betrekken bij de campagnes en de toegankelijkheid tot politiek te verbeteren en het verschil te benadrukken dat ze kunnen maken, kunnen we ontdekken dat deze groep de grootste troef van de democratie kan worden.
• Herstel het vertrouwen in leiderschap Schandalen en oneerlijkheid hebben jongeren cynisch gemaakt. We hebben leiders nodig die transparant, verantwoordelijk en bereid zijn om te luisteren. We hebben partijen nodig die doen wat ze in hun partijprogramma beloven. We hebben parlementariërs nodig die toegewijd zijn om tijd door te brengen met de jongeren die ze geacht worden te vertegenwoordigen, zodat vertrouwensrelaties weer mogelijk worden geacht.
• Geef jongeren macht Er zijn initiatieven, zoals interactieve live-bijeenkomsten die één simpele waarheid bewijzen: als jongeren zich gehoord voelen, doen ze mee. Als ze geïnspireerd worden, doen ze mee. Als ze de macht krijgen om deel te nemen aan het politieke proces, doen ze mee. Misschien als we meer ruimte creëren waar ze kunnen spreken, leiden en handelen, zullen ze naar voren stappen om de toekomst vorm te geven.
Nee, de geschiedenis laat zien dat democratie nooit gegarandeerd is: elke generatie moet ervoor vechten en het moet beschermd worden. Het vereist ook voortdurende inspanning om ervoor te zorgen dat het alle gemeenschappen dient zonder zondebokken, vervolging of marginalisering. En de geschiedenis waarschuwt ons dat de meeste dictators zonder democratie snel tirannen worden. Het democratische leven vereist pluralisme. Elke regel en elk beleid dat welke groep mensen, inclusief christenen, boven anderen verheft door hen speciale rechten en privileges te verlenen moet worden verworpen Omdat vrede en stabiliteit kenmerken zijn van een gezonde democratie, moet de toenemende vloedgolf van gewelddadige taal en gedragingen, waaronder gewelddadige bedreigingen en acties tegen overheidsdienaren en medeburgers worden tegengegaan.
De uitdaging waar we voor staan is urgent, maar we moeten mensen helpen de macht te herkennen die ze hebben om hun wereld vorm te geven, voordat ze die overgeven aan leiders die die macht van ons allemaal zouden afpakken.
Dit is om maar Bijbelse taal te gebruiken, een kairos-tijd – een beslissend moment in de tijd, waardoor gebeurtenissen voor komende decennia, ja, zelfs voor generaties die nog komen, kunnen veranderen. We moeten opkomen voor de toekomst van de democratie. We moeten cynisme, apathie en angst weerstaan; ons terugtrekken brengt alleen het risico met zich mee dat de macht in handen komt van degenen die er misbruik van zouden maken. We kunnen de democratie niet transformeren tenzij we haar redden. Als christenen zijn we mensen van hoop. De opstanding van Jezus Christus getuigt krachtig dat het leven de dood overwint en dat wat komen gaat veel beter is dan wat er is;
‘Ook al val je ’s avonds huilend in slaap, ’s ochtends sta je juichend weer op.’(Psalm 30,6) Met vertrouwen op Gods blijvende zorg moeten we alle christenen en mensen van goede wil oproepen om samen te werken de democratische geest te doen herleven en de democratie te verbeteren.
De Brits-Amerikaanse filosoof Larry Siedentop (1936-2024) stelde dat de oorsprong van het liberalisme ligt in het christelijk denken. Het liberalisme is als ware het buitenechtelijke kind van het christendom. Een kind overigens, dat niet bewust verwerkt is. Dat nooit een ‘project’ van de kerk geweest is. Maar desalniettemin onlosmakelijk en logisch verbonden met eeuwen denkwerk in de christelijke traditie.
Veel van het denken van Siedentop over individualisme voert terug naar de apostel Paulus, zonder meer een sleutelfiguur in de vroege kerk. En hij heeft nog steeds, anno vandaag, diepgaande invloed op het christendom heeft. Zijn denken heeft de idee van de christelijke gemeenschap gevormd: Als een verzameling van gelijkgestemde zielen, verenigd in het geloof in Christus.
Paulus postuleerde, door zijn ervaringen met al die verschillende groepen mensen en culturen, dat alle mensen – gelovigen en ongelovigen – gelijk zijn. Hij maakte bovendien serieus werk van innerlijke, individuele reflectie.
In zijn Galatenbrief stelt Paulus dat de christelijke gelovigen vrij zijn. Vrij zijn in hun geloof in God. De opvatting van Paulus over Christus maakte korte metten met de veronderstelling waarop het antieke denken tot dan toe had gesteund, namelijk de veronderstelling van natuurlijke ongelijkheid. In plaats daarvan zet Paulus in op menselijke gelijkheid.
Sterker nog: volgens Siedentop ‘zien we in de geschriften van Paulus het ontstaan van een nieuw gevoel van rechtvaardigheid, gebaseerd op de veronderstelling van gelijkheid.’ Dit denken over ethiek en moraliteit en – vooral – morele gelijkheid, waarbij elk individu intrinsieke waarde heeft, is gegrond in diezelfde christelijke ethiek.
Nu ontstaat in de huidige samenleving er wereldwijd een snel groeiende hoeveelheid (jonge) mensen die een diep wantrouwen in de overheid hebben, omdat ze geloven dat die niet naar hen luisteren en er ook niet om geven. En dan besef je dat de democratie in de problemen zit, en niet alleen op het wereldtoneel. Want ook bij ons in Nederland is een zeer verontrustende trend aan het ontstaan dat steeds meer mensen denken dat het land beter af zou zijn onder een dictator, of in ieder geval een ‘sterke man’ die gewoon met een pennenstreek knopen kan doorhakken. (zie hiervoor de euforie bij zijn aanhangers tijdens het ondertekenen door Trump van zijn decreten)
Uit een recente peiling blijkt dat 52 procent van de jongeren gelooft dat het land moet worden bestuurd door een sterke leider die zich niet hoeft te bekommeren om het parlement of verkiezingen. Nog alarmerender is dat 33 procent denkt dat het land beter af zou zijn als het leger de leiding had. Als dat ons niet aan het denken zet, bedenk dan dit: bijna de helft (47 procent) van jongeren gelooft dat onze maatschappij radicaal moet worden veranderd door middel van een revolutie.
Deze cijfers zijn verbijsterend. Voor degenen onder ons die zijn opgegroeid met een sterke toewijding aan democratie, is het onbegrijpelijk dat de generatie die is opgegroeid met de meeste vrijheid, de meeste toegang tot informatie en de grootste digitale connectiviteit, zo bereidwillig zou zijn om hun recht op stemmen, protesteren en leiders ter verantwoording te roepen, op te geven. Maar voordat we ons haasten om ze te veroordelen, moeten we de moeilijke vraag stellen: waarom voelen zoveel mensen zich zo?
Wat als het niet zozeer zo is dat jongeren zich tegen de democratie keren, maar dat ze het gevoel hebben dat de democratie zich tegen hen keert? Denk er eens over na: Hun scholen brokkelen af. Hun leraren staan onder druk. Als ze geestelijke gezondheidszorg of speciale zorg nodig hebben, moeten ze lang wachten of hard vechten en waarschijnlijk allebei. Als ze naar de universiteit willen, moeten ze een schuld aangaan die langer duurt dan de tijd dat ze leven. En als ze een huis willen kopen moeten ze volgens de statistieken waarschijnlijk wachten tot ze 33 jaar oud zijn om zelfs maar te denken aan het kopen van een huis.
Je zou denken dat deze strijd mensen ertoe zou dwingen politiek actiever te worden. Maar deze generatie is nog steeds de minst politiek betrokken groep in het Nederland. Hoewel het waar is dat velen momenteel te jong zijn om te stemmen, is er ook een groot deel dat te weinig betrokken is om de relevantie van formele politiek in te zien. De opkomst van jongeren bij verkiezingen is vaak abominabel laag bij verkiezingen.
Vergeleken met de opkomst van 70 procent of meer voor 65-plussers, en de boodschap is duidelijk: jongeren stemmen niet en politici spreken hen niet aan. Dat verergert het probleem alleen maar. Ondanks allerlei beloften van de politiek om dit punt aan te pakken, lijken ze geen haast te hebben om de hervorming door te voeren.
De kerstboom is allang weer afgetuigd, het weer is grijs en nat, (en voor sommigen: de nieuwe regering Trump treedt vandaag aan) het leven is wéér duurder geworden, en we hebben onze nieuwjaarsvoornemens waarschijnlijk al gebroken; ja, januari lijkt veel uit te moeten leggen!
Zozeer zelfs dat deze maandag, de derde maandag in januari zelfs Blue Monday is genoemd – de meest deprimerende dag van het jaar.
Het idee is een marketingtool en ontwikkeld met behulp van een wiskundige vergelijking die rekening houdt met alle elementen van de ellende in januari… En de remedie? Een zonnige vakantie boeken.
Het klinkt logisch, nietwaar? Voelen we ons niet allemaal een dip in de donkere koude dagen midden in januari?
Maar het probleem is dat Blue Monday is gebaseerd op een nogal wankele pseudowetenschap die puur is bedacht voor een reisorganisatie om hun zomervakanties te verkopen. In de vergelijking zijn de eenheden niet gedefinieerd en kan de formule niet worden geverifieerd, waardoor deze effectief nutteloos is.
Desondanks heeft het idee van Blue Monday onze verbeelding en onze aandacht gevangen; wat betekent dat het idee is blijven hangen, ook al is het niets meer dan een marketingcampagne die al in 2005 is geschreven. Het idee is blijven hangen omdat het logisch is.
En we willen graag onze gevoelens begrijpen, toch? Als we een specifieke reden kunnen aanwijzen waarom we ons somber of ongemotiveerd voelen, voelen we ons minder alleen. Misschien is dat de reden dat het idee van Blue Monday al twintig jaar bestaat.
Voor sommigen kunnen de seizoenen een tastbaar effect hebben op de geestelijke gezondheid, en tot wel drie procent van de mensen leeft met ‘ernstige winterdepressie’ en gimmicks als Blue Monday riskeren de verzwakking van een seizoensgebonden affectieve stoornis te bagatelliseren.
Zelfs voor degenen onder ons die niet met seizoensgebonden psychische aandoeningen leven, hebben we verschillende behoeften afhankelijk van de seizoenen. Onze energiebalans kent het hele jaar door een soort eb en vloed: het is natuurlijk om in een rustiger tempo te willen leven tijdens de donkere wintermaanden; veel mensen slapen en eten meer als we kortere dagen en langere nachten hebben.
Emotioneel zullen we ook seizoenen hebben waarin we het leven net zo levendig ervaren als de lente en andere seizoenen waarin we ons willen terugtrekken en de behoefte voelen om te rouwen om onze verliezen terwijl de zaden zich onder de grond verstoppen, weg van de kou, wachtend om te bloeien.
Iemand schreef eens: ‘Planten en dieren vechten niet tegen de winter; ze doen niet alsof het niet gebeurt en proberen niet hetzelfde leven te leiden als in de zomer. Ze bereiden zich er op voor. Ze passen zich aan. Ze voeren buitengewone metamorfoses uit om ze erdoorheen te helpen.’
Het is iets dat zowel de Bijbel als het kerkelijk jaar erkennen, dat we ons moeten aanpassen aan de seizoenen van het leven waarin we leven. De schrijver van Prediker, sommigen denken dat het koning Salomo was, schrijft dat in hoofdstuk 3 ‘er een tijd is voor alles, en een seizoen voor elke activiteit onder de hemel’ en hij gaat verder met het opnemen van leven en sterven, planten en ontwortelen, doden en genezen.
We kunnen worden aangemoedigd door het feit dat er geen specifieke dag is die meer of minder deprimerend is dan een van de andere, maar ook de veranderende seizoenen herkennen die onze emoties doormaken op dezelfde manier als de natuurlijke wereld dat doet.
Wat ertoe doet, is dat we ons richten op het seizoen van het leven waarin we ons bevinden en het niet ontkennen. Het kerkelijk jaar stelt ons in staat dit te doen door middel van liturgie, terwijl we door Advent, Kerst, Vastentijd, Pasen en gewone tijden fietsen. Er zijn mogelijkheden om te rouwen om ons verlies, onze vreugde te vieren, lessen te leren en te oefenen wat het betekent om in gemeenschap te zijn door elke emotie heen. Om ons door deze seizoenen te bewegen geven we onszelf de kans om onze emotionele spieren te strekken in rouw, vreugde en gewoon uit te vinden hoe we door het dagelijks leven kunnen navigeren!
Paulus, die in de begintijd van de kerk pastor was en aan veel gemeentes schreef, vertelde om ‘met je blije vrienden te lachen als ze blij zijn; deel tranen als ze down zijn’, (Romeinen 12) en ik denk dat dit eenvoudig advies is voor ons terwijl we door de seizoenen van ons leven en het jaar reizen. Alle emoties – hoe ongemakkelijk ze ook mogen zijn – hebben aandacht nodig.
Ja, Blue Monday mag misschien een marketingmythe zijn, maar erkennen dat we ruimte moeten maken voor al onze gevoelens – de blije en de verdrietige – kan precies de aanmoediging zijn die we nodig hebben.
‘Het was echt een experiment’, zei Marco Schmid, werkzaam bij de Peterskapelle in Luzern, Zwitserland. ‘We wilden zien en begrijpen hoe mensen reageren op een AI Jesus. Waar zouden ze met hem over praten? Zouden ze interesse hebben om met hem te praten? We zijn waarschijnlijk pioniers op dit gebied.’
De installatie, bekend als Deus in Machina (God in de machine), werd in augustus gelanceerd als het nieuwste initiatief in een jarenlange samenwerking met een lokaal universitair onderzoekslaboratorium op het gebied van een realiteit van de ervaring van fysiek aanwezig te zijn in een niet-fysieke wereld.
Na projecten die hadden geëxperimenteerd met virtuele en augmented reality, besloot de kerk dat de volgende stap was om een avatar te installeren. Schmid zei: ‘We hebben het erover gehad wat voor soort avatar het zou zijn: een theoloog, een persoon of een heilige? Maar toen realiseerden we ons dat het beste figuur Jezus zelf zou zijn.’
Omdat er weinig ruimte was en de kerk op zoek was naar een plek waar mensen privégesprekken konden voeren met de avatar, bedachten zij om de geestelijke in de biechtstoel in te wisselen door een computer en kabels. Nadat het AI-programma was getraind in theologische teksten, werden bezoekers uitgenodigd om vragen te stellen aan een stereotiep beeld van Jezus met lang haar. ‘Hij’ reageerde in realtime en gaf antwoorden die waren gegenereerd door kunstmatige intelligentie. ‘Hij kon me bevestigen in mijn manier van doen,’ zei een vrouw. ‘En hij hielp me met vragen die ik had, zoals hoe ik andere mensen kan helpen Hem beter te begrijpen en dichter bij Hem te komen.’ ‘Ik was verrast. Het was zo makkelijk,’ merkte een andere vrouw op. ‘Hoewel het een machine is, gaf het me zoveel advies, ook vanuit een christelijk oogpunt. Ik voelde me verzorgd en ik liep echt getroost naar buiten.’
Mensen werd geadviseerd om geen persoonlijke informatie te verstrekken en te bevestigen dat ze wisten dat ze op eigen risico met de avatar in contact kwamen. ‘Het is geen biecht’, zei Schmid. ‘We zijn niet van plan om een biecht na te doen.’ Tijdens de twee maanden durende periode van het experiment grepen meer dan 1.000 mensen – waaronder moslims en toeristen van zo ver als China en Vietnam – de kans aan om met de avatar te communiceren.
Hoewel de gegevens over de installatie volgende week worden gepresenteerd, suggereerde feedback van meer dan 230 gebruikers dat tweederde van hen het een ‘spirituele ervaring’ vond, zei Schmid. ‘We kunnen dus zeggen dat ze een religieus positief moment hadden met deze AI-Jezus. Voor mij was dat verrassend.’
Anderen waren negatiever, sommigen vertelden de kerk dat ze het onmogelijk vonden om met een machine te praten. Een lokale verslaggever die het apparaat uitprobeerde, beschreef de antwoorden soms als ‘te gemakkelijk, in herhaling vallend en een wijsheid uitstralend die doet denken aan kalenderclichés’.
De feedback suggereerde dat er een groot verschil was in de antwoorden van de avatar, zei Schmid. ‘Ik heb de indruk dat hij soms echt heel goed was en dat mensen ongelooflijk blij, verrast en geïnspireerd waren’, zei hij. ‘En dan waren er ook momenten waarop AI Jesus op de een of andere manier niet zo goed was, misschien oppervlakkiger.’
Het experiment kreeg ook kritiek van sommige mensen van binnen de kerkgemeenschap, zei Schmid, waarbij katholieke collega’s protesteerden tegen het gebruik van de biechtstoel, en protestantse collega’s het blijkbaar niet eens waren met het gebruik van beelden op deze manier.
Wat Schmid echter het meest had getroffen, was het risico dat de kerk had genomen door erop te vertrouwen dat de AI geen illegale, expliciete antwoorden zou geven of interpretaties of spiritueel advies zou geven die botsten met de leer van de kerk.
In de hoop dit risico te beperken, had de kerk tests uitgevoerd met 30 mensen vóór de installatie van de avatar. Na de lancering zorgde ze ervoor dat gebruikers altijd ondersteuning in de buurt hadden.
‘We hadden nooit de indruk dat hij vreemde dingen zei’, zei Schmid. ‘Maar we konden natuurlijk nooit garanderen dat hij niets vreemds zou zeggen.’
Uiteindelijk was het deze onzekerheid die hem ertoe had gebracht te besluiten dat de avatar het beste bij een experiment kon blijven. ‘Een dergelijke Jezus permanent neerzetten, zou ik niet doen. Omdat de verantwoordelijkheid te groot zou zijn.’
Hij was echter snel met het benoemen van het bredere potentieel van het idee. ‘Het is een heel makkelijk, toegankelijk hulpmiddel waarmee je kunt praten over religie, over het christendom, over het christelijk geloof,’ zei hij, mijmerend dat het zou kunnen worden omgevormd tot een soort meertalige spirituele gids die religieuze vragen zou kunnen beantwoorden.
Voor hem had het experiment – en de grote interesse die het had gegenereerd – hem laten zien dat mensen verder wilden kijken dan de Bijbel, sacramenten en rituelen. ‘Ik ben blij dat de avatar tot op zekere hoogte nog steeds overkomt als een technisch object’ zei Schmid, ‘Tegelijkertijd zijn de antwoorden die het geeft ook fascinerend. Er valt dus genoeg te bespreken als het gaat om AI in een religieuze context.’
Schmid zei: ‘Ik denk dat er een behoefte is om met Jezus te praten. Mensen willen een antwoord: ze willen woorden en luisteren naar wat hij zegt. Ik denk dat dat een element ervan is. En dan is er natuurlijk nog de nieuwsgierigheid ervan. Ze willen zien wat dit is.’
AI Jesus ondervindt toenemende concurrentie van andere bronnen van AI-spiritualiteit. Een recente ChatGPT-kerkdienst in Duitsland bevatte bijvoorbeeld een preek die werd voorgedragen door een chatbot voorgesteld als een bebaarde zwarte man, terwijl andere avatars gebeden en aanbiddingsliederen leidden.
Andere geloofstradities bieden ook spirituele lessen via AI. In Thailand heeft een boeddhistische chatbot genaamd Phra Maha AI zijn eigen Facebook-pagina waarop hij spirituele lessen deelt, zoals over de vergankelijkheid van het leven. Net als AI Jesus wordt hij voorgesteld als een mens die vrijelijk zijn spirituele wijsheid deelt en altijd en overal een bericht op Facebook kan worden gestuurd.
In Japan is de ‘Buddhabot’ in de eindfase van ontwikkeling bij onderzoekers van de Universiteit van Kyoto. Deze heeft boeddhistische soetra’s geleerd waaruit hij zal kunnen citeren wanneer hem religieuze vragen worden gesteld.
In deze groeiende reeks online opties voor spirituele begeleiding of algemeen advies is de vraag welke chatbots zullen beklijven. Hoe dan ook zal de eeuwenoude trend van het hervormen van spirituele leiders om aan de hedendaagse behoeften te voldoen waarschijnlijk doorgaan lang nadat AI Jesus een religieuze aanwezigheid uit het verre verleden is geworden.
Hoewel het zeker stof tot nadenken biedt, denk ik wel dat dit soort projecten te ver gaat. Ik denk dat we voorzichtig moeten zijn als het gaat om geloof, pastorale zorg, of als mensen betekenis zoeken in religie. Dit is namelijk bij uitstek een gebied waarop wij mensen eigenlijk veel beter zijn dan machines, dus we moeten deze dingen zelf doen.
Want ook in Nederland heeft het koopjescircus genaamd Black Friday – overgewaaid uit de Verenigde Staten – z’n weg gevonden naar de Nederlandse consument. Gelukkig heeft de gekte zoals we die van bijna horrorachtige beelden uit Amerika kennen hier nog niet zo’n omvang gekregen, maar toch: al wekenlang wordt de Nederlander blootgesteld aan de belofte van ongekende kortingen op producten die je misschien helemaal niet nodig hebt.
Heb je bijvoorbeeld gemerkt hoe vaak je de afgelopen 24 uur bent getarget of verleid door een Black Friday-marketingcampagne? Naar schatting zien we dagelijks tussen de 50 en 400 advertenties – op tv, billboards, online en, meer dan ooit, via sociale media. Ik heb me nog nooit zo gezien en gekend gevoeld door het Instagram-algoritme en velen van ons hebben meegemaakt dat er items op onze feeds verschenen waar we het nog maar een paar uur geleden met vrienden over hadden. Is het mogelijk om zulke onophoudelijke en uitgebreide marketingplannen te weerstaan? Het is heel moeilijk om niet het gevoel te hebben dat je, als je niet snel in actie komt, een aanbieding misloop die nóóit meer terugkomt. Het is bijna alsof deze marketingmanagers wéten hoe je hersenen werken, zelfs voordat je zelf online ga. Maar zijn wij mensen echt zo transparant als dat?
De nieuwe documentaire van Netflix, Buy Now? The Shopping Conspiracy, zegt van wel. Het portretteert verschillende ex-insiders van ’s werelds grootste merken, die de manipulatieve trucs blootleggen die deze bedrijven gebruiken om ons meer te laten kopen, en de mate waarin ons verlangen naar eindeloze consumptie is gekweekt en gekapitaliseerd door een vooropgezet plan.
Het lijkt erop dat wij mensen, geëvolueerd en intelligent als we onszelf graag geloven, nog steeds feilbaar zijn om de dingen te dienen die zijn ontworpen om ons te dienen. En de gevolgen zijn verstrekkend. Online winkelen heeft de consumentenervaring misschien wel ontmenselijkt, maar we blijven verbonden met mensen over de hele wereld door wereldwijde toeleveringsketens, en het zijn individuen en gemeenschappen voor wie het levensonderhoud het meest afhankelijk is van de beschikbaarheid en kwaliteit van natuurlijke hulpbronnen, en die het dichtst bij het land wonen, die de schadelijke effecten van onze onophoudelijke koopgedragingen oogsten.
Want een bijkomend nadeel van ons ongebreideld koopgedrag is dat gevaarlijk e-afval bijvoorbeeld (waaronder weggegooide laptops, telefoons en tv’s) jaarlijks met miljoenen tonnen toeneemt. Illegaal giftig e-afval wordt over de hele wereld geëxporteerd en op stortplaatsen gedumpt, waar het giftige stoffen zoals kwik, zink en lood in de lokale water- en bodemvoorraden vrijkomt. Om ons zelf vrij te pleiten zien we ons als zulke kleine radertjes in zo’n enorme, kapitalistische machine, en zeggen we dat veel hiervan buiten het bereik van ons menselijk handelen lijkt te liggen en dat we er op individueel niveau toch niks aan kunnen doen.
Maar het heeft zeker waarde om als consument verstandig om te gaan met onze uitgaven en bestedingen. Terwijl we onderzoek doen om de beste Black Friday-deals te krijgen, terwijl we de geldkraan dichtdraaien en navigeren door wat voor velen een langdurige en pijnlijke kostencrisis is geworden. Het kan moeilijk zijn om Sinterklaas (en Kerst) niet als een onvermijdelijk dure tijd van het jaar te laten voelen.
Misschien is er ook een kans om kleine, subversieve daden van verzet tegen deze ontmenselijkende consumentencultuur op te starten. Acties die onze menselijkheid en menselijke handelingsvrijheid terugwinnen en die onze wereldwijde onderlinge verbondenheid erkennen. Misschien kun je bijvoorbeeld de drang dezer dagen impulsief iets te kopen, weerstaan door even weg te stappen van het scherm om een kop koffie of thee te zetten of een wandeling buiten te maken, voordat je op ‘Nu betalen‘ klikt. Misschien kunnen we beter worden in het vergelijken van de toeleveringsketens en ethische merkbeoordelingen van bedrijven, en zo onze bestedingen gebruiken om die bedrijven te ondersteunen die het beste bij onze waarden passen. En laten we, wanneer we een aankoop doen, even de tijd nemen om dankbaar te zijn voor de dingen die we al hebben, de items die we kopen en de mensen die ze hebben gemaakt.
Het christelijk geloof nodigt ons uit om opnieuw te kijken naar hoe we ons geld en onze bezittingen zien door de bril van rentmeesterschap. Het is een onderschat principe in de context van vandaag. Rentmeesterschap gaat verder dan alleen nadenken over hoe we ons inkomen uitgeven, naar de inherente verantwoordelijkheid die we als mens hebben om voor de wereld om ons heen te zorgen, erkennend dat de hulpbronnen van de aarde niet degene zijn waar we recht op hebben, maar geschenken zijn die het leven in stand houden. Het principe van rentmeesterschap maakt het onmogelijk om je achter een scherm te verschuilen en de impact te negeren die onze uitgavenbeslissingen hebben op mensen en gemeenschappen over de hele wereld, hoe ver ze ook van ons leven af lijken te staan. Het nodigt ons uit om ons geld en onze middelen te gebruiken om te investeren in dingen die ons – en anderen – goed zullen dienen, en vertelt de wereld dat het ertoe doet dat we systemen uitdagen die economische en ecologische onrechtvaardigheid in stand houden.
En als je dan toevallig die enorme aanbieding mist tijdens een wandeling dit weekend, duurt het in ieder geval minder dan een maand voordat de uitverkoop in de januari op onze schermen verschijnt. 😉
Nu de focus van de crisis in het Midden-Oosten verschuift van Gaza naar Libanon, en nu we vandaag de aanslagen van 7 oktober herdenken, helpt misschien een blik op de verhalen die dit conflict omringen om een weg vooruit te vinden.
In het hart van de crisis in het Midden-Oosten met betrekking tot Israël, Gaza en nu Libanon, liggen namelijk twee heel verschillende verhalen.
Eén daarvan gaat als volgt:
Israël is de enige goed functionerende democratie in het Midden-Oosten. Het is een toevluchtsoord voor het Joodse volk dat door de eeuwen heen en over de hele wereld buitengewoon veel vervolging en discriminatie heeft ervaren. Als klein land heeft het zich de afgelopen 76 jaar dapper gevestigd als een toevluchtsoord van liberale, democratische vrijheid en welvaart, ondanks de vijandigheid van zijn buren, zoals de door Iran gesteunde Hezbollah in Libanon. De Hamas-aanvallen op 7 oktober 2023 waren een moorddadige aanval op onschuldige burgers, waarvan de slachting en wreedheid de laatste tijd ongekend waren. Hamas en Hezbollah vertegenwoordigen beide een islamitische ideologie die een doorn in het oog is van alle democratische staten en die wortel heeft geschoten in Gaza en Libanon. Israëls reactie om te proberen zo’n dodelijke vijand uit buurlanden te verdrijven is volkomen gerechtvaardigd en redelijk. Elk land dat geconfronteerd wordt met buren die toegewijd zijn aan zijn vernietiging zou ongeveer hetzelfde doen. Ja, er vallen burgerslachtoffers in het conflict, maar die zijn er altijd in oorlog. Je verzetten tegen Israëls campagnes in Gaza en Libanon is in feite heimelijke steun verlenen aan terrorisme en een vorm van antisemitisme, omdat het het recht van Israël en het Joodse volk op zelfbeschikking en zelfverdediging ter discussie stelt.
Ook is er nog een ander verhaal, dat zó gaat: ten tijde van de oprichting in 1948 begingen de pioniers van de staat Israël een erfzonde die het sindsdien teistert, de verdrijving van een groot deel van de inheemse Palestijnse bevolking uit het land in het Arabisch-Israëlische conflict dat volgde op de oprichting van de staat. Sindsdien heeft Israël geprobeerd de resterende Arabische bevolking te onderwerpen, door Palestijnen op haar grondgebied als tweederangsburgers te behandelen. Sinds 1967 heeft het de Westelijke Jordaanoever en Gaza illegaal bezet, Palestijnen hun basisrechten van burgerlijke gelijkheid ontzegd, terwijl het Joodse kolonisten in staat stelde en aanmoedigde om geleidelijk land te stelen dat door de Verenigde Naties als Palestijns wordt erkend. Binnen Israël en de bezette gebieden vinden Palestijnen het moeilijker om bouwvergunningen te krijgen, werk te vinden, op de juiste manier vertegenwoordigd te worden in het parlement of om onderwijs te volgen. Het is dan ook niet verrassend dat de sluimerende wrok die een dergelijke behandeling oproept, leidt tot incidenteel verzet, zoals tijdens de intifada’s van de jaren ’90 en 2000, de verkiezing van Hamas in Gaza en zelfs de aanslagen van 7 oktober. Israël beschuldigt regelmatig iedereen die kritiek heeft op haar beleid van antisemitisme, en gebruikt dit als schild om haar mishandeling van de Palestijnse minderheid te verbergen. Het heeft de aanslagen van 7 oktober aangegrepen om een massale aanval op Gaza en nu ook op Zuid-Libanon te lanceren, ongeacht de burgerslachtoffers. Het resultaat is, in ieder geval in Gaza, een humanitaire ramp die jaren, zelfs decennia zal duren om op te lossen.
Welke van deze verhalen geloof je? Afhankelijk van een hele reeks andere eigen ideeën heb je waarschijnlijk meer met de een of meer met de ander. Als je meer links bent ingesteld, geeft je waarschijnlijk de voorkeur aan het Palestijnse verhaal. Als jouw instincten meer rechts zijn, zul je eerder de voorkeur geven aan het Israëlische verhaal. En ik weet zeker dat je gaten kunt prikken in het tegenovergestelde verhaal als je dat wilt.
Christenen zitten aan beide kanten van dit debat. ‘Christelijke zionisten’ zien de opkomst van de staat Israël over het algemeen als een vervulling van de Bijbelse profetie dat God het Joodse volk op een dag terug zou brengen naar het land waaruit ze in het verre verleden werden verbannen. Voorstanders van de Palestijnse zaak wijzen op de geboden van de Bijbel ten aanzien van rechtvaardigheid, het respect voor de armen en onderdrukten, en op de roeping van Israël in het Oude Testament om voor de vreemdelingen in hun land te zorgen. Heeft Israël niet de plicht om de Palestijnen binnen haar grenzen als gelijke burgers te behandelen?
Je kunt dus de vraag stellen het christendom iets bijdraagt aan dit conflict? Of is het net zo verdeeld over dit onderwerp als over andere kwesties?
Een van de meest opvallende kenmerken van de leer van Jezus is Zijn opmerkelijke en ongekende, sommigen zouden zeggen belachelijke oproep om je vijanden lief te hebben en te bidden voor degenen die je vervolgen. Het is natuurlijk puur menselijk om je familie en vrienden lief te hebben. Maar het is al een grotere uitdaging om je buren lief te hebben die toevallig naast je wonen. En dan is het een heel ander verhaal om je vijanden lief te hebben. De zin rolt van de tong als één die we goed kennen, maar hoe zou het ooit mogelijk kunnen zijn voor Israëliërs om Hamas-strijders lief te hebben of voor hen te bidden, of de inwoners van het land dat hen elke dag beschiet, de inwoners van Zuid-Libanon, lief te hebben?
Ik kan me dat niet eens voorstellen. Maar dichter bij huis, hoe beïnvloedt dit idee van liefde voor vijanden de liefde voor mensen die zo hartstochtelijk aan beide kanten van het debat?
Je vijand liefhebben betekent niet dat je doet alsof je vijand een vriend is, in ieder geval nog niet. Veel mensen die dit lezen, zullen zich hartstochtelijk inzetten voor het ene of het andere verhaal. Maar onze vijanden liefhebben betekent toch zeker dat je moet proberen het verhaal vanuit een ander perspectief te zien, dat je moet proberen om jezelf in ieder geval in de schoenen van de ander te verplaatsen, dat je even een beetje twijfelt over de zekerheid van je eigen morele zaak.
Dat is wat sommigen in het land Israël hebben geprobeerd te doen. Er zijn mensen die laten zien hoe Palestijnse en Joodse christenen dezelfde Bijbel door een andere lens lezen, en beginnen zich voor te stellen hoe een vorm van verzoening mogelijk zou kunnen zijn.
Ja, je vijand liefhebben is misschien wel een belachelijk, onpraktisch idee. Toch pakt het alternatief nauwelijks goed uit. Als Israëlische radicalen erin zouden slagen alle Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever of uit Gaza te verdrijven, of als Hamas/Hezbollah erin zou slagen de Joden uit Israël te verdrijven, geen van beide is een oplossing die spreekt van rechtvaardigheid.
Het is moeilijk om je enige vooruitgang in de richting van vrede voor te stellen zonder iets van deze poging om een ander perspectief te proberen te begrijpen. Je kunt geen vrede bouwen zonder een vredestichter te zijn, een idee dat vaak verkeerd begrepen wordt, maar volgens Jezus ook vreemd gezegend is. Aan welke kant je ook staat, misschien heb je een morele plicht om alle moeite te doen om de ander te begrijpen. Want als we dat niet doen, kunnen we niet beginnen met het helpen oplossen van dit meest hardnekkige en gevaarlijke van alle wereldwijde problemen.