Vandaag las ik de tekst van Moeder Teresa ‘Wat wij doen is slechts een druppel in de oceaan. Maar als we het niet deden, zou de oceaan kleiner zijn vanwege deze ontbrekende druppel’.

Ik kwam op deze tekst toen ik wat zat na te denken naar aanleiding van de titel van mijn column van deze week. Een ‘mer à boire’, een zee om leeg te drinken, staat voor een onbegonnen werk. Ja, zo gezien lijken veel zaken in het leven soms een onbegonnen werk. Moeder TeresaMaar het helpt om een uitdrukking vanuit een ander perspectief te zien, zoals Moeder Teresa dat deed. Al lijkt onze arbeid soms nutteloos en draagt het ons inziens weinig bij aan het oplossen van wereldomvattende problemen, ze hebben wel degelijk nut.

Vanuit dat perspectief kun je het Veertigdagenproject 2013 van Kerk in Actie en Stichting Present misschien ook zien. Ze organiseren in de Veertigdagentijd zogenaamde Veranderdagen. Ieder lid van de Protestantse Kerk kan zich inschrijven voor de Veranderdagen en in de regio de handen uit de mouwen steken voor kwetsbare mensen buiten de kerk. De deelnemers maken kennis met mensen die ze anders waarschijnlijk niet zouden ontmoeten. Misschien lijkt het op mondiale schaal maar een miniem druppeltje in de oceaan of op de gloeiende plaat, maar als we het niet deden wat dan?

Wellicht schat ik het initiatief van de Wereldbank ook zo in. Zij zoekt namelijk een einddatum voor armoede. Dat stelde de nieuwe president van de ontwikkelingsbank, Jim Yong Kim. In eerste instantie kwalificeer je zo’n oproep als volledig absurd. Onbegonnen werk. Armoede de wereld uit… en bij de eerste de beste crisis in de westerse wereld, een van de grote gelddonoren, wordt er gekort op de gelden die naar armoedebestrijding gaan.

En toch, zo’n initiatief vormt een druppel in de oceaan, in het perspectief van Moeder Teresa althans. Maar het helpt anders te denken, om te denken. Zogezegd een Veranderdag in één uitspraak.

Deze week begon voor de christenen de Veertigdagentijd.  Deze periode is van oudsher een tijd van inkeer, bezinning en gebed ter voorbereiding op Pasen. Het is een bekeringstijd. Ommekeer, verandering, en wat mij betreft ook een periode van omdenken

Kortgeleden las ik het bericht dat de Sint-Jan de Doperkerk in de Arnhemse wijk Klarendal Sint Jan de Doperkerk Arnhemverkocht is aan een stel ondernemers die het gebouw willen transformeren tot een memorarium. Een memorarium is volgens de initiatiefnemers een spirituele belevingsruimte en gedenkplaats in de breedste zin van het woord. In de Sint-Janskerk, die sinds september vorig jaar te koop stond, komen grafkelders, een urnenmuur, een crypte, gebeds- en gedenkruimtes en een hofje voor gestorven kinderen. Een memorarium kan ook worden gebruikt voor uitvaarten, herdenkingen, afscheidsbijeenkomsten en condoleance, zo denken de ondernemers.

Ik zat zo te denken: kunnen we, in het licht van bezuinigingen op ons sociaal stelsel die het kabinet momenteel voorstelt en effectueert, leegstaande kerken niet beter gebruiken als sanctuarium oftewel vrijplaats. Dat gebruik heeft enorm oude papieren waar in de Bijbel al vervolgde mensen een heiligdom in konden vluchten en daar veilig waren voor hun belagers. En ook in de (vroeg)christelijke tijd heeft de kerk lang zo’n functie gehad.

Zouden we in deze tijd kerken niet kunnen inrichten als vrijplaats voor mensen die door het sociale vangnet heen vallen en in het huidige gure sociale klimaat buiten staan? Ik denk dan bijvoorbeeld aan uitgeprocedeerde asielzoekers die Nederland moeten verlaten, die wel weg willen, maar niet kunnen. Ik denk dan aan mensen met psychische stoornissen die geen plaats meer kunnen vinden in instellingen. Ik denk aan heel veel andere mensen die om wat voor reden dan ook tussen wal en schip vallen of op de een of andere wijze zo ‘uitgekleed’ worden dat ze voor hun eigen bestaan moeten vrezen.

Immers de kerk is geen gebouw voor doden, maar voor levenden!

En eerlijk gezegd: zul je dan zien dat de kerken weer vollopen!

Ik schreef  laatst een column over biechten, waar ik het had over de ‘populariteit’ van het biechten. Wat schetste mijn verbazing toen ik deze week bij een lezing aanwezig was van Erik Borgman, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg die sprak voor een kleine clubje van actieve en emeriti predikanten. Hij sprak daar in het kader van kerk-zijn in de  huidige tijd. Naast heel veel andere interessante zaken had hij het ook over een schat van de kerk die langzamerhand in de vergetelheid aan het geraken is. Dat is, laat ik het in mijn eigen woorden zeggen, het ‘sacrament van de vergeving’. VergevingHoewel het geen populair item lijkt te zijn binnen brede lagen van de kerk, waar ik in bovengenoemde column al aangaf dat ‘de biecht’ in de Nederlandse Rooms-Katholieke Kerk zo goed als uitgestorven is, is in veel protestantse gemeentes binnen mijn kerk (Protestantse Kerk in Nederland [PKN]) het verootmoedigingsgebed, schuldbelijdenis en genadeverkondiging is ingeruild voor het zogenaamde kyriëgebed waar vaak alleen de nood van de wereld centraal staat, daar lijkt schuldbelijdenis en vergeving (genadeverkondiging) in het publieke domein een veel gezocht ‘sondergut’ te zijn. Voorbeelden zijn er te over in de media, ik hoef alleen maar te wijzen op de huidige hype rond de ‘dopingzondaars'(sic!!) en hun bekentenissen in de wielersport. Maar, zoals Borgman aanhaalde, je hoeft maar met iemand te praten op het eerste de beste feestje en na een paar pilsjes komen de verhalen los over schuld, zich schuldig voelen, de zucht naar ‘vergeving’, enzovoorts.

Dat Borgman pleit om het ‘sacrament van de vergeving’ uit de schatkamer van de kerk op te diepen, af te stoffen en op de een of andere manier weer onder de aandacht te brengen vind ik een prikkelende gedachte die wat mij betreft verder doordacht moet worden.

Kerkvader Tertullianus (ca. 160 – ca. 230) zei eens het volgende christenen: ‘Als de Tiber tegen de wallen oprijst, als de Nijl de velden niet onder water zet, als de hemel gesloten is, als de aarde beeft, als er hongersnood heerst, als er ziekte woedt, dadelijk hoort men schreeuwen: “De christenen voor de leeuw.”‘

Ik moest aan zijn uitspraak denken toen ik onderstaand berichtje las:

‘Zingende christenen verstoren broedvogels

De ruim 50.000 christenen die jaarlijks de pinksterconferentie Opwekking op het festivalterrein in het Flevolandse Biddinghuizen bezoeken, veroorzaken geluidsoverlast in het broedseizoen van vogels. Dat stelt de milieugroep Dronten. Omdat de geldende geluidsnormen “enorm” zouden worden overschreden, heeft de milieugroep bij de gemeente bezwaar ingediend tegen de vergunning voor het christelijke feest dat wordt gehouden nabij een natuurgebied. De lokroep van de mannetjesvogel zou onder meer door het gezang van de bezoekers niet door het vrouwtje worden gehoord. Ook zouden al broedende vogels van hun nesten worden weggejaagd.’

Het antwoord van de organisatie was nogal ad rem: ‘Dat is niet bepaald opwekkend’, zei bestuurslid Gerrit van Duuren donderdag. OpwekkingVolgens Joop Gankema, directeur van stichting Opwekking, is de geluidsnorm één keer overschreden. ‘Toen waren meer bezoekers op een plek dan verwacht. Door herinrichting van het terrein en continue geluidsmetingen kan dit nu niet meer gebeuren.’ Het bezwaar vindt hij dan ook overdreven. De 43e editie van de pinksterconferentie vindt plaats van 17 tot en met 20 mei.’

42 keer hebben de broedende vogels gedurende drie dagen overlast gehad en 41 keer is er geen klacht ingediend in verband met geluidsoverlast…

Ik vermoed dat er in in het Dronter bosgebied genoeg hout lag om mee te slaan!

De laatste negen jaar krijgt Nederland eenmaal per jaar een oprisping van naastenliefde in de vorm van het Glazen Huis (dit jaar in Enschede) waar 3 bekende dj’s voor 6 dagen worden opgesloten in het kader van de actie ‘Serious Request’. Serious Request 2012Zes dagen brengen zij die tijd afgezonderd door en doen ze aan vorm van vasten. Dit doen ze allemaal om zo veel mogelijk geld in te zamelen voor een goed doel. Het goede doel voor dit jaar is de bestrijding van de babysterfte, vooral in Afrika .

 

Geld inzamelen ter bestrijding van de babysterfte in de Adventstijd.

Toen ik er over nadacht kon ik onmogelijk de verbanden met de Adventstijd, zoals door christenen wereldwijd gevierd, niet zien.

In de Adventstijd denken christenen dat er juist een Baby voor hen naar de aarde kwam om hen te verlossen en te bevrijden. Deze Baby zal juist moeten sterven om ons te redden.

Hij vraagt niet om ons zes dagen op te sluiten en te vasten (overigens een nobele actie van de 3 dj’s), maar Hij stelt ons wel A Serious Request, een belangrijke vraag: ontsluit je hart voor Zijn boodschap en  bereidt je hele leven voor op Zijn komst!

Iedereen gezegende kerstdagen gewenst!

‘die bodem is van karton’ klonk het jaren geleden met een zogenaamd Italiaans accent. Deze ‘Italiaan’ figureerde in een reclame voor een merk pizza’s. Natuurlijk was de pizzabodem van de concurrent ‘van karton’, want hun pizzabodem was natuurlijk krokant en smakelijk. maquette kartonnen kerk‘Van karton’;  in het in 2010 door aardbevingen geteisterde Nieuw-Zeelandse Christchurch is kortgeleden een bekend gebouw met ongekende materialen gebouwd.  Ter vervanging van de zwaarbeschadigde kathedraal is er nu een vervangend exemplaar verrezen van karton. De kartonnen kathedraal bestaat uit buizen van karton en een frame van staal en hout. Volgens de architect is het ontwerp waterproof en kan de kerk zeker 20 jaar mee. De initiatiefnemers noemen het de ‘Overgangskerk’ die een symbool van hoop voor de toekomst is. In Nieuw-Zeeland zijn ze wel begonnen met de bouw van een andere, echte kathedraal uit steen. Die zal over 20 jaar af zijn.

Hopelijk zijn de bezoekers van deze kerk niet ‘van karton’, niet nep, een slap aftreksel van ‘the real thing’. Niet zoals de eendimensionale poppetjes zonder inhoud als in de maquette, maar echte ‘levende’ christenen gevuld en vervuld met en door de Heilige Geest!

‘De tijd van de prekende en protesterende christenen is voorbij; het is tijd om de handen uit de mouwen te steken’ stond boven een artikeltje wat ik laatst las. Voeg de daad bij het woord, oftewel ‘put your money where your mouth is’! De Amerikaan Gabe Lyons heeft genoeg van christenen die alleen maar anti-… zijn en enkel op bekering uit zijn en veroordelend naar anderen zijn. Op zich een sympathieke houding van Lyons. Maar ik denk toch niet representatief voor veel christenen.  Ik denk dat veel christenen wel hun verantwoordelijkheid nemen om hun geloof te delen. In pure, praktische zin: er te zijn voor hun medemens en te laten zien wat het is om volgeling van Jezus Christus te zijn. Om het met weer een Engelstalig gezegde te omschrijven ‘practice what you preach’, breng in praktijk wat je predikt.

Lyons roept christenen op om niet alleen maar kritiek te hebben op anderen, maar om hoopvol met de handen uit de mouwen  aan het werk te gaan met Gods plan met deze aarde. Geloof is niet een zaak van enkel het hoofd, maar van het hele leven.

Nogmaals,een nobel initiatief. Maar, om bij het Engelstalige gezegde te blijven, als alleen je handen goed werk doen, maar je ‘mouth’ legt geen verantwoording af van waarom je iets doet, waarin verschil je dan van een willekeurige liefdadigheidsorganisatie? In Matteüs verwoordt Jezus het zo: ‘Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo?’ (Matteüs 5: 46-47).

‘Practice what you preach’, handel naar wat je preekt, maar preek ook over waarom je handelt!

‘Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven.’

Jeremia 29,11

Soms lijkt het wel alsof zwartgalligheid vat heeft gekregen op christenen in Nederland. We blijven achterom kijken, naar het verleden. Het christendom deed ertoe, we waren een groep om serieus rekening mee te houden. Maar nu? We worden weggezet als iets van vroeger tijden; ‘Ja, m’n grootouders die gingen nog wel naar de kerk, maar wij… nee, wij zijn verder gegaan, we weten nu wel beter. Dat is iets uit de oude doos’ zo hoor je hoor je met enige regelmaat om je heen. En ja, dat laat je als christen niet koud.

En toch…? Wat heb je eraan om te somberen… wees toekomstgericht. Realiseer je wat je hebt en bouw daarmee door.

‘Al zal de vijgenboom niet bloeien,
al zal de wijnstok niets voortbrengen,
al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,
al zal er geen koren op de akkers staan,
al zal er geen schaap meer in de kooien zijn
en geen rund meer binnen de omheining –

toch zal ik juichen voor de HEER,
jubelen voor de God die mij redt.
God, de HEER, is mijn kracht.’

Habakuk 3,17-19

Ondanks alles, toch is er een hoopvolle toekomst

‘Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden?                                                                                                                   Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.’                                                                                                                                                                                                               Matteüs 5: 13

Een aantal jaren geleden ben ik deze weblog begonnen en heb er de naam ‘Brandend zand’ voor gekozen. Brandend zand omdat heet zand kan branden onder je blote voeten. Zand kan schuren, polijsten, kan iets moois van iets maken. Ook zout kan een zelfde soort eigenschap hebben. Het kan iets reinigen, het kan branden, zelfs pijn doen. Zout kan een smaakmaker zijn voor eten. Jezus heeft het over het zout der aarde. Hij spreekt deze woorden uit als slotstuk van de zogenaamde Bergrede. Die rede is een verzameling praktische leefregels voor mensen om zo Jezus te volgen. Regels over barmhartigheid, het doen van goede werken, ruzies en meningsverschillen bij te leggen enzovoorts worden zo door Jezus als leefregels aanbevolen voor zijn volgelingen. Later zou Hij deze regels in feite inpassen in Zijn ‘grote gebod:  ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.’ (Matteüs 22: 37-39) In het evangelie naar Marcus staat daar nog een vers voor: ‘Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer’ (Marcus 12: 29). Deze toevoeging staat er niet zomaar. Deze woorden heten ook wel het Sjema Israel: Het Sjema geeft uitdrukking aan het absolute geloof in God en komt uit het Oude Testament (Deuteronomium). In de Joodse godsdienst is dit heen vast onderdeel van onder andere het dagelijks ochtendgebed. Je zou dus kunnen zeggen dat door het grote gebod vooraf te laten gaan door dit Sjema Israel ermee bedoeld wordt dat deze leefregels onze dagelijkse praktijk moeten zijn. Maar willen we dat nog wel zijn: zoutend zout, anders dan de anderen, smaakmaker zijn?  Maar zijn we dat wel? Of zijn we een flauw hapje zonder smaak? Delen we de zouteloze praatjes die geen pijn doen? Waardoor we niet uit de toon vallen, niet af wijken, niet opvallen?

Kortom: zijn we liever zoethoudertje dan smaakmaker?

‘Je kunt als vaste kerkbezoeker zondags in de kerk keurig je pepermuntrolletje doorgeven, maar vanbinnen volledig geseculariseerd zijn’ Dat is de boodschap van Herman Paul, nieuwbakken hoogleraar secularisatiestudies aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Secularisatie. Als we daar als christenen aan denken zullen we het vooral buiten de kerkmuren zoeken. Mensen die niet meer naar de kerk gaan, mensen die afgehaakt zijn… Dat zijn toch de geseculariseerden? Toch is het een indringende vraag omdat je als je met een vinger naar de ander, je met overige vier vingers naar jezelf wijst. Zijn wij, als we eerlijk naar ons zelf kijken, zo verschillend van de geseculariseerde mensheid om ons heen?

Gaan we echt anders om met ons leven. Lezen we niet dezelfde bladen, hebben we niet dezelfde zorgen? Blinken we uit in vrijgevigheid, medemenselijkheid, hebben we echt de naaste lief?

Kortom,een spannende opmerking ‘wij kunnen net zo geseculariseerd zijn’ als de meest geseculariseerde medemens!’ Waar ligt je hart, dat is de vraag waar het om draait!

Herman Paul ‘In onze tijd moeten we weer leren tegendraads te zijn. Een gemeenschap vormen waarin we uit liefde en betrokkenheid met elkaar leven. Dat staat haaks op de competitieve samenleving met haar markteconomie en individuele rechten’.   Zo kunnen mensen ontdekken dat er nog iets anders dan het adagium ‘ieder voor zich’.