Voor velen waarschijnlijk ongemerkt leven we al weer in de tweede week van de Advent. Advent, de tijd die vooraf gaat aan de geboorte van Jezus Christus zoals gevierd op Kerst. Advent betekent  verwachten, in afwachting, in verwachting leven. In verwachting van de geboorte van Jezus Christus, de Verlosser van de mensheid. Kerst is  een van oorsprong christelijke feest, voorafgegaan door de Adventstijd. Vroeger ging deze tijd gepaard met een Vasten, zoals dat vaste bekend is uit de tijd voor Pasen. Vasten om zelf een ‘juiste houding’ aan te nemen om Christus gelovig te kunnen ontvangen.

Maar dat was vroeger. Tegenwoordig staat de decembermaand bij veel mensen in het teken van de hebzucht en het geld. Zelfs nu, met de (nakende) crisis is gebleken dat er voor de Sinterklaasaankopen weer meer geld is uitgegeven dan in voorgaande jaren. Dansen op de rand van de vulkaan. Mensen leven ook nu in de tijd van de verwachting. Alleen is die verwachting in veel gevallen een stuk onzekerder geworden. Zullen de verschillende crises ook het komende jaar onze huizen voorbijrijden of worden we toch bezocht door onze nachtmerrie? Maar eerst leven alsof het je laatste dag is, nietwaar!?

Is het daar allemaal mee gezegd? Zijn de (advent- en) kerstdagen voor de meeste mensen in West-Europa verworden tot een feest van vermaak en de onvermijdelijke reflectie op wat (misschien) komen gaat? En is de Advents- en Kersttijd voor een slinkende groep mensen nog een (voorbereiding op het) feest van herdenking van  de Verlosser van de wereld, Jezus Christus? En is de kerk nog in staat deze boodschap te ‘vermarkten’ of wordt Kerst alleen nog maar voorgesteld met het mierzoete en flinterdunne laagje van de boodschap Vrede op aarde en liefde voor iedereen om je heen? Zit de kerk te zeer vast aan haar ‘status’ die ze eens had, namelijk dat ze ertoe deed in de samenleving, en heeft ze haar corrigerende taak ingeruild voor een algemeen aanvaardbaar, hap-slik-wegevangelie? Hoogleraar christelijke ethiek Samuel Wells en gevierd Amerikaans voorganger Tim Keller hebben het beide over wat door sommigen omschreven wordt als grootste zonde van christendom: macht. Wells legt uit in dat het christendom het daarom ook zo moeilijk vindt zich neer te leggen bij haar West-Europese neergang  in onze tijd. Ooit was ze een Goliat die optrok met de machthebbers van deze wereld. Haar originele rol van David, onaangepast aan de tijd en niet-populair,  staat haar in wezen niet aan en ze moet zich daar tegen heug en meug bij aanpassen. Keller laat zien vanuit de Bergrede zien dat de voor christenen de regels van de wereld – het verwerven van geld, macht en status – in feite minder belangrijk zijn je toekomst in Gods Koninkrijk waarvan onder andere lijden een voorteken is. Helaas heeft de geschiedenis aangetoond dat de kerk en haar leden vaak net echte mensen zijn.

Advent 2011. Leven in ver- en afwachting. Voor ons allen: wachten op wat komen gaat. Voor veel mensen is dat een onvermijdbare toekomst, die – als je de berichten in de media moet geloven – er inktzwart uitziet. Zonder hoop, zonder uitweg… Voor mij een leven in de hoop, uit het geloof dat Jezus Christus eens de wereld verlossing heeft aangezegd. Ook ik, inmiddels ruim drie jaar werkloos en met weinig zicht op vaste arbeid voor ogen, ben ervan overtuigd – om het met Kellers woorden uit Kruistocht te zeggen – dat ik ten dans wordt uitgenodigd wanneer ik in relatie wil leven met God. Want ook ik ben Gods geliefde kind, waarin Hij vreugde vindt en dat een geweldige toekomst tegemoet gaat.

‘Kruistocht. Het leven van koning Jezus’ is het nieuwste,  in het Nederlands vertaalde,  boek van de Amerikaan Tim Keller. Keller is stichter en predikant van de Redeemer Presbyterian Church in Manhattan. Met Kruistocht verteld Keller het leven van Jezus zoals dat ons verteld wordt in het Evangelie volgens Marcus. Het geheel resulteert in een commentaar op dit Bijbelboek, heel handig zo aan het begin van het ‘Marcusjaar’ volgens het oecumenisch leesrooster.

Keller probeert in Kruistocht de gang van Jezus  door het aardse leven te schetsen vanuit het perspectief van de eerste christenen. Welke impact had deze boodschap op deze eerste hoorders en lezers. Om dit te bereiken schildert de auteur een levendig beeld van de maatschappij in die dagen. Je wordt als het ware meegenomen in de christelijke radicaliteit verwoord in het Marcusevangelie.   

Keller stelt dat de radicaliteit van het christendom onder meer daarin ligt dat de logische volgorde steeds weer wordt omgekeerd:  het grootste probleem in je leven is bijvoorbeeld niet  wat je overkomen is, wat anderen jouw hebben aangedaan, maar het probleem is hoe je daarop gereageerd hebt.  Een ander voorbeeld: de meeste godsdiensten volgen een zelfde soort opbouw van ten eerste gehoorzaamheid en daarna pas acceptatie. In het christendom wordt deze ‘logische’ volgorde op z’n kop gezet. Ik weet  mij ten volle geaccepteerd in Jezus en daarom ben ik gehoorzaam.  Of, als je verantwoording wilt afleggen over alle verkeerde dingen in je leven, dat maakt je alleen maar een religieus mens. Maar als je werkelijk  een band met God wilt hebben dan dien je verandering te brengen in hoe je omgaat met de jouw gegeven talenten en successen. Je moet dus verantwoording afleggen over hoe je met de goede dingen in je leven omgaat.

Dit zijn zo een paar voorbeelden die Keller verder uitwerkt in Kruistocht die, mij in ieder geval, vanuit een ander perspectief laten kijken tegen de radicaliteit van het evangelie van Jezus Christus.

Naar aanleiding van Tim Keller Kruistocht. Het leven van koning Jezus, 2011. ISBN 9051944241

Nee, niet om zoveel mogelijk mensen de kerk binnen te krijgen, maar om de kerk toegankelijk te houden voor de vele rollators, scootmobielen rolstoelen en andere hulpmiddelen van de mensen die de kerken nog bezoeken.Het bedehuis wordt een sterfhuis.

Dat is volgens mij de essentie van de opmerking van Joep de Hart die zei dat de oude volkskerken verworden ‘tot een soort laagdrempelige bejaardenhuizen met de dienstdoende geestelijke als executeur-testamentair’. Deze woorden zijn opgetekend door het Nederlands Dagblad dat verslag deed van een studiedag van de Confessionele Vereniging binnen de PKN voor theologiestudenten en jonge, beginnende predikanten. De teneur van het verslag was somber. Als je niet fris en vrolijk, vol creativiteit en nieuwe ideeën aan het beroep van predikant begint dan word je niet als predikant beroepen. Maar ben je dan eenmaal bevestigd als gemeentepredikant dan word je meer een manager, dan een geestelijke. Dat was althans de ontnuchterende opmerking van een jonge predikant die vertelde over de ervaringen in haar eerste gemeente. Een functie waar zij in eerste aanleg niet voor gekozen heeft. Kortom, het verslag ademde een en al neerslachtigheid en frustratie uit.

Een artikel in dezelfde krant ging over de synode van de Protestantse Kerk in Nederland die onder meer haar visienota bespreekt. Eén van de punten gaat erover dat er meer ruimte voor andere kerkvormen moet zijn. Natuurlijk kunnen we omzien naar alles wat is geweest en daarover in een hoekje zitten kniezen… maar het vruchtbaarder om vooruit te kerken. ‘De velden zijn wit om te oogsten’ wordt ergens in de Bijbel gezegd. Misschien dat methodes die eeuwenlang opgeld deden, in onze tijd niet meer functioneel zijn. Maar ergens zal de dynamiek die het protestantisme vanaf het begin heeft getekend de vlam in leven blijven houden. Niet dat dan de praktijk van alledag die op de studiedag van de Confessionele Vereniging ineens anders is – ik denk dat veel mensen dat wel zullen erkennen, maar dat de kerk in de komende tijd mogelijkheden en vormen kan vinden om mensen te blijven plaatsen op het spoor van het geloof. Dat de kerk in haar huidige vorm misschien haar langste tijd heeft gehad, so be it; ergens zal de Geest blijven waaien, daar geloof ik heilig in.

 

31 oktober. Hervormingsdag. Deze dag staat in het teken van Maarten Luther die op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen tegen situaties in de Rooms-katholieke Kerk zou hebben gepubliceerd. Hij wilde de kerk het liefst van binnenuit hervormen om zo weer een geloofwaardig instituut te worden voor de wereld en voor de gelovigen. ‘Ecclesia Reformata Semper Reformanda’ is een Latijnse spreuk die zoveel betekent als ‘de reformatorische kerk moet zich steeds weer reformeren’. Helaas is dit adagium door de jaren heen een vrijbrief geworden om als kerken zich steeds weer te splitsen. Ik vraag me af of de essentie van dit adagium niet slaat op de beweging dat een zich steeds weer reformerende kerk juist een kritisch oog moet houden op de ontwikkelingen in de wereld waarin zijn zelf staan.

Of is de kerk te gemarginaliseerd om een kritische massa te vormen om ontwikkelingen en bewegingen in een maatschappij bij te sturen, of moeten de kerken het estafettestokje doorgeven aan seculiere beweging zoals de Occupy-beweging. Ik denk het niet!

‘Ecclesia Reformata Semper Reformanda’ Hervormingsdag 2011. Een zichzelf respecterende kerk moet niet bang zijn om bepaalde vaste vormen los te laten en zo weer een geloofwaardige gemeenschap te vormen waardoor zij weer een zoutend zout en een lichtend licht kan zijn. Blijf hervormen!

‘Elk zevende jaar moet u algemene kwijtschelding verlenen.’ Dit is een tekst uit het boek Deuteronomium uit het Oude Testament. Het Schriftgedeelte uit hoofdstuk 15 handelt over het zogenaamde sabbatsjaar waarin een schuldeiser zijn schulden aan zijn schuldenaar moet kwijtschelden. In het gedeelte wordt ook aandacht besteed aan lenen. ‘Zou er in een van de steden in het land dat de HEER, uw God, u zal geven toch iemand uit uw eigen volk gebrek lijden, dan mag dat u niet koud laten. U mag uw hand niet op de zak houden, maar u moet diep in de buidel tasten en hem lenen zo veel als hij nodig heeft.’ staat er dan.

Mmh, ongemakkelijke tekst, zeker als er ook nog de nadruk op gelegd dat als iemand geld leent en je weet dat het jaar van de kwijtschelding er aankomt, je een vraag om een lening niet naast je neer moet leggen ook al weet je dat je het geleende niet terug zult krijgen.

Vanwege de huidige crises in Griekenland en Ierland en de verwachte crises in andere landen is het toch bijna de algemene mening dat we deze landen geen geld meer moeten lenen; immers, zij hebben er toch zelf een zootje van gemaakt!

Het idee lijkt ‘Wij zijn rijk, zij zijn arm en en de armen zijn zelf ook nog de oorzaak van hun armoede. Dus laat ze hun eigen problemen maar oplossen.

Onwillekeurig moet ik dan denken aan de uitspraak van Adam Smith, de grondlegger van het de moderne economie. Hij schreef: ‘de neiging om rijken en machtigen te aanbidden en de armen te verachten is de grootste oorzaak van de teloorgang van onze moraal. Rijkdom bewonderen en armoede verachten  en succes boven falen bewonderen is het grootste gevaar in de commerciële samenleving.’  Smith had het helaas maar al te goed door, zelfs voordat de moderne economie werkelijkheid werd kende hij de aangeboren neiging van een mens.

Deuteronomium wist het eeuwen eerder al: ook rijk zijn is een belasting

Kortgeleden hadden Pieter Jan Dijkman en Herman Oevermans een dubbelinterview met de directeur van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks Dick Pels, en met Gert-Jan Segers, directeur van het wetenschappelijk bureau van de ChristenUnie. Het interview werd gepubliceerd in Wapenveld. Aanleiding voor dit interview is de idee dat wat afwijkt van de heersende seculiere norm meer en meer wordt verboden. Men denke hierbij aan de ruimte die religieuze groeperingen hebben om rituelen te kunnen uitoefenen vanuit hun traditie en geloofsovertuiging. In het interview legt Pels weinig begrip aan de dag voor mensen met een andere mening: alles en iedereen moet wijken voor het nieuwe dogma, de individuele vrijheid. Met dat recht in de hand mag, volgens hem,  PvdA-politica Ploumen een Rooms-Katholieke kerk binnengaan om te protesteren tegen de aantasting van de individuele vrijheid (een katholieke geestelijke had de hostie geweigerd aan aan homoseksuele gelovige, dit geheel in lijn met de officiële katholieke kerkelijke leer). In een ander voorbeeld stelt Pels dat SGP-vrouwen die geen probleem hebben met het vrouwenstandpunt van hun partij moeten worden ‘gedwongen’ tot vrijheid. Pels huivert van groeperingen die hun waarheid als de absolute waarheid propageren (en zeker wanneer die op godsdienstige overtuigingen berusten). Er is slechts één waarheid, namelijk het relativeren van je eigen waarheid. Over absolutistische waarheid gesproken (sic!)

Oude wijn in nieuw zak: het Pelserianisme. Moeten mensen met een afwijkende meningen, moeten christenen hun waarheid offeren op het altaar van de individuele vrijheid, zoals in de Oudheid christenen werden gedwongen een handvol wierook op het altaar van de staatsgoden te gooien om zich te onderwerpen aan de algemene mening?

Het klopt: het multiculturalisme is volledig dood. De monocultuur leeft: relativisme is het nieuwe dogma!

Kortgeleden publiceerde bureau Motivaction dat het onderzoeksrapport De grenzeloze generatie en de onstuitbare opmars van de B.V. IK  waarin wordt gesteld dat tweederde van de jongeren zichzelf  ‘een heel bijzonder persoon’ vindt.  Ze zijn überzelfverzekerd en ik-gericht. In het Nederlands Dagblad gaat politicoloog Monique Samuel in haar column in op de bevindingen van dit onderzoek. In haar schrijven breekt zij een lans voor deze generatie Y zoals die wordt genoemd. Zij stelt de vraag ‘of dit ambitieuze en wellicht wat arrogante zelfbeeld zo slecht is. Natuurlijk past ons (want ook zij behoort tot de generatie Y) bescheidenheid, maar gezien de uitdagingenwaar wij voor staan (vergrijzing, milieuproblematiek, groeiende sociale ongelijkheid, wereldmigratie) hebben we juist enthousiasme en ambitie nodig en zijn we gebaat bij borrelende creativiteit. Te lang zijn Nederlanders te bescheiden en te beschaafd geweest.’  Ze bevestigd het beeld van de generatie die ik-gericht is: ‘verwacht geen trouwe donaties of actieve (politieke) participatie in de gevestigde instituties. Generatie Y werkt op projectbasis. We trekken onze buidel als ons ego wordt gestreeld. Want wij zijn en blijven “Generatie IK”” Samuel verwoordt in feite wat Herman Wijffels in 2007 al zei in een interview in de Volkskrant, namelijk dat individualisering ook gezien kan worden als een positieve kracht. ‘Mensen die zich bewust worden van zichzelf, aanvaarden in zijn ogen als logische stap de verantwoordelijkheid voor het geheel. Het is een misvatting dat individualisering als vanzelf uitmondt in desintegratie.’

Maar wordt een samenleving dan niet steeds meer een egoleving waarin de eigen behoeftebevrediging het primaat heeft? Of moeten we individualisering, zoals die volgens Samuel tot belangrijke eigenschap van de jonge generatie heeft verheven, in de kerk niet alleen maar negatief tegemoet treden? Religie komt toch van het Latijnse woord religare, dat ‘verbinden’ betekent; maar wat valt er nog te verbinden als iedereen hedonistisch maximalisatie van het eigen genot nastreeft?

De neiging om de moderne individu te ‘pleasen’  zie ik soms ook terug bij (laagdrempelige) kerkdiensten. In een artikel op de site van het Christelijk Informatie Platform wordt een beeld geschetst van een zo’n ‘moderne’ kerkdienst: ‘Een kerk die enigszins op een theater lijkt, inclusief vloerverlichting, comfortabele stoelen, visuele effecten, een grote geluidsinstallatie en twee grote schermen. Tijdens de gelikte kerkdienst – de kerk moet immers laagdrempelig zijn – speelt de band op het podium met zo veel energie dat het er op lijkt dat de mensen in de zaal overbodig zijn. Alles is tot in de puntjes verzorgd. Tijdens het zingen flitsen de teksten van het lied synchroon over de schermen. De preek wordt gehouden met een presentatie, zodat de lijn van het verhaal kan worden vastgehouden door de hoorders. Bijbelpassages worden met prachtige illustraties getoond, al vinden weinig mensen de passages in hun Bijbel, omdat dat Boek vanwege de schermen op dat moment grotendeels gemist kan worden. Na de preek volgt een lied en de afkondiging waarna het normale licht aangaat en het tijd is voor koffie.’

Dit soort dienst laat zich het best omschrijven als een ‘rollercoaster van emoties’. Je voelt je er goed, veel van je zintuigen worden geprikkeld, je pikt eruit wat je interesseert, het sluit helemaal aan bij het moderne tijdsgevoel, maar… is dit het? Verbindt dit mensen met elkaar of is ieder op zijn eigen eilandje gelukkig?

Generatie Ygen geluk eerst.

Er lijkt zich meer en meer een politieke meerderheid in de Tweede Kamer af te gaan tekenen tegen de traditionele kosjere (sjechita) en hallal slacht van dieren (dus het onverdoofd slachten waarbij een slagader wordt doorgesneden). Het begint er op te lijken dat de Partij voor de Dieren, tezamen met andere partijen een ‘pyrrusoverwinning’ binnenhalen. Over dit wetsvoorstel en de (wankele) wetenschappelijke basis waarop dit voorstel op gegrond is valt veel te zeggen.

Waar ik mijn vragen bij stel is de discussie onder de discussie?

Gaat het hier in de eerste plaats niet om een discussie naar de plaats van godsdienstige overtuigingen in het maatschappelijk veld. Zou het niet zo kunnen zijn dat, nu ‘de religie’ in Nederland minder aanhang geniet, er steeds meer wordt gepleit voor het minder openbaar belijden van je religieuze overtuiging. Een schijnbaar onschuldig voorbeeld as te vinden rondom de discussie van het luiden van de klokken bij een kerk een aantal jaren geleden. Mensen die niet naar de kerk gingen ergerden zich groen en geel aan het veelvuldig klokgelui. Tuurlijk, je mag bij elkaar komen, maar doe dat wel in stilte zodat wij er geen last van hebben!

Mijns inziens speelt eenzelfde sentiment in de discussie over het onverdoofd slachten en de vermeende extra stress en pijn die dieren die op deze wijze ervaren. Dit splitsen van overtuiging en praktijk kwam ook naar voren toen een parlementslid van GroenLinks en tevens moslim zei dat hij de twee heel goed kon scheiden. Geloven doe ik thuis wel, zodat andere mensen er geen last van hebben!

Ik ben heel benieuwd welke godsdienstige overtuigingen er nog meer onder druk komen te staan.

Herman van Veen zong ergens in 1983 het lied waarin de volgende tekst voorkwam:

Mijn leven is totaal ontwricht
ik voel me overboord gegooid
vandaag las ik dit nieuwsbericht:
“De bom.. valt.. nooit” Maar zal de bom echt niet vallen?
Wat moeten we dan met z’n allen?
Zolang een toekomst ons ontbrak
leefden wij dood op ons gemak

Met het nu uit zijn met die kater?
Moeten wij denken over later?
Ach, dat gezeur van “Het heeft geen zin”
daar trapt geen schoolmeester meer in

Nu keert men heel ons leven om
en brengt paniek in onze tent
Wij hielden zo van onze bom
we waren zo aan hem gewend

De tekst refereerde aan het feit dat Nederland jarenlang had geleefd met de mogelijke dreiging van een kernoorlog, maar dat begin tachtiger van de vorige eeuw de wetenschap postvatte dat er hoogstwaarschijnlijk nooit een kernoorlog zou uitbreken.

Eenzelfde gevoel bekroop mij toen ik vanochtend de volgende bericht las 

‘Nederland seculariseert niet!

Tot voor kort werd alom gesteld dat wij op weg zijn naar een areligieuze samenleving. Dat is volgens Joep de Hart een overdreven voorstelling van zaken. Nederlanders die op geen enkel moment enige affiniteit hebben met wat voor spirituele dimensie van het leven dan ook, zijn nog altijd net iets minder zeldzaam dan olifanten met een kunstgebit.

Religie verandert voortdurend van vorm. Misschien beleven wij nu een tijd dat de oude, kerkelijke vorm van religie aan het verdwijnen is en er zich nieuwe vormen aan het ontwikkelen zijn: meer individualistisch en maatschappelijk onzichtbaar, meer beleeft in informele groepjes, met een sterker accent op persoonlijke ervaring dan op dogma’s, voorschriften en eeuwenoude tradities.’

Aaah, we dachten toch allemaal dat Nederland (en misschien breder getrokken: de Westerse samenleving) steeds meer seculariseerde en dus dat ook het christendom minder present zou zijn in de maatschappij; nu moeten we afscheid van de secularisatie nemen, we waren zo aan haar gewend.

Er is een toekomst… en hoe vullen we die nou in?

Kortom, de hand aan de ploeg, niet achteromkijken naar wat achter ons ligt en wat alleen resulteert in kromme voren, maar vooruit kijken!

Het omvallen van een grote boom maakt meer herrie dan het groeien van een heel bos

Aan bovenstaand citaat moest ik denken toen ik de kop Religies ten dode opgeschreven in Nederland in de landelijke media  las.

Wat was het geval? De Britse omroep BBC  meldde dat op basis van onderzoek, dat is gepresenteerd tijdens een wetenschappelijk congres in de Amerikaanse stad Dallas, een team van wetenschappers heeft aangetoond dat de religie in een aantal landen ten dode opgeschreven is. Het team had daarvoor een aantal bevolkingsregisters (van Nederland, Ierland, Tsjechië, Finland, Zwitserland, Oostenrijk, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland) met elkaar vergeleken. Op basis van de uitkomsten namelijk dat steeds minder mensen zich ‘ingeschreven als lid van een geloofsgemeenschap’ rekenden kwamen ze tot deze conclusie. De wetenschappers zien hierin een trend die ze ook nog konden ondersteunen door wiskundige berekeningen.

Gefundenes fressen voor de moderne Verlichte mensch: Als iets ondersteund wordt met gewichtige wiskundige berekeningen, extrapolaties is men is meteen om. Immers, cijfers zijn de waarheid! Het hosanna-geroep was niet van de lucht. De atheïstische morgenstond was eindelijk aanstaande! Geloven doe je toch niet in een boek vol verhalen, nee, geloven doe je op basis van manipuleerbare cijfers en definities…

Manipuleerbaar, ja zeker! Mensen in negen landen rekenen zich steeds minder behorend tot een geloofsgemeenschap en de conclusie is dan dat religie in deze landen ten dode opgeschreven is. Maar zo is het niet!!

Dat huidige religieuze instituten scheuren laten zien dat zal niemand ontkennen, dat deze boom het misschien heel zwaar zal krijgen, dat staat buiten kijf. Maar als je heel goed kijkt en luistert zie je het groeien van een heel jong bos, die je misschien nog niet kunt specificeren tot een geloofsgemeenschap.

Wat dat betekent? Vol vertrouwen en hoop vooruit kijken, de hand aan de ploeg! Niet naar achteren kijken wat voorbij is, anders krijg je slechte voren, maar gelovend vooruit kijken.

Binnenkort mogen we ook dat weer herdenken: ooit begon de kerk met een heel klein clubje dat met elkaar het brood deelde en de wijn dronk…