Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen.
Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen.
Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken.
Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding?
Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt.
Zijn jullie niet meer waard dan zij? Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?
En wat maken jullie je zorgen over kleding?
Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld. Ze werken niet en weven niet.
Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen.
Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt,
met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden?
Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?”
Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben.
Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.
Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last.

Matteüs 6,19-34

De afgelopen jaren heb ik meerdere werkgevers gehad en dus verschillende pensioenbreuken opgelopen. Momenteel ben ik werkzoekend en bouw dus helemaal geen pensioen op. Ik begrijp dus goed de commotie die er momenteel (in ieder geval in de media) is rondom het nieuws dat een aantal pensioenfondsen moet ‘afstempelen’, waarmee dat uiteindelijk resulteert in het feit dat mensen nu en in de toekomst minder pensioengeld krijgen uitgekeerd. Waarom dan nu zo’n tekst als uit het evangelie naar Matteüs aangehaald waarin de nadruk ligt op niet bezorgd zijn? Veel mensen maken zich toch echt zorgen over de hoogte van de uitkering van hun verplichtte bijdrage aan het  pensioenfonds.

Oké, mijn hart is dan wel ergens anders, maar de rest van mijn lichaam moet toch ook in deze wereld onderhouden worden? Ik kan mijzelf toch niet vergelijken met vogels en lelies?

Natuurlijk mag je zorgen (en je zorgen maken) voor de toekomst, maar laat het niet je leven beheersen. Uiteindelijk ben je  geborgen in de zorg van je Vader voor jou!

Nu er formatiebesprekingen zijn over een mogelijk te vormen kabinet tussen het CDA, de VVD met gedoogsteun van de PVV buitelen de belangengroeperingen over elkaar heen die oftewel voor of tegen het te vormen kabinet zijn. Met veel kabaal proberen ze hun eigen mening over het voetlicht te krijgen en ze roeren zich dan ook danig in de verschillende media. Sinds enige tijd is er een nieuwe groep actief die pro of contra het te vormen kabinet is, namelijk de predikanten en voorgangers. Aan de ene kant heb je bijvoorbeeld de groep rondom Ben Kok, de Amersfoortse voorganger die een kabinet met gedoogsteun van de PVV steunt. Aan de andere zijde van het spectrum bewegen zich onder andere de predikanten Pals en Wachtmeester. Zij (s)preken zich uit tegen zo’n mogelijk kabinet.

Ex Cathedra is de Latijnse term voor een uitspraak vanuit de zetel (kansel), meestal gebezigd voor de gezagvolle  leeruitspraken van de paus, maar meer algemeen is deze term ook te  gebruiken voor het uitspreken van een mening op belerende toon aan toehoorders.

Nu hoorde ik vanochtend dat de predikanten die tegen een te vormen VVD-CDA(-PVV)kabinet zijn, dit ook vanaf de kansel willen verkondigen. En dit schoot een aantal ‘mensen op de straat’ in het verkeerde keelgat. ‘Een dominee moet zich niet (vanaf de kansel) met de politiek bemoeien’, ‘Kerk en staat moeten gescheiden blijven’ zo wordt door hen gezegd.

Eerlijk gezegd heb ik met dit soort uitspraken nogal wat problemen.  Wat wil men dan zondags van de kansel horen? Een feelgoodpreek met een praatje dat met het zondagse kopje koffie en bijbehorende gebakje  lekker wordt weggeslikt en wordt vergeten. Een preek mag aan het denken zetten, schuren. Ook een predikant mag en heeft mijns inziens ook de verplichting zijn vinger te leggen bij zaken die in het dagelijks leven de mensen bezighoudt en dat is heden ten dage dus ook de de discussie rondom de vorming van dit mogelijke kabinet. Dat een predikant daarbij zijn mening geeft over zo’n kabinet vind ik ronduit begrijpelijk. Waarom zou een predikant zich wel mogen uitspreken over het algemenere heb uw naaste als uzelf en dat niet mogen specificeren in het uiten van hun mening (gegrond op hun christelijke overtuiging) over een te vormen kabinet?

Christenzijn betekent in de wereld staan en een boodschap hebben voor die wereld, ook al is die ‘politiek’!

De laatste tijd lees je in de christelijke media nogal wat berichten over de gevierde Amerikaanse romanschrijfster Anne Rice, die zich in 1998 publiekelijk tot het christelijk geloof bekeerde. Ze heeft kortgeleden aangekondigd het christendom te verlaten. ‘In de naam van Christus weiger ik om anti-homo, anti-feministisch, anti-voorbehoedsmiddelen, anti-humanistisch, anti-wetenschappelijk en anti-democratisch te zijn,’ zei ze in een officiële verklaring. ‘Vanaf vandaag ben ik niet langer christen. Het is simpelweg onmogelijk voor me om deel te zijn deze ruziënde, vijandige, groep die conflicten veroorzaakt. Ik heb het tien jaar lang geprobeerd, maar het is me niet gelukt. Ik ben een outsider. Mijn geweten laat me geen andere keus.’

Maar hoewel Rice de Rooms-Katholieke Kerk en het christendom verlaat, houdt ze volmondig vast aan haar geloof. ‘Mijn geloof in Christus staat centraal in mijn leven. Mijn bekering van een pessimistische atheïst, verloren in een wereld die ik niet begreep, naar een optimistische gelovige in een universum dat door een liefdevolle God is geschapen en wordt onderhouden, is cruciaal voor me. Maar dat ik Christus volg betekent niet dat ik ook zijn volgelingen moet volgen. Christus is oneindig veel belangrijker dan het christendom en zal dat ook altijd blijven. Ik geloof dat mijn geloof van me vraagt dat ik deze stap zet. Ik keer me af van alle dingen die me van Christus proberen te scheiden.’

Als christenen moeten we, denk ik,  bij het horen van zo’n besluit ons er enorm van bewust zijn het instituut kerk steeds weer te blijven hervormen. Hoe snel kunnen kerken niet tot gemeenschappen verworden van waaruit men andere mensen de maat neemt, maar waar zelf het gebod van de liefde zeer smal opvat.

Ik vind het jammer dat Anne Rice meent het christendom vaarwel te moeten zeggen omdat Gods grondpersoneel er regelmatig een potje van maakt. Ik hoop dat ze Christus kan blijven volgen en dat ze, misschien op termijn, een groep mensen kan vinden om samen haar geloof te vieren.

Kortgeleden kwam er een nieuw boek van de hand van hoogleraar (Abraham) Bram van der Beek uit met de titel Is God terug? Ja, met een vraagteken. Hoewel er de laatste jaren volgens velen er een beweging is waar te nemen dat God terug is omdat veel mensen zich bezig houden met zingeving, stelt Van der Beek vraagtekens bij het idee dat God terug is. Met de uitslagen van de Tweede Kamerverkiezingen in het achterhoofd waarbij de christelijke partijen (CDA en Christenunie) flink klop hebben gehad, vind ik de stelling van Van der Beek heel interessant. Een groot aantal van de christelijke kiezers is weggelopen bij deze twee christelijke partijen. De grote vraag die nu beantwoord moet worden is waarom dit gebeurd is. In de media hoor je verschillende geluiden: bijvoorbeeld dat het te maken heeft met het feit dat de vijver waar in christelijke partijen vissen steeds meer opdroogt (lees: er zijn steeds minder christenen) of dat de christelijke partijen te weinig hebben gedaan met de latente angst van een groep christenen voor de islam die zien dat in Nederland de islam en haar aanhangers veel ruimte krijgt terwijl er in de zogenaamde islamitische landen geen of slechts weinig ruimte is voor christenen om hun godsdienst te belijden en te praktiseren, kortom dat het CDA en de Christenunie te weinig kritiek hebben geleverd op deze problematiek. Ook wordt er beweerd dat de Christenunie een te links geluid laat horen terwijl haar achterban vooral rechts is.

Is God terug? Deze vraag stelt Van er Beek zich in het gelijknamige boek. Kun je met deze vraag ook iets als je de uitslag ziet van Tweede Kamerverkiezingen 2010. Moet je stellen dat mensen best bezig zijn met ‘God’, maar dat ze daarvoor een compartiment in hun leven hebben, die niet communiceert met hu levensovertuiging? Of moet je de uitslag duiden in het licht van de recessie waarbij mensen vluchten in het valse vijftiger jaren gevoel en hun stem geven aan partijen die min of meer beloven dit valse gevoel van veiligheid te herstellen of te waarborgen. Er wordt nu gesteld dat de christelijke partijen terug moeten gaan naar hun bronnen om zo weer hun ware identiteit weer boven water te krijgen. Hierbij een stel ik toch een vraag: zijn het de christelijke partijen die zo ver zijn afgedreven van hun oorspronkelijke identiteit of geldt dat voor de op hol geslagen kiezers die zich laten leiden door de waan van de dag?

O sorry: de kiezer heeft natuurlijk altijd gelijk 😉

Vanmorgen besprak ik met een clubje theologen de preektekst die volgens het oecumenisch leesrooster voor zondag aanstaande aan de beurt is: Exodus 23,1-17.  Het gedeelte staat in het teken van een uitwerking van een aantal geboden. Vers 8 bleef bij mij haken Neem geen steekpenningen aan, want steekpenningen maken zienden blind en maken eerlijke mensen tot leugenaars. Ik moest denken aan de beelden van de verhoren van de commissie De Wit omtrent de bankencrisis. Hoe kunnen mensen als een Rijkman Groenink zonder verblikken of verblozen hun handelen rechtvaardigen en totaal niet begrijpen dat ze gecorrumpeerd zijn. Daarom ook misschien het opschrift voor deze column uit Ezechiël 14,3 uit de oude NBG 51-vertaling.

Maar… we moeten niet alleen maar naar anderen wijzen als het om deze zaken gaat: hoe zit het met ons zelf als wij ons leven leggen naast de woorden uit Exodus 23,1-17? Hoe gaan wij om met dit alles, met geld en macht en onze houding jegens vreemdelingen?

Wel stof tot nadenken in deze tijd, lijkt me.

Met psalm 51 mogen we dan vragen Schep in mij, God, een hart dat leeft in in ’t licht

Vandaag deel II van mijn leesimpressie van het boek van McLaren. Vanuit het schetsen van een aantal historische gebeurtenissen (de toespraak van Martin Luther King, de vijfennegentig stellingen van Martin Luther et cetera) die de wereld volledig op zijn kop hebben gezet en veranderden, komt McLaren tot het idee dat het verkondigen van nieuwe inzichten kan bijdragen aan het debat waardoor men vervolgens tot een nieuwe mindset of state.  McLaren meent dat het christendom een nieuwe zoektocht (quest) nodig heeft. Christenen moeten niet uitgaan van een statische opstelling waarbij wordt gezegd ‘hier sta ik!’, maar van een dynamische opstelling, een richting waarbij wordt gezegd ‘daar gaan we!’ Nieuwe inzichten kunnen debat entameren en kunnen mensen tot een nieuwe mindset brengen. Maar alleen nieuwe vragen kunnen nieuwe gesprekken opwekken en inspireren tot een nieuwe zoektocht. McLaren formuleert drie vragen die kunnen bijdragen tot a New Kind of Christianity. 1) de narratieve vraag: wat is de alles omvattende verhaallijn van de Bijbel?; 2) de vraag naar autoriteit: hoe moet de Bijbel worden verstaan?; 3) de vraag naar God: is God gewelddadig, verkiest God de één en verwerpt hij de ander?; 4) de vraag naar Jezus: wie is hij en waarom is hij belangrijk? De huidige versies van Jezus verschillen erg van elkaar, welke versie is betrouwbaar?; 
5) de vraag naar het evangelie: waarom is Jezus’ evangelie van koninkrijk van God veranderd in het evangelie van rechtvaardiging door geloof?; 6) de vraag naar de kerk: wat moet er veranderen in de kerk en kan het werk  van Gods Geest in de wereld aan het werk gaan en hoe kunnen christenen samenwerken met het werk van God door, buiten of ondanks de kerk?; 7) de vraag naar de seksualiteit: hoe kunnen christenen met elkaar hierover in gesprek zijn zonder elkaar de tent uit te vechten. Hoe komt het dat dit issue tegenwoordig het christendom zo bezighoudt?; 8.) de vraag naar de toekomst: welke eschatologie draagt bij aan een rechtvaardiger en betere toekomst. Hoe moet zo’n eschatologie worden vormgegeven?; 9) de vraag naar de pluraliteit: hoe moeten christenen zich verhouden tot aanhangers van andere religies? 10) de vraag naar wat we nu moeten doen: hoe kunnen we onze zoektocht omzetten in actie?

So we set out on our quest, our exodus, driven out of familiair territory and into unmapped terra nova by ten question stirring in our hearts

Tot de volgende keer!

De komende tijd wil ik een aantal columns schrijven over het nieuwe boek van Brian D. McLaren A New Kind of Christianity, met als prikkelende ondertitel Ten questions that are Transforming the Faith. In deze column wil ik eerst de Amerikaanse schrijver Brian McLaren voorstellen. Volgens de achterflap en zijn website is Mclaren een auteur, spreker en voorganger (hij is geen academisch geschoold theoloog) en netwerker binnen de groep van christelijke leiders, -denkers en -activisten. Enigszins ronkend wordt op de achterflap van het boek gemeld dat McLaren door Time Magazine wordt gezien als een van de vijfentwintig belangrijkste ‘evangelical’ leiders. De term ‘evangelical’ vertaal ik nadrukkelijk niet, omdat het mijns inziens niet goed mogelijk is deze denominatie in goed Nederlands te vertalen: ‘evangelical’ is niet evangelisch maar ook niet mainstream protestant.

In het voorwoord van het boek  schrijft McLaren dat hij is opgegroeid in een conservatieve ‘evangelical’ geloofsgemeenschap en veel gewerkt heeft in protestante en katholieke kerken. Hij trouwde met een katholieke vrouw en zette een kleine, groeiende geloofsgemeenschap op. Hij verdiepte zich in een breed gamma van christelijke denominaties: van pinkstergeloof tot de oosterse orthodoxie. Hij gelooft niet dat ‘de’ kerk zijn langste tijd heeft gehad en dat zij net als aartsmoeder Sara de mensheid nog kan verbazen als ze nieuw leven zal voortbrengen. Maar zo zegt hij any mother will tell you, giving birth is no Sunday school picnic. Het zal pijn doen.

McLaren wil zich in dit boek bezig gaan houden met het onderwerp: (hoe) kunnen we komen tot een nieuw soort christendom?

Ik ga verder lezen…

Ik houd jullie op de hoogte…

Vandaag een kort berichtje dat mijn aandacht trok:

Bezoekers van de Lutherkerk in Keulen moeten voor de dienst zaterdagavond door een naaktscanner. Dominee Hans Mörtter wil andersgelovigen opsporen en een ,,kettervrije” zone voor protestanten scheppen. Maar eigenlijk wil de geestelijke kort voor carnaval de “totale angstcultuur” op de korrel nemen, meldden Duitse media woensdag. De scanner is dan ook niet echt. Mörtter hoopt op begrip voor zijn ludieke actie onder het motto: “Yes, we scan!”

Ik moest meteen denken aan de ophef rondom de uitlatingen van de protestantse dominee Hendrikse die niet gelooft dat God bestaat, maar wel in God gelooft. Hij beschouwt zichzelf als een gelovige atheïst. Inmiddels is een classicale procedure tegen zijn standpunt beëindigd en kregen veel mensen het idee dat de Protestantse Kerk in Nederland het gedachtegoed van Hendrikse legitimeert. Vandaag moest in een artikel in het Reformatorisch Dagblad de scriba van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland, Arjan Plaisier dat idee van legitimering ontzenuwen. De standpunten van Hendrikse zijn niet van het gewicht zijn dat ze de fundamenten ondergraven. Die fundamenten blijven dus overeind. Het fundament van de kerk is God, Die Zich in Jezus Christus heeft geopenbaard. Niet ondergraven is nog wat anders dan dat ze passen bij deze fundamenten. De opvattingen van ds. Hendrikse geven aanleiding om over deze fundamenten opnieuw te spreken, ze al sprekend opnieuw te ontdekken, om zo opnieuw gesterkt te worden in de opdracht de drie-enige God te belijden zo stelt Plaisier. Hij meldt ook dat in het najaar over de opvattingen verder zal worden gesproken.

Waarom die angst voor de standpunten van Hendrikse? Een kerkgenootschap heeft toch wel een zelfregulerend vermogen om eventuele ongewenste opvattingen te neutraliseren?

Of toch maar een naaktscanner bij de kerkdeur installeren?

Je hoort het nog wel eens: let maar op, nu er een recessie is zullen de kerken wel weer vol stromen want nood leert bidden…

Ik vind dit een standpunt dat nogal twijfelachtig is en ook niet geboekstaafd wordt door cijfers en feiten: al jaren, nee, decennia lang lopen kerken leeg en in die tijd zijn er toch enige recessies gepasseerd.  Daarbij las ik een artikel in het Reformatorisch Dagblad. ‘Christenen VS geïnfecteerd door voorspoed’ zo kopte het bericht. Theoloog Sam Storms meent dat de meeste Amerikaanse christenen zijn geïnfecteerd door het voorspoedevangelie. Voor de meeste gelovigen moet God de moeite zo klein mogelijk en het genot zo groot mogelijk maken. Zij menen dat het hun geestelijke geboorterecht is om in voorspoed en welvaart te leven en dat God daarin moet voorzien.

Nood leert bidden?

Eerder het evangelie van rupsje Nooitgenoeg?

In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad. Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: 11 vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden:
‘Eer aan God in de hoogste hemel
en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’
Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd. Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden zou worden, kreeg hij de naam Jezus, die de engel had genoemd nog voordat hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen.
Vanochtend hebben ik met een groepje vakgenoten de tekst uit Lucas 2 de verzen 1-21 behandeld zoals die op leesrooster staat voor Kerst. Hoewel het overbekende woorden zijn is het toch altijd vruchtbaar ‘de koppen bij elkaar te steken’ en misschien wat onderbelichte passages of woorden met elkaar te bespreken. Wat me van de bespreking van vanmorgen bij blijft is dat je het woord voederbak dat driemaal in deze tekst voorkomt kunt uitleggen als het symbool van armoede. Dit kun je uitleggen als symbool dat Jezus vanuit de hemel naar de aarde kwam, naar mensen zonder aanzien. Hij wilde zich verlagen vanuit de hemel naar de aarde. Het ging hem niet om pracht en praal en overconsumptie. Wel iets om te overwegen met Kerst waar voor veel mensen de overvloed op allerlei vlak centraal lijkt te staan.
Ook wij mogen deze woorden in ons hart, de plaats waar de kennis gezaaid wordt bewaren en overdenken…